Inhoud februari 2006:

Michel Houellebecq · Mogelijkheid van een eiland

Ethel Portnoy · Dromomania

Menno Wigman · Wereld bij avond

Connie Palmen · God en vitriool

Frans de Waal · Aap in ons

Chr. J van Geel · Verzamelde gedichten

Hellema · Woede van de wind

Ward van der Put · PHP 5

Geert Mak · Eiland

Gordon Graham · Internet

J.L. Heldring · Heel ons fundament kraakt

Ethel Portnoy · Opstandige vrouwen

Maarten ’t Hart · Ongewenste zeereis

Herman de Coninck · Proza 1

David Sedaris · Me Talk Pretty One Day

Herman de Coninck · Proza 2

Kristien Hemmerechts · Taal zonder mij

Ethel Portnoy · Ontwaken van de zee

Michel Houellebecq · Mogelijkheid van een eiland

Over deze nieuwste roman van Houellebecq is moeilijk wat afgewogens te zeggen. Enerzijds is het éen van de beter geschreven boeken die ik de laatste tijd las, anderzijds deugt er weinig van. Er staan nogal wat knulligheden in.

De auteur pronkt nogal eens met kennis die hij zelf niet heeft, maar duidelijk voor de gelegenheid even leende. Zo is de hoofdpersoon nogal onder de indruk dat de profeet eigenhandig de website van de sekte heeft ontworpen met Dreamweaver MX, en daarbij zelfs honderd paginas HMTL-code had geschreven.

Het is het éen, of het ander. Dreamweaver is een pakket waarmee eenieder WYSIWYG websites kan bouwen. Perfecte HTML levert het programma niet af, dus HTML coderen in Dreamweaver wordt eigenlijk alleen gedaan door neppers. Bovendien is het slimmer om dynamische pagina’s te maken, door inhoud en vormgeving te scheiden, dan er zelf honderden te gaan coderen.

Deze opmerking lijkt futiel, maar een consequent doorgevoerde logica hoort in de literatuur uitgangspunt te zijn, voor mij. Zeker voor wie een vergaand idee uitvoert, zoals Houellebecq in dit boek; waarin hij uitverkorenen eeuwig laat voortleven, door ze steeds een nieuw lichaam te geven. Als zo’n schrijver dan ook maar even schmiert, wordt alles een trucje. Science fiction is niet alleen fictie, maar ook science.

Vrijwel in het begin formuleert Houellebecq helder de uitgangspunten die dat eeuwig voortleven mogelijk maken:

De eerste wet van Pierce stelt persoonlijkheid gelijk aan geheugen. De persoonlijkheid bestaat uit niets anders dan wat in het geheugen kan worden opgeslagen (of dat geheugen nu cognitief, procedureel of affectief is); het is bijvoorbeeld aan het geheugen te danken dat de slaap het gevoel van identiteit niet opheft.

Volgens de tweede wet van Pierce heeft het cognitieve geheugen de taal als adequate drager.

De derde wet van Pierce defenieert de voorwaarden van een zuivere taal.

Even afgezien van de vraag of dit biologisch klopt, is dit een prima uitgangspunt voor een boek. De schrijver zou zelfs kunnen verdedigen dat deze wetten niet hoeven te kloppen met onze huidige kennis, omdat dit juist bewijst dat die sekte met iets unieks bezig was.

Het is ook een pracht uitgangspunt voor een schrijver natuurlijk, dat taal zo’n enorme waarde heeft. Alleen gebeurt er vervolgens nauwelijks iets met dat gegeven. Behalve dan dat latere incarnaties steevast de levensverhalen van eerdere ikken hebben gelezen.

Gelezen! Niet eens meegekregen bij hun verwekking. Zowiezo is het merkwaardig dat die nieuwe incarnaties weinig meekrijgen. Hebben ze inmiddels millennia de tijd gehad om zich in van alles te bekwamen, geven ze die kennis niet eens door. Daar blijkt in elk geval niets van.

Ach. Het hele principe van verder leven in zo’n volgend lichaam is gewoon onvoldoende doordacht. En dat stoorde mij, en daardoor viel me de rest ook niet mee.

Mogelijkheid van een eiland heeft een succesvolle cabaretier als hoofdpersoon, die vervolgens geen moment grappig is. Dat alleen al.

Goed geschreven is het allemaal wel. Tuurlijk. Zo vlot vertelt ook dat het vast heel wat lijkt. Maar goed geschreven alleen is meestal niet genoeg.

eerder van Houellebecq op dit boeklog besproken:
- De wereld als markt en strijd

Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland
420 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2005
Vertaling van La possibilité d’une île

in: a-z, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Michel Houellebecq-pagina

Ethel Portnoy · Dromomania

Portnoy’s boeken zijn mijn idee van een light read, zonder daar ook maar een moment iets denigrerends mee te bedoelen. Integendeel. Maar haar bundels zijn zelden dik, en voor mij makkelijk in een half uur tot drie kwartier te lezen. Terwijl ze boeiend genoeg zijn om dan wel alle concentratie te vragen.

Ontspanning door een korte inspanning, zoiets moet het wel zijn. De schrijfster verveelt me nooit, en weet ze me telkens te verrassen met haar originele manier van kijken.

Ditmaal komen er wat cultuurhistorische onderwerpen aan de orde. Griezelfilms. Richard Wagner. Wilhelm Reich. Onder meer.

Het essay ‘Gedeelde walging’ over voedseltaboes uit deze bundel is trouwens herdrukt in Zielespijs, dat ik net heb gelezen. Toen was me niet opgevallen dat dat boek een compilatie uit eerder verschenen werk is.

Ethel Portnoy, Dromomania
Stiefkinderen van de cultuur
Essays

120 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1987

in: a-z, essays, vertaald, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ethel Portnoy-pagina

Menno Wigman · Wereld bij avond

De dichter Wigman woonde drie maanden als ‘poet in residence’ op het terrein van een psychiatrische inrichting in Den Dolder. Vrijwillig, moet daar dan wel even bij worden gezegd. Al wordt dat verblijf daarmee voor mij wel een nog groter raadsel.

Gekte fascineert hem.

En waanzin komt ook steeds weer terug in de tien gedichten die in deze bundel staan. Maar levert dat iets op dat beklijft?

Wigman schrijft regelmatig goede zinnetjes. Veel van zijn gedichten openen sterk. Maar daarna lukt het hem zelden om mij in spanning door te laten lezen. Oefeningen lees ik. Vingerzettingen, die soms zo soepel lopen dat er een belofte in doorklinkt. Meer nog niet, jammer genoeg.

Zie ook de gedichten die ik citeerde op eamelje.net

Menno Wigman, De wereld bij avond
16 pagina’s
Poetry International Prometheus © 2006

in: a-z, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Menno Wigman-pagina

Connie Palmen · God en vitriool

Connie Palmen werd vijftig, en dat moest gevierd worden. Dus kwam er een bundel uit met interviews die mevrouw Palmen gaf sinds haar debuut.

Alleen wreekt zich daarbij dat ze betrekkelijk laat debuteerde met De Wetten. Het oudste interview dateert uit 1991, het nieuwste uit 2004. En dertien jaar is eigenlijk te kort voor zo’n dik boek met zoveel gesprekken als dit. Zo veel ontwikkelt een mens zich niet in zo’n korte tijd. Hoewel mevrouw Palmen toch een heel aantal boeken uitbracht, en ook nog haar man verloor.

De herhaling is daarom groot in deze bundel. Dat maakt de gesprekken hoogstens voor de allergrootste fans interessant.

En ik was al geen fan. Het lukte me indertijd niet eens mevrouw Palmen’s boekenweekgeschenk uit te lezen, hoewel dat hoogstens een half uurtje had hoeven kosten.

Maar waarom las ik dit boek dan wel?

Ik moet toegeven wel gefascineerd door haar te zijn. Omdat mij, als publiek, zo lang werd voorgehouden dat zij toch wel een grote Nederlandse schrijfster is. En ik dat almaar niet zag.

Het duurde tot een aanval van Hans Goedkoop in NRC-Handelsblad dat ik mijn wantrouwen door een ander bevestigd werd. Ze denkt warrig, maar kan heel goed bluffen. Zoals in sommige van deze interviews.

Connie Palmen als mediafenomeen bekijken, dat is veel interessanter dan haar eigen werk inzien.

God en vitriool
Interviews met Connie Palmen
Met een voorwoord van Adriaan van Dis

314 pagina’s
Uitgeverij Prometheus © 2005

in: a-z, [auto]biografisch, media, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Connie Palmen-pagina

Frans de Waal · Aap in ons

Directe aanleiding om dit boek te lezen was een interview met De Waal in NRC-Handelsblad [pdf]. Daarin ging het in mijn herinnering vooral over hoe zeer onze taal ons verhult. Al luisterend, nemen we niet meer bewust waar wat het lichaam van de ander vertelt.

Maar hoe vaak is iemands lichaamstaal niet in tegenspraak met zijn woorden? Bekijk eens een willekeurige politicus op televisie met het geluid uit…

Frans de Waal bestudeert primaten, en in dit boek projecteert hij de kennis die dat opleverde voor het eerst op de mens. Die derde chimpansee.

Heel veel nieuwe feitelijke kennis over de mens leverde me dat niet op. Ik heb al meer gelezen over Bonobo’s en Chimpansees. En ook viel het me wat tegen dat het element taal uit dat interview eigenlijk nauwelijks in dit boek terugkwam.

Wat me wel fascineerde, was waar De Waal terloops steeds met voorbeelden op wees: Hoe zeer wetenschappers nog altijd anthropocentrisch denken. Ofwel: hoe veel moeite het kost om te erkennen dat primaten, of andere hoogontwikkelde apen, zich niet wezenlijk anders gedragen dan wij. Helemaal als dat weinig goeds over ons vertelt.

Maar evolutie zorgt voor parallellen.

Frans de Waal, De aap in ons
Waarom we zijn wie we zijn

264 pagina’s
Uitgeverij Contact © 2005
Vertaling van Our Inner Ape

in: a-z, biologie, politiek, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Frans de Waal-pagina

Chr. J van Geel · Verzamelde gedichten

Doordat elk gedicht zijn eigen pagina krijgt in dit boek zijn er veel waar niet meer dan twee drie regels opstaan. Die 1080 pagina’s, en dat gewicht van bijna een kilo, zeggen daarmee niet alles. Bovendien bestaat het laatste kwart van dit verzamelde werk uit teksten die ooit in het literaire blad Barbarber verschenen, en dat waren readymades; dus niet van de schrijver.

En telkens als ik Van Geel probeer te lezen, overvalt me het idee misschien wel te nuchter 21e-eeuws te zijn voor zijn poëzie. Dat gedweep met die natuur de hele tijd; dat gemijmer over een boompje hier, een takje daar, en een vogel die voorbij vliegt.

Maar toch.

Zo nu en dan staan er er wel een paar regels op de vele pagina’s die even tot me spraken. En daarmee bevreemdt het me dan weer dat ik zo weinig ingang tot de rest lijk te hebben.

Ik die tot niets kom,
zelfs niet besluit
om met een cirkus mee te reizen,
het rustig aan te doen,
schoenen te poetsen
van een enkele pygmee.

[353]

Chr. J van Geel, Verzamelde gedichten
1080 pagina’s
Uitgeverij Van Oorschot © 2003

in: a-z, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Chr. J van Geel-pagina

Hellema · Woede van de wind

De mensen voor wie hij schrijft, lezen niet meer. En voor wie nog wel leest, schrijft hij niet. Dat merkt de schrijver Hellema ergens achteloos op in deze recente bundel met opmerkingen en aantekeningen. De man overleed vorig jaar, inmiddels 84.

Maar ieder boek is ook een schepping van de lezer. Ik las Hellema niet om wat hij zo belangrijk vond. Die Tweede Wereldoorlog. Dat onnoembaar grote evenement in zijn leven, waarvan zij die het niet meemaakten nooit iets zouden begrijpen. Mij gaat het om die andere kant van de verzetsheld Alexander Bernard van Praag; de dwarsheid die hij ook later in zijn leven zou tonen.

Bovendien zijn er bijna geen Nederlandse schrijvers die zo geloofwaardig over hun werk in het bedrijfsleven hebben geschreven als hij.

Dus waren zijn opmerkingen absoluut niet vervelend te lezen, ondanks dat de schrijver mij daarvoor hoogstpersoonlijk diskwalificeerde. Maar een kritische geest die telkens weer kan aantonen waar het fout gaat, boeit me.

Nooit eerder ook een boek gelezen waarin mijmeringen over de gevolgen van die oorlog toen binnen een pagina werden afgewisseld met opmerkingen over internet. Dit is een rijk boekje.

Eerder op dit boeklog besproken:
- Twente – een plaatsbepaling in de tijd

Hellema, De woede van de wind
123 pagina’s
Uitgeverij Querido © 2003

in: a-z, aanbevolen 2006, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hellema-pagina

Ward van der Put · PHP 5

Deze website bestaat eigenlijk alleen maar zo als die er nu uitziet op uw computer. Alle tekstjes die u ziet, zijn voor deze gelegenheid alleen even door uw browser uit een database opgeroepen, en verder aangekleed met plaatjes en andere stijlelementen die ik ergens op mijn server heb gezet.

De tekst die u nu leest, wordt uit die database opgeroepen met een scripttaal. Die taal heet PHP. Waar die afkorting voor staat, is niet helemaal duidelijk. Personal HomePage, wordt weleens gezegd.

Voordeel van die database is voor mij dat het veel makkelijker is om wijzigingen aan te brengen in tekst, of opmaak. Maar databases bieden nog veel meer mogelijkheden. De inhoud kan op allerlei verschillende manieren gesorteerd worden, bijvoorbeeld.

Mede daarom heb ik al eens overwogen een archiefpagina voor dit boeklog aan te maken, waarop de boekentitels via de thumbnails van hun voorblad aangeclickt zouden kunnen worden.

Een andere wens is om een alfabetische lijst met auteurs aan te kunnen bieden. Ook al om het zoeken in mijn archieven te vergemakkelijken voor de bezoekers.

Punt is alleen dat ik weliswaar kan programmeren, maar daarbij uitblink in talen die tegenwoordig niet meer genuttigd worden. Software wordt inmiddels geschreven in object georiënteerde talen. Zelfs zo’n relatief simpel scripttaaltje als PHP maakt al van dat idioom gebruik. En ik kijk daar naar als een koe naar het onweer.

Dus leek me een beginnersgids als deze nuttig.

Maar dat viel tegen. Ten eerste gaat dit boek nauwelijks over PHP. Internet wordt behandeld, en wat een website is. En hoe leuk het kan zijn wat dynamische elementen aan webpagina’s toe te voegen. Wat voor websites er bestaan.

Van PHP slechts een summiere grammatica. Wat eenvoudige voorbeelden, die bij de uitgever gedownload kunnen worden. Ik leerde dat er verschillende soorten arrays bestaan. Dat was nuttig. Misschien. Al zie ik nog niet hoe.

Goed. Okay. Als er in de kolom hiernaast ineens allemaal interessante nieuwe opties komen te staan, heeft dit boek toch nut gehad. Nu was dat niet zo.

Ward van der Put, PHP 5
415 pagina’s
Easy Computing © 2005

in: leerboeken, a-z, [web] technologie, reference

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ward van der Put-pagina

Geert Mak · Eiland

Waarschuwing. Onder de naam ‘Literaire juweeltjes’ biedt boekhandelketen Bruna in 2006 ieder maand voor éen euro een actieboekje aan. Daarbij wordt veel poeha gemaakt over de vormgeving en het doel van deze uitgave. Die moet namelijk het lezen bevorderen. Alleen staat pas ergens helemaal achterin dit boek te lezen dat het slechts een hoofdstuk is uit een ander boek van Geert Mak: De engel van Amsterdam.

Dit literaire juweeltje heeft dan weer kortingbonnen achterin staan. Ik meld het even opdat u begrijpt waarmee we van doen hebben hier.

Merkwaardig aan dit actieboekje voor de maand januari is bovendien dat het niet om literatuur gaat. Mak schrijft geen fictie. Tenzij hij ons via deze merkwaardige omweg laat weten alles toch verzonnen te hebben. Dat kan natuurlijk ook.

Het eiland gaat over het KNSM-eiland bij Amsterdam in de tijd na de scheepsmaatschappijen er weggetrokken waren, en voor er reguliere woningbouw kwam. In die tijd was het gebied voor krakers, zwervers, verslaafden, en andere marginalen.

Dit boek is een reportage over wat er plaatsvond daar, en in aanpak en stijl deed het me bijna Amerikaans aan. Dat maakt het aanmerkelijk beter dan wat in Nederland doorgaans als roman wordt uitgebracht. Maar fictie heeft me ook te veel status hier.

Geert Mak, Het eiland
57 pagina’s
Uitgeverij B. For Books © 2006

in: a-z, geschiedenis, cultuur, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert Mak-pagina

Gordon Graham · Internet

Het is weer zo ver. Opnieuw moet ik van een boek zeggen dat er te veel in ontbreekt om mij echt van waarde te zijn. Oorsponkelijk uitgebracht in 1999, en staande in een filosofische traditie van inmiddels enige millennia, is het nu al hopeloos verouderd.

Weliswaar zijn de vragen niet fout die de Schotse filosoof Gordon Graham oproept. Het zijn er alleen niet genoeg. Voor een boek dat niet alleen over techniek wil jubelen, toont het wel erg weinig gevaren. Om maar éen gebrek te noemen.

Graham onderschat wat de nieuwe technologie allemaal mogelijk maakt. Voor hem is informatie- en communicatietechnologie [ICT] nog letterlijk technologie waarmee mensen communiceren, of informatie opvragen. Dat het gebruik van ICT ook sporen nalaat, en overheden die zouden willen kunnen gaan inzien, was geen idee dat deze schrijver al voorzag.

Voor hem is een belangrijke vraag wat de opkomst van internet betekent voor de participatie van burgers in een democratie. Omdat traditionele politieke maatschappelijke structuren door internet kunnen veranderen, al is nog niet helemaal duidelijk hoe. Maar internet is voor Graham uiteindelijk niet meer dan een medium; niet een zelfstandige entiteit.

Nu is het niet zo dat dit boek helemaal nutteloos was voor mij. Zijn kritische benadering van de alle nieuwe ontwikkelingen beviel me wel. Een kernvraag in dit boek is steeds weer wat nieuwe snufjes nu precies voor problemen wegnemen. En dat is geen verkeerde methode om ontwikkelingen mee te beoordelen.

Gordon Graham, Internet
Een filosofisch onderzoek

245 pagina’s
Uitgeverij Lemniscaat © zonder jaartal
Vertaling van The Internet: A Philosophical Enquiry © 1999

in: [web] technologie, a-z, geschiedenis, vertaald, filosofie, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gordon Graham-pagina

J.L. Heldring · Heel ons fundament kraakt

Meeste ruimte in dit boek gaat naar een selectie uit de columns die J.L. Heldring van 1989 tot en met 2003 schreef in NRC-Handelsblad. En deze zijn vooral interessant omdat ze doen wat kranten meestal niet lukt.

Journalisten hebben weliswaar de naam alvast de geschiedenis vast te leggen in een eerste schets, maar ze ontberen daar vrijwel altijd de capaciteiten voor. Het is ook te makkelijk het belang van een lopende ontwikkeling te overdrijven als je werk is om ontwikkelingen te overdrijven voor het nieuws.

Nee, journalisten hebben meestal de afstand niet die Heldring wel neemt, of zijn vrije manier van kijken.

Tegelijk is ook Heldring in dit boek meermaals te betrappen op opinies die niet houdbaar zijn gebleken. Zo leeft bij hem een grote vrees tegen de Duitse eenwording, waarschijnlijk omdat het Verenigde Duitsland zo’n enorme machtsfactor in Europa zal worden.

Maar de Navo mocht zich ook in de Oost-Duitse ländern vestigen. Duitsland werd geen neutraal land, en vervolgens verdwijnt het hele probleem dat Heldring zag uit beeld.

Dit boek herinnerde mij er vooral aan welke fundamentele veranderingen er hebben plaatsgevonden sinds 1989. En juist doordat Heldring zo goed de zorgen weet uit te spreken die op dat moment speelden, is het rijker dan een geschiedenisboek dat achteraf geschreven werd zou kunnen zijn.

J.L. Heldring, Heel ons fundament kraakt
en andere kanttekeningen

287 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot © 2003

in: basisbibliotheek, a-z, geschiedenis, politiek, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J.L. Heldring-pagina

Ethel Portnoy · Opstandige vrouwen

Bij mijn voornemen om alle boeken van Ethel Portnoy dit jaar te herlezen ben ik nu toch op een barrière gestuit. Er blijken zowaar essays van haar te zijn die me inhoudelijk niet bijster interesseren; waarbij het niet helpt om te lezen hoe goed of de schrijfster vaak kijkt.

Opstandige vrouwen gaat niet alleen over vrouwen, maar lijkt ook vooral voor vrouwen bedoeld. Dat is mijn probleem met dit boek. Het lukt me niet de problematiek in te voelen. Ik kan in gedachten nog zo’n geëmancipeerde man zijn, de achterstelling die vrouwen ondervinden zal ik nooit aan den lijve meemaken.

En. Terwijl dit boek heel goed inzet met de vraag waarom toch in zo veel feministische boeken de vrouw helemaal nooit iets slechts kan doen, begaat Portnoy in het stuk daarop merkwaardig genoeg dezelfde fout. Sylvia Plath wordt bijna heilig verklaard door haar. Maar goed, misschien ligt de irritatie die dit oproept aan mij. Ik weet dat het beeld over Plath en haar man de dichter Ted Hughes sinds 1989 aanmerkelijk genuanceerd is.

Interessantste beschouwing in dit boek is die over de flutroman, en waarom vrouwen die lezen. Daar valt bijna een gebruiksaanwijziging aan te ontlenen om zo’n boekje te schrijven. Al laat Portnoy ook zien dat dit eigenlijk niet kan, voor wie niet in het concept geloofd van het flutverhaal, waarin het meisje altijd een lagere beginstatus heeft als de man die ze na veel moeilijkheden weet te winnen.

Ethel Portnoy, Opstandige vrouwen
Verhalende essays

163 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1989

in: a-z, essays, vertaald, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ethel Portnoy-pagina

Maarten ’t Hart · Ongewenste zeereis

Ooit was ook Maarten ’t Hart een schrijver die het vak nog leren moest. En de essays in deze bundel getuigen ervan dat dit moeite heeft gekost. Hoewel allemaal zeer leesbaar, hebben de verzamelde stukken vaak iets onhandigs.

Dit kan ook zijn om het thema van de eerste reeks artikelen in deze bundel. Die gaan over discriminatie, en dan vooral de discriminatie tegen vrouwen. Maar het debat over de emancipatie wordt tegenwoordig niet meer met de argumenten gevoerd die ’t Hart hier nog bestrijdt. De problemen van toen zijn misschien nog nauwelijks verbeterd, er zijn andere bijgekomen. Met een dringender karakter ook, zou iemand als Hirsi Ali vast zeggen.

Maar ook, als ’t Hart schrijvers bespreekt en prijst, zit de overtuigingskracht vooral in zijn oprechtheid. Niet in zijn manier van beschrijven, of argumenteren.

Dat geeft allemaal niet. Later zou het essayistische schrijven hem alleen beter afgaan dan hier.

Maarten ’t Hart, Ongewenste zeereis
Essays

253 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1979

in: a-z, boeken over schrijven, essays, [auto]biografisch, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Maarten ’t Hart-pagina

Herman de Coninck · Proza 1

Ergens in Taal zonder mij merkt Kristien Hemmerechts over haar inmiddels overleden man op dat hij zo’n goede en aandachtige lezer was. Herman de Coninck zelf schreef in een brief alleen van sommige romans te kunnen genieten als hij ze veel sneller en dus oppervlakkiger las dan in zijn normale tempo.

Wat zegt dit?

Schrijven en lezen staan nauw tot elkaar. Die aandachtige lezer Herman de Coninck dwingt mij, in zijn beschouwingen over poëzie, tot een veel trager leestempo dan ik gewoon ben. Anders ontgaat me te makkelijk de portée van wat hij zegt.

Mede als gevolg daarvan ben ik nu al sinds januari bezig met beide kloeke delen waarin al zijn proza is verzameld. Maar erg kan ik dat niet vinden. Het is me bijna een eer. Ik ben het zo vaak met hem eens, omdat hij argumenten kan aanvoeren waar ik tot nu toe slechts voelde:

Een Russische cowboymop. Vier cowboys staan in een kring samen te kletsen. En vijfde komt erbij staan. ‘Hoeveel is twee plus twee?’ vraagt hij. Hersengeknars. Ten slotte zegt één cowboy: ‘Vier, geloof ik’. ‘Pang,’ zegt de vijfde en knalt hem neer. ‘Jij weet te veel.’

Zo is het ook met de Nederlandse poëzie van vandaag. Ze heeft zichzelf te goed gelezen, ze weet te veel. Ze is geweldig knap, maar te academisch. Ze gaat voort op wat er al is, maar ze begint nooit meer van voor af aan. Gerrit Kouwenaar en Hans Faverey zijn de grote voorbeelden. Het zijn allebei knappe dichters, maar als voorbeeld werken ze niet. Hun poëzie is een soort eindpunt. Inspiratie haal je beter bij het beginpunt. In kinderpoëzie bijvoorbeeld. [623]

In dit eerste deel van het verzamelde proza zijn opgenomen: Over de troost van pessisme, Over Marieke van de bakker, en De flaptekstlezer.

Deze titels bevatten overigens niet alleen beschouwingen over dichters, of hun poëzie. Er staan ook gewone cultuurbeschouwingen in, en boekbespringen. Zoals een lofzang op Eduardo Galeano’s Boek der omhelzingen.

Hoe noem ik eigenlijk iemand die éen van mijn favoriete boeken ook zo mateloos mooi vind? En om dezelfde redenen bovendien?

wordt vervolgd

Eerder van Herman de Coninck op dit boeklog besproken:
- Cowboybroek van Maria Magdalena
- Een aangename postumiteit

Herman de Coninck, Het Proza
Samengesteld en verantwoord door
Paul de Wispelaere, met medewerking van
Jeroen de Preter
Deel 1

701 paginas
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2000

in: aanbevolen 2006, a-z, essays, [auto]biografisch, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman de Coninck-pagina

David Sedaris · Me Talk Pretty One Day

Nog leuker dan het lezen van David Sedaris boeken is het herlezen daarvan. Merkwaardig toch.

Dit ligt natuurlijk aan mij. Ik houd niet erg van leedvermaak, en Sedaris doet zichzelf nogal eens leed aan in zijn verhalen. Blijkbaar heb ik de geruststelling nodig dat alles toch goed komt aan het eind om te durven lachen.

Wat bij herlezing van deze bundel opvalt, is hoezeer de verhalen over zijn Franse taallessen in mijn herinnering zijn blijven hangen. Al vraag ik me nog steeds af of die zinnetjes wel kloppen die hij voor het effect verengelst heeft. Is bijvoorbeeld de titel Me talk pretty one day ter herleiden tot vermangeld Frans? Moi parle beau un jour?

Enfin.

Dit was het eerste boek dat ik ooit van Sedaris las, en in die zin zal ik er altijd een zwak voor houden. Maar het is wel een maatstaf geworden, waarmee ik ook zijn andere boeken beoordeel. En dan moet gezegd dat deze toch wel erg goed is, en eigenlijk geen zwakke verhalen kent.

David Sedaris, Me Talk Pretty One Day
272 pagina’s
Abacus © 2000

in: a-z, humor, [auto]biografisch, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de David Sedaris-pagina

Herman de Coninck · Proza 2

Dit deel van De Coninck’s verzamelde proza bevat de boeken: Intimiteit onder de melkweg, De Vliegende keeper, het hier al eens besproken Cowboybroek van Maria Magdalena, en tot slot nog zo’n hondervijftig pagina’s met ongebundelde stukken.

Het is opnieuw een rijk geheel.

En nu, achteraf beschouwd, denk ik dat Herman de Coninck’s me vooral van nut is om mijn kennis over de Nederlandstalige poëzie te vergroten. Hij heeft simpelweg iedereen gelezen, en weet meestal heel goed uit te leggen wat zijn ideeën daarbij zijn.

Zoals wanneer hij een bepaald slag poëzieliefhebbers vergelijkt met mensen die voor tonnen aan geluidsapparatuur thuis hebben staan, maar zich niet interesseren voor de muziek die daarmee afgespeeld moet worden:

Ik vind Kouwenaar-aanhangers vaak een gelijksoortige, eenzijdige interesse hebben voor hun taalapparatuur. En luister nu eens wat dat geeft: met alle knopjes dicht! [753]

Deze twee bundels met proza zijn toch al heel rijk aan wijze zinnetjes. Ik moet me nu inhouden er niet veel meer te citeren:

Maar, zei hij [Gombrich], je kunt ook om veel verkeerde redenen niet van een kunstwerk houden.

Dat laatste is wat critici meestal doen.

Critici zijn namelijk beroepslezers. Dat is een deformatie. Lezen is nou net bedoeld om leuk te zijn en om nooit een beroep te worden. [485]

Mensen lezen geen boeken meer, maar boekenbijlagen, en geen essays, maar interviews erover. [817]

Als ik dan toch iets aan kritiek moet geven: een gedicht door hem besproken, is altijd beter dan hetzelfde gedicht los gelezen ergens in een bundel. De Coninck geeft aan sommige regels een meerwaarde die ik pas zie als hij mij erop wijst, enkel door ze te isoleren en er iets over te zeggen.

Maar misschien botsen hier wel gewoon twee manieren van lezen op elkaar. Lees ik gewoon meestal te snel, zoals bij de bespreking van het eerste deel van dit verzameld werk gememoreerd.

Eerder van Herman de Coninck op dit boeklog besproken:
- Cowboybroek van Maria Magdalena
- Een aangename postumiteit

Herman de Coninck, Het Proza
Samengesteld en verantwoord door
Paul de Wispelaere, met medewerking van
Jeroen de Preter

Deel 2
863 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2000

in: aanbevolen 2006, a-z, essays, [auto]biografisch, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman de Coninck-pagina

Kristien Hemmerechts · Taal zonder mij

Prachtig boekje. Maar eeuwig zonde dat er iemand dood voor moest gaan.

Anderzijds, zo’n liefdevol boek als dit is ook alleen te schrijven over iemand die gestorven is. Zou dezelfde toon gebruikt worden om een nog levende man of vrouw te beschrijven, zou dat de lezer met plaatsvervangende schaamte slaan.

Ik herlas Taal zonder mij als een soort besluit van de ontdekkingstocht naar het werk van Herman de Coninck. Inmiddels heb ik zijn poëzie gelezen, de bundeling van zijn brieven, en het verzamelde proza.

Dat was een verrijkende ervaring. Maar het blijft ontnuchterend om te bedenken dat ik waarschijnlijk niet zo gauw over Herman de Coninck gehoord zou hebben, als zijn weduwe niet dit boekje had geschreven.

Alhoewel, geschreven. Omdat De Coninck zo ontstellend vaak geciteerd wordt, kent Taal zonder mij wat mij betreft twee schrijvers.

Kristien Hemmerechts, Taal zonder mij
149 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 1998

in: a-z, [auto]biografisch, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kristien Hemmerechts-pagina

Ethel Portnoy · Ontwaken van de zee

Dit boek is een bundel vrij vroege verhalen, die ik zeker wist niet eerder gelezen te hebben. Maar Portnoy gebruikt zo veel herkenbaar autobiografische elementen in de verhalen, dat ik daardoor twijfelde. Nogal wat van wat ze aanreikte, was me in grote lijnen al bekend. Uit latere boeken waarschijnlijk, dan.

Al zou het me ook weer niet moeten verbazen dit boek misschien toch al eens gelezen te hebben.

Een verschil met die latere boeken is er wel. De verhalen zijn vooral verhalen in de zin dat de schrijfster ruimer de tijd neemt om te vertellen dan ze in haar essays doet. Ik had niet het idee dat ze nu zo veel vertelde door daar nadrukkelijk juist over te zwijgen.

Desalniettemin, het was me weer een genoegen haar te mogen lezen.

Ethel Portnoy, Het ontwaken van de zee
Verhalen
187 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1981

in: a-z, vertaald, [auto]biografisch, verhalen, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ethel Portnoy-pagina