Inhoud december 2005:

John Updike · Pigeon Feathers, and Other Stories

J. Bernlef · Op het Noorden

Tips & Trucs nummer 12, december 2005

Midas Dekkers · Larf

Bob den Uyl · Wat fietst daar?

Willem Frederik Hermans · Niet uit kwaadaardigheid

David Sedaris · Naked

Joris Moens · Beest met twee lichamen

Karin Spaink · Medische geheimen

Ad van Liempt · Journaal

Rudy Kousbroek · Verborgen verwantschappen

Midas Dekkers · Lief dier

Rudy Kousbroek · Opgespoorde wonderen

José van Dijck en Max Snijders red. · Ethiek in de journalistiek

Abram de Swaan · Zorg en de staat

Evelyn Waugh · Brideshead Revisited

J.M. Coetzee · Foe

John Updike · Pigeon Feathers, and Other Stories

Dit is éen van mijn favoriete boeken aller tijden, en dat dwingt mij nu hier tot de onmogelijke taak uit te leggen waarom dan wel.

Wat maken deze verhalen uniek? Waarom heb ik zelfs in het verleden moeite gedaan enkele te vertalen; om ze zo grondig te lezen dat me misschien meer duidelijk zou worden over het geheim van Updike’s verhaalkunst.

Daarbij gaat het gaat om taal, natuurlijk. Om het ritme van de woorden. Om hoe die inzoomen, of vooruitkijken, of juist weer terugblikken. Om hoe de schrijver elk moment verhevigen kan, zelfs door er even afstand van te nemen.

Het verhaal A&P uit dit boek schijnt zo ongeveer stuk gebloemleesd te zijn in bundels voor het Amerikaanse onderwijs. Toch is het éen van mijn grote favorieten. Al leerde ik dan later dat het verhaal oorspronkelijk nog even doorging, maar een redacteur van het tijdschrift ‘The New Yorker’ een eerder moment aanwees als logischer eind. Sindsdien voelt A&P te kort. Alsof me wat onthouden is.

Should Wizard Hit Mommy? is ook al zo’n eeuwige favoriet van mij. Maar waarom? Het hele verhaal gaat over weinig meer dan een vader die een verhaaltje vertelt aan zijn dochtertje, vlak voor het slapengaan. Alleen is het kindje wat bokkiger als anders, waardoor de vader improviseren moet.

Maar daardoor wordt ook weer zo subtiel iets van een conflict in het gezin opgeroepen dat het verhaal een extra lading krijgt.

Het ongezegde is zo groot in deze verhalen, die Updike tamelijk achteloos allemaal voor zijn dertigste schreef. En de magie van dit boek blijft, zelfs bij de zoveelste keer herlezen.

John Updike, Pigeon Feathers, and Other Stories
280 pagina’s
Alfred A Knopf 1998 © oorspronkelijk 1962

in: a-z, aanbevolen 2005, vertaald, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Updike-pagina

J. Bernlef · Op het Noorden

Bernlef kan vrijwel me niets schelen, en dat is raar. Hij vertaalt schrijvers die zeer de moeite waard zijn, en ook in zijn eigen boeken worden thema’s aangesneden die mij zouden moeten aanspreken.

Alleen ontbreekt er altijd wat in zijn werk. Er wordt iets in opgeroepen maar onvoldoende uitgewerkt. Het is het allemaal net niet.

Maar éen essay van hem moet ik eens in de zoveel tijd herlezen. Het heet ‘Voor gezien’, staat in de bundel Op het noorden, en Bernlef reageert daarin telkens weer op opvattingen over kunst die de Franse filmer Robert Bresson eens in een eigen boek heeft opgeschreven.

Het stuk was voor Bernlef een schrijfoefening, om het denken te stoppen en nu eindelijk weer eens iets te doen. En hij legt erin uit waaruit voor hem geslaagd verhalend proza bestaat. Wat moet verteld worden, welke details zijn van belang, en wat moet aan de verbeelding van de lezer worden overgelaten?

Niet alleen laat Bernlef hiermee in zijn schrijversreceptuur kijken, ook doet hij een poging om te beschrijven waar de schoonheid in hem zit. Die inspanning is zeer geslaagd, al was het maar omdat die mijzelf ook als literatuurconsument aanzet om te bedenken wat mij nu aanspreekt, en waarom.

En ach, dan staan er nog wat essays over diverse kunsten in dit boek, maar daar ging het me niet om.

J. Bernlef, Op het Noorden
Essays

240 pagina’s
Uitgeverij Querido © 1987

in: a-z, essays, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J. Bernlef-pagina

Tips & Trucs nummer 12, december 2005

Terwijl ik dit jaar wel enige kranten besprak op dit boeklog, kwam het er nog niet van eens een tijdschrift te recenseren. Terwijl tijdschriften voor velen toch ook al boekjes heten. En er was een paar keer zeker een directe aanleiding geweest om eens een blad te lezen. De bladenmarkt is zo veel dynamischer dan de krantenwereld.

Maar, ik kan het niet meer.

Sinds Arts&LettersDaily en andere weblogs met dagelijks interessante verwijzingen, betrek ik mijn leesvoer voornamelijk online. Het hoeft allemaal niet meer per se op papier van mij, met een kaftje erom, of een wicht op de voorplaat..

Er staat ook altijd te veel dat mij niet interesseert in zo’n blad. En als ik een tijdschrift toevallig goed ken, vanwege een abonnement eerder ooit, zijn me de cycli in de artikelen te goed duidelijk. December? Dat is vooral terugkijken op het jaar, en vooruitblikken naar grote evenementen die komend jaar komen. Alsof er verder niets gebeurt meer.

Nee, tijdschriften lees ik alleen nog onderweg. Als ik mijn gedachten niet bij langere lectuur kan houden, en het handiger is op even een blad open te slaan dan een laptop mee te zeulen.

Paradoxaal genoeg lees ik onderweg dan vaak computerbladen nog ook. Zoals deze. Tips & trucs. Omdat daar werkelijk soms handige weetjes in staan, zelfs voor iemand die denkt iets van software af te weten.

Zo heb ik dankbaar de tip overgenomen op het programmaatje Restoration op te halen, als reddingsboei voor die paar keer per jaar als iets van de harde schijf gewist wordt dat niet weg had gemoeten. Zoals foto’s.

En natuurlijk zijn die tips ook allemaal wel online te vinden. Maar dat vraagt dan gericht zoekwerk.

Het grote voordeel van een tijdschrift is dan dat zo’n blad me soms wijst op waar ik nog helemaal niet aan gedacht had. Helaas gebeurt dat te weinig om ergens nog weer een abonnement op te nemen.

Tips & Trucs. Nummer 12, december 2005
92 pagina’s
IDG Nederland © 2005

in: a-z, periodieken

[+] zie de gerelateerde titels | 

Midas Dekkers · Larf

Dit boek heet over kinderen te gaan, maar het gaat vooral over de biologische verschillen tussen jong en oud. Maar dan weer alleen als daar een metamorfose tussenzit. Over de haaitjes of zeepaardjes die er piepklein al net zo uitzien als groot, helemaal niets.

Terloops worden mensenbaby’s door Midas Dekkers vergeleken met larven; vette en vraatzuchtige monstertjes die alleen nog maar uit een spijsverteringskanaal lijken te bestaan. Maar aardig is dan weer dat de schrijver uitlegt hoe weinig van alle voedsel een mensenkind maar nodig heeft om te groeien.

De rest wordt voornamelijk verbrand.

En dit is het knappe van Dekkers; dat hij in staat is toch redelijk technische biologische informatie in een verhaal te vlechten dat door zijn aplomb toch enorm leesbaar is.

Toegegeven, Midas Dekkers heeft me soms wat te veel een columnistentoontje; sommige grappen hoeven wat mij betreft niet gemaakt te worden. Maar dat zal ook zijn omdat ik in éen zitting veel van zo’n boek tot mij neem, en me daarmee misschien wat overeet.

Ook van dit boek was het fijn dat het rijkelijk geïllustreerd is. Zo zeer zelfs dat het bijna als een gemis voelde wanneer twee pagina’s alleen maar tekst bevatten. Al staan er dan ook verontrustende plaatjes in van de wat merkwaardiger spelingen der natuur, die biologen zo gaarne tonen.

Midas Dekkers, De larf
Over kinderen en metamorfose

288 pagina’s
Pandora pockets 2005 © oorspronkelijk 2002

in: a-z, biologie, essays, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Midas Dekkers-pagina

Bob den Uyl · Wat fietst daar?

Wat vliegt daar? heette ooit een veel verkochte gids voor vogelaars. En inderdaad is er fijn op zo’n boektitel te variëren.

Verwacht van dit boek alleen niet dat Den Uyl als een soort opperfietsenmaker merken en types gaat beschrijven. Hoogstens legt hij uit waarom het onhandig is dat het oudhollandsche rijwiel iemand dwingt rechtop te zitten, en zo altijd tegenwind te vangen.

Nee, het gaat Den Uyl er veel meer om te beschrijven waarom fietsen de enige menselijke manier van reizen is. Wandelen gaat te langzaam, en alle gemotoriseerde vervoer veel te snel.

En uit eigen ervaring deel ik zijn mening dat het verbazingwekkend is hoe weinig mensen er fietsen, buiten een stad. Ook nu nog. Alleen in het weekend zijn er op sommige routes een hoop trimmers op pad. Maar zelfs die zijn er alleen in de zomer.

Verder is dit wel een wat vroege Den Uyl. Het droge ouwehoeren zit er al wel in, maar is in toon en aanpak nog wat onhandig. Ook denk ik dat hij later beter over zijn fietsreizen geschreven heeft. Terloops.

Maar daarentegen staan er een hoop fijne oude plaatjes in dit boekje, en dat is ook veel waard.

Ooit deed ik hier terloops een verzoekje, en nu was er iemand ook werkelijk zo lief mij dit boekje op te sturen.

Bob den Uyl, Wat fietst daar?
95 pagina’s
Nijgh en Van Ditmar © 1970

in: a-z, humor, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bob den Uyl-pagina

Willem Frederik Hermans · Niet uit kwaadaardigheid

Net als bij de bundeling van de autobiografische verhalen van Hermans heb ik mijn bedenkingen bij een boek als dit. Want, waar wil de samensteller heen?

In zijn inleiding maakt Max Pam duidelijk ervan te genieten wanneer Hermans op de man speelt. Maar wat moet ik daarmee nog, die de beledigde man helemaal niet kent? Wat zeggen mij de aanvallen op Charles, of Gomperts, zonder de daden, woorden, of aard van die mannen te kennen, anders dan via wat Hermans over hen schreef?

Of wat blijft er ruim dertig jaar later over van de hoogopgelopen woede over de Weinreb-affaire?

Hermans’ soms fantastische zinnetjes redden hem toch niet dan. Hoe hilarisch hij regelmatig ook schrijft. Maar een polemiek waarin alleen de salvo’s van de ene kant hoorbaar worden, krijgt iets vervelend eenzijdigs.

Is die andere partij werkelijk zo dom?

Een verzameling kwaadaardige gal gaat bij het lezen uiteindelijk ook zo smaken. Viezig. Te eenzijdig. En het proeft als oude meuk bovendien, waarvan de houdbaarheidsdatum meestal al te lang geleden verlopen is om nu nog meer dan een curiosum te zijn.

Context had dit een heel aardig boek kunnen maken, daar twijfel ik niet aan. Nu kijk ik er tegenaan als een wat makkelijke compilatie van hoogtepunten, waarvan regelmatig niet goed meer duidelijk is waarom het ooit zulke hoogtepunten waren.

Willem Frederik Hermans, Niet uit kwaadaardigheid
De scherpste polemieken.
Samengesteld en ingeleid door Max Pam

392 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij © 2005

in: a-z, essays, [auto]biografisch, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Frederik Hermans-pagina

David Sedaris · Naked

Boeken waarop groot staat aangegeven dat ze grappig zijn, lukt het bijna nooit om die belofte waar te maken. Maar David Sedaris is echt onbedaarlijk humoristisch op papier.

[Al lukt het zijn audioboeken misschien nog beter een lach op te roepen, omdat hij daarin zelf voorleest met een nogal karakteristieke snerpstem en dictie. De enige leuke kerstactiviteit die ik ken is: Sedaris zijn “Santaland diaries” horen voorlezen. Of dat zelf doen.]

Maar wat is er dan zo grappig aan Sedaris?

Op het oog gebruikt hij een oude verteltruc, door zichzelf als onnozeler af te schilderen dan-ie is. Of, onnozeler is het woord niet. Vreemder. Met meer tics dan een normaal mens kan hebben. En zijn familie is ook al zo merkwaardig.

Maar toch werkt dat iedere keer weer. Het idee achter het titelverhaal uit deze bundel is bijna pijnlijk niet-leuk: man die zich voor zijn eigen lichaam schaamt, bezoekt een nudistencamping. En toch weet hij van dat verhaal iets te maken, dat én grappig is én ook zijn ontroerende momenten heeft.

Sedaris is éen van de weinigen die me in bijna alles wat hij doet aan het lachen maken kan. Zeldzaam, dat.

David Sedaris, Naked
291 pagina’s
Little, Brown and Company © 1997

in: a-z, humor, [auto]biografisch, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de David Sedaris-pagina

Joris Moens · Beest met twee lichamen

Las ik eerder dit jaar het debuut en de tweede roman van Joris Moens nog met enige gretigheid, de hernieuwde kennismaking met zijn voorlopig laatste boek stelde ik uit. Een eerste lezing had me namelijk teleurgesteld. Doorgaans komt het daarna ook niet meer goed met een boek, ook al wil ik vaak nog best eens een tweede poging wagen.

Maar opnieuw moet ik zeggen dit de minste titel van de drie te vinden. Het boek is alleen al veel te lang.

Toegegeven, er zit prachtig schrijven in Een beest met twee lichamen. Het lukt Moens heel goed om terloops een prachtig beeld te geven van dat rare studentenleven in het doodse stadje Kampen. Waar ooit, in de jaren tachtig twee theologische hogescholen, een kunstacademie en een christelijke school voor de journalistiek waren gevestigd.

Ik ben er geweest weleens toen. En ook, als gediplomeerd journalist weet ik hoe onzinnig een opleiding is voor iets dat toch gewoon heel ambachtelijk in de praktijk geleerd moet worden.

Maar dat Kampen is slechts éen van de decors op de achtergrond, en wat er zich op de voortoneel afspeelde, kon me maar matig boeien. Er is weer een vriendschap tussen heel verschillende jongens, zoals ook in eerdere boeken van Moens. Maar de hoofdpersoon blijft me te onsympathiek passief, en de ander doet dan weer dingen die voor mij onbegrijpelijk blijven. Een dwangmatig versierder werd ineens toch verliefd? Dat kan, maar maak het dan ook aannemelijk.

De flaptekst van het boek verraadt het plot, dus blijkbaar is die niet heel belangrijk. Desondanks ontleen ik ook niet meer aan dit boek; blijft het merkwaardige plot toch de spil waarom alles draait.

Dat is te weinig.

Joris Moens, Een beest met twee lichamen
298 bladzijden
Uitgeverij Contact © 1999

in: a-z, spannend, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joris Moens-pagina

Karin Spaink · Medische geheimen

Nooit haal ik op mijn weblogs eigen werk aan dat al eens elders verscheen. Wat hierna volgt, is een uitzondering. Al gaat het dan maar om een nieuwsberichtje dat ik tussendoor even schrijven moest, op 19 augustus 1999. En een goed berichtje is het ook al niet, omdat ik door een gebrek aan ruimte een paar lelijke stapelzinnen schreef. Maar toch geeft het een aantal intrigerende discussiepunten aan, waar ik sindsdien werkelijk nooit ergens meer iets over las. En ik lees veel:

Omgang met digitale patiëntgegevens vraagt om Europees beleid
De European Group on Ethics (EGE) dringt aan op een duidelijk Europees beleid voor de omgang met patiëntgegevens in de informatiemaatschappij.

Het is de eerste keer dat deze onafhankelijke ethische commissie van de EU een advies uitbrengt. De EGE zal de nieuwe Europese Commissie en het Europese Parlement bij hun aantreden in september vragen een richtlijn voor de bescherming van medische data te ontwikkelen. Onderdeel van het beleid zou de instelling van een Europees handvest voor patiënten moeten zijn. 

Medische gegevens zijn de meest persoonlijke gegevens van een individu, stelt de EGE. Niet alleen leggen artsen iemands medische geschiedenis vast, ook het gedragspatroon van de patiënt en mogelijk zelfs informatie over zijn seksleven valt in dossiers terug te vinden. Patiëntgegevens worden evenwel niet alleen voor medische zorg gebruikt. Tegelijkertijd is er vraag naar deze informatie vanwege sociale zekerheid, kostenbeheersing in de medische sector, statistiek en onderzoek, en voor verzekeringen.

Voor toegang van patiëntgegevens zou voortaan het principe van een gerechtvaardigd gebruik moeten gelden. Werkgevers en verzekeraars mogen daarbij nooit direct toegang tot persoonlijke informatie krijgen, zelfs al heeft de betrokkene daarvoor toestemming gegeven. Wel zouden burgers zelf altijd de eigen medische gegevens mogen inzien.

De medische wereld kent een sterk toenemend gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Inmiddels is in Europees verband het concept voor een elektronisch patiëntendossier ontwikkeld, dat als basis dient voor verdere ontwikkelingen. Zulke standaarden voor de uitwisseling van patiëntgegevens spelen een grote rol in de medische praktijk. Een behandeling start tegenwoordig vaak pas als een hele reeks deskundigen geraadpleegd is, zonder dat deze de patiënt hoeven te hebben gezien. Maar standaarden zijn nooit neutraal, waarschuwt de ethische commissie. Als een arts informatie over een patiënt vastlegt, moeten daarbij keuzes worden gemaakt. Daarbij spelen ethische, sociale, economische, politieke, en kennistheoretische factoren mee. Een arts kan vanuit een persoonlijke voorkeur iemand een bepaalde kwaal toeschrijven en daarmee andere mogelijkheden uitsluiten. De standaardmethodes voor ziektebeschrijving moeten daarom transparant zijn en onafhankelijke organisaties moeten de standaarden kunnen evalueren.

Alleen al om het merkwaardige gebrek aan publieke discussie over dit onderwerp, was ik blij dat dit boekje van Karin Spaink verscheen. Het is het eerste deel in een reeks die The Next Ten Years heet, en over de invloed van digitale technologie moet gaan.

Maar bood Spaink me verlossing?

Nu is er met die zorg in Nederland iets merkwaardigs aan de hand. Ondanks dat er een nieuw verzekeringsstelsel wordt ingevoerd op 1 januari, is er bijvoorbeeld geen principiële discussie over de financiering van de gezondheidszorg geweest. Terwijl de zorgverzekeraars met elkaar toch, op zijn zachtst gezegd, al kartelachtige trekjes hadden en alleen maar meer macht krijgen volgend jaar.

En, hoewel geneeskunde en zorg letterlijk over leven en dood gaan, lijkt het steeds of principiële discussies over dat instituut als geheel alleen maar vermeden worden. Hoogstens komt er af en toe uitwassen in het nieuws. Als wachtlijsten te lang worden, of ziekenhuizen onmisbare medicijnen te duur vinden, en dan maar niet meer voorschrijven.

Dus was ik teleurgesteld dat ook Karin Spaink eigenlijk maar éen principiële vraag uitwerkt: wordt de data over patiënten wel veilig genoeg opgeslagen? Over het mogelijke misbruik van elektronisch opgeslagen patiëntgegevens haalde ik in dat nieuwsberichtje hierboven al fundamenteler vragen aan dan zij doet in haar boek.

Het gaat Spaink vooral over de technische stand van zaken. Wat voor systemen zijn er op het moment in gebruik, bijvoorbeeld. En hoe veilig zijn die? Niet heel erg, zo toonde zij in een publiciteitsstunt aan.

Misschien is dit als thema niet gek, in een boek dat mede door een internetprovider is uitgegeven. Maar ik had wat meer visie verwacht, dat zal misschien duidelijk zijn.

extra: website over de presentatie van het boek

Karin Spaink, Medische geheimen
Risico’s van het elektronisch patiëntendossier

77 paginas
Nijgh & van Ditmar // Xs4all Internet © 2005

in: typisch hollands, a-z, kennis, essays

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karin Spaink-pagina

Ad van Liempt · Journaal

Op bladzijde 172 van dit boek staat een zinnetje dat het helemaal typeert. Sterker nog, het lijkt me zelfs illustratief voor hoe in Nederland mediageschiedenis bedreven wordt. Alle boeken over Nederlandse kranten, tijdschriften, en TV-programmas die ik gelezen heb, zijn er uitstekend mee samengevat.

“De enige manier waarop een hoofdredacteur journalistiek beleid kan veranderen is via het personeelsbeleid”, zo citeert auteur Van Liempt de oud-hoofdredacteur Ed van Westerloo.

En dat verklaart ook waarom de lezer zo ongeveer alle personeelsmutaties uit die vijftig jaar NOS journaal meekrijgt. Sterker nog, dat het boek vooral lijkt te gaan om iedereen die er gewerkt heeft, en wat hun onderlinge strubbelingen waren. Alsof het ding bij voorintekening verkocht moest worden aan elk wiens naam er maar in voorkomt, om de onzekerheid weg te nemen of er wel voldoende exemplaren af te zetten zouden zijn.

Wat al die mensen maakten, komt zijdelings ook nog wel wat aan de orde, maar toch al veel minder.

Over waarom het journaal zo krankzinnig veel redacteuren kent, en toch dagelijks nooit iets produceert dat mij tot kijken aanzet, ook al weinig.

Want, ik moet hier natuurlijk wel bekennen nooit meer een heel NOS-journaal uit te kijken. Daarvoor is het tempo van dat programma te laag, biedt het me inhoudelijk niets extra’s, en verveelt het me gewoon te veel. Maar, het NOS-journaal is dan ook niet mijn primaire nieuwsbron, anders dan voor velen uit de bevolking wel.

En ik denk vooraf van dit boek gehoopt te hebben dat het nu eens zou vertellen wat zo’n medium doet, in plaats van alleen maar wat het is. Die navelstaarderij staat me zo tegen in de gebruikelijke Nederlandse aanpak om mediageschiedenis te beschrijven. Ergens staat als grootste wapenfeit vermeld dat er ooit eens éen minister [Braks] is afgetreden in die vijftig jaar om wat het journaal onthuld had. Big deal.

Merkwaardig aan dit boek is dan ook weer dat er helemaal achteraan, als een appendixje dat toch maar in de hoofdtekst is opgenomen, even kort en heel goed de geschiedenis van het Jeugdjournaal verteld wordt. En zie, daarin speelt de beleving van de kijkers ineens wel mee. In dit gedeelte is er wel een geslaagde mix te zien van de hoofdlijnen uit de corporate history, persoonlijke anecdotes, plus fijne inside verhalen over de beste techniek om informatie over te brengen, en hoe de doelgroep dit ervaren heeft.

Dus is tien procent van dit boek heel goed, en de rest wel aardig in zijn soort. Maar daarom niet bijzonder.

Ad van Liempt, Het journaal
Achter de schermen van vijftig jaar televisiegeschiedenis

384 pagina’s
Uitgeverij Balans © 2005

in: a-z, geschiedenis, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ad van Liempt-pagina

Rudy Kousbroek · Verborgen verwantschappen

Praatjes bij plaatjes. Zo is dit boek wat oneerbiedig te typeren. Kousbroek zocht wat oude fotos uit, en mijmert daar wat over. Meestal over wat ooit was en niet meer is.

Daarbij komen regelmatig van Kousbroek inmiddels bekende voorliefdes terug. Zoals het dier bijvoorbeeld, en dan in het bijzonder het varken. Vaak zijn die mijmeringen dan weer gekoppeld aan verzuchtingen hoe slecht wij mensen sommige beesten behandelen.

Technologie was vroeger interessanter, aldus Kousbroek. Want, toen was tenminste nog duidelijk wat de functie van een apparaat was. De neiging om alles te stroomlijnen, heeft veel verpest.

En ach, af en toe mijmer ik wat met Kousbroek mee. De oer-deux chevaux was een prachtig elementaire auto.

Verder is dit een boek éen dat mij wat te veel voortkabbelt. Heel bijzonder zijn de meeste fotos niet, maar vooral ouderwets. Ze moeten bijzonder worden gemaakt door Kousbroeks woorden, zijn persoonlijke ideeën en herinneringen.

Dat lukt lang niet altijd. Kousbroek heeft veel indrukwekkender boeken geschreven.

Gek genoeg deed dit boek me nog het meest denken aan een geïllustreerd weblog, waarvan sommige praatjes bij plaatjes beter gelukt zijn dan anderen, omdat de schrijver niet iedere dag even goed in vorm is.

Extraatje: download hier een fotosynthese die Kousbroek schreef voor het alumniblad van de Rijksuniversiteit Groningen. Al was het maar om een idee te krijgen van zijn aanpak en stijl.

Rudy Kousbroek, Verborgen verwantschappen
Fotosynthese

143 pagina’s
Uitgeverij Augustus © 2005

in: a-z, essays, [auto]biografisch, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudy Kousbroek-pagina

Midas Dekkers · Lief dier

Evenals De larf is dit een uitermate rijk geïllustreerd boek. Alleen bevat dit vooral expliciete plaatjes uit de kunstgeschiedenis van mensen die met dieren doen. Ik las het voor een deel in de trein, en het meisje naast me reageerde nogal onrustig op wat ze aan illustraties zag.

Interessantst voor mij, als historicus, was hoe Dekkers liet zien hoe kort geleden het nog maar is dat de blanke mens zichzelf als kroning van de schepping zag. Amper honderd jaar geleden werd er nog serieus gesproken over een mogelijk fokprogramma van negers en apen. Om een of andere reden verbaasde het me niet dat dit plan van een Nederlander kwam.

Ook weet Dekkers heel goed aan te geven dat vrijwel iedereen zich weleens aan bestialiteit bezondigt. Al was het maar omdat wij de melk van beesten drinken.

Zulke inzichten doen me meer dan alle getut met beesten, dat Dekkers ook behandelt. Of de voorkeur van mannen vooral zich met vee te vermaken, bij een gebrek aan alternatieven vooral.

Dat bestaat. Tuurlijk. Maar andermans voorkeuren zijn altijd vreemd, als die klinisch – of in dit geval droog humoristisch – beschreven worden.

Midas Dekkers, Lief Dier
Over bestialiteit

224 pagina’s
Uitgeverij Pandora 2002 © oorspronkelijk 1992

in: a-z, geschiedenis, biologie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Midas Dekkers-pagina

Rudy Kousbroek · Opgespoorde wonderen

Merkwaardig aan Opgespoorde wonderen, maar ook aan het hier eerder besproken Verborgen verwantschappen, is dat Kousbroek’s praatjes bij de plaatjes me zo rustig maken.

Zijn teksten hebben op mij het kalmerende effect van bedaarde klassieke muziek, op de achtergrond. Terwijl Kousbroek nu juist heel verontrustende dingen zeggen kan, over wat er allemaal verloren ging. En nooit meer goed zal komen.

Het is dan ook niet de inhoud van zijn woorden, maar de klank en de dictie die me rustig maken. Plus het idee: er zijn gelukkig nog schrijvers die én met verstand én met stijl aardige stukken weten te bedenken.

Rudy Kousbroek, Opgespoorde wonderen
Fotosynthese

143 pagina’s
Uitgeverij Augustus © 2003

in: a-z, essays, [auto]biografisch, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudy Kousbroek-pagina

José van Dijck en Max Snijders red. · Ethiek in de journalistiek

Twee auteurs van artikelen in deze bundel waren ooit even verantwoordelijk voor mijn opleiding tot journalist. Eigenlijk zou ik daarom dit boekje hier niet moeten bespreken.

Omdat ik de waarde van de opleiding betwijfel, kleurt dat mijn oordeel over de behandeling hier van het onderwerp ethiek in de journalistiek. Tegelijkertijd ben ik me nu wel beter van mijn vooroordelen bewust dan ooit; in die zin heeft een recensietje wel nut.

Ethiek is toch al een problematisch onderwerp voor een boek over journalistiek, omdat ethici zich eigenlijk horen te beperken tot een beschrijving van wat de normen en waarden ergens zijn, en niet uitweiden hoe of het zou moeten. Wie ethiek gebruikt om aan te geven hoe het anders kan, of moet, bedrijft moraalpolitiek.

Toch is nu juist de journalistiek een onderwerp waarover moralistisch gepraat mag worden, wat mij betreft. Dat moet zelfs, omdat de kwaliteit in Nederland zo laag is gemiddeld gezien.

Dit boek biedt helaas overzicht noch gefundeerd oordeel. Wanneer het onderwerp ethiek behandeld wordt, blijft dat bijna geheel beperkt tot wat journalisten moeten en mogen. Bovendien heeft Snijders in zijn artikel slechts bij kranten laten informeren wat zij op hun redactie aan regels bezigen. Onderzoek ontbreekt of die journalisten zich daaraan ook houden.

Veel meer dan wat verkennende opmerkingen over ethiek en journalistiek staan er uiteindelijk niet in dit boek. En dat, terwijl het zo’n intrigerend onderwerp is. Voor het goed functioneren van de democratie is een onafhankelijk oordelende pers noodzakelijk. Tegelijk bestaat die pers bij ons uit bedrijven, die winst moeten maken om te blijven voortbestaan. En dus zijn publiek te vriend moet houden, en dus adverteerders te vriend moet houden. Zulke uitgevers hebben er niet per se baat bij de waarheid te brengen. En dat moet dan de democratie bewaken? Naar die paradox wordt te weinig onderzoek gedaan.

José van Dijck en Max Snijders red., Ethiek in de journalistiek
103 pagina’s
Uitgeverij Otto Cramwinckel © 2005

in: a-z, filosofie, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de José van Dijck en Max Snijders red.-pagina

Abram de Swaan · Zorg en de staat

Het herlezen van boeken die ooit indruk maakten, is niet zonder gevaar. De hernieuwde kennismaking kan ook tegenvallen. Ook de lezer zelf draagt nogal wat bij aan de waardering van een boek; de inhoud alleen volstaat daarvoor niet. En de lezer verandert.

Dit boek is een historisch-sociologische studie van de huidige verzorgingsstaat en zijn lange voorgeschiedenis. De Swaan heeft daarvoor gedaan wat hij in latere boeken ook steeds doet; hij ordert de bevindingen van anderen binnen de vrij strakke kaders die de sociologie hem bieden. En die werkwijze is omstreden, onder historici tenminste.

Maar voor mij heeft die nut. Ik herlees zo’n boek als dit niet om te zien hoe het ooit was. Maar juist om argumenten aangereikt te krijgen om de situatie van het moment beter te kunnen beoordelen.

En dan blijkt bijvoorbeeld dat De Swaan in zijn voorwoord bij deze editie uit 1996 terloops heel wat los kan maken bij mij. Neem alinea’s als deze, waar ik toch al even over nadenk:

Nu de dreiging van het communisme is weggevallen, lijkt ook het gevaar bezworen van een radicale arbeidersbeweging die bij voorbaat moet worden afgekocht met een ruimhartig sociaal compromis. De westerse staten hebben geen vijand meer en daarom zijn ze voor hun burgers ook niet meer zo dringend nodig en zo dwingend aanwezig. […]

[…] Door die […] verhevigde internationale concurrentie komen de arbeidslonen in de rijke westerse landen onder zware druk te staan. Het ligt dan voor de hand om op de arbeidskosten te besparen door vermindering van de sociale premies en dus door bezuiniging op de sociale uitkeringen. Vandaar. Maar dit is pas de eerste ronde in de redenering. De internationale concurrentie leidt tot een internationale herverdeling van arbeid en kapitaal, en tot spreiding van informatie en expertise. Op de lange termijn heeft dat ook voordelen. Maar in deze fase van schoksgewijze aanpassing vallen die veel minder op.

In het eerste gedeelte van dit citaat interpreteer ik als: wanneer er geen gevaar van islamisme was geweest, had de staat dat wel uitgevonden.ter blijvenden legitimatie van de hoge belastingdruk en andere regelzucht als de identificatieplicht.

Het tweede gedeelte wijst me er weer eens op hoe de waan van de dag alles vertekenen kan.

Als een boek door amper twee alinea’s al zo veel bij mij kan losmaken, is het groots.

Abram de Swaan, Zorg en de staat
Welzijn, onderwijs en gezondheidszorg in Europa
en de Verenigde Staten in de nieuwe tijd

342 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 1996
Oorspronkelijke Engelstalige versie © 1988

in: economie, basisbibliotheek, a-z, geschiedenis, aanbevolen 2005, politiek, filosofie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Abram de Swaan-pagina

Evelyn Waugh · Brideshead Revisited

Het is makkelijker op te schrijven waarom dit een vreselijk boek is dan om de kwaliteiten op te sommen. Maar ik herlees deze roman eens in de zoveel jaar. Altijd in de winter. Desondanks. En het lukt me bijna altijd weer om in het verhaal te verdwijnen.

En toch. Brideshead Revisited is onder meer het verhaal van een wegkwijnende aristocratische familie, gezien door de ogen van een vriend des huizes. Die overigens ook weleens in ongenade valt. Het is het verhaal van upper class studenten in Oxford. Over het leven van reserve-officieren in Engeland leden tijdens de Tweede Wereldoorlog, en hun klachten over het niveau van het pas aangetreden kader.

Waugh was een snob. Maar dat maakt niet uit.

Wat mij iedere keer weer opvalt bij het herlezen van dit boek is hoe dwingend en compact hij vertelt. Scene’s die in mijn herinnering een heel hoofdstuk duren, blijken hoogstens enkele bladzijden in dit boek te beslaan. Als er iets een kenmerk van groot schrijven is, dan dat wel voor mij.

Toegegeven, zo prachtig humoristisch als in bijvoorbeeld Scoop schrijft Waugh in dit boek absoluut niet. Misschien is Brideshead Revisited ook wel gewoon een sentimentele draak over een verloren vriendschap en een onmogelijke liefde. Maar daar kan ik, op zijn tijd, weinig op tegen hebben.

Evelyn Waugh, Brideshead Revisited
The Sacred and Profane Memories of Captain Charles Ryder

331 pagina’s
Penguin Books © oorspronkelijk 1945

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Evelyn Waugh-pagina

J.M. Coetzee · Foe

Coetzee doet in dit boek Robinson Crusoë, maar dan helemaal anders. Want, verteld door een figuur die in het oorspronkelijke boek helemaal niet voorkomt. Ene Susan Barton, die ooit de wereld introk om haar dochter te zoeken. Op de terugreis uit het Braziliaanse Bahia werd ze als liefje van de kapitein door de muitende bemanning in een roeiboot gezet, en midden op zee achtergelaten.

Susan Barton landt met de blaren in haar handen op het eiland van Crusoë, en dat is een veel minder aangename plek dan wij denken. Het waait er altijd. Crusoë, die in het boek Cruso heet, is een kluizenaar die genoeg heeft aan dat ene eiland. Friday is een slaaf, waarvan niet verteld wordt of zijn tong werd uitgesneden door zijn vorige meesters, of door Cruso zelf.

Zo blijft er veel schimmig in dit boek. Wie is die Susan Barton precies, en hoe betrouwbaar is haar verhaal? En eenmaal terug in Engeland: waarom is die Defoe, die bij geboorte ook echt Foe heette [= vijand], helemaal niet geïnteresseerd in het verhaal van die schipbreukeling op dit onbewoonde eiland?

Als literair spel is dit allemaal aardig. Al zou ik misschien Daniel Defoe’s originele versie van Robinson Crusoe uit 1719 beter moeten kennen om dat te beoordelen. Ik kan me niet heugen dat verhaal ooit anders te hebben gelezen dan voor kinderen naverteld, en daarmee waarschijnlijk compleet onschadelijk gemaakt.

Maar als boek kan dit waarschijnlijk het beste in éen zitting genoten worden. Als er eenmaal afstand tot het verhaal komt, is er weinig dat tot verder lezen dwingt. Zo werkte het voor mij, tenminste.

Waarom moet dat verhaalgedeelte in Engeland zo veel ruimte innemen, bijvoorbeeld? En is een roman eigenlijk wel de beste plek om beschouwingen over verdichting en waarheid op te schrijven; de hoofdpersoon te laten klagen dat ze niet kan vertellen, maar dan toch bijna alles in haar stem te laten horen?

J.M. Coetzee, Foe
157 pagina’s
Penguin Books © oorspronkelijk 1986

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J.M. Coetzee-pagina