dinsdag 1 augustus 2006
Klachten heb ik niet, over Harrie Lemmens’ vertalingen van Het boek der rusteloosheid. En toch was het me wel zo lief geweest als een ander het had gedaan. Pessoa’s gedichten zijn namelijk meesterlijk vertaald door August Willemsen. En in deze essaybundel zinspeelde hij erop ook aan diens proza te willen beginnen.
In 1986 kon dat nog.
Tegelijkertijd geeft Willemsen aan dat Pessoa’s meesterwerk nu ook weer niet zo moeilijk te vertalen is. Het boek der rusteloosheid gaat over het leven zelf. Als er allemaal lokale toestanden in verwerkt waren, was het veel ingewikkelder geweest om over te zetten.
Nu heb ik Pessoa’s Livro do desassossego zelf in meerdere talen. En ik kan beamen dat die allemaal erg toegankelijk zijn. Toch verschillen de versies ook weer subtiel. Zelfs bij een letterlijke vertaling kan de keuze van een woord boven het andere al verschil aanbrengen. Das Buch der Unruhe lijkt alleen al door die keuze voor ‘onrust’ al een ander werk als Het boek der rusteloosheid, of The book of disquiet.
Punt is dat ik ook graag de boeken lees die August Willemsen zelf schreef. Zoals dit boek. Daardoor is hij me veel vertrouwder dan Harrie Lemmens, van wie ik verder niets weet.
En omdat Willemsen hierin ook nog uitlegt welke keuzes hij in zijn vertalingen maakt, neemt dat vertrouwen in hem alleen maar verder toe. Dus zal ik het idee blijven houden dat een van mijn lievelingsboeken nog mooier had kunnen zijn, als dat het nu is.
wordt vervolgd
August Willemsen, Het hoge woord
187 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1994
in: a-z, boeken over schrijven, essays, vertaald, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de August Willemsen-pagina
donderdag 3 augustus 2006
Er zijn een paar verschillen tussen The Kingdom by the Sea en The Great Railway Bazaar die dit een beter boek maken, hoewel het aanmerkelijk minder exotisch is. Zo leek Theroux in dat andere boek enorm zijn best te doen om te verhullen welk jaar de reis zich afspeelde. Misschien was dat om te voorkomen dat het verhaal te snel gedateerd zou lijken. Pas door een terzijde over het gedwongen aftreden van Agnew kon ik nagaan dat het 1973 moest zijn.
In dit boek heeft Theroux door dat elke reis weinig meer dan een momentopname biedt. Hij deed zijn trektocht langs de Britse kust op het moment dat de Falkland-oorlog was uitgebroken, en maakt daar ook geen geheim van. Al kan het zijn dat hij die gesprekjes over de ontwikkelingen daar gebruikt om te contrasteren met de relatieve kalmte van het leven in Groot-Brittannië onder Thatcher.
Momentopname is zeker dat bijna elke rit over een mooi spoorlijntje er éen van de laatste zal zijn. Door de privatisering van de spoorwegen staat bijna alles dat geen grove winst oplevert op het punt te verdwijnen.
Aan het eind van zijn reis maakt Theroux een langdurige spoorstaking mee, waardoor hij zowiezo van alternatief vervoer gebruik moet maken om verder te komen. Alleen is dat alternatief er haast niet. Daardoor dringt zich de conclusie op dat hele delen van het land in een even groot isolement komen als ze waren voor de uitvinding van het openbaar vervoer. Dat is, voor alle mensen zonder auto.
Het boek eindigt mede door de staking nogal abrupt.
Theroux merkt een paar keer op dat niets over Groot-Brittannië onbekend is. Er zal geen land ter wereld zijn waarvan zoveel plekken ergens beschreven liggen. Dat biedt hem alleen ruimte voor een andere interpretatie. Maar zijn interpretatie is éen van een permanente verbazing over die Britten, en hun vele diepe vooroordelen.
En dus ben ik blij. Mijn voorkeur gaat uit naar voor schrijvers die het vreemde kunnen laten zien in het alom bekende.
Paul Theroux, The Kingdom by the Sea
A Journey around Great Britain
433 pagina’s
Washington Square Press © 1984, oorspronkelijk 1983
in: reizen, a-z, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Theroux-pagina
vrijdag 4 augustus 2006
Mede door alle aandacht in de VS voor de nieuwste van Galeano ben ik nog eens goed in mijn kasten gaan kijken. Ik had toch ook nog een boek van hem, met een vergelijkbare titel?
Dat zou dan deze moeten zijn.
Zoals vaker gaat met boeken die me niet bijzonder boeien, was de inhoud me volkomen ontschoten. Er moet ook iets aan een boek zijn om te onthouden.
Na al lofprijzingen over Galeano op dit weblog tot nu toe, dien ik ook maar eens te melden dat lang niet alles wat hij schrijft me bekoort. Dit boek bijvoorbeeld, is net op de verkeerde manier Latijns-Amerikaans. Waar in zijn andere werk magie en religie ruimschoots gecompenseerd worden door een soms ijzingwekkende realiteit en in elk geval humor, gebeurt dat nu niet.
En een boek vol magisch-realistische verhaaltjes kan ik maar slecht aan. Hoe prachtig de houtsneden ook zijn waarmee het rijk geïllustreerd is. Heel mijn opvoeding verzet zich tegen het magisch-realisme, om niet te zeggen mijn scholing ook.
Wonderen maken mij te makkelijke verhaaltjes. Terwijl het geloof in wonderen misschien wel noodzakelijk is daar, om er te kunnen overleven.
Eduardo Galeano, Dolende woorden
Met houtsneden van José Francisco Borges
276 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1994
Vertaling van Las palabras andantes © 1993
in: a-z, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eduardo Galeano-pagina
zaterdag 5 augustus 2006
Een lezer als ik, is Guus Luijters grote dankbaarheid verschuldigd. Maar wel om een wat merkwaardige reden. Luijters inspireerde Jeroen Brouwers namelijk tot een van diens meest bevlogen scheldpartijen ooit. Dit pamflet, met de titel ‘De nieuwe revisor’, is na te lezen in het boek De bierkaai.
Nu was Brouwers’ tirade ooit al aanleiding om een van Luijters’ boeken te gaan lezen. Ik weet nog een titel te hebben gekozen waar indertijd enige ophef over was. Het zou namelijk een sleutelroman zijn, waarin eigenlijk Yvonne Kroonenberg figureerde. Of zo. En vele ontluisterende details bevatten. Of zoiets.
Dat ik naar woorden zoeken moet, maakt al duidelijk dat dit boek heel makkelijk te vergeten was. En zo moet het oordeel over De verdwenen stad ook maar luiden.
Het klinkt misschien raar, maar mede om dit soort boeken ben ik dit boeklog gaan bijhouden. Omdat er nogal wat titels in mijn kasten staan, waarvan me volkomen onduidelijk is hoe die er ooit gekomen zijn, en of ik ze ooit gelezen heb. Iets meer grip daarop, zou prettig zijn.
Brouwers fulmineerde indertijd nogal tegen al die inwisselbare jongetjes in de boeken van Luijters en diens vrienden. En, toeval of niet, ook De verdwenen stad gaat weer voornamelijk over het leven en streven van zo’n alledaags jongetje.
Als tijdsbeeld is het wel prettig hoor, over het leven in Amsterdam tijdens de jaren zestig waarin dat kind man werd. Maar, uit niets bleek me enige noodzaak waarom dit boek zo, op deze manier, geschreven moest worden. Het keuvelt me te veel.
Guus Luijters, De verdwenen stad
158 pagina’s
Uitgeverij L.J. Veen © 1996
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Guus Luijters-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 6 augustus 2006
Dit is het eerste reisboek dat Bryson ooit schreef, en hij maakt er een opvallende beginnersfout in. Bryson pakte de auto om al die kleine plaatsjes in de VS langs te reizen. Toegegeven, zonder auto had hij daar nooit kunnen komen. Maar het voertuig zelf levert natuurlijk geen verhalen op. Het is een duf kamertje dat onveranderd van de ene plek naar de andere gaat.
Autoreizen zijn alleen interessant voor anderen als het ding kapot gaat. Dus als over wegen gereden wordt die de auto niet aankan, of als er een race is.
En, hoewel Bryson duidelijk door de reisboeken van Paul Theroux geïnspireerd is, lukt hem niet wat zijn voorbeeld wel zo natuurlijk lijkt af te gaan. Bryson doet nauwelijks contacten op onderweg; en hij heeft zeker geen boeiende gesprekken in dit boek.
Gaat de reis ook nog door de minst bewoonde staten van de VS.
Op de keper beschouwt, is dit dus bijna een autistisch reisverslag. Maar merkwaardig genoeg werkt het toch. Misschien omdat kleinsteeds Amerika werkelijk zo merkwaardig is. Maar in elk geval doordat Bryson mij regelmatig aan het lachen wist te brengen.
Dat is heel wat waard.
Bill Bryson, The lost continent
Travels in Small-Town America
349 pagina’s
Black Swan © 1999, oorspronkelijk 1989
in: reizen, a-z, humor, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bill Bryson-pagina
dinsdag 8 augustus 2006
Sommige boeken komen op het perfecte moment in iemands leven, en zijn eigenlijk alleen daardoor memorabel. Andere boeken zijn wel perfect en memorabel, alleen niet op het moment van lezen. Hun moment is al geweest, ze zijn te laat, en ach voorgoed te laat.
Dit is zo’n boek dat me ruim tien jaar geleden van groot nut zou zijn geweest. Ook al omdat het hier een leerboek betreft, en ik toendertijd nog wel eens wat van vreemden wilde aannemen. Dat moest toen, ik studeerde op dat moment nog.
En dan gaat het me nog niet eens om Wam de Moor zegt over het recenseren van al de heel verschillende kunstdisciplines die er zijn. Hij geeft tips over het schrijven die voor iedereen van nut zijn, en doet dat ook heel slim; door zonder commentaar voorbeelden van andermans werk te geven en conclusies aan de lezer over te laten.
Dat zijn de beste tips.
Maar voor dit boeklog zijn De Moor’s aanwijzingen dan weer van gener waarde. Hij heeft het over het recenseren van literatuur, en de verschillende benaderingen die daarbij mogelijk zijn. En mij gaat het nu net alleen om welke boeken ik lees. Dondert mij niet of mijn lectuur tot de canon behoort en vele letterkundigen natte dromen bezorgt, of dat die niet meer dan plat vermaak zou zijn.
Ik heb inmiddels genoeg boeken gelezen, en voldoende zelf gepubliceerd, om met enig inzicht te kunnen oordelen of iets deugt of niet. Die eerlijkheid mis ik bij professionele recensenten, en daarom heeft de doorsnee boekenbijlage voor mij alleen nut als wijdlopig overzicht van wat er zoal verschijnt.
Misschien maak ik daarom een fout door hier alleen te bespreken wat ik heb uitgelezen. Er is een taak voor dappere gidsen die met een machete de woeker durven weg te kappen in boekenland. Mij ontbeert daarvoor de kracht.
En leerboeken leiden zelden op tot zulke eigenzin, dat is wel op De Moor’s werk aan te merken.
Wam de Moor, De kunst van het recenseren van kunst
253 pagina’s
Dick Coutinho Bussum © 1993
in: beeldende kunst, boeken over schrijven, leerboeken, a-z, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Wam de Moor-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 10 augustus 2006
Toen ik eerder dit jaar op mijn andere weblog over dat boek van Ies Vuijsje schreef, verwees ik terloops al naar dit werk. Maar dat was niet helemaal eerlijk. Ik kende het alleen van reputatie; had het zelf nooit gelezen.
Was er eindelijk een keer discussie onder historici, wilde ik me nog niet in het debat verdiepen.
Dit komt vooral om de slachtoffercultuur die in Nederland bij de Tweede Wereldoorlog hoort, en mij zo tegenstaat. Die Duitsers waren zo bruut, en wij waren zo machteloos zielig; dat idee. Mijn walging over dat clichématige denken werd deze zomer nog weer bevestigd toen er Nederlanders naar de WK voetbal in Duitsland togen in T-shirts met teksten waarin zij fietsen terugeisten.
Ik ben ook meer geïnteresseerd in wat er alledaags is in het Nederlandse, niet zo zeer wat er gebeurde toen even een paar jaar van alles anders was.
Maar Nanda van der Zee stelt in haar boek de vraag hoe had kan dat in een land zonder virulent antisemitisme, met een bevolking die grotendeels tegen het nationaal-socialisme was, toch driekwart van de Joodse bevolking kon worden uitgemoord. En daarmee had ze me toch te pakken.
Vervolgens laat ze zien dat bestaande verklaringen niet voldoen, eerder een verklaring belemmeren, en dat ze daarom wel eigen onderzoek moest doen. Daarmee werd me ook duidelijk waarom ze zoveel weerstand had opgeroepen.
Over de oorzaken voor de massale dood die zij tenslotte geeft, heb ik verder niet zo’n mening. Het is al moeilijk genoeg om te beschreven wat er precies gebeurde. Met speculaties wat er gebeurd had kunnen zijn als er andere beslissingen waren genomen, wordt de loop van de geschiedenis niet veranderd.
Dus vind ik dit boek belangrijker om hoe het de blinde vlekken toont in eerdere onderzoeken, dan om de verklaringen die het biedt. Maar dat is al heel wat.
Nanda van der Zee, Om erger te voorkomen
De voorgeschiedenis en uitvoering van
de vernietiging van het Nederlandse jodendom
tijdens de Twede Wereldoorlog
288 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 2003, oorspronkelijk 1997
in: typisch hollands, recht, a-z, geschiedenis
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nanda van der Zee-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 11 augustus 2006
Milo Manara is vooral bekend om zijn licht-pornografische boeken, waarin het verhaal slechts dient om de vrouwelijke personages erin bloot te krijgen. Toch heeft hij ook het respect van serieuze stripliefhebbers. Dat komt door de reeks Guiseppe Bergman-verhalen, waarvan dit ooit het eerste deel was.
Ik kende stukken van dit boek al, van lang geleden. Om éen of andere reden had de openbare bibliotheek in dat dorpje waar ik woonde indertijd een abonnement op het stripblad Wordt vervolgd; de vertaalde editie van het prestigieuze Franse blad A Suivre.
Prestigieus schrijf ik, maar net nog stond er pretentieus. Het scheelt een paar letters maar, en soms ook nog wat levenservaring.
Toen begreep ik niet veel van de Bergman-verhalen. Wie was die HP bijvoorbeeld? Ja, Hugo Pratt. Dat was ook een tekenaar, zo veel wist ook nog wel. Van de Corto Maltese-verhalen, die me ook al zo onbegrijpelijk voorkwamen. Er gebeurde niets in.
Goed. In die dagen zonder internet, waarin nog niet zo veel informatie heel makkelijk te verkrijgen was, kon ik nog hopen er later misschien meer van te snappen. Als ik groot zou zijn.
Nu ik groot ben, is die hoop op meer begrip vervlogen. Ik moet de wereld zoals die tot mij komt wel indelen volgens mijn beperkte kennis. Al zijn sommige dingen me inmiddels wel wat duidelijker geworden. Manara heeft in een paar boeken samengewerkt met Hugo Pratt, die bovendien door velen als een wegbereider wordt gezien voor acceptatie van het literaire stripverhaal. Het optreden van die HP als almachtig personage in dit boek is een hommage.
Maar nog steeds blijft dit verhaal onbegrijpelijk. De hoofdpersoon Guiseppe Bergman wil avonturen beleven, en beleeft die dan ook. Het verhaal maakt nogal rare sprongen, omdat het magisch-realistisch is, zoals ik dat inmiddels noem.
Ook is het behoorlijk pretentieus in zijn onbegrijpelijkheid, en lijkt het me daarom speciaal toegesneden op de Franse markt.
Blijft eigenlijk alleen de tekenkunst over, die me aanmerkelijk beter bevalt als het werk in Manara’s pornoboekjes. Vooral omdat kleur ontbreekt, en hij alles met zwarte lijn en arcering moet doen.
wordt vervolgd
Milo Manara, The Great Adventure
HP and Guiseppe Bergman
110 pagina’s
Catalan Communications © 1988
in: a-z, vertaald, strips/graphic novels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Milo Manara-pagina
zaterdag 12 augustus 2006
Kureishi had nogal wat meer met dit boek kunnen zeggen dan hem lukte, nu ik erover nadenk.
Zo doet hij een poging om uit te leggen wat er gebeurt als mensen een aloude wens kan uitvoeren. De wens om van alles nog eens over te doen, maar dan beter. Met de kennis van later erbij.
De hoofdpersoon in dit boek krijgt namelijk op gevorderde leeftijd de kans een jonger lichaam over te nemen. Weliswaar wordt gewaarschuwd dat het een ingewikkelde operatie is, maar ach, in fictie kan alles.
Alleen met dit gegeven al creëerde Kureishi de ruimte om steekhoudende dingen te zeggen over de verschillen tussen ouderdom en jeugd, over de kansen vroeger en nu.
Die mogelijkheid neemt hij niet.
Had hij dat wel gedaan, was dit boek misschien nog iets aan geweest. Nu was er te veel aanleiding om me aan alle onwaarschijnlijkheden te ergeren. Kureishi eerbiedigt namelijk nog het idee dat lichaam en geest absoluut gescheiden zijn; dat het overplanten van de hersenen kan, en lichamen eenvoudig om te wisselen zijn.
Nu weet ik bijna zeker dat dit onmogelijk is, maar was ik misschien nog wel bereid geweest de mogelijkheid te accepteren als Kureishi me een paar dingen beter had verklaard. Bijvoorbeeld hoe het kan dat na die ingrijpende operatie om van lichaam te veranderen er helemaal geen hersteltijd nodig is. Sterker nog, alles werkte blijkbaar meteen perfect, alsof de spieren en gewrichten in dat andere lijf helemaal niet afgericht waren door een ander brein.
En zo valt me wel meer op. Uiteindelijk is het verhaaltje dat Kureishi vertelt ook niet zo heel boeiend. En een boek kan niet deugen, als het me aanzet om na te denken over de domheid van de auteur.
Hanif Kureishi, Het Lichaam
135 pagina’s
Ambo|Anthos uitgevers © 2002
Vertaling van The Body © 2002
in: a-z, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hanif Kureishi-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 13 augustus 2006
Manara speelt wat met Pirandello’s toneelstuk Zes personages op zoek naar een auteur in dit boek. Dat opent op zich perpectieven. Maar waar Pirandello probeerde uit te vinden waar de grenzen liggen van wat iemand met toneel kan zeggen, laat Manara na ook zoiets te proberen met enig elan.
Als hij al grenzen opzoekt, dan die van de film. Er zijn ook wel wat ingrepen van buitenaf in het verhaal. Zo zouden alle verhaallijnen al in een script staan, waarnaar weleens wordt verwezen. Maar zulke verwijzingen komen dan weer niet onverwacht, namelijk alleen als de productie-assistente in beeld verschijnt.
Voor de rest is het een beetje bloot papieren meisje bekijken en bladeren, dit boek. Want, meisjes tekenen kan Manara wel goed. Het verhaal is namelijk weer goeddeels onbegrijpelijk. Dat een groot deel van de hele mensheid collectief zelfmoord pleegt door met graagte in een enorm gat te springen, zal wel een metafoor zijn voor de verwoestende werking van het kapitalisme, of zoiets.
Of misschien zijn het de verdovende drugs, het is tenslotte een rasta die ze tot zelfmoord optrommelt.
Enfin, ik spartel dan misschien nog even om het te willen begrijpen, maar eigenlijk is gegeven volkomen oninteressant.
wordt vervolgd
Milo Manara, An Author in Search of Six Characters
The African Adventures of Guiseppe Bergman. Part 1
72 pagina’s
Catalan Communications © 1989
in: a-z, vertaald, strips/graphic novels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Milo Manara-pagina
maandag 14 augustus 2006
Kreeg Manara in zijn vorige boek een uitgelezen kans om uit te zoeken wat iemand precies met een stripverhaal kan zeggen, grijpt hij die mogelijkheid in dit boek pas aan.
Ik heb de schurft aan postmodernistische vertellingen of het ingrijpen van de auteur in een verhaal, maar bij uitzondering werken veel van die trucs in dit album nu een keer wel. Dat komt mede omdat Manara ineens begrijpt niet altijd aan zijn realistische lijntekeningen te hoeven vasthouden.
In passages die daartoe de mogelijkheid bieden, leent hij de tekenstijl ineens bij grote voorgangers in de stripwereld en de beeldende kunst. Maar het mooie is dat het als vanzelf spreekt dat Manara voor een flashback ineens een Aubrey Beardsley doet.
Alleen ontspoort het verhaal natuurlijk weer in pretentieus gedoe na een redelijk begin.
wordt vervolgd
Milo Manara, Dies Irae
The African Adventures of Guiseppe Bergman. Part 2
84 pagina’s
Catalan Communications © 1990
in: a-z, vertaald, strips/graphic novels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Milo Manara-pagina
dinsdag 15 augustus 2006
Voor een reisboek is dit een wat merkwaardig exemplaar. Bryson wisselt het verslag van de tochtjes die hij kriskras ondernam, namelijk af met herinneringen aan eerdere periodes van zijn leven in Groot-Brittannië.
Maar die memoires maken dit wel een boek dat mee veel langer zal blijblijven dan het gemiddelde reisverhaal.
Zo weet Bryson met éen anecdote over zijn tijd als journalist mij voor altijd uit te leggen wat het betekend heeft dat de vakbondsleden lang niet ontslagen konden worden. Redacties waren toen nog afhankelijk van nieuws dat per telex binnenkwam. Maar de telex mocht alleen bediend worden door een vakbondslid, die dat enkel deed wanneer het hem beliefde, en sommige journalisten ook zijn gunsten weigerde als het zo uitkwam.
Zo kon een harde reorganisatie, waarbij nu juist alle vakbondsleden ontslagen werden, toch opluchting brengen ook.
Aardig aan dit boek is voor mij ook dat Bryson een paar keer flink moppert op A Kingdom by the Sea van Paul Theroux, dat ik ook onlangs nog las. Hoewel hij Theroux hogelijk bewonderd, vindt Bryson een paar dingen vreemd aan diens boek. Zo kost het hem enorme moeite een stukje langs de kust af te leggen dat Theroux nonchalant in een paar regels afdoet.
Verder lukt het Bryson, net als in zijn eerste reisboek trouwens, niet om onderweg nu eens een echt gesprek te voeren met iemand die hij tegenkomt. Terwijl Theroux natuurlijk de ene interessante oude baas na de andere ontboezemingen ontlokt.
Ook valt op, voor wie hun beider boeken naast elkaar legt, dat het openbaar vervoer in Groot-Brittannië in de ruim tien jaar tussen Theroux’s reis en Bryson’s tripjes ernstig in kwaliteit is achteruit gegaan. Bryson kan soms al niet eens meer rechtstreeks van ene grote plaats naar de andere reizen, vijftig kilometer verderop. Als het kan, dan moet dat altijd via een omweg.
Nee, anders dan bij Theroux overvalt me na het lezen van Bryson niet de lust om zelf de Noordzee over te steken voor een vakantie daar. Maar hij weet me dan weer te verzoenen met een verblijf thuis door voor mij de tegenvallers op te vangen die ook zo zeer bij reizen horen.
Bill Bryson, Notes from A Small Island
259 pagina’s
Black Swan © 1996, oorspronkelijk 1995
in: reizen, a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bill Bryson-pagina
donderdag 17 augustus 2006
Van de week zag ik Stephen Fry op de BBC vertellen waarom hij was opgehouden met de kolder van het programma Fry & Laurie. Scherts en parodie is meer iets voor jongere mensen, legde hij uit. De wereld begint er anders uit te zien zodra je de leeftijd krijgt van diegenen die je altijd belachelijk hebt gemaakt.
Omgekeerd vroeg ik me daarom af of diezelfde slijtage ook optreedt als het publiek ouder wordt. Want, daar lijkt het soms nogal op bij mij.
Zo moet ik over Scoop van Evelyn Waugh oordelen dat het boek totaal ongeschikt is om te worden herlezen, anders dan diens Brideshead Revisited.
Wel staan er twee dingen in Scoop die iedereen moet weten.
Het eerste is het zinnetje dat de gezwollen stijl neerzet waarin William Boot zijn rubriek schrijft over het leven op het land:
Feather-footed through the plashy fen passes the questing vole…
En van nut is verder nog de definitie waarin Waugh voor eeuwig het belang van de journalistiek vaststelde:
News is what a chap who doesn’t care much about anything wants to read. And it’s only news until he’s read it. After that it’s dead.
En daarmee houdt het wel op voor mij. Misschien dat de satire zo bij me aansloeg de eerste keer dat ik voor eeuwig de inhoud van dit boek onthoud, maar herlezen verveelde me. De enorme pretentie van journalisten dat alleen zij de polsslag van de tijd voelen kloppen, is ook geen nieuws voor mij.
Dit bewijst de pers dag in dag uit al.
Zo serieus is zij daarin, dat hun wederwaardigheden alleen daarom soms al grappig zijn. Maar misschien is dat het wel. Dat ik liever lach na even ergens over nagedacht te hebben, dan dat me steeds met kracht verteld wordt dat ik iets heel grappigs meemaak.
Enfin.
Evelyn Waugh, Scoop
A novel about journalists
222 pagina’s
Penguin © 2003, oorspronkelijk 1938
in: a-z, humor, media, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Evelyn Waugh-pagina
zaterdag 19 augustus 2006
Net zoals koks nooit uitgenodigd worden voor een etentje, krijg ik maar zelden boeken cadeau. Hoe zou dat toch komen?
En de boeken die ik krijg, staan meestal jaren ongelezen in de kast. Zoals deze. Het is een cadeautje uit de jaren negentig nog, aan mij geschonken met het idee dat ik vast dol zou zijn op boeken met een wetenschapshistorische achtergrond.
Ik hield het voor een roman, en zette het zonder te kijken meteen maar weg. Er zijn namelijk twee soorten fictie die ik straal negeer. De eerste is het hele genre historische romans. Ik ben historicus, en weet uit ervaring hoe moeilijk het is om het verleden zelfs maar te begrijpen. Laat staan om het recht te doen door het te beschrijven zonder anachronismen in te voeren.
Het tweede type boeken dat ik liever vermijd zijn die waarin de auteur beroemdheden sprekend opvoert.
Nogal wat boeken voldoen aan beide karakteriseringen samen trouwens.
Toen dook schrijfster Dava Sobel in het nieuws op laatst. En daarin werd ze een groot uitlegster genoemd. Dus nu pas begreep ik niet met een historisch romannetje van doen te hebben, maar met non-fictie. Geschiedschrijving misschien zelfs.
Dat nu is wat te veel gezegd. Mevrouw Sobel vertelt op vlotte toon na wat al voor haar werd uitgezocht. Misschien overdrijf ik wat, maar dit leest eerder als een wat lang uitgevallen tijdschriftartikel dan als een boek.
Nu heeft ze wel een mooie geschiedenis gekozen om te vertellen. Het verhaal namelijk over de volharding van de eerzame klokkenmaker John Harrison die als enige geloofde dat met een goede klok de lengtepositie van een schip op zee bepaald kon worden.
De reguliere wetenschap van die tijd zag meer in het bestuderen van de maan, zoals de wetenschapsgeschiedenis telkens weer prachtvoorbeelden biedt van hoe oplossingen van buitenaf genegeerd worden; zeker als die van ambachtslieden komen.
Het verhaal van mevrouw Sobel in dit boek is dan ook een bekend verhaal. Voor mij tenminste. Dat was het zelfs voor het lezen van dit boek al.
Dava Sobel, Longitude
The True Story of a Lone Genius
Who Solved the Greatest Scientific
Problem of his Time
184 pagina’s
Fourth Estate 1996, © oorspronkelijk 1995
in: a-z, geschiedenis, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dava Sobel-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 20 augustus 2006
De verering in Frankrijk voor ‘bande dessinée’ gaat me wat ver. Daar worden sommige stripverhalen gezien als kunst.
Wel kan ik de ambachtelijke kwaliteit bewonderen van het tekenwerk; de grafische vondsten ook. Problemen heb ik bijna altijd met het scenario, als dat meer wil brengen dan de éen-pagina-grap.
Scenaristen hebben volgens mij nog geen vorm weten te bedenken die het medium strip unieke eigen kwaliteiten geeft. Nog wordt er veel ontleend aan de film. Maar film heeft éen eigenschap die de strip nooit heeft gehad, en die is dat filmmakers een tempo kunnen kiezen om sfeer te scheppen dat het publiek maar te volgen heeft.
Misschien ligt de toekomst van de strip daarom wel op de computer, omdat stripmakers dan ineens wel kunnen timen wanneer het volgende beeld te zien is. Of omdat ze dan echte geluidseffecten aan het verhaal kunnen toevoegen…
Ik schrijf deze overwegingen hier alleen op, omdat er meer kan met stripverhalen dan nu gebeurt. En dan bedoel ik puur verteltechnisch.
De reden om dit te denken, is onder meer gelegen in dit album van Manara. Dat komt namelijk al een heel eind in de richting van de door mij vermoede extra mogelijkheden.
Manara weet heel listig van sfeer te veranderen, door een net even andere stijl van tekenen toe te passen op de momenten die er toe doen. Het duidelijkst wordt dit in de fragmenten uit een ridderfilm, die allemaal net even iets gestileerder zijn dan de rest van het verhaal.
Goed, dan zitten er weer wat magisch-realistische elementen in het verhaal. De filmfragmenten met die ridder kunnen alleen op video bekeken worden nabij de plaats waar ze werden opgenomen. Elders bevatten de tapes alleen maar ruis. Enfin.
De conclusie is evenwel simpel. Breng iets goed, en ik vergeet mijn gebruikelijke vooroordelen. Dat geldt voor dit boek dus wel, en voor de albums van Manara die ik de afgelopen week las veel minder.
Milo Manara, Perchance to dream
The Indian Adventures of Guiseppe Bergman
117 pagina’s
Catalan Comunications © 1990
in: a-z, vertaald, strips/graphic novels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Milo Manara-pagina
maandag 21 augustus 2006
Hoe zat het ook alweer met Koerden-leider Öcalan? Opgepakt in Kenia door de Turkse geheime dienst werd hij, om in Istanbul een showproces te krijgen. Maar is die rechtszaak er ooit geweest?
De inmiddels onmisbare Wikipedia leert me dat hij tot de dood is veroordeeld, maar dat Turkije de doodstraf heeft afgeschaft voor dat vonnis ten uitvoer kon worden gebracht. Hij leeft dus nog.
Had ik dat kunnen weten?
O, vast. Maar Turkije is ver weg, in sommige opzichten. Evenmin heb ik een goed beeld van wie de omringende landen daar besturen, en welke georganiseerde weerstand er tegen is.
Advocate Britta Böhler slaagde er even in om die veilige onverschilligheid te doorbreken, met dit boek. Omdat ze invoelbaar maakte wat het betekent als een land iemand tot terrorist verklaart, en daar vervolgens door bijna niemand vragen bij worden gesteld.
Nelson Mandela werd tot vlak voor zijn vrijlating van Robbeneiland door Margaret Thatcher ook nog een terroristenleider genoemd.
Nu waagt Böhler zich verder niet aan een oordeel over de daden van Öcalan’s PKK, zij stelt zich op het simpele standpunt dat iedere verdachte een zo goed mogelijk verdediging verdient. Vervolgens toont dit boek hoe moeilijk advocaten het krijgen als hun cliënt door regeringen als een onmens wordt gezien.
Landen zijn heel makkelijk bereid hun eigen wetten te negeren, als het recht ineens politiek wordt. Ook Nederland is niet heilig in die zin. Het verbood Öcalan om binnen te komen, waarmee het wel heel makkelijk de eigen regels voor politiek asiel schond.
Nu schreef Böhler haar boek voor 9/11, in een relatief kalmere wereld. Toch ben ik geneigd dit werk vooral te zien als een waarschuwing voor wat ons te wachten staat nu de hysterie over het terrorisme ongekende pieken bereikt, en Oosters uitziende mannen met baarden maar beter niet meer kunnen gaan vliegen. Mevrouw Böhler heeft me een paar inzichten geboden die me helpen om beter te kijken naar hoe overheden handelen in tijden van crisis.
Dat ze geen schrijver is, zij haar verder vergeven.
Britta Böhler, De zwerftocht van een leider
Achter de schermen van de zaak Öcalan
250 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2000
in: recht, a-z, politiek
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Britta Böhler-pagina
woensdag 23 augustus 2006
Het is aan de lichte kant wat ik allemaal lees deze zomer. Niet dat mij dit iets interesseert, maar ik meld het zelf maar even. Om klachten voor te zijn.
Toch zijn thrillers, zoals deze, eigenlijk helemaal niet licht. Ze gaan over het slechtste in de mens, of de corruptie van de boven-ons-gestelden. Historici schrijven over precies dezelfde onderwerpen, en die krijgen nooit het verwijt makkelijk te willen scoren. Of enkel maar vermaak te bieden.
Ian Rankin is de meest verkochte thrillerschrijver van het moment in Groot-Brittannië. Hij won al een life-time-achievement award, en er zal deze winter in Nederland een TV-serie naar zijn werk worden uitgezonden. Succes en waardering zijn er alom. Maar ik zal niet snel meer een boek van hem lezen.
Dat heeft minder met Rankin te maken dan met mij.
Ik verlang namelijk toch iets van mijn lichte leeswerk. Noem het onderdompeling, noem identificatie met enkele personages.
Aardig aan de boeken van Sjöwall & Wahlöö die ik onlangs las, was voor mij niet het meemaken van de misdaad daarin, maar iets anders. Het onderlinge contact tussen die mensen van de rijksmoordbrigade misschien. Of dat ook duidelijk werd hoeveel domme routine er in dat politiewerk zit.
Rankin bood mij dat allemaal niet in dit boek. Misschien omdat zijn hoofdpersoon ditmaal dienst moest doen in een vreemde stad.
Ik vond dit boek ook te dik, juist doordat er niets was dat me meesleepte. Houd ik ook al niet zo van verhalen over seriemoordenaars, terwijl er in dit boek eentje moet worden opgespoord.
Het is moeilijk uit te leggen waardoor Hand & Tand me nu precies onverschillig liet. Maar er was geen moment uitstel van ongeloof. Ik zag hoe het verhaal werd opgebouwd, en welke elementen wanneer werden ingebracht. Dat was allemaal best knap gedaan, daar niet van. Maar het moet me niet al tijdens het lezen opvallen.
Ian Rankin, Hand & Tand
256 pagina’s
Uitgeverij Luitingh - Sijthoff © 2000
Vertaling van Tooth & Nail © 1992
in: a-z, spannend, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ian Rankin-pagina
donderdag 24 augustus 2006
Ietsje meer nog dan de inhoud van deze bloemlezing, intrigeerde me dat die is uitgegeven bij de Bezige Bij. Komrij’s Dikke, maar ook zijn Dunne, en die Afrikaanse poëziebloemlezing zijn bij Bert Bakker uitgebracht.
Komrij geeft zijn zelfgeschreven boeken op dit moment wel uit bij De Bezige. Vanzelf dat daar wat gemopperd is dat een concurrent toch wel erg leuke omzetjes maakt met al die gedichies.
Is de dood ook een leuk themaatje voor een boekje, want nogal vaak bezongen?
Makkelijke handel. Toch.
Neemt niet weg dat Komrij altijd een goede hand van kiezen heeft, en dat vormvaste verzen uit de negentiende eeuw vaak genoeg worden afgewisseld met later werk om een luchtige bundel op te leveren. Ondanks het thema.
Maar de dood in taal blijft een abstractie, hoe fraai de woorden ook gerangschikt staan. Emotie gaat pas woelen als er iets beschreven staat dat het eigen leven raakt.
Het zegt vast niet veel goeds over mij dat een cabarettekst van Jeroen van Merwijk het best is bijgebleven, uit wat ik in de loop van gisteren en vandaag allemaal las.
Veel is het niet
Je wordt geboren, je staat op
Leert lopen, groeit als kool
Je propt je vol met zoute drop
Dan vijftien jaar naar school
Veel is het niet
Dan naar de universiteit
Daarna een dikke baan
Je krijgt een vrouw, die raak je kwijt
Ze bieden je iets dikkers aan
Veel is het niet
Je komt steeds hogerop
Ze weten wie je bent
Je krijgt een dikke kop
Dan word je impotent
Veel is het niet
Dan word je ziek met een dieet
Je krijgt een afscheidsfeest
Dan ga je dood
En iedereen vergeet dat jij er bent geweest
Veel is het niet
Jeroen van Merwijk
Gerrit Komrij, Lang leve de dood
Een bloemlezing in honderd en enige gedichten
206 pagina’s
Uitgeverij de Bezige Bij © 2003
in: a-z, poëzie, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerrit Komrij-pagina
vrijdag 25 augustus 2006
Raar, hoe het soms gaat met het volgen van schrijvers. Van Springer las ik alles tot hij het boekenweekgeschenk schreef, in 1990. Daarna kan ik me niet heugen nog een boek van hem aangeraakt te hebben. Tot nu.
Niet dat het boekenweekgeschenk slecht was, overigens.
Deze hernieuwde kennismaking beviel me niet zo. Maar pas nu, bij het schrijven van deze woorden, is me duidelijk waarom. De gladde paal van de macht was éen van Springer’s eerste boeken, en dat had ik niet door. Wel viel me op dat hij de laconieke onderkoeldheid miste, die me zo aantrok in zijn andere boeken. Ook mist dit boek de helderheid van het latere werk.
Nu past enige troebelheid in de vertelling wel weer bij het onderwerp. Springer is de alwetende verteller die de coup beschrijft op een onbetekenend eilandenrijk ergens ver weg; in Oceanië waarschijnlijk.
Ik herinner me dat Springer als ambtenaar in Nieuw-Guinea heeft gewerkt, en dat heeft invloed op de details in zijn verhaal. Al zijn de inheemse stammen op de eilandjes wel allemaal blank, en is hun herkomst niet helemaal duidelijk.
Dit boek had wel een paar aardige momenten. Ik vond het mooi hoe beschreven werd hoe na de coup centrale rechtspraak werd ingevoerd, en het even duurde voor de rechters maat wisten te houden in de straffen die ze oplegden.
Toch valt me zelfs in die beschrijvingen op dat Springer vasthoudt aan een hem bekend wereldbeeld. Bijna overal ter wereld oordelen jury’s over schuldig of niet. Alleen toevallig in Nederland niet, en in het eilandenstaatje dat hij beschrijft.
F. Springer, De gladde paal van de macht
Een politieke legende
110 pagina’s
Uitgeverij Querido © 1990, oorspronkelijk 1969
in: a-z, politiek, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de F. Springer-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zaterdag 26 augustus 2006
Schreef ik eerder deze week wat een hekel te hebben aan boeken over seriemoordenaars, is dit er toch weer éen. En dan ook nog éen die wel te verteren was.
Misschien moet ik mijn afkeer wat preciezer formuleren. Het lijkt me dat de verhouding tussen het aantal werkelijke seriemoordenaars en de aandacht voor hen in de populaire cultuur nogal scheef zit. Iemand opvoeren die dwangmatig mensen vermoord, is blijkbaar makkelijk scoren. Huiver gegarandeerd. Laat hem nog mensenvlees eten ook, en het is helemaal genieten.
Kjærstad doet geen poging makkelijk te scoren. De seriemoordenaar is bij hem het personage dat het verhaal vertelt, in de ik-vorm ook nog.
Prachtig wrang is daardoor hoe die moordenaar telkens in de krant leest hoe het politieonderzoek vordert. En helemaal een vondst is dat hij op een gegeven moment de politie helpen gaat, vanwege zijn kwaliteiten als data-analist. Vanaf dan wordt het boek onweerstaanbaar.
Maar helaas komt die overstap naar de politie pas na tweehonderd pagina’s, en is die innerlijke monoloog tot dan toe wat aan de langdradige kant.
Ik had ook sterke associaties met andere schrijvers tijdens het lezen. Kjærstad gelijkt een Houellebecq bijvoorbeeld, maar dan veel minder van kijk mij hier toch eens shockerend zijn. En ook de vroege Peter Handke had zo’n afstandelijke toon.
Jan Kjærstad, Rand
301 pagina’s
Uitgeverij De Geus © 1999
Vertaling uit het Noors van Rand © 1990
in: a-z, spannend, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jan Kjærstad-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 27 augustus 2006
Ik herlas dit boekje om twee redenen. De meest directe aanleiding was om na te gaan of de associaties wel klopten die opkwamen bij het lezen van Kjærstad’s boek Rand. En mijn herinnering bedroog me hier niet.
Ook wilde ik weten of dit boek werkelijk zo saai was als ik het mij herinner. Bij dikkere boeken geloof ik mijn oorspronkelijke oordeel dan meestal wel. Dunnetjes als deze kunnen makkelijk nog eens geprobeerd.
Maar mij viel weer op dat het bij Handke’s werk raak of mis is. Of er komt iets in voor dat me meesleept, en dan werd zo’n boek een favoriet. Of de tekst sluit me meteen al buiten, om nooit ergens een opening te bieden, en dan is het lezen een lijden.
Vergeten was ik dat Handke een alleswetende, maar kille registrator is in dit boek. Die positie werd bij het lezen vrij irritant. Zijn schrijven doet me daarom ook wat onhandig gedateerd aan; het lijkt een stijltje van toen even ooit, ja. Want, afwijken van de traditionele verteltechnieken is éen ding, miskennen dat in de traditie ook eeuwen ervaring ligt opgesloten, is iets anders.
Alles krijgt in Handke’s registratie evenveel lading mee. Van de beslissing van amateur-doelman Bloch om vrouw en kind te verlaten, tot wat hij eet. Van die moord, tot het stof dat hij ziet onder een bord met opgeprikte vlinders. Dat kan, maar lijkt al gauw een trucje.
Die Angst des Tormanns beim Elfmeter is wel een ijzersterke titel. Maar ook de enige reden om het bestaan van dit boek te onthouden.
Peter Handke, De angst van de doelman voor de strafschop
94 pagina’s
A.W. Bruna & Zoon © 1977
Vertaling van Die Angst des Tormanns beim Elfmeter © 1970
in: a-z, Deutsch [& übersetzt]
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter Handke-pagina
maandag 28 augustus 2006
Van die hele reeks toegankelijke filosofieboekjes had ik deze nog opgespaard. Voor de vakantie. Om het lekker. Omdat ik tijdens mijn scholing toevallig veel over het onderwerp wetenschap en kennis heb moeten nadenken, en denk er iets vanaf te weten. Zo ik iets weet.
Maar ik had van alles verwacht, behalve het boek dat dit uiteindelijk bleek te zijn. Misschien dat mijn wantrouwen makkelijk gewekt wordt, sinds mensen als de blij-gelovige Cees Dekker serieus worden genomen als denker over wetenschap. Maar Ridley lijkt wel een vriendje van Dekker te zijn. Het enige wat hij in dit boek nalaat, is om de consequentie van zijn gedachten te verwoorden; en God de schepper de verklaring voor alles te laten zijn.
Ridley beschrijft de wetenschap door aan te geven wat er allemaal niet zaligmakend is aan de gebruikelijke methoden om kennis te verwerven. In die twijfel staat hij lang niet alleen, daar zijn hele scholen aan filosofen mee bezig geweest, maar toch slaagt de schrijver erin geen van zijn voorgangers te noemen.
Evenmin toont Ridley enige kennis over wat er zoal aan discussies is geweest in de twintigste eeuw over wetenschapsfilosofie. Wel blinkt hij uit in het schetsen van de problemen waar de Natuurkunde voor staat.
Mijnheer is dan ook fysicus.
Niet dat hij daarmee voor mij meteen een beunhaas wordt, maar het verklaart wel veel. Het gebrek aan overzicht bijvoorbeeld.
B.K. Ridley, Wetenschap
251 pagina’s
Routledge © 2002
Vertaling van On Science © 2001
in: a-z, kennis, vertaald, filosofie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de B.K. Ridley-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 29 augustus 2006
eerder in deze reeks
Dit is de derde keer al deze zomer dat ik hetzelfde boek bespreek, maar opnieuw las ik een andere bewerking. En deze is me waarschijnlijk het liefst. Al zie ik tegelijkertijd de beperkingen van deze Engelse versie wel.
Karel van het Reve signaleerde indertijd dat de kwaliteit van vertalingen naar het Engels nogal eens tegenvalt. Er wordt niet zelden van alles weggelaten, of versimpeld. ‘Doing a job for Reader’s Digest’, zo vatte hij dit verschijnsel samen.
Tegelijkertijd heeft het Engels wel als nadeel dat er veel minder afgewisseld kan worden tussen met passieve en actieve zinsconstructies dan in veel andere talen gewoon is. Dat is ook éen van de basisfouten die Nederlanders altijd maken, als ze in die taal moeten schrijven. Weliswaar kiezen ze meestal de juiste Engelse woorden wel, maar wordt vergeten dat in de grammatica andere gewoonten gelden. Daardoor schrijven ze te veel in de lijdende vorm, wat meestal net te plechtig overkomt.
Heel diepgaand is mijn kennis van het Portugees niet. Maar ik denk dat Pessoa zijn alter ego Bernardo Soares in dit boek weleens bewust laat schrijven als de hulpboekhouder die hij is. In die lijdende vorm, met net iets te grote afstandelijkheid, en een iets te formele stijfheid in de formulering.
Valt het des te meer op, als hij daar van afwijkt.
En juist die subtiele kleuring gaat heel makkelijk bij het vertalen verloren. Volgens mij is Pessoa veel meer hulpboekhouder in de Duitse vertaling, Das Buch der Unruhe, dan in alle andere vertalingen.
In het Engels wordt alles zonder meer actiever, al was het maar door de afkeer van passieve vormen in die taal, en dat heeft een verfrissende uitwerking op het boek. Want, het is misschien maar goed dat het Livro dos Desassossego pas in 1982 voor het eerst werd uitgegeven, 47 jaar na het overlijden van de schrijver. Anders hadden de hippies het vast als bijbel geannexeerd. De verheerlijking van de passiviteit, de nadruk op de waarde van dromen boven leven in het boek, is met een gekleurde bril op ook te lezen als een aanmoediging om in de roes te blijven hangen die een verdovend middel brengt.
‘Tune in. Drop out.’
Maar waarom vind ik deze Engelse versie, ondanks de vermoede gebreken, dan verder nog beter als de Nederlandse vertaling uit 1990? Of die uit 2006?
Dat komt door de keuze van de fragmenten.
Terwijl vertaler Alfred Mac Adam zich op dezelfde oerversie baseert als Harrie Lemmens in 1990 deed, missen in die eerste Nederlandse vertaling heel wat stukken die voor mij tot het mooiste behoren van wat Pessoa ooit schreef. Neem nu dit fragment:
We commonly give the color of our notions of the known to our ideas of the unknown: we call sleep death because it outwardly resembles sleeping; if we call death a new life it’s because it seems like something different from life. Out of a few misunderstandings with reality we construct beliefs and hopes, and we live on the crusts, which we call bread, just like poor children who play at being happy. [24]
Dit ontbreekt in de 1990-versie.
En misschien heeft de 2006-editie dat tekstfragment wel, maar daarin zijn alle onderdelen weer herschikt in een ongelukkige chronologische volgorde, zoals ik eerder beschreef. Lemmens laat zijn herziene vertaling dan eindigen met:
Morgen zal ook ik - mijn ziel die voelt en denkt, het heelal dat ik voor mijzelf ben - ja, morgen zal ook ik iemand zijn die niet meer door deze straten loopt en die vagelijk door anderen in herinnering zal worden geroepen met de vraag ‘Wat zou er van hem geworden zijn?’ En alles wat ik doe, alles wat ik voel, alles wat ik beleef, zal niet meer zijn dan een voorbijganger minder in de alledaagsheid van de straten van een of andere stad. [497]
Waarop nog een hele hoop bijlagen volgen.
Dat is een einde. Misschien is het zelfs wel helemaal geen slecht einde. Maar fijn aan de 1990-versie was dat die een van de mooiste slotakkoorden heeft die ik ken. Al laat Lemmens zelfs dat boek er niet mee eindigen. Hij koos voor de frase:
… O Lissabon, mijn thuis.
Terwijl het fragment daarvoor luidt:
Ik heb op dit moment zoveel fundamentele gedachten, zoveel waarachtig metafysische dingen te zeggen, dat ik opeens moe word en besluit niet meer te schrijven, niet meer te denken, maar toe te laten dat de koorts van het uitdrukken me slaap geeft en ik met gesloten ogen al wat ik zou kunnen hebben gezegd aai als een kat. [349]
De Engelstalige versie van Mac Adam eindigt wel met die woorden:
I have at this moment so many fundamental thoughts, so many truly metaphysical things to say, that I suddenly get tired and decide not to write any more, not to think any more, but to allow the fever of speaking to make me sleepy, and with my eyes closed, like a cat, I play with everything I could have said. [270]
En typisch genoeg, omdat in het Engels dat ’strelen’ zo ongelukkig wordt vervangen door ’spelen’, vind ik de Duitse vertaling misschien nog wel het mooist. Ook vanwege de stameling die erin zit.
In diesem Augenblick kommen mir so viele fundamentale Gedanken, so viele wahrhaft metaphysische Dinge möchte ich mitteilen, daß ich auf einmal müde werde und die Entscheidung fälle, nicht weiterzuschreiben, nicht weiterzudenken, sondern geschehen zu lassen, daß mir Ausdrucksfieber Schlaf schenkt und ich mit geschlossenen Augen all das, was ich gesagt haben könnte, wie eine Katze streichele. [295]
Moet de voorlopige conclusie misschien toch zijn dat ik ook de Duitse vertaling nog eens dien te herlezen.
Fernando Pessoa, The Book of Disquiet
Composed by Bernardo Soares,
Assistant Bookkeeper in
The City of Lisbon
276 pagina’s
Exact Change © 1998
Vertaling Alfred Mac Adam © 1991
in: a-z, aanbevolen 2006, vertaald, [auto]biografisch, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Fernando Pessoa-pagina
woensdag 30 augustus 2006
Als ik Alice Munro blijf lezen in een voor mij aangenaam tempo, duurt het nog maar een kleine twee jaar voor me al haar verhalen onder ogen zijn gekomen. Dat lijkt misschien een redelijk lange tijd, maar is natuurlijk oneindig kort gerekend naar de tijd die ik nog hoop te leven. Al snel houdt het op. Daarna is alle Munro lezen beperkt tot het ook heel prettige, maar vooral zo bevestigende herlezen.
Misschien moest ik het lezen van al haar boeken dan maar uitstellen.
Ze schrijft zo goed, alleen.
Dus kan ik het niet laten om zo af en toe, diep in de stilte van de avond me aan een verhaal van haar te laven. Bij wijze van tractatie. Als was het een glas te dure cognac, voor speciale gelegenheden.
In The Moons of Jupiter staat het verhaal waardoor ik kennis maakte met het werk van Munro; een van de afleveringen van ‘Chaddeleys and Flemings’. Vraag me niet om het na te vertellen en daarbij aan te geven wat er zo goed aan was. Het ging om de herinneringen van een vrouw aan haar merkwaardige tantes, en ook weer helemaal niet. Dat verhaal sloeg toen al zo in, dat die hele verzamelbundel met het beste proza van een jaar in mijn herinnering verschrompeld is tot die ene paar bladzijden.
Nu mocht ik de rest lezen, in de omgeving waar het verhaal thuis hoort. En het was goed.
Ze verzwijgt zo mooi.
Alice Munro, The Moons of Jupiter
233 pagina’s
Vintage © 2004, oorspronkelijk 1982
in: a-z, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alice Munro-pagina