zaterdag 1 oktober 2005
Dit heten reisverhalen te zijn, maar wie reist kan zichzelf nooit thuislaten. Dit boek is gewoon een De Coninck. En mij boeit het altijd waar de man terloops op wijst. Of dat nu waarnemingen zijn die hij doet tijdens een reis naar het voormalige Belgisch Kongo, of opmerkingen over de onvertaalbaarheid van sommig Nederlands.
Vanzelfsprekend gaat het ook weer over poëzie. Dan zet hij mij aan me ook eens in Luxemburgse dichters te verdiepen, als een Jean Portante of een Lambert Schlichter. Enkel door eens een strofe te vertalen, en die achteloos te laten vallen.
Waar kom je vandaan, vroeg me een voorbijganger.
Ik weet het niet zei ik,
Het is mijn eerste keer.
Dan telt zo’n boek maar 136 pagina’s. Ook al heb ik die veel langzamer en aandachtiger gelezen dan ik gewoon ben, is dat toch wel weinig. Ondanks de rijkdom.
Is Herman de Coninck’s proza nog in druk?
Herman de Coninck, De cowboybroek van Maria Magdalena
[en andere reisverhalen]
134 pagina’s
De Arbeiderspers © 1996
in: a-z, bundels, poëzie, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman de Coninck-pagina
zondag 2 oktober 2005
Aanstonds komt er een nog weer zwaarlijviger Dikke Van Dale uit, maar ik houd het bij een voorvorige druk. Eentje van voor de spellingshervorming zelfs. De aanschaf heb ik er eigenlijk nooit uitgehaald. Zo kostte het me alleen al een jaar om te ontdekken dat de eerste band twee blanco katernen bevatte, waar normaal woorden met de letter i hadden horen te staan.
Met andere woordenboeken heb ik meer. Het juiste woord, een Engelstalige slang dictionary, Van Dale’s grote vertaalwoordenboeken. En bovenal het veelbandige Woordenboek van de Friese taal. Omdat van de woorden en uitdrukkingen daarin ook duidelijk wordt hoe ze ooit gebruikt zijn. Dat maakt het zelfs aardig om zo’n woordenboek door te bladeren.
Marc De Coster’s Woordenboek van populaire uitdrukkingen etc. biedt dan vooral weer achtergrond bij de daarin opgenomen woorden en frasen. Etymologie, maar dan van de meest oppervlakkige soort.
Toch is het merkwaardig om taal te bestuderen die ik zo hier, op schrift, het liefst niet gebruik. Misschien verklaart dat mijn onverschilligheid over dit boek wat. Er staat bijna alleen maar te vermijden Nederlands in.
Marc De Coster, Woordenboek van populaire uitdrukkingen,
clichés, kreten en slogans
590 pagina’s
SDU Uitgevers © 2002 [2e gewijzigde druk]
in: a-z, reference, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Marc De Coster-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 5 oktober 2005
Van alle boeken en pamfletten die ik dit jaar las over ‘de Nederlandse identiteit’ was dit het interessantste. Misschien omdat de immigranten die erin schrijven niet zo nodig willen verklaren, maar enkel waarnemen.
Er zit ook zoveel wensdroom in die plots ontstane wens de Nederlandse identiteit vast te willen leggen, in canons en al die ellende nog meer. De wens vooral iets speciaals te willen zijn.
Niet alle materiaal in dit boek is nieuw. Van Yasmine Allas werd bijvoorbeeld het hilarische hoofdstuk opgenomen uit De generaal met de zes vingers, waarin een sociaal werkster de gevluchte upperclass familie uitlegt hoe het toilet gebruikt moet worden.
Ook Dubravka Ugresic’s boek Amsterdam, Amsterdam leverde enige typerende fragmenten op over wat een buitenstaander opvalt aan het leven in de hoofdstad.
Ik bedenk me nu dat alle boeken eigenlijk zo zou moeten zijn. Het overbekende een nieuwe aanblik geven, dat is haast de enige opdracht waaraan een schrijver voldoen moet, voor mij.
Wat is Nederlands nog in dit land?
Met een inleiding van Paul Schnabel
176 pagina’s
Uitgeverij De Geus © 2002
in: typisch hollands, a-z, bundels, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels |
zondag 9 oktober 2005
Anneke Brassinga heeft de Anna Bijns Prijs 2005 gewonnen voor haar dichtbundel Timiditeiten. Dat boek is ook opgenomen in de verzamelbundel Wachtwoorden, die ik onlangs las. Dat was een onbedoeld toeval. Meestal kom ik jaren achter de literaire actualiteit aan, zodat het ruim aanwezige kaf hopelijk rond de gouden korrels is weggewaaid.
Maar nu kan ik dus mijn persoonlijke mening toetsen aan die van een literaire jury.
Die jury meldde:
Onder haar handen wordt taal verf, wordt taal slagwerk, een troep koperblazers, snaren, wordt taal de beitel die een gezicht uit marmer bevrijdt… Haar letters, woorden, zinnen spreken alle zintuigen aan.
Mijn ervaring was compleet het tegenovergestelde. Juist in de bundel Timiditeiten probeerde mevrouw Brassinga voor mij zo overduidelijk kunst te maken dat er geen enkele emotie bij mij opwelde. Laat staan dat mijn zintuigen aangesproken werden. Er staat geen normale zin in de gedichten, en de paar regels die me dan nog wel wisten te raken zijn variaties op gouden woorden van andere Nederlandse dichters.
Juist Timiditeiten toonde mij dat aan hoe vervelend het spelen met taal is als dit vooral gedaan wordt om niet te communiceren. Gelukkig maar dat er nog tal van intrigerende foto’s van Freddy Rikken in dat boek staan. De waarde van Wachtwoorden zit in die oudere bundels, voor mij.
in: a-z, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Anneke Brassinga-pagina
woensdag 12 oktober 2005
Er schijnen nogal wat historici af te studeren zonder dat die ooit zelf onderzoek in een archief hebben gedaan. Voor mij is dat onbegrijpelijk. Het verleden is zelden zo dichtbij te halen als daar. Tuurlijk, monumenten zijn er ook nog. Maar zo’n antieke kerk is zo weinig menselijk, zelfs al worden de muren ervan al door hele generaties kroeggangers natgezeken.
Ik ben misschien wel geschiedenis gaan studeren om de constanten in het menselijke leven beter te leren begrijpen. Anthropologie is het, maar dan met een enorme vierde dimensie.
Dat maakt ook meteen dat een aantal topstukken uit dit boekje me hoegenaamd niet interesseren. Die betreffen dan politiek. De Vrede van Münster, of de afscheiding van België. Belangrijk natuurlijk, in zekere zin, maar opnieuw zo weinig menselijk.
Veel interessanter is dan alweer het reisjournaal van Abel Tasman, met tekeningetjes van wilde Maori’s. Of een studentenboekje met getekende portretjes daarin, uit een tijd van ver voor de fotografie.
Dit boekje is de catalogus van een semi-permanente tentoonstelling in Den Haag. En voor wie die tentoonstelling niet gezien heeft, zal het een teleurstellend klein formaat hebben. Er is dan ook nog internet, waar de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief er samen een website aan wijden. Maar daar staat ook niet heel veel op.
De Verdieping van Nederland:
duizend jaar Nederland … en het Nationaal Archief
224 pagina’s
Koninklijke Bibliotheek © 2005
in: a-z, geschiedenis, reference, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels |
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 14 oktober 2005
Onvoorstelbaar in dezer dagen van breedbandinternet, dvd’s, en iPods, is het culturele isolement van een jongetje in de provincie, zo’n vijfentwintig jaar geleden. Kabel-TV was er niet, of misschien net. De plaatselijke boekhandels boden ook toen al weinig meer dan de waan van de dag, en alleen in de openbare bibliotheek was nog iets van overvloed te bespeuren.
Toch wilde ik toen per se al de gedichten van Dylan Thomas hebben, en werd ook dit boek aangeschaft. Het was een van mijn eerste echte boeken, zo voelde het. Anders dan de ontspanningslectuur en de science fiction die ik tussendoor ook altijd nog las. En alles alleen om éen gedicht:
‘Prologue’.
De proloog die Thomas schreef bij een verzameling die hij zelf samenstelde in 1952, met alle gedichten die bewaard mochten blijven.
Dit gedicht is hier te beluisteren, door de dichter voorgedragen.
[5 min 43]
Maar ook toen kende ik het al, voorgedragen door Dylan Thomas zelf, al lukt het me niet meer te achterhalen hoe ik het ooit heb kunnen horen.
Laatst linkte Pom naar elf cd’s van Thomas, die hier via Salon te downloaden zijn [click die link pas aan, na in een ander browservenster een premium dagkaart voor het tijdschrift te hebben gekregen, anders volgt een foutmelding].
Dat was de directe aanleiding deze verzamelbundel er weer eens bij te pakken. En eerlijk gezegd kan ik met de meeste van Thomas’ gedichten nog net zo weinig als toen. Er staan fantastische regels in, en ook unieke beelden. Maar geen enkel gedicht hoort in zijn geheel tot mijn favorieten. Er ontspoort altijd wel iets.
Misschien zelfs is het beter ze te horen dan om ze te zien.
Wel verdween inmiddels de hoop van toen er ooit meer mee te kunnen. Het idee nog enorme groeisprongen te kunnen maken in mijn begrip van poëzie, ben ik inmiddels kwijt. Dat is dan een keerzijde aan het verdwijnen van dat culturele isolement.
Dylan Thomas, The Poems
edited and introduced by Daniel Jones
291 pagina’s
Everyman Classic 1982 © oorspronkelijk 1971
in: a-z, poëzie, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dylan Thomas-pagina
zondag 16 oktober 2005
Abe de Vries heeft een weblog. Daarop verscheen al eens wat. Het maakte me niet heel nieuwsgierig.
De Vries publiceerde ook wat van zijn gedichten in andere Friese media. Er is ook een andere bundel. Als me dat al opviel, maakte het geen blijvende indruk.
Onlangs won hij de Gysbert Japicxpriis 2005, de hoogste eer die een jury aan een Friestalig schrijver kan toekennen. Niet ik daar nu zo van onder de indruk ben, maar het maakte wel nieuwsgierig. Bij gelegenheid moest ik toch eens kijken of deze bundel gedichten van De Vries iets brengen zou wat individuele verzen tot nu toe altijd hadden nagelaten, dacht ik.
Die gelegenheid was er nu. En uit de omhaal van woorden tot nu toe blijkt wel dat het me moeilijk valt iets zinnigs over In waarm wek altyd te zeggen.
Ik kan zien dat er in de gedichten soms iets nieuws gebeurt met het Fries. Tegelijkertijd is dat nieuwe niet zo dwingend uniek dat het me bij zal blijven. Als poëzielezer ben ik toch altijd weer op zoek naar zinnetjes. Strofen. Een sfeer benoemd op een manier die ik nog niet kende, maar wel meteen herken. En daarmee onthoud.
Zulke zinnetjes las ik niet.
Bovendien komt er eerst nogal wat natuurpoëzie langs, waar ik geen oog of oor voor heb. Mijn poëtica tegenover die van een dichter stellen, is inmiddels geen strijd meer waarin ik al te makkelijk toegeef.
Alleen was er toen toch het titelgedicht ineens, en ook dat er nog voor. ‘Twangbefel’ heet dit. En het heeft de beginregels:
In fers is net witte en draai hokfoar nûmer
mar tink net nei, en draai, en draai.
Twee gedichten overhouden om te bewaren en later nog eens te lezen, naar te luisteren en op te kauwen, is toch heel veel. Uit éen zo’n bundel.
Abe de Vries, In waarm wek altyd
75 pagina’s
Utjouwerij Bornmeer © 2004
in: a-z, poëzie, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Abe de Vries-pagina
woensdag 19 oktober 2005
Wat zegt het dat ik de bijna zeshonderd pagina’s van deze bloemlezing nauwelijks getroffen werd door iets nieuws? En vooral begroette wat me bekend was?
Mijn Frans is goed genoeg om vlot zonder woordenboek een zakelijke tekst te kunnen lezen over een onderwerp waarvan ik al enige kennis bezit. Romans gaan ook nog wel, tenzij er te veel argot in staat. Poëzie is waarschijnlijk net te hoog gegrepen, behalve als het liedteksten zijn. Zo bezien zou dit boek ideaal voor mijn leesniveau zijn, omdat de originele tekst links staat, en een vertaling rechts. De betekenis van de woorden hoeft geen probleem op te leveren.
Toch kwam ik er niet in.
Ik betrapte me op vooruit bladeren, om te zien of mijn favorieten er ook in stonden. Rimbaud. Baudelaire. Queneau.
Maar diskwalificeer ik hier nu een taal mee, of is het de samensteller niet gelukt iets achter elkaar te zetten dat boeide? Of is het gewoon de formule, dat kan ook nog. In de Spiegel van de Friese poëzie staan ook niet de interessantste verzen die ik ken.
Een kennismakingsmenu is misschien per definitie wel wat te weinig uitgeproken voor wie al specialiteiten heeft geproefd.
Philip Ingelse, samenstelling, Spiegel van de Franse poëzie
591 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 2004
in: a-z, en français [& vertaald], poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Philip Ingelse, red.-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 21 oktober 2005
Grappig is dat ik nu weet dat mijn eigen reactie, als jongetje, op dit stemmenspel precies dezelfde was als die van het publiek in New York dat de premiere ervan meemaakte. Wat viel er te verwachten van een spel over een klein dorp in Wales? Thomas was zo’n modernistische dichter. Kon het werkelijk zijn dat hij een grappig stuk geschreven had?
Mocht ik lachen om de postbode die precies weet wat er in de brieven staat die hij bezorgt? Ja toch zeker.
Of pmdat ik meteen doorhad wat er stond als je de plaatsnaam van het dorpje Llareggub andersom las?
Voor het eerst dit jaar hoorde ik een tekst meer dan ik die las. Dat kan omdat er elf cd’s online staan waarop Dylan Thomas spreekt. Eén daarvan bevat een werkopname uit 1953 van een uitvoering van Under Milk Wood, waaraan de dichter zelf meedeed.
Laatst linkte Pom naar deze cd’s van Thomas, die hier via Salon te downloaden zijn [click die link pas aan, na in een ander browservenster een premium dagkaart voor het tijdschrift te hebben gekregen, anders volgt een foutmelding].
Het boek was daarom ditmaal niet meer dan de bijbehorende partituur.
Er staan meer uitvoeringen van dit stemmenspel online. Op die website is bovendien zo’n beetje alles te vinden wat met de ontstaansgeschiedenis van dit werk te maken heeft. De hele tekst staat er trouwens ook.
Interessant vond ik de opmerking ergens dat Thomas het ooit in gedachten had om een Welshe tegenhanger te schrijven van Joyce’s Ulysses. Dat nu, is Under Milk Wood zeker niet geworden. En luisteren, was me tegelijkertijd ook herinneren wie ik was voor de ontdekking dat hoge kunst ook gewoon grappig kon zijn, als het meezat.
Dylan Thomas, Under Milk Wood
A play for voices
the definitive edition
104 paginas
Everyman edition © 1977
in: toneelstukken, a-z, humor, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dylan Thomas-pagina
zondag 23 oktober 2005
Dit is niet de beste verhalenbundel van Alice Munro die ik ooit gelezen heb, en toch is dit misschien wel het beste boek dat me dit jaar onder ogen kwam. Tot nu toe.
Zelfs niet uitzonderlijk, is Munro nog heel erg goed.
Aan mij nu de taak uit te leggen waarom. En zie, dan hapert het. De negen verhalen uit dit boek samenvatten zou ze geen recht doen. Ook al staat er een in met een verhaallijn die toevallig heel actueel blijkt te zijn. Een vrouw is getrouwd met een leraar exacte vakken, die zijn lessen aan moet aanpassen onder druk van een christelijke meerderheid in hun woonplaats. Maar de ongewenste gevolgen van dat blinde geloof in creative design zijn maar een bijlijn in het verhaal. Het gaat namelijk niet zo zeer om die man. Die wordt zelfs geofferd in het verhaal. Het gaat om zijn vrouw.
In al die negen verhalen gaat het om een vrouw. En toch is het geen wijvenboek. De clichés ontbreken, godezijdank.
Wel schrijft Munro vrouwelijk, als er zoiets bestaat. Zelden wordt een verhaal rechttoe rechtaan vertelt. Ze zoekt en vindt steeds heel verschillende verhaalelementen, die dan ook nog logisch achter elkaar passen. Vertraagt en versnelt op een manier die heel logisch lijkt, en dat niet is. Omdat Munro zo vaak bijna achteloos de bepalende momenten in een leven negeert, waar een minder schrijver daar wel flink mee had uitgepakt. Dat onderkoelde alleen al maakt haar schrijven zo vol en rijk.
Tegelijk is het bijna onmogelijk de verhalen in de tijd te plaatsen. Ze hadden in bijna elk decennium van de twintigste eeuw kunnen plaatsvinden. Omdat ze over het eeuwig menselijke gaan.
De korte verhalen in dit boek wijken misschien ook wat van de standaard in het genre af in de zin dat het allemaal korte romans zijn. De belangrijkste personages hebben ook een verleden, soms een toekomst zelfs.
Ik ben weer eens echt blij een boek gelezen te hebben. Het is soms nodig weer eens te zien wat een meesterhand vermag. Te merken dat schrijven, zelfs al gaat dit niet waarover het gaat, toch rechtstreeks iets raken kan. Bij een ander. Op een ander continent.
Alice Munro, Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage
336 pagina’s
Vintage paperback © 2002
in: a-z, aanbevolen 2005, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alice Munro-pagina
maandag 24 oktober 2005
Het laatste album uit de reeks Asterix en Obelix is net een week uit, en ik heb er nog niemand een goed woord over horen zeggen of schrijven.
Is het dan werkelijk zo erg?
Ja. Het is nog veel erger.
Zoals er in India een traditie was dat de weduwe tegelijk met haar overleden man gecremeerd werd, zou het ook op straffe van de dood aan duo’s verboden moeten worden het samen behaalde succes uit te blijven melken als éen van beide overlijdt.
Tekenaar Albert Uderzo heeft in zijn eentje geen enkel aardig album meer weten te maken sinds scenarist René Goscinny stierf in 1977. Dat is inmiddels 28 jaar geleden.
Ik zou er inmiddels dus aan gewend moeten zijn dat een Asterix-album mij niets meer brengt.
En toch. Zo’n uitverkoop als in dit boek was er nog niet eerder. Uderzo sleept Walt Disney erbij, mangastrips, en gekloonde superhelden die op Superman en Arnold Schwarzenegger tegelijk moeten lijken. Er wordt veel gevochten, maar de Galliërs hebben er niet eens deel aan. Ik was op bladzijde 37 en dacht, het verhaal mag nu wel eens wat opschieten wil er nog iets gebeuren. Toen kwam er nog niets.
En het einde is helemaal triest, als Purno de purno iedereen alles laat vergeten. Het was maar een droom, denk ik dan. Het allerergste cliché uit de geschiedenis van het verhalenvertellen.
Maar goed, volgense de officiële website komt er in 2006 een nieuwe tekenfilm uit, gebaseerd op een klassiek verhaal. Dat is tenminste nog iets.
A. Uderzo, Asterix nr. 33: Het geheime wapen
47 pagina’s
Uitgeverij Les Editions Albert Rene © 2005
in: a-z, en français [& vertaald], strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
zaterdag 29 oktober 2005
Opvallend aan deze bundel gedichten is voor mij niet eens zo zeer de taal, hoewel Krog heel wat verschillende registers gebruikt, maar vooral ook de Zuidafrikaanse werkelijkheid die zij beschrijft.
Probeer maar eens over de geologie van een landschap te schrijven in Nederland, waar bijna alles de laatste eeuw nog op de schop is geweest.
En dan zwijg ik er nog maar over hoe de politieke situatie in Zuid Afrika verschilt van die hier. Alle plaatselijke hysterie over terroristennetwerken ten spijt.
Toch vond ik Krog’s gedichten bij enkele schilderijen van Marlene Dumas met mensfiguren mij het meest zeggen. Misschien omdat die wel over een werkelijkheid gingen die ik meteen begrijpen kan.
In deze bundel staan Krog’s teksten op de rechterbladzijde en de vertaling daarvan links. Ik heb de vertaling alleen gebruikt wanneer me een Afrikaans woord niet meteen duidelijk was, dus kan niet echt over de kwaliteit daarvan oordelen.
Ik denk alleen wel dat veel van de langere gedichten meer geschikt zijn voor het oor, dan voor het oog. Nu raakte ik weleens de draad kwijt.
Antjie Krog, Kleur komt nooit alleen
Gedichten
Tweetalige uitgave. Vertaling Robert Dorsman
189 pagina’s
Podium Uitgeverij © 2002
in: a-z, vertaald, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Antjie Krog-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog