vrijdag 1 april 2005
Dit boek is niet door Gerrit Komrij geschreven, maar toch is hij constant aan het woord. In De Buitenkant zijn uitspraken uit 66 interviews verzameld. Daarin toonde Komrij zich telkens een goed gastheer voor zijn ondervragers; hij heeft duidelijk de moeite genomen ze te vermaken.
Maar laat de schrijver daarmee ook nog iets van zichzelf zien? Of verdwijnt hij simpelweg achter zijn eigen woorden? Komrij verwacht zelf het laatste, gezien de titel die hij koos.
De buitenkant is het koekoeksjong in zijn oeuvre. Anderen hebben misschien nog even op zijn ideeën mogen broeden, hij heeft ze allemaal wel zelf uitgesproken. Daarbij ongetwijfeld profiterend van een ruime ervaring met het vraaggesprek. Want, ze zijn vrij makkelijk te sturen, die interviewers. Wie een paar keer ondergevraagd is voor iets, weet wat journalisten zeker zullen opschrijven in hun stuk. Komrij waarschuwt zelfs in dit boek nooit namen te noemen bij felle kritiek, want die komen altijd in de courant.
En ik, ach ik vind dit zo’n prettig bladerboekje. Het zijn net geen verzamelde aforismen, maar soms komen zijn uitspraken daar wel dicht bij.
Ondanks het feit dat ik een groot liefhebber van de Nederlandse literatuur ben – ik moet tenslotte beroepshalve twee tot drie romans per week lezen! – moet ik constateren dat het geen literaire wijn is die ik te proeven krijg. Nee, allemaal glaasjes prik. Emmers vol prik. Prik zonder prik bovendien.
blz 141
Gerrit Komrij, De buitenkant
Een abecedarium
201 pagina’s
Uitgeverij de Arbeiderspers, Privé-domein, 1995
in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina
zaterdag 2 april 2005
Van sommige boeken weet ik niet hoe ze ooit in mijn bezit zijn gekomen. Dat geldt voor deze verzamelbundel bijvoorbeeld. Hierin staan gedeelten uit de Verweij-lezingen die elk jaar in Leiden worden gehouden, door de auteur die op dat moment gastschrijver is aan de universiteit daar. Maar de lezingen van auteurs die ik interessant vind, zijn ook gebundeld in boeken die onder hun eigen naam verschenen. Van Gerard Reve is dat Zelf schrijver worden, van Maarten ’t Hart Een dasspeld in Toela. Kristien Hemmerechts, Altijd met uw gezever, gij.
En die boeken heb ik ook.
Maar goed, niet dat het vervelend was de mij al bekende stukken nog eens te herlezen. De waarschuwing van Maarten ’t Hart hoe funest de interpretatie van universitair geschoolde letterkundigen uitwerkt op de romankunst blijft ook gewoon staan. Aan schrijvers die slechts schrijven om door anderen geïnterpreteerd te worden, heeft tenslotte slechts een incestueus klein groepje mensen wat.
Ook staat hier de lezing van Gerrit Komrij in hoe poëzie gelezen worden moet. Met daarin ook de constatering dat éen goed gedicht eerdere favorieten volledig overbodig maken kan.
En die conclusie geldt waarschijnlijk voor alle lezen. Voor wie eenmaal met kwaliteit geconfronteerd is, wordt het moeilijk nog plezier te beleven aan minder. Helemaal als dat minder pretendeert meer te zijn.
Korrie Korevaart en Peter Zonneveld red.,
Dit is voor mij geschreven
Vijftien schrijvers over literatuur
265 pagina’s
Uitgeverij Promotheus © 2000
in: boeken over schrijven, a-z, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Korrie Korevaart en Peter Zonneveld red.-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 3 april 2005
Wat verwachtte ik van dit boek? Dat is een vraag die absoluut meespeelt bij het bespreken van non-fictie. Zakelijke teksten moeten me op zijn minst nieuwe feiten aanreiken om de moeite waard te zijn. Van James Kennedy hoopte ik dat hij als Amerikaan iets aan de Nederlandse politiek zou zien dat voor hem als buitenstaander meteen duidelijk was, maar waar ik zelf altijd blind voor gebleven ben.
Inhoudelijk intereseerde zijn verslag over de maatschappelijke verschuivingen in de jaren zestig en zeventig me ook niet zo. Daarover ben ik sowieso al meer vergeten dan me ooit nuttig leek te weten. Bovendien is dit boek niet makkelijk te lezen. De ruim tweehonderd pagina’s tekst bieden interpretatie na interpretatie, en ontberen daartussen domweg lucht. Combineer dit met een redelijk hoog abstractieniveau, en dat alles maakt dit boek wat zwaar om te verteren.
En toch.
Ergens in de inleiding al maakt Kennedy de opmerking dat er in de Nederlandse politieke cultuur een eeuwig geloof bestaat dat veranderingen onverbiddelijk zullen komen. De loop der geschiedenis wordt als onvermijdelijk gezien. Wat dan weer tot komische of juist dramatische reacties leidt in tijden van crisis. Koning Willem II werd in éen nacht van conservatief tot liberaal, omdat elders een revolutie dreigde. Wilhelmina zette ingrijpende arbeidshervormingen in gang in 1918, ondanks dat Troelstra’s putsch mislukte.
Maar door dit verschijnsel hebben Nederlandse politici steeds een overdreven drang “met de tijd mee te willen gaan”. En daar zit zowel iets heel prettig pragmatisch in als ook iets heel lelijk lijdzaams.
Kijk, alleen om zo’n opmerking al is het de moeite zo’n taaie dissertatie door te nemen. Want, ook al beslis ik er over een tijdje misschien van dat het niet klopt; ik ben dan wel weer iets verder in mijn gedachten gekomen.
James Kennedy, Nieuw Babylon in aanbouw
Nederland in de jaren zestig
343 pagina’s
Uitgeverij Boom © 1995
vertaling Simone Kennedy-Doornbos
in: typisch hollands, basisbibliotheek, a-z, geschiedenis, politiek, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de James Kennedy-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 3 april 2005

Soms is het maar beter even te zwijgen als recensent. Dat komt dan niet eens omdat er niets over het gebodene te zeggen zou zijn, maar vooral omdat mijn mening er totaal niet toe doet. Ik lees de gedichten van Vasalis. Herken de kwaliteit daar ook wel van. Maar weet met iedere verdere kwalificatie van de poëzie eerder een tijdperk te beoordelen, dat het mijne niet is, dan iets anders uit te spreken.
Daar heeft verder niemand iets aan.
M. Vasalis, De oude kustlijn
Nagelaten gedichten
65 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot © 2002
M. Vasalis, De vogel Phoenix
37 pagina’s
Uitgeverij Van Oorschot © 1982
in: a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de M. Vasalis-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 4 april 2005
I know it when I am borrowing someone else’s words in my conversation. Nevertheless, often it is an advantage to be better read than most. The old jokes I tell are seldom known by my company, my worn out bon mots seem completely fresh to them. Still, I pride myself in knowing that not everything I tell was thought up by another man, or woman.
That is why the common excuse for plagiarism is so inconceivable to me; please never tell me you had forgotten you copied those phrases and forgot they were not yours.
One of the writers I most often quote is Jeroen Brouwers, though those words always come from just one source; his collected letters Kroniek van een karakter.
U & I is telling a story I can really relate to. However, Nicholson Baker’s obsession with John Updike goes much further than mine with any writer.
Baker so much identifies with him that he is amazed that Updike has not asked him for a round of golf yet, even though they have never met.
In this book, he tells about his deep felt relationship with the other author, by quoting phrases from his books by heart. Baker often quotes them wrong. That is funny on the one hand, but it also shows how Updike’s language has incorporated his. This also makes him realize how extraordinary Updike’s mastery over words is:
Updike is a better writer than I am and he is smarter than I am – not because intelligence has any meaning outside the written or spoken behavioral it takes, but because all minds, dumb and smart alike, do such a poor job of impanating their doings in linear sentences.
Nicholson Baker, U & I
179 pages
Granta Publication 1998 © first printed 1991
in: boeken over schrijven, a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nicholson Baker-pagina
dinsdag 5 april 2005
De laatste jaren komen er steeds meer audioboeken op de markt; een ontwikkeling die eigenlijk grotendeels aan mij voorbij gaat. Tot het bij Hesse’s Steppenwolf wel ineens soelaas bood naar de tekst te kunnen luisteren. Waar ik het boek allang niet meer lezen kon, sleepte de voorlezer mij wel door het taaie begin. Alleen koste het wel veel tijd op die manier.
Ook dichters voegen hoe langer hoe vaker cd’s aan hun bundels toe, waarop zij zelf hun werk voordragen. Daar doe ik al evenmin iets mee. Anderzijds ben ik blij dat zulk materiaal bestaat. Paul Celan zijn ‘Todesfuge’ horen voordragen, is iets unieks. ‘Lamento’ van Campert krijgt ook iets extra’s als hij het voorleest.
Maar voegt een cd iets toe aan een bundel met mij nog totaal onbekend werk?
Ik ben daar niet uit. Zeker is wel dat ik de cd bij deze bundel van Tjitske Jansen nooit spontaan op zal zetten. Maar een gedicht onverwacht langs horen komen, bijvoorbeeld door het aan mijn MP3-verzameling toe te voegen, en mijn speler random nummers te laten kiezen? Onverwacht met een gedicht geconfronteerd worden, werkt vaak heel goed.
Er staan vrij veel gedichten in deze bundel die op papier nogal wat fletser zijn dan voorgedragen. Dat is ook al zoiets.
Tjitske Jansen, Het moest maar eens gaan sneeuwen
gedichten
47 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2003
in: a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tjitske Jansen-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 6 april 2005
Ik was dit boek al aan het lezen, toen ik ook in die bundel met vijftien jaar Verweij-lezingen begon; geïntrigeerd dat die in mijn bezit was. Dus las ik hetzelfde stuk van Hemmerechts binnen enkele dagen twee keer, maar dan wel in een andere opmaak. Dat kon ook best. Daarvoor stond er genoeg in. Alleen had ik bij herlezing in dit boek het idee dat deze versie rijker was, of bijgeschaaft.
Dat is niet zo. Dus moet ik constateren dat de leesconcentratie bij zo’n hernieuwde kennismaking blijkbaar toch anders is, waardoor opvallen kan wat eerder onopgemerkt voorbij kwam.
Dit boek bevat drie beschouwingen van Kristien Hemmerechts over haar eigen werk, of wat bij het schrijven daarvan heeft meegespeeld. In die zakelijke teksten met dat persoonlijke accent vind ik haar goed schrijven. Met de rest van haar werk heb ik moeite. Een roman uitlezen is me nooit gelukt, en ook onder de verhalen zijn er meer bij die me ergeren dan boeien. Zo maar een boek van haar lezen, gebeurt dan ook niet meer.
Maar goed, er zijn ook vrijwel geen schrijvers die ik in alle genres kritiekloos bewonder.
Kristien Hemmerechts, Altijd met uw gezever, gij
127 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 1996
in: a-z, bundels, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kristien Hemmerechts-pagina
donderdag 7 april 2005
Dit is een merkwaardige roman, omdat de schrijver zich zo actief in het verhaal mengt; tot en met regie-aanwijzingen aan toe. Ingmar Bergman schrijft het verhaal over zijn ouders, van tot hij geboren werd, maar verplaatst daarbij weleens gebeurtenissen als dat voor de vertelling beter uitkomt. Ook geeft hij rustig toe sommige dingen niet te weten, en daarom maar over te slaan.
En toch stoort dat allemaal niet. Want, daarvoor is de tekening van de personages gewoon te goed. Zijn de dialogen te boeiend. Is het verhaal te sterk.
Als de liefde tussen twee mensen geloofwaardig beschreven wordt, en er ondanks alle drama ook humor blijft te genieten, maakt het ook helemaal niet uit dat ze in het boek bijvoorbeeld andere namen dragen dan in werkelijkheid.
Dit boek had ook als effect dat ik onmiddellijk na het lezen weer Bergman’s autobiografie erbij pakte, om te lezen hoe het verder was gegaan, toen hij eenmaal wel geboren was.
Ingmar Bergman, Goede bedoelingen
378 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1992
Vertaling Kart Woudstra van Den gode viljan © 1991
in: a-z, aanbevolen 2005, vertaald, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ingmar Bergman-pagina
vrijdag 8 april 2005
The latest Sedaris collection. That in itself was reason enough to buy it. Some stories in his previous books made me laugh out loud, and there are not many writers around capable of achieving that.
However, knowing his earlier work, I am also familiar with this themes and hang-ups. And I already got to know his family, which he writes extensively about in this book. They have become a familiar cast of characters.
So, while I was reading the templates behind the stories were visible, and the fun to be had was only in the newly worked out details. And something else: I’d already read most of the stories collected here online. Like his take on Sinterklaas [pdf].
Which leads me to the conclusion I really read this book as if I had been watching the rerun of a favourite sitcom late at night. There was enough enjoyment in it to stay put and finish it immediately, but somehow it left me feeling rather empty afterwards.
[the sleeve photograph of the book was done by an “oote boe”, oddly enough]
David Sedaris, Dress Your Family in Corduroy and Denim
241 pages
Bay Back Books © 2004
in: a-z, humor, [auto]biografisch, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de David Sedaris-pagina
zaterdag 9 april 2005
Max Pam gaat een biografie van Theo van Gogh schrijven. Of, zoals Theodor Holman in het radioprogramma DeSmet Live! zei: dé biografie. Op het eerste gezicht heeft dat weinig met het hier besproken boek te maken, ware het niet dat Tomas Ross en Max Pam niet samen kunnen. Ze kennen elkaar ook al heel lang, nog van de School voor journalistiek.
Maar Tomas Ross heeft de laatste jaren veel met Theo van Gogh samengewerkt, en zal daarom alleen al een factor in die andere biografie zijn.
Pam is dat in Tomas Ross’ boek niet, al is hij dan de enige van de vriendenkring rond Van Gogh die met name genoemd en beoordeeld wordt. De rest noemt Ross lichtgewichten en ja-knikkers.
Want, het is nogal vilein geschreven dit boek. Deels zeer voorstelbaar, als het over Van Gogh’s eeuwige strubbelingen met subsidiegevers ging. Maar anderszijds levert dat ook het merkwaardige effect op dat vooral duidelijk wordt wat de schrijver op zijn vriend had aan te merken.
Van Gogh werkte te haastig; filmde slechts scenes, en nooit een verhaal.
Van Gogh maakte veel programma’s voor TV, om maar geld te verdienen, die niets anders dan rotzooi waren;
Van Gogh kon niet tegen kritiek;
Van Gogh was rancuneus.
Al die eigenschappen samen maken dat een lezer die Van Gogh nooit gekend heeft, of nauwelijks iets van zijn werk weet, waarschijnlijk niet te weten komt waarom hij zo intrigerend was. Of waarom Ross het de moeite waard vond steeds weer met hem samen te willen werken.
Desalniettemin, zeker niet vervelend om te lezen.
Tomas Ross, Take care! Omzien naar Van Gogh
156 pagina’s
Uitgeverij Aspekt © 2005
in: a-z, [auto]biografisch, cultuur, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tomas Ross-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 10 april 2005
Hoe nu verder? Zo snel mogelijk emigreren…
Weinig boeken zijn met een eenregelige recensie af te doen, maar bij deze bundel meningen bekroop me die neiging toch wel. Als dit het denkniveau is dat de spraakmakende gemeente aan columnisten, denkers en politici in Nederland heeft, lijkt het me beter zo snel mogelijk het land te verlaten. Of alvast zelf maar de dijken door te steken, voor de zeespiegel te zeer is gerezen.
Natuurlijk, bij ieder boek dat ik lees is ook altijd de vraag wat er niet in staat. Maar bij deze bundel staat er zo veel niet in, dat het lezen welhaast een straf werd.
Alleen de beschouwing van arabist Hans Jansen was de moeite waard, in de zin dat hij eindelijk eens de logische vraag stelde: hoe veel Moslims wonen er eigenlijk in Nederland? En daarbij vervolgens moest constateren dat niemand dit weet. Dat hij dit dan de Moslims zelf verwijt, is weer een ander verhaal
Maar, hier gaat het wel om. Een mening is pas iets waard als daar enige feitenkennis aan ten grondslag ligt. En die feitenkennis vraagt niet alleen om aanvaardbare statistieken, maar ook historisch inzicht over wat allemaal de integratie belemmerde, en de wetenschap dat er in de vaderlandse politiek onaantastbare totems bestaan. Zoals het huisvestingsbeleid [neem alleen al de prijsopdrijvende hypotheekaftrek], zoals het bijzonder onderwijs.
Zonder anamnese trekt de diagnose op niets.
Meest teleurstellend aan dit boek was nog wel dat Herman Vuijsje belooft een eindbeschouwing te schrijven, maar daarin nauwelijks verder komt dan beknopt weer te geven wat die 41 andere, dikwijls contrasterende visies waren.
De bladspiegel was ook al lelijk, want de regels waren te breed.
Ton van Luin samenstelling, Hoe nu verder?
42 visies op de toekomst van
Nederland na de dood van Theo van Gogh
310 pagina’s
Uitgeverij Spectrum © 2005
in: typisch hollands, a-z, politiek, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ton van Luin red.-pagina
maandag 11 april 2005
Hofland heeft dit boek sinds de eerste publicatie tweemaal herzien, zo staat in het voorwoord. Dat ‘herzien’ lijkt me een te groot woord. ‘Aangevuld’ was juister geweest, de kern is namelijk niet veranderd.
Tegels lichten blijft een klassieker uit het begin van de jaren zeventig. Toen was het taboedoorbrekend in zijn beschrijvingen van het Nederlandse bestuur sinds de Tweede Wereldoorlog. Toen was het een vlammend pamflet over de affaire Greet Hofmans, of de Indië-kwestie.
Maar, inmiddels zijn vijfendertig jaar verstreken. Met die wetenschap valt op dat Hofland vooral sterk is in het schetsen van een tijdsbeeld, maar bij de analyse van het falen te makkelijk citaatjes bij anderen leent. En ook dat zijn meningen al verwerkt zijn in de historische beschouwingen die ik las, en daarmee minder uniek zijn geworden dan ze bij eerste publicatie waren.
Eigenlijk zou er iedere tien jaar een Tegels lichten geschreven moeten worden, terugblikkend op de taboes van het tijdperk daarvoor. Dat gevoel bleef me wel bij, na het lezen van dit boek. Maar vanuit de waargenomen verschijnselen de oorzaken proberen te abstraheren, zal daarbij een probleem blijven.
H.J.A Hofland, Tegels lichten
of
Ware verhalen over de autoriteiten
in het land van de voldongen feiten
216 pagina’s
Uitgeverij Ooievaar 1996 © 1972 oorspronkelijk
in: typisch hollands, basisbibliotheek, a-z, geschiedenis, essays, politiek, media
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de H.J.A Hofland-pagina
dinsdag 12 april 2005
Wat is dit een verschrikkelijk leuk boek over poëzie.
Tuurlijk, deze bloemlezing is waarschijnlijk voor een jong publiek bedoeld, dat niet eerder uit zichzelf gedichten las. Maar Willem Wilmink leidt elk van zijn keuze zo enthousiast en goed in, en weeft zo’n vanzelfsprekend verhaal rond zijn selecties.
Ineens las ik zonder problemen over de christelijke motieven in de poëzie van Achterberg; iets dat me voorheen geen moment geïnteresseerd had.
Het boek begint al prachtig door eerst even, heel summier, uit te liggen wat poëzie is. Dichten is een spel van klankherhalingen, volgens Wilmink. Net als muziek. En het rijm is maar éen manier van klankherhaling.
Naast poëzie staan er daarom ook wat liedjes in dit boek. Vanzelfsprekend.
Willem Wilmink, Wilminks Keus ii
Nederlandse poëzie van 1945 tot heden
149 pagina’s
Walvaboek © 1993
in: boeken over schrijven, a-z, aanbevolen 2005, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Wilmink-pagina
woensdag 13 april 2005
Dit is een bloemlezing uit alle Vlaamse poëziebloemlezingen; samensteller Eddy van Vliet heeft domweg geturft welke gedichten daarin het vaakst terugkomen, en welke regels daardoor voor iedereen bekend horen te zijn.
Ik las deze bundel vanwege een verwijt dat bijvoorbeeld ook Willem Wilmink zich maakt; dat wij in Nederland zo weinig oog hebben voor wat er in België geschreven wordt. Maar, wat dit betreft leverde het boek niet heel veel op. De meeste evergreens uit de Vlaamse poëzie komen ook in Nederlandse bloemlezingen terug, terwijl wat er de laatse jaren is verschenen de bloemlezingen nog niet gehaald heeft. En Elsschot’s gedichten hield ik allang van.
Grappig was dan weer wel dat de samensteller rustig alle ook bij ons bekende Middeleeuwse poëzie Vlaams noemt. Waar hij natuurlijk gelijk in heeft, omdat de overgeleverde handschriften meestal uit de zuidelijke lage landen zullen stammen.
Ter verluchtiging nog, het bekendste rondeel van Anthonis de Roovere uit de vijftiende eeuw. ‘Dooch’ betekent deugt:
Die gheen pluymen en can strycken,
Die en dooch ter werelt niet;
Is hy arm - hy en sal niet rycken;
Die gheen pluymen en can strycken,
Alomme soe heeft hy tachterkijcken;
Die gheen pluymen en can strycken,
Die en dooch ter wereld niet.
Eddy van Vliet red., Tussen droom en daad
De 200 bekendste gedichten
uit de Vlaamse poëzie
van de Middeleeuwen tot nu
234 pagina’s
Poëziecentrum [Gent] © 1998
in: a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eddy van Vliet red.-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 14 april 2005
Hoera, een literaire canon. We hebben er weer éen. Maar dit is wel een wat merkwaardige. Willem Kuipers stelde een lijst samen uit de boeken die iedere week werden uitverkoren voor de Volkskrant-rubriek ISBN. En die vulde hij stiekem nog even aan met nog wat monolieten uit de wereldliteratuur. Dat levert een lijst op van tweehonderd aanbevolen romans en verhalen, verdeeld over twintig genres.
Een gedienstige geest had al eens de 41 Nederlandse titels daaruit online gezet. En later daar weer weggehaald.
Over die keuze heb ik niet veel te zeggen. Hij lijkt me aan de veilige kant en nogal politiek correct, zoals van een brave medewerker aan de Volkskrant verwacht kan worden. Hoewel er ook een boek als Meisje Niemand van Tomek Tryzna genoemd wordt, dat heel even in de jaren negentig een hype was. Daarvan vraag ik me af of iemand dat ooit nog leest. Mijn exemplaar ontbreekt in de boekenkast, en is volgens mij ooit aan iemand meegegeven.
Natuurlijk krijgt ook een boek als Anna Karenina een aanbeveling mee. Don Quichote. A la recherche du temps perdu. En ook dat eeuwige boek Ulysses van Joyce prijkt op de lijst; een boek waarvan ik me nog wel voor kan stellen dat literatuurvorsers er enthousiast over zijn, maar dat een normaal mens hoogstens vermoeid.
Nee, interessanter dan die canon was de beschouwing over literatuur in de eerste helft van het boek. En toch was die weer niet eigenzinnig genoeg om echt meeslepend te zijn.
Willem Kuipers, ISBN van de wereldliteratuur
188 pagina’s
Uitgeverij Ambo © 1997
in: boeken over schrijven, a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Kuipers-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 15 april 2005
Het tweede deel van deze bloemlezing was een prettige verrassing voor mij. En van de weeromstuit misschien viel dit eerste deel, dat ik daarna las, me wat tegen. Waarschijnlijk omdat de thematische ordening me beter beviel dan de zo traditionele chronologische presentatie in dit boek, of de hoofdstukken waarin maar éen dichter behandeld wordt.
Toch weet Wilmink wel weer verrassende poëzie op te diepen. Of het nu om een Antwerps hoerenliedje gaat of om een herwaardering van Hiëronymus van Alphen.
Van de afzonderlijk behandelde dichters leverde alleen het hoofdstuk over Pom Nijhoff me iets nieuws op. Die heeft in 1936 acht sonnetten geschreven, opgedragen aan de historicus Huizinga, met de titel ‘Voor dag en dauw’. Daarin wordt onder meer naar het bijbelboek Jesaja verwezen, maar volgens Wilmink klinkt ook de dreigende wereldoorlog al door.
Verwachtingen en haren eenmaal grijs
zijn niet als nevelen van ’t hoofd te vage,
mijmert de trambestuurder, bij de slagen
der ruitenwissers, mogelijkerwijs.
De eerste rit is altijd weer een reis.
Full speed. Hij ziet bij ’t zingen van de wagen
oude, onvergetelijke winterdagen
als niemand voor hem uit was op het ijs.
De stad slaapt nog. Zo ver men zien kan zijn
rolluiken voor de winkels neergelaten.
De draad hangt drup’lend door de lege straat.
Verstoot de woonsteden, o God, en laat
de kalveren weer weiden in woestijn.
Twist met ons, twist met ons, twist niet met mate.
Willem Wilmink, Wilminks keus i
Nederlandse poëzie van de
Middeleeuwen tot 1945
114 pagina’s
Walvaboek © 1992
in: boeken over schrijven, a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Wilmink-pagina
zaterdag 16 april 2005
Ik miste tenminste éen woord deze kleine verklarende encyclopedie over alles wat typisch Nederlands zou moeten zijn. Ik miste het lemma “onnederlands”, en daarmee de verklaring waarom dit woord zowel een heel positieve als een zeer negatieve connotatie kan hebben.
Verder lijkt alles er wel zo’n beetje in te staan. Van het koekje bij de koffie tot het trauma van de Tweede Wereldoorlog, van de strijd tegen het water tot de verzuiling. En er stonden gelukkig ook weetjes uit de vaderlandsche geschiedenis in die me onbekend waren.
Maar toch.
Het blijven tamelijk oppervlakkige constateringen die de schrijvers doen. Wel leuk hoor, maar nu ook weer niet vreselijk bijzonder. Bovendien suggereren ze meer overzicht te hebben dan ze eigenlijk bieden, alleen al door hun waarnemingen op trefwoord en in alfabetische volgorde te behandelen.
Enfin. Ik miste waarschijnlijk niet alleen dat ene woordje “onnederlands”, ik miste perspectief. Een raamwerk. Al was het maar om dat idee wat “identiteit” is nu eens uitgelegd te krijgen.
Herman Vuijsje en Jos van der Lans, Typisch Nederlands
Vademecum van de Nederlandse identiteit
173 pagina’s
Uitgeverij Contact © 1999
in: typisch hollands, a-z, reference
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Vuijsje en Jos van der Lans-pagina
zondag 17 april 2005
De Portugees J. Rentes de Carvalho belandde in de jaren vijftig als diplomaat in Nederland, kreeg ruzie met zijn chef, en werd ontslagen. Waarom hij toen hier bleef en carrière probeerde te maken, blijft wat onduidelijk in dit boek. Wel wordt helder wat hij sindsdien over de Nederlanders en de typerende eigenschappen van hun samenleving dacht.
Daarbij speelt mee dat Rentes de Carvalho de snelle welvaartsgroei en de daarop volgende mentaliteitsverandering in de jaren zestig en zeventig meemaakte. Hij heeft de spruitjeslucht nog geroken; hij is nog kostganger bij een ergerlijk bekrompen hospita geweest.
Aardig aan zo’n boek als dit is natuurlijk dat het gelezen kan worden alsof het alleen over al die andere mensen in het land gaat. Het is niet moeilijk het met Rentes de Carvalho’s constateringen eens te zijn. Nagedacht over de betekenis van zijn ideeën heb ik evenwel niet.
Het boek las alleen wel duidelijk als een vertaling uit een taal waarin op een andere manier geformuleerd wordt. Ik ergerde me daardoor soms wat aan de omhaal van woorden die de vertalers nodig hebben om recht te doen aan het originele Portugees.
Die ergernis zal ook wel typisch Nederlands zijn.
J. Rentes de Carvalho, Waar die andere God woont
188 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers 4e vermeerde druk © 1982
Vertaald door August Willemsen en R. Lemm
in: typisch hollands, a-z, vertaald, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J. Rentes de Carvalho-pagina
dinsdag 19 april 2005
Nee, ik haal het eind niet van dit boek. Maar omdat ik uiteindelijk toch nog ruim tweederde gelezen heb, moet er toch iets over gezegd worden.
In De glanzende kiemcel zijn acht lezingen over de aard en de techniek van de poëzie gebundeld, die Simon Vestdijk aan het eind van 1942 hield voor zijn medegevangenen in kamp Sint Michielsgestel. Behalve dat die redevoeringen vanwege de gebruikte retoriek niet prettig om te lezen zijn, is Vestdijk’s poëtica de mijne niet.
Alleen de laatste lezing was aardig, omdat de schrijver daarin laat zien welke afwegingen en keuzes hij maakte bij het schrijven van een gedicht. Dat ik dit gedicht vervolgens niet zo bijzonder vind, doet er verder niet toe.
Simon Vestdijk, De glanzende kiemcel
279 pagina’s
Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar 1991 © 1950
in: basisbibliotheek, boeken over schrijven, a-z, bundels, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Simon Vestdijk-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 19 april 2005
Vademecum betekent: ga met mij mee. Ik vind het een intrigerend woord, al was het maar omdat ik in het woordenboek moest opzoeken waar de klemtonen liggen bij de uitspraak. Vanwege dat andere vademecum eerder deze week kwam deze nog eens uit de kast.
Intrigerend is ook dat dit handboekje over normen en waarden gaat, maar uit de tijd dateert dat Jan Peter Balkenende nog enkel in de gemeenteraad van Amstelveen acteerde. Zijn grootste succes daar was de motie om kroketten geserveerd te krijgen als de vergadering uitliep.
Minder intrigerend is de inhoud van dit boek. Wat alleen al komt omdat er 47 schrijvers aan meegewerkt hebben, waarvan enkelen vrolijk wat passages uit eigen werk recycleden. De uitwerking van de trefwoorden is daarmee enorm wisselend van kwaliteit. Het aardigst waren nog de heiligenlevens waarmee dit vademecum besluit. Koningin Juliana, vadertje Drees, Cornelis Lely, en wielrenner Fedor den Hertog worden kort geportretteerd. En dat was het dan.
Veel wijzer heeft het me niet gemaakt.
John Jansen van Galen, Geert Mak ea red.,
Klein vademecum van de dagelijkse moraal
223 pagina’s
Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar © 1994
in: leerboeken, typisch hollands, a-z, reference, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Jansen van Galen ea red.-pagina
woensdag 20 april 2005
Deze bundel essays leek me consistenter dan de andere boeken van Jaap van Heerden die ik eerder dit jaar las [1] [2]. De centrale idee is al in de titel verwoord, en zeker in de eerste helft van dit boek goed uitgewerkt. Daarna volgen enkele hoofdstukken die eerder boekbesprekingen zijn dan iets anders, en daarmee ineens ook in toon verschillen.
Blijft wel staan dat een boek soms meer vragen oproept dan beantwoordt. Waar Van Heerden misschien wat makkelijk aan voorbij gaat, is de kwestie wat het dan zo aantrekkelijk maakt rotsvast in iets te geloven dat aantoonbaar niet deugen kan.
Of anders, waarom zijn sommige mensen wel geneigd echt van onecht te willen onderscheiden, maar lijkt de meesten dat toch weinig te interesseren?
Van Heerden zou eens een echt boek moeten schrijven, in plaats steeds maar in tamelijk korte stukjes enkel deelaspecten van een groter probleem te behandelen. Maar, misschien is hij juist weer zo slim om te beseffen iets te ontberen dat nodig zou zijn om zo’n monografie te schrijven. Visie heeft meestal ook iets aan dommekracht nodig om overtuigend te kunnen worden. Misschien is het voor een kritsche denker ook wel gewoon onmogelijk om alles vanuit éen theorie te kunnen zeggen.
Jaap van Heerden, Schrikbewind der verzinsels
167 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 1996
in: a-z, essays, aanbevolen 2005, filosofie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jaap van Heerden-pagina
zaterdag 23 april 2005
Nijhoff lezend, formuleer ik voor mijzelf dan toch eens welke poëzie ik mooi vind.
Die gedichten moeten vrijwel zeker vormvast zijn. Rijm hoeft niet per se, maar klankherhaling in welke vorm dan ook, werkt goed. Ritme is bijna een noodzaak.
Maar, dat zijn alleen de uiterlijke kenmerken. Inhoudelijk zie ik dan het liefst een emotie zo verwoord dat die universeel wordt. Of gewoon iets mooi opgeschreven. Of treffend. Of pijnlijk. Of humoristisch opgemerkt.
Nijhoff benadert dit ideaalbeeld weleens, maar lang niet altijd, en ook vind ik zijn gedichten zelden totaal gelukt. Toch komt hij er soms dichtbij, maar meestal speelt ook mee dat de meeste van zijn gedichten al te lang geleden zijn geschreven, voor mij. Uit een andere werkelijkheid ontstonden.
De cyclus “Voor Dag en Dauw”, waar ik hier en daar eerder aandacht aan besteedde, hoort voor mij, samen met stukken uit “Awater“, tot het mooiste wat Nijhoff schreef.
Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten
483 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 1990
in: basisbibliotheek, a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Martinus Nijhoff-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zaterdag 23 april 2005
Mark Deuze is éen van de meer interessante schrijvers over de media in Nederland. Met dien verstande dat ik alle auteurs verwijt zich vooral op deelaspecten blind te staren, en zich daardoor te makkelijk van hun onderwerp af te maken. Ook in dit boek gebeurt dit weer.
Deuze meldt met dit boek een vervolg te bieden op zijn dissertatie uit 2002, die over de Nederlandse journalist ging, maar herhaalt vooral wat hij eerder constateerde. Hoogstens zijn enkele conclusies verder uitgewerkt; zoals de opmerking dat op de redacties van nieuwsmedia te weinig nazaten van immigranten werken.
Anderszijds blijft het soms verbijsterend om te lezen wat Deuze vindt als hij de journalistiek ontleedt. Vooral de hoge eigendunk binnen het métier is vaak lachwekkend. Zo blijkt uit een enquête binnen de beroepsgroep dat ruim de helft van de journalisten zich chef van het éen of ander noemt, terwijl hoogstens een kwart daadwerkelijk een leidinggevende functie heeft.
De schrijver herhaalt de constatering uit zijn dissertatie dat er op de meeste redacties nauwelijks doorstroming is, en dat nieuwe krachten geselecteerd worden om maar vooral niet op te vallen in zo’n stilstaande poel. Helaas komt Deuze niet zo ver ons echt uit te leggen wat dat betekent voor de berichtgeving van dergelijke media; zijn conclusies blijven impliciet.
Een andere schokkende mededeling was dat de 150 parlementaire journalisten in Nederland zogezegd het nec plus ultra binnen het métier vertegenwoordigen. Hoger is blijkbaar niet te bereiken in het vak.
Deuze zal die opmerking niet als diskwalificatie van de beroepsgroep bedoeld hebben, maar zo vat ik zijn conclusie wel op. Het is al zo bedroevend dat alle gekeutel op het Binnenhof zo veel aandacht schijnt te moeten trekken. Alle politieke beslissingen die er toe doen, zijn allang in het adviescircuit daarbuiten genomen. Dat daar zo zelden iets over gezegd wordt, toont al aan dat de parlementaire journalistiek zijn werk niet verstaat. Dus, op welke gronden vormen de geheugenloze relzoekers die de Haagse politiek verslaan dan in vredesnaam de eredivisie? En wat betekent dit dan voor verslaggevers in de onderbond?
Nee, de journalistiek is in dit boek weer te zeer als verschijnsel geïsoleerd, om mij waardevolle nieuwe inzichten op te leveren. Dat blijkt alleen uit bovenstaand voorbeeld al.
Mark Deuze, Wat is journalistiek?
Studies voor het Bedrijfsfonds voor de pers / S12
232 pagina’s
Uitgeverij Het Spinhuis © 2004
in: a-z, media, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Mark Deuze-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 24 april 2005
Er bestaat in de journalistiek éen boek dat volgens velen hét toonbeeld van observatie en beschrijvingskunst is. Dit heet McSorley’s Wonderful Saloon, dateert uit 1943, en is van de Amerikaanse schrijver Joseph Mitchell. Nog steeds noemen Nederlandse columnisten het als bron van inspiratie.
In de dagen voordat internet de oneindige boekhandel werd, heb ik nog moeite gedaan dit boek te pakken te krijgen. Als ik het goed herinner was er volgens de universele catalogus maar éen exemplaar in een Nederlandse universiteitsbibliotheek voorhanden. En dat kwam niet, toen ik het had aangevraagd.
Toen ik via internet boeken begon te kopen, was het niet leverbaar.
Op het moment trouwens wel.
Maar, omdat ik er al zo lang op vlas McSorley’s Wonderful Saloon eens te lezen, is er ook huiver gegroeid dat het boek misschien tegen zal vallen. Daarom was het een uitkomst dat ik de vertaling van Joe Gould’s Secret in de ramsj tegenkwam. Kon ik in ieder geval eens zien of Joseph Mitchell werkelijk zo’n goed waarnemer is.
Alleen viel dat nog niet mee. Hoewel het verhaal over de dakloze bohémien en chroniqueur Joe Gould op zich zeker interessant is, wordt het in dit boek tweemaal verteld. En dat is er net te veel aan.
Bovendien viel de vertelkunst van Mitchell me wat tegen.
Daarom heb ik de moeite genomen om te onderzoeken of het aan de vertaling lag. En, hoewel die op zich weinig sprankelend is, doet die nu ook weer niet zo veel af aan het origineel. Waardoor ik waarschijnlijk nu maar eens moet besluiten dat andere boek, McSorley’s Wonderful Saloon, niet te gaan lezen. Dromen hoeven niet te worden doorgeprikt.
Joseph Mitchell, Het geheim van Joe Gould
223 pagina’s
Uitgeverij Atlas 2001 © 1942 oorspronkelijk
in: a-z, [auto]biografisch, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joseph Mitchell-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 24 april 2005
Zo matig vertaald is dit stripboek, dat ik vaak uit het Nederlands terugredeneer naar het Engels om de grap te reconstrueren. Zo heet de krant die de vogels in deze strip maken in het Nederlands De Kletsmeier, waar dat in het origineel The Tree Top Tattler is.
Maar goed, om de taalgrapjes ging het me ook niet om toen ik dit boek ooit kocht.
Sommige tekeningetjes zijn zo goed. De lijntjes zo plezierig los met het penseel op papier gezet. Ik krijg er zin van zelf weer te gaan tekenen. Dat telt.
De strips in deze Nederlandse vertaling dateren uit de beginperiode 1978 en 1979. MacNelly overleed in 2000, aan kanker. Shoe werd toen als reeks door anderen voortgezet, en heeft zo af en toe nog wel eens een aardige aflevering, maar is veranderd. En in mijn ogen minder.
Toen:

Tegenwoordig:

Jeff MacNelly, Het eerste Shoe boek
91 pagina’s
Uitgeverij KIM © 1985
in: a-z, humor, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeff MacNelly-pagina
maandag 25 april 2005
Draaisma zet in dit boek twee discussies achter elkaar, waarvan de eerste in een impasse vastliep, en de tweede daartoe neigt.
Het eerste debat gaat over de vraag of dieren een bewustzijn hebben. Die kwestie werd opgeroepen door Descartes, in zijn Discours de la méthode, en zorgde indertijd voor enige lucht. Hij zei dat dieren enkel machientjes zijn, wat als implicatie had dat ze straffeloos te misbruiken waren.
In de aanloop tot dit discussiepunt besteedt Draaisma veel tijd aan een onderzoek naar welke machines Descartes in gedachten kan hebben gehad. Klokken leken toendertijd nog wel het meest geavanceerd.
De tweede discussie is het huidige twistpunt binnen de studie van de Kunstmatige intelligentie (AI) of machines werkelijk denken, danwel een bewustzijn kunnen hebben. Dit gedeelte raffelt de schrijver wat af, hoewel zeker de basiskennis wordt aangedragen. De Turing-test komt langs, Weizenbaum’s menselijk reagerende computerprogramma Eliza, Searle’s Chinese room argument; kortom wat ieder denkend mens over computerintelligentie hoort te weten.
Ik wist dat dus al.
Dus nee, ik merkte al heel veel boeken te hebben gelezen waarin dezelfde onderwerpen behandeld zijn. Dat valt Draaisma moeilijk te verwijten. En te complimenteren is zeker dat hij die twee discussies naast elkaar zet. Hoewel hij daar vervolgens niet heel veel mee doet, helaas.
Douwe Draaisma, Het verborgen raderwerk
Over tijd, machines, en bewustzijn
205 pagina’s
Uitgeverij Ambo © 1990
in: a-z, kennis, filosofie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Douwe Draaisma-pagina
maandag 25 april 2005
De grappen van deze strip zijn niet leuk genoeg om er twee boeken lang van te kunnen genieten.
Jeff MacNelly, De andere Shoe
91 pagina’s
Uitgeverij KIM © 1987
in: a-z, humor, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeff MacNelly-pagina
woensdag 27 april 2005
Het bestaat dus toch, een Nederlandse auteur die een documentaire op papier maakt. Kagie combineert in dit boek reportage met sociaal-economische geschiedenis en trendwatching. Dat maakt dit boek heel levendig.
Maar, vergeleken met mijn grote voorbeeld John McPhee, blijft Kagie aan de oppervlakkige kant in zijn beschrijvingen. Dit komt waarschijnlijk omdat hij zo veel onderwerpen achter elkaar wil behandelen.
En, voor een boek over de vrijetijdsindustrie, of de verpretparking van het openbare leven, doet hij soms merkwaardige keuzes. Zo krijgt het fileprobleem nogal wat pagina’s aandacht, terwijl daarvoor enkel een zijdelingse reden is. Weliswaar schijnt de helft van alle kilometers die in de auto worden afgelegd naar een recreatieve bestemming te leiden, ik neem toch aan dat mensen die daartoe in staat zijn de files zullen vermijden.
In contrast daarmee staat dan weer de geringe aandacht voor het vermaak thuis, zoals lezen, televisiekijken of computergebruik.
De bedrijfstak die met zijn relaxhuizen adverteert, komt ook al niet aan bod. Terwijl er tegenwoordig toch een trend zichtbaar is dat vrije tijd met inspanning gevuld moet worden.
Maar, dit neemt niet weg dat veel van wat er wel in staat een duidelijke context heeft gekregen, waardoor de beschreven ontwikkelingen ook goed begrijpelijk worden. Of het er nu om gaat waarom Amerikaanse opgezette shopping malls hier meestal mislukken, of waarom elk café éen bepaald publiek trekt, het staat er allemaal in.
Dit boek is vooral aardig om de vele feitjes die er door het lopende verhaal gestrooid worden, wat mij betreft. Om er éen te noemen: dat overheden hier pas laat in de jaren tachtig beseften dat toerisme niet alleen een zaak van de markt was, maar dat het ook in macro-economische zin loonde om promotie voor een stad of een regio te maken.
Rudie Kagie, 24 uur
Hoe Nederland de vrije tijd ontdekt
367 pagina’s
Uitgeverij Mets & Schilt © 2002
in: economie, typisch hollands, a-z, politiek
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudie Kagie-pagina
donderdag 28 april 2005
Hoewel ik dit boek eerder gelezen had, en mijn exemplaar achterin uitpuilt met krantenknipsels van en over de schrijver, was me helemaal ontschoten dat het een roman is. Merkwaardig genoeg had ik dus wel de inhoud van Keizer’s betoog in de kern onthouden, maar niet de vorm.
Fictie kan trouwens misschien ook wel beter waarheden vertellen, dan monografieën die voor de helft uit voetnoten bestaan. Als het ergens schuurt, kan in een roman voelbaar worden gemaakt hoe het daardoor schrijnt.
De hoofdpersoon van dit boek is als arts aan het minstbedeelde kant van de gezondheidszorg terecht gekomen, in een verpleeghuis. Alles draait in de geneeskunde om diagnostiek, genezing en zorg lijken er nauwelijks toe te doen. Miljarden worden er weggesmeten aan kankeronderzoek dat nooit iets oplevert. Ondertussen kunnen de mensjes in de verpleeghuizen niet eens een eigen kamer krijgen in hun ellende. Daar zit duidelijk iets scheef.
Er gaan in Het refrein is Hein tal van mensen dood, al dan niet geholpen door de hoofdpersoon. Euthanasie is ook bijna de enige actieve genezing die de verpleeghuisartsen kunnen bieden aan het type patiënten die ze binnen krijgen. Verder is het zien de pijn en het lijden draaglijk te houden.
Ondertussen houden de doktoren zich door een professionele distantie overeind, vaak gevoed door galgenhumor. Toch worden ook zij weleens emotioneel, al mag dat dan hoogstens twee keer per jaar.
Keizer heeft met Het refrein is Hein een even wreed als prachtig boek geschreven. Nog even afgezien van de euthanasie-kwestie als onderwerp, is het erg bijzonder dat in de Nederlandse literatuur eens professionals aan het woord komen die realistisch praten over de valse pretenties in hun métier.
Bert Keizer, Het refrein is Hein
Dagen uit een verpleeghuis
316 pagina’s
Uitgeverij SUN © 1994
in: a-z, aanbevolen 2005, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bert Keizer-pagina
vrijdag 29 april 2005
Zijn er schrijvers die ik ben blijven lezen sinds mijn tienerjaren? Het kunnen er nooit veel zijn. Gerrit Komrij las ik al, want die stond op mijn leeslijst. Bommel, maar daar komen al tijden geen nieuwe afleveringen meer bij. En uiteindelijk denk ik verder alleen Bob den Uyl nog. Ook al iemand die enige tijd is uitgeschreven.
Ik heb al vijftien jaar een lijstje met boekentitels in mijn portemonnee waarop de titels van Den Uyl staan die ik nog altijd niet heb. [Wat fietst daar? bijvoorbeeld. Iemand?] Dat komt omdat hij me altijd weer een goed humeur geeft door zijn ‘ijzige geouwehoer’ [dixit Komrij].
Vooral de boeken waarin Den Uyl in zijn eentje op stap gaat, en overal eigenlijk niets meemaakt, kan ik eeuwig herlezen. Zoals Een zwervend bestaan, waarin in 26 episodes nauwelijks iets van naam gebeurt, maar de schrijver wel uitgebreid zo zijn gedachten daarover etaleert.
De laatste jaren verschenen er ineens herdrukken met geselecteerde verhalen uit zijn werk op de markt, allemaal met een lollige karikatuur op de voorkant. Toch is dat net niet goed. Zo lollig of cartoonesk is hij niet.
Bob den Uyl, Een zwervend bestaan
184 pagina’s
Uitgeverij Querido 1989 © 1977
in: a-z, humor, fictie nederlandstalig