donderdag 1 juni 2006
Simon Carmiggelt schijnt niet meer gelezen te worden omdat het Amsterdam dat hij beschreef er niet meer is. Ik vraag me af of iets vergelijkbaars voor Rink van der Velde geldt. Laatst viel me op dat dit boek toch weer verkrijgbaar is in een goedkope herdruk. Maar zal dat nieuwe lezers trekken?
Van der Velde was de man die Friesland leerde lezen. Daar moet niet te gering over worden gedacht, ook al werden zijn boeken pas bestsellers in de laatste dertig jaar van de 20e eeuw. Het Fries is een spreektaal. Ondanks alle gedoe over de taal als schoolvak, zijn er altijd weinig mensen geweest die uit zichzelf Fries lezen. Laat staan dat ze het schrijven.
Maar goed, ik merkte dat dit boekje troostlectuur voor me is. Wat er in staat is door het vele keren herlezen wel bekend. Het gaat me alleen om de toon, en de taal waarop de anecdotes gebracht worden. Ik zoek het vertrouwde op, om daarin toch weer verrast te worden.
De vergelijking met Carmiggelt dringt zich wat dat betreft als vanzelfsprekend op, al was die belezener en heeft Van der Velde meer naturel.
Alleen bestaat zijn ook zijn wereld van veldmensen niet meer, en zijn de nieuwerwetsigheden waar hij zich via zijn personages over verbaasde nog raarder geworden.
Doet er niet toe. Voor mij dan.
Rink van der Velde, Minsken is raar guod
133 pagina’s
Friese Pers Boekerij © 1992
in: a-z, humor, bundels, verhalen, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rink van der Velde-pagina
vrijdag 2 juni 2006
NRC Handelsblad kwam laatst ineens met een goedkope ochtendeditie op A3-formaat, en noemde die nrc.next. De Volkskrant wil daar niet voor onderdoen en brengt nu gratis om 4 uur ’s middags een avondkrantje uit. Digitaal. Op A4-tjes.
Het zal de bedoeling zijn dat ik het ding elke dag zelf uitprint. Dit maakt het dan nog een dure krant ook.
Enerzijds is er van alles voor dit initiatief te zeggen. Nieuws is veel sneller oud dan vroeger. Eén editie van een krant uitbrengen volstaat dan eigenlijk niet meer, vergeleken met wat er op nieuwswebsites allemaal in 24 uur rouleert.
Maar als het dan toch digitaal blijft, waarom dan toch weer zo’n foeilelijke en onleesbare krantenopmaak gebruikt? Ik wist niet eens dat er vijf kolommen op een A4tje pasten, naast elkaar.
En dat pdf-formaat? Waarom moet een bestand van amper vier pagina’s ruim 3 megabyte zwaar uitvallen? Dit ga ik echt niet via mijn telefoon downloaden om in de avondspits te lezen. Tegen de tijd dat zo’n lel van een bestand binnen is, ben ik thuis.
Rest me bovendien te melden dat die vier pagina’s nieuws er eigenlijk maar twee zijn. Pagina 3 is een herdrukje van een artikel uit de krant van die ochtend, en de 4 is een servicepagina inclusief kruiswoordraadsel.
Twee pagina’s nieuws op A4-formaat, dat is net een tabloidpagina. Of een halve echte krantenpagina.
kranten die eerder besproken zijn op dit weblog:
- nrc.next jaargang 1 no. 1
- Het Parool van zaterdag 4 maart 2006
- Algemeen Dagblad DNL van zaterdag 3 september 2005
- Volkskrant, weekend 26 en 27 februari 2005
- Trouw, zaterdag 5 februari 2005
De Volkskrant 16:00 jaargang 1 nr 3
4 pagina’s
Uitgeverij PCM © 2006
in: a-z, periodieken, media
[+] zie de gerelateerde titels |
zaterdag 3 juni 2006
Eigenlijk voldoet dit boek niet aan de criteria die ik mijzelf gesteld heb om hier besproken te worden. Ik heb het namelijk niet voor minstens de helft gelezen. Het bleef bij doorbladeren. Bij plaatjes kijken, inzetjes lezen. Slechts zo af en toe kwam er iets van het betoog door. Maar goed, het meeste wist ik ook wel.
Een afgebeeld kranteknipsel van het Bokwerder Belang deed me ook meer plezier dan alle opgenomen essays. Er mist iets aan dit boek.
Komt bij dat het boek fraai werd vormgegeven en rijk geïllustreerd is. Dit maakt het onhandig in het gebruik. Zo glimmen de bladzijden te veel als er lamplicht op schijnt.
Nee, Zolang de wind van de wolken waait is een salontafelboek. Voor de heb, veel meer dan voor de lees. Handel, onder het mom van cultuur. Iedereen die ooit ergens een letter in het Fries gepubliceerd heeft, zal het willen hebben.
Her en der heeft deze doelgroep ook al kritiek op dit boek geuit. Zo zou de methode om al die eeuwen Friese literatuur te beschrijven niet goed zijn. Anderen weer, toonden zich verbaasd nergens genoemd te zijn.
Helaas lijkt me dit boek niet voor hen bedoeld. Het richt zich allereerst op een niet-Fries publiek, dat misschien wel meer wil weten over de tweede taal die in het Koninkrijk gesproken wordt. Maar in die zin is dit boek te traditioneel opgezet. Het schrijversteam heeft dezelfde fout gemaakt als ook menige biografie teistert. Een levensbeschrijving chronologisch beginnen met de jeugd is domweg saai, want een jeugd is zo zelden bijzonder.
Een ander probleem dat ik met dit boek heb, is dat er alleen over schrijvers verteld wordt, niet door hen. Eigenlijk is het hoofdstuk over Friese poëzie het aardigst, omdat daarin nog weleens een gedicht staat. Van romans worden enkel de omslagen getoond.
Het is alsof je in een boek over Hollywoodfilms leest hoe prachtig iemand bewoog en sexy ze was, en het dan moet doen met een statisch geposeerde publiciteitsfoto erbij. Beschrijven is niets, tenzij de beschrijvingen iets extra’s brengen in toon, of invalshoek. En dat lukte de makers van dit boek niet.
Teake Oppewal e.a. red., Zolang de wind van de wolken waait
Geschiedenis van de Friese literatuur
400 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2006
in: a-z, boeken over schrijven, geschiedenis, vertaald, reference, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Teake Oppewal e.a. red.-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 5 juni 2006
zie ook Verzameld werk [gedichten]
Mijn waardering voor deze dikwijls persoonlijk getinte essays is nogal wat hoger dan voor Jellema’s verzamelde gedichten. Dus moet ik me hier toch afvragen of zijn poëzie een tweede kans dient te krijgen. Ook al omdat ik nu beter kan onderbouwen waarom zijn gedichten mij lijken buiten te sluiten.
Daarbij hielp een opvallend uitgebreid artikel op Wikipedia mij trouwens ook.
Jellema stamt uit een geslacht van dominees. Hij brak weliswaar zelf een studie theologie af, maar in zijn gedichten is voor sommige woorden volgens mij blijvend een waarde gereserveerd die ze voor ongelovigen niet hebben.
Verder klinkt uit zijn essays een voorliefde op voor nogal hermetische dichters, die ook al elk hun eigen idioom hadden. Jellema weet in de essays heel goed over te brengen wat hun poëzie voor hem betekende. Tegelijkertijd lijkt hij voor mij alleen maar te bevestigen dat dit werk als uitgangspunt, of bron van inspiratiem, diende van zijn eigen poëzie. En op een of andere manier interesseren mij de gedichten mij niet die vanuit zo’n uitgangspunt worden geschreven. Er mist een begin.
Een paar alinea’s over zijn indrukwekkende grootvader dan, in een essay, doen me veel meer. Een pagina of wat over het leven ergens in de provincie Groningen. Alles wat hij zelf heeft gezien, niets waar hij over de schouders van anderen heenleunt.
Nee, Jellema’s gehele verzamelde werk confronteert me met de vraag: als gedichten dan zo ontoegankelijk zijn op eerste gezicht, wat kan het dan de moeite waard maken er toch tijd in te steken? Mijn eerste oordeel was ongetwijfeld te hard. En toch geloof ik niet bij beter kijken de schoonheid te kunnen ontdekken waar het me eigenlijk om te doen is.
C.O. Jellema, Verzameld werk [essays]
309 pagina’s
Uitgeverij Querido © 2005
in: essays, a-z, [auto]biografisch, poëzie, cultuur, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de C.O. Jellema-pagina
woensdag 7 juni 2006
Wetenschapsjournalist Van Maanen schreef een hele reeks columns over cijfers en sport, toen hij nog voor Het Parool werkte eind jaren 90. Die heb ik toen al in de krant gelezen. Maar zoals nu blijkt, vertekent de herinnering veel.
Als krantencolumns vond ik deze beschouwingen aanmerkelijk leuker.
Dat komt misschien omdat in boekvorm de beperktheid van het onderwerp opvalt. Nu staat er te vaak van hetzelfde in. Statistiek. Zo heel veel is er namelijk verder niet over wiskunde en pure sport te zeggen. Tuurlijk, het is meestal absurd om sportprestaties in duizenden van seconden te meten, als niet iedereen dezelfde route aflegt. Die ene baan in een zwembad kan best een paar millimeter langer zijn dan de andere, wat misschien alle verschil verklaart. En dan?
Gelukkig doet Van Maanen wel af met die onnozele mythe dat vrouwen ooit sneller zullen zijn dan mannen, omdat hun prestaties in verhouding zoveel meer stijgen. Die prestatiecurve van de dames stijgt tegenwoordig niet zo exponentieel als gedacht. In de jaren tachtig zijn te veel records waarschijnlijk met hulp van doping gebroken.
Nee, spel leent zich veel beter voor wiskundige beschouwingen dan sport. Statistiek toepassen levert dan wat inzicht op, soms. Maar spel is slechts van mensen tegen mensen, volgens arbitraire regels. Leuk hoor. Soms. Als er niet teveel jool en commercie omheen hangt. Maar spel beschrijven is een soort sociologie.
Ik vind een vraag of er absolute barrières zijn geloof ik interessanter. Kan de mens ooit 9,3 lopen op de 100 meter? Of noem maar wat op.
Maar met dat soort vragen houdt Van Maanen zich niet bezig. Hij uit merkwaardig weinig concrete gedachten over sport in dit boek, gek genoeg. Cijfers en wetenschappelijke correctheid zijn hem interessanter.
Hans van Maanen, FC Algebra
Cijfers en sport
200 pagina’s
Uitgeverij Boom | Belvédère © 1998
in: a-z, sport, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hans van Maanen-pagina
donderdag 8 juni 2006
Ooit fietste ik Europa in een met mooi gebonden bundel gedichten van Rilke bij me. Op de onbedrukte linkerpagina’s had ik zelf mijn favorieten van andere dichters geschreven. En ’s avonds vertaalde ik aan menige tafel à l’improviste wat ik nu mooie regels vond.
Had ik toen maar deze bloemlezing gekend.
Mijn mooi gebonden boekje schimmelde op den duur dicht van het vocht onderweg, maar de meeste regels erin waren toen ook al versleten. Het lijkt me dat de poëzie van Komrij’s keuze langer houdbaar blijft.
In dit boek staat een verzameling die diende om een mooi aangeklede voorstelling te maken. Ze gaan over het leven, en dus ook over de dood. En bijna elk gedicht illustreert de kracht die het Nederlands in zich bergt.
Die dikke van Komrij kon weleens te veel pagina’s hebben, in vergelijking met deze keuze. Hoe was het ook weer, in de beperking toont zich de meester.
Gerrit Komrij red, De dunne Komrij
93 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2004
in: a-z, aanbevolen 2006, bundels, poëzie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina
vrijdag 9 juni 2006
Dit boek is me eerder altijd ontgaan, terwijl Kousbroek ooit toch een held was. Desalniettemin kende ik gedeelten al, omdat die ook elders verschenen. Zo staan al Kousbroek’s bijdragen aan de oerversie van de Opperlandse taal en letterkunde ook in dit boek. Want, het gaat grotendeels over spelen met taal.
Een vraag die regelmatig terugkomt op dit boeklog is of losse stukken winnen bij bundeling, of helemaal niet. Ook de opstellen in De logologische ruimte verschenen eerder ergens in couranten. En daar zullen ze de ernst van de andere artikelen waarschijnlijk prettig doorbroken hebben. Ik kan dat slecht inschatten. Niemand schrijft tegenwoordig nog zulke stukken.
Door alle werk van Hugo Brandt Corstius, Gerrit Komrij, Rudy Kousbroek lijkt het me ook vrijwel onmogelijk zelf nog wat met het Nederlands te spelen en daarbij origineel te zijn.
Ik las grote delen van dit boek met nostalgie; in het idee dat ik de inhoud twintig jaar geleden aanmerkelijk leuker had gevonden. Toen het Opperlands nog werkelijk voor me leefde, en niet begraven was in dat veel te dikke naslagwerk van een paar jaar geleden. Maar die nostalgie voelde wel goed trouwens.
Ik begrijp onmiddellijk wat Kousbroek bedoelt als hij op de humoristische kwaliteit van een zin wijst als: ‘A man, a plan, a canal: Suez!’ [De beroemde Engelstalige palindroomzin eindigt met Panama]. Hij vond in mij een goede verstaander. Dat was niet onprettig.
Maar meest houdbaar voor mij bleken toch zijn eigen recensies in dit boek, al waren veel titels me ook al bekend. Zo ben ik het met Kousbroek eens dat het Oera Linda Bok tegenvalt bij het lezen; dat het veel leuker is te fantaseren over wat er allemaal geschreven had kunnen worden over de Friezen die ooit goden waren.
Rudy Kousbroek, De logologische ruimte
Opstellen over taal
181 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1984
in: a-z, humor, vertaald, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudy Kousbroek-pagina
zaterdag 10 juni 2006
Er gaan talloze jaren voorbij zonder dat ik een verzonnen plaatsnaam gebruik. Misschien deed ik het als kind weleens, maar zelfs dat lijkt me sterk. De enige aanduiding die ik zeker in scherts heb gebruikt, is die voor de ‘Hoornse plas’ bij Groningen.
Volgens Sanders’ zegman wordt die ‘Lake Horny’ genoemd, vanwege het naaktstrand aldaar en zijn cruisende bezoekers. Ik weet niet beter of wij noemden het daar de ‘Horny Place’ begin jaren negentig.
Sanders tekent vooral volkshumor op in dit boekje. En het probleem met volkshumor is dat meestal dient om anderen neer te halen. Dat lijkt me op zichzelf provincialisme ten top, terwijl de sprekers vaak anderen achterlijkheid verwijten.
Aardigst aan dit werkje lijkt me de volledigheid; gewoon de wetenschap dat iemand de moeite heeft genomen dit allemaal uit te zoeken en op te tekenen. Verder gaat dit de kast in bij de woordenboeken, om daar waarschijnlijk nooit weer uitgehaald te worden. Het is gezien, en het was maar éen euro op de braderie. Anders niet.
Ewoud Sanders, Van Nergenshuizen tot Absurdistan
Verzonnen plaatsnamen in het Nederlands
240 pagina’s
Uitgeverij Prometheus © 2003
in: a-z, humor, reference
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ewoud Sanders-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 11 juni 2006
De Boekenweek heeft elk jaar een thema. En elk jaar leidt dat thema tot publicatie van talloze boekjes die net zo goed niet geschreven hadden kunnen worden.
Dit is ook zo’n overbodig boekje.
Dat ik het toch heb uitgelezen, had maar éen reden. Ergens, zo hoopte ik, ergens zou Marijnissen toch tenminste wel een keer te betrappen zijn op een visie? Wat is nu een beter onderwerp voor een politicus om zijn eigen ideeën te tonen dan door die te plaatsen in de geschiedenis?
Helaas. Marijnissen is behept met de kwaal van alle Nederlandse politici om het vooral lekker vaag te houden, niet te analyseren, en als hij al een mening verkondigt iets te zeggen waarmee niemand het oneens kan zijn.
Niet dat hij de misdaden van het Chinese regime onder Mao hoefde goed te praten, voor mij. Marijnissen is niet verantwoordelijk voor die 70 miljoen doden, en hoeft zich dat ook niet voelen.
Maar zijn partij was ooit wel Maoïstisch. Bijvoorbeeld. Om maar éen punt te noemen waarmee dit boekje al een iets minder vrijblijvend babbelgehalte zou hebben gehad.
Jan Marijnissen, Waar historie huis houdt
96 pagina’s
Uitgeverij Thomas Rap © 2005
in: boekenweekboeken, a-z, geschiedenis
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jan Marijnissen-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 12 juni 2006
Het zoveelste boek alweer dit jaar met God in de titel op mijn boeklog. Alsof ik het erom zou doen.
Maar goed, de beleving van religie is op dit moment natuurlijk wel een actueel onderwerp. Nu die ene overgebleven wereldmacht met de hulp van hun God duizenden mijlen verderop op kruistocht is gegaan in het Midden-Oosten, en weer anderen bereid zichzelf op te blazen met liefst veel slachtoffers erbij om in hun hemel te komen. Om maar eens twee zaken te noemen.
Ik vraag me nog altijd af of die sukkel van een Balkenende door religieuze prietpraat van Bush heeft toegestemd in deelname van Nederland aan die kansloze oorlog in Irak. Er even van afgezien dat mede-christen De Hoop Scheffer natuurlijk ook in mooi baantje geparkeerd werd.
Kuijer is in dit boek ook prettig oneerbiedig over de domheid die met georganiseerde religie samenhangt. Hij maakt een helder onderscheid tussen geloven en dat geloven misbruiken om anderen te kunnen manipuleren, daarbij de onparlementaire taal niet schuwend.
Verder heeft hij zowel Bijbel als Koran goed gelezen, en gebruikt hij de kennis die hij zelf over het schrijven heeft opgedaan om uit te leggen waarom sommige passages daarin waarschijnlijk geschreven zijn zoals ze zijn geschreven. Daarmee lukt het hem goed inconsequenties in de teksten te verklaren.
Tegelijkertijd maakt die exegese het boek wat onevenwichtig, omdat voor mij daardoor de structuur onduidelijk wordt. Na een heel sterke start in de openingshoofdstukken zakt dit boekje in tempo nogal weg.
Guus Kuijer, Hoe een klein rotgodje God vermoordde
167 pagina’s
Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep © 2006
in: a-z, religie, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Guus Kuijer-pagina
woensdag 14 juni 2006
Het zou best mogelijk zijn om er een intellectueel klinkend excuus voor te verzinnen. Maar ik had deze week gewoon zin om doelloos wat stripalbums door te bladeren. Het is vrij toevallig dat ik daarvoor alleen de boeken koos die Albert Uderzo maakte sinds de dood van René Goscinny, in 1977.
Ik herlas zeven van de acht, die verschenen in het tijdsbestek van 1980 tot enige jaren terug. De achtste was me echt te slecht.
In 1980 was ik zelf twaalf, werd ik dertien, en was ik een kritiekloos bewonderaar van de hele Asterix-reeks. Thans heb ik te veel gelezen en gezien om me niet heel makkelijk te ergeren aan cliché’s of al te grote onwaarschijnlijkheden. Dat Uderzo de reeks heeft voortgezet na de dood van zijn scenarist heeft in mijn herinnering een reeks bloedeloze albums opgeleverd.
Herlezing laat me dus weer kennismaken met boeken die ik indertijd vaak alleen maar verveeld heb doorgebladerd. Enfin.
Asterix: de broedertwist uit 1980 biedt een mengeling van het Romeo en Julia-thema gecombineerd met een wereldvreemde versie van het Berlijnse muur-verhaal. Al is die muur in dit verhaal dan een kloof tussen beide kanten van het dorp. In strips en verhalen kan tenslotte alles, en de overeenkomst met de werkelijkheid hoeft nu ook weer niet totaal te zijn.
En belangrijke rol is ook in dit verhaal weer weggelegd voor de toverdrank van de onoverwinnelijke Galliërs. Die laat zich slecht combineren met andere drankjes van druïde Panoramix, zo blijkt als de Romeinen van beide drinken.
Ik vind toverdrankjes en magische krachten vervelend als oplossingen om een verhaal te vertellen, zo blijkt weer eens. Helemaal als de plotontwikkeling er in zo’n extreme mate vanaf hangt.
Deze viel niet mee bij herlezing, al stonden er nog wel een paar redelijke grappen in.
A. Uderzo, Asterix. De broedertwist
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1980
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
woensdag 14 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
Speelde het vorige verhaal zich in Gallië af, is het nu dus weer de beurt voor een exotisch verhaal. Dat heeft olie als thema ditmaal. Maar omdat aardolie nauwelijks gebruikt werd in de tijd dat de Asterix-verhalen zich afspelen, heeft Uderzo enorm veel moeite om het onderwerp in het plot te verwerken. Het verhaal is daardoor nogal onwaarschijnlijk.
Uderzo maakte er tenslotte maar van dat aardolie een noodzakelijk ingrediënt is voor de toverdrank die de Galliërs onoverwinnelijk maakt. Dat noodzakelijke ingrediënt is op, en moet daarom persoonlijk in het Midden-Oosten opgehaald worden door onze helden.
Aardig aan dit verhaal voor de gevorderde lezer is het optreden van Sean Connery als druïde nul-nul-nix, die met onze vrienden meereist, maar spioneert voor de Romeinen. Dat geeft de tekenaar bijvoorbeeld fijn de gelegenheid om met beeldcliché’s uit de James Bond-films te spelen.
Eindoordeel: afgezien van het onwaarschijnlijke plotgegeven was deze niet onaardig om te herlezen.
A. Uderzo, Asterix. De odyssee van Asterix
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1981
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
woensdag 14 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
Dit verhaal speelt zich weer grotendeels thuis af, in het dorp van de Galliërs. Het boek is nog zwakker dan ik me herinner. Het plot heeft namelijk enorm veel gaten, en dat helpt het niet.
Op goede dag vind Asterix een borelingske op het pad voor zijn huis, te vondeling gelegd. Dat kind verzorgen is lastig, voor onze eeuwige vrijgezel. Helemaal als het in de ketel met toverdrank dondert, en dan zijn eigen kracht niet meer kent.
Dat kindje is daar natuurlijk niet zo maar neergelegd. Anders zouden de Romeinen niet zo veel moeite doen het te ontvoeren.
Maar ach, het lijkt wel een slechte Amerikaanse film dit boek. Waarin de knaleffecten het domme verhaaltje moeten overstemmen. Aan het eind van dit album gaat het dorp van onze vrienden ook nog eens vlammen op. Om in het volgende album al weer geheel herbouwd te zijn.
Ach.
A. Uderzo, Asterix. De zoon van Asterix
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1983
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
donderdag 15 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
Dit is weer een reisverhaal, waarvoor Uderzo steun heeft gezocht bij de thema’s van duizend-en-éen-nacht. Althans, bij de cliché’s zoals die bij ons zullen bestaan.
Een prinses zal geofferd worden, tenzij het gaat regenen. En om het te laten regenen, worden onze vrienden en de bard Assurancetourix ingevlogen, op een Perzisch tapijt.
Ik verdom het toch echt om de bard Kakofonix te noemen, zoals in de albums gebeurt die tegenwoordig worden verkocht.
Het is een soort Indiana Jones-film, dit verhaal. Grafisch spectaculair, vlot veel verwikkelingen achter elkaar, maar verder wat een holle huls.
Niet vervelend derhalve. Wat kinderlijk, misschien.
A. Uderzo, Asterix. In Indus-land
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1987
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
donderdag 15 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
Asterix en het feminisme, zo zou dit boekje kunnen heten. Waarin de vrouwen in het ons welbekende dorpje eindelijk ook eens hun rechten opeisen, onder invloed van een Lutetiaanse met de broek aan. Helaas levert dat alleen maar voorspelbare grappen op, terwijl er toch zo veel meer te doen zou zijn met man-vrouwstereotypen.
Ondertussen hebben de Romeinen eindelijk een geheim wapen gevonden om de Galliërs te onderwerpen. Maar ook dat geheime wapen staat machteloos tegenover alle moois dat de Gallischen belangrijk vinden.
Uderzo laat zich helaas kennen als een enorm clichémannetje die laatste tien pagina’s van dit album. Niet voor het eerst dringt zich de gedachte op: hoe veel meer had een intelligent scenarist als Goscinny met dit gegeven kunnen doen.
A. Uderzo, Asterix. De roos en het zwaard
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1991
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
donderdag 15 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
Weer is die toverdrank het belangrijkste gegeven voor het plot, en opnieuw levert dat een verhaal met onwaarschijnlijke wendingen op. De beproeving van de lezer heette dit album dan ook in een recensie toendertijd.
Obelix, die als kind in de ketel toverdrank gevallen is, drinkt ditmaal een hele ketel leeg. Dat heeft grote gevolgen voor hem.
Genezing blijkt uiteindelijk slechts een mentale kwestie te zijn. Dat zou in vroeger dagen misschien een subtiel commentaar zijn geweest op een bepaald soort denken over geneeskunde, maar nu is het vooral geklungel van een matig scenarist.
Dit verhaal zou zich ook elders moeten afspelen volgens het vaste ritme van thuis-uit-thuis-uit dat de albums kenmerkt. Maar dat is niet zo. Ja, even worden de restanten van Atlantis bezocht, dat een new age-paradijsje blijkt te zijn.
Het is allemaal te treurig voor woorden ook.
A. Uderzo, Asterix. De beproeving van Obelix
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 1996
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
donderdag 15 juni 2006
Lees hier ook mijn inleiding op dit reeksje besprekingen.
De reeks Asterix en Obelix strompelde de 21e eeuw binnen met dit magere album, dat ik indertijd bij aankoop al niet eens meer las.
Dat is tenminste nog een voordeel van stripalbums boven boeken met enkel letters; door de plaatjes te bekijken wordt het verhaal ook wel duidelijk. Slechte tekst houdt maar op.
In dit album worden de ouders van zowel Asterix en Obelix geïntroduceerd, die gezamenlijk een souvenirwinkeltje in Condatum blijken te exploiteren. Nu zijn onze helden in de loop van de verhalen toch regelmatig in Condatum geweest, maar nimmer kon er toen een familiebezoekje vanaf.
Striphelden horen ook geen ouders te hebben. Alleen als die vanaf het begin een duidelijke plaats in de verhalen krijgen, zoals met de vader en moeder van Calvin en zijn tijger Hobbes. Ouders op een later moment opvoeren, werkt niet. Alle voorafgaande boeken worden daardoor ongeloofwaardig.
Bovendien waren Asterix en Obelix niet op dezelfde dag geboren, zoals in dit boek wordt beweerd. Obelix mocht eerder ooit als verjaardagscadeau wat Romeinen aframmelen, en toen was er geen sprake van dat zijn vriend jarig zou zijn.
Enfin, zoals wel vaker op dit boeklog betoogd: ik denk graag na over wat boeken mij bieden. Maar liever niet om de verkeerde redenen.
A. Uderzo, Asterix. En La Traviata
48 pagina’s
Les Éditions Albert René © 2001
in: a-z, en français [& vertaald], vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Uderzo-pagina
vrijdag 16 juni 2006
Normaal houd ik me verre van secundaire literatuur over romans en hun schrijvers. Zelf de roman lezen, geeft mij daar de beste mening over. En inmiddels ben ik oud en eigenwijs genoeg te durven laken wat iedereen ten onrechte geweldig noemt.
Komt nog bij dat de meeste secundaire literatuur volgens een vaststaand stramien geschreven lijkt te worden. Óf het leven van een schrijver wordt op amateurpsychologische wijze naast zijn werk gelegd, en dat zou dan het mirakel moeten verklaren. Óf iemand gaat de meesterwerken van een ander knullig navertellen in een beschamende hompelstijl.
Dit gebeurt natuurlijk altijd uit bewondering en met de beste bedoelingen. Maar het levert immer weerzinwekkend proza op.
Dat ik me dan toch aan dit werk waagde, had twee redenen. Allereerst hoopte ik dat Havenaar het werk van Hermans beter gelezen had dan ik, zodat hij me misschien op onbekende pareltjes zou kunnen wijzen. Anderzijds was dit boek er weer éen van een euro op de braderie; pik in, het wordt zomer.
Havenaar blijkt een naverteller en een opsommer te zijn. Origineel aan zijn aanpak is nog wel dat hij het werk van W.F. Hermans via thema’s ontleedt, en niet boek voor boek langsgaat.
Centrale these daarbij luidt dat Hermans een van Neerlands’ beste schrijvers is, omdat hij zo geweldig goed over Nederland heeft geschreven. Ofwel, volgens Havenaar, diens ergernissen en afkeren zo uitmuntend onder woorden heeft gebracht. De biograaf onderbouwt dit idee vervolgens door overal de citaten weg te sleuren die hem helpen in zijn betoog; maakt niet uit of die uit de boeken komen of uit Herman’s leven zijn.
Dat heeft iets merkwaardig ontluisterends. Want, zo bijzonder zijn die ideeën niet, eenmaal uit hun context losgeweekt, en bovendien interpreteert Havenaar naar mijn idee weleens wat onnozel. En, ik kan het niet genoeg herhalen, alleen maar bewijsjes aanvoeren voor een these onderbouwt die niet. Pas tegenvoorbeelden tonen de kracht aan van een idee.
Nee, de conclusie moet toch weer luiden: er gaat toch niets het kunstwerk in zijn geheel; zonder dat de blik daarop vertroebeld wordt door bewonderende interpretatoren.
Ronald Havenaar, Muizenhol
Nederland volgens Willem Frederik Hermans
214 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot © 2003
in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ronald Havenaar-pagina
zaterdag 17 juni 2006
Vidal in het Engels lezen, ben ik mans genoeg voor. Maar dit boekje kwam toevallig op mijn weg, op die al vaker vermelde braderie. En ik zou het ook nooit gekocht hebben, als het niet éen euro was geweest.
Mijn terughoudendheid heeft twee redenen. Gore Vidal schrijft de laatste jaren veel pamfletten over de Amerikaanse politiek zoals in dit boek zijn opgenomen. Die zijn ook stuk voor stuk de moeite waard. Er staat altijd wel een sterke oneliner in. En ik lees ze al jaren meestal snel nadat ze ergens online zijn verschenen. Ik vreesde daarom de inhoud van dit boekje al te kennen, zonder het ooit gelezen te hebben. Dat bleek zo te zijn.
En verzameld zijn de essays een ongekende klaagzang samen. Vidal is veel beter te genieten als hij met mate, over een lange spanne tijds genuttigd wordt. Zoals zout, denk ik. Of een sterk kruid dat al te gauw te dominant wordt in een onbescheiden dosis.
Het boek opent met een essay uit 2000, en dat staat al sinds publicatie op mijn harde schijf opgeslagen. In die zin was het toch wel goed om de treffende voorspelling terug te lezen die Gore Vidal indertijd deed over het toen nog komende presidentschap van George Bush Jr.
Omdat dit stuk ook online staat, citeer ik de Engelstalige versie hier:
What will the next four years bring? With luck, total gridlock. The two houses of Congress are evenly split. Presidential adventurism will be at a minimum. With bad luck (and adventures), Chancellor Cheney will rule. A former Secretary of Defense, he has said that too little money now goes to the Pentagon even though last year it received 51 percent of the discretionary budget. Expect a small war or two in order to keep military appropriations flowing. There will also be tax relief for the very rich. But bad scenario or good scenario, we shall see very little of the charmingly simian George W. Bush. The military–Cheney, Powell et al.–will be calling the tune, and the whole nation will be on constant alert, for, James Baker has already warned us, Terrorism is everywhere on the march. We cannot be too vigilant. […]
Gore Vidal, Droomoorlog
Bloed voor olie en de Cheney-Bushjunta
172 pagina’s
Uitgeverij Arbeidspers © 2003
Vertaling van: Dreaming War © 2002
in: geschiedenis, a-z, religie, politiek, vertaald, essays, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gore Vidal-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 19 juni 2006
Het schijnt inmiddels een heel genre te zijn; de boeken die bergbeklimmers of andere reizigers schrijven over hun ontberingen. Opdat de lezer lui in zijn stoel toch het gevoel kan krijgen iets te hebben beleefd.
Ik herinner me in mijn tienertijd zelfs vrij veel over ontdekkingsreizen gelezen te hebben, maar mijn belangstelling voor het onderwerp droogde daarna op. Ik denk omdat ik inmiddels ernstig de waarde van dat soort sterke stukken ben gaan relativeren.
Bovendien levert het beschrijven van een unieke prestatie zeker niet automatisch goed boek op. Nee omgekeerd, misschien beleef ik wel veel meer plezier aan een pakkend verhaal over een ommetje in de duinen bij Bloemendaal, over aangeharkte paden.
Aardig aan dit boek was wel weer dat Joe Simpson de verwording van de bergsport erin beschrijft. Ofwel, dat het geen prestatie meer hoeft te zijn om Mount Everest te beklimmen, omdat er voor $ 65.000 geheel verzorgde trips naar de top te koop zijn, inclusief sherpa’s die je een kontje geven op de moeilijkere stukken.
Probleem is evenwel dat door het grote geld de oude solidariteit tussen klimmers verdween. Het boek opent dan ook met het verhaal hoe een Nederlandse Everest-expeditie onder leiding van Ronald Naar geen hulp bood aan een Indische klimmer iets verderop buiten lag te sterven. Naar heeft inmiddels ook over zijn visie op deze gebeurtenis geschreven, maar ik kan daar niet erg nieuwsgierig naar zijn om een of andere reden.
Simpson dan weer heeft ook een duidelijke reden om te klagen over het verdwijnen van de solidariteit. Hij brak ooit zelf een been tijdens een expeditie en lag dagenlang hulpeloos te creperen tot hij gevonden werd.
Het is passages als de laatste dat een schrijver zijn meesterschap tonen moet. En Simpson weet er nog net een redelijke reportage van te maken. Soms is dat genoeg. Vaker helaas niet.
Joe Simpson, De schaduwzijde
287 pagina’s
Singel Pocket © 2002
Vertaling van Dark shadows falling © 1997
in: reizen, a-z, sport, vertaald, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joe Simpson-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 20 juni 2006
Er is iets met de verhalenbundels van Alice Munro dat me dwingt tot een omtrekkende beweging eerst. Ik heb altijd éen verhaal nodig om toegang tot het boek te krijgen. Zelden of nooit is dat het eerste verhaal, helaas.
Zonder die sleutel sluit Munro me buiten. Lijken de wederwaardigheden van haar personages amper de moeite van het beschrijven waard. Vraag ik me zelf soms af waarom ik haar vorige boeken toch zo goed vond.
In dit boek was het verhaal Silence de toegangspoort. Misschien omdat er niet zo veel personages in voorkwamen, misschien omdat ik de vrouw waarover verteld werd meteen sympathiek vond. In elk geval lukte het me daarna weer eens om volkomen onder te dompelen in een boek.
Ineens ook, vond ik Munro weer de beste fictieschrijver die ik de laatste jaren las. Vanwege de melancholie in haar verhalen, en vooral vanwege haar onnadrukkelijkheid.
Alice Munro heeft gemiddeld maar dertig bladzijden nodig om aanmerkelijk meer te vertellen dan een Heleen van Royen doet in driehonderd, en dat ook nog eens honderd keer beter te doen. Dat komt alleen al omdat Munro het niet nodig vindt alles in detail uit te werken, maar de lezer intelligent genoeg acht zelf de details in het vullen van de vrouwenlevens die ze beschrijft.
Eerder van Alice Munro besproken:
- Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage
Alice Munro, Runaway
With an introduction by Jonathan Franzen
335 pagina’s
Vintage Books © 2006, first printed 2004
in: a-z, aanbevolen 2006, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alice Munro-pagina
woensdag 21 juni 2006
Van Kooten heeft mij in de humor opgevoed. Was het niet door de TV-programma’s die hij maakte met Wim de Bie, danwel door hun beider Bescheurkalenders. Dus wist ik ook welke humoristen hij bewondert. Van een idool lees je elk interview, zelfs al staat hij dan maar zelden zulke gesprekken toe.
Alleen daarom is het prettig al zijn helden nu eens verzameld te zien in een boek, omdat de kwaliteit van alles daarin al bij voorbaat buiten kijf staat.
Maar, onafhankelijk van Van Kooten had ik al een hoop auteurs gelezen die hij erg goed vindt. Begin jaren negentig verscheen The Oxford Book of Humourous Prose van Frank Muir. Dat is een bibliotheek van een boek, die me de weg heeft gewezen naar heel wat leuke schrijvers.
Van nogal wat verhalen in deze bundel kende ik daarom het origineel ook. Daardoor viel me op dat Kees van Kooten ze in zijn vertaling nogal eens op eigen toon lijkt te hebben gebracht. Bovendien citeert hij in de inleiding op een verhaal regelmatig uit eigen werk, waardoor die overeenkomst extra opvalt. Vele verhalen schijnen uitbreidingen van zijn eigen repertoire, met die eeuwig onhandige man als hoofdpersoon.
Nu pakt dat in sommige gevallen goed uit. S.J. Perelman heb ik nooit goed kunnen lezen in het Engels, omdat de leukigheid er zo dik bovenop ligt bij hem. Van Kooten maakt hem bijna leesbaar.
Maar bij mijn helden als een E.B White blijft een vertaling toch maar een vertaling. Niet dat dit Van Kooten is aan te rekenen. Het bewijst alleen maar dat er zelden iets boven het origineel gaat.
Verder ben ik er nog niet uit of de uitgekozen verhalen nu erg ouderwets zijn in hun behandeling van het menselijk tekort, of dat die overeenkomst ze juist enorm tijdloos maakt.
Kees van Kooten red. Mijn plezierbrevier
De natuurleukste korte verhalen volgens mij
488 pagina’s
Uitgeverij De Harmonie © 2006
bijzonderheid: met mp3’s op bijgeleverde mini-cd
in: a-z, humor, vertaald, verhalen, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees van Kooten-pagina
donderdag 22 juni 2006

Nu wilde ik dit boekje zo objectief lezen als maar mogelijk is, maar Bos maakte mij dat al de eerste bladzijden onmogelijk. Daar vertelt hij omfloerst welk een inspiratie hij heeft geput uit het gedicht ‘The Road Not Taken‘ van Robert Frost.
Als ik op dat moment iets had gedronken, was dat er door mijn neus weer uitgekomen. Want wie dit gedicht, en vooral de slotregels, citeert in landen buiten Nederland, wordt onmiddellijk niet meer serieus genomen. De tekst is tot cliché geworden. Het bevat standaardfrasen die alleen de grootste meelopers onder de highschool-leerlingen nog als lijfspreuk in hun jaarboek durven te zetten.
Er kunnen in de populaire cultuur ongestraft grapjes over worden gemaakt die iedereen ook meteen begrijpt.
Hoe is die gaffe nu het best naar in Nederland begrijpelijke termen te vertalen? Het is alsof Bos verkondigt altijd troost te vinden uit het zingen van ‘My Way’ als hij een moeilijke beslissing heeft moeten nemen. Zoiets.
En toen moest het boekje dus nog beginnen.
Dit land kan zoveel beter heeft als eerste deel een korte autobiografische schets. Daarin verbergt Bos zorgvuldig hoe ambitieus hij altijd is geweest en doet hij net of heel zijn carrière hem maar toevallig overkomen is.
Daarna volgt een vrij uitgebreide beschrijving van wat er allemaal mis is in Nederland, volgens Wouter. Zoals gebruikelijk bij politici doet hij daarbij of al die problemen zo maar spontaan ontstaan zijn. Zorgvuldig moet immers vermeden worden dat de lezer bedenkt dat zijn PvdA op zijn minst mede verantwoordelijk was voor een paar rampzalige besluiten vroeger. Maar door die omissie trekt zijn anamnese wel op niets.
Tenslotte worden er in zo’n twintig pagina’s nog even wat oplossingen doorgejast. Maar zijn het wel oplossingen? Aangeven hoe Bos denkt zijn wensdromen ooit te kunnen gaan uitvoeren in een coalitiekabinet, gebeurt natuurlijk niet. De lezer moet zijn verhaal immers niet zien als een verkiezingsprogramma dat hem de volgende minister-president van Nederland maakt namens de PvdA.
Het is maar de visie van éen man. Zoiets.
Recensie in éen zin: Dit land verdient zoveel beter dan dit.
Zie ook: Dit land kan zoveel beter ii
Wouter Bos, Dit land kan zoveel beter
159 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2006
in: typisch hollands, a-z, politiek, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Wouter Bos-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 23 juni 2006
Na een hele reeks matige Asterix-albums te hebben doorgeworsteld, vond ik het een plicht om ook een oude favoriet te herlezen. Immers, misschien lag het gebrek aan kwaliteit van die latere albums wel helemaal niet aan de dood van scenarist Goscinny. Misschien ben ik inmiddels gewoon wel te oud geworden voor deze strips.
Maar nee, de eerste anderhalve pagina van dit album brachten al meer lol dan al die acht latere albums samen.
Asterix en de Britten maakt duidelijk dat die recente albums alle gelaagdheid missen. Dat zijn eendimensionale vertellinkjes geworden, waarvan bijna alle elementen van tevoren al bekend zijn. Maar dit boek biedt behalve stof voor jongere lezertjes ook humor die alleen een veel belezener publiek zal begrijpen.
Goscinny verraste mij steeds weer met heel eenvoudige grapjes, domweg door het gesproken Engels letterlijk te vertalen. Of door te spelen met het Britse understatement, waar veel heviger emoties in een stripverhaal normaal zouden zijn geweest.
Die elementen vergoedden het plot trouwens, want daar was de verrassing wel af. Nu. Dertig jaar later.
R. Goscinny en A. Uderzo, Asterix: En de Britten
48 pagina’s
Uitgeverij Dargaud © 1965
Vertaling © 1974
in: a-z, en français [& vertaald], humor, vertaald, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de R. Goscinny en A. Uderzo-pagina
zaterdag 24 juni 2006
Elk jaar is juni voor de boekhandel de maand van het spannende boek. En iedere keer hoort daar ook een gratis actieboekje bij. Dat is steevast geschreven door een buitenlander, en ik vind er nooit iets aan. De ene traditie lokt de andere uit, en dat heeft wel iets moois.
Maar dit jaar is dat anders. Het is misschien wat onnozel om Ian Rankin te prijzen - hij schijnt goed te zijn voor tien procent van alle omzet aan spannende boeken in het Verenigd Koninkrijk - maar het is wel een vakman.
Toegegeven, om een hoofdpersoon inspecteur Rebus te noemen, is mij wat te woordspelerig. Maar in het Engels ligt dat misschien anders. En de vier verhaaltjes in dit actieboekje zijn gewoon vlot gebrachte plotgedreven vertellingen, met steeds een verrassend einde.
Misschien dat die verrassing wat tegenvalt als ik langer over zo’n verhaal nadenk, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Een schrijver van misdaadverhalen moet mij het boek inzuigen en mag de betovering pas op het einde verbreken. Rankin lukt dat.
Al zal ik hem toch eerst ook in het Engels moeten lezen, om te zien hoe hij dat Edinburgh echt beschrijft. Om een of andere reden leek de vertaling iets aan afstand te brengen.
Ian Rankin, Schuld & Boete
Een inspecteur Rebus bundel
96 pagina’s
Stichting CPNB © 2006
in: a-z, spannend, vertaald, verhalen
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ian Rankin-pagina