Inhoud mei 2006:

Eduardo Galeano · Ondersteboven

Ethel Portnoy · Portret

Lolle Nauta · Ik denk niet na

Hubert L. Dreyfus · Internet

Simon Critchley · Humor

Lolle Nauta · Onbehagen in de Filosofie

Richard Kearney · Vertellingen

Frank van Kolfschoten · Valse vooruitgang

John Kenneth Galbraith · Wereldeconomie in deze eeuw

C.O. Jellema · Verzameld werk [Gedichten]

Cees Dekker e.a. red. · En God beschikte een worm

Clive James · Unreliable Memoirs

Stine Jensen · Leugenaars

Michael Dummett · Vluchtelingen en immigratie

Dick Francis · Banker

Hugo Pos · Van het een

Slavoj Žižek · Geloof

Eduardo Galeano · Ondersteboven

Somberder boek zal ik dit jaar lezen. Ondersteboven is de bijna klinische opsomming van wat er allemaal mis gaat in de wereld. En dat is nogal wat.

Galeano leert me onder meer dat er nog nooit zo veel armen in de wereld zijn geweest als op dit moment; en dat is niet alleen omdat er nog nooit zo veel mensen waren als nu.

Arbeid is niets meer waard. Ergens, een halve wereld verderop, kan iemand altijd nog weer goedkoper orders vervullen. En elk die niets anders kan dan zijn beide handen verhuren, hoeft nergens meer op te rekenen.

Nog somberder is deze wereld voor nogal wat meisjes, wie meestal weinig anders rest om hun hele lijf maar in de aanbieding te gooien. Voor zolang daar nog vraag naar is.

Een andere keerzijde van dit proces, dat in de orakeltaal van economen mondialisering heet, is dat de armste landen ook nog eens alle afvalproblemen van de rijke krijgen toegeschoven. Pesticiden en geneesmiddelen die daar verboden zijn, mogen hun schade elders alsnog blijven toebrengen. Dat heet markteconomie, in de orakeltaal van economen.

Dit hele boek gaat natuurlijk over solidariteit, zonder dat Galeano dat begrip ook maar éen keer noemt. Hij laat enkel zien wat er gebeurt als iedereen besluit te willen profiteren van andermans domheid; wanneer kapitalisme als een religie beleden wordt, en de economen orakelen dat voor dit kapitalisme eeuwige groei noodzakelijk is.

Ten koste van.

Maar goed, juist omdat dit nonfictie-boek zo realistisch is, maakt het dat ook deprimerend. Al doet Galeano nog zo zo’n best met vignetjes de waanzin in alles nog eens extra te illustreren. Anderzijds, zonder de korte terzijdes in de inzetjes zou ik het niet hebben uitgelezen, en hooguit als naslagwerk in de kast hebben gezet.

Eduardo Galeano, Ondersteboven
De school van de omgekeerde wereld
311 pagina’s
Uitgeverij EPO © 2004
Vertaling van Pata arriba. La escuela del mundo al revés © 1998

in: a-z, economie, geschiedenis, politiek, reference, vertaald, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eduardo Galeano-pagina

Ethel Portnoy · Portret

Dit is een boek met prachtige verhalen, maar had ik het gekocht als het niet in de ramsj had gelegen? [haast u, dit is veel voor een luttel bedragje] De vraag stellen, is hem beantwoorden. Dit was al een tijd lang het enige boek van Portnoy nog in druk, en toch kocht ik het niet. Omdat er voornamelijk verhalen in staan die al eerder in andere bundels verschenen. Die komen dan uit Steen en been. Het ontwaken van de zee. De eerste zoen en Vliegende vellen. En deze boeken had ik merendeels al.

Zes verhalen in dit boek zijn niet eerder ergens anders gebundeld. En alleen deze zes las ik ook. Al zal ik ooit zeker dit boek lezen zoals het bedoeld is, als een zelfportret van de schrijfster in korte en intelligente verhalen.

Want, misschien is dat voor mij wel de kern van Ethel Portnoy als schrijfster. Ze behandelt me elk moment als een volwassen, intelligente lezer. Te veel schrijvers doen juist het tegenovergestelde, die proberen me met allerhande trucs te overrompelen.

En dat lukt dan dus nooit.

Terwijl Ethel Portnoy alleen al diep indruk op mij maakt door de manier waarop ze ziet. Ze schrijft in dit boek bijvoorbeeld een verhaal over de speurtocht naar een oud kinderboek, waaruit ze is voorgelezen thuis. Maar Engelstalige boeken waren er verder niet, dus waar kwam dit dan weg? En zo, al speurend, zet ze tegelijkertijd neer hoe het was om op te groeien in een niet al te welgesteld immigrantengezin in het New York van voor de Tweede Wereldoorlog.

Dat is dan nog maar éen verhaal. Dus zelfs met maar zes uit een bundel van eenentwintig was ik rijk bedeeld.

Ethel Portnoy, Portret
222 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 2002

in: aanbevolen 2006, a-z, vertaald, [auto]biografisch, verhalen, bundels, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ethel Portnoy-pagina

Lolle Nauta · Ik denk niet na

De eerste column uit deze bundel bevat de merkwaardige bekentenis van filosoof Lolle Nauta dat hij echt niet de hele dag loopt na te denken. Neen, dat nadenken reserveert hij voor de momenten als er even moet worden gewerkt. Aan de schrijftafel.

Ik noem dit merkwaardig, omdat menig hoofdarbeider nu juist wel hele tijd nadenkt. Ook al gebeurt dat misschien onbewust. Er zijn zelfs hele theorieën over waarom zo veel mensen goede ideeën krijgen als ze op de wc zitten. Met ontspannen zijn en extra bloed naar de hersenen persen, heeft dat misschien te maken.

Ondanks de handicap dat hij alleen nadenkt aan de schrijftafel heeft Nauta het trouwens nog aardig ver gebracht als filosoof. En, zelfs in nietsigheidjes als columns nu eenmaal zijn, presenteert hij toch regelmatig ideeën of inzichten die mij intrigeerden.

De dunste boekjes zijn niet zelden het dikst.

Zo denk ik nu al even na over Nauta’s uitspraak dat er maar éen soort teksten is die helemaal, van letter tot letter, gelezen moeten worden. Want daarmee bedoelt hij de poëzie. Niet de filosofie.

Maar is de eis dan ook de reden dat poëzie maar zo weinig echte liefhebbers heeft? En wat betekent dat dan weer?

Lolle Nauta, Ik denk niet na
Kwesties en pretenties in de filosofie
103 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 2002

in: a-z, filosofie, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Lolle Nauta-pagina

Hubert L. Dreyfus · Internet

Eerder dit jaar las ik een boek met dezelfde titel, ook al afkomstig van een filosoof. Maar waar dat werk een soms merkwaardig gedateerde indruk maakte, is Dreyfus er gelukkig in geslaagd een veel tijdlozer boek te schrijven.

Overeenkomst is wel dat het voor beide schrijvers moeilijk lijkt te zijn om aan te geven wat het fijn maakt dat er internet bestaat. Alle twee concentreren ze zich op de problemen die ontstaan door die werkelijkheid erbij online.

Blijkbaar mogen alleen de mensen die iets te verkopen hebben onbeschroomd optimistisch zijn over internet.

Dreyfus concentreert zich in dit boekje onder meer op de vraag wat het betekent dat ik, als internetgebruiker, online zo anoniem kan zijn. En omgekeerd kijkt hij hoeveel er aan interactie verloren gaat als bekenden online communiceren.

Zo vindt de schrijver dat elektronisch leren maar voor een heel beperkt gedeelte van het onderwijs werkelijk voordelen biedt. Als het erom gaat te oefenen, of zaken te herhalen. Maar Dreyfus stelt dat de directe interactie tussen leraar en leerling in een klaslokaal via internet niet is na te bootsen.

Dat brengt mij tot de gedachte dat hij het misschien beter met zijn docenten heeft getroffen dan ik. Het meest heb ik geleerd uit boeken, of door dingen uit te proberen, en dan uit te zoeken waarom het niet ging. Klassikaal onderwijs was nooit besteed aan mij.

En ik durf niet eens te bedenken wat het betekend had als er internet was geweest, in mijn jeugd.

Laat ik daarom maar stellen dat ik het lang niet eens ben met de stelligheid waarop Dreyfus zijn conclusies formuleert. Maar tegelijkertijd heel goed zie dat hij interessante vragen oproept.

Hubert L. Dreyfus, Internet
136 pagina’s
Uitgeverij Routledge © 2002
Vertaling van: On the internet © 2001

in: a-z, [web] technologie, vertaald, filosofie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hubert L. Dreyfus-pagina

Simon Critchley · Humor

Er is iets met beschouwingen over humor. Die zijn zelden de moeite van het lezen waard. Vaak komt dat doordat het onderwerp zo in tegenspraak is met de toon waarop het behandeld wordt. Die tegenstelling roept de vraag op: als deze schrijver dan zo veel verstand van humor meent te hebben, waarom blijkt dat dan nergens uit?

Een ander probleem kan zijn dat er nogal wat over humor vanzelf spreekt. Heel boeiend is het niet om een schrijver te zien die van alles uitlegt wat iedereen zelf ook zo al had kunnen bedenken.

Al is dat ergens ook ergens wel weer humoristisch. Onbedoeld.

Simon Critchley schrijft dan ook nog eens regelmatig vreselijke zinnen in dit boek.

Om het eens tamelijk barok te formuleren, verandert humor de toestand waarin wij ons bevinden of verlicht zij het alledaagse door een ‘fenomenologie per obliquum‘ van het alledaagse leven te verschaffen.

Ik weet niet precies wat ik wel van een beschouwing over humor verlang, maar niet dit in elk geval.

Misschien zou ik graag eens iemand zien uitleggen waarom Youp van ‘t Hek al tijden alleen maar uitverkochte zalen trekt, terwijl hij in mijn ogen onleuk is.

Of misschien moet ik zelf eens onderzoeken waarom de meeste pogingen tot humor in de media mij meestal slechts met plaatsvervangende schaamte vervullen. Omdat bedachte humor mij meestal net te duidelijk bedacht is?

Simon Critchley, Humor
132 pagina’s
Uitgeverij Routledge © 2003
Vertaling van On Humour © 2002

in: a-z, humor, vertaald, filosofie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Simon Critchley-pagina

Lolle Nauta · Onbehagen in de Filosofie

Wie zo veel leest als ik, doet dat vooral uit nood ook. Ergens, denk je, ergens worden er misschien nog wel boeken geschreven die er toe doen. Boeken die zich onderscheiden, omdat ze antwoorden geven; al was het maar door sommige vragen scherper te formuleren waar je mee zat.

Dit boek was voor mij zo’n boek uit die buitencategorie. Niet doordat het me panklare antwoorden bood, maar wel omdat ik er beter door ging begrijpen waar mijn onrust uit bestaat.

Zo leggen de essays in het eerste gedeelte van dit boek mij uit dat ik terecht problemen had met de manier waarop zo vaak nog filosofie bedreven wordt. Want, volgens Nauta heeft die discipline alleen nog bestaansrecht als onderdeel van een vakwetenschap, niet meer als wetenschap op zich.

Pretenties kon de filosofie zich in de 19e eeuw misschien nog veroorloven, toen zo veel andere wetenschappen nog niet eens als aparte discipline bestonden. Nu is die ruimte er niet meer.

Toegegeven, Nauta schreef precies hetzelfde al in een column op. Maar toen ik dat daar las, ontbrak de bewijsvoering. En conclusies zonder bewijs zijn zo zelden meer dan meninkjes. Zelfs al ruiken ze waar.

In het tweede gedeelte van dit boek houdt Nauta zich bezig met politiek en burgerschap. En het is dan dat ik hem zie uitleggen waarom iemand als Fortuyn er wel moest komen. Ook al schreef hij dit dan in de vorige eeuw, toen misschien net op lokaal niveau de plaatselijke belangen zich al wat roerden.

Toch staat de waarschuwing er duidelijk:

Een politiek systeem dat zich tevredenstelt met de getto’s waarin de onderkant van de democratie zich afschermt - op nationaal of internationaal niveau - vernietigt op den duur zichzelf. [154]

Net zo veroordeelt Nauta dan al in abstracto het onmenselijke gezeul met asielzoekers. En in dat soort observaties zit voor mij de waarde van dit boek. Niet de constatering doen, is iets. Aangegeven hoe het kan dat sommige dingen gaan zoals ze gaan, dat is de kunst.

Lolle Nauta, Onbehagen in de filosofie
206 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 2000

in: a-z, aanbevolen 2006, politiek, essays, filosofie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Lolle Nauta-pagina

Richard Kearney · Vertellingen

Het was bij Karel van het Reve denk ik, dat ik het idee voor het eerst tegenkwam. Wie iets mee wil delen aan een ander, schreef hij, kiest daar automatisch een vertelvorm voor. Een mededeling op zich boeit niet, maar door toe te werken naar een pointe, of andere technieken toe te passen, lukt het meestal wel de belangstelling van die ander te grijpen.

Later moest ik tijdens mijn studie geschiedenis leren over het narrativisme, en dat was er even te veel aan. De geschiedenis opvatten als alleen maar een tekst, was geen gedachtengang die mij erg kon boeien.

Maar toch. Vertellingen doen wat. En pas als je erover na gaat denken wordt duidelijk hoeveel rond om ons heen vooral vertelling is, losstaand van alle realiteit; zoals het idee dat het wat uitmaakt om te gaan stemmen.

Vandaar dat ik dit boekje uit die Routledge-reeks met filosofie voor het grote publiek het aardigste vond van de drie die ik las [zie ook hier, en hier].

Alleen gaat de schrijver me niet ver genoeg. Van religies aangeven dat die bij uitstek gebaseerd zijn op verhalen, is mij te weinig. Graag had ik iets meer gelezen over wat de vertelling geloof dan zo aantrekkelijk maakt voor zovelen. Toegegeven, dat zal niet heel simpel zijn. Maar die vraag vrijwel negeren, is ook weer zo wat.

Richard Kearney, Vertellingen
216 pagina’s
Uitgeverij Routledge © 2003
Vertaling van On Stories © 2002

in: boeken over schrijven, a-z, vertaald, filosofie, verhalen

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Richard Kearney-pagina

Frank van Kolfschoten · Valse vooruitgang

Toen Van Kolfschoten de Nederlandse universiteiten benaderde om voorbeelden van fraude, was de oogst opvallend mager. Men achtte het blijkbaar niet net om daarover mededelingen te doen.

Ik noem dat opvallend, omdat er bij elke faculteitsborrel en op menig congres genoeg schrijnende voorbeelden van fraude worden uitgewisseld. Al was het maar de constatering dat collega X er voor de zoveelste keer in geslaagd was een artikel gepubliceerd te krijgen dat op wat minieme details na krekt eender is aan zijn promotieonderzoek.

Maar ja, vaste aanstellingen, hè. Verworven rechten, die ervoor zorgen dat zulke morele corruptie wordt gedoogd.

Wel scheert Van Kolfschoten in dit boek een paar maal langs de structurele oorzaken van wetenschappelijke fraude. Zoals het simpele feit dat onderzoek vaak afhangt van subsidies, zulke subsidies verworven moeten worden, en het daarbij loont om problemen te overdrijven.

Het wordt een ramp genoemd dat de aardatmosfeer opwarmt, maar is dit ook echt een probleem? Of wordt het een probleem gemaakt door al die wetenschappers die hun onderzoekssubsidies moeten veiligstellen?

Ik vind het een gemis dat die paar opmerkingen over de structurele oorzaken achter wetenschappelijke fraude niet worden uitgewerkt in dit boek. Want, daarmee valt wat weg dat er wel degelijk fundamentele redenen zijn die mensen verleiden om bedrog te plegen. Nu ligt in dit boek een beetje te zeer de nadruk op persoonlijke ijdelheid, of gemakzucht van mensen die zich groter wilden tonen dan ze waren.

Dat levert wel een zeer lezenswaardig boek op. Tuurlijk. Maar dit boek is daarmee een magazijn met verhaaltjes. En het definitieve woord over de affaires Buck of Diekstra, die nogal wat rumoer veroorzaakten in de jaren 90, kan Van Kolfschoten al evenmin geven in dat luttel paar pagina’s die daarvoor zijn ingeruimd.

Frank van Kolfschoten, Valse vooruitgang
Bedrog in de Nederlandse wetenschap

208 pagina’s
Uitgeverij Pandora © 1996, 3e herziene druk

in: a-z, geschiedenis, kennis, politiek, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Frank van Kolfschoten-pagina

John Kenneth Galbraith · Wereldeconomie in deze eeuw

Vaak als een schrijver of denker dood gaat, sta ik voor de keuze daar op mijn weblogs melding van te maken, of niet. Meestal gebeurt dat niet, omdat ik doorgaans weinig interessants te melden heb. En soms blijf ik stil omdat me niet recht duidelijk is wat iemands boeken aan mijn denken hebben bijgedragen.

De Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith overleed op 29 april dit jaar. Het was al zeker tien jaar geleden dat ik voor het laatst een boek van hem gelezen had. Bovendien is sindsdien mijn wantrouwen tegenover economen alleen maar gegroeid. Terwijl ik Galbraith toch verstandige woorden vond schrijven, toen.

Maar waarom had hij dan geen navolgers?

Het kwam door dit essay, dat ik toch eens in mijn boekenkast keek welk van de boeken van Galbraith ik herlezen zou. Want ik kreeg ineens te horen: wat die man schreef, zou te provocerend zijn om nog te passen in het huidige zo veel voorzichtiger onderzoeksklimaat.

Dit bleek waar te zijn. Galbraith schrijft doorgaans harde waarheden op. En verpakt als geschiedenis zijn die bijna amusant. Ware het niet dat de domheid van de leiders die hij ontleedt zo veel doden heeft gekost in de Grote Oorlog.

Maar Galbraith beschrijft ook wat er mis gaat in deze tijd, en geeft daar bijna terloops wat redenen voor die zo vanzelf spreken dat ik me haast schaam deze niet eerder zelf gezien te hebben:

[D]at velen (en vooral politiek machtigen) liever een beleid van economische recessie, voortdurende werkloosheid en algemeen lage economische groei nastreven dan een krachtige economische expansie en vooral de maatregelen die daarvoor nodig zijn.

Verder blijft dit een uitermate curieus boek. Galbraith schetst de economische geschiedenis van de twintigste eeuw, neemt daarbij eveneens de ontwikkeling in het denken van economen mee, en vergeet toch ook zijn eigen vaak niet onbeduidende rol niet.

Behalve een helder denker was Galbraith bijvoorbeeld ook de man die aantoonde dat de bombardementen op de Duitse oorlogsindustrie in WOII er alleen maar toe leidde dat de wapenproductie er efficiënter werd. Naast nog zo veel meer.

John Kenneth Galbraith, Wereldeconomie in deze eeuw
Verslag van een ooggetuige
224 pagina’s
Uitgeverij Sesam © 2005
Vertaling van A Journey Through Economic Time: A Firsthand View © 2004

in: a-z, economie, geschiedenis, kennis, politiek, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Kenneth Galbraith-pagina

C.O. Jellema · Verzameld werk [Gedichten]

Het blijft raar met die poëzie. Zoals aan dit boeklog te zien is, gaan er soms maanden voorbij zonder dat ik een gedicht lees. En als mij dan eens éen onder ogen komt, begrijp ik het meestal niet.

Terwijl een paar regels poëzie, bijvoorbeeld uit die reeks gedichten die ik tamelijk vrij op mijn andere weblog citeer, op andere momenten geweldig hard kunnen aankomen. Taal op papier is nooit krachtiger dan dan.

Maar, ik blijf het idee houden dat er te veel poëzie geschreven wordt, en dat er daarom maar weinig gedichten de moeite van het lezen waard zijn. Al begrijp ik ook wel dat dichters misschien zo veel schrijven om meer kans te hebben iets onvergetelijks te bedenken.

En ik denk ook dat ik graag de dichter of dichteres ontmoeten wil in zijn poëzie. Al te gekunsteld gedoe staat me tegen.

Van de meeste gedichten uit dit boek van Jellema had ik het idee te moeten lezen wat niet voor mij bedoeld was. De dichter probeerde naar mijn gevoel meestal niet iets voor het eerst nieuw te verwoorden, maar lijkt vaak ergens op te reageren. Soms herkende ik zelf wel iets van waarop Jellema verder wilde; ook ik heb schoolgegaan. Maar dat hield nog niet in dat ik daar nu blij verrast van opkeek.

Deze was niet voor mij. Al waardeerde ik Jellema’s voorkeur om sonnetten te schrijven dan wel weer.

C.O. Jellema, Verzameld werk. Gedichten
659 pagina’s
Uitgeverij Querido © 2005

in: a-z, bundels, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de C.O. Jellema-pagina

Cees Dekker e.a. red. · En God beschikte een worm

Meestal begin ik blanco aan een boek, en laat ik het aan de inhoud over mij te overtuigen. Maar het is niet vol te houden dat dit ook voor deze bundel opstellen zou gelden. Op mijn andere log ging ik er eerder al uitgebreid op in waarom Cees Dekker een idioot idee over wetenschap heeft.

Neemt niet weg dat ik wel vakmatig nieuwsgierig ben naar hoe de geest van zo iemand werkt. Dat komt ook door mijn eigen achtergrond. Ik heb zelf ook geschreven over religie en evolutie, en dan vooral hoe geleerden er midden 19e eeuw mee omgingen dat God als verklaring uit de wetenschap verdween.

Vrijwel alle argumenten van de creationisten, of de aanhangers van het intelligent design, zijn me bekend.

Cees Dekker voegt er geen nieuwe inzichten aan toe. Integendeel, juist zijn stuk vond ik opvallend slecht geïnformeerd. Wat er vooral uit zijn woorden opklonk, was een oppervlakkig heppie-de-peppie christendom. Dekker toont zich bijzonder blij uitverkoren te zijn.

Dat is heel fijn voor hem. Ik vind het maar ijdel. En daarom krijgt hij ook mijn goedkeuring niet om klinklare onzin te gaan verkopen over wat wetenschap is. Bijvoorbeeld door een Naturalistisch wereldbeeld tegenover een Theïstisch wereldbeeld te stellen.

Dekker heeft een merkwaardig eng anthropocentrisch wereldbeeld, zeker voor een natuurwetenschapper. Mij lijkt het slechts een wrede schikking van het lot dat wij met net genoeg rede begiftigd zijn om te willen begrijpen wat er gebeurt, en er niet mee kunnen omgaan dat maar heel weinig vragen een simpel antwoord hebben.

Cees Dekker e.a. red., En God beschikte een worm
Over schepping en evolutie

407 pagina’s
Uitgeverij Ten Have © 2006

in: a-z, religie, biologie, essays

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Cees Dekker e.a. red.-pagina

Clive James · Unreliable Memoirs

Herlezen doet iets met een boek. Terwijl ik me Unreliable Memoirs herinner als een van de grappigste boeken die ik ooit las, was dat nu anders.

Tuurlijk, humoristisch is het boek nog steeds. Maar waarom was me vorige keer de melancholische ondertoon toch ontgaan? Waarom zag ik toen niet dat een man van veertig die op zijn leven terugkijkt heel melancholisch kan worden over wat hij allemaal fout heeft gedaan?

Unreliable Memoirs beschrijft de Australische jeugd van de schrijver en de latere televisiemaker Clive James. Van zijn wat kommervolle kindertijd als zoon van een oorlogsweduwe, tot het moment dat hij als jongvolwassene van de boot stapt in Engeland, nog gekleed voor de Australische zomer.

Nu heeft iedereen een jeugd gehad, en zijn beschrijvingen daarvan weinig uniek. Maar wat dit boek groot maakt, is dat James onbarmhartig over zijn domheid vertelt.

Dat maakt het bij tijden ook bijna te erg.

Nee, ik moet mijn mening bijstellen. Dit is niet alleen een leuk boek, het is ook een goed boek. Als er meer liefde in had gezeten was het zelfs een groots boek geweest.

Clive James, Unreliable Memoirs
175 pagina’s
Picador © 1980, 1981

in: a-z, humor, [auto]biografisch, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Clive James-pagina

Stine Jensen · Leugenaars

Stine Jensen citeert in haar boeken veel en vaak, en daar doet ze zichzelf tekort mee, heb ik het idee. Ik ben niet zo geïnteresseerd in wat die ene filosoof ook alweer zei, of wat die andere over datzelfde onderwerp opperde. Tenminste, als er op het oog lukraak maar wat bonbonnetjes worden geplukt uit de snoeptrommel van de intellectuele geschiedenis. Ik wil gewoon weten wat Jensen zelf heeft bedacht, en zou de verantwoording over wat er geleend werd graag naar voetnoten verplaatst zien.

Steeds weer anderen citeren, of voorbeelden aanhalen uit de populaire cultuur, houdt ook zo op.

En mij ergert het zelfs. Want, in plaats mee te kunnen gaan in een goed opgebouwd betoog, dwingt die overvloed aan voorbeelden mij nu juist vooral om tegenvoorbeelden te bedenken. Dat is trouwens niet zo moeilijk, in dit boek, omdat Jensen zich beperkt tot de menselijke kant van het liegen. Wat ze helemaal laat liggen, is de culturele kant van het verhaal.

Als een leugen maar vaak genoeg herhaald wordt, heet die cultuur. Ik schreef daar vaker over.

Nu hoeft de schrijfster van mij het onderwerp liegen ook niet uitputtend te behandelen, in breed historisch perspectief van de prehistorie tot het huidige tijdsgewricht. Maar er had toch wel iets meer cultuur in dit boek gemogen.

Dat liegen bijvoorbeeld van katholieken, of hun gebrekkig ontwikkelde gewetensfunctie [dixit Piet Steenkamp]. Of het nog altijd levende idee in Zuid-Nederland dat de Belastingdienst best een beetje getild mag worden, als er elders goed is gedaan. Het idee kortom dat er spirituele compensatie bestaat voor de leugen, om maar éen sappig tegenvoorbeeld te geven.

Nee, dit is wel een leuk boekje. Maar meer dan een leuk boekje is het ook niet.

**Stine Jensen werd over dit onderwerp geïnterviewd in het radioprogramma 747live [RealAudio]

Stine Jensen, Leugenaars
208 pagina’s
Uitgeverij Lemniscaat © 2006

in: a-z, filosofie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Stine Jensen-pagina

Michael Dummett · Vluchtelingen en immigratie

Dummett is hoogleraar in de logica en mensenrechtenactivist. Vooral die laatste kwaliteit klinkt door in dit boek, dat aangenaam weinig filosofisch jargon bevat. Het duurde zelfs even tot me daagde waarom het toch een filosofieboek is.

De schrijver benadert het hele immigratieprobleem namelijk bij tijden omgekeerd. Waarom hebben landen eigenlijk iets te beslissen over wie ze willen binnenlaten en wie niet? Wat is het eigenlijk raar dat niet iedereen mag gaan en staan waar die wil.

Die benadering maakt ook dat Dummett ongekend hard oordeelt over het immigratie- en vluchtelingenbeleid dat de meeste Europese landen erop na houden. Dat is op zijn zachtst gezegd bekrompen, maar zwaardere veroordelingen als racistisch of xenofoob kunnen ook worden gebruikt.

Fort Europa wordt bevolkt door bange mensjes.

Ik las dit boek toen het tumult rond Ayaan Hirsi Ali losbarstte, en dat gaf er een merkwaardige extra lading aan. En als Dummett iets verduidelijkt, dan wel dat er een groot verschil zou moeten bestaan tussen het vluchtelingenbeleid van een land en dat voor immigratie. Helaas is dit er zelden.

Overigens spitst dit boek zich wel nogal op de Britse situatie toe, en dat is toch een ander land als Nederland.

Michael Dummett, Vluchtelingen en Immigratie
183 pagina’s
Uitgeverij Routledge © 2002
Vertaling van On Immigration and Refugees

in: a-z, politiek, vertaald, filosofie, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Michael Dummett-pagina

Dick Francis · Banker

Ontspanningslectuur. Of misschien beter: ontsnappingslectuur. Ik lees Dick Francis zoals iemand anders waarschijnlijk moe en der dagen zat voor de televisie gaat zitten, om het programma-aanbod van die avond te ondergaan.

Zij het dan, dat Francis mij wel beloont met enige suspense, en me zo actief dwingt de volgende bladzijden om te slaan.

Francis is een vakman, en daardoor zij hem vergeven dat zijn boeken op een of andere manier altijd over de paardenwereld gaan. Ook nu weer, de bankier in dit boek verstrekt een enorme lening aan een paardenfokker, maar dan produceert de kampioenshengst van dienst een heel tal ongelukkige veulentjes en lijkt alle investering voor niets.

En ach, dan zijn de misdadigers uiteindelijk wat karikaturaal slecht, en is de hoofdpersoon immer een wat ijzerenheinige houten klaas. Dat doet er niet toe. Ik heb me weer een paar uur vermaakt.

Dick Francis, Banker
254 pagina’s
Pan Books © 1982

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Hugo Pos · Van het een

Pos debuteerde pas op 73-jarige leeftijd met de verhalenbundel Het doosje van Toetie. Dit boekje verscheen toen hij 79 was, en voor mij voelde het bij het lezen aan als een zwanenzang. Het belangrijkste leek inmiddels al gezegd door de schrijver. Een man op leeftijd kijkt daarom nogmaals terug, en mijmert daar wat over.

Blijkt dat er nog een half oeuvre zou verschijnen na dit werkje van hem.

Ik zal die boeken niet meer lezen.

Mijn herinneringen aan die eerste bundels van Pos waren goed. De verhalen over zijn leven zullen me bijblijven. Of hij die nu zelf beschreef, of die in interviews naar buiten bracht. Zijn jeugd in Suriname, zijn studie in Nederland, of de oorlogsbelevenissen in Zuidoost-Azië, geven allemaal aanleiding tot een prettig andere toon in de beschrijvingen dan in Nederland gebruikelijk is. Net als zijn tijd als rechter in Paramaribo.

Die conclusie moet maar volstaan, dan.

Hugo Pos, Van het een
102 pagina’s
Uitgeverij In de knipscheer © 1992

in: a-z, [auto]biografisch, verhalen, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hugo Pos-pagina

Slavoj Žižek · Geloof

Dat mensen ergens in willen geloven, vind ik nog wel begrijpelijk. Het is alleen de absolute kul waarop religies gebaseerd worden die me verbijstert. De antwoorden die wat bronstijdvolkjes formuleerden op hun levensvragen boeien mij niet zo, om maar eens iets te noemen. Dat hun verhalen nog wel leesbaar zijn, is iets anders.

Nee, fascinerend aan een religie als het Christendom is vooral de blindheid en de devotie waarmee mensen zich eraan overgeven. En daarom blijf ik boeken als deze lezen. Niet om meer te weten over het geloof inhoudt, maar vooral om te leren wat het doet.

Treft het dat Žižek nog een dwaalleer in zijn betoog betrekt, en terloops ook met het communisme afrekent.

Maar, dat is zo ongeveer het enige positieve dat ik over dit boekje kan opmerken. De tekst ervan bevatte weer eens filosofie van de meest ergerlijke soort, waarin bij willekeurige denkers uit alle eeuwen uitspraken geleend werden om het eigen gelijk te onderbouwen.

Bovendien orakelt Žižek nogal, alsof hij een Duitse filosoof is uit de fenomenologische traditie, in plaats van een universitair medewerker te Ljubljana die doorgaans in het Engels publiceert.

Irritant is ook dat hij woorden die belangrijk zouden zijn in hoofdletters schrijft. Dat is een nare gewoonte die in cyberspace als SCHREEUWEN geldt.

Nee, een jaar of tien terug zou ik misschien nog wel in gevecht zijn gegaan met een boekje als dit. Nu interesseert de betoogtrant me niet meer. Doe maar, toe maar, met enige werkelijkheid heeft dit allemaal niets van doen.

Het enige moment dat mijn aandacht even verscherpte bij het doornemen van dit werkje, was toen Žižek onderzocht of de lichaamsloosheid van iemands aanwezigheid op internet overeenkomt met wat onder dat ideaal van het astrale lichaam werd verstaan. Dit was overigens al meer om de kronkel in de vraag dan dat het antwoord me interesseerde.

Enfin.

Slavoj Žižek, Geloof
181 pagina’s
Uitgeverij Routledge © 2002
Vertaling van On belief © 2001

in: a-z, religie, vertaald, filosofie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Slavoj Žižek-pagina