Inhoud mei 2005:

Saul Bellow · Actual

Willem Frederik Hermans · Mondelinge mededelingen

Willem Frederik Hermans · Dinky toys

Willem Frederik Hermans · Scheppend nihilisme

Maarten 't Hart · Deerne in lokkend postuur

Emile Brugman, Martin Ros red. · Ik herinner mij

Magistrale vernuft

Pé Hawinkels · Verzamelde gedichten

Dubravka Ugresic · Ministerie van pijn

Herman Bleich · Herman Bleich: ein echter Niederländer

Joseph Brodsky · Herfstkreet van de havik

Paul Auster · Invention of Solitude

Peter de Wit · Sigmund. Dertiende sessie

Kamagurka · Handenarbeid

Elisabeth Eybers · Wintersurplus

Geert Mak · Gedoemd tot kwetsbaarheid [Nagekomen Flessenpost]

Wim de Bie · Boekcorner van… Goos Verhoef!

Hans Achterhuis · Markt van welzijn en geluk

Paul Auster · Hand to Mouth

Gerrit Komrij & Willem van Malsen · Paleizen van het geheugen

Gerrit Komrij · Kijken is bekeken worden

Geerten Meijsing · Grachtengordel

Bill Watterson · Calvin and Hobbes Tenth Anniversary Book

Dirk van Weelden · Looptijd

Peter Winnen · Van Santander naar Santander

Gijs Groenteman · Ischa

Dennis Potter · Potter on Potter

Jan Brokken · Spiegels

Koos van Zomeren · Zomer

Willy Voet · Prikken en slikken

Willem Frederik Hermans · Richard Simmillion

Lars Gustafsson · Raadselachtige verdwijning

Joris Moens · Zondagskind

Saul Bellow · Actual

For those of you who are in the illusion I read everything very fast and superficially, that does not happen always. I had already taken up this book more than three weeks ago. And even though it is only somewhere around 20,000 words long The Actual really took all this time to finish it.

That I did not like it that much had something to do with it.

For a book about love, The Actual had far more implicit love in it than any outspoken affection. However, okay, I can live with that. Understatement works for me.

There just was not much in it otherwise. The Chicago described looked strangely timeless. Apart from the use of a cellular phone, the story could have taken place in the 19th century. And the object of love just isn’t that remarkable a woman. At least, it doesn’t become clear why the main character is attracted to her; apart from the memories they share from the time, they were high school lovers, many decades before.

Unless Bellow states here that love is just a necessary illusion, which maybe doesn’t have much to do with how the significant other is.

Saul Bellow, The Actual
a novella

104 pages
Viking Penguin © 1997

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Saul Bellow-pagina

Willem Frederik Hermans · Mondelinge mededelingen

Een bundeling van vier van Hermans’ lezingen, waarvan de eerste over ‘Oorlog en literatuur’ hoogst toepasselijk bleek dezer dagen. De aandacht voor het jubileum van Beatrix is nog niet verstomd, of hup het is alweer Tweede Wereldoorlog alom, vanwege het einde zestig jaar geleden. Maar, eindelijk vind ik eens ergens een uitspraak die mijn haat over dit thema verwoordt. Hermans vergelijkt de boeken die over WOII zijn geschreven per land, en noemt de Nederlandse literatuur daarover éen van bijna alleen maar slachtofferromans.

Waarschijnlijk zit me dat verongelijkte slachtoffertoontje dwars; het idee dat alles de schuld van de bezetters was, terwijl de eigen gezagsgetrouwheid voor die nieuwe machthebbers genegeerd wordt.

De andere drie lezingen gaan over fotografie, schrijvers en auteursrecht, en de eerste zinnen van romans.

Willem Frederik Hermans, Mondelinge mededelingen
88 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij © 1987

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Frederik Hermans-pagina

Willem Frederik Hermans · Dinky toys

Aforismen of oneliners zijn de bonbons van de taal, maar vreet een doos vol achter elkaar op en misselijkheid is het resultaat. Laat staan dat het daarna nog mogelijk is te vertellen wat het totaaloordeel over het aanbod was. Ik zal daarom volstaan met het citeren van enkele goed geschreven zinnen van Hermans waar ik ditmaal nadrukkelijk mee instemmen kon. Een volgende keer kan dat best eens anders zijn.

Nergens is het aanzien dat de groep in zijn geheel geniet zozeer gebaseerd op de werkelijke verdiensten van enkele hoogst schaarse uitzonderingen, als onder professoren.

Om überhaupt contact met je gezelschap te hebben, gedwongen zijn steeds over onderwerpen te klesten die je maar matig interesseren, of helemaal niet en, wat erger is, er dan ook nog alleen over kunnen zeggen wat de anderen, hoop je, ook al hadden gedacht. Dit wil zeggen: praten zonder zelf aan het woord te komen. Behalve schrijvers en profeten vinden alle mensen dit heel gewoon, verstandig en beleefd, neem ik aan.

… een van die romans, die je nauwelijks durft uit te lezen, voortdurend denkend: als ik zelf ook eens zo beroerd schreef in het oog van een ander…

Het kost soms moeite de angst te overwinnen dat schrijven in een klein taalgebied toch wel zoiets moet zijn als schaken op een bord met minder velden dan de gebruikelijke vierenzestig.
Het valt buiten de internationaal geldende spelregels en je kunt al gauw nergens meer naartoe met je stukken.

Willem Frederik Hermans, Dinky Toys
112 pagina’s
Uitgeverij Harmonie © 1988

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Frederik Hermans-pagina

Willem Frederik Hermans · Scheppend nihilisme

Een geleend boekomslag ditmaal, die aan een website gelinkt is. De interviewbundel Scheppend Nihilisme staat helemaal online, en van het scherm is die ook grotendeels gelezen. Ook heb ik een paar interviews afgedrukt.

Ik heb dit boek eerder gelezen, veel eerder. En waar ik toen de interviews met W.F. Hermans misschien las als de portretten van een wonderbaarlijk man, was dat nu anders. Niet om me op dezelfde hoogte te stellen als hem, maar nu ik wat ouder en belezener ben, mijn eigen ervaringen heb met het universiteitsleven en het doceren van studenten, worden sommige van Hermans’ ideeën beter door mij herkend.

Wat Hermans over de Nederlandse literatuur zegt, in het interview dat Rein Bloem hem afnam, ruikt waar:

Maar Nederland - en dat is voor de kunst erg naar - is eigenlijk veel te goeiig. Als hier een slechte toneelvoorstelling is, dan zul je nooit hebben dat de mensen met eieren gaan gooien, dan wordt er toch wel geklapt. Daarom maakt het toneel het zich ook te gemakkelijk en is het een opgeklopte zaak. Als u een winkeltje had - en het is toch een typisch Nederlandse zaak om een winkeltje te hebben - dan zou u twee dingen doen: goedkoper verkopen en dingen die een ander niet heeft verkopen, anders gaat u failliet. Die mentaliteit mist de Nederlandse kunstenaar, dingen doen die een ander niet doet.

Nee, zo’n mateloze bewondering als mijnheer Ellingmann voor W.F. Hermans heeft, heb ik niet. Maar na het lezen van een paar interviews uit dit boek soms toch bijna wel.

Maar dan bedenk ik me dat zijn laatste romans zo matig geschreven zijn, met de achterkant van het potlood op papier gezet, en stikken van de nodeloze herhalingen.

Toch, als het dan alleen om de hoogtepunten in iemands werk gaat, reikt Hermans wel heel ver.

Frans A. Janssen red., Scheppend Nihilisme
interviews met Willem Frederik Hermans
samengesteld en ingeleid door
frans a. janssen

381 pagina’s
De Bezige Bij © 1983

in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Frederik Hermans-pagina

Maarten 't Hart · Deerne in lokkend postuur

Nee, echt zware literatuur mag het niet heten wat ik lees op het moment. Zo’n dagboek als dit is totaal ongevaarlijk. Licht vermaak. Maarten ’t Hart haat reizen, en doet verder ook geen vreselijk spannende dingen thuis zo’n jaar lang. Hij wroet wat in de klei, is naarstig in de weer met zijn gezondheid, en schrijft ondertussen ook nog een boek over Bach voor drogisterijketen ’t Kruidvat.

Uit de grote boze buitenwereld komen alleen beelden van de strijd in Kosovo door. Maar, de televisie gaat stuk.

Aardigst aan dit dagboek zijn nog de kleine essaytjes die ’t Hart elke maand even aan een deelonderwerp wijdt. Al zijn sommige onderwerpen elders ook al eens aan bod gekomen; zoals zijn onvermogen het rijbewijs te halen, of dat hij weleens in vrouwenkleren rondloopt – de grote gekte. [De titel van dit boek is overigens een uitspraak van Multatuli over een bepaald soort taalgebruik].

Voor mij het interessantst waren zijn uitweidingen over romans en poëzie. Of zijn klacht, die ik onderschrijf, hoe vervelend het is dat literatuurcritici altijd dezelfde titels in de canon zetten, alsof er nooit iets anders van waarde geschreven werd dan die vijftig uitgekauwde toppers.

Toch, ook ’t Hart zelf hoort voor mij tot de schrijvers van wie ik met enthousiasme al zijn columns, essays en ook korte verhalen lees, maar wiens romans mij niet vreselijk kunnen boeien. Zonder dat me precies duidelijk is waarom die boeken me zo onverschillig laten.

Maarten ’t Hart, Een deerne in lokkend postuur
Persoonlijke kroniek 1999

262 pagina’s
Uitgeverij Arbeiderspers, Privé-domein, 2000

in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Maarten 't Hart-pagina

Emile Brugman, Martin Ros red. · Ik herinner mij

44 auteurs schreven hun herinneringen op, met als aanleiding de uitspraak van George Perec:

Je me souviens

Alleen het aantal schrijvers al maakt deze bundel wisselvallig van kwaliteit. Bovendien werden vooraf blijkbaar geen afspraken gemaakt van wanneer die herinneringen moesten dateren. Niet iedereen heeft het daarom over zijn of haar jeugd. Sommigen beperken zich zelfs maar tot éen enkel fragment.

Dus, hoe aardig sommige herinneringen ook zijn, een dwingender kader had ze waarschijnlijk interessanter gemaakt. Nu stond elke bijdrage te los van de andere.

Zie over dit thema trouwens ook mijn eigen herinneringen uit de tijd van voor ik kon schrijven

Emile Brugman, Martin Ros red., Ik herinner mij
216 pagina’s
Uitgeverij Arbeiderspers, Privé-domein, © zonder jaartal

in: a-z, [auto]biografisch, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Emile Brugman, Martin Ros red.-pagina

Magistrale vernuft

Wat maakt de ene verzameling herinneringen zo veel meer de moeite waard dan de andere? De bijdragen aan dit boek zijn geschreven voor Rudy Kousbroek, bij zijn vijfenzestigste verjaardag. Dat alleen al blijkt dwingend genoeg te zijn om ze een aangename consistente toon en te geven, hoe verschillend de herinneringen ook mogen zijn.

Aardig is vooral de bijdrage van Marja Roscam Abbing, die mijmert wat jeugdherinneringen van anderen nu precies de moeite waard maakt. Algemene gebeurtenissen terug kunnen halen, is eigenlijk veel mooier dan speciale, stelt ze daarbij. En herinneringen met een duidelijke clou zijn vervalsingen van de werkelijkheid.
Het gaat ook niet om het verhaaltje. Veel belangrijker is het proces, de emoties die bij de verteller opwellen bij het ophalen van de herinneringen.

En ook zijn er herinneringen die verder niemand hoeft te kennen. Ze slijten in het gebruik, ze worden minder waar door ze aan anderen te vertellen.

Desalniettemin.

Zie over dit thema trouwens ook mijn eigen herinneringen uit de tijd van voor ik kon schrijven

Het magistrale vernuft
Jeugdherinneringen voor Rudy Kousbroek

180 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1994

in: a-z, [auto]biografisch, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | 

Pé Hawinkels · Verzamelde gedichten

Wat te zeggen over de gedichten van Pé Hawinkels, dorpsgenie te Nijmegen maar nooit echt erkend daarbuiten? Omstreden vertaler van Duitstalige klassieken en schrijver van liedteksten voor Herman Brood?

Er was iets met zijn werk dat mij buiten sloot. Alsof ik vertalingen voorgezet kreeg uit een literatuur met een heel andere talige werkelijkheid.

Misschien is het heel simpel, en pasten zijn gedichten perfect in een tijd die de mijne nog niet was. Wat ze daarmee nu dan verouderd zou maken.

Waarschijnlijker is dat Hawinkels’ opvattingen over literatuur en taal de mijne niet zijn. Maar goed, het blijft merkwaardig iemand vooral van reputatie te kennen, vaak vrienden in bewondering over hem te hebben horen spreken, om dan te ontdekken dat er helemaal niets aan is. Ik achtte het altijd merkwaardig dat Komrij maar twee van Hawinkels gedichten had opgenomen in zijn grote bloemlezing. Nu vind ik het ineens knap dat hij die twee nog heeft weten te vinden.

Enfin.

Pé Hawinkels, Verzamelde gedichten
388 pagina’s
Uitgeverij De Stiel © 1988

in: a-z, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Pé Hawinkels-pagina

Dubravka Ugresic · Ministerie van pijn

Dit is een roman over ballingschap en verlies, terwijl daar toch vrijwel steeds over gezwegen wordt. En waar ik normaal het liefst heb dat schrijvers laten zien wat er gebeurt door personages te laten handelen, is dit een uitzondering op die regel. Ugresic vertelt vooral, maar meestal over zaken waar het niet direct om gaat.

Ministerie van pijn is een rijk boek, meer omvattend waarschijnlijk dan ik bij eerste lezing besefte.

Belangrijkste thema voor mij was de impliciete constatering dat zij die uit Joegoslavië vluchtten nooit meer terug kunnen gaan. Niet alleen is het land uiteengevallen, ook is de taal inmiddels veranderd.

De hoofdpersoon in het boek is een gastdocente in de Servo-Kroatische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Maar, alleen in oude handboeken zal die literatuur nog zo worden aangeduid. Zonder dat Ugresic daar nu zo zeer op in gaat, zal elk van de nieuwe staten zijn eigen geschiedenis herschrijven, en daarmee zijn eigen cultuur willen claimen.

Alleen, wat betekent dit voor het lespakket die studenten moeten krijgen, als daaronder vooral vluchtelingen zijn?

Ik heb inmiddels bijna alles van deze schrijfster gelezen wat in het Nederlands of Engels te verkrijgen is, door dit artikel als directe aanleiding . In die zin is haar thematiek me vertrouwd. En zelfs al vind ik haar misschien beter in het schrijven van beschouwende stukken dan in romans, toch zal dit boek me lang bijblijven.

Dubravka Ugrešić, Ministerie van pijn
288 pagina’s
Uitgeverij De Geus © 2005

in: a-z, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dubravka Ugresic-pagina

Herman Bleich · Herman Bleich: ein echter Niederländer

Vaste volgers van dit boeklog zal inmiddels misschien duidelijk zijn dat in elk geval éen onderwerp regelmatig terugkomt in wat ik lees. Nederland. Of beter, dat wat allemaal door moet gaan voor De Nederlandse identiteit. Niet dat ik daar nu zo zeer zelf mee worstel, maar vooral omdat ik benieuwd ben wat anderen daar allemaal onder verstaan.

Bij de plots opgekomen aandacht voor politiek correcte canons heb ik mijn bedenkingen.

Dus, als iemand al in de titel “ein echter Niederländer” genoemd wordt, maakt mij dat nieuwsgierig.

Bleek alleen al snel dat ik beter een boek van Herman Bleich zelf had kunnen kiezen, dan een boek dat voor hem geschreven werd bij zijn vijfenzeventigste verjaardag. Het is éen ding om steeds te horen dat iemand vaak terecht als journalist kritische vragen durfde te stellen aan de boven ons gestelden; interessanter zou het zijn hoe iemand zelf die eeuwige drang tot contramine ziet.

Desalniettemin, interessante man.

Anet Bleich en Max van Weezel, Herman Bleich:
ein echter Niederländer

154 pagina’s
Uitgeverij Kok Agora © 1994

in: typisch hollands, a-z, politiek, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Bleich-pagina

Joseph Brodsky · Herfstkreet van de havik

Er is een soort stem die ik haat met de passie van een vurige zon. Het is de valse stem die menig dichter opzet bij het declameren van zijn verzen, om maar goed uit te laten komen wat voor kunst er komt. De gezwollen dichtersstem. Het geluid van een aansteller.

Maar, als Joseph Brodksy zijn gedichten voordroeg, ging hij nog verder. Zijn stem kreeg zelfs iets priesterlijks bezwerends; ineens sprak daar een sjamaan die aan de taal ook nog muziek en lading meegaf.

Dat nu, vind ik prachtig. Misschien wel omdat ik het Russisch niet versta, en daardoor niet word afgeleid door de inhoud van wat hij zegt.

Alleen, gebrek aan kennis van het Russisch houdt ook in dat ik voor het lezen van zijn poëzie gedwongen ben vertalingen ter hand te nemen. En een vertaald gedicht is altijd een ander gedicht, zelfs als de vertaling van een collega-dichter komt.

Dat ook maakt dat het beoordelen van vertaalde bloemlezing uit iemands werk vrijwel onmogelijk is. Het enige wat me rest, is Brodsky lezen in vertalingen die ik wel begrijpen kan; de gedichten te omsingelen zonder er ooit helemaal bij te kunnen komen.

Heel soms is dat genoeg.

Joseph Brodsky, De herfstkreet van de havik
Een keuze uit de gedichten 1961 - 1986
249 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij © 1997

in: a-z, vertaald, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joseph Brodsky-pagina

Paul Auster · Invention of Solitude

Auster thinks that coincidences have some sort of important meaning, and I think coincidences are simply explainable by elementary laws of probability. See here the reason why I can’t read his new books anymore.

Turns out, he already celebrated some coincidences in this book, his debut, although he did not make such a fuss about them yet as he later would come to do.

But, I always liked this book.

In the first part of The Invention of Solitude Auster recollects his memories and feelings for his father, after this selfish man died. The second part, called ‘The Book of Memory’ deals with his own failings as a father, and the early stages of his career in writing. And especially these musings I will reread every ten years or so.

Thought for today, a quote from page 136:

Every book is an image of solitude. It is a tangible object that one can pick up, put down, open, and close, and in its words represents many months, if not years, of one man’s solitude. A man sits in a room and writes. Whether a book speaks of loneliness or companionship, it is necessarily a product of solitude.

Because, if a book is an image of solitude, what would that make a weblog with book reviews?

Paul Auster, The Invention of Solitude
173 pages
Faber and Faber 1992 © first printed 1982

in: a-z, [auto]biografisch, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Auster-pagina

Peter de Wit · Sigmund. Dertiende sessie

De Twaalfde verzamelband met krantenstrips over dit cynische psychiatertje viel al niet mee. De Dertiende bleek nog minder.

De leuk bedoelde avonturen van Sigmund als hulpje van bondscoach Advocaat, tijdens het Europees Kampioenschap voetbal in Portugal, vormden wel het absolute dieptepunt in dit album.

En dan nog, grappen maken over de zorgsector of de eeuwige behoefte van mensen om te zeuren over hun leven is terecht. Daar zo lang mee door gaan, betekent dat ik de variaties op de thema’s inmiddels wel doorzie, en nu dus afhaak.

Wat in een krant allemaal best kan met éen aflevering per dag, moet wel winnen bij verzameling. Maar dit boek legt alleen de clichés in de aanpak bloot. Nog niet eens de aanzet tot een glimlach was er, mijn lippen krulden zich hoogstens tot een gaap.

Peter de Wit, Sigmund: Dertiende sessie
72 pagina’s
Uitgeverij De Harmonie © 2004

in: a-z, humor, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter de Wit-pagina

Kamagurka · Handenarbeid

Dit boek is zo dik en bevat zo veel cartoons en andere visuele grappen, dat ook de makers blijkbaar het overzicht verloren zijn. Sommige cartoons staan er namelijk meerdere malen in, maar dan steeds wel net iets anders getekend.

Desalniettemin, dat mag hoogstens een schoonheidsfoutje heten.

De tekeningen van Kamagurka roepen niet zelden weerstand op in Nederland. Vooral onder de bedaagde lezers van NRC-Handelsblad die niet willen begrijpen dat cartoonisten de vrijheid hebben over alles grappen te maken.

Ik houd van Kamagurka. Vooral om zijn verpletterend absurde blik en zijn tomeloze productie. Ook al is driekwart van zijn grappen te flauw voor woorden, dan nog blijft er heel wat over dat wel de moeite waard is.

Maar goed, leg in een geschreven recensie maar eens uit waarom tekeningen van dieren in burkha’s vreselijk grappig zijn. Of waarom zelfs tips voor schapenneukers de absolute meligheid overstijgen en werkelijk grappig worden.

Kamagurka, Handenarbeid
240 pagina’s
Uitgeverij De Harmonie © 2004

in: a-z, humor, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kamagurka-pagina

Elisabeth Eybers · Wintersurplus

Intrigerend aan deze bundel van de Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers is de tweetaligheid ervan. Op de linkerpagina’s staan de gedichten in het Afrikaans, rechts die in het Engels. Zo naast elkaar gezet, wordt duidelijk hoe veel vrijheden de dichteres neemt om haar eigen woorden te hertalen.

Daarbij is steeds een vraag in welke taal het gedicht er eerst was. En ook hoe zeer de frasering in de ene taal die in de andere taal beïnvloedde.

Dus, behalve dat ik poëzie las, deed dit boek me ook meermalen nadenken over de eigenschappen van de verschillende talen die ik ken.

En, dat is niet gering. Al zijn er interessanter bundels door haar uitgebracht, en is grasduinen in haar verzameld werk misschien nog wel het alleraangenaamst.

Met verloop van tyd gaan alles verby
wat verdrietig maak en tewens ook bly
is daar dan in godsnaam niks wat bly
tensy jy dit op papier kan kry
wat selde luk dus raai ek jou aan
laat die fatale tyd maar begaan
tot jy eendag – al is dit ondenkbaar nou –
alles laat vaar en die res behou

Stream of consciousness

As times goes by it all disappears
the things that delight and those bringing tears
does damn-all survive unless it’s by dint
of getting it somehow pushed into print
hardly ever hitting the nail – I suggest
you leave time to follow it’s own behest
until that day – don’t ask how or why –
everything’s dropped and the rest is put by

Elisabeth Eybers, Wintersurplus
55 pagina’s
Uitgeverij Querido © 1999

Bewussynstroom

in: a-z, poëzie, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Elisabeth Eybers-pagina

Geert Mak · Gedoemd tot kwetsbaarheid [Nagekomen Flessenpost]

De ironie van het hele debat rond het pamflet van Geert Mak is dat hij oprecht dacht Ayaan Hirsi Ali te moeten waarschuwen. Gebruik niet dezelfde methoden als de Nazi’s in hun propaganda toepasten, schreef hij in Gedoemd tot kwetsbaarheid. En vervolgens reageerde nogal wat mensen totaal overspannen op die ene verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog.

Lezen blijft moeilijk. Wie zei ook alweer dat in Nederland slechts tien procent van de bevolking functioneel analfabeet is?

Misschien is dat de reden dat Mak steeds stil bleef over alle aantijgingen, en nu pas reageert met een lang stuk in De Groene Amsterdammer. Dit artikel zal overigens ook weer apart als pamflet in de boekhandel komen, onder de titel ‘Nagekomen Flessenpost’.

Bovendien kwam Geert Mak éen en ander ook op televisie toelichten, in het NCRV-programma Rondom Tien. Deze uitzending is via internet te bekijken voor wie dat wil, maar ik zou dat hoogstens om éen reden doen. Bekijk vooral eens wat in Nederland voor discussie moet doorgaan.

Wat wond iedereen zich weer nodeloos op, om de eigen interpretatie van andermans denkbeelden vooral.

Ook Mak’s repliek in de Groene valt tegen. Van de vijftig vragen die AD-redacteur Carel Brendel hem stelde in een open brief, worden maar enkele beantwoordt. Van acht opmerkingen in zijn eerste pamflet wil Mak nog net toegeven dat die feitelijk onjuist zijn geweest.

Opvallend is ook dat hij toegeeft stilzwijgend in latere drukken van Gedoemd tot kwetsbaarheid alvast fouten te hebben verbeterd.

Maar, mijn grootste probleem met deze repliek, en daarmee misschien ook wel met zijn eerste pamflet, is dat Mak onvoldoende onderkent hoe het publieke debat werkt in Nederland. Zijn these dat politici en mediageile publicisten in Nederland een sfeer van angst creëren, is in beide stukken onvoldoende onderbouwd, zo vind ik nu. In Gedoemd tot kwetsbaarheid vermeed hij vrijwel steeds namen te noemen en rugnummers te geven. De repliek geeft daar wel wat meer van, maar nog steeds niet gestructureerd en zeker niet volledig.

Bovendien gaat het er nu net ook om hoe het beeld dat van de werkelijkheid gegeven wordt zich tot de eigenlijke werkelijkheid verhoudt.

Het wordt zo langzamerhand een stokpaardje van mij op dit weblog, maar ik moet het toch maar eens schrijven. De media focussen op het moment vooral op instanties die niet de werkelijke beslissingsmacht hebben. Dat zijn vooral enkele poppetjes uit het kabinet, en een stuk of tien parlementariërs.

Toenmalig minister Peper schreef nog in een essay: het primaat moet naar de politiek terug. Wat alleen maar bevestigd dat de echt belangrijke besluiten niet meer in Den Haag worden genomen.

En, als het parlement ergens dan wel aandacht besteedt, is de problematiek zo versimpelt dat die niets te maken heeft met de realiteit waarin de Nederlandse bevolking leeft. Dus houdt ook het nieuws daarover een schijnbeeld op.

In plaats dit mechanisme te onderkennen, heeft Mak ervoor gekozen mee te gaan vechten in een schijn-discours. Ik geef grif toe, tegengas was ook wel nodig. Maar dan liefst gebaseerd op feiten, en niet door tegenover al te uitgesproken meningen vooral andere meningen te plaatsen.

* zie ook het volledige dossier Gedoemd tot kwetsbaarheid

De Groene Amsterdammer #19, 13 v 2005
pagina’s 23 - 33.

in: basisbibliotheek, typisch hollands, a-z, politiek, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert Mak-pagina

Wim de Bie · Boekcorner van… Goos Verhoef!

Ik herinner me deze stukjes van Wim de Bie ook al gelezen te hebben toen ze wekelijks in de boekenbijlage van Vrij Nederland werden afgedrukt. Volgens mij stond er toen niet bij dat ze van hem waren, maar werd echt gedaan of ene Goos Verhoef zelf nogal persoonlijke recensies schreef over boeken waar anders geen aandacht voor was. De kasteelromans en Bouquet-reeks, maar ook het werk van Stephen King.

Die boekenbijlagen uit de jaren tachtig zijn allang weggedaan, ik kan het niet meer controleren. Ook lukt het me niet om terug te halen of ik toen in het bestaan van die wat dikkige sigarenhandelaar geloofde, of de mystificatie doorzag.

Bij herlezen valt me wel meteen op hoe herkenbaar het parlando van De Bie me inmiddels geworden is. Dat zal ongetwijfeld komen door zijn weblog, waarop hij vaker met stemmen uit ‘het volk’ spreekt, zoals ook in dit boek gebeurt.

Ik vind De boekcorner van… Goos Verhoef! een erg geslaagd boek. Prachtig is vooral hoe De Bie zijn stukjes even tot eenzelfde soort feuilleton maakt als de boekjes die Goos Verhoef bespreekt. Buurvrouw Corrie trekt onverwacht bij de sigarenman in. Maar ook lukt het de schrijver impliciet wat gedachten over literatuur en hogere cultuur te formuleren die als een pittige cultuurkritiek gelezen kunnen worden.

Goed, er even van afgezien dat hij steeds zinnen uit de besproken boeken citeert die in vrijwel elk werk voorkomen; uit noodzaak om de lezer iets aan informatie over de personages te geven. Dat zijn nu net nooit de interessantste zinnen; hoogstens het deeg, niet de krenten.

Wim de Bie, De boekcorner van… Goos Verhoef!
185 pagina’s
Uitgeverij De Harmonie © 1988

in: boeken over schrijven, a-z, bundels, cultuur, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Wim de Bie-pagina

Hans Achterhuis · Markt van welzijn en geluk

Delen van dit boek zijn inmiddels achterhaald. Nergens in Nederland zal de Marxistische Andragogie nog worden bestudeerd, al weet ik natuurlijk niet precies wat er allemaal in de Oost-Groninger dorpshuizen gebeurt. Die manier van naar de werkelijkheid kijken is inmiddels wetenschapsgeschiedenis geworden, en de kritiek daarop helemaal.

Bovendien is niet vreselijk boeiend dat Hans Achterhuis veel ruimte neemt om enkele boeken van Illich en Foucault in eigen woorden na te vertellen. Illich schrijft beter dan Achterhuis, het is prettiger om die zelf te lezen. Zijn conclusies lijken ook onverkort overgenomen te worden. Weliswaar legt Achterhuis uit wat die in de Nederlandse verhoudingen betekenen, maar hij kijkt daarbij niet of Illich’s constateringen wel helemaal houdbaar blijven, en of er misschien ook accenten verschuiven.

Voor mijn speurtocht naar ideeën over De Nederlandse Identiteit was het lezen van dit boek nauwelijks van waarde.

En toch.

Wat priester/filosoof Illich aan de orde heeft gesteld in boeken als The Medical Nemesis of Deschooling Society is van zo’n fundamentele waarde, dat er nooit genoeg aandacht aan geschonken kan worden. Ondanks alle verwijzingen naar Marx.

Samengevat komt het er op neer dat eenmaal gevormde instituties kunstmatig vraag gaan creëren om hun bestaan te rechtvaardigen, en andere maatregelen nemen om het systeem dat zij vertegenwoordigen te versterken. Als het eenmaal regel geworden is dat kinderen onderwijs op een school krijgen, wordt thuisonderwijs strafbaar.

Onderzoek naar de effectiviteit van zulke ontwikkelingen wordt zelden verricht; daarvoor worden ze als te normaal gezien.

Illich heeft het ook over iatrogene ziekten; aandoeningen die door de geneesheer ontstaan zijn vanwege verkeerde medicatie, of zelfs simpelweg de diagnose. Het sterftecijfer daalt ook altijd behoorlijk als doktoren ergens staken.

Overigens beseft Achterhuis nu toch wel dat onmogelijk vol te houden is dat het aanbieden van nieuwe vormen van zorg alleen maar slechte kanten heeft. Eisen onder de bevolking veranderen; wat als normaal wordt aanvaard verandert in de loop der tijd.

Het aardigste aan dit boek was voor mij de opmerking dat ‘het prostitutiemodel’ het best werkt om de hulpverlening te beschrijven. Klanten mogen even heel dichtbij komen, daar betalen ze ook voor, en in ruil krijgen ze een momentje professioneel begripvolle aandacht. Het klinkt ook logisch.

Voor de rest maakte dit boek een merkwaardig gedateerde indruk voor een werkje van amper vijfentwintig jaar oud.

* zie ook de Illich citaten en verwijzingen op mijn weblog

Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk
Een kritiek van de andragogie

271 pagina’s
Uitgeverij Ambo © 1980

in: basisbibliotheek, a-z, politiek, filosofie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hans Achterhuis-pagina

Paul Auster · Hand to Mouth

The autobiographical story told in this book overlaps with the second part of Auster’s The Invention of Solitude, which I read last week. Nevertheless, it is a different tale.

hand to mouth cover

Hand to Mouth is told in almost chronological order, from the moment Auster knows he want to be nothing but a writer, until a year or so before his breakthrough; when money still is a problem, and various schemes to earn something have failed.

To illustrate this, the book has more appendixes than real text. Auster uses them to give us a play he wrote then, and a detective story that was published under a pseudonym. In addition, in full colour a baseball game he invented to play with a deck of cards.

The big question posed in this book is: why, if it brought so little reward, did Auster continue to write? Flipping burgers would have made him more money. But, it is the wrong question to ask, because he did succeed in the end, and became a bestseller-writing author.

A problem with a book like this, as with more memoirs, is that the writer reflects on panicky days gone by, but does so from the comfort of a successful career. From rags to riches makes a good story, and I won’t deny this is a very readable book. But, it did remind me a bit of that joke of those millionaires bragging to eachother how poor they had been in their youth.

Paul Auster, Hand to Mouth
A Chronicle of Early Failure

436 pages
Faber and Faber 1998 © first printed 1997

in: a-z, [auto]biografisch, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Auster-pagina

Gerrit Komrij & Willem van Malsen · Paleizen van het geheugen

paleizen van het geheugen omslag

Ik moet dit boekje eerder gelezen hebben. Of misschien was het meer nog bekijken, omdat meer dan de helft van de pagina’s zijn gevuld met inkttekeningetjes van Willem van Malsen. Want, het stond op mijn lijstje van boeken die onmiddellijk moeten worden aangeschaft, mocht ik ze ooit eens ergens tegenkomen.

Dus was ik blij dit boekje te kunnen kopen. En is nu de vraag waarom toch ook alweer.

Komrij wijdt drie beschouwinkjes aan ‘de dingen’, en wat die voor ons betekenen. Hij blijft daarin wat in geïsoleerde associaties steken, waardoor het allemaal wat moeilijk leest.

Éen opmerking aan het eind vond ik wel treffend. Over het verschil in betekenis die de dingen voor een kind hebben, en voor een volwassene ging het. Maar over de oorzaken daarachter — dat een kind niet alleen tijd heeft zich in iets te verdiepen, maar ook zo veel minder heeft om de uren mee te vullen — dan weer helemaal niets.

Ik ben waarschijnlijk te dom voor luxe boekjes als deze.

Gerrit Komrij & Willem van Malsen, De paleizen van het geheugen
80 pagina’s
Uitgeverij De Harmonie © 1983

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij & Willem van Malsen-pagina

Gerrit Komrij · Kijken is bekeken worden

Stond ook op mijn boodschappenlijstje, dit boek. Het is de catalogus van een tentoonstelling die Gerrit Komrij mocht samenstellen uit de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, aangevuld met essays van de schrijver over kunst, en kijken naar kunst.

kijken is bekeken worden omslag

De reacties op deze tentoonstelling waren indertijd verdeeld. De professionele kunstkritiek vond het maar niets, terwijl het personeel van het Stedelijk oprecht verbaasd was dat het museum zulke mooie stukken in de collectie had.

Ze waren de laatste decennia nooit te zien geweest, omdat figuratieve schilderijen nauwelijks meetellen in de ideeën over hedendaagse kunst.

Indertijd irriteerde me wat dat verreweg de meeste de schilderijen enkel in zwart-wit zijn afgebeeld in dit boek. Dat was toen reden om het niet te kopen. Maar zie, een kleine tien jaar later denk ik ineens dat als deze catalogus alles in luxe kleurendruk had getoond, het als boek onleesbaar was geworden.

Nu was het prettig Komrij’s ideeën te lezen, en hem ouderwets te zien klagen over het niveau van de kunstkritiek, bijvoorbeeld. Al blijft het moeilijk, woorden vinden om beeld en de uitwerking van beeld te beschrijven.

Gerrit Komrij, Kijken is bekeken worden
Uit de kelders van Het Stedelijk

198 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1996

in: beeldende kunst, a-z, geschiedenis, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina

Geerten Meijsing · Grachtengordel

Dus lees ik binnen enkele dagen twee autobiografisch getinte boeken van schrijvers over de tijd voor hun doorbraak naar het grote publiek. Twee boeken over het eeuwige geldgebrek, en de pijnlijke wetenschap nog steeds niet erkend te zijn. Maar, wat een verschillen tussen Auster en Meijsing, alleen al in de pretenties die ze hebben.

cover van De Grachtengordel

De grachtengordel is ook nog een sleutelroman over de literaire scene in Nederland aan het einde van de jaren tachtig. Heel moeilijk is het niet de vaak amper vermomde namen van de vele personages terug te leiden tot de originelen. Indertijd verschenen er nog grote stukken in de courant over wie wie zou zijn.

Alleen, heel interessant is die verkapte roddel niet. Behalve dan om de sfeer te tekenen van het literair bedrijf in Nederland, waar de pretenties enorm zijn en de eigendunk hoog.

Ook Erik Provenier, het alter ego van de auteur in dit boek, lijkt niet gebukt te gaan onder enige twijfel over de eigen kwaliteiten. Behalve dan dat gebrek aan erkenning, hè. Maar hij bezit enorme zekerheden, over wat een echte schrijver is en doet. En daartoe hoort in geen geval in de krant schrijven om geld te verdienen.

Bovendien weet Provenier in éen oogopslag of een werk literair deugt of niet.

In 1988 zou de auteur Geerten Meijsing de AKO-literatuurprijs winnen voor Veranderlijk en wisselvallig; een boek waarin hij zich wat minder parmantig opstelde dan daarvoor, waardoor hij het zelf bijna uitverkoop houden vond.

Laat zoiets nu ook die Erik Provenier in dit boek overkomen. Ach ja.

Meijsing is de schrijver van een soort boeken waar ik mij normaal verre van houd. Mij boeit die interessantdoenerij niet zo, dat gekoketteer met de litteraire traditie, het gedweep met het schrijverschap. Van hem kan ik het toch hebben, omdat hij wel schrijven kan. En dat is in Nederland al heel wat. Maar meer dan éen boek in de drie, vier jaar moet ik van hem niet lezen.

Geerten Meijsing, De grachtengordel
Een roman

347 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1992

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geerten Meijsing-pagina

Bill Watterson · Calvin and Hobbes Tenth Anniversary Book

Comic strips have three lives, sometimes. First, they will be published in newspapers or magazines or on websites nowadays. After that, they are collected in books. And, if a comic strip becomes a classic, an exclusive deluxe complete edition bound in leather will follow.

A little while ago, the deluxe complete Calvin and Hobbes were announced.

Order now and they will ship in October. It says something about how much I love the strip that I considered this offer for a while. Even though I already have all the books in English, and most of them in Dutch as well. In their mediocre translations.

Marketing experts are very good at speculating on this feeling; that a real aficionado will always be afraid to miss something if he declines such an offer.

However, I have concluded that The Calvin and Hobbes Tenth Anniversary Book probably is my favourite collection of the bunch, and probably will not be included in that deluxe box. The anthology in this book is enriched by Bill Watterson’s musings on the background and history of the comic strip, and what he tried to achieve with some of the story lines.

It’s good.

Bill Watterson, The Calvin and Hobbes Tenth Anniversary Book
208 pages
Andrews and McMeel © 1995

click voor de vergroting

in: a-z, humor, strips/graphic novels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bill Watterson-pagina

Dirk van Weelden · Looptijd

Ik geef toe, ik ben een hardloper geweest. Begonnen in een tijd dat dit nog zo ongewoon was dat ik werd nageroepen op straat. Opgehouden toen mijn knie de nare neiging kreeg spontaan te ontsporen, wat iedere duurloop tot een gevaarlijk kansspel maakte.

En, ik heb veel gelezen over hardlopen. Er geldt daarvoor gewoon hetzelfde mechanisme als bij iemand die na een aankoop de folder nog eens extra goed gaat bestuderen. Dat de keuze gemaakt werd, is niet genoeg. Elk argument dat de keus tot een bijzondere goede keus maakt, wordt ingezogen alsof het God’s woord is.

Dat hardlopen was ook de enige reden dat ik dit boek van Dirk van Weelden uiteindelijk toch ben gaan lezen. Want, met de schrijver heb ik nooit veel gehad. Op het onvolprezen Arbeidsvitaminen na, het ABC dat hij samen met Martin Bril maakte, lukte het hem nooit meer iets te schrijven dat langer dan een minuut of wat mijn volledige belangstelling houden kon.

Van Weelden is voor mij een schrijver van het eeuwige net niet. Daarbij stoort mij vooral de duidelijke literaire pretentie, omdat die niet wordt waargemaakt. De gekozen vorm versterkt het relaas nooit, maar leidt enkel af. Ook in dit boek wordt niet meer dan een oppervlakkig verhaaltje verteld met wat van elders geleende feitjes, maar de schrijver doet heel anders voorkomen.

Eerste ergernis is dat er in Looptijd een nogal clichématige truc gebruikt is. De hoofdpersoon heeft geen naam; wordt steeds enkel met ‘hij’ aangeduid. Bovendien krijgt hij nauwelijks achtergrond en zeker geen doel. Daardoor ben ik geneigd te denken dat Van Weelden hier het hardlopen in de betekenis voor een alleman beschrijft.

Dat zou ook verklaren waarom het boek saai is als een doorsnee leven.

Ook de betekenis van dat hardlopen in Looptijd was al sterker geweest als Van Weelden maar een moment had genomen om te beschrijven hoe erg het was om het niet te kunnen. Nu loopt die hoofdpersoon altijd maar door, nauwelijks gehinderd door enig malheur.

Bovendien is het hoogtepunt in dit boek, zijn deelname aan de Dam tot Dam-loop – die ook al niet bij naam wordt genoemd – dramatisch gezien totaal oninteressant. Wat doet het ertoe dat een middelmatig loper zijn persoonlijk record iets scherper stelt, als daar verder geen verhaal omheen zit. Ik heb zat wedstrijdenverslagen in clubblaadjes gelezen die spannender in elkaar zaten dan deze bespiegeling.

Nee, er had gezien Van Weelden’s soms helder opflakkerende formuleringen best een aardig boek ingezeten over hardlopen, maar dit is het niet. Een schrijver heeft toch minimaal de plicht zijn lezers aanleiding te geven de bladzijde om te slaan, lijkt me.

Dirk van Weelden, Looptijd
173 pagina’s
Uitgeverij Augustus © 2003

in: a-z, sport, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dirk van Weelden-pagina

Peter Winnen · Van Santander naar Santander

Merkwaardig aan dit boek is dat ik het werkelijk prachtig vond, tot ik erover na ging denken. Toen bekroop me toch het gevoel ietwat bekocht te zijn, omdat Winnen nog over zo veel meer had kunnen schrijven dan hij nu heeft gedaan.

Hoofdmoot in de autobiografische brieven in dit boek is de eerste drie jaar uit het bestaan als wielerprof van Peter Winnen aan het begin van jaren tachtig. Toeval of niet, dat waren ook zijn beste jaren, met winst in verschillende opvallende touretappes, en zelfs een podiumplaats in Parijs.

Daarna was het op. Was er te veel van het lichaam gevraagd, en zou het tot eind van de jaren tachtig duren voor hij weer opvallende prestaties zou leveren. Maar, toen werd ook de bloeddoping algemeen in het peloton. Daarom, en door de gevolgen van een lullige aanrijding, hield Winnen uiteindelijk met koersen op.

Maar, over de wanhoop uit die jaren dat het ineens zo veel minder was niets in dit boek. Waardoor ik het merkwaardige gevoel kreeg dat mij toch iets onthouden werd. Als lezer ben ik blijkbaar een rupsje-nooitgenoeg; mijn voyeurinstincten moeten blijkbaar volledig bevredigd worden.

Goed, geen enkele recensie mag gaan over wat een boek had horen te zijn; de lezer moet het doen met wat het boek wel brengt. Dan dient zeker gezegd te worden dat Winnen beter schrijft dan menig bekroond literator. Hij slaagt erin om duidelijk te maken waarom het prettig is deel uit te maken van het peloton, hoe zwaar de wedstrijden ook kunnen zijn. En vooral ook hoe prettig buiten de koers geheel verzorgd te worden.

Bovendien zijn die eerste drie jaar uit zijn wielercarrière ook wel prettig om achteraf te beschrijven, met al die aansprekende prestaties. Zelfs al gingen die op het moment dan misschien grotendeels buiten de sporter om, door diens vermoeidheid bijvoorbeeld.

In een interview meldde Peter Winnen mede door dit boek uitgekotst is door zijn vroegere wielercollega’s. Zij denken dat hij de omerta doorbroken had. In werkelijkheid behandelt Winnen het onderwerp doping nauwelijks, zoals het hoort, terloops, horend bij de verzorging na de buitengewoon zware inspanningen van een wielerwedstrijd.

In het boek houdt hij zich dom over wat hem werd toegediend. Al kreeg hij zeker het éen en ander ingespoten. Maar is dat interessant? Misschien dat de schrijver besefte hoe link het is om een geleverde prestatie te koppelen aan het gebruikte middel. Bovendien lijkt fietsen me bij uitstek een sport waar het draait om de geestelijke kracht lijden zo lang mogelijk vol te houden.

Peter Winnen, Van Santander naar Santander
Brieven uit het peloton

238 pagina’s
Uitgeverij Thomas Rap © 2000

in: a-z, sport, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter Winnen-pagina

Gijs Groenteman · Ischa

Ik heb wat gewacht met het lezen van dit boek. Er was even zo’n stuwing van aandacht voor Ischa Meijer rond Valentijnsdag, toen het tien jaar geleden was dat hij stierf. Op dat moment had ik wel weer genoeg van die man.

cover ischa

Waarschijnlijk werkt dat toch nog mee in mijn oordeel over dit boek.

Het is een gevaar van iedere biografie dat de besproken hoofdpersoon te onsympathiek wordt om het nog de moeite waard te maken verder te lezen. En dat gevaar bestaat helemaal in een biografie waarin alleen over de mens gesproken wordt, en de inhoud van zijn werk er grotendeels buiten blijft.

Gijs Groenteman heeft op zich een prachtige vorm gevonden om de herinnering aan Ischa Meijer op te roepen. Stemmen van bekenden van hem wisselen elkaar af, zonder tussenkomst van de interviewer. De meester van het geschreven interview in monoloogvorm wordt als ware het een extra eerbetoon geportretteerd in stukjes monoloog van anderen.

Alleen dat mannetje zelf - met zijn hoerenloperij, zijn eeuwige vreemdgaan, zijn hunkeren naar erkenning – dat mannetje werd mee steeds onsympathieker.

Ik ging me ineens afvragen wat er dan werkelijk nog beklijfd van zijn werk tien jaar later. En dan moet toch gezegd worden dat wie uitblinkt in het interview vooral zijn best doet onmiddellijk spraakmakend te zijn. Dat alleen al bekort de houdbaarheid van het werk met grote mate.

Gijs Groenteman, Ischa
Verhalen van verwanten, vrienden en vrouwen

221 pagina’s
Uitgeverij Promotheus © 2005

in: a-z, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gijs Groenteman-pagina

Dennis Potter · Potter on Potter

cover potter on potter

I read this book as background material to Dennis Potter’s TV series The Singing Detective, that I watched on DVD the other day. Although, these interviews are about everything he has done.

And, it is always strange to read interviews in pursuit of the genius shown in the work. I do hope something will shine through – that some word or phrase will show everything in another light from then on. Of course, this never happens.

Someone’s unique view can be shown in work, but can never be relayed in words that are generic enough to be understandable for someone else, I reckon. In Dennis Potter’s case it’s even more difficult, because his health gave him so much trouble. His was not a normal life.

Graham Fuller, Potter on Potter
171 pages
Faber and Faber © 1993

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dennis Potter-pagina