Inhoud september 2006:

E.B. White · One Man’s Meat

Fernando Pessoa · Ode van de zee

Paul de Wispelaere · En de liefste dingen nog verder

H.C. Andersen · Nooit rijk, nooit tevreden, nooit verliefd

Lolle Nauta · Factor van de kleine c

bij exclusief nr. 01 / vanaf 7 september 2006

Gillis Dorleijn red. · 100 beste gedichten van 2002

Jaap van Heerden · Wees blij dat het leven geen zin heeft

W.A. Wagenaar · Vincent plast op de grond

H.F.M. Crombag ea · Dubieuze zaken

Ikea® 2007

Paul F. van der Heijden · Recht in de ramsj

Dick Francis · Shattered

Dick Francis · To the Hilt

Jeanne Doomen · Hollende kleurling

Dick Francis · Dead Cert

Dick Francis · Risk

F.B. Hotz · Voetnoot

Geert van Istendael · Alle uitbarstingen

Mark Jenkins · Op de pedalen

Merel Roze · Fantastica

Jan Jacobs · Kennismachine

Reid, Geleijnse & Van Tol · Fokke & Sukke 6 | 7 | 8

Ian Stewart · Nature’s Numbers

Herman Vuijsje · Pelgrim zonder God

Jaap van Heerden · Vreemde in de blik van Jean-Paul Sartre

Hanco Kolk · Retraite

Harry G.M. Prick · Andere Boudewijn Büch

E.B. White · One Man’s Meat

Het geheime doel van dit boeklog is om er achter te komen wat mijn vooroordelen zijn bij het lezen. En dit boek confronteerde me weer hard met éen.

Ik lees liever geen grappig bedoelde boeken over mensen die iets gaan doen dat ze helemaal niet kunnen. Dat onderwerp wordt me al te vaak misbruikt, in Nederlandse columnpjes bijvoorbeeld.

Maar altijd heb ik gedacht dat dit zo’n boek zou zijn. De New Yorkse auteur E.B. White gaat keuterboeren in Maine, en schrijft daar wat over. Hoe boeiend kon dat zijn?

Negeerde ik voor het gemak even dat White zo’n goede schrijver is, dat het niet uitmaakt waarover hij iets op papier zet.

Enfin.

Mijn vooroordeel bracht wel als geluk mee nog een prachtig boek te kunnen lezen, terwijl ik dacht al het goede van hem wel te kennen.

Want, One Man’s Meat gaat maar heel gedeeltelijk over die ene man en zijn boerenbedrijfje. Het boek is zo veel meer. Allereerst biedt het een tijdsbeeld zoals ik nog niet eerder tegenkwam van het dagelijkse leven in de VS, in de tijd van juli 1938 tot december 1942. In die periode wakkerde ook de Wereldoorlog aan. En hoewel dat maar een brand in de verte is, heeft die uiteindelijk zeker zijn weerslag op het leven in een plattelandsgemeenschap.

Dat alleen al maakt het zo’n prachtig boek. Het is die perfecte mix. Het is de afwisseling van zijn persoonlijke belevenissen, vaak gekleurd door de seizoenen, met tal van tijdsgebonden wetenswaardigheden die iedereen verder altijd genegeerd heeft, terwijl op de achtergrond toch ook de loop van de wereldgeschiedenis verandert.

Zo schrijft White ergens over een handleiding voor boeren, en wat er nodig is voor een zichzelf instandhoudend bedrijf. Toen volstond het om een paar bunder land te hebben, drie koeien, en een koppel paarden. En liefst ook nog honderd kippen, zodat de verkoop van eieren en room geld op kon leveren.

Nu hebben mijn voorvaderen ook geboerd, maar pas door White ben ik me gaan afvragen hoe groot hun bedrijven dan waren. Hebben de agro-industriële productiemethodes van dit moment toch ook hun weerslag op hoe ik naar het verleden kijk.

Verder, White is als hij de stukken voor One Man’s Meat schrijft ongeveer van mijn leeftijd. De omslagfoto van het boek, hoe mooi ook, klopt niet. Want die is veel later gemaakt. En ook die leeftijd speelt mee. Rond de veertig is jong genoeg om nog iets heel anders te gaan doen, zoals in dit boek gebeurt. En toch ook is het leeftijd voldoende om al naar de wereld te kijken met de verbazing voortkomend uit ervaring.

Dat helpt allemaal mee aan mijn waardering.

E.B. White, One Man’s Meat
279 pagina’s
Tilbury House © 1997, oorspronkelijk 1944

in: a-z, aanbevolen 2006, [auto]biografisch, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de E.B. White-pagina

Fernando Pessoa · Ode van de zee

Merkwaardig aan Fernando Pessoa blijft dat hij voor mij de man van maar éen boek is. Eén boek, een een stuk of wat gedichten. Hoe de Arbeiderspers tegenwoordig zijn best ook doet om het hele oeuvre uit te geven, de rest wil me maar niet smaken.

Dat ene boek is dan wel weer zo goed, dat ik er verschillende edities van heb.

Maar van deze ode begrijp ik niet dat die door dezelfde man geschreven kan zijn. Toegegeven, de schrijver Fernando Pessoa splitste zich in verschillende andere auteurs, elk met een eigen karakter en doel. Het boek der rusteloosheid werd zogenaamd door de hulpboekhouder Bernardo Soares geschreven. Dit lange gedicht dan weer kwam van ene Álvaro de Campos.

Dat is een sensationist: een ‘Walt Whitman met een Griekse dichter daar weer in’.

Dit betekent dat hij nogal schreeuwt in het eerste gedeelte van de ode over de zee. Hij jankt en snottert in het tweede. Er staan daardoor nogal wat uitroeptekens in de tekst.

Toegegeven, het gedicht was shockerend. Maar zelfs dat is dan nog shockerend voor 1915 in een zuidelijk zwaar Katholiek land.

Het enige dat ik er mee kan, is zo af en toe op gedragen toon een regel oplezen. Of een stuk galmende tekst pakken en mijn ’stem van God’ oefenen.

Fernando Pessoa, Ode van de zee
91 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1981
Vertaling door August Willemsen, van Ode Marítima
Tweetalige uitgave

in: a-z, vertaald, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Fernando Pessoa-pagina

Paul de Wispelaere · En de liefste dingen nog verder

Onlangs bereikte me de vraag of ik nog weleens een echt boek las. Zo’n boek dat helemaal van kaft tot kaft reikt. Niet een bundel essays of verhalen; geen verzameling ditjes-en-datjes of vreemde wetenswaardigheden, maar iets geheel uit éen stuk.

Ik geef onmiddellijk toe, romans lijken nauwelijks voor te komen in mijn dieet. En al helemaal de romans die pretenderen meer te brengen dan genre-fictie. Het lijkt daarom alsof ik wat ben uitgekeken op de litteratuur.

Maar wat de bezoeker van dit boeklog nooit ziet, zijn de boeken die ik verveeld na een half uur ter zijde leg. Toevallig zijn daar wel heel wat romans onder.

De moeilijkheden van het genre worden namelijk nogal onderschat. Veel schrijvers zouden beter tot hun recht komen als ze zich op non-fictie zouden richten. Nogmaals een al overbekend verhaal vertellen, biedt zo weinig.

Neemt niet weg dat ik zo nu en dan wel een roman lees die me weer toont waartoe literaire fictie wel in staat is. Dit boek reikt op momenten zo ver, al is het strikt genomen geen boek dat van kaft tot kaft doorgaat, maar eentje opgebouwd uit fragmenten.

Bovendien stopt De Wispelaere nogal wat autobiografie zijn fictie. De hoofdpersoon uit dit boek gelijkt precies de man uit Het verschroeide alfabet, maar dat waren memoires toen, en dit is een roman.

En de hoofdpersoon van dit boek weet heel spoedig dood te gaan. Ik geef toe dat dit gegeven zo overtuigend werd uitgewerkt dat ik gespeurd heb of De Wispelaere niet inmiddels is overleden.

Maar wat is er dan prettig aan een boek waarin een oude man terugkijkt op zijn leven? Misschien wel het besef dat alles verandert, maar ook veel tijdens het leven hetzelfde blijft.

De troost die de aanwezigheid van vrouwen brengt…

Paul de Wispelaere, En de liefste dingen nog verder
231 pagina’s
Pandora pockets © 1998

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul de Wispelaere-pagina

H.C. Andersen · Nooit rijk, nooit tevreden, nooit verliefd

Dit boek had bijna niet aan de minimumcriteria voldaan om hier behandeld te worden. De opgenomen dagboekfragmenten en brieven zijn meestal te particulier van inhoud en ook niet opmerkelijk genoeg om mij heel erg te boeien.

Dat ik het toch op mijn boeklog opneem, komt door iets anders. Als een boek me niet genoeg bevalt om uit te lezen, probeer ik het tenslotte nog even te scannen op interessante passages. In dit geval wees het register mij er op dat H.C. Andersen in Nederland geweest is, en ook bevriend was met onder meer Charles Dickens.

Maar zelfs dat, hoe aardig ook, maakte dit boek niet memorabel. Pas toen ik me ging afvragen hoe Andersen aan zijn inkomen kwam, werd het dat wel. Dit is waarschijnlijk een hoogst particuliere interesse, omdat ik ooit ben afgestudeerd op een scriptie die over een negentiende-eeuwse uitgever ging.

Auteursrechten bestonden toen nog niet. Uitgevers gaven schrijvers meestal een vergoeding per ingeleverd blad tekst, en streken verder alle winst op de verkochte boeken op.

Hoe kon Andersen dan miljonair zijn geworden? Was hij wel miljonair? Zelfs als zijn sprookjes al tijdens zijn leven overal vertaald werden, zoals uit dit boek blijkt?

Antwoorden heb ik nog niet, maar de speurtocht om dat antwoord voor mijzelf te vinden, is leuk. En dat telt.

Hans Christian Andersen, Nooit rijk, nooit tevreden, nooit verliefd
Een keuze uit zijn
dagboeken en brieven
Bezorgd, vertaald, van
noten en een voorwoord voorzien
door Edith Koenders
275 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, Privé-domein, 1998

in: a-z, vertaald, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de H.C. Andersen-pagina

Lolle Nauta · Factor van de kleine c

Mooi aan filosofische discussies is dat iemand serieus een wetenschappelijk artikel kan publiceren om in te gaan op een wat oude Griek zei, ruim twintig eeuwen geleden.

Een debat heet onder filosofen ook al flitsend als iemand binnen een paar jaar reageert op uitspraken van een collega.

Binnen zo’n kader kan ik hier dus niet stellen dat het inmiddels achterhaald is wat Nauta in dit boek allemaal schrijft over Marx, of het debat over de kruisraketten. Niet direct actueel, moet misschien het eufemisme luiden. Al zal het nog wel even duren voor Marx serieus bestudeerd wordt door mensen die het failliet van het communisme alleen uit de boeken kennen. Maar modes gaan en komen.

Interessant aan deze bundel essays zijn eerder Nauta’s wederwaardigheden over zijn lesgeven in Afrika. Maar voor mij vooral van belang is het eerste essay, getiteld: ‘Achter de zeewering’.

Daarin analyseert Nauta het intellectuele klimaat in Nederland, en trekt hij enkele conclusies die volgens mij nu nog altijd gelden. Ook al zijn we inmiddels ruim twintig jaar verder, en is er bijvoorbeeld in de media nogal wat veranderd.

Samengevat zegt Nauta onder meer: in Nederland heeft zich nooit een retorische traditie kunnen ontwikkelen; het vermogen om taal goed te gebruiken is hier niet gecultiveerd. Dat is nog niet eens provinciaal, maar sub-provinciaal.

En als hier al eens iets aan discours opbloeit, heeft dat de saaie grijze schutkleur van het midden, vanwege een gebrek aan een sterke linkse of rechtse traditie.

Nederland kent verder een sterk geografisch bepaalde arbeidsdeling; politici, zakenlui en kunstenaars zijn hier in de drie verschillende grote steden actief, wat spontane ontmoetingen en daarmee kruisbestuiving in de weg staat. Bovendien zijn onze politici geen kunstenaars, en zeker geen intellectuelen.

Maar zelfs aan de universiteiten zijn intellectuelen zeldzaam, zegt Nauta. Een uitspraak die hij illustreert met de haat die er aan de Rijksuniversiteit Groningen heerste tegen W.F. Hermans, omdat die ook nog weleens verkenningen in romanvorm deed.

Misschien moet ik nu maar eens op zoek naar welke reacties deze snijdende woorden opriepen indertijd.

Meer Lolle Nauta op boeklog

Lolle Nauta, De factor van de kleine c
Essays over
culturele armoede en politiek cultuur
183 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1987

in: a-z, typisch hollands, essays, filosofie, media, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Lolle Nauta-pagina

bij exclusief nr. 01 / vanaf 7 september 2006

Vreest niet. Ik zal hier niet ook nog gaan bespreken wat er zoal aan ongevraagd reclamemateriaal mijn huis binnenkomt via de brievenbus. Al was het maar omdat alles ongelezen bij het oud papier gaat.

Maar zo’n ‘magazine’ als dit is wel interessant voor een keertje. Ten eerste richt het zich exclusief tot BIJcard-houders. En ik heb absoluut geen klantenkaart bij die winkel. Sterker nog, ik kan me niet heugen wanneer ik er persoonlijk voor het laatst iets gekocht heb.

Een afgeprijsd boek misschien, ergens in januari 1990?

Bijna had ik hier geschreven dat de dichtstbijzijnde Bijenkorf minstens 140 kilometer verderop is, wat nogal een eind reizen wordt voor een beetje shoppen. Maar ziet, iets nuttigs levert dit magazine dan toch op. Ik leer eruit dat ook in Groningen tegenwoordig een Bijenkorf staat. Al is dat dan wel in de Herestraat, die ik normaliter vermijd.

En daar zal wel geen verandering in komen.

Dus is de vraag die me intrigeert vooral: wie heeft mijn adres aan die winkel verkocht, waardoor het hen daar ineens interessant leek mij te paaien met glimmende foldertjes? De NS? De Stichting Museumjaarkaart? Het dagblad Trouw? NRC-Handelsblad?

Over de inhoud van het magazine kan ik verder kort zijn. Die is niet voor mij bedoeld. Ik ben geen jonge vrouw, en de jonge vrouwen die ik ken zijn mans genoeg om hun eigen kleding uit te zoeken. Blijven er inhoudelijk misschien net tien pagina’s over. Maar dan nog. Ik zie mijzelf geen overhemden kopen bij De Bijenkorf, en zeker niet voor dat geld.

Een econoom heeft mij net uitgelegd dat de waarde van dure producten niet ligt in de extra kwaliteit, maar in de emotie die zulks oproept.

In elk geval, blij weer eens iets onder ogen te hebben gekregen waardoor ik besef schathemeltjerijk te zijn, door bijna niets te hoeven hebben.

bij exclusief nr. 01 / vanaf 7 september 2006
magazine voor BIJcard-houders

123 pagina’s
de Bijenkorf © 2006

in: a-z, periodieken

[+] zie de gerelateerde titels | 

Gillis Dorleijn red. · 100 beste gedichten van 2002

Internet biedt enorm rijke mogelijkheden om nieuwe poëzie tegen te komen. Sommige dichters hebben eigen websites, en weer anderen specialiseren zich in het uitgebreid bespreken van het werk van collega’s.

Ook lijken er steeds vaker in boekvorm bloemlezingen te verschijnen, zoals deze. Die is zelfs deel van een inmiddels jaarlijkse reeks.

Elke plaats heeft tegenwoordig zijn stads-, dorps- of streekdichter. Poetry slams zijn al bijna even gewoon geworden voor een avondje uit als cabaret.

Alles groeit en bloeit en lijkt te bewegen, en nog altijd kost het mij enorme moeite een Nederlandstalig gedicht tegen te komen dat me werkelijk aanspreekt. Waarin de taal iets zegt dat nog niet eerder op die manier in woorden gevat werd, en dan toch iets bij me raakt.

Twee keer las ik deze bloemlezing, en alleen een gedicht van Ingmar Heytze zei me wat.

Poëzie lezen is nog het best te vergelijken met goudzoeken, waarbij er frustrerend genoeg maar heel soms iets kostbaars in de zeef blijft hangen. Haast valt dat al niet eens op ook, tussen de massa’s valse bling, pretentieuze dros en doffe armoe.

Gillis Dorleijn red., De 100 beste gedichten van 2002
151 pagina’s
Uitgeverij De Arbeidspers © 2003

in: a-z, bundels, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gillis Dorleijn red.-pagina

Jaap van Heerden · Wees blij dat het leven geen zin heeft

Dit boekomslag zal hier de komende tijd nog twee keer langskomen. In deze paperback is namelijk niet slechts éen boek opgenomen, maar zijn dat er drie. En Jaap van Heerden schrijft een veel te geconcentreerd proza om drie van zijn essaybundels in een keer achter elkaar door te kunnen lezen.

Eén deel kost me al meer dan een week.

Wat dat betreft bieden schrijvers als Van Heerden me nu net wel, wat de poëzie zou moeten doen, maar naar mijn mening te zelden lukt. Veel zeggen, in weinig woorden. En mij daarbij verrassen bovendien.

Wees blij dat het leven geen zin heeft begint met het gelijknamige essay. Daarin wordt afgewogen hoe het zou zijn om alle handelingen in een mensenleven af te moeten meten aan de vraag hoe zinvol die zijn. Van Heerden wil zich dit niet hoeven afvragen, en vindt het ook wat onnozel dat toch te doen. We zijn er maar even, en moeten die beperkte tijd dan ook maar zo goed mogelijk benutten. Maar hij verbaast zich tegenwoordig in interviews nog steeds dat de meeste mensen wel zo graag willen dat het leven een zin en een betekenis heeft.

Bovendien.

Alle vernietiging van culturen, en elke ideologisch geïnspireerde terreurhandeling is te herleiden tot lieden die hun zingeving met geweld aan anderen opdrongen. Dat is geen gezelschap om in te willen verkeren.

Om nog maar een bezwaar te noemen.

Jaap van Heerden, Wees blij dat het leven geen zin heeft
143 pagina’s
© 1990
in: Jaap van Heerden, Wees blij dat het leven geen zin heeft
409 pagina’s
Oievaar Pockets, 1996

in: a-z, essays, filosofie, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jaap van Heerden-pagina

W.A. Wagenaar · Vincent plast op de grond

Een boek als dit dwingt me ook om na te denken waar dit boeklog voor staat. Doe ik aan voorlichting, of telt alleen mijn eigen mening hier? Want, Vincent plast op de grond zal voor menigeen nieuwe, en pijnlijke feiten, bevatten, maar voor mijzelf geldt dat veel minder. Wagenaar heeft namelijk vaker over precies dezelfde problemen in het strafrecht geschreven, al dan niet met anderen. Veel indrukwekkender is bijvoorbeeld het boek Dubieuze zaken dat ik hier morgen zal bespreken.

Bovendien vertelde Wagenaar de meeste aardige details uit dit boek al in het radio-interview dat hij gaf aan Theodor Holman. Wie dat beluistert, hoeft dit boek eigenlijk niet meer te lezen om de boodschap mee te krijgen.

Dus, wat hier te schrijven?

Allereerst dan maar dat het geen feest is om dit boek te lezen, tekstueel. Wagenaar wordt in strafzaken vaak opgeroepen als wetenschappelijke deskundige, en moet dan bijvoorbeeld pogen duidelijkheid te geven of getuigen iets kunnen hebben waargenomen of niet. Van zijn bevindingen doet hij dan verslag in een briefrapport. Daarvan schrijft hij er gemiddeld zo’n vijftig per jaar. En elf van die rapporten staan bijna volledig in dit boek.

Nooit gaan die over zaken die al uitgebreid de media hebben gehaald. Maar juist door de alledaagsheid komen de juridische fouten die gemaakt zijn des te harder aan. Terloops worden heel wat levens verwoest, terwijl dat makkelijk voorkomen had kunnen worden als de feiten hadden mogen spreken.

Maar, ook al zijn de zaken geanonimiseerd, en ingeleid zodat de lezer begrijpen kan waarover het gaat, die rapporten staan daar dus wel in al hun dorre zakelijkheid. Bovendien komen dezelfde problemen in de rechtsgang steeds weer terug, zodat dit werk misschien eerder een leerboek is dan een leesboek. Herhaling moet immers, volgens elke onderwijsmethode.

Enfin.

Dus, hoewel Vincent plast op de grond weinig meer is dan een poging iets uitgebreider en populairder te behandelen wat in Dubieuze zaken al veel fundamenteler aan de orde komt, trekt Wagenaar wel genoeg angstwekkende conclusies over het strafrecht om dit een belangwekkend boek te noemen.

Waarom kan in Nederland iemand veroordeeld worden op bewijs van horen zeggen? Waarom krijgen advocaten meestal alleen maar de deskundigenrapporten te lezen, als zij zelf die deskundige hebben ingehuurd? Waar zijn de ‘checks and balances’ in een rechtssysteem waarin het Openbaar Ministerie zich steeds meer ontpopt als partijdige aanklager, in plaats van de neutrale instantie die het zou horen te zijn?

wordt vervolgd

W.A. Wagenaar, Vincent plast op de grond
Nachtmerries in het Nederlands recht
238 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2006

in: leerboeken, typisch hollands, recht, a-z, kennis

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de W.A. Wagenaar-pagina

H.F.M. Crombag ea · Dubieuze zaken

Het is een belangrijke categorie, de boeken die me helpen mijn leven te veranderen. Maar het aantal boeken met zo veel invloed blijft gering. Al was dit er toch zo éen. Deze bespreking zal daarom minder over de inhoud gaan, dan over wat die inhoud met me deed.

Midden jaren negentig verdiende ik bij als rechtbankverslaggever. En vrij plots lukte me dat werk niet meer. Dat kwam enerzijds omdat ik op stukloon werkte, en soms dagen vergeefs in de rechtbank moest doorbrengen zonder dat dit me bruikbare kopij opleverde. Maar ook had ik nogal wat elementaire vragen over wat zich daar voor mijn ogen afspeelde. Vragen die de advocaten en rechters waar ik mee babbelde nooit goed wisten te beantwoorden.

Dit boek deed dat wel, voor een deel. En ook door me af te vragen wat er allemaal niet in Dubieuze zaken staat, trok ik uiteindelijk mijn conclusies.

Een paar maal gebruiken de auteurs in dit boek het woord schandelijk, om aan te geven hoe zij denken over enkele basale missers in strafprocessen; die te vaak optreden om niet op systeemfouten te wijzen.

Ik herinner me nog indertijd gedacht te hebben: maar hun boek gaat nog over simpele, tamelijk eenduidige zaken; hoe vervelend misschien die ook uitpakken voor de betrokkenen. Maar als het op dit eenvoudige niveau in het strafrecht al mis gaat, wat betekent dat dan voor de behandeling van meer ingewikkelde zaken? Wat als er in de rechtszaal nu eens echt meer kennis nodig is dan de vraag welk artikel in Wetboek van Strafrecht overtreden werd?

Het boek Dubieuze zaken laat volgens mij twee dingen zien. De eerste conclusie moet wel luiden dat alle juristerij hier een ‘closed shop’ is. Alleen open voor ingewijden, die het argot hebben leren spreken en de rituelen onderschrijven. En toevallig zijn de mores hier dat de meeste strafzaken afgehandeld worden door de onervaren jongmaatjes op de advocatenkantoren, vanwege niet lucratief genoeg.

De auteurs tonen feilloos aan welke beroepsblindheid door al dit kan optreden. Zelfs in die relatief eenvoudige strafzaken gaat het alle betrokken er meestal meer om of alles van de juiste juridische etiketten is voorzien, dan werkelijk om waarheidsvinding.

Dit geldt helemaal wanneer beroep wordt aangetekend tegen een uitspraak. Tot aan de hoogste rechtsprekende instantie aan toe gaat het er dan alleen om of eerder de juiste procedures zijn gevolgd. Nooit wordt dan het eerste proces overgedaan.

De tweede conclusie is voor mij dat er nauwelijks buitenstaanders zijn, die zo goed ingevoerd zijn dat ze met redenen omklede kritiek op het rechtssysteem kunnen uiten. De auteurs zijn wel zo ervaren. Gisteren beschreef ik hier hoe W.A. Wagenaar gemiddeld zo’n vijftig keer als getuige-deskundige in strafzaken rapport uitbrengt. Maar alleen al dat Wagenaar veertien jaar later een boek kan schrijven, met precies dezelfde klachten als in 1992, laat zien dat kritiek van buiten geen enkel effect heeft.

Ook al is die kritiek heel fundamenteel.

Want, dat blijft de grote kracht van Dubieuze zaken. In dit boek wordt doorgenomen hoe een strafproces verloopt, van het moment dat de politie een melding onderzoekt, tot de uitspraak van een rechter. En daarbij worden dan andere redeneersystemen, uit de psychologie of de logica, afgezet tegen de zo gebruikelijke juridische manier van denken.

Het is dan ook geen eenvoudig boek.

En steeds weer blijkt dat er wel veiligheidsvoorzieningen zijn ingebouwd in het systeem, maar dat die in de praktijk heel simpel genegeerd kunnen worden. Politiemensen spelen bijvoorbeeld nog regelmatig alvast zelf maar voor rechter, terwijl dat hun taak niet is. Wel verzamelen ze bewijs dat voor de schuld van een verdachte pleit, om dan na te laten ook ontkrachtende informatie te toetsen.

Zo’n zelfde verenging van de werkelijkheid vindt plaats als de officier van justitie het pleidooi voor de strafeis opzet.

En tenslotte weet de rechter al tijdens een zitting of een verdachte een strafblad heeft of niet. Iets dat in andere landen niet zo is, omdat daar geoordeeld wordt dat de rechtbank met die kennis niet meer neutraal over iemands onschuld kan oordelen. Daar speelt een strafblad pas mee in de strafmaat, als iemand schuldig wordt verklaard.

Zo is er meer. Veel meer.

Het mag haast een wonder heten dat er in een kleine 90% van de zaken zo weinig twijfel over schuld en schuldige is, dat daarin niets kan misgaan.

H.F.M. Crombag, P.J. van Koppen en W.A. Wagenaar, Dubieuze zaken
De psychologie van het strafrechtelijk bewijs
500 pagina’s
Uitgeverij Olympus © 2005, oorspronkelijk 1992

in: typisch hollands, recht, a-z, aanbevolen 2006, kennis

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de H.F.M. Crombag ea-pagina

Ikea® 2007

Dezelfde database die mij ervan verdacht weleens een klant van De Bijenkorf te kunnen worden, stuurde me ineens ook voor het eerst een Ikea-catalogus toe.

Dat is wat merkwaardig. Ik wist niet dat de beide warenhuizen zich op dezelfde doelgroep of welstandsklassen richten. Of misschien signaleer ik hiermee voor het eerst dat er postmodern databasebeheer bestaat, waarin allerhande stijlelementen op een uniek nieuwe wijze worden gemixt.

Enfin.

Niet dat ik ook maar iets tegen Ikea heb overigens. Anders zou ik nu niet prettig op een Ikea-bureaustoel zitten bij het typen van deze woorden.

Die stoel ontleent zijn zitcomfort volgens mij trouwens in niet geringe mate aan het karton in de zitting. Dat lijkt me toch een onderschat materiaal om meubels van te maken. Karton.

Niet zo duurzaam alleen, misschien.

Ik hoop dat u het mij vergeeft, maar bij het raadplegen van deze catalogus was ik alleen geïnteresseerd in de boekenkasten die het onmogelijke woonwarenhuis uit Zweden te koop aanbiedt. En dat assortiment bleek toch wat beperkt. Samengevat was er keuze uit het type ‘Billy’ in het ene, of toch het een andere soort fineer.

Maar om van de stapels boeken bij mij op de vloer af te komen, zou ik naar kasten toe moeten van een meter of drie hoogte. Billy reikt lang zo hoog niet, al is het misschien wel mogelijk twee halfhoge kasten van een ander model op elkaar te zetten om mijn ideaal te bereiken.

Nee.

Het gaat bij mij thuis allang niet meer om kasten voor mijn boeken, maar ik moet gaan rekenen in hoeveel meters plankruimte er minstens nodig zijn. Bij zulk een planmatig magazijnbeheer biedt een Ikea-catalogus me allang de hulp niet meer.

Ikea® 2007
De prijzen zijn geldig tot 1 augustus 2007

372 pagina’s
Ikea © 2006

in: a-z, periodieken, reference

[+] zie de gerelateerde titels | 

Paul F. van der Heijden · Recht in de ramsj

Ik wilde naast Dubieuze zaken per se ook een boek van een jurist lezen. Die zou mij dan van het idee moeten genezen dat het recht hier een ‘closed shop’ is, waarin een uitverkoren beroepsgroep zelf wel alles bepaalt, maakt niet uit wat logisch is. Maar dit boekje bevestigde dat negatieve oordeel tot op zekere hoogte. Rechtsgeleerde Van der Heijden heeft geen moment kritiek op zijn beroepsbroeders.

Niettemin weet hij aan te tonen dat het recht in Nederland wel degelijk onder een kwalijke invloed staat van buiten, van nauwelijks ingevoerde leken zelfs.

De politici.

Die bedenken niet alleen te veel nieuwe regels, het openbare bestuur handhaaft die regels vervolgens niet, en schendt daarbij zelfs fundamentele rechtsbeginselen. En zeg nu niet dat politiek en openbaar bestuur niet hetzelfde is hier.

De scheiding van de machten werkt in Nederland niet goed meer. Het parlement helpt vooral mee aan het schrijven van al die extra regeltjes, in plaats op te letten of bestaande wetten nog wel kloppen. En is dat op provinciaal of lokaal niveau anders?

Van der Heijden schreef zijn pamflet aan het eind van de jaren negentig, toen Paars nog regeerde. De voorbeelden die hij aanhaalt dateren uit die tijd, en lijken daarmee bijna onschuldig in vergelijking met er allemaal nog komen zou.

Het afbranden van een cellencomplex op Schiphol, bijvoorbeeld? Waarbij alleen al de trend bevestigd werd dat geen bestuurder hier ooit erkennen zal gefaald te hebben? [* update 21 september 2006, uiteindelijk traden hiervoor toch twee bewindslieden af]

Maar Paul van der Heijden’s verhaal maakt nog altijd even duidelijk dat het geen zin heeft erop te vertrouwen dat alleen het instellen van regels de kwaliteit van het openbaar bestuur, of de rechtspraak beter maakt.

Paul F. Van der Heijden, Het recht in de ramsj
Openbaar bestuur op de stoel van de rechter

139 pagina’s
Uitgeverij Balans © 1999

in: typisch hollands, recht, a-z, politiek

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul F. van der Heijden-pagina

Dick Francis · Shattered

Dit was het voorlopig laatste boek van deze schrijver. Maar het gerucht ging dat Francis deze maand voor het eerst in lang weer eens een nieuwe thriller zou uitbrengen. In 2000 stierf zijn vrouw, die de research voor zijn boeken deed. Sindsdien zweeg hij.

Kwade tongen beweren dan ook dat mevrouw Francis de eigenlijke schrijver was.

Heel interessant is dat allemaal niet. Maar de theorie zou wel verklaren waarom enkele van de latere boeken een hoofdpersoon hebben met een beroep dat het ekstergedrag in vrouwen aanwakkert. Deze in dit boek is glasblazer, die ook van die prulletjes voor in huis verkoopt.

Francis zelf dan weer staat erom bekend zo goed te kunnen beschrijven hoe het is om gewond te zijn. Komt nog uit zijn tijd als jockey, toen ook hij wel eens hard op de grond kwam.

Alsof hij die reputatie bevestigen wil, is de hoofdpersoon van dit boek al drie keer in elkaar gemept voor het verhaal echt begint.

Het plot draait uiteindelijk dan over geheimen, op een verdwenen videoband. En goed beschouwd rammelt het verhaal daardoor nogal, want waren die geheimen werkelijk helemaal te reduceren tot die ene videocassette? Had echt elkeen verder helemaal niets onthouden?

Maar goed, dat zijn vragen die zich pas achteraf opdringen. Want zelfs een mindere Francis leest nog altijd te prettig door, om niet ook onwaarschijnlijkheden te verdragen.

Dick Francis, Shattered
295 pagina’s
Pan Books © 2001, oorspronkelijk 2000

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Dick Francis · To the Hilt

Dick Francis heeft iets van veertig thrillers geschreven. En wie die allemaal gelezen heeft, zoals ik, kent dan de denkwereld van de schrijver wel. En zijn trucjes ook.

Francis reed ooit als jockey de paarden van de Queen-mother in races, en iets van een obsessie voor de hogere kringen keert regelmatig in zijn boeken terug. In deze zeker. Waar een man dood gaat omdat zijn eer is aangetast, terwijl hij niet eens zelf verkeerd deed, maar een ondergeschikte die hij vertrouwde.

Bovendien is de hoofdpersoon ook al van oude adel, al doet hij er dan niets aan. Hij is het zwarte schaap van de familie, natuurlijk. Die liever in een hutje op de heide schildert dan echt iets nuttigs met zijn leven te doen. Zoals een bedrijf leiden.

Nu gaat hij dat bedrijf wel leiden, vanwege de eer van die stervende man. En alleen dit al maakt dat delen van het plot bijna identiek zijn aan Francis’ boek Straight, van een paar jaar daarvoor. Maar toevallig was dat een heel goede thriller, en misschien is wel om die reden voor een deel gerecycled hier.

Ik klaag niet. Het is meer dat ik met enige verbazing opsom wat me tijdens het lezen helemaal niet opvalt.

Dick Francis, To the Hilt
393 pagina’s
Pan Books © 1997, oorspronkelijk 1996

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Jeanne Doomen · Hollende kleurling

Dit is een nogal vol boek, omdat het twee zaken samenvoegt. Jeanne Doomen combineert tien themahoofdstukken over begrippen in het strafrecht met een nogal sterk gecondenseerd overzicht van alle jurisprudentie daarover.

Dus, niet alleen de regels geeft ze, maar ook hoe die regels in praktijk zijn uitgelegd.

Ik vraag me alleen wel af voor wie dit boek bedoeld is. Ik neem toch aan dat strafrechtadvocaten een groot deel van de jurisprudentie tijdens hun opleiding behandeld hebben gekregen. Maar misschien is het ook te gebruiken als naslagwerk.

Fascinerend vond ik in elk geval dat Doomen impliciet laat zien hoe het strafrecht in de loop van de twintigste eeuw vorm kreeg. En dan is vooral boeiend hoe sommige definitieve uitspraken van de Hoge Raad later voor iedereen een roepnaam kregen.

Die hollende kleurling uit de titel.
Melk en water;
Pantoffel-eierschedel;
Koperen buis-eiderschedel;
De Tielse boekverkoper
Sosjale Joenit i
Heroïne in dakgoot

Als ik iets op het boek moet aanmerken, dan toch dat het niet uitblinkt in het duiden van trends. Doomen geeft aan hoe rechters dienden te oordelen in 1999, en ook hoe dat komt, maar niet over welke onderwerpen er wanneer plots extra jurisprudentie nodig was.

Zo heeft de Hoge Raad laatst uitgesproken dat bewijs dat ongemerkt door onze geheime diensten verzameld is, in sommige gevallen gebruikt mag worden in een strafproces. Dat komt blijkbaar alleen maar omdat de wet niet was voorbereid op terroristen, die maar beter al tijdens hun planning opgepakt konden worden, voor er ellende komt.

Ook komt bij Doomen een andere recente ontwikkeling er wat bekaaid vanaf. Dat zijn de elementaire fouten bij het Openbaar Ministerie die worden gesignaleerd in boeken als Vincent plast op de grond en Dubieuze zaken. De diepzittende desinteresse bij de officieren van justitie voor ontlastend bewijs, bijvoorbeeld.

Doomen meldt wel dat ene mr. Fred Teeven ooit door de Hoge Raad hardhandig op de vingers is getikt. Die gaf namelijk, als officier van justitie, drie getuigende politieagenten de opdracht bepaalde vragen van het hof tijdens de zitting niet te beantwoorden. Dit werd door de Raad beoordeeld als een bruuskering van de autonomie van de zittingsrechter.

Dezelfde Teeven staat thans nummer vijf op de kieslijst van de VVD voor de verkiezingen in november. En dat lijkt me geen zegen voor het land, gezien zijn zelfs dus in de Nederlandse jurisprudentie vastgelegde drift om ten koste van alles te willen scoren.

Jeanne Doomen, De hollende kleurling
Het Nederlandse strafrecht in tien verhalen
263 pagina’s
Uitgeverij Contact © 1999, 7e herziene editie

in: typisch hollands, recht, a-z, reference

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeanne Doomen-pagina

Dick Francis · Dead Cert

Het was een andere wereld die Francis beschreef in zijn debuut uit 1962. In die zin is de stelling misschien niet gek dat thrillers of detectiveverhalen hun tijd beter vastleggen dan literatuur kan. Omdat de tijd slechts decor is. Niet iets waar een standpunt wordt over ingenomen; met alle vertekeningen die daar kunnen bijhoren.

En voor een goed geschreven thriller maakt het ook niet uit dat taxi’s met mobilofoons nog een nieuwigheid waren. Sterker nog, juist zo’n detail maakt duidelijk waarom de hoofdpersoon niet meteen zijn GSM pakte toen hij in moeilijkheden raakte. De plots van spannende boeken zijn anders nu, en door de progressie van de technologie misschien wel minder.

Wel valt op hoeveel moeite Francis doet om uit te leggen dat zijn hoofdpersoon geen gewone jockey is; niet iemand die opgroeide tussen de mest in de stal en even slim is als de paarden waarop hij rijden moet. Maar goed, hij heeft er toch al een handje van verschillen in de Britse klassenmaatschappij te accentueren.

Toch las ook dit boek weer heel prettig door.

En ik bewonder Francis dat hij heeft aangedurfd om de misschien wel de grootste angst van steeple-chasejockeys te gebruiken voor een verhaal. Niet de vrees dat hun paard na een hindernis kan vallen, maar het idee dat het beest tijdens een race vaak kwetsbaar genoeg is om door een ander ten val te worden gebracht.

Dick Francis, Dead Cert
364 pagina’s
Pan Books © 1999, oorspronkelijk 1962

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Dick Francis · Risk

Interessant aan de thrillers van Francis is hoe die een enorme variaties tonen binnen een toch altijd bekend thema. De lezer weet van tevoren dat paarden en paardenraces een rol gaan spelen. Maar meestal zijn die ook niet meer dan achtergrond voor het eigenlijke verhaal.

Dit boek heet een accountant als hoofdpersoon. En waar Monty Pythons’ indertijd nog legendarische sketches schreef over de onvoorstelbare saaiheid van accountants, laat deze zien dat dit een vooroordeel is. Sterker nog, door Risk ben ik mijzelf dezelfde vraag gaan stellen als al speelde bij die boeken over het strafrecht in Nederland.

Waarom toch altijd en eeuwig die aandacht alleen voor moord en andere eenduidige misdaden? Gebeurt er niets interessanters verkeerds op een grotere schaal?

Terloops wordt in Risk verteld hoe deze accountant ooit onthuld heeft dat een stel projectontwikkelaars een gemeente hele straten met huizen in rekening bracht, die helemaal nooit gebouwd werden.

Omdat elke lezer in zichzelf nog wel een moordenaar vermoedt, maar niet een oplichter op zo groot een schaal?

Meeslepender boek dan dit heeft Francis zelden geschreven. Al krijgt de plot misschien wel iets nogal gezochts achteraf. Maar goed, dan is het boek allang uit na even heel tevreden lezen.

Dick Francis, Risk
314 pagina’s
Pan Books © oorspronkelijk 1977

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

F.B. Hotz · Voetnoot

Is het alweer tijd om Hotz te herlezen? In 1998 verscheen zijn verzamelde werk in twee banden, nadat hij de P.C. Hooftprijs won. Dat maakt het niet heel moeilijk om te dateren wanneer ik hem voor het laatst gelezen heb.

Hotz is éen van de weinige schrijvers die op zo’n manier verhalen in het verleden kan plaatsen, dat de historicus in mij niet ogenblikkelijk protesteert. Integendeel.

Bovendien heeft hij werktuigbouwkunde gestudeerd, net als ik. En hij mislukte daarin, evenals ik. Toch geloof ik dat de manier waarop ingenieurs worden getraind te denken invloed op zijn schrijven heeft gehad. Al was het maar omdat hij het kleine maar tekenende technische detail niet schuwt, waar collega’s zich zo vaak blind tonen voor de wereld aan dingen die hen omringt.

Waar Hotz ook erg goed in was, is sfeer. En mij blijkt bij het herlezen van de novelle De voetnoot dat ik sfeer heel goed onthoud. In tegenstelling tot plot. Thrillertjes als die van Dick Francis zijn straffeloos weer op te pakken, en lijken na tien jaar bijna als nieuw. Met goede literatuur is dat lang niet altijd zo.

Ik herinnerde me te veel van dit verhaal om het onbevangen te herlezen. Al viel me wel weer op hoe weinig de schrijver nodig heeft om van de vrouwelijke hoofdpersoon als raar mens af te schilderen. Door van haar een bijfiguur in het verhaal te maken, bijvoorbeeld.

Prachtig is ook hoe Hotz heel terloops de technische redenen weet te geven achter dat beruchte treinongeluk bij De Vink.

Toch moet zijn werk voorlopig nog maar even dieper rijpen, in mijn kast.

F.B. Hotz, De voetnoot
42 pagina’s
© 1989
In: F.B. Hotz, Het Werk | 2
569 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1997

in: a-z, aanbevolen 2006, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de F.B. Hotz-pagina

Geert van Istendael · Alle uitbarstingen

België is een merkwaardig ver en vreemd land. Zelf bij de mensen van wie we de taal goed kunnen begrijpen, valt meestal alleen op wat er anders aan is. En bergen aan boeken en wouden vol bladen verschijnen er zonder dat daar ooit iets van doordringt, bij ons.

Dikwijls is dat zonde.

Neem nu het journalistieke werk van Geert van Istendael, zoals dat verzameld werd in deze bundel. Ik ben blij dat een aantal artikelen daarin niet alleen een tweede kans kregen, doordat ze al eens in boekvorm werden gevat. Nee, dit mag zelfs een derde kans heten, omdat in Alle uitbarstingen nog weer stukken uit drie boeken verzameld zijn.

Die waren me allemaal ook al ontgaan.

Maar gelukkig heb ik alsnog de gelegenheid gekregen een paar reportages te lezen die dat hoge ideaal bereiken: een documentaire op papier te zijn. Heel weinig schrijvers zijn in staat iets schijnbaar klein en actueels zo op te schrijven, dat er onnadrukkelijk conclusies in staan met een eeuwigheidswaarde.

Van Istendael kan dat, blijkt me nu. Geert Mak kon dat soms, toen hij zich nog beperkte tot waarnemen en nog niet de moraalridder was die zich met pamfletten moest wapenen. Verder ken ik nauwelijks levende schrijvers in het Nederlandse taalgebied met dit talent.

Neem nu zo’n kleinood als ‘De jacht op de theepot’, waarin Van Istendael reist naar het Britse Stoke-on-Trent. Als laatste redding. Want zijn o zo vertrouwde oude bruine theepot is stuk, en verkocht worden ze niet meer. Maar zelfs de fabrieken daar maken de potten niet langer, want die zijn allemaal over op makkelijker te verwerken witte klei.

Of toch niet?

Geert van Istendael, Alle uitbarstingen
415 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 2001, oorspronkelijk 1994, 1996, 1999

in: a-z, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert van Istendael-pagina

Mark Jenkins · Op de pedalen

Een leunstoeltoerist ben ik geworden. Te zeer op gemak gesteld om zelf ontberingen te willen leiden. En daardoor is het maar fijn dat zo veel anderen hun ellende eloquent op papier weten te zetten.

Mark Jenkins was éen van de Amerikanen die met wat Russen in een team als eersten dat hele ellendige eind door Siberië fietsten. Tenminste, als er een weg was en er gefietst kon worden. Dit boek laat vooral hoe ellendig het is als modder op het pad alle fietsen belemmert.

Ik heb dat zelf weleens op mijn fietsvakanties ervaren, in de jaren dat het nog leuk was actief een vakantie te beleven. Na een paar kilometer ploeteren was mij dat genoeg.

De groep in het boek moest het 1263 kilometer doen zonder een beetje begaanbare weg. Midden in het niets. En ik ondertussen stond ik eens van mijn bank op nog eens goed glas in te schenken, om mijn leesgenot wat te verlengen.

Dit boek is bovendien nog een andere reis, terug in de tijd naar het Sovjet-regime. Ook al was die fietstocht dan in 1989, en was er al enige dooi ingetreden, de Amerikanen werden het eerste stuk begeleid door geheime politie. In auto’s.

Dat fietst niet. Dus voor het verhaal was het maar goed dat de weg op een gegeven moment ophield.

Aardig aan dit boek was verder dat het Jenkins een paar keer goed lukte te treffen hoe het is om op een fiets onderweg in een landschap te zijn. Terwijl hij toch niet heel zintuiglijk schrijft.

Helaas bood hij me niets aan fijne technische details die fietsfanaten altijd uitwisselen. Zoals welke verzetten, wat voor frame, hoeveel kilo bagage, en wat er allemaal stuk ging. Of niet.

Maar eerlijk gezegd, dat deed er niet zo veel toe.

Mark Jenkins, Op de pedalen
272 pagina’s
A.W. Bruna Uitgevers © 2002
Vertaling van Off the map © 1992

in: reizen, a-z, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Mark Jenkins-pagina

Merel Roze · Fantastica

Ooit was het de goede gewoonte om debuutromans te negeren. Het volstond te signaleren dat ze waren uitgebracht. Als de schrijver werkelijk ernst maakte van zijn of haar roeping, was er bij het derde boek nog gelegenheid genoeg om de werken daarvoor mee te nemen in de bespreking.

Ik vind daar nog steeds veel voor spreken.

Maar de tijden zijn veranderd. Boeken zijn meer dan ooit producten die in de markt moeten worden gezet. En leve de auteur met een reden om te schrijven die afwijkt van het gemiddelde. Hij of zij zal uitgebreid gelegenheid krijgen de media te woord te staan over het boek.

Dit nu, heeft normaal weinig invloed op mij. Ik heb me nooit gedwongen gevoeld een boek te lezen omdat toevallig iedereen dat aan het lezen is. Zelfs al ben ik nog niet eerder zo vaak om mijn mening gevraagd als over de debuutroman Fantastica, van Merel Roze.

Wel was ik nieuwsgierig naar dit boek, om een paar redenen.

Maar als ik er niets aan had gevonden, was er op dit boeklog niets over verschenen. Ik wil hier simpelweg eerlijk kunnen schrijven wat ik vind, en probeer daarbij ook altijd iets te leren, onder de dwang zo helder mogelijk een oordeel te moeten formuleren. Bij een doorsnee debuut lijkt een bespreking dan al gauw een hooghartige afwijzing. Zoiets is misschien leuk om te lezen, maar niet zo interessant om te doen.

Dat Merel Roze humor heeft, en in dit boek ook bij vlagen toont dat ze schrijven kan, geeft mij hier gelukkig de ruimte voor nog wat meer uitwijdingen. Voorkomen moet namelijk nog wel worden dat er misverstanden ontstaan.

Ik lees Merel Roze’s weblog al vanaf het eerste uur. Google leert me zelfs dat ik het in de loop der jaren nodig achtte om ruim honderd keer iets te zeggen bij haar stukjes. Het oudste commentaar dat ik zo snel terugvond, dateert uit oktober 2001.

Maar verder heeft ons contact nooit gereikt. Ik heb haar nooit gemaild, laat staan ontmoet. Ik hoor dus niet tot het legertje rare mannen die door dat weblog actief toenadering tot haar zocht.

Al die lachwekkend rare mannen moeten wel ten dele de inspiratie zijn geweest tot dit boek. Dat gaat namelijk over de ervaringen van een jonge vrouw met een weblog, en de contacten die ze daardoor opdoet. Maar éen jongen in het bijzonder maakt wel een grote indruk, en de liefde voor hem maakt haar ziende blind voor al z’n fouten.

Ach ja, de liefde. Dat eeuwig opnieuw te vertellen oud verhaal. Hoe onmogelijker de band, hoe aangrijpender het boek.

Een probleem dat ik wel heb met deze roman is dat die aanmerkelijk korter had kunnen zijn. Zo kondigt de ontknoping zich al ruim tweehonderd pagina’s voor het einde aan, maar duurt het mij vervolgens te lang tot de verhaallijn werkelijk dwingend naar een slot toe voert. Pas de laatste 60 à 70 pagina’s lukt dit wel. Tot dat moment staan er te veel te uitvoerige beschrijvingen in, die voor mij eerder afbreuk doen aan het geheel dan er iets aan toevoegen.

Maar misschien overheerste het gevoel dat al die verwikkelingen erin moesten. Ik zie natuurlijk ook parallellen met wat er in dit boek gebeurt, en waar Merel Roze op haar weblog indertijd over schreef. Misschien is dit boek meer een afrekening met demonen uit haar eigen leven dan ik nu weet.

Interessant is die vraag alleen niet om dit boek te kunnen beoordelen.

Die autobiografische achtergrond zou wel verklaren waarom een unieke dramatische mogelijkheid in het verhaal helemaal vermorst is. Die jongen in het boek wist door zijn technisch vernuft veel meer over die vrouw dan zij wel vermoedde. En dit fantastische gegeven is in het verhaal veel te weinig gebruikt; nog net dan om aan te duiden hoe raar hij kon zijn.

Maar misschien ook was deze omissie enkel de onervarenheid van een debutant.

Enfin. Laat ik tenslotte toch vooropstellen dat het naar Nederlandse begrippen al heel wat is om bij een roman niet te hoeven klagen over taal en stijl, de juiste onderwerpkeuze, of het overmatig gebruik van goedkope literaire trucjes. Verteltechnieken lijken me aan te leren.

Merel Roze, Fantastica
280 pagina’s
Uitgeverij Archipel © 2006

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Merel Roze-pagina

Jan Jacobs · Kennismachine

Sommige onderwerpen zakken weg in de belangstelling na jaren. Om daarin ook nooit weer terug te keren. Zoals voor mij dat hele thema kunstmatige intelligentie.

Dit is een bundel krantecolumns van twintig jaar geleden, en dat was toevallig de tijd toen ik me nog wel interesseerde voor de vraag wat de computer ooit zou vermogen. Toen was ik misschien nog even optimistisch als de auteur. Die signaleert in zijn columns hoogstens technische belemmeringen.

Maar zoals met alle technologie is niet belangrijk wat die kan, maar waartoe die wordt ingezet.

Inmiddels is me duidelijk dat de opmars van slimme technologie ook nogal ten koste van persoonlijke vrijheden gaat. En dat dit komt door een blind geloof dat die kunstmatige intelligentie wat vermag.

Alleen kan nog altijd bijna niets van wat al decennia wordt beloofd.

Neem nu die recente rel rond de onbruikbare pasfoto’s voor het nieuwe paspoort. De enige reden dat iedereen nu zo onnozel uniform op de foto moet, is omdat dit ons beter herkenbaar maakt door machines.

Maar machines zijn helemaal niet goed in het herkennen van mensen, en zullen daar altijd fouten in blijven maken, terwijl juist wij er miljoenen jaren op zijn voorbereid om mensen van elkaar te kunnen onderscheiden.

Toch illustreren die pasfoto’s wel een merkwaardig gevolg van technologie. Die dwingt de mens zich altijd maar weer aan te passen aan de beperkingen. Schrijf ik zuchtend op. Want, zelfs typ ik tegenwoordig redelijk snel. Mijn denken gaat nog altijd veel rapper.

Dat u dit allemaal nog lezen en decoderen moet, is ook al geen garantie dat mijn gedachten goed overkomen.

Enfin, dit boekje was in sommige opzichten heel tijdloos, omdat het de geschiedenis beschrijft van het denken over computerkracht tot dan toe. Maar meer ook niet, en daarmee bij eindjebesluit hopeloos verouderd.

Jan Jacobs & Stefan Verwey, De kennismachine
Kunstmatige intelligentie en gezond verstand
90 pagina’s
Veen, Uitgevers © 1986

in: a-z, [web] technologie, kennis

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jan Jacobs-pagina

Reid, Geleijnse & Van Tol · Fokke & Sukke 6 | 7 | 8

Hup hup, drie boekjes doorgenomen voor de prijs van éen. Al was het misschien een aardige gimmick geweest om hier drie keer een apart postje te plaatsen met daarin precies dezelfde woorden. De titels van deze bundels met getekende grappen veranderen nu eenmaal wel. Net als het jaar van uitgave.

Verder zijn er geen opvallende verschillen tussen de boeken.

Nu ken ik de wederwaardigheden van Fokke & Sukke eigenlijk alleen uit de courant. Waarin de eend en de kanarie met die piemeltjes meestal reageren op iets in de actualiteit door zich voor de gelegenheid een rol aan te meten.

Ik vreesde enigszins voor grappen die het al niet meer zonder toelichtend notenapparaat konden stellen.

Maar, de productie van de heren Reid, Geleijnse en Van Tol moet enorm zijn. Er kwamen nauwelijks grappen uit de krant in deze boekjes voor. Wat ik wel veel zag waren vooral redelijk tijdloze variaties op grappen over het studentenleven.

En ziet, dan blijkt dat comedy het ook van herhaling moet hebben. Een beperkt thema kan ineens leuk worden, als er maar vaak genoeg vergelijkbaar flauwe grappen over worden gemaakt. Zoals het versieren van meisjes in het café.

De gags zijn wel allemaal heel makkelijk te vergeten, maar paradoxaal genoeg maakt dat de boekjes zeer geschikt om te herlezen op een verder dood moment.

Reid, Geleijnse & Van Tol, Fokke & Sukke komen er niet uit | 6
94 pagina’s
De Harmonie © 2002
Reid, Geleijnse & Van Tol, Fokke & Sukke hebben geen idee | 7
94 pagina’s
De Harmonie © 2003
Reid, Geleijnse & Van Tol, Fokke & Sukke gaan maar door | 8
94 pagina’s
De Harmonie © 2005

in: a-z, humor, strips/graphic novels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Reid, Geleijnse & Van Tol-pagina

Ian Stewart · Nature’s Numbers

Nog prettiger dan hier een stukje te schrijven dat loopt van het begin tot aan het eind, kan het zijn om weer eens een som te maken. Gewoon een staartdeling die fijn op nul eindigt, of zoiets onnozels. Merkwaardig toch dat er op de lagere school zo veel moeite gedaan is om me te leren rekenen, en dat ik die vaardigheid in het latere leven nauwelijks nog hoef te gebruiken.

Er wordt zelfs van uitgegaan in onze cultuur dat ik ongecijferdheid ben, valt me op.

Maar haast zo goed als zelf rekenen, is om anderen wiskunde op een begrijpelijke manier te zien uitleggen. Zodat ik me slim kan voelen als ik alles snap, ook al is dit lang niet hetzelfde als iets zelf kunnen bedenken.

Dit is een fijn inleidend boekje in de wiskunde, waarbij heel slim getoond wordt hoe het getal basis is voor veel zonder dat daarvoor sommen en formules gebruikt hoefden te worden. Da