Inhoud juni 2005:

Kleine cultuurgeschiedenis van Nederland

Joris Moens · Bor

Franquin · Zwartkijken kompleet

Wilfried de Jong · Linkerbil van Bettini

W.H. Auden · Dyer’s Hand

J. Rentes de Carvalho · Er is hier niemand

Bill Watterson · It’s a Magical World

Kees Valkenstein · Aeroplaan van m’nheer Vliegenthert

Wislawa Szymborska · Onverplichte lectuur

Gummbah · Hoe Eddie in balbezit kwam

Michel Wuyts · Renners van nu

Cyril Connolly · Condemned Playground

S. Dresden · Wat is creativiteit?

Stephen Pile · Onstrefelijke blunders keren terug

J. Goudsblom · Balans van de sociologie

Barbara Stok · Je geld of je leven

Peter Winnen · Valse start

Gerrit Komrij · Nederlandse poëzie

Jo Schuurmans · Rooie Reus

Norbert Elias · Geschiedenis van Norbert Elias

Dick Francis · Doodgeverfd

Joost Zwagerman · Vijfde seizoen

John Updike · Vertrouw op mij / Trust me

Norman Levine · Vanwege de oorlog

Wehkamp Voorjaar / Zomer ‘90

Hans Van Maanen · Kleine encyclopedie van misvattingen

Kleine cultuurgeschiedenis van Nederland

omslag cultuurgeschiedenis

Kleine observatietjes van verschillende mensen over wat zij kenmerkend voor de cultuur van dat moment achtten, zo rond de recente eeuwwisseling. Dat betreft dan zaken als signaleren dat er zo veel meisjes flesjes met bronwater rondsjouwen, tot dat de supermarkt zo’n keus aan toetjes biedt, en er een ook enorm cursusaanbod over als spiritueel ervaren zaken is. Aangevuld met foto’s van grappige straatscène’s in een stad ergens, van Theo Niekus.

Als dit op een weblog zou staan, zou ik die bookmarken om nog eens een keertje terug te keren. Maar zo in een boekje is het meer hap slik weg. Te veel modeverschijnselen beschreven, te weinig aandacht voor structurele verandering. Typisch een boekje dat over twintig jaar aardiger is dan nu.

Kleine cultuurgeschiedenis van Nederland
Scènes uit het alledaagse leven

89 pagina’s
Uitgeverij Prometheus/NRC Handelsblad © 2000

in: typisch hollands, a-z, geschiedenis, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | 

Joris Moens · Bor

Heeft iemand al eens opgemerkt dat voor de omslag van Bor precies dezelfde foto van Bert Nienhuis is gebruikt als voor de kaft van 24 uur Amsterdam? Laat mij dan de eerste zijn die deze nutteloze observatie doet.

Bor had misschien ook 168 uur Amsterdam kunnen heten. Nu heeft het boek als titel de naam van de hoofdpersoon gekregen; vernoemd naar de wolf uit de Fabeltjeskrant, omdat zijn vader daar zo om lachen kon.

De schrijver Joris Moens debuteerde met deze roman over een zestienjarige jongen die bekend is bij de politie. Net als in Moens’ andere boeken heeft de hoofdpersoon duidelijk mogelijkheden, zonder daar iets mee te doen waar zijn omgeving voor zou zijn.

Bovenal is dit boek er éen met een toontje. Moens geeft de hoofdpersoon een authentiek klinkende cynische stem mee, die tot in de grofste registers van het Nederland uitschiet. Tegelijkertijd blijft de jongen iets kwetsbaars houden, waardoor hij niet helemaal afstotelijk wordt, en de lezer ook meelijdt in de beschrijvingen van zijn niet bijster slimme familie.

Nu ik zo kort na elkaar twee boeken van Moens heb gelezen, valt me op hoe veel beter geschreven dat tweede al was dan het debuut. In Bor wordt het eind wat merkwaardig afgeraffeld. Het is vooral de taal die aan dit boek geslaagd is, en de belofte die erin aangekondigd wordt.

Inhoudelijk is Zondagskind interessanter, als was het maar omdat een arts in opleiding meer is mee te geven dan een 16-jarige randcrimineel op het Havo.

Joris Moens, Bor
154 pagina’s
De Bezige Bij © 1994

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joris Moens-pagina

Franquin · Zwartkijken kompleet

cover zwartkijken kompleet

Merkwaardig dat het meest volwassen album van André Franquin uiteindelijk het minst houdbaar blijkt. Hoefde hij zich een keer niet aan de grenzen te houden die een jeugdblad stelt, is veel van zijn gekanker achterhaalt. Maakt iemand zich nog weleens druk om het militair-industrieel complex, nu vooral het terrorime als gevaar wordt gezien?

Jammer is ook dat Franquin dit boek met een dun technisch tekenpennetje heeft gemaakt, terwijl ik nu net zijn soepele penseelstijl zo bewonder.

Verder zijn de grappen erg afwisselend van niveau, hadden veel daarvan beter met éen tekening afgekund, en bleek ik ze allemaal nog erg goed te kennen. Evenmin vielen me ditmaal details op die ik nooit eerder had gezien.

En toch, ik ben een Franquin-fan zonder voorbehoud. Objectieve oordelen doen er niet toe, hoe waar ze misschien ook zijn.

Franquin, Zwartkijken kompleet
80 pagina’s
Uitgeverij Arboris © 1988

in: a-z, en français [& vertaald], humor, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Franquin-pagina

Wilfried de Jong · Linkerbil van Bettini

Van de sportpagina’s in de kranten van maandag verlang ik vooral dat iemand daarin betere woorden heeft gevonden dan mij lukte om te beschrijven wat er gebeurd is. Zeker als er interessante wedstrijden op televisie geweest zijn dat weekend.

omslag de linkerbil van bettini

Goed schrijven is vooral ook goed waarnemen.

Maar er zijn heel weinig scribenten die het kunnen. Zelfs de columnisten, toch aangenomen om hun eigenzinnige manier van schrijven, tonen zich meestal niet meer dan zitkamerfilosofen; waarnemers die hun bankstel niet verlaten om de wereld te beschouwen. Verscholen achter hun dikke buik. Blind voor het sprekende detail.

Wilfried de Jong slaagt er als een van de weinigen wel in zo af en toe een column te schrijven die met terugwerkende kracht een sportgebeurtenis van het weekend verrijkt. Hij kan kijken. En, hij komt daarvoor ook van zijn stoel af.

Maar dan stopt hij de beste van die columns in een bandje met wat zelfbedachte verhalen die het niveau schoolopstel niet overstijgen. Terwijl de sport toch zo veel ware maar nooit vertelde verhalen kent. Het boek begint ook nog eens met die nep.

Eigenaardig. Zelden een boek gezien waarvan het niveau van de verschillende onderdelen zo in kwaliteit verschilde. Waar de eerste achtenzestig pagina’s er eigenlijk uitgescheurd moeten worden om een goed boek over te houden.

Wilfried de Jong, De linkerbil van Bettini
204 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2005

in: a-z, sport, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Wilfried de Jong-pagina

W.H. Auden · Dyer’s Hand

cover of the dyers hand

Books like this are scarce; there are not many books that grow with me over the years. I have used over a month to reread it again and enjoyed every moment of it.

Having said that, I immediately admit I have not read every essay. There are limits to what I want to know about Shakespeare. He is not a part of my cultural background; there are boundaries a non-native speaker of the English language can never cross.

Best parts of this collection for me are the essays that are not essays anymore, just the best sentences or thoughts out of a larger corpus of articles. Where Auden gets an almost aphoristic quality and reading just one or two of his ideas can be enough food for thought for a day.

Above all, he has such clarifying views on art.

W.H. Auden, The Dyer’s Hand
And Other Essays

528 pages
1st Vintage International © renewed 1988

in: essays, a-z, boeken over schrijven, aanbevolen 2005, bundels, cultuur, poëzie, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de W.H. Auden-pagina

J. Rentes de Carvalho · Er is hier niemand

Dit is een dagboek dat in mei 2000 werd afgesloten, en vervolgens ruim vierenhalf jaar op publicatie wachtte. Dus is het niet wat het was, en heeft Rentes de Carvalho de tussentijd gebruikt om zijn aantekeningen te stileren, vermoed ik.

cover er is niemand

Sommige passages zijn ook bijna te perfect om spontaan opgeschreven te zijn. Als de schrijver wel over dat talent beschikt in éen keer zo treffend te kunnen formuleren, is dat zeer benijdenswaardig.

** update 31 juli 2005. In dit radio-interview legt Rentes de Carvalho uit dat de verschijning van het dagboek door de uitgever vertraagd is, omdat er in 2000 en 2001 al andere boeken van hem verschenen. Dat maakt mijn opmerking dat de tussentijd wel gebruikt zou zijn voor verdere stilering fout

Het is een heerlijk boek. Afgezien van de regelmatig herhaalde passages dat de schrijver zo’n saai leven leidt, en niets meemaakt dat de moeite van het opschrijven waard is.

Die storen.

Rentes de Carvalho kwam in de jaren vijftig bij toeval in Nederland terecht, en bleef. Maar veel in dit boek gaat over zijn eeuwige band met Portugal en het Portugees. Waarbij hij zich soms een even verwonderd beschouwer van de gewoonten daar toont, als hij dat eerder over Nederland was. En tegelijkertijd zijn er in dit boek talrijke bespiegelinkjes opgenomen die ontroeren. Zeker als die over het voorbijglijden van de tijd gaan, of over het onvermogen van de schrijver lang beleefd te blijven als het gezelschap te saai is. Dan gaan de gesprekken over niets, en dat kost alleen maar tijd.

Sommige dagboeken zijn belangrijk, andere alleen maar interessant. Er zijn intieme dagboeken en pijnlijk eerlijke of verhullende. Je hebt er die geschreven worden om te kwetsen en die geschreven worden als geheugensteun.

Het mijne past mijns inziens niet goed in de genoemde categorieën, want ik zie het minder als een registratie van feiten en gedachten dan als een gewenst gesprek.

Een gesprek dat ik in gedachte voer met iemand van vlees en bloed met wie ik een vriendschap onderhoud waarin de empathie synchroon loopt en de harmonie duurzaam is. Een ideale vriendschap, van het soort dat bij sommigen misschien een leven lang meegaat en standhoudt maar dat mij niet beschoren is geweest. […]

Dat dit in de richting gaat van de eenzaamheid weet ik allang […]

blz 55.

Merkwaardig toch, hoe makkelijk ik iemand interessant en aardig vind die toch regelmatig nurks gedrag vertoont en vanuit arrogante afstandelijkheid hard durft te oordelen. Boeken zijn ook spiegels natuurlijk; ik zie vooral het beeld terug dat ik er zelf in projecteer [cf Lichtenberg].

Maar, veel kan ook zo makkelijk anders, waarom lijkt niemand dit toch te beseffen?

* Overigens schrijft Rentes de Carvalho al in september 1999 dat hij graag een website hebben zou, om daarop signalen te zetten met de intentie “waarmee men vroeger flessen in zee wierp”. Ik heb gezocht of hem dat inmiddels gelukt is, maar niets gevonden. Iemand?

** update 26 april 2006: die website is er inmiddels.

J. Rentes de Carvalho, Er is hier niemand
Dagboek mei 1999 tot mei 2000

256 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 2005

in: a-z, aanbevolen 2005, vertaald, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J. Rentes de Carvalho-pagina

Bill Watterson · It’s a Magical World

This is the last of the regular Calvin and Hobbes collections, which makes it the one in which the story ends.

Yet, it doesn’t.

Bill Watterson chooses to give it an open end, after having made the comic strip ten successful years. It seems that regular readers were really shocked to learn Calvin and Hobbes stopped.

I see it a bit differently, and think this comic strip is very rereadable. Even though I know already how episodes end, like the current one online, that does not mean I necessarily have remembered all the jokes.

Bill Watterson, It’s a Magical World
A Calvin and Hobbes Collection

165 pages
Andrews and McNeal © 1996

click voor vergroting

in: a-z, humor, strips/graphic novels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bill Watterson-pagina

Kees Valkenstein · Aeroplaan van m’nheer Vliegenthert

Science fiction die als een geschiedenisboek leest. De schrijver plaatste zijn jongensboek honderd jaar verderop in de tijd, maar was zo vol van al de veranderingen in 1910 dat hij daar maar niet over uitgesproken raakt. Terwijl vrijwel niets van wat toen belangrijk leek aan de vergetelheid ontsnapt is.

Belangrijkste verandering die Valkenstein ziet, is dat iedereen zich in 2010 per vliegtuig verplaatst. Die toestellen zijn dan zo gewoon als tegenwoordig de fiets. Maar dat vliegtuigen ooit een cabine kunnen hebben, was al een te vernieuwende gedachte voor hem. De luchtreizigers zitten in de open lucht, trekken een warme jas aan, en zetten een bril en kap op.

Een andere gedachte over hoe Valkenstein de toekomst ziet, is bijvoorbeeld dat iedereen zich in het buitenland een simpel universeel koeterwaals bedient. En dat is inderdaad zo uitgekomen. Iedereen spreek tegenwoordig slecht Engels over de grens. Maar de universele munt is wat op de terugweg, sinds de dollar concurrentie van de euro heeft. Wel bestaat het volledig geautomatiseerde hotel, maar dan veel primitiever uitgevoerd. Het heette F1. En ik heb geen idee of die keten nog bestaat want het was er vreselijk.

De aeroplaan van m’nheer Vliegenthert gaat over joyflying. Het verhaal loopt goed af, daarvoor is het ook een jongensboek. Maar goed, meer curieus dan boeiend, dit werkje. De schrijver vertelt nog aan het begin van ieder hoofdstuk kort wat er komen gaat. Wij hebben inmiddels andere leesconventies.

Kees Valkenstein, De aeroplaan van m’nheer Vliegenthert
240 pagina’s
Uitgeverij W. De Haan © 1910

N.B. ik las de online versie van dit boek.

in: a-z, jeugd, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees Valkenstein-pagina

Wislawa Szymborska · Onverplichte lectuur

Dit is een tijd waarin ik oude vertrouwde boeken moet lezen, om even weer te zien te wat kwaliteit is. En om gerustgesteld te worden dat er ook waarlijk goede schrijvers zijn.

onverplichte lectuur

Onverplichte lectuur is een boek met recensies over boeken die zelden worden gerecenseerd. Alleen vond de schrijfster het zelf eerder columns, ook al omdat soms ageert tegen de inhoud van een werk.

Zo weet ze ergens prachtig de te voor de hand liggende beschrijvingen uit een boek over huishouden te ontkrachten.

Tot slot moet ik vermelden dat ik dit op blanco papier heb geschreven, waarbij ik de woorden van de linker- naar de rechterkant toe samenstelde. De balpen, gekocht in een kiosk, hield ik in mijn rechterhand tussen mijn wijsvinger en duim. Mijn vrije linkerhand drukte ik zachtjes op het papier, zodat het niet over tafel gleed. Het daglicht, een van de zegeningen van de zonnestraling, drong naar binnen door een beglaasde opening in de wand, raam genaamd.

Beschouwingen variëren van een boek dat het behangen van de woning beschrijft, tot de statistische Pool, of de arme Dostojevski gezien door zijn vrouw. En steeds zijn de recensies beter dan het boek ooit kan wezen.

Het is de laconieke wijsheid van de dichteres die ik vooral bewonder. Hoe ze moeiteloos de clichés in andermans denken aanwijst, en daarmee ook in mijn denken ontmaskert.

Een prachtig boekje dit.

Wislawa Szymborska, Onverplichte lectuur
143 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1998
Vertaling Gerard Rasch

in: a-z, boeken over schrijven, humor, aanbevolen 2005, vertaald, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Wislawa Szymborska-pagina

Gummbah · Hoe Eddie in balbezit kwam

Tekeningen van Gertjan van Leeuwen met een absurdistische inslag. Zijn bij mij zo eens in de tien pagina’s goed voor een glimlach. Want, zo gebundeld ontberen de tekeningen het vervreemdende effect dat wel opgeroepen wordt bij de oerpublicatie in krant of weekblad. Eén grap over rectaal onderzoek kan leuk zijn, zeker als die tussen volkomen serieuze kopij staat, maar bij de zesentwintigste tekening van een man op zijn knieën met de billen omhoog heeft de verveling allang toegeslagen.

Toch staat een van mijn favoriete cartoons aller tijden in het meest recente van deze twee boekjes. Die is gesitueerd in een huiskamer, zoals meestal bij Gummbah gebeurt. En de dochter des huizes is voor het eerst haar nieuwe vriend komen voorstellen aan d’r ouders.

Reageert de vader opgelucht: “toen Ans zei ‘kleurling’ dacht ik effe… eh.. nou ja, je begrijpt wel wat ik bedoel,

“Maar Goddank,

“Wil je wat drinken, jongen?”

Kijkt de dochter blakend van trots naar de smurf die naast haar op de bank zit.

Gummbah, Hoe Eddie in balbezit kwam
112 pagina’s
Uitgeverij de Harmonie © 1997
Gummbah, Het geheim van het verdwenen mysterie
108 pagina’s
Uitgeverij de Harmonie © 1999

in: a-z, humor, strips/graphic novels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gummbah-pagina

Michel Wuyts · Renners van nu

Michel Wuyts is er hoogstpersoonlijk voor verantwoordelijk dat ik niet meer wielrennen op televisie kan kijken als daarbij een Nederlander commentaar geeft. Die schieten domweg in alles tekort. Van taalgebruik, tot achtergrondkennis, van renners herkennen tot het lezen van de koers: Wuyts doet het beter.

Gelukkig zendt de Belg meer wielrennen uit dan welke zender ook.

Neemt niet weg dat het iets anders is om goed een dienende rol kunnen spelen als commentator bij een wedstrijd, dan om het hele gewicht dragen van een boek. Hoe eenvoudig dat boek verder dan ook is.

In Renners van nu staan portretten van 41 wielrenners die vrijwel allemaal ook nu nog koersen. Wuyts koos er daarbij voor ‘characters’ te beschrijven en zich niet zo zeer om wedstrijdprestaties te bekommeren. En ach, als achtergrondinformatie was het allemaal niet vervelend om te lezen. Ik heb me nooit echt kunnen interesseren voor Italiaanse wielrenners, en ben in die zin nu wat bijgepraat.

Blijft alleen staan dat de magie van sport zich toch maar zelden in woorden vangen laat. Dat ligt niet aan Wuyts, daar vertillen zich iedere maandag talloze sportjournalisten aan.

Michel Wuyts, Renners van nu
Wielerportretten

216 pagina’s
Uitgeverij Houtekiet © 2003

in: a-z, sport

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Michel Wuyts-pagina

Cyril Connolly · Condemned Playground

Hier houdt het dus op. Ik kan nog zulke mooie plannen hebben gehad om Engelstalige boeken ook in het Engels te bespreken, maar dat is me te moeilijk. Het blijft een vreemde taal. En ook al volstaat mijn beheersing daarvan dan in het dagelijkse leven wel, het is iets anders om op enig niveau over boeken te keuvelen.

Dit gaat helemaal als dat een boek is dat door zijn taal indruk maakt, en door zijn visie op literatuur.

Wie ben ik dan, om daar in stamel-Engels wat slecht gekozen woorden aan te wijden. Een man hoort te weten wanneer te veel gevraagd te veel gevraagd is.

Cyril Connolly, The Condemned Playground
Essays: 1927-1944

287 pagina’s
The Hogarth Press © 1985, oorspronkelijk 1945

in: boeken over schrijven, a-z, bundels, cultuur, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Cyril Connolly-pagina

S. Dresden · Wat is creativiteit?

Op bladzijde 39 van Wat is creativiteit? staat een schema met zo’n absurde schoonheid dat ik het toch ook maar hier online heb gezet. Ooit heeft iemand op Deutschgründliche wijze ontleedt welke voorwaarden allemaal meespelen in het creatieve proces. Probleem alleen is dat er daarbij volledigheid gesuggereerd wordt, terwijl zo’n schema nog niet eens het verschil tussen kunst en kitsch kan verklaren.

Dresden duizelde het ook bij deze aanpak, maar hij is vriendelijker en zegt dat zo’n manier van werken toch wel degelijk ook inzichten oplevert.

Wat is creativiteit? is de queeste van een erudiete man naar een antwoord op een vraag dat eigenlijk niet te geven valt. Hij onderzoekt daarvoor welke antwoorden er desondanks kwamen: in de wetenschap, in interviews en essays van kunstenaars, maar ook door te kijken wat er geschapen is aan kunst en geleerdheid.

Prettig aan het boek is dat het denkproces van Sem Dresden doormaakte tijdens het schrijven bijna tastbaar wordt vanwege zijn essayistische aanpak. Maar paradoxaal genoeg blijkt dat ook het zwakke punt te zijn. Regelmatig schiet het betoog van de filosoof en literatuurwetenschapper maar niet op, en ook irriteerde het mij dat Dresden het vertikt om conclusies uit zijn eigen woorden te trekken.

En natuurlijk benaderde ik dit boek met de verkeerde vraag. Mij interesseert waarschijnlijk niet zo zeer wat creativiteit is. Ik vind interessanter waarom maar zo weinig mensen kwaliteit kunnen herkennen en verreweg de meesten genoegen nemen met slechte en goedkope imitatie; er eigenlijk maar een gering draagvlak is voor creativiteit. Herkenning en bevestiging is veel belangrijker dan ontkenning en de nieuwe zienswijze.

Ook vond ik niet echt een antwoord op een simpele vraag of kwantiteit een voorwaarde voor kwaliteit is. Bijvoorbeeld of het waar is dat er nog nooit zo veel slechte televisieprogramma’s te zien waren als op het moment, maar ook meer goede omdat er van alles meer kwam.

Hoeveel schilderijen werden er hier ook alweer geproduceerd in de Gouden eeuw?

S. Dresden, Wat is creativiteit?
Een essay

304 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1987

in: a-z, filosofie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de S. Dresden-pagina

Stephen Pile · Onstrefelijke blunders keren terug

Het begon ooit met de aanschaf van dit boekje voor een paar gulden bij De Slegte. Dat boekje was uitermate leuk, maar het leek me niet echt goed vertaald. Ook al moet de moeilijkheidsgraad voor de vertaler enorm zijn geweest, gezien de droge Britse humor van de schrijver. Toen het mogelijk werd Engelse boeken via internet te bestellen, hoorden die van Stephen Pile tot de eerste die ik kocht.

Omdat ik nauwelijks grappiger boeken ken.

Pile richtte in zijn eersteling The Book of Heroic Failures een monument op voor iedereen aan wie het grote succes voorbij is gegaan, maar dan tenmiste nog eenmaal excelleerde in zijn falen. Tegelijkertijd stichtte hij daarmee de “Not Terribly Good Club of Great Britain”. Maar de club trok zo veel leden dat die een succes werd, en daarmee dus weer ontbonden moest worden.

Sindsdien is zijn voorbeeld menselijke fouten te verzamelen door tallozen nagevolgd. Er is een website met wekelijks News of the Weird. En ook worden er tegenwoordig Darwin-awards uitgereikt aan diegenen die op zo’n domme manier aan hun eind kwamen dat de menselijke genenpool met hun sterven gediend is.

Stephen Pile is veel subtieler. En droger. En aanmerkelijk onderkoelder.

Neem nu het heroïsche falen afgebeeld op de omslag van dit boek. Daarbij gaat het om de vraag wie de minst succesvolle menselijke kanonskogel is. Dit record was in handen van ene miss Rita Thunderbird, die zelf in de loop van het kanon bleef steken, maar wel haar goudlamé beha afgeschoten zag.

Haar record is inmiddels verbeterd.

Stephen Pile, De onstrefelijke blunders keren terug
195 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 1989 © 1988 origineel
vertaling Gerard Verbart

in: a-z, humor, vertaald, reference

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Stephen Pile-pagina

J. Goudsblom · Balans van de sociologie

Dit is een misschien wel compleet overbodig boek, omdat Goudsblom achterin verklaart dat hij er tegenwoordig iets anders over denkt dan in de tekst staat. In het nawoord bij de derde druk relativeert de schrijver dat hij ook maar een kind van zijn tijd was toen het boek gemaakt werd. Had ik dat meteen geweten, had ik hier geen bek op gezet.

omslag balans van de sociologie

Dat leert maar weer eens dat wetenschappelijke boeken anders gelezen moeten worden dan een roman of bundel verhalen. Voortaan zal ik me nog strikter houden aan het volgende recept:

  1. eerst kijken wie er door de schrijver met instemming geciteerd worden, bijvoorbeeld door de literatuurlijst en het notenapparaat te scannen;
  2. dan zien waar in het zakenregister de nadruk op ligt;
  3. vervolgens is het noodzaak om na te gaan waar de auteur staat, politiek gezien. En ook: waar is die in zijn carrière? Beginnende onderzoekers, en zij die al met emeritaat zijn, durven meer omdat zij geen aanstelling te verdedigen hebben. Het boek zelf zal daar zelden uitkomst over bieden, dus hierbij moet internet uitkomst bieden.
  4. eenmaal online verdient ook het speuren naar recensies aanbeveling, omdat daaruit blijken zal of het inderdaad nog de moeite loont het boek te gaan lezen;
  5. pas daarna heeft het zin de tekst door te nemen.

Enfin, ik nam dit boek ter hand vanwege die ene vraag waarop wel niemand een antwoord zal hebben. Maar ooit had sociologie de toekomst. Ergens in de jaren zestig leek het de ultieme mix van de beste wetenschappelijke inzichten te bieden uit de geschiedenis, psychologie, anthropologie, sociale geografie en economie. Alleen is die belofte nooit gestand gedaan.

Goudsblom legt wel gedeeltelijk uit wat de nadelen zijn in de theorievorming die de sociologie nastreeft. Maar, omdat hij zelf ook zo’n theorieliefhebber was, gaat dat niet helemaal van harte. Zo ziet hij dat de vooruitgang in de sociologie toch vooral weer van bovenmaatse individuele prestaties afhangt, en helaas wilden ze daar nu net vanaf ( zonder dat misschien ooit zo te formuleren).

De balans van de sociologie is nogal onevenwichtig, daarom. Lijkt mij.

Johan Goudsblom, Balans van de sociologie
200 pagina’s
Uitgeverij SUN 1990 © 1974 oorspronkelijk

in: basisbibliotheek, a-z, geschiedenis, filosofie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J. Goudsblom-pagina

Barbara Stok · Je geld of je leven

Barbara Stok laat in dit boek zien wat een enorm nadeel het is om een strip op het eigen leven te baseren. Want, met een beslissing worstelen kan in iemands persoonlijke leven misschien heel belangrijk geweest zijn, maar daarmee is er nog geen verhaal dat voor iemand anders interessant is.

In Je geld of je leven vertelt hoe erg ze het vond om als verslaggever en fotograaf voor een Groninger huis-aan-huisblad te werken. Hoe zwaar het woog om iedere dag weer vele onbenullige interviewtjes te moeten afnemen, en daarbij beleefd te blijven omdat die mensen waarschijnlijk ook in de krant adverteerden.

In het boek komen die ontmoetingen terug als episodes van een paar plaatjes die amper verschillen van de voorafgaande. Barbara is onderweg in de auto, Barbara komt binnen, Barbara maakt aantekeningen. En waar dat minimalisme van haar tekenstijl in haar eerste verzamelbundel heel goed werkte, werkt het nu veel minder goed voor mij. Als het verhaal al wat voorspelbaar is, moeten de tekeningen dat niet nog eens gaan versterken.

Ze kan beter.

Barbara Stok, Je geld of je leven
128 pagina’s
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar © 2003

in: a-z, [auto]biografisch, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Barbara Stok-pagina

Peter Winnen · Valse start

Sportwedstrijden bieden een hevige beleving van het nu, wat sport ook zo mooi voor rechtstreekse TV-uitzendingen maakt. In sport gaat het er simpelweg om wie wint, ook al zo’n pré om ademloos geboeid te kunnen raken. Maar zodra de uitslag duidelijk is, lukt het zelden nog iemand om iets zinnigs over de wedstrijd te zeggen.

Helaas weerhoudt dat er maar weinigen van om niet hele krantenkaternen, weekbladen en TV-uitzendingen vol te babbelen met hun interpretaties van andermans kunnen.

De enige die er iets zinnigs over zou kunnen zeggen is de sportman of sportvrouw zelf. Maar die lukt het niet, want die heeft enkel de prestatie geleverd; zichzelf daarbij niet bezig gezien. En dan nog is er die onmogelijkheid woorden te vinden voor wat niet in woorden beleefd werd.

Peter Winnen is éen van de zeer weinigen die zo nu en dan iets zinnigs over sport weet te zeggen. Zelfs al gaat het daarbij maar om een observatie die hij vanaf de bank over een uitzending op TV maakt.

In deze bundel columns staan een paar heel erg goede observaties, zoals dat wie eenmaal intensief gesport heeft daarmee verplicht altijd te blijven bewegen om zich levend te blijven voelen. Helaas is de rest van dit boek een wat bijeengeharkt allegaartje, het stukwerk van een dagloner die alleen daarom al niet consistent produceert. Zijn eerste boek is beter, enkel al omdat het een boek is en geen losse verzameling.

Peter Winnen, Valse start
Sportstukken
159 pagina’s
Uitgeverij Tomas Rap © 2002

in: a-z, sport, [auto]biografisch, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter Winnen-pagina

Gerrit Komrij · Nederlandse poëzie

Nee, ik zal niet beweren alle poëzie op deze 2280 pagina’s even aandachtig gelezen te hebben. Wel heb ik eerdere drukken van deze bloemlezing in bezit, zodat een groot deel van de inhoud me alwel bekend was. Alleen komt er zo iedere negen jaar een bijgewerkte versie op de markt, dus ging het me nu vooral om wat er bijgekomen was.

De druk die ik zelf bezit was nog in éen band.

En te zeggen is, aan gedichten kwam er veel bij, maar aan de andere kant viel het ook wel weer wat tegen. Alle dichters die sinds 1964 geboren zijn worden er in zo’n honderd pagina’s doorheen gejaagd. Mijn generatie is niet heel erg aanwezig, om over de huidige twintigers maar te zwijgen.

Maar goed, hoe lees ik zo’n bloemlezing als deze dan?

Ik zie het toch vooral als bladerboeken, om zo af en toe even willekeurig ergens open te slaan. Alles in de hoop regels te lezen die nooit eerder zo, in de stemming van het moment gezien werden, en daarmee opeens lading krijgen. Lezen is het, als zoektocht naar wat taal nog vermag.

En ik geloof ook wel dat Komrij op regels geselecteerd heeft. Zonder dat ik nu verder uitgesproken ideeën heb over waarom wat in deze bloemlezing terecht kwam. Hoogstens dat ik zie dat er opvallend veel gedichten zijn die van afstand gaan over wat poëzie al dan niet is.

Enfin. Prettig is dat ik nu weer een paar nieuwe namen heb, al hoop ik dat Komrij niet de enige regels uit hun oeuvre heeft geplukt die de moeite waard zijn. Dat kan hij namelijk goed.

Gerrit Komrij, Nederlandse poëzie
van de 19de t/m de 21ste eeuw
in 2000 en enige gedichten

2280 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2004 15e druk

in: a-z, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina

Jo Schuurmans · Rooie Reus

Dit is een heel rijk boek, alleen maakt dat het nog geen goed boek. De schrijver heeft enorm veel uit archieven weten op te duiken, zelfs procedures aangespannen om inzage te krijgen in ambtelijke stukken, en op zich een heel boeiende periode uit de recente geschiedenis gekozen. Toch zit er te veel onderzoek in dit boek, en te weinig synthese.

De Rooie Reus was de zelfgekozen geuzennaam waaronder de oorspronkelijk Amsterdammer Dirk de Vroome zich vanaf de jaren zestig in Limburg tegen onrecht keerde. Helaas was hij niet bijzonder groot, noch rossig maar donkerblond. De Vroome en zijn bentgenoten ontleenden de naam aan het wasmiddel Witte Reus, wat mij om éen of andere reden nogal teleurstelde.

Ik geef toe, ik heb ooit een prachtige radiodocumentaire gehoord over de Rooie Reus, waarin hem nogal wat sterke stukken werden toegedicht. Hij zou als onbezoldigd raadsheer een grotere kennis van sociale wetten hebben gehad dan de meeste professionals. Maar auteur Jo Schoormans ontkracht die mythe. De Rooie Reus ontbeerde scholing, had nauwelijks kennis van jurisprudentie, en schreef pleitnota’s die het niet zelden van nogal wat emotie moesten hebben.

Zo maakte De Vroome optredens van zijn verschijning in de rechtszaal. Hij had ontdekt dat alleen de kleur zwart van de rechterlijke kleding wettelijke bescherming geniet. Daarom trok hij een rode toga aan als hij weer eens een zwakkere medeburger bijstond. Toen een rechter hem beval die toga uit te trekken, kon dat niet. De Vroome had er alleen schoenen en sokken onder aan, en zei dat ook.

Jo Schoormans heeft vraagtekens of die scene zich daadwerkelijk zo heeft afgespeeld. Want, De Vroome was er goed in zijn mislukkingen te verzwijgen, en zijn successen allemaal net wat mooier te maken.

En toch, wat De Vroome dan misschien te veel had, ontbeert de schrijver van dit boek dan weer. Had die maar eens wat verzwegen, had die maar eens wat meer moeite gedaan om te vertellen in plaats van zaak na zaak uit te werken.

Toegegeven, De Vroome was erg impulsief, kort voor de kop, en bij tijden waarschijnlijk een schreeuwer die meer wilde dan in zijn beperkte kunnen lag. Maar zijn altruïsme maakt hem wel intrigerend materiaal voor een boek. Neem Robin Hood, ontneem hem zijn scherpschutterscapaciteiten, en laat hem zo af en toe toch succes halen in de strijd tegen de overheid.

Misschien moet een romanschrijver het nog eens proberen, of een filmmaker.

Jo Schuurmans, De Rooie Reus
Dirk de Vroome
strijder tegen onrecht 1925 – 1986

415 pagina’s
Uitgeverij Babylon-De Geus © 1995

in: a-z, geschiedenis, politiek

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jo Schuurmans-pagina

Norbert Elias · Geschiedenis van Norbert Elias

Merkwaardig dat ik dit boek nooit eerder heb gelezen. Norbert Elias is een held van mij. Zijn boek Über den Prozeß der Zivilisation was een voorname reden opnieuw te gaan studeren. Zijn denkperspectief maakte nogal wat indruk, omdat het hem lukte geschiedenis zichtbaar te maken door alleen maar te beschrijven hoe omgangsvormen veranderden.

In De geschiedenis van Norbert Elias zijn een lang interview over zijn leven opgenomen, en een stuk dat hij zelf schreef over zijn wetenschappelijke loopbaan. Alleen al dat hij in 1897 in Breslau geboren werd, in de Eerste Wereldoorlog met de Duitsers meevocht, en later als Jood voor hen naar het Engeland vluchtte, levert een boeiend verhaal op. Daarnaast biedt Elias inzicht in de geschiedenis van de sociologie, omdat die wetenschap zich pas tijdens zijn leven grondvestte in de universiteiten.

Terloops verwoordt Elias daarbij de ambitie die hij voor zichzelf en de sociologie zag: dat is om feiten naar voren te brengen op een manier die voor iedereen begrijpelijk is, zodat veel vergissingen zijn te voorkomen.

Hij doelde er daarbij in het gesprek op dat generaals beslissingen nemen die henzelf nooit raken, maar waarvan de bevolking nog lang de gevolgen dragen kan. Maar ook dat het onontkoombaar presenteren van feiten kerndoel van de sociologie zou moeten zijn.

Het is als in alle natuurwetenschappen: het is pas mogelijk iets tegen de bliksem of de pest te doen als de oorzaken daarvan bekend zijn.

Dit is een centrale gedachte die ik onderschrijf, en die mij er regelmatig toe brengt te verzuchten dat er in Nederland op een te laag niveau geanalyseerd wordt.

Maar goed, om feiten zuiver te kunnen presenteren, is helder denken noodzakelijk. En veel moeilijker nog: ook het zelfvertrouwen om in te durven zien dat heersende gedachten niet deugen.

Conformisme aan een groep is altijd makkelijker.

De geschiedenis van Norbert Elias
A.J. Heerma van Voss en A. van Stolk
in gesprek met Norbert Elias, gevolgd door
Norbert Elias, Notities bij mijn levensloop
167 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1987

in: politiek, a-z, aanbevolen 2005, vertaald, cultuur, [auto]biografisch, Deutsch [& übersetzt]

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Norbert Elias-pagina

Dick Francis · Doodgeverfd

Dit moet het eerste boek van Dick Francis zijn geweest dat ik ooit gelezen heb. Er zat nog een kassabon in die de aankoop in 1980 dateert. Een jongetje was ik nog.

Dit boek beviel me toen wel. Want, uiteindelijk heb ik alle thrillers van Dick Francis gelezen. Ook al heb ik niets met paarden.

Maar, nu in terugblik, wat is dit een matig boek. Het begint heel sterk, maar verzandt dan de ene onwaarschijnlijkheid na de ander. Wat is het misdaadsyndicaat merkwaardig opgezet. En waarom moet die hoofdpersoon na al naar Australië te zijn gereisd ook nog een keer naar Nieuw-Zeeland? Opdat de auteur zijn eigen reisjes daar naartoe belastingtechnisch kon opvoeren als research?

Ik zie best dat ik onder de indruk was van een hoofdpersoon die tekentalent werd toegedicht. Zo wilde ik natuurlijk ook zijn. Een scherp waarnemer, die als hij eenmaal iemand gezien had daar ook een goed gelijkend portret van tekenen kon.

Ach ja.

Dick Francis, Doodgeverfd
254 pagina’s
Uitgeverij De Arbeidspers © 1979
vertaling C.C.M. Zurel-Holty van Framed

in: a-z, spannend, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Joost Zwagerman · Vijfde seizoen

Wat zou ik Zwagerman toch graag lezen over een onderwerp dat hij voor de verandering eens als allereerste aansnijdt. Waarbij hij laat zien wel degelijk zelf te kunnen waarnemen, in plaats de schijn te wekken vooral ideeën bij anderen te lenen.

Goed, hij schroomt niet om te laten zien bij wie allemaal hij zijn ideeën weg haalt. Maar daarvoor geldt toch ook het adagium van Schopenhauer: wat moet iemand weinig eigen gedachten hebben om zo veel te kunnen lezen.

En ja, ik weet dat zoiets ook over dit boeklog gezegd kan worden.

Het grootste deel van dit boek is gevuld met variaties op evergreens uit het beschouwende werk van Zwagerman. Er komen heel wat bekende helden langs, zoals de schrijvers Updike, Bellow, Martin Amis, en Madonna.

Aardig is wel een beschouwing over het korte verhaal, en de vraag waarom in Nederland iedereen toch per se een roman wil schrijven.

En ook was informatief dat Zwagerman meldde zich bij het schrijven van een roman als Chaos en rumoer niet op Martin Amis baseerde, zoals Ron Kaal dacht, maar juist op Cees Nooteboom. ‘Plagiaat als stijlfiguur.’ En geen enkele Nederlandse criticus die het natuurlijk gezien had, haha.

Toch, de laatste tachtig pagina’s van dit boek zijn op zich het interessantst. Als Zwagerman ineens bekent dat zijn vader een zelfmoordpoging heeft gedaan, en hij niet meteen tien citaten van grote namen gereed heeft om te verwoorden wat hem dat deed.

Maar goed. De dood. Daar is ook al niet heel wat over gezegd.

Joost Zwagerman, Het vijfde seizoen
350 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2003

in: boeken over schrijven, a-z, essays, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joost Zwagerman-pagina

John Updike · Vertrouw op mij / Trust me

De achtste verhalenbundel die John Updike liet uitgeven maar liefst, als de boeken over die rare schrijver Bech meetellen, en daarmee het werk van een inmiddels zeer ervaren meester. Al vind ik enkele van zijn allereerste verhalen helemaal onovertroffen, dus was het meesterschap er al vroeg.

Updike schreef deze verhalen met enkele uitzonderingen allemaal in de jaren tachtig. Dat is geen triviale informatie, omdat hij de neiging heeft personages van zijn eigen leeftijd te creëren, en zich bezig te houden met wat hen allemaal treft. Updike werd geboren in 1932, en dus zijn ook de meeste hoofdpersonen in dit boek rond de vijftig.

Dat geeft ze een verleden, en toch ook nog verwachtingen. Vaak is er een radicale breuk geweest, niet zelden een scheiding. En personages beseffen zich vaak dat hun nieuwe leven weliswaar veel gebracht heeft, maar dat het oude rijkdommen had die voor altijd verloren zijn gegaan.

Er staan een paar verhalen in dit boek die me koud lieten, omdat Updike daarin geen moment het belangrijkste personage leven weet te geven. Maar in de verhalen waarin hem dat wel lukt, is hij onweerstaanbaar groots. Lees ‘The City’, ‘Killing’, ‘Still of Some Use’. Daarin slaagt hij erin stemmingen te verwoorden die nooit eerder zo in taal gevangen zijn, maar perfect herkenbaar worden. Dan is zijn meesterschap zo groot dat het lezen van een paar bladzijden volstaat voor een dag, om alle andere lezen tot oppervlakkig geblaat te maken.

Vanwege die rijkdom heb ik dit boek zowel in het Engels als in de vertaling gelezen. Elke versie gaf me toch weer wat anders. Hoe goed mijn Engels ook is, soms kan een vreemde taal een drempel zijn aan het eind van een dag. Weliswaar geeft het origineel het meest, maar toch bood de Nederlandse versie me soms ineens een zin waar ik in het Engels overheen gelezen had.

Alleen verbaast het me altijd weer hoe slecht vertalers details uit het leven in de VS begrijpelijk weten te maken. Dat is ergerlijk.

John Updike, Vertrouw op mij
298 pagina’s
Uitgeverij Agathon © 1989
John Updike, Trust Me
256 pages
Penguin Books Ltd © 1988

in: a-z, aanbevolen 2005, vertaald, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Updike-pagina

Norman Levine · Vanwege de oorlog

De Brits/Canadese schrijver Norman Levine overleed op 14 juni van dit jaar, zonder dat dit hem nog enige publiciteit opleverde. Het duurde een week voor het nieuws mij stomtoevallig bereikte, en toen bleek er via de internetten nog nauwelijks informatie te vinden.

Misschien ligt dat aan zijn minimalisme; misschien schrijft hij te karig om door een groot publiek gewaardeerd te kunnen worden.

Levine’s dood herinnerde me er wel aan dat ik de drie dunne boekjes die ooit van hem vertaald werden in de kast heb staan. Vanwege de oorlog was ooit een favoriet, al wist ik dat het een bloemlezing van de beste verhalen was uit verschillende bundels.

Door zijn dood weet ik nu ook dat hij tien verhalenbundels heeft gepubliceerd. En, omdat Canada zijn eigen Amazon heeft, en er een levendige tweedehandshandel online is, moet het inmiddels mogelijk zijn die allemaal thuis te krijgen voor weinig.

Dit is een prettig vooruitzicht.

Dat ik de verhalen van Levine afwisselend met die van Updike las, confronteerde me dubbel met de verschillen in hun stijl. Waar Updike de meester van de beschrijving is, tot op het punt waar het weleens te veel wordt, verzwijgt Levine nu juist. Zo weinig informatie geeft hij dat snel lezen uitgesloten is.

Gek genoeg vind ik de thematiek van beide schrijvers niet eens zo veel verschillen; de verhalen blijven doorgaans dicht bij huis, en zijn in die zin nooit spectaculair. Maar daardoor kunnen ze wel soms even heel ‘echt’ voelen.

Ik ben blij van beide meesters te kunnen genieten. Een lezer heeft het toch maar makkelijk.

Norman Levine, Vanwege de oorlog
Verhalen
183 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1989

in: a-z, vertaald, verhalen

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Norman Levine-pagina

Wehkamp Voorjaar / Zomer ‘90

Al in de dagen voor er internet was in Nederland werd me jaarlijks twee maal een complete website op papier toegestuurd. Dat kostte helemaal niets. Ik hoefde alleen maar te dulden dat de uitgever mij met mevrouw aansprak.

De bedoeling van de firma Wehkamp was dan dat ik minstens éen van de afgebeelde artikelen uit deze catalogus bestelde. Dat heette postorder. En het verschilde niet van de tegenwoordige e-commerce in de zin dat de bestellingen ook toen al altijd bezorgd werden als ik zeker niet thuis was.

Maar jongens en meisjes, de Wehkampgids vervulde in die dagen nog veel meer rollen dan enkel die van catalogus. Zo herinner ik me dat het papier uitermate geschikt was om tot een pijl gedraaid te worden, die dan door een eind elektriciteitsbuis einden weg te blazen was. Leuk was dat. Meestal tot er iemand in zijn oog geraakt werd, en het niet meer mocht.

En ook, het is amper voor te stellen nu zelfs de TV-reclame na elven tegen de pornografie aanhangt, maar toen bracht de Wehkampgids in menig huishouden het enige bloot binnen. Zo onschuldig waren we, dat zelfs de afdeling badkamerartikelen in de gids onze belangstelling had, omdat in een van de afgebeelde douchecabines altijd wel ergens de naakte achterkant van een mevrouw te zien was.

Verder stond in iedere gids een verwarrend plaatje van een mevrouw die een banaanachtig voorwerp tegen haar wang aan drukte. Massagestaaf heette dat ding in de omschrijving. Maar omdat we de ogen van de mevrouw niet mochten zien, wisten we wel ongeveer dat dit niet helemaal klopte.

In deze catalogus voor het voorjaar en de zomer van 1990 heet zo’n ding overigens al gewoon een vibrator, en is er al keuze uit verschillende modellen. Technische specificaties ontbreken verder; een aanwijzing dat er bij de verkoop waarschijnlijk niet op een mannelijk koperspubliek werd gemikt.

Amper vijftien jaar geleden is het, en op zich blijft wat toen te koop aangeboden werd in vorm en functie nog wel herkenbaar. Maar wat lijkt alles lillijk. De in deze gids afgebeelde mode is natuurlijk uit de mode. Ook hebben de vrouwelijke modellen raar haar, en vreemdkleurige make-up. En erger nog zijn de mannelijke modellen; dat lijken me knaapjes met amper baardgroei die nogal ouwelijk ogende machoposes aannemen.

Aandoenlijk.

Maar catalogi als deze doen me vooral beseffen hoe blij ik ben eigenlijk niet zo veel nodig te hebben. Er is zo veel troep op de wereld te koop. Neem dit boek: het heeft 772 pagina’s vol producten, en niets dat ik er van blief. In die zin is een oude Wehkampgids nuttiger dan een bibliotheek vol traktaten tegen het hedonisme.

Tot mijn grote geluk zag ik wel dat de ‘teletrapper’ nog in deze gids te koop werd aangeboden. Dat was waarschijnlijk het eerste fitnesstoestel voor mensen die te lui waren om van de bank te komen. De TV-reclame van het moment toont aan dat daarmee toen al trend gezet werd; iedereen die weet meer te moeten bewegen, doet dat het liefste niet. Dus komen er apparaten op de markt die dat bewegen zogenaamd van ons overnemen.

Zo werkt het, dus.

Wehkamp Voorjaar / Zomer ‘90
772 pagina’s
Uitgeverij Wehkamp © 1990

in: a-z, periodieken, reference

[+] zie de gerelateerde titels | 

Hans Van Maanen · Kleine encyclopedie van misvattingen

Op van Maanen’s website zag ik dat er inmiddels een uitgebreidere versie van dit boek op de markt is. Die heet logischerwijs Encyclopedie van misvattingen, en eigenlijk lijkt me dat de verkeerde titel. Iets een encyclopedie noemen, betekent volledigheid beloven. Dat is onmogelijk, dunkt mij. Van een ‘kleine encyclopedie’ is tenminste duidelijk dat daarin maar een greep uit alle ellende is gedaan.

Ik nam dit boekje even ter hand om te kijken hoe het ook alweer precies zat met Onan. Die masturbeerde namelijk niet, maar moest tegen zijn zin kindertjes verwekken bij de vrouw van zijn overleden broer. En de daad geschiedde daarbij ook wel, maar zijn zaad werd op de aarde uitgestort.

Zo goed is mijn bijbelkennis niet dat ik die details allemaal paraat heb.

Probleem van de Kleine encyclopedie van misvattingen is hoogstens dat ik het lemma na Onan dan ook lees, en ook wat daar weer na komt. Binnen een paar minuten valt dan het besluit alles nog maar weer eens door te nemen.

Gelukkig heb ik in de loop der jaren toch ook wel veel onthouden.

Boeken als deze vind ik prachtig. Zij laten zien hoeveel onzin er in omloop is, en hoe beschamend veel informatie ook ik ter goeder trouw heb aangenomen, zonder ooit te controleren of die klopte.

Enigszins jammer is wel dat Van Maanen zich tot vrij onschuldige misvattingen beperkt. Een in intentie vergelijkbaar werk als The Skeptic’s dictionary gaat bijvoorbeeld stevig tegen de kwakzalverij en het geloof in het paranormale in. Die bijna principiële keuze maakt Van Maanen niet, terwijl hij in zijn verdere werk toch regelmatig stevige uitspraken doet over dubieuze wetenschap.

Hans van Maanen, Kleine encyclopedie van misvattingen
176 pagina’s
Uitgeverij Boom © 1989

in: a-z, reference, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hans Van Maanen-pagina