maandag 1 januari 2007
Er zijn net verkiezingen geweest, dus las ik dit boek te laat. Tenminste, als ik nog enige ambitie zou hebben gehad om Kamerlid te willen worden. Dit is namelijk een handleiding om in het parlement te komen, geschreven door mensen die enige minachting voelen voor het niveau van wat zich daar afspeelt.
Tegelijkertijd, doordat zij de satire beperken tot beschrijvingen over de gewenste kwaliteiten van nieuwe parlementariërs, maken ze de Tweede Kamer wel erg belangrijk. Dat is de wat merkwaardige paradox die aan humor kleeft.
Een afrekening met de Nederlandse politiek is dit namelijk niet. In dit boek geen kritiek op de veelgelaagde organisatie van het openbaar bestuur hier, met die provincies en de gemeenten ook nog eens erbij.
Evenmin speelt Europa een rol.
Nee, het Kamerlidmaatschap wordt vooral als een mooi baantje voorgesteld. En wat iemand daarvoor moet kunnen, mag vooral niet worden overschat. Maar och, wat levert die positie een leuk tractement op, en is het niet een fijne uitgangspositie om later iets te gaan doen dat nog beter betaalt?
Te prijzen aan dit boek is dat de trucs benoemd worden waarvan politici zich bedienen. Wie eenmaal snapt wat de effecten zijn van de praktijkoefening ‘Eromheen praten’, en het cursusonderdeel ‘Effectief demoniseren’, kijkt voortaan anders naar het nieuws.
Maar, ik deed dat al. Een probleem voor mij was, bij het lezen van dit boek, dat mijn oordeel over de effectiviteit van de Tweede Kamer nog wat cynischer is dan dat van de makers. Dus kon ik genieten van een geslaagde formulering nu en dan. Maar bleef het daarbij.
Het mooist vond ik nog de motto’s bij ieder hoofdstuk; al waren dat dan steeds citaten van anderen.
extra: website stemhok.nl
Stemhok.nl, Hoe word ik politicus?
158 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2006
in: leerboeken, a-z, politiek, humor
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Stemhok.nl-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 2 januari 2007
Meerdere redenen waren er, om boeklog even een pauze te gunnen in december. Eén daarvan was dit boek, dat ik per se van verhaal tot verhaal wilde lezen. Elke dag mocht er maar eentje, zodat het geheel op zichzelf kon staan.
Al moet ik ook eerlijk zeggen dat de verhalen uit het eerste deel van deze bundel me beter bevielen dan die uit het tweede. Hunters in the Snow lijkt me een nog volmaakter verzameling dan het ook in dit boek opgenomen Back in the World.
Maar nu dringt zich het probleem op om te omschrijven waarom ik dan wel zo lang als maar kon over dit boek wilde doen. Want, de verhalen lijken zo simpel. Nogal rechttoe rechtaan geschreven vertellingen zijn het, met meestal amper een plot. En dan gaan ze vaak nog over gewone mensen ook; Amerikanen met doorgaans amper scholing, onder schijnbaar normale omstandigheden.
Alleen wil ik ook weer niet onderzoeken wat de magie van Wolff’s verhalen bepaalt. De kans is groot dat zijn woorden sterven, terwijl ik aan het ontleden ga. Maar het lijkt me dat zijn kracht in de suggestie zit.
Verhalen geven hoogstens een bepalend moment weer uit iemands leven, of desnoods dat van een paar mensen. Maar Wolff slaagt erin toch meer over zijn personages te vertellen, zonder dit met woorden te doen.
Een probleem bij het omschrijven van wat zijn verhalen mij doen, blijkt ook te zijn dat mijn waardering de rede ontstijgt. De herkenning van wat goed schrijven is, verloopt volgens mij niet bewust. Gevoel speelt ook heel erg mee. Tijdens het lezen al weten iets bijzonders mee te maken, gebeurt mij niet zo vaak.
Bij dit boek was dit wel zo. En misschien is dat dan het geheim.
meer Tobias Wolff op boeklog
Tobias Wolff, The Stories of Tobias Wolff
381 pagina’s
Bloomsbury © 1997, oorspronkelijk 1981, 1984, en 1985
in: aanbevolen 2007, a-z, bundels, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tobias Wolff-pagina
woensdag 3 januari 2007
Opvallend aan dit boek is onder meer een wat vreemde paradox.
Jan Haasbroek rekent er hard in af met die rare publieke omroep in Nederland. Daarin zijn veel te veel verschillende clubjes in concurrentie met elkaar bezig, bestaan er nauwelijks nog onafhankelijke programmamakers, en gijzelt het topzware management elkaar in eeuwige reeksen aan vergaderingen.
Tegelijkertijd heeft Haasbroek wel het grootste deel van zijn werkzame bestaan bij die publieke omroep gewerkt, en blikt hij op dat leven terug.
Haasbroek is er éen van tweeling. Broer Nico, waarmee hij dus niet verward moet worden, heeft een tijd het NOS Journaal geleid. Jan Haasbroek werkte onder meer voor de VPRO radio, was zendercoördinator voor Radio 5, en directeur van de Humanistische Omroep.
Hij kan met reden stellen zijn best gedaan te hebben iets van die publieke omroep te maken. Zij het, dat dit altijd redelijk in de marge moest gebeuren. Grotere krachten maakten dat er zo weinig geld naar programma’s gaat, tegenwoordig; dat, als er al iets redelijks op televisie te zien is, dit uit het buitenland komt, of ingekocht werd bij een onafhankelijke producent.
Dit boek bestaat uit vier verschillende delen, elk met een eigen toon en aanpak. Zo staat er onder meer een cursus interviewen in. Haasbroek is ook nog docent geweest. En in een ander deel stelt hij een plan op tot oprichting van een nieuwe publieke omroep, die geen van de bezwaren van die oude kent. Aardig is dan ook dat hij meteen een lezerspanel van onder meer jonge journalisten op zijn ideeën heeft laten reageren. Want, dat internet. Waarom noemt de oud-omroepman internet nauwelijks?
Moet er niet weer onderscheid gemaakt worden tussen ‘massamedia’ en ‘media’, denk ook ik. En was het bestaan van ‘massamedia’ misschien niet meer dan een tijdelijk verschijnsel?
Van idee naar idool
Jan Haasbroek over radio en televisie
352 pagina’s
Uitgeverij Bas Lubberhuizen © 2004
in: typisch hollands, a-z, [auto]biografisch, media
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jan Haasbroek-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 5 januari 2007
Van Vroman had ik alleen gedichten gelezen, en zijn memoires met die wat obscene titel: Warm, rood, nat en lief. Dat boek ging trouwens vooral over bloed, omdat Vroman daar al zestig jaar onderzoek naar doet.
In deze bundel zijn drie vroege verzamelingen aan verhalen samengebracht. Tineke uit 1948, De adem van Mars uit 1956, en Snippers, dat voor het eerst verscheen in 1958. Dat kon ook, vanwege de duidelijk autobiografische achtergrond van die drie boekjes.
Voor wie de biografie van Leo Vroman al wat kent, zoals ik, kleedt dit boek de kale feiten uit zijn leven prachtig aan. Zo was daar die oneindig lange verloving met zijn Tineke. De belofte werd uitgesproken in 1938, maar toen vlamde de Tweede Wereldoorlog op. Vroman vluchtte in 1940 naar Engeland, en reisde vandaar naar Nederlands-Indië. Waar hij afstudeerde. Alleen kwam de oorlog daar ook, en verdween Vroman een kamp in.
Na afloop van al dat kwam hij in New York terecht, om daar te werken. Het huwelijk met Tineke komt er dan eindelijk, in 1947. Samen krijgen ze twee dochters.
En dan is dit nog maar de achtergrond bij de verhalen in dit boek. Voeg daar Vroman’s eigenzinnige en persoonlijke taalgebruik bij; want zelfs in proza kiezen dichters hun woorden nog zorgvuldig. En laat die schrijver dan kijken, met een schijnbaar altijd verwonderde blik.
Vooral Snippers, met alle aandacht daarin voor zijn al veramerikaniseerde dochtertjes, vond ik bijzonder.
Leo Vroman, Proza
Een keuze uit de verhalen
195 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij © 1984,
© oorspronkelijk 1948, 1956 en 1958
in: a-z, [auto]biografisch, bundels, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Leo Vroman-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zaterdag 6 januari 2007
Dit boek duurt wat te lang. Op pagina tweehonderd is de kern van het verhaal wel voldoende geïllustreerd, maar dan worden er nog eens honderd aan toegevoegd. En nu vraag ik me af of de schrijver dit bewust heeft gedaan.
We leven steeds sneller, zo stelt James Gleick, die journalist voor de New York Times is. En hij weet heel overtuigend duidelijk te maken waar we allemaal geen geduld meer voor hebben. Het lezen van boeken, bijvoorbeeld. Dat doet niemand meer.
Maar zou hij het zijne daarom extra lang hebben gemaakt?
Toch is mijn bezwaar wat merkwaardig. Want, dit is wel een prachtig boek. En Gleick lukt het heel goed om drooghumoristisch de onzin te laten zien, van onze drang naar efficiëntie. Gaat het mij dan werkelijk alleen nog om de kern van zijn boodschap, en niet meer om het exposé? Zoals Gleick beweert?
Voort maar weer.
Tegelijkertijd. We zeggen dan wel het zo vreselijk druk te hebben, maar de files zijn nog nooit langer geweest dan nu. Hoe snel rijdt zijn auto nu gemiddeld door een stad heen? En hoeveel harder is dat als een bejaarde op een fiets kan?
Hoe komt het dat de tijd dat we televisie kijken alleen maar toeneemt, met de jaren?
Enfin, waar ik mee zeggen wil dat dit moment, zo aan het begin van januari, een goede gelegenheid was om over het verstrijken van de tijd na te denken. Een heel jaar is net niets meer. En dat dit boek me daarbij nog even wat extra onderwerpen meegaf, om over te peinzen.
wordt vervolgd
James Gleick, Steeds sneller
De permanente jacht naar tijdwinst
en de roep om onthaasting
332 pagina’s
Uitgeverij Anthos © 2000
Vertaling van Faster. The Acceleration of Just About Everything © 1999
in: a-z, vertaald, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de James Gleick-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 7 januari 2007
In 2003 deed dit essay me niet zo veel. Nu keek ik of een herlezing me wat tegenwicht kon bieden tegen Gleick’s boek over de haast in deze tijd. Gleick is een journalist, die opmerkingsgave paart aan een toegankelijke manier van communiceren. Alleen was zijn boek uiteindelijk toch wat luchtig. Achterhuis zou me meer zicht kunnen bieden op de belangrijke grote lijnen, zonder dat ik nu al te grote verwachtingen had erg door hem vermaakt te zullen worden.
Dit idee kwam redelijk uit.
Mooi is namelijk dat Achterhuis het prettig ruim ziet. Eeuwen zijn niets voor hem, en de wereld is een kibbelend dorp vanuit dat perspectief.
Jammer alleen was dat hij een invalshoek koos die ik niet heel bijzonder vond. Er is vaker geschreven over dat discipline maakte dat Europese landen als Nederland zo succesvol werden in de wereld, bijvoorbeeld als koloniale macht. Nogal wat boeken over de geschiedenis van de technologie ook gebruiken de klok of de tijdrekening als voorbeeld, om aan te geven hoe mensen door de eeuwen heen hebben gepoogd meer greep te krijgen op hun bestaan. En hoe zij zich al doende, disciplines oplegden.
Tegelijkertijd staat er genoeg in dit boekje dat mij tot verder denken aanzet. Zelfs al zijn sommige ideeën volgens mij betwistbaar, omdat hij die op de werkelijkheid projecteert, zonder dat deze daar ineens eenvoudiger door te verklaren wordt.
Zo onderscheidt Achterhuis de ‘lege tijd’ van nu; waarin er geen culturele of religieuze bezwaren bestaan om bepaalde uren in te vullen. Die plaatst hij tegenover de ‘gevulde tijd’ van religies en premoderne culturen; waarin wel die taboes bestaan. Winkelen mag dan niet op zondag, eten is overdag tijdens de Ramadan verboden, en nog zo wat meer.
Ik voel me anders nog steeds bezwaard onder kantoortijd niets te doen, en vrolijk buiten te wandelen. Zelfs al is het mijne een vrij beroep zonder vrije weekenden of doorbetaalde vakanties.
Zwart-wit indelingen bestaan bijna nooit.
meer Acherhuis op boeklog
Hans Achterhuis, Werelden van tijd
79 pagina’s
Maand van de filosofie © 2003
in: a-z, essays, filosofie, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hans Achterhuis-pagina
maandag 8 januari 2007
Elders op boeklog bespreek ik het jubileumboek van Ad van Liempt over 50 jaar NOS-journaal. Dat viel me tegen. Waarschijnlijk omdat het zo weinig zegt over wat het nieuws op televisie hoort te brengen.
Wie werkelijk iets wil begrijpen van de mogelijkheden en de beperkingen van het journaal, doet er veel beter aan om dit boek te lezen. Ook al zijn het dan memoires, geschreven door een oud-hoofdredacteur die werd weggestuurd door zijn redactie.
Maar Nico Haasbroek was ooit wel aangetrokken om de boel te verbeteren. En, zoals ik elders al schreef: nieuwsredacties zijn in Nederland doorgaans stilstaande poelen, zonder enige normale doorstroom. Alleen de padden die op dezelfde opgeblazen toon kunnen meekwaken zijn er welkom. Wee degene die vindt dat het troebele water er stinkt, en alles eens in beweging wil brengen.
Nog steeds worden er onnozele grapjes gemaakt aan het einde van het journaal, als de weerman of -vrouw van dienst wordt aangekondigd. Ondanks Haasbroek’s hekel daaraan.
Dan heeft een hoofdredacteur bij de NOS ook als probleem dat volkomen onduidelijk is wat zijn bazen willen; vanwege allerlei particuliere omroepbelangetjes. Het moet vreemd werken zijn in een organisatie waarin ieder voorstel tot verandering als vijandig wordt ervaren; als inbreuk op gevestigde structuren. Al lijkt dit tegenwoordig voor de hele publieke sector in Nederland te gelden.
Goed aan dit boek vond ik de beschouwingen over wat nieuws is. En dan zeker niet alleen omdat ik in Haasbroek een medestander vind van het besef dat TV nog zo dom gebruikt wordt om over de actualiteit te berichten.
Heel mooi is ook dat duidelijk Haasbroek onomstotelijk duidelijk maakt hoe blind het maakt om politiek correct te blijven denken. Of ook wel, hoe nieuwsorganisaties onderdeel van dezelfde machtsstructuren kunnen zijn die ze geacht worden kritisch te volgen. Terwijl kritiek nu net heel erg nodig is, op het moment.
Ik las het boek daarom in éen zitting uit.
Minder geslaagd vond ik de klefheid van de passages waarin Haasbroek de positieve reacties herdenkt die hij kreeg op zijn werk als hoofdredacteur. Ook al is te begrijpen dat die hoofdstukken geschreven moesten worden.
Nico Haasbroek, Journaaljaren
317 pagina’s
Uitgeverij Vassallucci © 2004
in: typisch hollands, a-z, politiek, [auto]biografisch, media
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nico Haasbroek-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 10 januari 2007
Deze bundel columns stamt uit de laatste jaren van het kabinet Paars II. Van toen er mensen aan de macht waren, waarvan je nu nooit meer iets hoort. Nu ja, schandaaltjes zijn er altijd nog. Zoals nu met mevrouw Jorritsma weer. Dat dit dwaallicht ooit vice-premier kon worden, is het dodelijkste commentaar denkbaar op de kwaliteit van de politiek hier.
Fortuyn’s kritische columns over diezelfde vaderlandse politiek zijn niet zo goed. Ze verliezen hun kracht bij bundeling, doordat er te veel op elkaar lijken.
Maar daarbij speelt meer mee, dan dat dit kritiek is op Fortuyn’s denken, of schrijfkunst.
Ik heb niets aan te merken op de basis van zijn ideeën. Zijn analyse over wat er mis is in het publieke bestuur van Nederland komt met de mijne overeen; zoals meerdere besprekingen op boeklog illustreren. Ik heb zelfs opnieuw van Fortuyn geleerd, omdat zijn praktijkervaring met de verkalkte structuren nog zo veel groter was.
Pijnlijker vast ook.
Alleen, dan is er dat inzicht. En dat wijkt dan af van wat vrijwel iedereen denkt; of van wat de media ons alle dagen opnieuw inwrijven dat belangrijk is. Dit alleen al zadelt je als schrijver, of als zeepkistredenaar, op met de dure plicht met bewijzen te komen dat het openbaar bestuur hier aan incompetentie ten onder gaat. Dat het dus anders moet.
Daarbij is bijna noodzakelijk om in te calculeren dat degene die overtuigd moet worden, koppig aan de eigen inzichten zal vasthouden. Reken op forse weerstand.
De column is dan geen gelukkig medium voor die moeilijke boodschap; omdat de korte baan per definitie om krachtige uithalen vraagt. Nuance verdwijnt dan als eerste.
Televisie is dan evenmin geschikt voor die onbekende en afwijkende visie, omdat tekst op TV zo’n ondergeschikte rol speelt. Dat Fortuyn zo televisiegeniek was, is volgens mij ook zijn ondergang geweest. Zodra het debat in de media alleen nog om iemands soundbites draait, verdwijnt de mogelijkheid om objectief naar de kern van zijn ideeën te kijken.
Nu gaat dit boek geen moment over Fortuyn’s plannen zelf de politiek in te willen. Maar ik neem toch aan dat de inhoud representatief is voor zijn denkbeelden. En naar inhoud alleen wordt het onbegrijpelijk dat hij zoveel weerstand opriep onder gevestigde politici.
Nederland is kleinzielig landje.
Pim Fortuyn, Droomkabinet
Hoe Nederland geregeerd moet worden
221 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 2001
in: typisch hollands, a-z, politiek, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Pim Fortuyn-pagina
donderdag 11 januari 2007
Eind 2005 werd een boekje met kennisvragen een onverwachte bestseller in Groot-Brittannië. Dit is de even succesvolle opvolger, en toch ook weer niet. Het tijdschrift New Scientist had ooit al eens twee van die verzamelbundels uitgegeven, en die waren toen amper verkocht. In Why Don’t Penguins’ Feet Freeze zijn de leukste vragen uit die twee oerboekjes gebundeld.
Mooi. Want ik had niet graag het antwoord willen missen op de basisvraag waarom snot groen is. Dat komt door het hoge gehalte aan ijzer in het afval dat het beschermingsmechanisme in de neus produceert, staat er dan. En dan versimpel ik het antwoord nog erg.
Maar goed, mijn belangstelling wordt juist gewekt als het een beetje wetenschappelijk is. De vragen in dit boekje kunnen door elk nieuwsgierig kind worden bedacht. Dit betekent alleen niet dat de antwoorden ook simpel zijn. Bovendien wordt de New Scientist door professionals gelezen, die in hun antwoorden zeker niet per se op hun hurken gaan zitten.
Als er al een eenduidig antwoord mogelijk is.
Waarom de voeten van pinguïns niet bevriezen? Daar zijn waarschijnlijk twee redenen voor aan te wijzen. De ene is een verminderde bloedtoevoer naar die voeten. Maar een tweede verklaring blijkt dan weer biochemisch te zijn.
Waarom is de lucht blauw? Rayleigh-verstrooiing.
En eindelijk lees ik ook eens een verklaring waarom ik met mijn rotte knie het weer kan voorspellen. Waarbij de eerste antwoordgever smakelijk het gedachte-experiment opzet om het menselijk lichaam voor te stellen als een stel met gelatine gevulde ballonnen, die op een stok gemonteerd zijn. Al die elementen kunnen vrijelijk zwellen en slinken naar gelang het weer verandert, maar littekenweefsel nu net niet.
Goed, waarschijnlijk had ik het antwoord op veel van de gestelde vragen ook wel ergens online kunnen vinden. Er zijn tal van websites aan zulke wetenschappelijke vragen gewijd. Maar een boekje als dit heeft als voordeel dat ik het van kaft tot kaft lees, en dus heel veel vragen tegenkom die ik herken, maar waarvan het me nooit de moeite leek het antwoord uit te zoeken.
Internet is prachtig, maar dan vooral om er gericht eisen aan te stellen. Boeken hebben weer duidelijk andere voordelen.
New Scientist, Why Don’t Penguins’ Feet Freeze?
And 114 Other Questions
236 pagina’s
Profile Books © 2006
in: [web] technologie, a-z, biologie, kennis, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de New Scientist-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 12 januari 2007
Hooggeprezen onder kenners schijnt het te zijn: het oeuvre van Albert Alberts. En toch te weinig gelezen. Ook ik kon me niet heugen eerder iets van hem uitgelezen te hebben. In elk geval wist niets te beklijven.
Voor Libretto voor een gewezen koningin koos de schrijver zelf het beste uit zijn werk. Dat zijn dan tien verhalen uit verspreide bundels, en de korte roman De honden jagen niet meer.
Bij het lezen van die keuze zal het voorlopig wel blijven bij mij.
Ik kan wel ongeveer nagaan waarom anderen onder de indruk zijn van Alberts. Want, zijn onderwerpkeuze mag tamelijk uniek heten in de Nederlandse litteratuur, met die verslagen over het werk in de ambtenarij, of de scheepvaart. Bovenal is er dan nog zijn karige taal, met niet zelden een beendroge humor. Ook heeft Alberts het tot kunst gemaakt veel in het verhaal te verzwijgen; misschien bestaan de belangrijkste vertelelementen wel alleen in het hoofd van de lezer.
Dat zijn allemaal factoren die mij zouden moeten aanspreken. En toch gebeurde dat niet.
Er was om een of andere reden geen moment ‘uitstel van ongeloof’ dat het lezen van fictie zo bevredigend kan maken. Ik kwam de verhalen niet in.
Skande.
A. Alberts, Libretto voor een gewezen koningin
Een keuze uit eigen werk
186 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot © 1992
in: a-z, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. Alberts-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 14 januari 2007
Het is voor u maar goed dat ik pas over boeken schrijf als ze helemaal uit zijn. Aan deze bundel met columns over de wetenschap had ik tijdens het lezen al tientallen postjes kunnen wijden. Uit enthousiasme. Zo goed vind ik Jones schrijven.
Deze Steve Jones - er zijn nogal wat auteurs van dezelfde naam - is een bioloog van Welshe afkomst; gespecialiseerd in de genetica van slakken. Nu hebben biologen tijdens hun opleiding op zijn minst al geleerd om goed te kijken. Dat is hier weleens eerder opgemerkt. Maar deze heeft dan ook nog de intelligentie om moeilijke zaken helder uit te leggen, en een benijdenswaardig vanzelfsprekende manier om hard en geestig te formuleren.
Bovendien beperkt hij zich niet tot de biologie. De honderd columns in deze bundel gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Soms is Jones daarin ieders favoriete leraar, als hij nu eindelijk eens uitlegt wat iedereen allang had willen begrijpen over harde wetenschap. Vaak ook verklaart hij iets uit het dagelijkse leven met ergens pas uitgevonden kennis.
En ik houd gewoon van schrijvers die hun stukken met een openingssalvo durven te beginnen:
When it comes to statistics, there are lies, damned lies, and the tobacco industry. [113]
Kortom, dit is een boek met inhoud en intelligentie, en stijl. Niet alleen was lezen een genot, Jones leerde mij ook regelmatig om voortaan met een net iets andere blik naar de werkelijkheid te kijken.
Een boek als dit heeft wel éen nadeel. Ik ben voor weken verpest. Andere auteurs lijken ineens nogal moeizaam te schrijven, en hoe oppervlakkig is het niet wat ze behandelen daarbij.
Steve Jones, The Single Helix
A Turn Around the World of Science
321 pagina’s
Abacus © 2005
in: a-z, aanbevolen 2007, biologie, kennis, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Steve Jones-pagina
maandag 15 januari 2007
Dit was geen eenvoudige roman om te lezen. Natalia Ginzburg is nogal karig met de beschrijvende informatie die andere schrijvers wel gebruiken om hun verhaal te verlevendigen. Hele verwikkelingen tussen personages, die in een soapserie op TV weken aan afleveringen hadden gekost, worden door haar soms afgedaan in maar een paar regels.
Even met de ogen knipperen bij het lezen, en het verhaal is een halve pagina verder al niet helemaal goed meer te begrijpen.
Verder wordt bijna niets benoemd tot wat het is. Er zijn drie belangrijke verhaallijnen in dit boek: over een trieste jonge vrouw, een familie, en over een non-conformist. Maar die lijnen lopen door elkaar, en ze worden bijna geheel indirect verteld. Ik had daar wat moeite mee.
Zoals altijd bij een boek dat geschreven is op een manier die ik niet gewend ben, is het een vraag of er tijd in de ontdekking geïnvesteerd moet worden. En hoewel er veel tegen sprak, heb ik toch doorgezet. Omdat het boek me ondanks alles wel intrigeerde.
Ginzburg is sterk onder de indruk geweest van de opkomst van het fascisme in Italië, en de oorlog daarna. Dat zijn niet direct thema’s waar ik graag meer over wil lezen.
Ook de mensen waarover ze schrijft, zijn soms zo kwetsbaar dat ze daarmee wat vervelend worden.
En toch oversteeg deze roman al die bezwaren, op een opvallende manier. Al was mijn belangrijkste associatie misschien eerder een soort muziekstuk in taal mee te maken, dan literatuur te lezen.
Natalia Ginzburg, De stemmen van de avond
133 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1989
Vertaling van: Le voci della sera © 1961
in: a-z, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Natalia Ginzburg-pagina
dinsdag 16 januari 2007
Filosofie houdt zich vanouds bezig met ideeën over de werkelijkheid. Maar vanuit andere wetenschappen zijn daarover inmiddels ook ideeën ontwikkeld. Sterker nog: wetenschappers hebben zelfs methodieken ontwikkeld om hun theorieën te toetsen; een mechanisme dat filosofen node ontberen. En ziet ook, harde wetenschap gaat regelmatig volkomen tegen de menselijke intuïtie in. Dit alleen al geeft aan dat er grote beperkingen zijn aan het vermogen om alles puur op denkkracht te beredeneren.
Ik beoordeel filosofen daarom altijd op waar zij hun kennis over de werkelijkheid op baseren.
Dat wil niet zeggen dat filosofie niet nog steeds verdiensten zou kunnen hebben. Een andere manier van kijken, of denken, kan soms heel verhelderend werken. Strijklicht geeft andere informatie dan een beeld rechtstreeks belichten. Van alle filosofie die ik de afgelopen jaren las, waardeerde ik bijvoorbeeld Kearney’s verhandeling zeer over de rol van vertellingen in de cultuur.
Maar Verbrugge’s boek leerde mij niets nieuws. Daarvoor lijkt het te zeer op een beperkt deel van de actualiteit geschreven te zijn, zonder daar dwingend nieuwe ideeën op te projecteren.
Ad Verbrugge dwong mij tijdens het lezen te vaak tot het formuleren van argumenten tegen zijn redeneringen. Ik vond deze bundel essays maar een matig boek opleveren; geschreven met te weinig kennis over de werkelijkheid, vooral. En het lijkt me nog ahistorisch ook, ondanks de vele verwijzingen naar de afgelopen eeuwen. Verbrugge graaft zich in een merkwaardig verheerlijkt verleden in, waar hij vanuit een veel groter overzicht had moeten schrijven om mij te overtuigen.
Nu bleek snel dat Verbrugge’s wereldbeeld het mijne niet is. Hij doceert aan gereformeerde Vrije Universiteit, vindt het huwelijk een sacraal instituut, en daarmee dat het gezin een maatschappelijk fundament is.
Dit zou niet uit te horen te maken. Het gaat me altijd meer om de kwaliteit van het betoog, dan dat ik het per se met de schrijver eens moet zijn.
Toch verwijt ik Verbrugge vanuit zijn wereldbeeld moraalpolitiek te bedrijven, en daarmee te snel onzuiver te gaan redeneren. Als de analyse kwaliteit ontbeert, kan Hegel honderd keer aangeroepen worden als autoriteit; meer dan pseudo-gewichtig imponeergebazel levert dat niet op dan.
Ad Verbrugge, Tijd van onbehagen
Filosofische essays over een cultuur op drift
285 pagina’s
Uitgeverij SUN © 2004
in: typisch hollands, a-z, essays, filosofie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ad Verbrugge-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 18 januari 2007
Er is bijna altijd iets met de romans van Coetzee. Enerzijds herken ik wel dat ze heel goed geschreven zijn. Maar aan de andere kant klopt er ook meestal iets niet. Alleen Disgrace vond ik zonder enig voorbehoud helemaal geslaagd als boek.
Het punt voor mij met Slow Man was dat het uitganspunt van deze roman hetzelfde is als van een favoriet van mij: het boek A Voice Through A Cloud. Dit werd in 1950 uitgegeven na de dood van de schrijver Denton Welch. Ook daarin gaat een man fietsen, om meteen in het begin van het boek aangereden te worden door een auto, en vervolgens de rest van zijn leven te lijden onder de ernstige gevolgen van het ongeluk.
Welch beschrijvingen over de ellende daarna voelden als echt aan; misschien omdat zijn ongeluk autobiografisch is. Coetzee weet in dit boek het lichamelijke lijden van zijn hoofdpersoon niet geloofwaardig over te brengen aan mij. Misschien wreekt zich hier Coetzee’s karige manier van schrijven, wellicht heb ik zelf te veel pijn gehad in mijn linkerbeen om daar de gevolgen niet van te kennen. Dat is geen criterium om literatuur mee te beoordelen, maar toch doe ik dat wel. Herkenning blijft een vorm van erkenning.
Goed, dat hoofdpersonage is een man op leeftijd. Naast het lichamelijke probleem dat hij een been verliest, komen daar ook de psychische problemen bij die horen bij eenzaamheid, en de optredende afhankelijkheid. De worsteling daarmee vond ik wel weer overtuigend, zoals die omgang met de verpleegster.
Toch, net toen ik zo’n beetje aanvaard had dat dit een langzaam boek is, over een man die liever passief in het verleden leeft, past Coetzee een schrijverstrucje toe. In plaats alleen als een alwetende verteller voort te schrijven, plaatst hij een alwetende verteller in het verhaal. Elizabeth Costello is dit; de schrijfster waar hij eerder een hele roman aan heeft gewijd.
Dat zij meer weet dan kan, is mogelijk om te illustreren dat de hoofdpersoon nog altijd zwaar onder de indruk is van zijn ongeluk. Maar ik vrees dat dit nu typisch zo’n romanelement is dat generaties aan docenten zal inspireren tot dodelijk onnozele uitlegvragen.
Verklaar het optreden van Elizabeth Costello in de roman Slow Man?
Waarop het goede antwoord volgens zo’n docent dan moet zijn: Slow Man was Coetzee’s eerste boek nadat hij de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen. Die prijs overkwam hem wat, voelde lang als een ongewenst ongeluk. Hij was er daarom niet blij mee, en keerde zich van de wereld af. Maar toen ontdekte hij, aan de hand van zijn eigen roman Elizabeth Costello, dat in de buitenwereld best te overleven was, zolang hij daar maar speelde schrijver te zijn.
Of zoiets oninteressants.
Schrijvers mogen natuurlijk alles in hun boeken.
J.M. Coetzee, Slow Man
265 pagina’s
Vintage © 2006, oorspronkelijk 2005
in: a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J.M. Coetzee-pagina
vrijdag 19 januari 2007
Nooit eerder had ik het gelezen, dit pamflet. Al herinner ik me wel het rumoer van toen Maarten ‘t Hart zijn kritiek op het feminisme verdedigde in een TV-programma van Sonja Barend. Was het werkelijk Hanneke Groenteman die toen zo onredelijk boos was?
Ook herinner ik me een bespreking van Renate Rubinstein over dit boekje, waaruit bewondering sprak dat ‘t Hart zo veel namen van vrouwelijke componisten had weten te vinden. Dit, om voor altijd af te rekenen met het idee dat vrouwen immer in alles onderdrukt zijn.
Maar goed, vijfentwintig jaar na publicatie is het nu. Het eeuwig strijdbare feminisme heeft zichzelf inmiddels ontpopt als een beweging van al wat oudere, goed opgeleide vrouwen uit de hogere middenklasse. Want, ook al verdienen maar weinig Nederlandse vrouwen genoeg om zichzelf in leven te kunnen houden, dat is niet omdat geld verdienen ze verboden wordt. De wil tot meer leeft hier niet.
Maarten ‘t Hart zelf trok in 1982 vast ook al vrouwenkleren aan. Maar het geheim van zijn ‘grote gekte’ zou hij pas jaren later in de openbaarheid brengen. Met die wetenschap van nu spreekt er toch een duidelijk verlangen uit dit boekje om vrouw te kunnen zijn. Al was het maar, omdat vrouwen zo veel meer mogen.
Dus geeft het vooral een tijdsbeeld, dit pamflet. En daarmee is het verouderd, hoe amusant verder ook. Eigenlijk blijft alleen ‘t Hart’s stelling overeind staan dat het merkwaardig is om slechts te focussen op de veronderstelde verschillen in behandeling van man en vrouw. Ongelijkheden bestaat in elke samenleving, en de maatschappelijke achterstand waarop kinderen uit de arbeidersmilieu’s al meteen staan, is waarschijnlijk veel moeilijker te overwinnen.
* pas toen ik de twee titels onder elkaar zag staan, viel me op dat de titel van dit pamflet ook antwoordt op Buytendijk’s merkwaardige boek ‘De vrouw‘.
Maarten ‘t Hart, De vrouw bestaat niet
157 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers © 1982
in: a-z, biologie, essays, [auto]biografisch, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Maarten 't Hart-pagina
zaterdag 20 januari 2007
Dit is opnieuw een boek dat ik vooral van reputatie kende, en altijd nog eens zelf wilde lezen. En dan moet meteen gezegd dat die faam wel terecht is. Maar ook viel Why Things Bite Back mij wat tegen. Wat een vreemde hebberigheid is dat toch van mij, om altijd meer te verlangen van goede schrijvers dan ze geven.
De naam Encyclopedie van de domheid is al geclaimd door Matthijs van Boxsel, anders was het ook de perfecte titel titel voor dit boek van Tenner geweest. Beide mannen behandelen namelijk hetzelfde mechanisme; ze schrijven erover hoezeer het menselijk handelen altijd onbedoelde consequenties hebben kan.
Maar opvallend genoeg zijn mijn bezwaren tegen Tenner hetzelfde als tegen Van Boxsel. De onderwerpen die in hun boeken aan de orde komen, lijken nogal willekeurig uitgekozen uit nogal wat mogelijkheden meer. Illustraties zijn het slechts, van menselijk falen door de eeuwen heen. De boeken bieden nooit een panoramabeeld, omdat mij niet genoeg verklaard wordt over de mechanismen achter al die goede bedoelingen.
Tenner munt in dit boek het begrip ‘wraakeffect’, wat een heel bruikbaar woord is om alle ‘onbedoelde gevolgen’ nog eens een extra negatieve lading mee te geven. Maar, zijn oordelen blijven inzichten met wijsheid achteraf. Waarom is het bijvoorbeeld steeds weer mogelijk om dieren of planten van overzee invoeren in een milieu dat daardoor overweldigd wordt?
Veel aandacht gaat er ook naar de computer, en hoezeer wij ons aan het gebruik van computertechnologie hebben aangepast, in plaats van andersom. Het wraakeffect van de informatierevolutie is dat wij steeds verder verweken; omdat we de hele dag op een stoel zitten, op die verplichte pauze na misschien om onze RSI-polsen rust te gunnen.
Ach ja.
Tegelijkertijd is te merken hoezeer een boek uit 1996 al verouderd kan zijn, omdat we tegenwoordig meer en andere technologie gebruiken als toen. En ook had ik gehoopt dat Tenner zijn onderwerp wat minder oppervlakkig zou behandelen, door bijvoorbeeld meer te doen met de ontwikkelingen in de organisatie van arbeid. Nu verabsoluteert hij de nadelen van een momentopname in de geschiedenis van het kantoor nogal.
Toch, ook al is mijn eindconclusie dat erover bijna alles in dit boek meer te zeggen valt, het werkte wel heel inspirerend daardoor.
Edward Tenner, Why Things Bite Back
Technology and the Revenge of Unintended Consequences
431 pagina’s
Vintage Books © 1997, oorspronkelijk 1996
in: [web] technologie, a-z, biologie, kennis, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Edward Tenner-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 22 januari 2007
Charles Darwin publiceerde in 1871 The Descent of Men. Dit was het werk waarin hij zijn ideeën over evolutie toespitste op de ontwikkeling van de mens. Geneticus Steve Jones nam de structuur van Darwin’s boek over, maar vulde die in met de biologische kennis van nu.
En daarmee wordt de originele titel dubbelzinnig. Waar Darwin nog schreef over ‘de afstamming van de mensheid’, lijkt Jones het vooral over ‘de neergang van de man’ te hebben.
Bijna elke aanspraak dat mannen het sterke geslacht zouden zijn, wordt door dit boek grondig onderuit gehaald. Wat dit betreft wordt het ineens merkwaardig dat bioloog Maarten ‘t Hart zo weinig vakkennis heeft gebruikt in zijn pamflet tegen het feminisme waar ik hier laatst ook iets over schreef.
Steve Jones wijst er terloops op dat de man al snel overbodig zal zijn, nu de techniek er is om zoogdieren te klonen. Voor de menselijke voortplanting hoeft dra geen zaad meer gebruikt te worden. En anders laat de natuur vanzelf de man wel uitsterven over enige miljoenen jaren, vanwege dat zo merkwaardig zwakke Y-chromosoom.
[Why? Zoals die dubbelzinnige titel ook te lezen is…]
Ik heb dit boek veel langzamer gelezen dan ik normaal ben te doen. Dat was om er van te kunnen genieten. Steve Jones heeft een bijzonder vermogen om tamelijk technische informatie helder over te brengen, en daarbij ook nog eens zo amusant te zijn dat wat hij meedeelt beklijft.
Het boek is ook veel rijker dan ik in die paar woorden hier bij machte ben aan te geven. Wie de man goed wil beschrijven, moet daarbij namelijk ook vergelijkingen trekken met andere mannetjesbeesten in de dierenwereld. Of de cultuur behandelen waarin die man zo’n uitverkoren positie inneemt.
Alhoewel, uitverkoren… Het hoofdstuk over het besnijden van jongetjes bijvoorbeeld was lang niet altijd even prettig om te lezen. Hoe grappig het dan ook weer is om te weten dat Theresa van Avila de voorhuid van Jezus als trouwring droeg.
meer Steve Jones op boeklog
* extra: er is een website gewijd aan Y
Steve Jones, Y
The Descent of Men
280 pagina’s
Abacus © 2003, oorspronkelijk 2002
in: a-z, biologie, kennis, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Steve Jones-pagina
dinsdag 23 januari 2007
Het eerste boek van Ethel Portnoy dat ik las, moet dit zijn geweest. Toevallig was dit dan ook haar debuut. En altijd bij het herlezen, speelt mijn oerreactie op die eerste verhalen mee. Die waren zo anders als wat ik kende. En toch, zo onbeschrijvelijk goed.
Maar helaas. Misschien omdat ik vorig jaar erg veel van Portnoy heb gelezen, kwam alleen de herinnering aan die oereerbied terug, niet de stille eerbied zelf.
Niet dat mijn reactie iets over deze verhalen zegt. Maar herkenning is nu eenmaal een andere emotie dan verheugde verbazing. Geruststellend, in plaats van opwindend.
Grappig is wel weer dat ik inmiddels eindelijk de eeuwig onduidelijke titel van een verhaal begrijp. ‘I dreamed I went to the revolution in my Maidenform Bra’, is dat. Dit gaat over wat zij meemaakte tijdens de bewogen dagen van mei 1968, in Parijs. Een boek van Bill Bryson, waarin ik nog bezig ben, leerde me dat dit een variatie is op de slogan van een beha-merk [zie hieronder].
Ethel Portnoy, Steen en been
en andere verhalen
191 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff © 1971
in: a-z, vertaald, [auto]biografisch, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ethel Portnoy-pagina
dinsdag 23 januari 2007
Hoeveel tijd kost het om aan een krant te wennen? Een halfjaar dagelijks lezen, zodat een beetje voorspelbaar wordt wanneer wat komt? Voor de toon en cultuur van het blad bekend zijn?
Het nadeel van elke krant, is dat er altijd meer in staat dan ik wel weten wil, en dat het zoeken blijft naar wat me boeit. In die zin is het een gebrekkig oud medium, dat zich richt op een gemiddelde waartoe ik niet behoor.
En op het moment dat een onderwerp me echt pakt, biedt geen enkel dagblad ooit genoeg. Dit is inmiddels ook een zwaarwegend bezwaar tegen het nieuwsblad, met zijn overvolle pagina’s en de moeizaam lezende kolommen.
Nu is er tegenwoordig internet, waarop ik mijn eigen nieuws van de dag bij elkaar lees. Door RSS-feeds en een paar portaalpagina’s blijf ik beter op de hoogte dan andere mensen voor mij kunnen doen. Ik ben mijn eigen hoofdredacteur geworden, maar ook de enige abonnee op mijn selectie van wat speelt.
Het allereerste nummer van Dagblad De Pers las ik ook online. De gratis verspreiding van het papieren exemplaar is vanochtend voorzichtig in de Randstad begonnen, en daar woon ik niet.
En jammer was meteen al dat online ook aan de dwingende vormgeving van dat papieren ding werd vastgehouden. Bovendien werkt de interface met flash, een techniek die ik eerder alleen zo gebruikt zag worden voor reclamefolders. Door deze technische keuze laden de krantenpagina’s nogal langzaam in, en kost het me zeker éen handeling te veel om een tekst zo groot in beeld te krijgen dat die leesbaar wordt. Ik moet eerst vergroten, en dan het leeskader naar de gewenste plek schuiven. Gewoon op een artikel clicken om het vergroot te krijgen, is veel prettiger.
Verder viel me niet zo veel bijzonders op, behalve dat de TV-gids beschrijft wat er gisteren op televisie was. Handig is dat om bij de koffieautomaat bij te praten over gisteravond, me dunkt.
Wat concurrerende kranten hadden paginagrote advertenties ingekocht. Maar dat zal niet zo blijven.
De columns van Wiegel en Maarten van Rossem waren wel aan de erg korte kant. Dat kan nooit veel diepgang opleveren.
En verder, ach verder rook het wel naar krant. Naar een redelijk actuele middelmatige Nederlandse krant, zonder al te veel nieuws dat me elders niet al was opgevallen. Dus niet zo vreselijk boeiend meer, voor mij. Weinig kans dat deze eerste proeve me tot regelmatig lezen verleiden kan; dat ik aan de gebreken van dit ding wennen wil.
kranten die eerder besproken werden op boeklog:
- Leeuwarder Courant van zaterdag 9 december 2006
- De Volkskrant 16:00 jaargang 1 nr 3
- nrc.next jaargang 1 no. 1
- Het Parool van zaterdag 4 maart 2006
- Algemeen Dagblad DNL van zaterdag 3 september 2005
- De Volkskrant, weekend 26 en 27 februari 2005
- Trouw, zaterdag 5 februari 2005
Dagblad De Pers van dinsdag 23 januari 2007
28 pagina’s
Mountain Media BV © 2007
in: a-z, [web] technologie, periodieken, media
[+] zie de gerelateerde titels |
woensdag 24 januari 2007
De auteur Herman Franke schreef een column in de Volkskrant vol met behartigenswaardige woorden over lezen, en schrijven. Misschien doet hij dit nog wel. Ik lees die krant niet meer, dus is dat me onbekend. Maar daarom ben ik blij met deze bundeling van Franke’s columns uit de periode 2000-2004. Ook al omdat deze elkaar prettig versterken in het boek; en dat is het belangrijkste criterium waarmee ik een verzameling als deze beoordeel.
Iets moeilijker wordt het een inhoudelijke beschrijving te geven van Waarom vrouwen betere lezers zijn. Dit komt omdat er zo’n diversiteit aan columns in deze bundel is opgenomen, maar ook omdat Franke zich regelmatig met hetzelfde bezighoudt als ik hier op boeklog. Wat maakt dat iemand goed schrijft? En waarom is dit dan wel?
Vaak genoeg ben ik het met hem eens, wat het makkelijk maakt dit een prettig boek te vinden. Toch vind ik dat hij in het titelstuk te ver in een verkeerde richting doorschiet. En laat me daar dan de rest van dit stukje maar aan wijden.
Het stoort Franke dat oudere mannen en intellectuelen vaak zo’n dédain tonen voor de Nederlandse literatuur. Hij voert allerlei argumenten aan waarom dit zo zou zijn, en concludeert dan:
Vrouwen lijken meer ook dan mannen op zoek naar wat er buiten de dominante mediawerkelijkheid van belang is in het leven. Daarom zijn vrouwen betere lezers dan mannen, afgezien natuurlijk van de mannen die als vrouwen lezen [64].
Ik voelde me aangesproken door die opmerking over dat dédain. Want, als ik me ergens negatief over uitlaat hier, dan wel over het niveau van de doorsnee Nederlandse roman. Zelfs bij geliefde schrijvers als Komrij of Brouwers stel ik moeite te hebben met hun verhalend proza.
Maar lees ik die romans dan niet omdat essaybundels en andere non-fictie me beter voorbereiden om in gezelschap mee te praten, zoals Franke wil?
Hier is vaker opgemerkt dat ik altijd om twee verschillende redenen heb gelezen; vanwege de lering en vanwege het vermaak. Dat vermaak moet dan ook echt een ontsnapping bieden. Ik merk dat dit steeds moeilijker wordt, naarmate ik meer gelezen heb. De trucs die schrijvers inzetten om mij tot doorlezen te verleiden, zijn me inmiddels bekend. En verder zijn te veel boeken te dik, of anders houdt de auteur mij wel voor onnozel, wat ook irriteert.
Het sleutelwoord is sfeer, en misschien wel roes. Dit vereist dat de schrijver me van alles laat herkennen en tegelijkertijd dat ik verrast blijf. Daarin slagen er steeds minder, omdat mijn standaard almaar hoger wordt, en mijn geduld voor matige boeken verdwijnt.
Meer is daar niet bij.
Herman Franke, Waarom vrouwen betere lezers zijn
Over boeken, lezen en schrijven
231 pagina’s
Uitgeverij Podium © 2004
in: boeken over schrijven, aanbevolen 2007, a-z, bundels, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Franke-pagina
vrijdag 26 januari 2007
Bryson is in de loop der jaren steeds beter gaan schrijven, valt me op. Wat maar weer eens aan toont dat schrijven een ambacht is, en dat het tijd kost dit aan te leren.
Dit boek gaat over zijn jeugd, tijdens het meest kleurloze decennium van de vorige eeuw, in een doorsneestad in het Amerikaanse Midwesten. Nu schrok dat thema mij wat af. In de Nederlandse literatuur zijn domweg te veel boeken gewijd aan het opgroeien in de jaren vijftig, waarbij een steevast gevoelig genie ernstig in zijn ontwikkeling wordt gestoord door bekrompen ouders en opvoeders. Zulke boeken zijn stomvervelend, door hun nauwelijks verholen autobiografie. En ook al omdat weinig mensen een jeugd beleven waarin iets gebeurt dat anderen niet net zo hebben meegemaakt.
Had ik Bryson toch onderschat. Het is hem gelukt een van het begin tot aan het eind boeiend boek te schrijven, door het juist niet de hele tijd over het jongetje te hebben dat hij was. Dit boek is ook te lezen als een cultuurgeschiedenis over het leven in de VS. En dan blijken die jaren vijftig ineens heel boeiend te zijn geweest, door de overvloed van alles bijvoorbeeld, en door alle veranderingen die zich toen al aankondigden.
Geschiedschrijving is ook het leukst als het oude nog bestaat, maar het nieuwe zich al toont.
Dreigde nog wel het gevaar dat Bryson met die persoonlijke toets zijn jeugd zou gaan verheerlijken. Maar sentimenteel werd hij eigenlijk nooit, op de laatste pagina’s van het boek na. Als hij - zoals in een 19e-eeuwse roman - vertelt wat er van de mensen werd die de pagina’s daarvoor bevolkten. Zo leuk waren die jaren vijftig nu ook weer niet, met een moeder die niet koken kon, een vader die er nooit was, en een school die alleen maar verveelde. En perfect of hoogbegaafd was dat jongetje Bryson zeker ook niet.
Alleen levert ellende bij hem altijd wel weer hilarische passages op, voor de lezer.
meer Bryson op boeklog
Bill Bryson, The Life and Times of the Thunderbolt Kid
310 pagina’s
DoubleDay © 2006
in: a-z, geschiedenis, [auto]biografisch, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bill Bryson-pagina
zaterdag 27 januari 2007
Dit is een vervelend boek. En dat schrijnt des te meer omdat het volgt op het tamelijk briljant geschreven eerste deel van Clive James’ onbetrouwbare memoires.
Nu had ik dit kunnen weten; ik heb het boek eerder gelezen, maar er werkelijk niets over onthouden. Laat me daarom hier maar eens aantekenen dat als iets geen enkele indruk weet achter te laten, dit meestal een heel goede reden heeft. Zo’n boek moet gewantrouwd worden.
Falling Towards England gaat over de eerste jaren van James in Groot-Brittannië. Van toen hij daar begin jaren zestig van de boot uit Australië stapte - in zomerkleren, tijdens de winter, zonder geld - en er wanhopig probeerde iets van een bestaan op te bouwen.
Dit lukte niet.
Maar goed, Clive James leerde ik in eerste instantie kennen als TV-persoonlijkheid. Het is later wel goed gekomen, met hem. Dat hij ooit een paar jaar nooit ergens een vaste plaats wist te veroveren, was misschien zielig voor hem. Maar het is niet onoverkomelijk gebleken, wat de lezer al weet. Dat is nu eenmaal een nadeel van autobiografieën.
Dus leek hij me wat te veel in zieligheid te zwelgen.
Hoewel James geen slechte zin lijkt te kunnen schrijven, en ook in dit boek weer enkele aardige grappen debiteert, groeide er bij mij grote weerstand tegen het vertelde verhaal. Het leek of de hoofdpersoon niets wilde leren. Daarom zat er te weinig ontwikkeling in het boek, en vond ik het saai.
meer Clive James op boeklog
Clive James, Falling Towards England
Unreliable Memoirs II
192 pagina’s
Picador © 1986, oorspronkelijk 1985
in: a-z, humor, [auto]biografisch, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Clive James-pagina
zondag 28 januari 2007
Soms is de som van een essaybundel aanmerkelijk groter dan de delen. Dit was uiteindelijk geen gek boek om te lezen, omdat het over een zeker overzicht biedt, met voor mij soms nieuwe inzichten.
Maar, de kwaliteit van de stukken afzonderlijk wisselde nogal. Veel essays in deze bundel riepen aanmerkelijk meer vragen bij me op, dan ze beantwoordden. Misschien kwam dat door de nogal veilige, politiek correcte onderwerpkeuzes die gemaakt zijn. En sommige auteurs hebben een wel erg kleine invalshoek genomen. Zo worden de veranderingen in onze badcultuur bijna geheel opgehangen aan de ervaringen die de schrijfster persoonlijk opdeed in een Hammaam in Marokko. Dat is mij wat al te makkelijk.
Enfin, misschien zijn mijn vragen wel de vragen van een historicus, die zich te vaak verwonderde waar toch het tijdsbeeld bleef dat hem werd beloofd. De jaartallen uit de titel hadden rustig ingeruild kunnen worden voor het bescheidener 1990-2000, zonder dat iets aan de meeste artikelen veranderd had hoeven te worden. Het heden is voor veel schrijvers steeds belangrijker dan het verleden. Vaak werd hoogstens even anecdotisch teruggeblikt.
Ook kan de invloed van migranten op de Nederlandse cultuur makkelijk worden overschat, volgens mij. Er is ook nog zoiets als de groeiende welvaart, sinds de jaren zestig, waardoor de wereld voor de meeste mensen groter werd. Niet alleen het buitenland kwam Nederland in, ook Nederlanders gingen vaker en verder de grens over.
Het aardigste essay vind ik nog ‘Lekker’ over veranderingen in de eetcultuur, omdat hier het duidelijkst wel aan geschiedschrijving werd gedaan. Zo heeft éen van de auteurs werkelijk de moeite genomen oude Allerhande’s door te nemen. Zoals ik al eens voorspelde hier, biedt dat soort gratis bladen een enorm rijke bron om te ervaren wanneer iets ooit nieuw was, in de keuken.
Isabel Hoving e.a. red., Veranderingen van het alledaagse
1950-2000
Cultuur en migratie in Nederland. Deel 5
446 pagina’s
SDU uitgevers © 2005
in: a-z, typisch hollands, geschiedenis, essays, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Isabel Hoving red.-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 29 januari 2007
De albums van Guust Flater die tegenwoordig in de winkel liggen, hebben geen titel meer. Alleen nog een nummer. Daar zit wel enige logica achter, want de oude nummering was verwarrend, en toch is het jammer dat bijvoorbeeld de oorspronkelijke voorplaten niet meer worden gebruikt.
Maar goed, het kan altijd erger. In de Asterix-strips heten sommige personages tegenwoordig anders dan toen ik nog een jongetje was. Al het vertrouwde verandert ook maar, om de vooruitgang.
De voornaamste reden om deze albums voor de zoveelste keer te herlezen, was dat ik weten wilde waar de officiële Lagaffe-website het materiaal uit putte, voor de dagelijkse grap. Want, de site wisselt nogal eens oeroud materiaal af met dat van veel later. Maar op het moment lijkt toch keurig de volgorde te worden aangehouden uit album nummer 10: Die reuze Flater. Dit is misschien een wat futiele mededeling. Toch helpt deze wetenschap me om spelenderwijs mijn Frans wat op te halen. Ik kan wel denken de Nederlandstalige afleveringen uit mijn hoofd te kennen. Dat is alleen met de plaatjes zo. Niet met de tekst.
Deze herlezing leverde me veel plezier op. Gelukkig. Eerder bleek ik uitgekeken te zijn op Franquin’s album Zwartkijken. Maar deze albums brengen het beste van wat er ooit aan éen-paginastrips bedacht is. Wat te verwachten was van de meeste personages lag weliswaar vast, maar het o zo prettige variëren op een thema kon beginnen.
Franquin mocht intertijd ook ophouden met het tekenen van Robbedoes, een strip die hem was gaan vervelen. En met die wetenschap wordt het zichtbaar dat hij zich voortaan kon concentreren op iets dat hem wel lag. Hij plaatst ineens extra grapjes in de tekeningen, en begint na enkele jaren zelfs grappig op zijn handtekening te variëren.
Pas in de jaren na deze albums zou de depressie voor het eerst echt toeslaan in het leven van André Franquin, waardoor er soms maanden verstreken voor er weer een nieuwe aflevering van Guust verscheen in het weekblad Spirou/Robbedoes. Zelfs voor ik dit wist, was me al opgevallen dat latere afleveringen dan deze veel wisselvalliger van kwaliteit zijn.
Bij mijn leesplezier speelt ook nostalgie mee, hoe vervelend dat misschien is om te bedenken. Maar een strip als deze kan tegenwoordig niet meer getekend worden. Het kantoorleven is radicaal veranderd, sinds de computer en de mobiele telefoon. Werkschuwe jongste bedienden zullen er misschien altijd blijven, maar die interesseren zich tegenwoordig voor andere technologie als een Guust. Zijn wereldbeeld was nog voornamelijk mechanisch, de nerds van nu zijn goed in digitale techniek.
Maar rare dingen in elkaar knutselen is leuker om naar te kijken dan om te zien wat iemand voor merkwaardigs heeft geprogrammeerd. En helemaal onzinnig is het ook niet wat Guust Flater allemaal al uitvond; sommige ideeën vinden nu wel degelijk een toepassing.
Franquin, Guust 6: Flaters schade
61 pagina’s
Uitgeverij Dupuis © 1968
Vertaling van: Des gaffes et des dégâts
Franquin, Guust 7: Van flaters gesproken
61 pagina’s
Uitgeverij Dupuis © 1969
Vertaling van: Un gaffeur sachant gaffer
Franquin, Guust 8: Flaters van formaat
61 pagina’s
Uitgeverij Dupuis © 1970
Vertaling van: Lagaffe nous gâte
Franquin, Guust 9: Het geval Flater
54 pagina’s
Uitgeverij Dupuis © 1971
Vertaling van: Le cas Lagaffe
Franquin, Guust 10: Die reuze Flater
54 pagina’s
Uitgeverij Dupuis © 1972
Vertaling van: Le géant de la gaffe
in: a-z, en français [& vertaald], humor, strips/graphic novels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Franquin-pagina