Blik op de buis ~ Andries Knevel

► door: A.IJ. van den Berg

Hoewel de verzuiling in Nederland niet meer bestaat, zijn er twee reservaten waarin wat mannetjes met een pietsje macht vreselijk hun best doen ons te laten geloven dat zij nog wel hele volksdelen vertegenwoordigen. Dat ene reservaat is de politiek, het andere de publieke omroep. Daarom betalen wij er allen aan mee om een man als Andries Knevel met opgeheven vingertje de zegeningen van het gristelijke geloof te kunnen laten verkondigen.

Ik constateer alleen maar.

Maar Knevel lezend valt het met die zegeningen van het gristelijke geloof nogal tegen. Wat een angst rijst op uit dit boek, en wat toont het een onstellend naar binnen gekeerd wereldbeeld.

Knevel is dan ook nogal streng in de leer.

Normale mensen die een avond televisie kijken, zijn aan het eind daarvan vaak ook ontevreden. Het gebodene voldeed niet aan de verwachtingen. Ze zijn toch een uur te lang blijven hangen. Maar à la. De TV is een hypnotiserend oog, dus dan gebeurt dat.

Knevel-gristenen hebben niet alleen deze kater, ze lijden nog eens extra in het besef kritiekloos zondig en werelds vermaak te hebben bekeken.

Volgens Knevel is dat logisch:

Van nature, zoals we geschapen zijn, zijn wij afkerig van God en zijn Woord. Ook van de heilzame geboden die Hij ons gegeven heeft. Slechts door wedergeboorte kunnen wij in het Koninkrijk ingaan.

Het betekent dat wij in onze natuurlijke staat geneigd zijn tot alles wat verkeerd en zondig is in deze wereld. Bij de een komt dat meer openbaar dan bij de ander.

De een leeft in uitbrekende zonden, geeft zijn hartstochten de vrije baan, terwijl de ander, zo op het oog, een net leven leidt, maar toch niet vreemd is aan diezelfde hartstochten. Wie zichzelf enigermate kent, zal dit moeten beamen.

En dat beamen doen ze, die gristenen, in het tweede deel van deze bundel. Knevel hield wat anonieme enquêtes tijdens spreekbeurten in het land, en gretig kwamen daar de bekentenissen al. Och och, wat was eenieder toch zondig.

Als er iets opvalt aan dit boek, danwel het opvallende enthousiasme waarmee de ondervraagde gelovigen verklaren slechte mensen te zijn. Pekelzonden van bang gemaakte mensjes zijn het.

Maar goed. Op zich is het al merkwaardig dat Knevel de televisie een werktuig van de duivel noemt, terwijl hij toch vooral het statuur kreeg om die zienswijze op te leggen door zijn bekendheid van de TV.

Ook daar wringt nogal wat.

Andries Knevel, Blik op de buis
Over de invloed van de televisie

222 pagina’s
Uitgeverij Kok Voorhoeve © 1997
 
Bundeling van De wereld in huis © 1991
en ‘Doe dat ding dan uit!’ © 1994

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden