zondag 1 oktober 2006
Om de week kijkt er in het TV-programma Buitenhof een blonde mevrouw nogal schichtig in de camera, om dan met geknepen stem een column op te lezen. Die columns verrassen me nooit, maar misschien komt dat door de voordracht.
Van die mevrouw weet ik niet meer dan dat het een schrijfster is die wel kwijt wil dat ze gelooft. De recensies over haar boeken zijn zelden complimenteus, en in het bijzonder haar debuut werd zeldzaam hard afgekraakt.
Ik wist ook nog dat ze met de grootste criticus van haar eerste boek getrouwd is. Verder ging mijn kennis niet, en dus pakte ik er eens een boek van haar erbij om te zien of het werkelijk een gemis was dat ik nooit een woord van Désanne van Brederode had gelezen.
Bewust werd dat dit dagboek. Ik schreef het al vaker op dit weblog, romans en korte verhalen hebben namelijk nogal wat vormconventies. Goed die eisen opvolgen, is nog niet hetzelfde als goed schrijven, ook al kan het zeer leesbare boeken opleveren. Dagboeken bieden al die structuur niet, maar tonen onbekommerd of iemand ook echt kijken kan.
Van dat kijken, raakte ik niet echt overtuigd bij Van Brederode. En zo vormloos als dit dagboek is, hoefde van mij nu ook weer niet.
Daar staat tegenover dat er zo af en toe wel een intellectueel slimme observatie langskomt op deze pagina’s. Maar goed, dit dagboek beslaat de laatste vier maanden van 2004, en toen gebeurde er ook wel het éen en ander dat om een reactie vroeg.
Misschien moet ik het gewoon zo samenvatten: had Van Brederode haar dagboek niet in boekvorm gepubliceerd maar online als een weblog, dan had ik die niet gebookmarkt om later nog eens terug te keren. Daarvoor was het me allemaal te weinig puntig, en ook te particulier.
Désanne van Brederode, Barsten
Zomerdagboek
237 pagina’s
Uitgeverij L.J. Veen © 2005
in: a-z, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Désanne van Brederode-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 2 oktober 2006
Dit boek heeft al overal uitgebreid in de belangstelling gestaan. Maar dat kwam alleen omdat een toevallige opmerking achterin over de sharia, van de toenmalige minister Donner, door het dagblad AD zo negatief als mogelijk werd uitgelegd. En vervolgens had iedereen z’n meestal ongefundeerde mening klaar.
Dus had ik het eigenlijk liever genegeerd. Maar dit boek paste zo goed in het thema ‘typisch hollands‘ op dit boeklog, over mijn speurtocht naar wat er over het hedendaagse Nederland geschreven wordt.
En het moet gezegd dat dit een rijk boek is, waar ik zowel heel positieve dingen over te melden heb, als uiterst negatief over moet oordelen.
Mooi eraan is dat Het land van haat en nijd niet in éen ruk geschreven werd, maar bewerkingen bevat van artikelen uit 1992 tot nu toe. En al ligt de nadruk sterk op de laatste vijf jaar, het boek biedt een overzicht, en voert daarvoor heel wat zeer verschillende mensen sprekend op.
Soms spreken die mensen met een heel groot inzicht, ook.
Maar de auteurs dicht ik toch aanmerkelijk minder inzicht toe. Ik verwijt ze te hebben nagelaten om mij genoeg harde feiten aan te bieden. Nu is mij wel duidelijk dat het bijvoorbeeld moeilijk is om de opmars van het extremisme onder jonge mannen in cijfers aan te geven. Maar zelfs de constatering dat dit moeilijk is, ontbreekt.
En door te vaag over aantallen te blijven wordt dit boek, door de gekozen opbouw, zelfs gevaarlijk tendentieus. Dondert niet dat het een-na-laatste hoofdstuk ineens wel allemaal moslims bevat die begrijpen dat Nederland hun thuisland is, en dat die keuze misschien ook iets van hen vraagt.
In de hoofdstukken daarvoor wordt me er te vaak te makkelijk naartoe geredeneerd dat een als kansarm ervaren bestaan automatisch tot onaangepast gedrag leidt, of zelfs een gewelddadig extremisme veroorzaakt. Vanwege dat geloof.
Cijfers, of een betere context, hadden dat beeld misschien kunnen wegnemen, bij mij.
Want, het boek heeft een ander probleem; er is mij te weinig kader geboden. Er wordt dan ook het onmogelijke getracht. Namelijk om vanuit de kwalen de oorzaken te benoemen. Dat is een in de journalistiek gebruikelijke aanpak. Maar deze manier van werken heeft het probleem dat die op artikelniveau doorwrochte en spraakmakende stukken op kan leveren, maar in het grotere verband van een boek tekortschiet op analytisch niveau.
De auteurs proberen wel het tekort aan analyse en harde feiten te verbloemen door stemmen en tegenstemmen te laten horen, en laten daarmee bijna alles aan de interpretatie van de lezer over.
Deze lezer trapt daar niet in, want ik vind zulks gemakzuchtig schrijven. En erger nog: verwijtbaar lui denken.
Margarith Kleijwegt & Max van Weezel, Het land van haat en nijd
Hoe Nederland radicaal veranderde
255 pagina’s
Vrij Nederland / Uitgeverij Balans © 2006
in: typisch hollands, a-z, religie, politiek
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Margarith Kleywegt & Max van Weezel-pagina
woensdag 4 oktober 2006
Het land van haat en nijd, waar ik hier maandag over schreef, lijkt slechts journalistieke feiten te brengen. Maar omdat ik er zo veel informatie in miste, was het voor mij geen neutraal boek. Nee, ik noemde het zelfs tendentieus.
Misschien hadden die auteurs er beter aan gedaan hun artikelen tot essays om te werken. Dan had ik ze dat pijnlijke gebrek aan harde feiten vergeven, en de verscholen opinie wel voor lief genomen.
Maar dan nog hadden ze niet aan het niveau gereikt van wat Anstadt zo af en toe haalt in deze bundel essays, bij zijn analyses van de patiënt Nederland.
Nu heeft Anstadt als schrijver meer dan éen ding mee. Tijd van leven, en een breder referentiekader dan de gemiddelde Nederlandse verslaggever bijvoorbeeld. Zo emigreerde hij als tienjarige in 1930 vanuit Polen naar Nederland.
En ook durft hij het aan hoogabstracte ideeën naast de actualiteit van de laatste jaren te plaatsen, om zo te kunnen beredeneren wat er allemaal mis is hier. Daarbij draagt hij soms oplossingen aan die mij niet heel haalbaar lijken. Maar dat doet er geen moment toe.
Het is de redering die telt, niet de einduitkomst.
Anstadt legt bijvoorbeeld uit hoe treurig het is dat Nederlanders hun nationale ambitie alleen lijken te ontlenen aan de prestaties van het Nederlands voetbalelftal, en verder hoogstens nog negatieve wensen hebben. Dat de wereld niet nog verder verslechtert, bijvoorbeeld. Daarmee pleit hij dus voor een nieuw nationalisme, met andere mythes. Terwijl ik meer op Europees niveau denk en me eigenlijk niet zo meer bekommer om dat eigenlandse. Hoezo moeten die mythes per se nationaal zijn?
Maar er was ook een reden dat ik me ben gaan verdiepen in wat men hier onder de Nederlandse identiteit verstaat.
Milo Anstadt, Is Nederland veranderd?
Essays
175 pagina’s
Uitgeverij Contact © 2003
in: typisch hollands, a-z, politiek, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Milo Anstadt-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 5 oktober 2006
Het valt me mee hoeveel fictie ik nog lees. Ik dacht wat uitgekeken te zijn op bedachte verhalen, maar boeklog bewijst toch het tegendeel. En dat is ergens ook niet gek.
Non-fictie brengt me veel, en toch lang niet alles. Mijn behoefte aan kennis en meningen wordt natuurlijk vervuld. Maar uiteindelijk laten bijvoorbeeld die boeken over Nederland wel veel schelle en harde geluiden horen, hol opklinkend tegen muren van angst.
Daarom kan ik zo vreselijk blij zijn met een boek als dit. Dat is weliswaar soms ook treurig - want het gaat over een liefde die lang niet beantwoord wordt — maar de schrijver durft er klein en kwetsbaar stil in te zijn. Op de momenten dat dit er toe doet. Als de tekst erom vraagt, schreeuwt Ingmar Heytze het evenzogoed uit trouwens.
Die grote dynamiek is zo prettig.
Ik ben er voor niemand bewijst verder dat de dunste boekjes vaak de meeste inhoud hebben. Heytze brengt me een verhaal in vele sterk afwisselende fragmenten, en al die flarden hebben meestal ook nog een clou. Over een kabouter gaat het soms, en ook komt er een eenhoorn in het boek voor. Maar vooral is dit een boekje over het onaanraakbare meisje Egel.
Heytze bekijkt de werkelijkheid bovendien net even onder een andere hoek dan normaal, en kiest verrassende woorden voor zijn waarnemingen. Zijn ervaring als dichter klinkt daar in door vast. En ik ben hem daar zeer erkentelijk voor.
Een kostbaar kleinood, dit. Dat ongetwijfeld nog verder rijpen zal bij het herlezen.
Ingmar Heytze, Ik ben er voor niemand
115 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2003
in: a-z, aanbevolen 2006, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ingmar Heytze-pagina
vrijdag 6 oktober 2006
Joost Zwagerman heeft inmiddels meer essaybundels uitgebracht dan romans en verhalenboeken samen, valt me op.
Wie maar gestaag door blijft keutelen, produceert op den duur ook een hoop. En, het moet gezegd, geen essaybundel van Zwagerman kan verschijnen, of ik heb er van alles op aan te merken. Alleen wordt de afkeer nooit zo groot dat ik me voor altijd van hem afkeer. Het is ook allemaal wel netjes zoals hij het doet, keurig vanachter zijn schrijftafel. En niemand anders in Nederland schrijft over de onderwerpen die hij aansnijdt.
Die ik toevallig wel interessant vind.
Maar vanuit die gedeelde interesse voor schrijvers, kunst en cultuur, valt me altijd weer op dat het Zwagerman nu nooit eens lukt iets memorabels op te schrijven dat ik niet al ergens anders las. Bovendien is zijn onderwerpkeuze nogal aan de veilige kant, zachtjes uitgedrukt.
Zwagerman zingt steevast in koor mee over de canon, is de bewieroker van wierook, en draagt in iedere essaybundel weer rivieren water naar de zee. Dat hij zo hoog geprezen wordt, is blijkbaar omdat niemand hier ooit een woord van over de grens leest.
Alleen het stuk over de dichter Pieter Boskma bracht werkelijk nu eens nieuws. Maar dat was dan ook weer geen essay; slechts de begeleidende tekst van een bundel die Zwagerman zelf al had samengesteld.
Veel brouhaha, met opvallend slecht citerende criticasters, was er verder al over de Frans Kellendonk-lezing die Zwagerman hield, tegen de literaire quarantaine in Nederland. Als u dit onderwerp interesseert, gelieve dan zijn tekst hier zelf te lezen en u er een eigen mening over te vormen. Ik heb ook zo mijn opinies, maar die zijn niet zo relevant gezien mijn afkeer van vrijwel alles wat in Nederland voor literaire roman doorgaat.
Nee, het interessantst zijn uiteindelijk toch weer de persoonlijke stukken, traditioneel helemaal achterin. Al schijnt op te vallen dat Zwagerman het stuk over zijn geboortestad Alkmaar geschreven heeft zonder eens degelijk te informeren wat daar veranderd is sinds zijn jeugd.
En als het dan toch over verwijtbare slordigheden gaat. Zwagerman zet in zijn stuk over Berhard-Henri Levy’s grand-tour van de VS diens criticaster Garrison Keillor wel erg dom weg als kleinstedelijke patriot. Nooit Keillor’s allesbehalve dorpse Writer’s Almanac gevolgd, waarschijnlijk. Nooit gesnapt dat Keillor’s verhalen over het afgelegen dorpje Lake Wobegon een microcosmos van de hele wereld tonen. Al was het maar in diens traditionele opmerking aan het eind dat alle kinderen daar bovengemiddeld begaafd zijn.
Joost Zwagerman, Transito
360 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 2006
in: boeken over schrijven, a-z, essays, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joost Zwagerman-pagina
zaterdag 7 oktober 2006
Geen boek is dit, maar een essay. En dan ook nog eentje dat er naartoe redeneert welk een leuke reeks boekjes uitgeverij Bert Bakker wel niet uitbrengt over van alles.
Ook al merkwaardig is hoe ik er aan kwam trouwens. Ik mocht na aankoop van een boek gratis een exemplaar van het dagblad Telegraaf meenemen. Maar ik bedankte vriendelijk daarvoor, met de dooddoener nog zonder bril te kunnen lezen.
Kwam ik thuis, zat dit boekje ineens ook in het tasje van de boekhandel.
En toch.
Dit boekje heeft wel een ISB-nummer. En de uitleg van sterrenkundige Dap Hartmann over wat kennis is, en waarom het zo nuttig kan zijn om meer te willen weten, deugt. Het is alleen wat jammer dat hij als natuurwetenschapper niet helemaal lijkt te begrijpen dat veel mensen harde wetenschap eng vinden. Al was het maar omdat vrijwel alle nieuwsgierigheid naar wat er te weten is bij ons op school liefst stelselmatig wordt uitgebannen.
‘Veel verwondering en ontdekking’ verdwijnt, zo schrijft Hartmann wel ergens. Maar hij wijt dat dan weer aan de opmars van alle elektronica, waardoor veel minder goed wordt hoe apparaten eigenlijk werken.
Dat is ook heel waar.
Dap Hartmann, Kennis in een notedop
De notendoppen in een notendop
Alles wat je altijd wilde weten
55 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 2005
in: a-z, kennis, essays, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dap Hartmann-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 8 oktober 2006
Van sommige boeken begrijp ik inmiddels niet meer waarom ik ze ooit in het Nederlands heb gekocht. Goed, deze kostte 2,50 gulden indertijd. Maar het werk van O’Rourke kende ik toen al. En hij is op zijn manier een zeer humoristische schrijver. Dus, hoe goed de vertaling ook mag zijn, het origineel wordt altijd onrecht ongedaan. Veel meer dan met een zakelijke tekst zou zijn gebeurd.
Daarom ben ik aan het vervangen gegaan.
Dat de Nederlandse vertaling hier ook vermeld wordt, komt omdat ik er nog vrij veel in gelezen heb, tot de originele versie binnen was. O’Rourke schrijft zo goed. En dan neem ik maar even op de koop toe bij sommige zinnen soms te gaan ontleden hoe die in het Engels klinken.
In dit boek staan reportages die O’Rourke midden jaren tachtig schreef nadat hij als buitenlandcorrespondent van ‘Rolling Stone’ enkele brandhaarden in de wereld bezocht. Toegegeven, er staat ook stukken in over reizen naar de Euroweenies. En een reportage over de zeilwedstrijd om de America’s Cup. Of éen over een griezelig weekend in een diepchristelijk vakantiecentrum annex pretpark, thuis in de US of A.
I’ve always figured that if God wanted us to go to church a lot He’d have given us bigger behinds to sit on and smaller heads to think with.
En wat O’Rourke vooral bij die reizen naar rampgebieden uniek maakt, is zijn regelmatig diepzwarte humor. Ineens valt daardoor ook op hoe droog zakelijk het TV-journaal of buitenlandse correspondenten opstanden en oorlogen verslaan. En dus hoe abstract alles daardoor blijft.
O’Rourke maakt met een paar ontregelende zinnetjes meer duidelijk over hoe het is om een zo’n gebied te zijn, dan maanden aan TV-nieuws bij elkaar.
Dat stelt niet alleen de leunstoeltoerist in mij tevreden, maar maakt ook duidelijk wat goed kijken is.
P.J. O’Rourke, Vakanties in de hel
340 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker © 1990
P.J. O’Rourke, Holidays in Hell
272 pagina’s
Grove/Atlantic © 2004, oorspronkelijk 1988
in: reizen, a-z, geschiedenis, humor, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina
maandag 9 oktober 2006
Schreef je gisteren nooit meer boeken vertaald uit het Engels te kopen, ben je toch nog maar even voor het gemak van het Nederlands gegaan?
Nee, dat is het niet. Ik verwachtte totaal niets van dit boek. Het ging me er alleen om uiteindelijk toch even kennis te nemen van de inhoud.
Maar waarom waren je verwachtingen dan zo laag?
Het is een dialoog, en dat vind ik een wat te makkelijke manier van schrijven. Helemaal als er nauwelijks moeite gedaan wordt de twee personages elk een ander taalgebruik te geven. Wel neemt zo’n gesprek snel al lekker veel ruimte in.
Dit was wel een omstreden boek, toch?
Ja, maar inmiddels is er ook al een film, waarin George W. Bush echt vermoord wordt. Dat maakt zo’n boekje als dit meteen een stuk minder controversieel. Al helemaal als dan blijkt dat de mogelijke aanslagpleger een soort cartoongeweld in gedachten heeft.
Toch. Mag iemand een boek schrijven dat anderen laat nadenken of het misschien niet een goed idee is om de president uit de weg te ruimen? Is dat geen enorme provocatie?
Omdat iemand vastlegt, wat talloze fatsoenlijke mensen niet eens durven te denken, maar wel ergens als waarheid voelen? Dat de wereld misschien beter af is zonder?
De wereld is toch beter af zonder?
Schiet hem dood, en er komt meteen eentje uit dezelfde mal in zijn plaats, of erger. Nee, vreselijker dan de regering van George W. Bush is nog het besef dat niemand hem politiek iets in de weg legt zo te regeren. Of dat ons kabinet zich tam de trouwste bondgenoot toont van zo’n lieger, en bedrieger. Maar daar gaat dit boekje niet over.
Ik vind de incompetentie van Bush eigenlijk wel iets hebben. Nu wordt tenminste duidelijk hoe het er in de politiek aan toegaat. Alleen viel dat bij voorgangers nooit op, omdat die het waarschijnlijk slimmer speelden. Of minder arrogant.
Precies.
Nicholson Baker, Checkpoint
122 pagina’s
Uitgeverij Atlas © 2004
Vertaling van Checkpoint © 2004
in: a-z, politiek, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nicholson Baker-pagina
dinsdag 10 oktober 2006
Francis heeft in september inderdaad voor het eerst deze eeuw een nieuwe thriller uitgebracht, maar voorlopig kan ik nog wel even voort met het herlezen van de veertig die er al waren.
Zijn boeken zijn enorm leesbaar. Al was het maar omdat Francis er als geen ander steeds weer in slaagt een intrige te spinnen waarvan de lezer wil ontrafelen hoe die afloopt.
Maar bij een latere thriller als deze, speelt mee dat de schrijver vervreemd lijkt te zijn van waar hij ooit kwam. Francis moet wel erg rijk zijn geworden, dat zo veel van de laatste boeken uiteindelijk vooral over de problemen van miljonairs gaan.
Deze is in feite weinig meer dan een familie-intrige. Al is er nogal wat familie om over te schrijven, want de pater familias trouwde vijf keer. Het hele boek lang probeert éen van zijn vele kinderen hem te vermoorden. Maar welke?
De spanning die deze vraag oplevert, is tijdens het lezen genoeg. Maar na afloop rijst dan toch het gevoel dat dit éen van zijn minder geslaagde boeken was.
Dick Francis, Hot Money
455 pagina’s
Pan Books © oorspronkelijk 1987
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
woensdag 11 oktober 2006
Francis blijft in de hogere kringen bezig met dit boek, over een jonge politicus die zich opmaakt voor de lange opmars naar de macht. Maar eerst moet daarvoor nog een hoge hindernis genomen worden. Hij dient wel in het Britse Lagerhuis verkozen te worden, bij een tussenverkiezing.
Eerste probleem daarbij is al dat zijn vrouw jong stierf, en kiezers liever geen alleenstaanden hebben om hun district te vertegenwoordigen. Dus neemt hij zijn zoon mee, als bewijs ooit wel getrouwd te zijn geweest. Alleen maar om er dan besmuikt van beschuldigd te worden dat het zijn kind niet is, maar een broodpootje. Onder meer.
Dit boek had als grote probleem dat het niet ophoudt na die eerste verkiezingsronde. Want die was nog wel interessant, zeker voor wie gewend is aan hoe Nederlandse politici campagne voeren. Francis weet trouwens ook heel knap te vermijden om kleur te bekennen, nooit wordt duidelijk voor welke partij die kandidaat staat. En toch stoort dat niet.
Maar dan neemt het verhaal ineens een sprong van jaren, en wordt in feite dezelfde intrige nogmaals verteld, maar dan samengebalder en met nog hogere belangen.
Door die pauze in tijd verliest dit boek voor mij totaal zijn vaart, en daarmee alle belang. Hoe goed die eerste helft ook was. Zelfs de uitgebreid beschreven bezoekjes aan Downingstreet 10 worden daarmee loos gepronk om weinig.
Dick Francis, 10lb Penalty
308 pagina’s
Pan Books © oorspronkelijk 1997
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
donderdag 12 oktober 2006
Vind ik Bert Keizer de beste Nederlandse schrijver van het moment? Het is een wat belachelijke vraag, maar wel éen die verduidelijken kan wat ik goed schrijven vind. En dat levert misschien nuttige kennis op. Op m’n andere weblog ga ik uitgebreid in op de mogelijke antwoorden.
Dit blijft een boeklog tenslotte. De besprekingen hier hebben zo hun eigen bandbreedte om iets over iemands schrijven te zeggen.
Zo is de belangrijkste vraag altijd bij een bundel als deze of de stukken daarin winnen of verliezen door de verzameling. En dan moet meteen gezegd worden dat de columns van Keizer in dit boek elkaar enorm verrijken.
Wel was het moeilijk om er meer dan een paar op een dag te lezen. Keizer schrijft sterk gecondenseerd, en dan is er natuurlijk altijd nog de lading van dat ene onderwerp waarover hij het vrij vaak heeft. Wat leven is. Keizer werkt als arts in een verpleeghuis. Daar gaat regelmatig een bewoner dood, al dan niet met enige hulp van buiten. Niet dat Bert Keizer daar niet met distantie, en regelmatig zelfs humor, over schrijven kan. Maar al te snel lezen, kan haast als oneerbiedig voelen.
Afgezien daarvan, de schrijver haalt ook voldoende wijsheid van anderen aan, over onderwerpen als de geneeskunde, om niet vaak ook denkpauzes op te roepen. Zodat er even afstand tot het geschrevene kan worden genomen.
Vreemd genoeg vond ik de langere stukken achterin veel wisselender van kwaliteit dan de opgenomen columns. Blij was ik met het essay ‘Filosofie van de geneeskunde, een aanzet’. Maar de rest zei me minder. Het was haast of die vorm van die krantecolumn, of de verwachtingen die het lezerspubliek van bijvoorbeeld Trouw over hem koesteren, Keizer tot grotere prestaties dwongen dan hem in alle vrijheid mogelijk was.
meer Bert Keizer op boeklog
Bert Keizer, Alles wordt niets
Columns & Essays
234 pagina’s
Uitgeverij SUN © 2002
in: aanbevolen 2006, a-z, essays, filosofie, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bert Keizer-pagina
vrijdag 13 oktober 2006
Als me iets opvalt aan dit boeklog tot nu toe, is dat er zo veel boeken langskwamen die de dood van Theo van Gogh als aanleiding hadden. Terwijl ik dat onderwerp maar een paar keer bewust heb opgezocht.
Dit is ook zo’n vriend-van-Theo-boek. Al toont publiciste Ebru Umar zich ook nog in de rouw om iets anders. Haar werkgever vindt het maar niets dat zij zich publiek zo weert. Dus komt er een eind aan het goedbetaalde dienstverband, al duurt het enige maanden voor het zo ver is, en heet het dan ook geen ontslag.
Maar die vreemde misstand leidt verder niet op kritiek op het Nederlandse arbeidsrecht, om maar iets te noemen, terwijl Umar verder toch makkelijk bezwaren heeft. Fel is ze over de hypocrisie van personen.
Interessant vind ik haar eenmansstrijd tegen het fenomeen Ayaan Hirsi Ali. Niet dat Umar het niet eens is met sommige standpunten van haar. Ergernis roept vooral d’r berekenende carrièredrang op. Ebru Umar klaagt over al de goedbedoelende mannen van middelbare leeftijd, die niets lijken te snappen van Hirsi Ali’s vrouwelijke trucs.
En waarom moest per se Theo van Gogh die film Submission maken, en niet Hirsi Ali’s goede vriend Leon de Winter? Dat is toch ook een regisseur?
Maar verder is dit een hoogst merkwaardig boek. Alleen al omdat het de vorm heeft van een dagboek dat achteraf geschreven lijkt te zijn. Bovendien is het niet vreselijk boeiend, en schrijft Umar ook niet zo bijzonder.
Merkwaardig dat iemand die zo goed de hypocrisie in anderen weet te herkennen, verder totaal niet kijken kan.
Nee, dit boek van Ebru Umar gaat bovenal over Ebru Umar, en daarbij houdt ze er wat weinig rekening mee dat de meeste lezers diezelfde fascinatie voor dat onderwerp niet automatisch zullen delen.
Ebru Umar, Geen talent voor de liefde
274 pagina’s
Uitgeverij Archipel © 2005
in: a-z, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ebru Umar-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zaterdag 14 oktober 2006
Het eerste deel van twee is dit, van Willem Oltmans’ memoires. Het vervolg heet …Is eenoog koning. En ik zal het niet lezen. De lust is me vergaan.
Dat komt door een schofferend gebrek aan eindredactie op dit boek. De hoofdstukken hierin lijken me voornamelijk te bestaan uit artikelen die al eens elders verschenen, misschien zelfs wel voor een heel andere reden. Dus begint zijn levensverhaal steeds weer opnieuw.
Dit boek lezen is nog erger dan een Echternacher processie meemaken. De voortgang is eens niet drie passen vooruit, twee weer terug. Nee, telkens als een hoofdstuk uit is, komt het een eindje verderop net even anders weer zo terug.
Die echt stuitende belediging van mijn intelligentie als lezer was me op een gegeven moment te veel. Ik smeet het boek weg, om het niet meer op te rapen.
En toch was dat jammer, omdat het me wel intrigeerde wat Oltmans te zeggen had. Eindelijk werden me de redenen in detail duidelijk achter het waarom hij voor de Nederlandse politiek zolang persona non grata was. Dat die redenen dan ook nog erg onnozel blijken, maakt het nog stuitender hoe Oltmans altijd is tegengewerkt in zijn werk.
Hij had eens kritiek, en waagde het zelf na te denken over het Nederlandse buitenlandbeleid. En dat mocht niet. Tegenstanders van de dekolonialisering hebben het nooit kunnen zetten dat Oltmans niet zo blind patriottisch was als zij.
Niets was het, waardoor een normaal leven gefnuikt moest worden.
Maar mede daardoor kon hij met reden signaleren dat het niet per se de politici zijn die het beleid bepalen.
Jammer dat hij dood is. Ik las de beschouwinkjes op zijn website graag.
Willem Oltmans, In het land der blinden
272 pagina’s
Uitgeverij Papieren Tijger © 2001
in: typisch hollands, a-z, geschiedenis, politiek, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Oltmans-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 15 oktober 2006
Voor een boek dat over sport heet te gaan, staat er nogal weinig over sport in, viel me op. In elk geval lang niet genoeg.
En Midas Dekkers maakt ook duidelijk hoe blind iemand wordt als die een onderwerp behandelt waar hij nogal wat frustratie over heeft. Dekkers deelt met bijvoorbeeld een Rudy Kousbroek een sterke afkeer van lichamelijke oefening, omdat beide éen keer te vaak als laatste zijn gekozen tijdens de gymnastiekles op school.
Groei toch op, denk ik dan. Omdat klassikaal onderricht hier toevallig heilig is verklaard, betekende school voor mij vooral de dwang om urenlang stil te moeten zitten, luisterend naar ongeïnspireerd domme docenten. Maar dat lag toch niet aan die vakken. Daarvoor is die domme fabrieksmatige organisatie van het onderwijs verantwoordelijk, waardoor kinderen ongeacht vaardigheden of belangstelling bij elkaar in een klas worden neergeplant. Alleen omdat ze toevallig ongeveer even oud zijn.
Mijn plezier in dit boek werd bovenal vergald omdat Dekkers zich niets gelegen heeft laten liggen aan het plezier van bewegen.
Ik bedoel, kritiek op georganiseerd bedreven sport heb ook ik volop. Niets dwazers dan mensen die eerst in hun auto naar de fitnessclub rijden, om daar in een zweterig zaaltje binnen te gaan fietsen zonder ooit vooruit te komen, of te hardlopen op een lopende band.
Maar man, doe toch niet net of er geen genot is te beleven van dat lijf. Of dat bezit alleen maar als last voelt.
In dit boek, dat veel meer over het menselijk lichaam gaat dan over die sport, is aandacht voor sex schromelijk verwaarloosd. Ik weet niet wat dat precies over de schrijver zegt.
Waarschijnlijk zou structurele aandacht voor sex te zeer ten koste zijn gegaan van de centrale gedachte waarmee dit boek zo werd aangeprezen. Het idee dat het maar raar is voor de lol inspannende bewegingen te verrichten.
Misschien ook dat Dekkers te veel bioloog is om in sex meer te willen zien dan alleen een voortplantingsmechanisme. Maar als bioloog zal hij zeker weten hoe zeer sex en macht bij elkaar horen in het dierenrijk. Of uiterlijk en sex. Die verbanden signaleert hij ook wel in dit boek. Alleen, heel erg summier.
Misschien kwam het beschrijven van lichamelijk genot, of hoe zeer oefening daarbij helpt, Midas Dekkers te dichtbij.
Dus las ik een onvolkomen boek. Hoe rijk het verder ook geïllustreerd was, en hoe verrassend Dekkers er bij tijden ook in formuleert. De cultuurhistoricus in mij kwam geen ideeën over de sportgeschiedenis tegen die ik niet al kende; de amateurbioloog in mij zag een invuloefening waarbij nogal wat stukjes die wel op tafel lagen wat makkelijk zijn genegeerd.
En dat is jammer. Ik had me nogal op dit boek verheugd. Het is zo veel minder als bijvoorbeeld Lief Dier.
Midas Dekkers, Lichamelijke oefening
352 pagina’s
Uitgeverij Contact © 2006
in: a-z, geschiedenis, biologie, sport, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Midas Dekkers-pagina
maandag 16 oktober 2006
Terwijl een overheidscommissie vandaag de canon van de vaderlandsche geschiedenis presenteert, las ik dezer dagen al wat Maarten van Rossem daar in het algemeen voor bezwaren tegen heeft. Dit was toevallig, hoewel ik er normaal wel van houd het toeval te helpen.
Van Rossem’s bedenking tegen een canon is simpelweg samen te vatten met de constatering dat er uit de geschiedenis geen lessen te leren zijn die onmiddellijk nut hebben voor de beroepspraktijk. Maar de pest is dat alleen historici dit lijken te begrijpen. Alle anderen, of die nu politicus zijn, journalist, of er een weblog op nahouden, signaleren maar al te graag parallellen met het verleden. Het liefst natuurlijk zo dat die het punt dat zij willen maken zo krachtig ondersteunen dat alle verdere discussie onmogelijk wordt.
Maar er kunnen geen belangrijke lessen uit het verleden worden getrokken, aldus Van Rossem. De geschiedenis herhaalt zich niet.
Wat historici wel kunnen, is zinnige oordelen vellen. Over hoe een probleem kan zijn ontstaan bijvoorbeeld. En zinnige, door feiten ondersteunde oordelen zijn erg nuttig. Al verschillen anderen, of dat nu politici zijn, journalisten, of zij die er een weblog op nahouden, over dit punt ook al van mening.
Heeft geschiedenis nut? bevat scherpe inzichten. Alleen maakt dat het nog geen vreselijk goed boek. De oogst binnenin vond ik nogal wisselvallig van kwaliteit. Al zij daarbij opgemerkt dat ook ik een historicus ben. Dus als Van Rossem speciaal voor deze bundel drie langere verhalen schrijft, over de beide wereldoorlogen en over Adolf Hitler, dan kan ik die niet zo onbevangen lezen als een normale lezer.
Mij zijn de feiten bekend, en deels ook de discussies over die feiten onder historici. Dus kijk ik slechts of Van Rossem nog een eigen toets aanbrengt, of alleen de algemeen aanvaarde inzichten samenvat voor een groter publiek. Niets dat er iets mis is met dat laatste, maar dan is zo’n tekst niet voor mij bedoeld en gelden er andere beoordelingscriteria.
Zoals in dit geval.
Daarom vond ik opvallend genoeg de uitgebreide inleiding samen met de verzamelde Volkskrant-columns nog het meest bieden in dit boek. Eerder heb ik zijn kwaliteiten als columnist toch al eens bekritiseerd. In dit boek blijkt dat de korte baan hem soms ook tot een scherpheid dwingt die ik erg prettig vind. Heb ik er toch goed aan gedaan mijn abonnement op die krant op te zeggen, toen Van Rossem er als columnist werd weggeschoffeerd.
meer Maarten van Rossem op boeklog
meer Maarten van Rossem op eamelje.net
Maarten van Rossem, Heeft geschiedenis nut?
336 pagina’s
Uitgeverij Het Spectrum © 2003
in: a-z, geschiedenis, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Maarten van Rossem-pagina
dinsdag 17 oktober 2006
Misschien moest een conclusie maar luiden na een kleine vijfhonderd besprekinkjes hier dat ik erg van een boek houd dat me het verhaal in sleurt, en er nauwelijks tegenkom die dat nog lukt.
Deze van Dick Francis was er gelukkig weer eens éen. Waarbij een andere conclusie is dat hij vroeger goed schreef. Het grote geld was er nog niet in zijn leven. En in die vroege thrillers handicapt Francis de held vaak, in dit geval door alcoholische broer bij hem te laten inwonen, en hem een makkelijk ontsporende schouder te geven.
Tegelijkertijd zijn de misdaden realistisch, en niet zo voorspelbaar als in de meeste andere thrillers altijd. In dit boek gaat het onder meer om prijsafspraken in de paardenhandel, en andere onfrisse praktijken van de handelaren. En de hoofdpersoon wil daar natuurlijk niet aan mee doen.
Alleen dit gegeven al maakt duidelijk dat er een goede thriller zit in de prijsafspraken in de Nederlandse bouw. Francis niet lezen omdat hij altijd wel ergens paarden het verhaal in smokkelt, is rijkelijk onnozel.
Dit boek is erg goed, het geweld realistisch, en de misdaden zelfs intellectueel verrijkend, omdat die iets fundamenteels blootleggen over de mentaliteit van handelaren.
Zelfs de liefdesgeschiedenis boeide.
Dick Francis, Knock down
274 pagina’s
Pan Books © oorspronkelijk 1974
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
woensdag 18 oktober 2006
** update 20 oktober: mijn boeklogjes worden erg snel geschreven. Ze geven mijn leesimpressies weer, en niet meer dan dat. Zeldzaam zijn de keren dat ik extra moeite doe om meer uit te vinden over een boek of schrijver. Bij deze roman was dat wel zo, omdat ik er een flauwe marketingtruc in vermoedde. En omdat ik nergens bevestiging kon vinden dat er werkelijk ooit een ‘weblog van Annemiek’ ergens online had gestaan, schreef ik een logje dat sterk gekleurd was door mijn chagrijn.
Alleen was er wel degelijk een weblog ooit, al was dat dan gehost bij zo’n gratis dienst. Dus zat ik fout, en is hier een rectificatie nodig. Toch laat ik mijn oorspronkelijke tekst ook staan, om de arrogantie in mijn vergissing niet te verdoezelen. De blauwe tekstgedeelten zijn alleen er een commentaar bij, nu achteraf.
Webloggers van oud, trap hier niet in. Dit is niet het werk van iemand uit uw gelederen die een boekcontract afdwong. Deze roman had een paar jaar terug nog gewoon Het dagboek van Annemiek geheten. Maar de uitgever moet gedacht hebben dat alleen het noemen al van het o zo hippe woord weblog net even wat meer doelgroep is.
* ‘Friends, Romans, countrymen, lend me your ears.’ Een beetje retorisch was dit wel.
Geloof daar niet in. De omwerking van dagboek naar papieren weblog is te snel gedaan, en rijkelijk onnozel. Het beste bewijs daarvoor levert dit boek zelf op, maar daar kom ik nog op terug. Iets anders is dat het hele weblog van die Annemiek nergens online te vinden is. Evenmin levert speuren naar ‘Susan van Kruijssen’ iets op, of zoeken met willekeurig gekozen tekstfragmenten.
* Dat gebeurt dan. Eenmaal het besluit genomen dat dit een papieren dagboek is, lijken ineens alle stukjes die wel des weblogs waren - zoals een automatisch vertaalde tekst naar het Engels - alleen maar te bewijzen dat er naderhand nog wat bijgeplamuurd is.
Volgens de schrijfster was dat weblog er ooit wel, maar moest het van de uitgever offline worden gehaald. Dat stond in het contract.
*Daar loog ze dus niet mee
Wat een gepatenteerd onnozele uitgever heeft zij dan. Wel willen pronken met het woordje weblog, en niet beseffen dat de beste marketing er uit bestaat zo’n ding dan ook online te hebben staan. Voor Grunberg’s meeste recente boek werd er namelijk zelfs een heel neplog volgeschreven. Die uitgever liet ‘Tirza’ bovendien met naam en toenaam reacties op andere weblogs zetten. Opdat er maar rumoer over haar zou ontstaan. Want buzz is gratis reclame.
* Ik neem niet al mijn woorden terug. Deze constatering blijft staan.
Tirza.nl heeft zijn werk trouwens gedaan, en is inmiddels niet meer toegankelijk. Maar dat die website er ooit geweest is, heeft overal bij anderen zijn sporen achtergelaten. Van Susan van Kruijssen/Annemiek zijn ook zulke aanwijzingen niet te vinden.
* Nu ik weet waar te zoeken trouwens nog niet, al meen ik me ineens wel te herinneren haar weblog ooit gelezen te hebben.
Bovendien staat er op de allerlaatste pagina van dit boek, als de welwillende lezer deksels benieuwd is geworden hoe het toch verder zou gaan met die Annemiek:
Morgen begin ik boven aan de bladzijde van een heel nieuw schrift. [254]
Omdat de ruimte om woorden op een weblog te schrijven ooit opraakt, begrijpt u wel.
Verder ben ik in het hele boek maar éen keer het woord ‘weblog’ tegengekomen. En dan ook nog in een zin waar net zo goed ‘dagboek’had kunnen staan. Voor de rest blijkt nergens uit dat deze roman meer dan een gefingeerd dagboek zou zijn. Integendeel.
* Anders had ook nooit mijn grote twijfel kunnen ontstaan.
Weblogs trekken nu eenmaal bezoekers, en die willen reageren. Er is geen enkele aanwijzing dat dit ooit gebeurde. Of dat die Annemiek ooit anders contacten opdeed online dan via e-mail en de chatbox MSN. Maar mag Annemiek’s log nog weblog heten als zelfs haar beste vriendinnen er niet eens zijdelings een opmerking over maken? Is een afgeschermd hoekje dagboek online in intentie iets anders dan een dagboek in een schrift?
* Ook deze constatering blijft staan
Merk op dat ik ondanks deze hele lap tekst nog niets over de inhoud heb gezegd. Dit is ook een debuut, en voor debuten gelden hier andere regels. Het uitgeversbedrog constateren, volstaat ditmaal wel.
* Maar in mijn ijver om mijn gelijk te bewijzen, laat ik ook werkelijk alle positiefs dat over dit boek te zeggen is weg. Zoals dat de schrijfstijl helemaal niet vervelend is.
Dat uit de recensie uit het opinieweekblad Yes de lovende kreet ‘Superherkenbaar’ op de kaft geciteerd wordt, mag ook aanbeveling genoeg zijn.
Toch nog even dit dan. Deze roman heet zo grappig te zijn ‘dat je bij elke pagina weer dubbel ligt!’ dixit Yes. Maar daar heb ik nu eenmaal geen gevoel voor. Ik lach altijd om de verkeerde dingen.
Zoals wanneer dat gansje Annemiek voor de verandering toch eens belangstelling vertoont voor de wereld buiten haar om. Op zulke momenten van rust leest zij meesterstukken uit de wereldliteratuur, waarvan mevrouw Van Kruijssen geen éen keer een titel weet te noemen, en nooit verder komt dan de pregnante omschrijving ‘een bibliotheekboek’.
* Ook aan deze constering blijf ik vasthouden. Bij schrijven gaat het om sprekende details, en het benoemen daarvan. Iemand alleen een ‘bibliotheekboek’ laten lezen, maakt mij op een verkeerde manier nieuwsgierig. Waarom mag ik de titel niet weten?
Dat vind ik nu humor.
Susan van Kruijssen, Het weblog van Annemiek
254 pagina’s
Uitgeverij De Kern © 2006
in: a-z, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Susan van Kruijssen-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 19 oktober 2006
Dick Francis’ thrillers hebben vrijwel altijd een andere hoofdpersoon. Al is zelfs die regel niet helemaal waar, omdat Francis in interviews weleens heeft laten doorschemeren dat zijn hoofdpersonen allemaal zijn zoals hij.
Wel is er inmiddels een klein reeksje aan boeken over Sid Halley, de oud-jockeykampioen die privé-detective werd. Ook Francis’ net verschenen boek gaat weer over Halley, en ooit was er een TV-serie met dat personage als hoofdpersoon.
Halley past in die traditie van een hoofdpersoon die een handicap toebedacht kreeg. Al is dat in dit geval ook echt zo; hij verloor zijn linkerhand, door de gevolgen van een ongeluk tijdens een race. En om éen of andere reden lijkt het of dit lichamelijke gebrek het geweld in de Sid Halley- boeken net even sadistischer en grover maakt als normaal.
Voor mij hoeft dat niet zo.
Daarbij komt dat in dit boek de slechterik al bij voorbaat bekend is, en het hele plot erom draait of deze man door de rechtbank veroordeeld zal kunnen worden of niet. Maar de crux is dat werkelijk niemand hem tot de gepleegde misdaden in staat acht.
Ik moest het herlezen van de Francis-thrillers met dit boek maar eens stoppen. Hoewel fraai opgezet, bevatte dit verhaal net te veel onwaarschijnlijkheden om me te boeien. Dat is jammer.
Dick Francis, Come to Grief
407 pagina’s
Pan Books © oorspronkelijk 1995
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
vrijdag 20 oktober 2006
In mijn feedreader ontvang ik dagelijks talloze meldingen van welke elektronische boeken er nu weer ergens online zijn gezet. En meestal volstaat het wel om naar de opsomming te kijken. Als die iets duidelijk maakt, dan wel dat er altijd al duizenden boeken werden gedrukt die me helemaal niet interesseren.
Zeldzaam de keren dat ik verrast wordt dat een mij bekend boek online is gezet. Nog zeldzamer de ontdekking dat een onbekend boek ergens op een website ver weg me veel kan brengen.
Toch was A Wander in Holland zo’n boek, omdat het meerdere manieren zo’n fraai tijdsbeeld gaf van het Nederland rond 1900. Kunstkenner E.V. Lucas maakte tussen 1897 en 1905 drie reizen in het onze, en deed dat voornamelijk om de kunstschatten te bewonderen. Maar terloops wordt ook heel aardig duidelijk hoe het was om indertijd van plaats tot plaats te reizen.
Met de tram, op de treeplank buiten soms.
Bovendien probeerde hij Nederland uit te leggen aan zijn lezerspubliek. Dus putte hij historische en culturele gegevens uit de meest uiteenlopende bronnen. Pagina’s wijdde hij bijvoorbeeld aan de informatie uit een toeristenbrochure van de VVV in Leeuwarden.
Dan weer gebruikt hij een lesboek uit de 17e eeuw, om de verschillen tussen het Nederlands en het Engels duidelijk te maken.
Alleen al aardig om dat soort bronnen, dit elektronische boek.
E.V. Lucas, A Wanderer in Holland
309 pagina’s
Gutenberg © oorspronkelijk 1908
in: reizen, typisch hollands, a-z, geschiedenis, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de E.V. Lucas-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 22 oktober 2006
In de schaarse in memoriams die inhoudelijk op het werk van de filosoof Lolle Nauta ingingen, dook ineens de titel van dit boek op. Ik kende het niet, en het kostte enige moeite dit in bezit te krijgen. Tot me daagde dat de Fryske Akademy ook een webwinkel heeft.
Maar waarom wilde ik het zo graag hebben?
Simpelweg omdat me wel bekend is dat Nauta in het Fries gepubliceerd had, maar ook dat hij daar op een gegeven moment mee ophield. Mij interesseerde waarom dat dan was. Zowel het schrijven als stoppen daarmee moeten allebeide heel bewuste keuzes zijn geweest.
Want, dat Fries raakt bij sommigen aan iets heel principieels. Ik krijg ook regelmatig striemende verwijten niet genoeg in het Fries te publiceren op mijn andere weblog. Het wel kunnen, maar vervolgens niet doen, roept merkwaardig genoeg boosheid op.
Dit taalfanatisme heeft ook opgeleverd dat Friezen inmiddels politiek gesproken de enige nationale minderheid in Nederland zijn. Nu heeft de overheid dus beloofd hen niet meer vervolgen om hun afkomst. En zo is er wel meer idioots in dat verdrag aan te wijzen.
Laat ik dus voorzichtig stellen dat ik maar enkele redenen zie om in het Fries te schrijven:
- omdat het de taal is die iemand toevallig het beste ligt;
- om iets in de taal te proberen;
- omdat het moet. Leerkrachten en ambtenaren kunnen die verplichting hebben;
- omdat iemand daar zo geld mee verdient;
- vanuit taalactivisme;
Een zesde reden zou nog kunnen zijn dat het in het Fries nog makkelijker is om uitgegeven te worden als in het Nederlands, vanwege alle subsidies en het gebrek aan capabele mededingers. Mijn opsomming is dan ook zeker niet uitputtend.
Maar ik ga zo uitvoerig op deze kwestie in omdat het dus niet vanzelf spreekt dat iemand Fries schrijft. Want, niemand leert die taal goed schrijven op school. Alleen al de redenen waarom Nauta in het Fries ging publiceren, en daar vervolgens mee ophield, zouden mij veel duidelijk maken over de man.
Hij deed het zeker om het geld eerst, en ook omdat hij in de Friestalige tijdschriften de ruimte kreeg zich te ontwikkelen tot essayist; wat een grote wens was. Nauta werd geboren in Sneek, en sprak thuis geen Fries. In het begin was Douwe Tamminga, taalactivist en zijn vroegere buurman, daarom de aangewezen ‘native speaker’ die hielp om zijn werk te verbeteren.
Later zou dezelfde Tamminga mede de oorzaak zijn dat Nauta ophield in het Fries te publiceren. Die botsing is te vergelijken met dezelfde strijd tegen de paternalistische autoriteiten in Nederland die wij nu geleerd hebben te associëren met de jaren zestig. De oude generatie streefde het ene na, de nieuwe iets anders, en botsingen waren het gevolg.
Resteert de vraag of het nu nog boeiend is over die geschillen van toen te lezen. En dan vind ik van wel, omdat Nauta zich toch al genoeg filosoof toont om bijvoorbeeld naar achterliggende motieven te speuren in de generatiestrijd.
Anderzijds is het ook gewoon niet vervelend om recensies te lezen, anders zoudt u hier nu niet zijn. Of om te zien hoe iemand zich tot een capabel essayist ontwikkelt.
Overigens staan zowel Fries- als Nederlandstalige stukken in dit boek. En ik ben het met Nauta eens dat zulks voor Friese auteurs vanzelf zou moeten spreken.
Lolle Nauta, Stasjonearre yn Fryslân
Essays, besprekken en polemiken
233 pagina’s
Fryske Akademy © 1999
in: a-z, essays, [auto]biografisch, bundels, fryske boeken
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Lolle Nauta-pagina
maandag 23 oktober 2006
Er waren twee dingen die mij nogal stoorden aan dit boek, hoe goed het verder ook is.
De grootste barrière bleek toch dat Robert Crumb er verschillende malen nogal matige tekeningen voor heeft afgeleverd. Zijn kennis van de menselijke anatomie lijkt dan tekort te schieten, en dat stoort. Misschien komen al die ongelukkig getekende mensjes ook omdat hij nooit eerst schetsen in potlood schijnt te maken, en hup meteen in inkt werkt. Maar dan nog. Het verschil tussen de tekeningen waarvoor hij naar foto’s kon werken, en de momenten dat hij het helemaal zelf moest doen, is soms pijnlijk groot.
Mijn tweede aanmerking is dat de auteur David Mairowitz niet al te hoog inzet. Dit lijkt in toon en aanpak soms een boek voor niet al te veel wetende tieners van de computerspelletjesgeneratie.
En toch.
Het is op een zekere manier ook allemaal wel met liefde gedaan. En dit boek biedt wat mij betreft een goede introductie tot het werk van die gekke Franz Kafka. Ook al wordt dan het ‘Ungeziefer’ uit ‘Die Verwandlung’ wel door Crumb getekend, hoewel de bedenker van die ongelukkig metamorfose terecht vond dat het gruwelijke ongedierte Gregor Samsa nooit getoond moest worden.
Maar ik weet het ook niet. Ik heb Kafka’s belangrijkste boeken, verhalen en brieven tenminste twee keer gelezen, in het Nederlands en in het Duits. Onbevangen sta ik allang niet meer tegenover hem.
Iets terugzien van dat vuur en die bewondering die er ooit bij mij was, is misschien ook al veel.
Kafka door Robert Crumb
Op tekst van David Zane Mairowitz
175 pagina’s
Uitgeverij Oog & Blik © 2005
vertaling van Introducing Kafka © 1993
in: a-z, vertaald, [auto]biografisch, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Robert Crumb & David Mairowitz-pagina
dinsdag 24 oktober 2006
Ik moest dit soort boeken maar niet meer lezen.
Niet dat de Franse filosoof Michel Onfray geen helder boek heeft geschreven. Of dat er niets uit te leren zou zijn.
Maar ik weet het nu wel. Niet in detail natuurlijk. Onfray weet me absoluut nog wat aardige feitjes bij te brengen over die drie grote monotheïstische godsdiensten.
Alleen is de kennis nu wel bij mij aanwezig hoezeer religies zichzelf tegenspreken, en logisch inconsequent zijn. Of hoe wreed ze uitpakken. En dit maakt de schrijvers die alleen op hoge toon de fouten in godsdiensten aanwijzen uiteindelijk nogal vervelend, hoe zeer ze ook gelijk mogen hebben.
Bijna net zo vervelend als de gristen is die blij stelt zich uitverkoren te weten, met diens raar antropocentrische wereldbeeld.
Wat ik zoek, is een boek over geloven dat me meer biedt. Waarin psychologisch inzicht nu eens wordt afgewisseld met sociologisch begrip, en kennis van culturen. Religies functioneren nooit in een vacuüm. Bovendien, als ik de geschiedenis bekijk, zie ik hoe de drie grote monotheïstische religies al een kleine twee millennia door machthebbers worden ingezet als controlemechanisme. En dan heb ik het nog niet eens over dat ook gelovigen atheïstisch worden als het om de religie van een ander gaat.
Tegelijkertijd blijken mensen er nogal van te houden om geestelijk geknecht te worden. Daar kan ook ik laatdunkend over doen, maar dat verklaart me niets. Waar komt die grote drang tot onderwerping vandaan?
Is religie altijd nauw verbonden aan groepsdwang?
Zouden mensapen ook goden kunnen verzinnen?
Ik herinner me eigenlijk alleen bij Norbert Elias iets gelezen te hebben over wat maakt dat groepen mensen priesters in hun midden accepteren; ook al zijn die professionele godsdienstbelijders verder niet productief naast dat.
Alleen vrees ik, gezien het geringe tal van atheïstische boeken in Onfray’s literuurlijst, dat het voorlopig ook wel bij Elias’ verrassende kijk op dit onderwerp zal blijven.
Michel Onfray, Atheologie
De hoofdzonden van jodendom,
Christendom en islam
269 pagina’s
Uitgeverij Mets & Schilt © 2005
Vertaling van Traité d’athéologie-
Physique de la metaphysique © 2005
in: a-z, religie, vertaald, filosofie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Michel Onfray-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 25 oktober 2006
Wat was die ‘VOC-mentaliteit’ ook alweer, die onze minister-president zo zeer wenste? Die ‘dynamiek’, dat ‘over de grenzen kijken’?
Het beste is het vaak om bij zulke vragen terug te gaan naar de bron, en een betere bron dan deze is er bijna niet. Nog leven de daden van schipper Bontekoe in het collectieve geheugen van de Nederlanders, een kleine vier eeuwen later. Er zijn zelfs plannen voor een speelfilm, zij het dat die over een afgeleid verhaal gaat.
In 1924 zou Johan Fabricius nog De scheepsjongens van Bontekoe schrijven; een nieuwe bewerking van het eerste deel van het boek dat ik hier las.
Al bleek me uit de wetenschappelijke bezorging van V.D. Roeper dat dit niet het echte journaal van schipper Bontekoe kan zijn. Zijn heldendaden zijn op een aantal wat plaatsen wat mooier gekleurd door de eerste uitgever, ene Jan Jansz Deutel uit Hoorn. Die maakte van het laatste deel van Bontekoe’s zware reis naar de Oost een verhaal als was hij Mozes die zijn volk door de woestijn leidde. Met wonderen als uit de lucht vallend voedsel en al.
Bontekoe verloor zijn schip, de Nieuw Hoorn, namelijk doordat het kruit ontplofte. Hij vloog zelfs mee de lucht in, maar zou het overleven. Al liep hij ter genezing wel een tijd rond met een kussen op zijn hoofd.
Met de resterende bemanning zou de schipper per sloep uiteindelijk Batavia bereiken, alwaar hij het commando over andere schepen kreeg. De VOC was