zaterdag 1 april 2006
Het is altijd gevaarlijk eindelijk een boek te lezen dat altijd nog eens gelezen moest worden. Somerset Maugham maakte eerder indruk op me met zijn in 1938 gepubliceerde autobiografie The Summing Up. Maar iedereen met verstand van zaken verwees juist altijd naar zijn gebundelde aantekeningen van later.
Zo’n boek moet dan verwachtingen inlossen.
Ik was ook wel benieuwd. Aantekeningen laten namelijk goed zien hoe goed iemand waarneemt en dus schrijft. Verhalen of romans dwingen auteurs altijd tot bepaalde conventies, in het vertellen. Ook als ze zich afzetten tegen wat in hun tijd gebruikelijk is. En bij een schrijver als W. Somerset Maugham, die leefde van 1874 tot 1965, zijn veel van die vertelconventies de onze niet meer.
Hij debuteerde in 1897. En ook dat hij de beste betaalde schrijver ter wereld uit de jaren 1930 was, kon tegen hem spreken. Wat uit die tijd is voor ons nu nog de moeite waard?
Ik geef toe vrij grote moeite te hebben gehad met het eerste gedeelte uit dit boek, die de jaren beslaan toen Somerset Maugham nog niet volledig voor het schrijven had gekozen. Hij studeerde geneeskunde toen, en kwam op mij niet over als een sympathiek mens.
Toch maakten sommige passages wel indruk. Zoals de terloopse beschrijving van een keizersnede, die gedaan werd in een collegezaal omdat het zo’n zeldzame ingreep was en studenten ervan leren konden. De moeders overleden er altijd aan. Net als die keer ook.
Later zijn weer nogal wat passages opgenomen die hoogstens voor een onderzoeker aardig zijn, omdat Somerset Maugham er vele personages in portretteert die later zijn boeken zouden bevolken. Ik stompte wat af van al die waarnemingen, vooral omdat het ze zo talrijk waren, en bijna elk voor zich een romanverhaal in zich borgen. Rijkdom kan doodslaan, vreemd genoeg.
Nee, uiteindelijk het ging toch me om die andere waarnemingen, bijvoorbeeld de aantekeningen die een supplement zijn op die eerdere autobiografie. De opmerkingen waarin Somerset Maugham zich onversierd uitte over wat hem raakt in boeken, en waarom dan wel.
Of die aantekeningen die bijna een brief zijn aan zichzelf.
Tuurlijk, de schrijver had een veel rijker leven dan uit The Summing Up of A Writer’s Notebook samen blijkt. Een leven met spionageopdrachten bijvoorbeeld. En ook komt zijn homoseksualiteit, of biseksualiteit, bijna nergens in terug.
Maar ik heb enige weken met dit boek doorgebracht, omdat er soms wel heel veel op de pagina’s staat. En dat was een overwegend positieve ervaring.
W. Somerset Maugham, A Writer’s Notebook
333 pagina’s
Penguin Books 1967, oorspronkelijk © 1949
in: a-z, [auto]biografisch, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de W. Somerset Maugham-pagina
zondag 2 april 2006
Hoe lang was er al sprake van dat dit boek er zou komen? Mij viel op dat Komrij het op televisie kon aanprijzen met grapjes die hij ruim dertig jaar geleden al eens opschreef. Zoals de riedel dat hij zelf ook een petomaan is, maar wel éen met een bescheiden instrument. Daardoor lukt het hem niet om het volkslied te scheten.
Maar goed, het boek is er nu dus. En dat had ik toch niet verwacht. Mij scheen altijd dat Komrij er slechts mee dreigde. Zodat hij nog eens kon laten zien ook uit stront geld te kunnen maken. Of misschien, als bewijs uiteindelijk overal schijt aan te hebben, en aan de Nederlandse boekenwereld in het bijzonder.
In dit boek staan nogal wat vergelijkbare flauwiteiten verzameld. Laat ik daarom maar ophouden in dier voege mee te gaan, en deze encyclopedie kritisch proberen te beoordelen.
En dan moet ik zeggen dat dit boek me tegenviel. Weliswaar is het rijk geïllustreerd, en heeft Komrij uit vele bronnen geput, maar het is op zijn best een cultuurstudie. Zeker geen encyclopedie. En met het woord cultuurstudie ben ik nog mild. Een wat bijeen geraapte verzameling van krantenknipsels en overgetypte boekenpagina’s had ik ook kunnen zeggen.
Stront interesseert me als onderwerp niet eens bovenmatig. Toch miste ik nogal wat nuttige observaties in dit boek, die mij zo wel bekend zijn. Zo uit Elias’ Prozeß der Zivilisation te kopiëren is bijvoorbeeld hoe er vroeger gepoept werd, en hoe dat in de loop der eeuwen veranderde. Waardoor elke museumbezoeker voortaan anders naar al die tapijten in oude kastelen zal kijken.
Onder coprofagie mis ik bijvoorbeeld de opmerking dat stront eten tegenwoordig als gezond wordt beschouwd. Al gaat het dan om stront die verwerkt is in yoghurt, en daarna duur verkocht.
En ook ben ik in andere boeken wel andere verhalen tegengekomen, bijvoorbeeld over het moeten poepen, maar niet kunnen. Zeker in de sportliteratuur is dit geen onbekend onderwerp.
Goed, recensies horen niet te gaan over wat een boek mist, maar dienen zich te focussen op wat er wel in staat. En ik vind het merkwaardig oppervlakkig, doordat er zo veel in staat dat op een zelfde toon, of met dezelfde poging tot distantie geschreven is.
Dat het logo van De Bezige Bij op het omslag als pisvlieg gebruikt wordt, is misschien nog wel het drolligst.
Gerrit Komrij, Kakafonie
Encyclopedie van de stront
Omvattende de symbolische waarde, de kont,
het kakken, de kleur, de stank, de wind, het
sanitair, de liefhebbers, satire & nonsens, stront
en het boek, lexicografie, enz. enz.
328 pagina’s
Uitgeverij de Bezige Bij © 2006
in: a-z, reference, cultuur, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina
dinsdag 4 april 2006
Misschien is het heel simpel, en moet ik deze bundels gewoon kopen als investering voor later. Zoals wijn. Zodat ze op dronk kunnen komen. Want, opnieuw moet ik vaststellen een bundel met oude Volkskrant-columns veel leuker te vinden dan éen die net verschenen is en over het afgelopen jaar gaat.
Al mag ik ook niet uitsluiten dat de sleet er bij Remco Campert en Jan Mulder inmiddels een beetje op zit na tien jaar, om de dag een stukje breien.
Deze oude columns lijken speelser; er gebeurt meer in.
En mee speelt ook dat 1997 in sommige opzichten al verre geschiedenis lijkt, wat die op de actualiteit geschreven columns ineens een andere lading geeft. Zo heeft Jan Mulder het nog over zaktelefoons, en is het opmerkelijk dat bij de Elfstedentocht in januari dat jaar de helft van de schaatsers zo’n zaktelefoon meeneemt.
Al zijn de batterijen daarvan snel leeg, vanwege de koude.
Verder… Van Mierlo is nog actief politicus. Evenals Enneüs Heerma. En ene mevrouw Sipkes die veelvuldig terugkomt maar van wie de naam mij helemaal niets zegt. Ik schat haar in als mutsig Groen-linksig.
En Remco Campert wordt onverwacht fel als hem een probleem echt ter harte gaat.
‘Uitgeproduceerde asielzoekers.’ Zo worden mensen genoemd in de bloedeloze taal die gebruikelijk is sinds een bende van omhooggevallen nog nooit aan de buitenlucht blootgestelde kantoorpikken, en -kutten in Nederland de dienst uitmaakt.
Als je er iets van zegt lopen ze paars aan.
Vervelend aan oude bundels als deze is wel dat de datum van publicatie niet bij de afzonderlijke columns staat.
CaMu 1997
Het jaaroverzicht van
Remco Campert & Jan Mulder
312 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij © 1998
in: a-z, bundels, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Remco Campert & Jan Mulder-pagina
donderdag 6 april 2006
Als er geen sport was geweest, hadden televisiebazen sport wel uitgevonden. Wat zeg ik, dat gebeurt natuurlijk ook. Regels worden aangepast om adverteerders te behagen, en kijkers te lokken. In sporten als volleybal is vastgelegd hoe klein de broekjes van de speelsters moeten zijn.
Taal leent zich minder om direct de spanning in de sport weer te geven. Daar zijn alle kranten op maandag tegenwoordig de treurige illustratie van. In plaats van neutrale wedstrijdverslagen te bieden, schrijven sportjournalisten bovendien recensies. Waarbij er zelfs vanuit gegaan wordt dat de lezer de strijd ook al gezien heeft.
Een goed boek over sport is al helemaal zeldzaam, maar dit is er nu eens wel éen. Eduardo Galeano schreef het in de aanloop naar de Wereldkampioenschappen Voetbal in 1996, maar het is tijdloos.
Dit komt onder meer door Galeano’s aanpak, door heel veel korte verhaaltjes te brengen. Hij doet geen poging om het hele panorama weer te geven, maar zoomt strategisch in op tekenende details, die in zo’n boek met elkaar een overzicht maken.
Het best lukte die aanpak hem in Het boek der omhelzingen, en de drie delen van De kroniek van het vuur over de geschiedenis van Latijns-Amerika. Maar deze poging om enkel over voetbal te schrijven is ook zeer geslaagd. Omdat de sport een geschiedenis heeft, en in die geschiedenis ook zichtbaar wordt hoe een land bijvoorbeeld omging met niet-blanken.
Honduras en El Salvador begonnen in 1969 een oorlog met elkaar om een voetbalwedstrijd.
Het aardigst nog vind ik dan weer de bijna absurd droge opsommingen over de geschiedenis van de regels van het spel, alleen al omdat die aantonen hoe zeer het allemaal maar bedacht is.
In 1869 werd het definitief verboden de bal met de hand aan te raken, zo leerde ik. Daarop werd in 1871 de keeper ingevoerd die dat wel weer mocht in een beperkt gebied. Waar hij een doel beschermde dat toendertijd vijfenhalve meter hoog was.
En ook wist ik niet dat het tot diep in de 20e eeuw moest duren voordat spelers vervangen mochten worden. Dat het dus voor 1970 altijd loonde iemand uit de wedstrijd te trappen.
Maar goed, tegenwoordig is er weer andere rot in het voetbalspel.
Eduardo Galeano, Glorie en tragiek van het voetbal
275 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1996
Vertaling door Dick Bloemraad van El fútbol a sol y sombra
in: a-z, geschiedenis, sport, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eduardo Galeano-pagina
zaterdag 8 april 2006
Dit is al heel lang éen van mijn lievelingsboeken, en dat terwijl het slechts een ingekorte en gewijzigde versie van twee andere boeken is. Oorspronkelijk verschenen er in 1987 twee banden met brieven die Jeroen Brouwers schreef in de tien jaar daarvoor. Beide delen heb ik ook. Maar om een of andere reden herlees ik ze nooit. De pagina’s van deze boeken zijn te groot, en dit exemplaar is handzamer. En voor mijn gevoel staat alles hier wel in ook.
Merkwaardig aan dit boek is verder dat de schrijver nauwelijks van zijn erf in de Achterhoek lijkt af te komen, en toch enorm boeit. Hij schrijft in deze periode een hele reeks boeken en essays, en daarover breekt enkele malen veel krakeel uit. Tot zijn grote afschuw. Maar groots en meeslepend leeft hij verder niet. Veeleer toont Brouwers zich melancholisch. Angstig ook; helemaal als het om de promotie van zijn werk gaat.
Wel valt de enorme openhartigheid op waarmee hij allemaal schrijft. Zo komt de lezer bijvoorbeeld te weten dat hij liever het dochtertje niet had dat toch kwam. Al krijgt hij daar dan ook wel weer vrede mee.
Of zoals hij aan collega-auteur René Stoute meldt, in een beschrijving van wat hij allemaal voelde toen zijn kindje de sloot in fietste, en zich in een flard van een seconde besefte misschien zo wel van haar af te zijn:
Dit zijn complexe gedachten en gevoelens die zich in alle nuances, binnen één seconde voordoen en zich onmiddellijk vertakken naar allerlei andere centra van ‘het intellectuele bewustzijn’, als daar zijn ‘moraalbesef’, ‘geweten’ e.d. of weet ik veel. De èchte schrijver schrijft wat ècht zijn gedachten zijn, hoe verdorven ook, -daar is hij schrijver voor. [306]
Goed, bovenstaand citaat is wel tekenend voor de inhoud, maar niet voor de stijl. En, alleen voor de stijl van schrijven herlees ik dit boek om de anderhalf jaar. Brouwers schreef zijn brieven vaak als het echte werk erop zat voor de dag, en hij zich even niet meer hoefde te bekommeren om de vorm waartoe hij zichzelf normaliter dwong.
Het Nederlands lijkt dan ook vakantie te krijgen bij hem, en de taal mag dan even alles. Daardoor lukt hem veel meer dan in zijn serieuze werk, zo lijkt wel.
Ik ken geen boek dat zo veel invloed heeft gehad op mijn ideeën over wat een levend taalgebruik is. Bijna had ik hier geschreven: zo veel invloed op mijn eigen taalgebruik. Maar, dat zou wel erg hoogmoedig van mij zijn. Het schort nu juist te vaak aan levendigheid in mijn eigen teksten.
Jeroen Brouwers, Kroniek van een karakter
385 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, Privé-domein, 1992, oorspronkelijk 1987
in: a-z, aanbevolen 2006, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeroen Brouwers-pagina
maandag 10 april 2006
Coetzee slaagt er telkens in een verhaal zo op te zetten dat ik er meteen in mee wil. Maar die betovering duurt meestal hoogstens veertig pagina’s. Om een of andere reden lijkt het dan vaak of ik het boek zelf wel verder kan invullen. De toon is gezet, de rest lijkt hoogstens een variatie op het voorafgaande.
Dit is frustrerend.
Daardoor ook vraag ik me van dit boek af wat de schrijver er mee bedoelt. En dat is meestal niet zo’n zinnige vraag. Maar misschien is die domme en wat lethargische Michael K inderdaad wel Afrika dat onnozel de oorlog inloopt. Of het hele land Zuid-Afrika…
Enfin. Het is Coetzee gelukt van Michael K een Elkerlyck te maken die waarschijnlijk zo op oorlog en de bijbehorende problemen reageert als de meeste vluchtelingen zullen doen; onhandig en zonder idee. Maar maakt dat een interessant boek? En hoe interessant is het dat bijna het hele verhaal over deze onnozele man tot ons komt via een alwetende verteller?
Het zal geen toeval zijn dat ik het tweede deel van de drie in dit boek het boeiendst vond. Daarin is een echt mens aan het woord en niet zo’n stem van God ergens buiten het verhaal. De dokter van het heropvoedingskamp, die Michael K probeert op te lappen uit de lethargie, redt het boek nog een beetje.
Anders had ik het niet uitgelezen.
J.M. Coetzee, Life & Times of Michael K
184 pagina’s
The Viking Press © 1984
in: a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J.M. Coetzee-pagina
dinsdag 11 april 2006
Bekend is dat film de roman beïnvloed heeft. Het publiek leerde in de bioscoop om te gaan met snelle wisselingen van scène en schrijvers konden voortaan de mogelijkheden overnemen die montage hen bood.
Bij De ontsnapping heb ik het idee dat de vertelling bovenal door de TV-soap beïnvloed is. Alles duurt eeuwen in dit boek, en werkelijk niets wordt aan de verbeelding overgelaten; tot de onsmakelijkste details aan toe.
Het verhaal dan. Een mevrouw van 37 besluit uit haar huwelijk te ontsnappen en doet er na die aankondiging in de hoofdstuktitel vervolgens nog 72 pagina’s over om eindelijk op Schiphol aan te komen. Daarna duurt het liefst 70 pagina’s voor ze besluit het contact met haar familie helemaal te verbreken, door haar mobiele telefoon niet meer op te nemen. Dat is dus dan al halverwege boek. Dan pas komt ze toe aan een werkelijke verandering. Al komt die dan niet uit haarzelf, maar wordt er een make-over bij de plastisch chirurg gekocht.
Geheel volgens het schema van Thomése scoort mevrouw dan de felbegeerde beurt. Maar, dat is natuurlijk slechts lust en het inhalen van wat ze thuis aan omvang te kort kwam. Geen Liefde.
Die liefde hoopt ze dan toch weer thuis te kunnen halen, maar daar is ondertussen ook iets veranderd. Een traditioneel einde heeft dit boek dus niet.
Conclusie: gezien het thema, de oneindig traag uitgesponnen verteltrant, en het gegeven dat alleen vrouwen van middelbare leeftijd nog lezen, heeft dit boek nog het meest van een gelikte marketingtruc om een bestseller in de markt te zetten. Maar zoals Mencken zei: geen producent is er ooit failliet aan gegaan de smaak van het publiek te onderschatten.
Heleen van Royen, De ontsnapping
295 pagina’s
Foreign Media Books © 2006
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Heleen van Royen-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 13 april 2006
Merkwaardig aan dit boek vond ik vooral dat het er pas in 1992 was. Het leek me zo logisch dat iemand ooit weleens de geschiedenis van het omgaan met vuur had opgetekend. Maar blijkbaar was het dat niet.
Goudsblom kreeg er zelfs grote kritiek over te verstouwen, als mijn herinnering correct is.
Goed, dit boek wil ook iets meer zijn dan enkel een geschiedenisverhaal. Goudsblom probeert de culturele veranderingen aan te geven in onze omgang met vuur door de eeuwen. Kijk bijvoorbeeld maar hoe zeer dat vuur is weggestopt in het moderne huishouden; met zijn inductiekoken, denk ik dan, en zijn combiketel zonder zichtbare waakvlam. Terwijl er toch voor talloze producten in dat huishouden veel vuurbeheersing nodig is geweest bij het maken.
Maar die conclusie had ik zelf ook al eens getrokken, toen ik moest leren lassen tijdens mijn studie werktuigbouwkunde. Ineens kwam mij gereedschap in handen om met een gericht vuur metaal te verbinden, en ook weer te scheiden.
De littekens van een wegspattend stuk vuurslak zijn nog op mijn gezicht te zien.
Voor die tijd had ik amper een lucifer afgestreken.
Maar ook dit besef draagt bij aan mijn waardering van dit boek. Het is zo vanzelfsprekend, deze verzameling kennis. Alsof ik het allemaal al wist, maar nu eens op éen plek verzameld zag. Heel raar.
J. Goudsblom, Vuur en beschaving
296 pagina’s
Uitgeverij Ooievaar/Prometheus © 2001, oorspronkelijk 1992
in: a-z, geschiedenis, kennis, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J. Goudsblom-pagina
zaterdag 15 april 2006
Er staat nog net niet ‘zalig pasen’ op de omslag van de laatste AllerHande, maar veel scheelt het niet meer. Grootgrutter Albert Heijn zal zijn katholieke klanten niet willen grieven.
Enfin. Feestdagen gingen altijd al over eten, lijkt me; zelfs al voordat kerken de heidense riten slim incorporeerden. Het oude lentefeest zal een moment zijn geweest om te vieren dat de schrille schaarste van de winter voorbij was.
Maar tegenwoordig gaan feestdagen alleen nog over eten, het liefst nog rijker dan normaal.
Merkwaardig aan zo’n blad als deze AllerHande is dat ik het op dit moment tamelijk ongeïnteresseerd doorblader. De meeste recepten die er in staan - en anders dan recepten staan er alleen advertenties in - zijn mij te veel moeite. Al was het maar omdat ik er altijd spul voor moet kopen dat niemand normaal in huis zal hebben.
Dat de firma Albert Heijn toevallig de ingrediënten wel in huis heeft, is daarbij een meestal nogal dure troost.
Nee, de waarde van een blad als dit is cultuurhistorisch. Interessanter dan de aflevering van deze Pasen, is die van dertig jaar terug. Net als bij die relatief oude Wehkamp-gids die ik ooit eerder besprak.
En juist omdat dit blad niet bedoeld is om bewaard te blijven — en over een paar weken heeft AH de meeste van de geadverteerde spullen ook al niet meer — dus zal ik wel nooit een dertig jaar oude AllerHande te pakken krijgen.
Tenzij ik zelf nog eens zo lang wacht.
AllerHande 4
Het tijdschrift van Albert Heijn
169 pagina’s
© 2006
in: a-z, periodieken
[+] zie de gerelateerde titels |
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 17 april 2006
Er is veel te prijzen aan dit boek, maar het meest nog wel de toon. Steeds als de auteur van een alledaags voorwerp uitlegt waarom het te onhandig in gebruik is, volgt daar een fijne slotconclusie op. Mooi ontwerp, staat er dan. Stijlvol. De ontwerpers zullen er vast een prijs voor gekregen hebben.
Dit boek gaat erover dat de functie van gebruiksvoorwerpen bij het ontwerp altijd boven vorm moet gaan. En informatie zelf is ook zo’n nuttig gebruiksvoorwerp voor Norman. Veel pagina’s in dit boek gaan over elementaire wetten van het ontwerpen, of dit nu om het maken van een deur gaat, een examenformulier, of een verkeersbord.
Nuttig is het boek als uitgelegd wordt hoe mensen omgaan met alles wat aan informatie op hen afkomt. Schattig wordt het, als blijkt dat 1988 in technisch opzicht al een hele tijd geleden is. Zo kraakt de schrijver een systeem af om tekst met telefoontoetsen door te geven dat veel op SMS lijkt; wat later een van de meest populaire communicatiesystemen ooit zou worden.
Neemt niet weg dat het nogal wat fijner is een SMS-je te krijgen, dan er al prutsend met die minitoetsjes eentje terug te moeten sturen.
Ook is de voorspelling schattig dat het wel veel te duur zal worden om informatie via een netwerk beschikbaar te stellen aan het publiek. De auteur toont zich verder ook te positief over de grafische gebruikersinterface van zijn computer, die gezien het tijdstip van schrijven wel van een Apple of een Amiga moet zijn geweest. GUI’s boden inderdaad een vooruitgang vergeleken met de commandline, maar in plaats van extra gebruiksgemak is de ontwikkeling sindsdien richting het bieden van almaar meer functies gegaan. En dat lijkt me nu juist weinig nuttig.
Goed, over technische vooruitgang gaat dit boek niet. Veel belangrijker is dat het nuttige lessen biedt, die ontwerpers helaas nog dagelijks overtreden.
Prettig is ook de goede Nederlandse bewerking, doordat die eigen Nederlandse voorbeelden inbrengt. Jammer wel dat de titel vertaald werd naar iets heel anders, om waarschijnlijk verkooptechnische redenen.
Donald Norman, Dictatuur van het design
Ontwerpen van gebruiksvoorwerpen gezien
vanuit de cognitieve psychologie
272 pagina’s
A.W. Bruna Uitgevers © 1990
vertaling van The psychology of everyday things © 1988
in: a-z, leerboeken, [web] technologie, aanbevolen 2006, vertaald, kennis, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Donald Norman-pagina
dinsdag 18 april 2006
Is een reeks columns die begin jaren zeventig geschreven werd nu nog te lezen?
Waarschijnlijk niet. Tenzij de columnist iemand is als Hugo Brandt Corstius, die de waan van de dag zelden nodig heeft om interessante uitspraken te doen.
De columns in dit boek zijn samen een onderzoek naar waarom televisie, psychiaters en computers zo griezelig zijn. Dat gedeelte over de computers zou tegenwoordig wel een andere inhoud hebben, al blijft de kernboodschap gelijk. Mensen geven zich met een te goed vertrouwen aan die dingen over.
En de cursus televisiekijken kan bijna ongewijzigd worden hergebruikt nu. Al waren er toen maar twee zenders, en zijn er nu dan tweeduizend te ontvangen voor iemand met een schotel. En al trek ik me weinig meer aan van het tijdstip waarop de zendgemachtigden willen dat ik kijk.
Punt bij dit boek is alleen, ik heb ooit veel Brandt Corstius gelezen, of welke schuilnaam hij ook gebruikte. En om éen of andere reden lukt het me niet meer te begrijpen waarom. Wat hij me te leren had, heb ik inmiddels allang verwerkt, zo lijkt het. Maar mijn trein is zo veel verder gereden nu, en terugkijken heeft weinig zin.
Piet Grijs, Televisie, psychiaters, computers en andere griezelverhalen
155 pagina’s
Uitgeverij Querido © 1978
in: a-z, media, bundels, cultuur, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Piet Grijs-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 19 april 2006
Komrij schrijft tegenwoordig weer wekelijkse boekrecensies voor Vrij Nederland, en nooit komt er daarbij iemand goed af. Evenmin had hij als Patrick Demompere ooit een goed woord over voor wat hem onder ogen kwam.
Leest Gerrit Komrij weleens een boek dat hij wel kan aanbevelen?
Misschien nu niet meer, maar ooit wijdde hij lovende woorden aan Ethel Portnoy of het debuut van J.M.A. Biesheuvel. Neemt niet weg dat Daar is het gat van de deur interessanter is om wat hij ook toen al niet goed vond in boeken.
Slecht geschreven werd er namelijk altijd al. En dat heel matige boeken toch lovende recensies krijgen of prijzen winnen, is ook al nooit anders geweest.
Leve daarom de recensent die kaf en koren durft te scheiden, op wiens boekbesprekingen ik vertrouwen kan. Dat hij zijn afkeer daarbij geestig opschrijft, is enkel een plus. Ik heb op het instinct en de goede smaak van Komrij leren vertrouwen. Al lukt het mij tegelijkertijd nooit om een fictieboek uit te lezen dat hij zelf geschreven heeft.
Gerrit Komrij, Daar is het gat van de deur
Kritieken en essays
244 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1974
in: boeken over schrijven, a-z, essays, bundels, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina
vrijdag 21 april 2006
Gerrit Komrij besprak dit boek prijzend, al was het maar omdat het zo veel andere boeken over het Hollandse jongensleven overbodig zou maken. Op mij had een eerste lezing niet veel indruk gemaakt. En dit samen was reden om Han de Wit toch nog eens een tweede kans te geven.
Helaas bevestigde die alleen maar mijn oorspronkelijke oordeel.
Dit boek was in 1972 ongetwijfeld een reactie op die boeken in de decennia daarvoor verschenen, over het opgroeien in die vervelende jaren vijftig. Toen er nog veel nette armoede was overal, maar iedereen zijn schouders eronder zette om Nederland weer op te bouwen.
Alleen, wat ooit satire op de kneuterigheid was, is inmiddels melig geworden. Vooral het pesterige toontje van Heeresma ging mij hoe langer hoe meer tegen staan. Humor veroudert.
Deze editie meldt dat het boek begin jaren negentig nog verfilmd werd. Dat is me toen ontgaan, maar dit boek zet me er ook niet toe aan nu verwoed naspeuringen te gaan doen.
Heere Heeresma, Han de Wit gaat ontwikkelingshulp
of
over het leven, streven, en sneven
van een gewone hollandse jongen
137 pagina’s
Uitgeverij De Prom © 1972/1993
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Heere Heeresma-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 23 april 2006
De paar boeken van Kees ‘t Hart die ik las resumerend, durf ik het nu wel aan te zeggen dat hij nooit mijn lievelingsauteur zal worden. Want, daarvoor vertelt hij me te traag. Zijn boeken tellen minder ter zake doende gebeurtenissen dan menig klassiek kort verhaal heeft.
Nu kan traagheid op zich een kwaliteit zijn, maar ‘t Hart vertelt ook steeds op dezelfde tergend slome dreun, zodat alles inwisselbaar wordt.
Goed, de man is niet dom, en weet soms zijdelings weleens aardige kritiek te leveren. Ditmaal parodieert ‘t Hart leuk de onhandige ernst van een beleidsmedewerker die in New York inspiratie op komt doen voor nieuwe lesprogramma’s op zijn hogeschool. Die school is de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, kortweg NHL. En omdat deze instelling echt bestaat, en zo zijn beleidsmedewerkers heeft, noemt de schrijver de hoofdpersoon van dit boek voor het gemak ook maar even Kees ‘t Hart. Lijkt het net alsof hij zichzelf bedoelt, in plaats van iemand anders.
Nu ken ik verscheidene mensen die aan de NHL lesprogramma’s maken of hebben ontworpen. En daarom kan ik meedelen dat de werkelijkheid de satire zelfs alweer achterhaald heeft. Inmiddels is er een nog grotere crisis in Leeuwarden, vooral omdat de steden Groningen en Zwolle veel meer in trek zijn bij komende HBO-studenten.
Toegegeven, een lesprogramma voor toekomstige soap- en musicalacteurs, waar in dit boek sprake van is, heeft de NHL nog niet. Maar de wanhoop lijkt er groot genoeg voor, soms.
Ach.
Kees ‘t Hart, De krokodil van Manhattan
255 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij © 2006
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees 't Hart-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 24 april 2006
Hoogleraar Pleij is inmiddels vaak genoeg te gast in talkshows geweest om tenminste éen deel van deze bundel essays overbodig te maken. Altijd als het gaat over Nederland en de Nederlandse identiteit mag hij komen zeggen dat hier zo’n collectieve dwang heerst om gewoon te moeten zijn.
Die observatie kennen we nu wel. Al is daar nu ook aan te koppelen dat onze media enkel in hokjes denken, waar altijd maar éen iemand inpast.
Blijven er van dit boek nog twee delen over: een wat persoonlijker getint gedeelte, en een over het onbehagen in de cultuur. Om de essays in dit laatste deel ging het mij. Pleij zou daar volgens de flaptekst namelijk gaan uitleggen dat Nederlanders niet kunnen schrijven.
Dat nu, is een mening die ik deel. Als het over fictie gaat tenminste. Kijk bijvoorbeeld maar eens bij de boeken die ik dit jaar en in 2005 goed genoeg vond om ze aan te bevelen.
Maar, bij mij is dat oordeel vooral een gevoel; een bijna instinctieve afkeer inmiddels tegen alle geneuzel en navelstaarderij. Ik hoopte argumenten te vernemen bij Pleij, maar die gaf hij me niet. Ook een hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde komt er blijkbaar mee weg slechts wat meninkjes te poneren zonder die te hoeven onderbouwen.
Toegegeven, volgens Pleij schiet iedereen hier te kort in kennis van wat er ooit in het Nederlands geschreven is. Maar als hij zelf al aangeeft dat maar weinig van al die eeuwen aan boeken de moeite waard zijn, waarom zouden we dan die moeite doen?
Bovendien hel ik veel meer over naar de mening van Kurt Vonnegut in deze, die stelde dat er twee soorten schrijvers zijn. Zij die vooral reageren op de geschiedenis van hun letterkunde tot dan toe, of zij die veel eerder direct reageren op het leven.
Net als Vonnegut prefereer ik boeken van de laatste soort.
Herman Pleij, Het Nederlandse onbehagen
186 pagina’s
Uitgeverij Prometheus © 1991, 2002
in: typisch hollands, a-z, geschiedenis, essays
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Pleij-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 25 april 2006
Zelden heb ik het hier over uitgevers, of over hoe boeken in de markt worden gezet. Laat mij daar nu maar eens daarmee beginnen.
Uitgeverij Balans heeft mij, niet voor het eerst, een boek doen toekomen waarvan hele katernen met pagina’s onbedrukt zijn. Daardoor rijzen bij mij vragen over de kwaliteitscontrole bij hun drukkers.
Maar erger nog is het inleidende essay, en de flaptekst die daar dan weer op gebaseerd werd. Die beloven namelijk veel meer dan in dit boek waargemaakt wordt. Bezorgster Lissa Roberts zegt spraakmakende artikelen toe, en die staan er niet in.
Dit boek bevat vrijwel alleen boekbespekingen die eerder in de London Review of Books verschenen. Niet dat ik iets op die stukken tegen heb, integendeel. Maar meer dan een nogal beperkte selectie over wel heel uiteenlopende deelonderwerpen samen, bieden die niet. En bovendien zijn de stukken ook niet echt oorspronkelijk wetenschappelijk werk van Schaffer en Shapin te noemen. Immers, voor het grootste deel vertellen ze steeds na wat in de besproken monografie staat. Dat ze daarbij zo’n boek dan weleens in perspectief plaatsen, is niet meer dan van een goed recensent verwacht mag worden.
Beide wetenschapshistorici kregen in 2005 de Erasmusprijs voor heel ander werk, zoals hun ook werkelijk prijzenswaardige boek Leviathan and the Air-Pump.
Dat iets van de inzichten die zij daarin verwoorden vervolgens doorklinkt in hun boekbesprekingen is niet meer dan logisch.
Dat een uitgever vervolgens snel iets op de markt brengt om van de publiciteit rond zo’n prijs te profiteren, zal misschien ook logisch zijn. Maar dit hoeft nog zo’n voorbeeld van flagrante misleiding op te leveren. Dit is op zijn best een vrijblijvend bijboekje in het oeuvre van de heren; lees daarom liever alle andere titels dan deze.
Simon Schaffer & Steven Shapin, Wetenschap is cultuur
304 pagina’s
Uitgeverij Balans © 2005
in: geschiedenis, a-z, kennis, essays, filosofie, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Simon Schaffer & Steven Shapin-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 27 april 2006
Het blijft vreemd om na de val de Muur boeken te lezen uit een tijd daarvoor, toen er nog heil van het socialisme of communisme verwacht werd. Dat experiment is mislukt, zo weten we nu. Een samenleving is niet maakbaar van bovenaf.
Maar die andere politici in Latijns-Amerika deugden helemaal niet, zo kan Galeano met reden zeggen. Hij moest om hen in ballingschap. Eerst uit Uruguay, later uit Argentinië. Alleen al dat hij schreef voor media waar het regime iets tegen had, was daarvoor genoeg.
Dit is het meest persoonlijke boek dat Galeano schreef, waarschijnlijk. Omdat het terloops zo veel vertelt over zijn eigen leven. Dit is ook dit boek waarin hij de vorm vindt die hij later met zoveel succes zou toepassen in bijvoorbeeld Het boek der omhelzingen. Het Nederlandse voorwoord waarschuwt zelfs voor het fragmentarische karakter:
Dagen en nachten van oorlog en liefde is geen gemakkelijk boek, althans, het is even wennen. Het lijkt enigszins chaotisch, maar de nauwlettende lezer zal bemerken dat het zeer zorgvuldig is geconstrueerd.
Maar de werkelijkheid is nu eenmaal chaotisch, en wie daar toch een lijn inlegt en er dan de nadruk oplegt, wordt al gauw een vervelende preker. Eéndimensionaal. En Galeano is dat eigenlijk nooit, juist omdat hij zo veel aan de lezer overlaat in dit boek.
Dat maakt dit boek ook zo menselijk.
Dus vergeef ik hem dat hij treurt om de dood van een vriend die mijn vriend niet zou zijn. Salvador Allende. Omdat ik weet dat dezelfde Allende in de jaren dertig en veertig dezelfde ideologie uitdroeg als de Nazi’s. Hij had ook zo zijn rassenleer, waarin hij slechte eigenschappen koppelde aan uiterlijk.
Helden bestaan ook alleen maar in vereenvoudigde voorstellingen van de werkelijkheid. Zoals een boek, een film. Zoals een religie.
Wat ik altijd in Galeano waardeer, is dat hij ondanks het leed dat in zijn boeken zo ruim voorkomt, toch de lezer altijd lucht biedt. Dat maakt zijn werk zo rijk, en van de weeromstuit zo enorm veel andere boeken zo dor.
Dit boek gaat ergens om. En zeg nu niet dat dit makkelijk is, omdat het bij een reportage over Argentinië tijdens de Junta ook echt om leven en dood ging. Dat is hetzelfde makkelijke misverstand als Nederlandse schrijvers hebben, waardoor er te veel boeken in de Tweede Wereldoorlog spelen hier.
Nee, het gaat ook om passie. Om iets te zeggen te hebben. Misschien verwoordt Galeano dat wel ergens in dit boek wat pathetisch als volgt:
Ik had veel geschreven en gepubliceerd, maar ik had nooit genoeg lef gehad om mezelf tot op het bot bloot te leggen en helemaal te geven. Schrijven was gevaarlijk, even gevaarlijk als het liefdesspel, als je dat doet zoals het moet.
Die nacht realiseerde ik me dat ik een jager op woorden was. Dat ik daarvoor in de wieg was gelegd. Dat zou mijn manier worden om na mijn dood bij de mensen te zijn en zo zouden de personen en de dingen die ik had liefgehad niet voorgoed verdwijnen.
Om te kunnen schrijven moest ik mezelf opjutten. Dat wist ik. Mijzelf uitdagen, provoceren, tegen mijzelf zeggen: Kun je dat niet? Wedden van wel! En wilde ik woorden produceren, dan moest ik, dat wist ik ook, mijn ogen sluiten en hevig aan een vrouw denken. [51]
Eduardo Galeano, Dagen en nachten van oorlog en liefde
184 pagina’s
Uitgeverij Het Wereldvenster © 1983
Vertaling van Días y noches de amor y de guerre
in: a-z, geschiedenis, aanbevolen 2006, politiek, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eduardo Galeano-pagina
zaterdag 29 april 2006
Ik was al een tijd nieuwsgierig naar dit boek, sinds ik een interview met de schrijver hoorde. Jammer was alleen dat het een verzameling columns bleek te zijn, waarvan econoom Frentrop de clou al een paar maal had weggegeven in dat radiogesprek.
Zo heeft hij het strijdbare idee parlementariërs voortaan een miljoen per jaar te gaan betalen. Wel moet de omvang van de Tweede Kamer dan terug naar 75 leden, maar met een betere beloning zullen er tenminste eindelijk eens mensen met enige kwaliteit bereid zijn de politiek in te gaan. Mensen, bijvoorbeeld uit het bedrijfsleven, die er nu enorm in inkomen op achteruit zouden gaan.
Op dit moment zitten er te veel types onopvallend op het pluche die echt niet beter kunnen, aldus Frentrop, en ook elders nooit meer kunnen verdienen; gezien het hoge aantal oud-Kamerleden op wachtgeld dat maar geen baan kan vinden.
Ik mag graag over zulke oplossingen lezen voor de stuitende verkramping in onze structuren. En in die zin is dit soms ook een rijk boekje. Fijn is dat Frentrop zich goed belezen toont, en ook over een geheugen beschikt.
Minder aan deze bundeling is dat stokpaardjes gaan opvallen. Zelfs al deel ik de kritiek van Frentrop dat Socialistische politici een merkwaardige drang hebben om eenzijdig hun meestal ridicule wil op te leggen, onder het mom dat dit het beste voor ons allen is. Als zo’n standpunt steeds weer in nauwelijks andere bewoordingen terugkomt, wordt het vermoeiend.
Paul Frentrop, Mannenlogica
Normen en waarden in Nederland
155 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2005
in: typisch hollands, a-z, geschiedenis, politiek, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Frentrop-pagina