Inhoud augustus 2005:

Tim Krabbé · Renner

Tim Krabbé · 43 wielerverhalen

Jeroen Brouwers · Het is niets

Kristien Hemmerechts · Jaar als (g)een ander

Karel van het Reve · Met twee potten pindakaas naar Moskou

R. Crumb · Sketchbook Volume 7

Peter Bügel · Niemand kan denken

Leon de Winter · Kaplan

René ten Bos en Ruud Kaulingfreks · Stra

Clive James · Glued to the Box

Clive James · Crystal Bucket

Gerrit Komrij · Horen, zien en zwijgen

Lennaert Nijgh · Tobia

Philip Larkin · Collected Poems

Paul Krugman · Loon naar werken

Karel Knip · Alledaagse wetenschap

Augustus J.C. Hare · Sketches in Holland and Scandinavia

Walker Percy · Lost in the Cosmos

Tim Krabbé · Renner

Ik herlees dit boek ieder jaar juli, als de Tour de France begint. Alleen al omdat de eerste tourweek altijd tegenvalt de laatste jaren. Er wordt te berekenend gereden. Het verloop van de etappes is bijna geheel voorspelbaar geworden, hoogstens kan de naam van de dagwinnaar nog een verrassing opleveren.

omslag de renner

De Renner is voor mij bovenal een memento aan de dagen dat ik nog wreed nationalistisch en totaal subjectief naar het wielrennen op televisie keek. We leefden aan het eind van de jaren zeventig. Nederland sprak een duchtig woordje mee, en niet eens alleen door de ploeg van Peter Post. Dat wij wedstrijden wonnen was normaal.

Toen ook kocht ik van mijn eigen spaargeld een fiets met tien versnellingen. Ik maakte enorme tochten, meestal in mijn eentje, en trapte daarbij vaak een krankzinnig groot verzet naar mijn huidige inzicht. Want, dat ging zo lekker snel.

Iedere keer als ik De Renner lees, leest dat jongetje in mij mee. Is er weer die herkenning dat het iemand gelukt is de roes te beschrijven die fietsen brengt.

Tegelijkertijd klopt het boek niet. Krabbé geeft dat zelfs aan in de tekst. Daarin verbaast hij zich hoe weinig gedachten een wielrenner heeft tijdens een wedstrijd, in tegenstelling tot een schaker. En toch is De Renner zo opgezet dat het lijkt of de hoofdpersoon al die ideeën en associaties heeft tijdens die zware wedstrijd in Frankrijk, die de raam vormt voor het verhaal.

Kunst is meesterlijk als zo’n fout tijdens het lezen, de voorstelling, of de film niet opvalt, maar zich pas achteraf opdringt als de logica van her verhaal toch ergens niet klopt. Maar ik bedenk me ook dat ik als lezer volwassen moest worden om dat te leren zien.

Ooit, als jongetje, stoorde het mij dat het spannende verhaal van die wedstrijd steeds met surrealistische terzijdes onderbroken werd. Okay, toen was ik nog vooral benieuwd naar de afloop. Inmiddels is onderweg zijn het interessantst geworden, ook op de fiets.

Tim Krabbé, De renner
130 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 1987 © 1978 oorspronkelijk

in: a-z, sport, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tim Krabbé-pagina

Tim Krabbé · 43 wielerverhalen

43wielerverhalen

Ik ben dit boekje inmiddels als een soort bijlage bij De Renner gaan zien. Krabbé formuleert weliswaar nog een aantal nieuwe gedachten over het wielrennen, maar in deze bundel werd nogal wat journalistiek werk opgenomen dat inmiddels wat verouderd aandoet.

Renners boren bijvoorbeeld tegenwoordig geen materiaal meer weg om hun fietsen lichter te maken. De opmars van het carbon als materiaal maakte dat de UCI inmiddels zelfs een limiet ingesteld van wat een wedstrijdfiets per se moet wegen.

Merkwaardig is ook dat er een paar elkaar wat tegensprekende metastukjes in deze bundel staan over het boek De Renner. In éen daarvan wordt nog net gedaan of in die roman de waarheid is verteld, uit een ander blijkt dat een belangrijke bijfiguur uit het boek ineens heel anders heet in het echt.

Is dat erg ?

In zekere zin maakt 43 wielerverhalen wel dat De Renner een nog beter boek wordt. De lezer krijgt meer autobiografische informatie over de wielercarriére van Tim Krabbé aangereikt, en kan die epische tocht waarover verteld wordt in die roman daarom beter plaatsen. Er is daarmee wat verdieping aangebracht. Tegelijkertijd kan de roman ook zonder, terwijl deze bundel waarschijnlijk nooit verschenen was zonder dat andere boek.

Tim Krabbé, 43 wielerverhalen
168 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 1988 © oorspronkelijk 1984

eerder van deze schrijver op dit boeklog besproken:
De renner

in: a-z, sport, [auto]biografisch, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tim Krabbé-pagina

Jeroen Brouwers · Het is niets

De vraag die onwillekeurig bij me opkomt bij het herlezen van Het is niets is: waarom kan ik dit boek straffeloos om de zo veel jaar opnieuw inkijken, terwijl ik zijn romans met moeite uit krijg?

Ofwel: waarom vind ik Brouwers éen van de beste Nederlandse schrijvers wanneer hij zich tot aantekeningen en brieven beperkt, maar doet zijn literaire werk mij nauwelijks iets?

Misschien is het omdat de schrijver zich altijd zulke strenge vormeisen oplegt in zijn romans. Wat mij vooral aantrekt in Brouwers brieven en aantekeningen is de lenige losheid van zijn taal, die nog eens geaccentueerd wordt doordat hij vindt dat een schrijver alles moet durven schrijven.

Misschien is het omdat in zo’n boek als Het is niets fragmenten staan die met duidelijke emotie geschreven zijn, en dat daarom ook overbrengen.

Overigens brengt dit boek ook talloze passages over het droevige lot van een schrijver in Nederland die geen bestsellers weet te produceren. Ook al omdat Brouwers geen bijverdienste ophaalt uit het lezingencircuit blijven zijn inkomsten karig.

Maar vanuit diezelfde onderliggende positie doet hij dan weer venijnig scherpe waarnemingen over het universitaire letterenbedrijf. Waar de hooggeleerden prachtige salarissen trekken uit parasitair werk; op staatskosten boekjes mogen bestuderen die door een lagere klasse schrijfvolk gewrocht zijn.

Het voelt als echt, de woorden in dit boek. Misschien om de minimale redactie en de spontaniteit bij het schrijven. En echt is een groot goed bij schrijvers.

Jeroen Brouwers, Het is niets
152 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1993

eerder van deze schrijver op dit boeklog besproken:
Terug thuis

in: a-z, aanbevolen 2005, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeroen Brouwers-pagina

Kristien Hemmerechts · Jaar als (g)een ander

Gepubliceerde dagboeken zijn een merkwaardig genre. Al helemaal als de schrijver nog leeft, en de lezer dus van tevoren weet niet alles te krijgen. Niemand zal een boek uitbrengen waar zijn of haar omgeving echt pijn door lijdt, of die het eigen werk verder onmogelijk zal maken.

Het is dus niet vreemd dat Kristien Hemmerechts ergens meldt dat we hoogstens 75% eerlijkheid mogen verwachten. Bovendien is er een epiloog waarin ze schrijft hoe onbetrouwbaar haar geheugen is.

Maar goed, waarom las ik zo’n boek als dit dan?

Dagboeken hebben ook éen duidelijk voordeel, en dat is het ontbreken van een plot. Daardoor komen andere eigenschappen van een schrijver naar voren, zoals zijn of haar waarnemingsvermogen en de vaardigheid om de werkelijkheid in woorden te vangen. Bijvoorbeeld door verrassende formuleringen. Ik ben gewoon benieuwd hoe goed iemand schrijft zonder de dwingende conventies van een verhaal of essay.

Er nog even van afgezien dat enig voyeurisme mij niet vreemd is.

En mij viel op dat, vergeleken met haar fictie, Hemmerechts in haar dagboek weinig zintuiglijk schrijft. Haar directe waarnemingen blijven tot de kern beperkt, waardoor de feiten wel doorkomen maar kale mededelingen blijven.

Wel is er genoeg mening te lezen, ook al omdat ze zo vaak om opinies gevraagd wordt en die dan ook wel klaar heeft. Maar meningen over oud nieuws smaken zelf ook wat muf en oudbakken.

Ik blijf bij de constatering die de bespreking van een vergelijkbare kroniek van José Rentes de Carvalho ook al opleverde. Dit genre boeken wordt overklast door het goed geschreven weblog. Al was het maar omdat weblogs actueel zijn en daardoor veel directer uitnodigen tot meedenken, en medeleven.

Kristien Hemmerechts, Een jaar als (g)een ander
Dagboek: 5 februari 2001 – 15 februari 2002

380 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 2003

eerder van deze schrijfster op dit boeklog besproken:
Altijd met uw gezever, gij

in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kristien Hemmerechts-pagina

Karel van het Reve · Met twee potten pindakaas naar Moskou

Ik moet dit boek ergens in de jaren tachtig voor het eerst gelezen hebben, toen Moskou nog altijd hoofdstad van een communistische heilstaat was. De omwenteling kwam daarna nog onverwacht snel. Maar al relatief kort daarop zou Met twee potten pindakaas naar Moskou uitsluitend nog beschrijvingen van een dystopie bevatten die niet meer was.

Tenminste, zo lees ik het boek nu. Als geschiedschrijving van wat ooit was, met soms verbazingwekkende beschrijvingen die aan een veel langer verleden doen denken. Al is meest verbazingwekkend nog wel de flaptekst, die enkel uit een briesende recensie over dit lasterlijke werk bestaat van communistisch voorman Marcus Bakker.

Al verbaasden mij dan ook heel vanzelfsprekende dingen in de tekst. Bijvoorbeeld dat Van het Reve gewoon met zijn eigen auto naar Moskou reed, om daar correspondent voor Het Parool te worden. Weliswaar moest hij daarvoor via Scandinavië en Leningrad omrijden, maar het kon gewoon.

Helaas gaat bijna de helft van dit boek op aan drie lange stukken over de Russische revolutie die me werkelijk geheel niet interesseren. Daarentegen worden de contacten die Van het Reve had met Russische dissidenten in amper een zesde van de totale tekst afgedaan, waarschijnlijk omdat hij in 1970 nog mensen in gevaar bracht door al te open te zijn over het intellectuele verzet tegen het communisme. Toch zou ik daarom voor een vermeerderde heruitgave willen pleiten, waarin ook de herinneringen zijn ondergebracht die hij later nog over zijn tijd in Moskou publiceerde.

Nu was het boek wel erg dun.

Karel van het Reve, Met twee potten pindakaas naar Moskou
144 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot © 1970

in: a-z, [auto]biografisch, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karel van het Reve-pagina

R. Crumb · Sketchbook Volume 7

Internet, dat wou wat. Zo gauw als online bestellen bij Amazon mij mogelijk werd, deed ik dit ook. Tot op een gegeven moment dit boek binnenkwam en het een miskoop bleek. Toen besloot ik me toch maar te beperken tot het ongezien kopen van boeken met tekst.

Toch was het idee goed. Jarenlang al had ik me in stripspeciaalzaken bijna verlustigd aan het bestaan van die schetsboeken van Robert Crumb. Alleen lagen ze daar dan altijd voor drie, vier keer de originele prijs, wat een aankoop daar echt veel te duur maakte.

Ik besef nu wat hard gereageerd te hebben, die eerste keer dat dit boek me onder ogen kwam.

Zo vond ik toen het papier te grauw, zonder dat me nu duidelijk is waarom.

Nog iets anders is dat mijn verwachtingen toen nogal hooggespannen waren. Ik hoopte iets van dit schetsboek, namelijk dat het me meer inzicht zou bieden in de manier waarop Crumb tekent. En toen bleek dat zijn lijnvoering helemaal niet zo interessant is, omdat hij altijd met pen tekent. Evenmin viel er iets nieuws te leren uit de manier waarop hij arceert, of met dat grote verschil tussen het zwart van de inkt en het wit van het papier omgaat.

Inmiddels heb ik geaccepteerd dat het niet heel interessant voor mij is hoe Robert Crumb tekent. Wat hij tekent, is daarentegen zelden vervelend.

R. Crumb, Sketchbook Volume 7
Mid 1969 to end of ’70

zonder paginanummering
Fantagraphics Books © 1999

in: a-z, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de R. Crumb-pagina

Peter Bügel · Niemand kan denken

Ooit had Het Parool prachtige wetenschapsbijlagen. Hans van Maanen was er nog redacteur, Peter Bügel columnist. En het ging vrijwel iedere week prettig hard tegen het al te gemakzuchtige denken over wetenschap en de slechte journalistiek die daarvan het gevolg is.

Maar, Het Parool besloot anders te gaan werken. De brede aandacht voor wetenschap verdween, en mede daardoor gaf ik niet heel lang daarna mijn abonnement op.

Dit boekje is een memento aan die gouden tijd, toen het nog uitkijken was naar de krant van zaterdag met Bügel’s bijdrage daarin.

Het uitgangspunt van deze verzameling columns luidt dat de wetenschap knarsend tot stilstand gekomen is, omdat nieuwe doorbraken al decennia uitblijven. In plaats daarvan is er enkel geknutsel bijgekomen, gefrut met technologie.

Nu, veel meer dan deze stelling poneren doet Bügel niet. In zijn columns gaat hij vooral in op het vakgebied waar hij wel een grondig verstand van heeft, en dat is de zorg. In 1995 was hij wetenschappelijk docent bij de huisartsenopleiding in Groningen.

Interessanter is daarom Bügels stelling dat voor veel wetenschappers een voorname activiteit hebben gekregen in het ons aanpraten van angst en schuldbesef. Want, onze voorspoed is zondig. Ascese moet, zonder dat daar bewijzen voor zijn. En dan ook, wanneer hij de onzin aantoont van nogal wat schijnbaar breed aanvaarde ideeën, schrijft Bügel iets dat noodzakelijk is om te lezen. En te herlezen ook.

Peter Bügel, Niemand kan denken
Domheden en denkfouten in de wetenschap

144 pagina’s
Uitgeverij Contact © 1995

in: a-z, kennis, aanbevolen 2005, filosofie, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter Bügel-pagina

Leon de Winter · Kaplan

Ik moet onder de indruk geweest zijn van deze roman, anders had ik de pocket niet gekocht toen. Maar nu lukt het me niet heel goed meer in te voelen waarom dan toch. Kaplan is het boek van een schmierende schrijver, die ineens alle conventies los wil laten die hem in zijn eerdere werk nog zo ten dienste stonden. Het verhaal schiet alle kanten op. Figuren worden even opgevoerd, en net zo makkelijk een pagina verder weer afgedankt.

Er vallen namelijk nogal wat doden in dit boek. Zo veel doden zelfs, dat het belachelijk wordt.

Tuurlijk, een fictieschrijver probeert de emoties van zijn lezers te manipuleren, dat is zijn goed recht. Maar te vaak wordt daarbij naar loodzware middelen gegrepen. Ik ben als lezer inmiddels op het punt beland dat voor mij iedere dode in een boek een zwaktebod is.

Dood, of de Tweede Wereldoorlog, danwel elke ander groot leed wordt mij te vaak ingezet om wat in een roman verteld wordt belangrijk te maken. Zonder dat het daarmee belangrijk is. Daardoor knapt er tegenwoordig iets bij mij. Is er geen ‘uitstel van het ongeloof’ meer, en realiseer ik me hoe zeer de auteur verhaaltjes bij elkaar heeft zitten te verzinnen.

Leon de Winter heeft voor Kaplan heel wat bij elkaar zitten te verzinnen, onder meer over het leven van een 38-jarige Joodse schrijver met een zeker succes. Alleen gaat het meeste daarvan bij mij nauwelijks opgemerkt voorbij, omdat De Winter heeft nagelaten zo in zijn personages te investeren dat ze mensen voor mij werden.

Het lijkt me eerder een grabbelton aan dramatische verwikkelingen dan een roman dit boek. Een verzameling overspannen plotjes met enorme emoties die als hard schetterende fanfare na fanfare de lezer uiteindelijk met ongevoeligheid slaan.

Dat de schrijver in het boek een alwetende verteller inzet, ergerde mij ook al niet weinig.

Enfin, het is dat ik snel kan lezen, anders had ik me nog over de tijdverspilling beklaagd ook.

Leon de Winter, Kaplan
464 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij 1989 © eerste druk 1986

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Leon de Winter-pagina

René ten Bos en Ruud Kaulingfreks · Stra

Dit boek leest als de illustratie van een leerweg of theorie die in de tekst zelf niet aan bod komt, merkwaardig genoeg. Het is of van de lezer al een ruime basiskennis verwacht wordt en het gebodene daar verdieping op aanbrengt. Maar, ik ontbeer dat begrip, misschien omdat ik boeken voor managers doorgaans mijd.

Mijn bevreemding werd versterkt door de vertelvorm die de auteurs hebben gekozen. Het boek kent geen lineaire opbouw, en mag ook werkelijk een woordenboek heten. Zij het dat het aantal trefwoorden nogal beperkt is, en de beschrijving van het lemma vele pagina’s in beslag kan nemen.

Dit boek kan daarom waarschijnlijk beter niet van kaft tot kaft gelezen worden. Misschien is het beter zo af en toe een trefwoord te lezen. De uitwerking bevat meestal genoeg stof tot overdenken; een pagina of wat per dag is genoeg. Zeker omdat de auteurs gevestigde manieren van denken proberen te ontregelen.

Mij ontgaat als buitenstaander welke heilige huisjes in dit boek precies allemaal afgebroken worden. In plaats daarvan las ik veelal voor het eerst over de mij vreemde mechanismen die een organisatie maken.

Natuurlijk, sommige klassiekers uit de managementliteratuur ken ik wel. Ideeën als het ‘Peter Principle’ waren me niet onbekend. Desondanks wordt het wezen van organisaties in dit boek zo grondig ontleedt, dat het me hier en daar schokte.

Zo poneren de auteurs de stelling dat organisaties er voor zorgen dat mensen nooit op de plek komen waarop ze zouden excelleren. Dat levert namelijk gevaar op. De functie is namelijk altijd belangrijker dan de persoon die de functie vervult. En briljantie verstoort het normale evenwicht in de organisatie.

Maakt de discussie over topinkomens toch wel anders, om zoiets te weten.

René ten Bos en Ruud Kaulingfreks, Stra
Een wonderlijk woordenboek
voor de weldenkende manager

208 pagina’s
Uitgeverij Thema © 2005

in: a-z, kennis, politiek, filosofie, reference

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de René ten Bos en Ruud Kaulingfreks-pagina

Clive James · Glued to the Box

Glued to the Box is het bewijs dat een goed auteur over alles kan schrijven, zonder dat dit uitmaakt. In het boek zijn televisierecensies verzameld die Clive James wekelijks voor de Britse krant the Observer schreef in jaren 1979 -1982. Hij bespreekt vrijwel steeds programma’s die ik nooit bekeken heb en nimmer zal zien, maar toch vreet ik ieder woord.

James begrijpt bijvoorbeeld hoe drama werkt, en wat goed toneelspel is. Dat maakt dat zelfs recensies over de meest vluchtige soap nog iets leerzaams op kunnen leveren. Zo merkte ik bij het herlezen hoe veel ik van hem opgestoken had over de verschillen tussen Brideshead Revisited als boek, en als TV-serie. Kennis die ik laatst nog eens achteloos tijdens een borrel liet vallen, en nu toch maar tweedehands bleek.

Maar bovenal is Clive James humoristisch, zonder daarbij ooit op de platte grappentoer te gaan. Hem lezen, is meteen ook inzien hoe stijf mijn eigen zinnen blijven; tot hoe veel meer beweging taal in staat is, als een vakman zich ervan bedient.

Zijn gebundelde recensies maken bovendien dat sommige TV-programma’s zo onvergetelijk beschreven zijn, dat een jaar uitverkoren zijn bij Zomergasten nog niet genoeg is om alles te kunnen zien waar hij nieuwsgierig naar maakt.

Clive James, Glued tot the Box
Television criticism from the Observer 1979-82

280 pages
Jonathan Cape © 1983

in: a-z, humor, media, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Clive James-pagina

Clive James · Crystal Bucket

Werd Glued to the Box de laatste bundel TV-recensies van Clive James, The Crystal Bucket was de tweede uit een serie van drie. De schrijver heeft in dit boek helemaal zijn toon en vorm gevonden. En dus lees ik geboeid besprekingen van TV-programma’s die bijna dertig jaar terug ooit in Groot-Brittannië te zien waren.

Wel valt bij het achter elkaar lezen van de bundels op dat Clive James, zoals elke columnist, stokpaardjes heeft en ieder jaar weer dezelfde programma’s beschrijft. Geen goed woord heeft hij over voor het Eurovisie songfestival, toch komt het altijd weer aan bod.

Andere terugkerende evenmenten zijn de verkiezing van Miss World, en dan vooral de ronde in nationaal kostuum, de regen op Wimbledon, en programma’s met wintersport. Waarbij James hilarisch weergeeft hoe zeer de commentatoren iedere Britse skiër ophemelen, terwijl iedere positieve opmerking tijdens een rechtstreeks verslag onmiddellijk tot een val of uitschakeling leidt.

Goed, ergens in deze boeken weet James onvergetelijk Arnold Schwarzenegger te beschrijven als ‘een condoom gevuld met walnoten’. Ergens beschrijft hoe zijn fascinatie voor de soapserie Dallas er ook uit bestond om te zien wie van de vrouwelijke hoofdrolspelers die week de beha mocht dragen. Misschien moet ik die opmerking dat hij nooit op de platte moppentoer gaat wat verzachten.

Maar ze zijn zo rijk aan observatiekunst, deze boeken.

Clive James, The Crystal Bucket
Television criticism from the Observer 1976-79

238 pagina’s
Jonathan Cape © 1981

in: a-z, media, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Clive James-pagina

Gerrit Komrij · Horen, zien en zwijgen

Het is gevaarlijk de beste Nederlandse TV-recensies ooit meteen te lezen na een groot Brits-Australisch schrijver over televisie. Want, ineens vallen de kwaliteiten van Komrij minder op, terwijl zijn gebreken juist veel schrijnender zichtbaar worden.

Zoals ik eerder al eens ergens schreef, Komrij krabt in zijn formuleringen vaak raak en hard, maar raakt hij daarmee toch zelden meer dan het vernis.

Niet dat ik per se iets van een boek wil leren, maar als er nuttige informatie verstrekt wordt die juist vanwege de treffende formulering hangen blijft, is dat meegenomen.

Uit Horen, zien en zwijgen leer ik alleen dat de twee netten met Nederlandse televisie in het jaar 1976 zelden iets boden dat de moeite van het kijken waard was. En zo herinner ik me die tijd ook wel. Ongekend hoe veel kijkers het sprekende pak Fred Oster toen kreeg voor zijn gefrut met verloofde stellen.

Verbijsterend is wel hoe veel namen uit die tijd nog altijd het scherm ontsieren.

Anders dan Clive James schreef Komrij zijn recensies dagelijks. Dat hij er desondanks in slaagde toch een paar formuleringen te bedenken die mij hardop deden lachen, is daarmee een illustratie van zijn talent.

Toch is te vaak de diepe wanhoop zichtbaar die hem overvallen moet hebben na weer een avond te hebben gekeken naar helemaal niets. Komrij is dan zelf erg aanwezig, door liever surreëel zijn reacties te beschrijven dan het gebodene.

Maar deze recensies brachten ons wel het woord treurbuis. En zelfs als dat straks het enige is dat overblijft van dit boek, is dat nog van enorme waarde.

Gerrit Komrij, Horen, zien, en zwijgen
Vreugdetranen over de treurbuis

216 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1977

in: a-z, media, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina

Lennaert Nijgh · Tobia

Voor mij is dit boek een haast tijdloze Nederlandse klassieker, maar tot mijn bevreemding blijkt haast niemand het te kennen. Alleen gaan excuses dat het moeilijk te vinden zou zijn allang niet meer op. Tegenwoordig staat het gewoon helemaal online.

Lennaert Nijgh vertelt in Tobia een verhaal over de hippe jaren zestig, bekeken door de ogen van iemand die daar wat buiten stond. Het is een nauwelijks vermomd zelfportret van een domineeszoon die weet dat de sexuele revolutie woedt, maar denkt daar niet aan mee te mogen doen. Een vertelling over iemand die zijn goede vriend Boudewijn ineens populair ziet worden, zonder dat dit op hem afstraalt.

Simpeler gezegd, het is éen van de origineelst grappige boeken die ik ken. De wat verheven taal van Bomans wordt gebruikt voor een misschien wat plat maar een wel eeuwig thema: jongen wil het graag voor de eerste keer doen, alleen lukt dat almaar niet.

Lennaert Nijgh kreeg vooral bekendheid als de schrijver van liedteksten, waarvan veel zijn uitgevoerd door vriend Boudewijn de Groot. Daarnaast zijn van hem een paar boeken met columns verschenen. Ik vind het jammer dat de eerste uitgave van Tobia blijkbaar zo’n ongelukkig verliep, dat Nijgh daardoor niet meer boeken heeft proberen te schrijven.

Lennaert Nijgh, Tobia
of de Ontdekking van het Masturbariaat

258 pagina’s
Uitgeverij Conserve © herziene uitgave uit 1991
van het origineel uit 1971

in: a-z, humor, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Lennaert Nijgh-pagina

Philip Larkin · Collected Poems

Fijn aan deze bundel gedichten van Philip Larkin is dat ze er bijna allemaal instaan. Sinds deze uitgave zijn hier en daar nog wat ongepubliceerde verzen ontdekt. Zo staan in de naderhand uitgegeven brieven van Larkin wat aanzetten en gelegenheidsdingen te lezen.

Vervelend is dat de samensteller er voor koos om de gedichten chronologisch te presenteren. In het eerste gedeelte is dat het werk waar Larkin over tevreden was, het tweede en grootste gedeelte van de bundel wordt ingenomen door juvenalia. Die doen er voor mij niet zo toe.

Erger nog is dat de weinige bundels die Larkin tijdens zijn leven uitgaf steeds op zich een eenheid vormden. De som was groter dan de delen. Dat verband werd nogal ruw verwijderd, en nu moet elk gedicht het maar helemaal op eigen kracht zien te redden.

Schipperen, door via een eigen register de gedichten wel te lezen in de volgorde zoals Larkin bedoelde, is onhandig.

Dat maakt dat het enige positieve aan dit boek in deze vorm voor mij is zo nu en dan bij het herlezen nog eens een bijna onbekend gedicht tegen te komen.

Maar goed, Larkin. Wat te zeggen over de norse bibliothecaris uit Hull, die zeker op het laatst gedichten schreef van een unieke humor en een diepe menselijkheid. Hij is een favoriet, zoals vele postjes op mijn gewone weblog getuigen.

Jan Eijkelboom mag nog zo zijn best gedaan hebben enkele gedichten in het Nederlands te vertalen, maar die halen het toch niet bij het origineel. Al begrijp ik dat verlangen van Eijkelboom om iets met Larkin’s werk te doen ook heel goed. Niemand moet beter lezen dan een vertaler. En Larkin lezen, is een voorrecht.

Philip Larkin, Collected poems
Edited with an introduction by Anthony Thwaite

330 pagina’s
The Marvel Press and Faber and Faber © 1993

in: a-z, poëzie, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Philip Larkin-pagina

Paul Krugman · Loon naar werken

Dit boek heb ik toevallig ergens een keer gekocht, in de loop. Waarschijnlijk omdat het zwaar afgeprijsd was en ik dacht dat aankoop nuttig zou zijn om iets meer over de internationale economie te leren.

Toch las ik het lang niet. Mijn wantrouwen tegenover economen is nu eenmaal groot, zelfs als ze Paul Krugman heten. Economie lijkt misschien een wetenschap, maar is dat niet. Er bestaat weliswaar een Nobelprijs voor, maar die wordt gesponsord door een bank. Nee, economen mogen dan belangrijk doen omdat ze over miljardenbedragen praten, en terug kunnen vallen op wat wiskundige modelletjes. Maar wat mij betreft zijn het vrijwel allemaal utopisten, die hun denkbeelden over hoe de wereld er zou uit moeten zien te zeer verwarren met hoe die is.

Ze bedoelen het zo goed.

Zo dacht ik er tenminste over, tot Paul Krugman tijdens de eerste regeringsperiode van George Bush de jongere vrijwel de enige binnenlandse criticus bleek van diens beleid die in een vooraanstaand medium schreef. Als columnist aangetrokken door de New York Times om over economie te schrijven, nam hij de ruimte die hij nodig achtte. En daarbij klonk hij telkens weer verstandig.

Interessant werd toen ineens waarom Krugman op zo veel weerstand stuitte, afgezien van zijn politieke kritiek. Waarom er hele websites opgezet werden om uit te leggen wat er in zijn economische analyses niet deugde. En ziet, op die vraag geeft dit boek dan weer antwoord. Omdat sommige neoconservatieve tendensen zich midden jaren negentig ook al duidelijk aftekenden, maar veel minder bedreigend waren, omdat de Republikeinen toen nog een minderheid hadden in de Senaat. En de Amerikaanse economie nog bloeide.

Simpel gezegd was het budget voor fundamenteel economisch onderzoek op de universiteiten in de VS zo’n 20 miljoen dollar in 1996. Maar daarnaast publiceerden tal van particulier gefinancierde conservatieve denktanks en onderzoekscentra ook zo hun rapporten. Voor ieder idioot of achterhaald economisch idee zijn wel economen te koop die dat willen bewijzen. Vooral simpele maar volledig verkeerde doctrines zijn daarbij in tel.

Geruststellend schreef Sweder van Wijnbergen, de toenmalig Secretaris-generaal van Economische Zaken, in het voorwoord van dit boek dat zoiets in Nederland niet kan. Hier doen economen wel dienst in adviesraden en op de ministeries, anders dan in de Verenigde Staten. De politiek heeft hier veel minder de neiging economische problemen te versimpelen, aldus Van Wijnbergen. Niet lang daarna werd hij door minister Annemarie Jorritsma [VVD] weggestuurd, omdat zijn ideeën niet in haar eenvoudige wereldbeeld pasten.

Toegegeven, ik heb niet alle artikelen in deze bundel met evenveel belangstelling gelezen. Wat Krugman schrijft over de Europese eenheidsmunt of de Franse economie is interessanter dan sommige ontwikkelingen in de VS waren, onder Clinton. Maar door zijn prikkelende schrijfstijl en heldere ideeën legt hij wel bloot wat ik in de Nederlandse bladen node mis.

Waarom heb ik nog altijd geen stuk mogen lezen over wat die euro nu werkelijk betekent, vanaf het decennium voor de invoering tot zeg over twintig jaar?

Paul Krugman, Loon naar werken
200 pagina’s
Uitgeverij het Spectrum © 1998
Vertaling van The Accidental Theorist
And Other Dispatches from the Dismal Science

in: economie, a-z, politiek, essays, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Krugman-pagina

Karel Knip · Alledaagse wetenschap

Iedere zaterdag weer bewaar ik de column van Karel Knip in het wetenschapskatern van NRC Handelsblad voor het laatst. Hem lezen, is de krant met een goed gevoel kunnen wegleggen. Weinig is zo aanstekelijk dan een nieuwsgierig verhaal te lezen over een onderzoekje naar waarom iets is zoals het is.

Knip behandelt alledaagse wetenschap, zijn vertaling voor de Engelse uitdrukking ‘everyday science’, en dat verklaart ook dat het bijna altijd natuur- en scheikundige verschijnselen zijn waarover het gaat.

Lang heb ik de meest geslaagde columns van Knip uitgeknipt. Later kon ik ze zo van de website overnemen voor de verzameling. In die zin was bundeling van het beste werk voor mij overbodig. Toch moest ik even kijken of het echt zo’n leuk kijk-, speel-, en doe-boek is geworden als ik dacht dat het kon worden.

Dat is zo.

En toch. Dankzij Karel Knip heb ik bijvoorbeeld ooit Minnaert’s Natuurkunde van het vrije veld gekocht. Dat was misschien nog wel zijn grootste bijdrage aan mijn kennis.

Karel Knip, Alledaagse wetenschap
192 pagina’s
Uitgeverij Contact © 2000

in: a-z, [web] technologie, kennis

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karel Knip-pagina

Augustus J.C. Hare · Sketches in Holland and Scandinavia

Augustus Hare [1834-1903] was een Britse biograaf en reisboekenschrijver. Aardigst nog aan de herpublicatie online van dit boek is dat het rijk geïllustreerd blijkt te zijn met schetsen die hij onderweg maakte.

Vanzelfsprekend heb ik dit boek vooral gelezen om wat hij zag op reis in Nederland. Wat had het land de bezoeker te bieden een kleine eeuw voor er massatoerisme zou ontstaan?

Dat blijkt dan vooral de architectuur te zijn, en de kunst in de diverse musea. Van sommige steden moet Hare weinig hebben. Rotterdam vind hij vreselijk, Leeuwarden is niets. En ook de kerken zijn in andere landen meestal interessanter, want die in Nederland zijn vooral protestants kaal.

Over de Nederlanders zelf schrijft Hare niet zo veel. Behalve dat de service in de horeca toen ook al niet over hield. Zo komt hij weleens ergens binnen waar hij niets te eten krijgen kan, omdat de keuken pas ‘s avonds tegen etenstijd open gaat.

Meer curieus dan boeiend, dit boek. Maar toch aardig.

Augustus J.C. Hare, Sketches in Holland and Scandinavia
aantal pagina’s onbekend
George Allen & Unwin Ltd © 1884
herpublicatie online hier

in: beeldende kunst, reizen, a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Augustus J.C. Hare-pagina

Walker Percy · Lost in the Cosmos

Dit heet een geniaal boek te zijn. Maar ik ben te dom om die genialiteit te zien. Of Lost in the Cosmos is zo specifiek Amerikaans dat ik de culturele bagage ontbeer de inhoud goed te kunnen plaatsen.

In elk geval is het boek geen roman, maar een ander soort fictie. Het is een parodie op een zelfhulpboek, waarin de lezer vooral testvragen over zichzelf voorgezet krijgt waarop eigenlijk geen goed antwoord mogelijk is.

Maar je moet toch kiezen, zeiden ze vroeger dan, als van die hatelijke dilemma’s opgewerpen werden of je liever doof danwel blind zou zijn.

De humor zit wat mij betreft vooral in sommige toelichtingen op die testvragen. Maar die humor staat zeker in een Amerikaanse traditie. Die is voorspelbaar. Flauw. Niet echt scherp. Laat staan grappig.

Boeken zoals deze, die ik al tijdens het lezen wil verbeteren, inspireren natuurlijk ook. Maar net op de verkeerde manier.

Walker Percy, Lost in the Cosmos
The Last Self-Help Book

262 pagina’s
Picador USA © 1983

in: leerboeken, a-z, filosofie, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Walker Percy-pagina