Inhoud maart 2007:

Eric Hoekstra · Kening fan ’e junks

Dick Francis · Reflex

Eelke Lok · Polityk yn Fryslân

Breedveld & Goslinga · Commentator in verkiezingstijd

Koos Tiemersma · Mind games

Theodore Dalrymple · Drugs

Marja Brouwers · Lichtjager

Ileen Montijn · Dromenland

Robert Mankoff ed. · Complete Cartoons of The New Yorker

Kees van Kooten · Episodes

J.P. Guépin · Doorkruiste verwachtingen

Alan Fletcher · Art of Looking Sideways

Geert Mak | Boekenweek-CV 2007

Geert Mak · Brug

Adrian Plass · Schrijversclub

Kees Fens · Op weg naar het schavot

Geert Mak · Goede stad

Rudy Kousbroek · Archeologie van de auto | uitgebreide editie

Uit liefde en ironie

Paul Auster · Oracle Night

Kees Schuyt · Stuifzandsamenleving

Nederland

Donald A. Norman · Design of Everyday Things

S. Montag · Overpeinzingen

Garrison Keillor · Leaving Home

Ileen Montijn · Aan tafel!

Georg Christoph Lichtenberg · Donderslagen op muziek

Belcampo · Bevroren vuurwerk

Clive James · Visions Before Midnight

Eric Schlosser · Fast Food Nation

Eric Hoekstra · Kening fan ’e junks

De ingrediënten voor een goed boek zijn in deze titel voorhanden. Neem een verhaal dat zich afspeelt in Groningen, een stad die ik behoorlijk ken. Maak van de hoofdpersoon een gewetenloos manupilator. Meng zijn gedrag met humor en steelse maatschappijkritiek. En laat al dit vertellen door een begenadigd schrijver. Zo munt Erich Hoekstra terloops in dit boek het woord ’sleaupost’; het eerste aanvaardbare alternatief voor ’snailmail’ dat ik ooit zag.

Kening fan ’e junks

Toch scoort dit boek bij mij hoger door de zichtbare belofte, dan de uiteindelijke prestatie. Zeker, deze schelmenroman heeft absoluut zijn momenten. Maar een redelijk aantal geslaagde en grappige scènes levert nog geen samenhangend boek op. De som is mij minder dan de delen. De pap om de krenten heeft geen smaak.

Zo blijft hoofdpersoon Desiderius Huizinga het hele boek lang éen-dimensionaal. Nu hoeft dit het probleem niet te zijn, want daardoor kan de auteur hem probleemloos in heel verschillende milieus manoeuvreren, om steeds de andere personages te gebruiken om de ruimte daar wel in te kleuren. Maar dit is te weinig gebeurd. Bovendien toont de hoofdpersoon zich wat al te wereldwijs. Hij verbaast zich werkelijk nergens over; en is hoogstens bang ontmaskerd te worden. En dat stelt de auteur dan schrijftechnisch voor het grote probleem diens eigen verwondering, die toch ook een aanleiding voor deze debuutroman moet zijn geweest, op een andere manier in het verhaal te verwerken.

In Kening fan ’e junks gaat het voor mij op twee fronten mis: in de uitwerking van die verbazing, en in de timing.

Het duidelijkst verliest dit boek aan tempo in de drie grote gesprekken, waarvan er twee zelfs dialogen zijn. Hoezeer die gesprekken dan ook van aard verschillen. Maar de hele vertelling staat dan bijna stil. Alle aandacht van de lezer richt zich op wat er gezegd gaat worden. Maar dan komt er te weinig; in elk geval lang niet genoeg om te begrijpen waarom de gesprekken bladzijdenlang moeten duren. Ook omdat ik vooraf de uitkomst kon voorspellen.

Bij het vormgeven aan zijn verbazing is Eric Hoekstra verder op het probleem gestuit dat volgens politiek activist Noam Chomsky ‘concisie‘ heet. Noem dit maar de straf van zijn intelligentie. Wat Hoekstra opgemerkt heeft, wijkt in zijn detaillering af van wat de goegemeente weet over de sociaalmaatschappelijke dienstverlening, en het management daarvan. Dus had hij zijn afwijkende standpunt hierover gedoseerder moeten presenteren. Bijvoorbeeld door eerst uit te gaan van wat de standaardverwachtingen zijn, en daar dan slinks van af te gaan wijken, waarna het groteske vervolgens geen probleem meer hoeft te zijn.

En daarmee kom ik weer terug op het belang van die timing.

Deze conclusies klinken waarschijnlijk harder dan ik ze bedoel. Maar aan het eind van dit boek schemert door dat Desiderius Huizinga weleens verdere avonturen kan gaan beleven. En mede gezien hoe Hoekstra op zijn weblog schrijft, denk ik dat hij tot veel meer in staat is dan uit deze roman blijkt. De schelmenroman, of de satire, legt alleen wel zijn eigen dwingende wetten op. Ik hoop enkele van die wetten hier in algemene zin te hebben kunnen aangeven. Omdat een eventueel vervolg met betrekkelijk weinig moeite heel erg goed zou kunnen worden. Een gewaarschuwd auteur kan diezelfde vertelwetten namelijk inzetten om de lezer ademloos door het verhaal te stuwen, in plaats van er zelf wat door overvallen te raken.

De Nederlandse samenleving, en de Friese daar weer in, smeekt ook om literair commentaar dat de blik van de lezer focust. Helaas vergt dat genre nogal wat meer dan het schrijven van een nauwelijks verholen autobiografisch werkje. Geen wonder dus dat de vaderlandse boekhandels altijd wel volliggen met romans die viezig kleven van het navelpluis, en echte boeken er zo node ontbreken. En nee, ik verwacht niet dat de komende nationale boekenweek daar verandering in aanbrengt. Ondanks het thema: ‘Scherts, satire en ironie’.

Eric Hoekstra, Kening fan de junks
112 pagina’s
Utjouwerij Bornmeer, 2007
ISBN 978 90 5615 150 8
prijs: € 15,–

* website van útjouwerij Bornmeer
* Eric Hoekstra’s weblog bij Farsk

NB: de naam van dit boek wijkt op het kaft af van die op het titelblad.

in: a-z, humor, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eric Hoekstra-pagina

Dick Francis · Reflex

Dit had ik onthouden als een goeie. Maar herinneringen kunnen bedriegen. Al lukt het me wel te begrijpen waarom ik ooit onder de indruk was van het verhaal in deze thriller.

Ze krijgen elkaar aan het eind. En daarover mag ik nog altijd graag lezen, zonder nu een liefhebber te zijn van het genre boeken waarin die vraag het enige onderwerp is.

En, de hoofdpersoon moet enkele technisch ingewikkelde puzzels oplossen, om te ontdekken wat de stouterikken toch zo kwaad maakt steeds. Terloops doet Francis de lezer aardig wat kennis over de fotografie aan de hand, en dat moet me indertijd ook hebben aangesproken.

Maar nee, het is merkwaardig een thriller te lezen waar er verschillende plots door elkaar lopen, en geeneen stevig genoeg is om het hele boek te dragen.

Zoals altijd heb ik me absoluut vermaakt met deze Francis; dat is ook de enige reden om boekjes als deze te herlezen. Alleen zijn er titels van hem die absoluut meer bieden.

Dick Francis, Reflex
252 pagina’s
Pan Books 1982, oorspronkelijk © 1980

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Eelke Lok · Polityk yn Fryslân

Aan de vooravond van de Statenverkiezingen op 7 maart 2007 bracht journalist Eelke Lok een boek uit over zijn ervaringen met de provinciale politiek. Vlotte beschouwingen schrijft hij daarin waaruit nogal wat relativering spreekt. Als jongmaatje bij de radio raakte Lok nog onder de indruk van alle rituelen van een Statenbijeenkomst. Maar op een gegeven moment kon hij voor de vergadering al voorspellen wat de uitkomst van de discussies zou zijn. Toen werd het tijd met de verslaggeving daar op te houden.

lok_polityk yn fryslan

Maar waarom is de provinciale politiek toch zo vervelend?

Lok’s analyse van dit probleem komt met de ideeën overeen die ik vormde in wat ik aan politieke verslaggeving deed. Voor het grootste gedeelte zijn er maar heel weinig bestuurlijke punten waarover de verschillende politieke partijen in een provincie echt strijd zullen hebben. Desondanks wordt van werkelijk iedere komma in beleidsplannen gewogen of die iets uitmaakt. Daardoor vallen beslissingen soms pas als iedereen al vergeten is wat de aanleiding was om tot een beleidswijziging over te gaan. Bijvoorbeeld.

Organisaties en procedures dijen uit tot ze alle ruimte vullen die er is om ergens aandacht aan te besteden. Als Lok met dit boek éen ding aantoont, dan wel dat er te veel Statenleden zijn, en te veel ambtenaren voor de provincies werken. Dit kan ook omdat er geen externe dwang gevoeld wordt om op tijd kwaliteit af te leveren.

Leve daarom een boek als dit, dat soms bij het cynische af is.

Goed vind ik verder hoe Lok uitlegt over welke thema’s de Friese provinciale politiek telkens weer gaat. En dan vooral dat hij kan aantonen hoe weinig daarin al decennia verandert; op wat details na dan misschien.

Wel ontbreekt wat een eigen visie van Lok op waarvan hij denkt dat dan meer nadruk nodig is. Ja, het kan best af met wat minder gemeenten, maar verder? Al valt te verdedigen dat een beschouwing daarover buiten het bestek van dit boekje valt.

Curieuzer vind ik het enorme aantal namen van Friese politici waarmee Lok zijn beschouwingen heeft gekruid. Het is haast of de uitgever erop speculeert ook een bestseller te hebben als iedereen die genoemd wordt het boekje kopen zal. Toch krijgt bijna niemand een uitgewerkt portret. En Lok geeft ook aan dat er niets met die mensen zelf mis is. Dat maakt de mentale verlamming die toeslaat als die namen in vergadering samenkomen juist zo merkwaardig. Iets meer analyse van wat die groepsprocessen bepaalt, was prettig geweest.

Toch, wat zou ik niet geven voor een boek waarin een insider de Haagse politiek eens afzet tegen bijvoorbeeld de Europese. Dit zal alleen al niet gebeuren omdat de parlementaire verslaggeving in Nederland merkwaardig genoeg het hoogste schijnt te zijn dat iemand in het vak bereiken kan.

Dus maken journalisten te zelden zo de balans op van hun werk als Lok doet in dit boek. Het kost waarschijnlijk ook te veel moeite toe te geven hoe merkwaardig het is jaren van een leven te hebben vergooid aan iets zo saais; van een dermate luttele betekenis. Bovendien is alle relativering een aanval op de beroepsblindheid van de collegajournalisten, en daarmee de mores.

Daarnaast moeten journalisten zorgen politici te vriend te houden; anders willen die niet meer praten. Eelke Lok is nog altijd medepresentator van een talkshow op Omrop Fryslân TV. Benieuwd daarom of dit boekje nog invloed heeft op wie daarin als gast verschijnt. Maar waarschijnlijk zijn politici zo ijdel dat het niets uitmaakt wat degene die ze interviewt echt over hen denkt.

Al hun mediatijd voelt als reclame. En bijten doen journalisten toch nooit hier.

wordt vervolgd

Eelke Lok, Polityk yn Fryslân
128 pagina’s
Steven Sterk Utjouwers, 2007

in: typisch hollands, a-z, politiek, media, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eelke Lok-pagina

Breedveld & Goslinga · Commentator in verkiezingstijd

Voor mij is dit boekje om twee redenen interessant. En beide houden verband met de datum waarop het verscheen. Maart 2002. Dat was anderhalve maand voor de meest vreemde Kamerverkiezingen in Nederland ooit. De moord op Pim Fortuyn was op dat moment nog slechts het idee in het hoofd van een fanatieke milieubeschermer, die meende het vaderland te moeten gaan redden.

Dus zijn de commentatoren Willem Breedveld en Hans Goslinga hier nog even zo arrogant laatdunkend over Fortuyn als in de massamedia gewoon was, op dat moment. En daarmee negeerden ze de onvrede in grote delen van de bevolking op een wijze die niet pleit voor hun objectiviteit.

Maar, veel merkwaardiger was voor mij is de constatering dat Breedveld en Goslinga nu nog altijd politiek commentaar geven in het dagblad Trouw. Vijf jaar later. Terwijl ze toen de spelletjes in Den Haag al heel goed door hadden. Vooral in de eerste artikelen uit deze bundel staan sterke analyses over waar het in de Nederlandse politiek aan schort. De grote partijen klonteren samen in het midden.

De ruimte om echt politiek te bedrijven is zodoende tot bijna nul gereduceerd. [17]

Wat maakt dan dat beide heren dat geneuzel in Den Haag nog altijd zo vreselijk belangrijk vinden, dat ze ook nu alleen daar over schrijven?

Het moet wel heel gezellig zijn daar. Schurkend tegen wat zij als de macht ervaren.

Breedveld verbaasde me overigens gisteren toch, door mee te gaan [jpg] in de dodelijke conclusie van bestuurskundige Klaartje Peters dat de provincies hun nut nogal overdrijven.

Maar het belang van de provincies overdrijven is toch nodig? Anders vallen er ineens gaten in het gesloten baantjescircuit dat in Nederland bestaat, vanwege die ongezonde menging van politiek en openbaar bestuur hier. Dat moet Breedveld toch zeker wel weten?

Ofwel, dit boekje roept de grote vraag op waarom sommige mensen de consequenties van hun eigen woorden niet lijken te beseffen. Of hoe het kan dat twee heren in tekst altijd bagatelliseren wat ze tegelijk belangrijk maken door het eeuwig hun aandacht te blijven geven.

Breedveld & Goslinga, Commentator in verkiezingstijd
Trouw Dossier nr 18

176 pagina’s
Rainbow Pocketboeken en Dagblad Trouw, 2002

in: typisch hollands, a-z, politiek, media, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Breedveld & Goslinga-pagina

Koos Tiemersma · Mind games

Dit weblog heeft vanaf nu een speciale categorie gewijd aan boeken die verband houden met boekenweken. Bijna nooit zijn dat werkjes waar ik iets goeds over te melden heb. Integendeel. Dus is het beter misschien ze uit de andere categorieën te weren en in quarantaine te houden.

Vraag me alleen niet waarom boekenweekboeken altijd zo tegenvallen. Maar een minimumeis die ik toch wel aan een boek stel, is dat de auteur iets laat zien van waarom het noodzakelijk was om het te schrijven. Een lucratief verzoek van een of andere commissie levert zelden die innerlijke noodzaak op. Misschien zit daar een verklaring in.

Dit geschenk bij de Friese boekenweken van 2007 is ook zo’n matig boek.

Zo zet de auteur mij een paar honderd uitroeptekens te veel in de tekst. Terwijl ik éen uitroepteken al een symptoom van onmachtig schrijven vind.

Tiemersma’s toon heeft toch al vaak iets opgeblazens; alsof iedereen in het boek opgewonden kwaakt en ronkt, in plaats van praat.

Maar bovenal is mijn probleem dat dit boek geen enkel moeite doet met de lezer te communiceren. Even terug haalde ik op boeklog instemmend Stephen King aan, die een vrij cruciale opmerking over schrijven heeft gemaakt; maakt niet uit over welk genre het gaat. In de eerste versie van een boek, zei hij, mag een auteur nog bezig gaan voor zijn eigen lol. Maar bij het herschrijven moet-ie de moeite nemen toenadering tot zijn publiek te zoeken. Anders wordt het schrijven nooit meer dan een potje masturberen.

Minimumeis van de lezer aan een boek is dat er een reden moet zijn de volgende bladzijde om te slaan. Die reden gaf Tiemersma mij niet. En dan interesseert me alle imponeergebazel geen moment over de klassieke thema’s in het boek behandeld.

Koos Tiemersma, Mind Games
Fertelling fan in kaartehûs

79 pagina’s
Boekewikegeskink 2007
Gratis bij € 9,– aan Friestalige boeken, tot 11 maart

in: boekenweekboeken, a-z, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Koos Tiemersma-pagina

Theodore Dalrymple · Drugs

Hoewel dit een boek is waarin zeer waardevolle conclusies staan, viel het me uiteindelijk toch tegen. Vrijwel zeker kwam dat door een gebrek aan perspectief.

Theodore Dalrymple was gevangenisarts, en maakte in dier voege vele mensen mee die verslaafd aan harddrugs binnenkwamen. Dat gaf hem de praktijkervaring en de kennis om twee belangrijke constateringen te doen:

  1. de positieve effecten van het gebruik van opiaten worden overschat, en ernstig geromantiseerd. En alle beschrijvingen dat het bijna onmogelijk is zonder groteske bijverschijnselen af te kicken, zijn leugens;
     
  2. verslaafden doen alsof die afhankelijkheid van drugs hen overkomen is. Maar in werkelijkheid kost het heel wat moeite om aan opiaten verslaafd te raken. Absolute voorwaarde is dan wel dat zo iemand niets anders heeft om voor te leven dan de eigen roes;

Deze twee stellingen worden weliswaar uitgediept, maar vooral in diverse toonaarden herhaald en toegelicht. En dat was het dan. Waardoor ik wel meer over de harddrugsproblematiek kwam te weten, maar geen vergelijkingsmateriaal kreeg aangereikt. Zo mis ik bijvoorbeeld een afweging met de effecten van alcohol; die wel legale drug. Ook al omdat Dalrymple’s stellingen net zo goed op kunnen gaan voor drankverslaving.

Eindconclusie: meer dan een pamflet is dit niet. Dalrymple’s waarnemingen hadden aanmerkelijk sterker kunnen zijn als hij de drugsproblematiek niet zo geïsoleerd had, als verschijnsel. Hoe nuttig het ook is om gefundeerde vraagtekens te zien bij al die methadon-programma’s, en andere lapmiddelen om de overlast door verslaafden weg te nemen.

Theodore Dalrymple, Drugs
De mythes en de leugens

160 pagina’s
Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2006
Vertaling van: Romancing Opiates
Pharmacological Lies and the Addiction Bureaucracy

in: recht, a-z, biologie, vertaald, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Theodore Dalrymple-pagina

Marja Brouwers · Lichtjager

Vrij lang was dit een genoeglijk boek om te lezen. Voor mij dan, hè. De hoofdpersoon maakte nogal een puinhoop van zijn leven, weer terug in Amsterdam na zeventien jaar in de VS. Maar in fictieboeken kan het nu eenmaal, dat de ellende van de ander voor een zeker welbehagen bij de lezer zorgt. Die hoeft de misère niet zelf door te maken.

Goed geschreven vond ik deze roman. Zo goed zelfs dat er best een journalistiek artikel over de Weinreb-affaire tussendoor kon, als pauzenummer in het boek. Een schrijver krijgt van mij alle krediet als die dat verdiend heeft.

En toen, ach ja, toen leek het nog of mevrouw Brouwers even wat te veel uit Bellow’s Herzog leende, door haar hoofdpersoon uitgebreid rare brieven te laten schrijven, zonder dat die verstuurd werden.

Ook dat was allemaal nog best te vergeven.

Maar toen kwam ik bij het vijfde en daarmee laatste deel uit deze roman, en was het mij ineens helemaal over. Voortijdig over. Dat Brouwers weer een nieuwe stem opvoert om het verhaal te doen, was nog daar aan toe. Dat gebeurde eerder. Alleen gaat de plot gewoon niet verder meer, terwijl het boek nog vijftig bladzijden voortduurt. De hoofdpersoon is al terloops uit het boek geschreven, maar er worden nog wat verhaallijntjes afgehecht. Volgt er uitleg bij het ene losse eindje na het andere.

Het was alsof ik een heerlijk gangendiner niet met een toetje besloot, maar in plaats daarvan de kok aan tafel kreeg, die uitlegde hoe hij eerst een koe had moeten doden voor de biefstuk. En daar vervolgens een half uur lang over doorzaagde in de meest overbodige details.

Wat een raar einde heeft dit boek.

Marja Brouwers, De lichtjager
327 pagina’s
De Bezige Bij, 1988

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Marja Brouwers-pagina

Ileen Montijn · Dromenland

De columns in deze bundel verschenen eerder in NRC-Handelsblad. Dat was me opgevallen, want ik herinnerde me sommige al eens gelezen te hebben. Toch was het goed ze verzameld te zien; ze winnen bij bundeling. Al speelde bij mijn waardering misschien mee pas nog twee monografieën van Ileen Montijn te hebben gelezen. Als ze in dit boek vertelt over wat haar fascineert, is dat vaak ook te relateren aan wat ik net las.

Zo bekent Montijn geboeid te zijn door sociale verschillen, en wat die verschillen dan zijn, of waren. Welke vragen daarbij kunnen spelen wordt soms al in de titels van de column duidelijk. ‘Is cremeren burgerlijk?’ staat er dan. En het mooiste voor de lezer is het natuurlijk als er op zo’n vraag geen eenduidig antwoord bestaat, en Montijn moet toelichten waarom niet.

Er verandert vaak veel, maar soms ook helemaal niets.

Heel prettig vind ik hoe Montijn het verleden dichtbij weet te halen door een terloops detail. Zoals de opmerking hoezeer iedereen tegenwoordig zich heeft overgeleverd aan de grillen van de mode-industrie. Een armzalig gevolg van de welvaart is dat alleen kleren in de kleuren van het moment te krijgen zijn. Terwijl warenhuizen een eeuw geleden in de eerste plaats nog stoffenwinkels waren, en iedereen wel een beetje kijk op stoffen moest hebben ook.

Ook is daar haar constatering dat het wreed onverdoofde thuisbevallen alleen in Nederland nog populair is, als een residu uit oudere tijden. Toen ziekenhuizen nog besmettingshaarden waren waar patiënten vaker stierven dan beter werden, en de rijken daarom thuis werden verpleegd.

Van de week las ik nog het propagandistische argument van de kraamindustrie in de krant dat baby’s na een thuisbevalling minder allergieën zouden ontwikkelen. Omdat ze dan meteen aan de bacteriewereld in zo’n slaapkamer worden blootgesteld, in plaats van een dag later, na een nachtje in het inmiddels zo steriel geworden ziekenhuis.

Het is misschien wel de taak van een historicus om te laten zien waarom gewoonten zijn zoals ze zijn. Opdat het publiek leert te begrijpen waar het vragen bij kan stellen.

Houd de leugen maar lang genoeg vol en vanzelf wordt die cultuur, heb ik hier vaker betoogd.

Montijn is er heel goed in om te laten zien hoe gewoonten zijn ontstaan.

Ileen Montijn, Dromenland
Stukjes over vroeger en nu

120 pagina’s
Inmerc, 2005

in: a-z, geschiedenis, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ileen Montijn-pagina

Robert Mankoff ed. · Complete Cartoons of The New Yorker

Een groter boek als dit zal niet gauw besproken worden op boeklog. Het meet 33,6 cm x 29 cm x 5 cm. En dan was het me nog niet eens om dit dode gewicht aan papier te doen. Ik wilde de bijgeleverde CD-ROM’s hebben. Al was het maar om de cartoons verzameld te hebben die Saul Steinberg publiceerde in The New Yorker.

Overigens zijn die digitale plaatjes alleen aardig op een computerscherm te bekijken; de beeldresolutie is te laag voor een redelijke print.

Op mijn andere weblog besteedde ik al eens aandacht aan de stille strijd die tekenaars elke week leveren om de eer in The New Yorker gepubliceerd te worden. Duizenden cartoons komen er op de reactie binnen. Slechts enkele worden geplaatst.

Toch worden de grappen niet beter, in die wetenschap. Want, dat is het merkwaardige aan een verzameling als deze. Cartoons werken volgens mij nauwelijks in een afgesloten reservaat als dit is. De enorme hoeveelheid grappen maakt slechts dat de standaard om ergens om te lachen erg hoog wordt opgeschroefd.

Cartoons doen het beter als ze ergens los op een pagina staan, en dan een contrast vormen met bijvoorbeeld de gewichtige tekst eromheen.

Grappen zijn leuker als ze onverwacht toeslaan.

Robert Mankoff ed., The Complete Cartoons of The New Yorker
656 pagina’s
Black Dog & Leventhal Publishers, 2004

in: a-z, humor, strips/graphic novels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Robert Mankoff ed.-pagina

Kees van Kooten · Episodes

Elk nieuw boek van Kees van Kooten leest als een vervolgaflevering uit een levenslange reeks. De hoofdpersoon is namelijk altijd dezelfde wat onhandige man, met zijn mild melancholische observaties. Maar toevallig lees ik Van Kooten al zolang ik lees, en is het voor mij alleen maar prettig meer van hetzelfde voorgezet te krijgen.

In dit boek krijgt de immer al aanwezige sentimentele kant van de schrijver de ruimte. Hij is inmiddels grootvader geworden, en geniet van het voorrecht weleens op zijn kleinzoon te mogen passen.

Dit levert veel prachtige miniatuurtjes op, terwijl de lezer ook voelt hoezeer Van Kooten zich bewust is dat die intense omgang met zijn kleinzoon maar even zo duren zal. Al gauw is misschien de Playstation ineens het belangrijkst in het leven van de jongen.

Het einde van de paradijstijd kondigt zich trouwens ook al enigszins aan, als de kleinzoon zijn opa ineens ‘eep’ noemt, als test. Terwijl Van Kooten trots het hele boek daarvoor de erenaam ‘epi’ heeft gedragen; een naam die ook in de titel terugkomt. [Overigens heette dit boek volgens een aankondiging nog Epi’s centrum].

Ik ken verder niet veel voorbeelden van Nederlandstalige auteurs die bijna verstikt door liefde over een kleinkind schreven. Elsschot is er natuurlijk, met Tsjip. Carmiggelt, over zijn Koreaanse kleindochters. En nu komt Van Kooten dus bij dit selecte gezelschap.

Toch is het raar dat het er zo weinig zijn.

Kees van Kooten, Episodes
Een romance

127 pagina’s
Uitgeverij De Bezig Bij, 2007

in: a-z, humor, [auto]biografisch, verhalen, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees van Kooten-pagina

J.P. Guépin · Doorkruiste verwachtingen

Toen Jean Pieter Guépin overleed vorig jaar moest ik bekennen nauwelijks iets van hem gelezen te hebben. Nu ja, het strijdschrift Weg met de bohème staat bij mij in de kast. En verder herinner ik betogen van hem over het typisch Nederlandse in onze cultuur. Dus voelde het nog altijd of er iets goedgemaakt moest worden. Daarom pikte ik deze bundel mee, uit zo’n bak met boeken voor een euro.

Al staat het onderwerp van Guépin’s beschouwingen in dit boek mij nogal tegen.

Ik bedoel, ik ben een grootgebruiker van taal. Maar nooit heeft het mij een moment geboeid de mechanismen achter tekst zo diep te doorgronden als dit door tekstwetenschappers als Guépin is gedaan.

Kennis van de grammatica helpt weliswaar wat, maar alleen om zinnen te schrijven zonder spelfouten daarin. Mijn zinnen worden er niet automatisch memorabel door. Recepten voor een goede tekst zijn met een grammatica alleen niet te geven.

Nog meer vragen heb ik over de inzichten die de semantiek te bieden heeft; ofwel de leer van de betekenis van taalkundige constructies. Misschien omdat de aanpak daarin zo weinig oplevert dat geautomatiseerd vertalen nog altijd onmogelijk is. Misschien omdat taal altijd in een context gebruikt wordt, en de studie zich ook zou moeten uitstrekken tot die context; en daarmee de cultuur.

Guépin stelt in dit boek terecht vragen bij de aanpak van sommige linguïsten, die wat al te gretig methoden uit de exacte wetenschappen proberen te lenen. Terwijl die voor het onderzoeken van taal niet ongestraft werken.

Hij schrijft dan:

[…] of ik ben gek, of de linguïsten zijn het [167].

Maar het merkwaardige is dan dat ik zijn kritiek op die anderen bijna net zo op zijn eigen betogen van toepassing vind.

Dus ben ik, na het moeizame lezen van dit boek, eigenlijk niets verder. Ik wilde wel begrijpen, maar zag niets dat de moeite van het begrijpen waard was. Met de titel van dit boek alleen ben ik het wel eens, daarom.

J.P. Guépin, Doorkruiste verwachtingen
Essays

211 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1977

in: a-z, kennis, essays, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de J.P. Guépin-pagina

Alan Fletcher · Art of Looking Sideways

Rijkere boeken dan deze zijn er niet. Of hoogstens alleen voor de mensen die maar éen boek boven alles verheffen, door het heilig te verklaren. Maar The art of looking sideways is nu juist geen bijbel, omdat Alan Fletcher nimmer pasklare antwoorden oplegt. Doel van dit boek is dat de lezer zelf gaat leren nadenken, en zien.

Fletcher was een toonaangevende grafisch vormgever in Groot-Brittannië, die een paar maanden terug overleed. Ik bleek veel van zijn ontwerpen goed te kennen, al leerde ik uit de obituaries pas zijn naam en iets over de man daarachter. Vaak verwezen de herdenkers daarbij naar dit boek. En ik moet zeggen dat de titel me meteen intrigeerde.

Toch, voor hier een stroom aan superlatieven volgt, dient wel gezegd dat dit boek éen groot nadeel heeft. Het is op geen enkel moment een lekker leesboek. Nergens is het mogelijk om helemaal in de tekst te verdwijnen. De opmaak van elke nieuwe pagina verschilt namelijk van de vorige, als om de lezer te prikkelen voortdurend alert te blijven. Vaak ook staat er een losse opmerking nog ergens half gedraaid op de bladzijde.

Maar hoe fraai zijn sommige pagina’s vormgegeven. Van dit boek is al te genieten zonder ook maar éen letter uit de vele tekst te lezen. Al zou dat zonde zijn.

Alan Fletcher wilde per se een boek maken over kijken. Onder meer. Maar ook over gezichtsbedrog. Of hoe je ziende blind kunt zijn. En soms geeft hij elementaire tips, zoals de raad om in de trein eens achteruit te reizen, waardoor er veel meer tijd en rust is om waar te nemen. Wie vooruit raast, ziet alles alleen maar in een noodvaart op zich afkomen.

Toch is zo’n directe aanwijzing zeldzaam. Fletcher probeert veel meer op een indirecte manier aan te geven.

Dit boek is ook een rariteitenkabinet; een schijnbaar onsamenhangende verzameling merkwaardig feitjes en voorwerpen; een hele ervaring op zich.

Dat komt omdat de maker niet te veel analyseren wilde. Het blootleggen van de mechanismen achter de ervaring is immers nooit de ervaring zelf. En daarmee kom ik terug op de eerste alinea hierboven. Verwacht van dit boek geen pasklare antwoorden op een vraag als bijvoorbeeld wat nu goed design is.

Als Fletcher al duidelijke ontwerpaanwijzingen geeft, zijn het er vaak meteen veel. En niet zelden spreken enkele daarvan elkaar dan ook nog tegen.

Zo behandelt hij terloops het ontwerpdogma ‘less is more’ van Mies, door daar twaalf variaties naast te zetten.

Less is only more
when more is no good

Frank Lloyd Wright

Achieve more with less
Norman Foster

Less is a bore
Robert Venturi

Less is a snore
Gianni Versace

For me more is more
Gianfranco Ferré

Less is less
Theo Crosby

More of less
headline on a political appointment

Less is more - providing you
had more to begin with

Rodney Kinsman

As you get older
less is always more

Ivana Trump

More means worse
Kingsley Amis

I’m for maximalism,
Minimalism is very protestant

Ettore Sottsass

More matter with less art
William Shakespeare

Ik zit voor de verandering echt verlegen om woorden om dit boek goed te kunnen beschrijven, vanwege de enorme rijkdom ervan. En ook wel, omdat ik me een goede leerling van Fletcher wil tonen. Het is heel simpel te zeggen dat hij zo’n truc als hierboven vaker uithaalt, door uitgebeende soundbytes of wat langere quotes met elkaar te contrasteren. Maar daarmee verklaar ik niets over wat hij de lezer heeft willen laten zien.

Bovendien heeft Alan Fletcher die contrasterende visies wel allemaal waargenomen. Misschien geeft hij die wel steeds zo door als om te benadrukken hoe belangrijk het is een open blik te houden. Eén antwoord is meestal niet het enig mogelijke antwoord.

Wie met kennis kijkt, ziet altijd meer.

En nieuwsgierigheid loont.

Waarmee ik ook wil zeggen, dit is geen boek om passief te ondergaan, noch om een beetje door te bladeren omdat het er zo fraai uitziet. Maar de lezer die wat met het gebodene wil gaan doen, om beter te leren denken, kan waarschijnlijk nergens beter krijgen. Zolang die het tenminste aandurft niet de hele tijd bij het handje gehouden te worden.

video waarin Fletcher iets over het boek vertelt

Alan Fletcher, The art of looking sideways
1064 pagina’s
Phaidon, 2004

in: a-z, leerboeken, beeldende kunst, kennis, filosofie, cultuur, reference, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alan Fletcher-pagina

Geert Mak | Boekenweek-CV 2007

De boekenweektest van de Openbare Bibliotheken heet dit jaar boekenweek-CV. De prijsvraag is er nog wel, maar werd op de laatste drie bladzijden weggepropt. De rest van deze uitgave is gewijd aan de schrijver van het boekenweekgeschenk, Geert Mak.

Of beter, vooral Mak’s boeken worden er éen voor éen in besproken.

Opvallende omissie wat mij betreft dan toch, is dat Mak’s eersteling daarbij voor het gemak genegeerd wordt. Dit komt vast omdat The Amsterdam Dream niet meer in druk is, maar dat verlegt de vraag alleen maar. Schaamt Mak zich voor zijn debuut? Ligt de uitgever dwars, omdat het niet in zijn fonds zit?

In elk geval had ik wel waardering voor dat niet besproken boek. En dat is meer dan bijvoorbeeld voor Mak’s pamfletten geldt. Daar kon ik het een heel eind mee eens zijn, maar irriteerde het dat hij zijn ideeën zo naïef bracht.

Enfin, de CPNB presenteert u met deze uitgave een reclamefolder namens Mak’s uitgever Atlas, zie het maar zo.

meer Geert Mak op boeklog

Just Enschedé red., Geert Mak; Boekenweek-CV 2007
64 pagina’s
Stichting CPNB, 2007

in: boekenweekboeken, a-z, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | 

Geert Mak · Brug

Elk jaar, vlak voor het begin van de lente, breekt in Nederland de boekenweek aan. De blaadjes botten de drukkerijen uit. Tal van stapels papier worden gebundeld die alleen voor de verkopers interessant zijn, als makkelijke handel. Met kwaliteit heeft deze week, die ook nog eens elf dagen duurt, doorgaans niets van doen.

Alleen moet ik mijn gebruikelijke litanie tegen het boekenweekgeschenk een jaar uitstellen. Voor de verandering las ik dit boekje nu eens met plezier. Mak schreef een interessante reportage, over het leven op een brug aan de Europese kant van de Turkse stad Istanbul.

Goed schrijven bestaat eruit dat het auteur lukt belangstelling te kweken voor een onderwerp of thema die er eerder bij de lezer nauwelijks was. Dit is Mak gelukt.

Nu kan daar tegen ingebracht worden dat grensgebieden altijd interessante verhalen opleveren. Helemaal als die grens er éen is tussen twee wereldbeschouwingen, zoals bij een reis naar Turkije geldt. Maar wat Mak ook laat zien, is dat we nu in een tijd van politieke en religieuze polarisatie leven. Turkije heeft Europa steeds meer buitengesloten in de twintigste eeuw.

Maar de man in de straat, of op de brug, denkt aanzienlijk minder zwart-wit. En dat valt alleen degene op die de moeite neemt van hun ideeën kennis te nemen; wat de gemiddelde journalist zelden onbevangen doet.

Wat wel veel bepaalt, blijft de enorme armoede in Turkije. En armoede is nog éen ding, schrijnend wordt die pas in de wetenschap hoe veel rijker anderen het hebben.

Bovendien, ook wie niets bezit, heeft altijd nog zijn trots en eer hoog te houden. Misschien dat wel alleen. En toch toont Mak zich enorm optimistisch, door te stellen dat ook onze overgrootouders nog zo heftig zouden hebben gereageerd op wat zij als aantasting van hun eer hadden beschouwd, als de Turken die hij ontmoet.

Ik vraag me alleen af of hij denkt dat welvaartsgroei alleen volstaat, voor een andere mentaliteit.

meer Geert Mak op boeklog

Geert Mak, De brug
92 pagina’s
Stichting CPNB t.g.v. de Boekenweek 2007

in: boekenweekboeken, reizen, a-z, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert Mak-pagina

Adrian Plass · Schrijversclub

De Christelijke boekhandels importeerden hun actieboek dit jaar, en lieten het werk van een Britse auteur te vertalen. Nu goed, ook de CPNB dacht een paar jaar terug met Salman Rushdie te kunnen scoren. Er is een precedent om met een buitenlander Nederlandse boeken te promoten.

En, het moet gezegd, dit actieboekje is beter dan dat van de afgelopen jaren. Wat Est van Adrian Verbree of Bladstil van Leendert van Wezel zo slecht te verteren maakte, was dat de vertelling daarin tamelijk voorspelbaar toewerkte naar dat onvermijdelijke hoogtepunt. God.

Plass werkt bijna omgekeerd. Hij begint dit boek in religieuze setting, door een stel mannen te laten samenkomen die zich christelijk schrijver noemen, of schrijvende christen. Maar, heel tekenend, het is wel hun laatste ontmoeting. En God lijkt met de pagina’s steeds meer uit het boek te verdwijnen.

Het boek bestaat grotendeels uit de verhalen die de mannen elkaar vertellen. Verhalen die ze nooit eerder ergens publiceerden, misschien vanwege het al te hoge autobiografische gehalte.

Mijn voornaamste kritiek op dit boekje is dat het Plass niet voldoende lukte om wat die mannen schreven in stijl en toon van elkaar te laten verschillen. Maar verder is het hoogst subtiel wat hij gedaan heeft. Alleen in het allereerste verhaal speelt religie nog direct een rol. Bij de andere moet de lezer maar nadenken wat de parabel zijn kan.

Interessant daarin is dan de kritiek van Plass op de dogmatisch beleefde overtuiging. Bijvoorbeeld. En daarmee op de georganiseerde religie?

Adrian Plass, De schrijversclub
96 pagina’s
Merweboek, 2007
uitgave in samenwerking met de BCB,
ter gelegenheid van de Week van het Christelijke
Boek en de Boekenweek 2007
Vertaling en bewerking uit het Engels

in: boekenweekboeken, a-z, religie, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Adrian Plass-pagina

Kees Fens · Op weg naar het schavot

Volgens Kees Fens ontstond de Engelse humor op 22 juni 1535. Toen John Fischer, bisschop van Rochester, onthoofd zou worden en hij op weg naar het schavot om zijn schoudermanteltje vroeg. Bang een koutje op te lopen.

Ik herinner me hoe Rudy Kousbroek in éen van zijn eerste anathema-bundels de uitvinding van de sex op zo’n zelfde manier dateert. Maar leuker nog dan zo’n essaytje is dat er altijd mensen zijn die de schrijver op zijn woord geloven.

Beschouwingen over humor zijn zelden humoristisch. Maar in dit boekenweekessay muntte Fens dus tenminste éen grap, die hij bij de onvermijdelijke promotie-activiteiten ook gedebiteerd heeft. De interviewers leken dan steeds behoorlijk van zijn eruditie onder de indruk.

En verder, ach verder gaat dit essay vooral over de Nederlandse literatuur van na de oorlog. Hoe serieus en hoogstaand alles daarin aanvankelijk was, en dat er gelukkig mensen zijn geweest die deze doodse ernst wisten te doorbreken. Maar zo goed zijn ze daarin geslaagd, dat bijvoorbeeld de ‘light verse’ als poëziegenre wat kwijnt, omdat de serieuze dichters van dit moment uit zichzelf al genoeg jool in hun verzen stoppen.

Fens leerde me weinig nieuws, maar dat komt ook omdat ik meer van hem gelezen heb. Maar voor een eenhapscracker, wat een boekje als dit uiteindelijk is, had het wel een prettige smaak. Slik. Weg.

Kees Fens, Op weg naar het schavot
64 pagina’s
Stichting CPNB, 2007

in: boekenweekboeken, a-z, essays, humor

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees Fens-pagina

Geert Mak · Goede stad

Geert Mak’s nieuwste boek is een verzameling mengelwerk; een bundel met essays en toespraken die ik deels al bleek te kennen, omdat de oudste uit het midden van de jaren ‘90 dateren. Sommige staan ook gewoon online.

In deze bundel stoft Mak regelmatig wat Amsterdamse geschiedenis af, zoals in meer van zijn boeken. Dat is nooit vervelend om over te lezen, maar mijn diepste belangstelling heeft die invalshoek niet om naar het verleden te kijken. Daarom was ik blij uit deze bundel drie artikelen mee te kunnen nemen over onderwerpen die me nader aan het hart liggen.

Eén daarvan is Mak’s inleiding bij een verzameling Friese volksverhalen; Ype Poortinga’s Ring van licht, in de vertaling naar het Nederlands door Theun de Vries. Daarin verkent hij de vraag waarom er in de streek waar ik nu woon zo veel volksverhalen meer verteld werden dan elders. Al is nog net iets belangrijker dat tegenwoordig beseft wordt dat lang niet alle volksverhalen uit de mondelinge overlevering voortkomen.

Het tweede stuk dat ik met meer dan gemiddelde belangstelling las, was een rede die Mak gaf, een week na de moord op Pim Fortuyn. Vooral omdat het me verbaasde hoe veel rijker zijn analyse over Nederland daarin is, als in het pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid. Omdat dit ook werd geschreven in reactie op een moord, die op Theo van Gogh. Maar waarschijnlijk overspeelde Mak zijn hand daarbij door te willen ageren, in plaats koel te blijven analyseren.

Hoogtepunt van dit boek voor mij was Mak’s geactualiseerde versie van zijn Balie-lezing uit 1995, over welke taboes er in Nederland bestaan. Omdat hij daarin eindelijk een belofte waarmaakt, die werd aangekondigd in zijn boek The Amsterdam Dream. De conclusies die hij trekt over welke waarheden in Nederland altijd maar liever genegeerd worden, zijn spijkerhard. Maar wel heel erg waar. Al ben ik in deze bevooroordeeld. De besprekingen in de rubriek typisch hollands op boeklog gaan over dezelfde vragen als Geert Mak in zijn voordracht stelt.

Mak wordt weleens wat makkelijk weggezet als een gezellig krullebol. Als een wat weke amateur-historicus met een te grote hang naar nostalgie. Maar alleen die ene lezing al, ‘het taboe van de waarheid’, toont duidelijk hoe scherp hij kijken kan. Eindelijk las ik de aanzet tot een zo gewenst vervolg op Hofland’s boek Tegels lichten.

Het punt is ook dat Geert Mak er doorgaans voor kiest zijn waarnemingen te verpakken in persoonlijk vertelde boeken. Daarmee bereikte hij een enorm publiek. Maar hoe veel er ook voor die aanpak te zeggen is, goed om te zien dat deze bundel toont dat hij meer vermag.

Meer Geert Mak op boeklog

Geert Mak, De goede stad
256 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 2007

in: a-z, typisch hollands, geschiedenis, essays, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert Mak-pagina

Rudy Kousbroek · Archeologie van de auto | uitgebreide editie

Eerder klaagde ik wat over de dunte van Kousbroek’s boekje De archeologie van de auto uit ‘89. Daar is nu iets aan gebeurd. Er kwam een herziene en uitgebreide editie uit van het boek.

Die is alleen nog niet altijd niet bijzonder dik.

En de meest indrukwekkende uitbreiding van deze versie, over de nuttige schoonheid van de deux-chevaux, kende ik al uit een ander boek van Kousbroek. Dat essaytje staat ook in Verborgen verwantschappen.

Derhalve, wie de versie van dit boek uit 1989 al bezit, en Verborgen verwantschappen heeft, kan deze nieuwe uitgave rustig negeren.

Ik wou dat iemand mij daarvoor gewaarschuwd had.

Rudy Kousbroek, De archeologie van de auto
135 pagina’s
Uitgeverij Augustus, 2006
uitgebreide en herziene uitgave

in: [web] technologie, a-z, essays, [auto]biografisch, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudy Kousbroek-pagina

Uit liefde en ironie

Het mooie aan poëzie in het Afrikaans is dat die taal bekend genoeg lijkt om te kunnen begrijpen, maar altijd vreemd en mysterieus zal blijven. Zeker voor een buitenstaander, als ik.

Onder de Afrikaander dichters is éen van mijn favorieten Elisabeth Eybers. Al was het maar om de intimiteit van haar taal. Daarom leek het me goed eens te vernemen wat anderen over haarzelf en haar gedichten te zeggen hadden. Dit vriendenboek verscheen bij 75ste verjaardag van de schrijfster.

Inhoudelijk brengt deze bundel een gemengd boeket aan vriendenblijken. Sommige dichters dichtten. Anderen haalden herinneringen op. En nog weer een groep schreef beschouwingen bij een of meerdere gedichten van Eybers.

Die laatste groep was mij het liefst. Al was het maar om mijn beperkte interpretaties van de poëzie te verrijken met de hunne.

Maar ik moet toch ook constateren, eenmaal met de Versamelde gedigte van Elisabeth Eybers er weer bij gepakt, werd mijn belangstelling voor dit boek snel wat plichtmatig.

Hans Ester en Ernst Lindenberg red., Uit liefde en ironie
Liber amicorum
Elisabeth Eybers

168 pagina’s
Uitgeverij Querido, 1990

in: a-z, [auto]biografisch, bundels, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | 

Paul Auster · Oracle Night

Eigenaardig aan lezen is dat je een schrijver kunt gaan verfoeien om dezelfde redenen waarom hij ooit boeiend was. Een lezer ontwikkelt zich nu eenmaal makkelijker dan een auteur ooit kan.

Zo heb ik hier eerder al eens uitgelegd de romans van Paul Auster nauwelijks nog te kunnen lezen. Het spel dat hij in zijn boeken speelt met de werkelijkheid is me te onecht geworden. Dat Auster bijvoorbeeld een bovengemiddeld belang hecht aan toevalligheden, irriteert waar het eerst nog intrigeerde.

Dus herlas ik alleen zijn non-fictie nog weleens.

Maar zo af en toe mag zo’n oude lievelingsauteur best opnieuw geprobeerd worden. Misschien dat hij een paar boeken verder zijn meest vervelende trekjes wat kwijt is geraakt.

En het moet ook gezegd, Oracle Night is een knap geschreven, en zeer gelaagde roman. Zo gelaagd zelfs dat er verschillende verhalen door elkaar spelen, die dan weer een commentaar op elkaar zijn, volgens postmodern recept.

Belangrijkste vertellijn is die van de jonge schrijver Sidney Orr en zijn vrouw, en hun leven na zijn bijna fatale ongeluk. En ondertussen is Orr natuurlijk bezig aan een verhaal te werken. Op wonderbaarlijke wijze daartoe geïnspireerd door een blauw schrift, gekocht in een Chinese winkel.

In het verhaal dat Orr schrijft, speelt het toeval een enorme rol. Maar vooral omdat de hoofdpersoon zich eraan wil onttrekken dat het toeval alles zijn leven heeft bepaald.

Ach ja, het was ook bijna te voorspellen.

Maar uiteindelijk heeft dit boek nog een vrij onverwacht plot ook, waarin ik zowaar een heel ouderwetse catharsis ontwaar.

Waarop mijn eindconclusie niet anders is dan als bij zo veel boeken van Auster hiervoor. Ik vind het altijd razendknap hoe hij mij door het verhaal dwingt, vooral omdat hij daarbij allerlei routes neemt die me op zich niet vreselijk boeien. Maar door zijn eeuwige nadruk op toeval, en op wonderbaarlijke gebeurtenissen, krijgen zijn romans voor mij steeds meer iets ouderwets.

Het is toch of ik een zwart-film uit de jaren dertig krijg te zien, die werd ingekleurd en nagesynchroniseerd, en nog eens jachtig in de eindmontage doorsneden werd met andere verhalen uit die tijd. En eens in de tien jaar kan zoiets best, vaker wordt me al snel te vervelend.

meer van Auster op boeklog

Paul Auster, Oracle Night
245 pagina’s
Henry Holt and Company, 2003

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Auster-pagina

Kees Schuyt · Stuifzandsamenleving

Prettig aan mijn andere weblog is dat ik daar altijd direct kan reageren op het nieuws. Geen redactie weerhoudt me ergens van, en ik hoef nooit te wachten tot de dag dat iemand heeft ingeroosterd dat mijn stukje komen mag.

Elke dag een column schrijven voor een krant, of desnoods een paar keer per week, lijkt me daarom niet vreselijk moeilijk. Er speelt altijd wel wat, mijn belangstelling is breed.

Een veel grotere bewondering heb ik daarom voor de columnisten die maar éen keer in de week iets mogen aanleveren. Helemaal als zij dit voor een krant doen, en niet voor een weekblad. Kies dan maar eens iets uit dat anderen niet ook al behandeld hebben.

Maar de allerhoogste lof bewaar ik voor columnisten die niet alleen de wereld becommentariëren, maar ook tegen de hijgerige actualiteit schrijven van het dagblad waarin zij elke veertien dagen mogen publiceren. Zoals de socioloog Kees Schuyt is gelukt in De Volkskrant.

Er is nogal wat verschil tussen een redactie vol journalisten die kritiekloos de dunspraak van politici accepteren, en een columnist die telkens op zijn manier aantoont dat de media daarmee helpen een totaal abstract geworden werkelijkheid in stand te houden.

Dunspraak is het gebruiken van bekende woorden en begrippen zonder er iets reëels of betekenisvols mee aan te duiden. [30]

Kees Schuyt was bijna alle tijd dat hij de columns in deze bundel schreef een prominent lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). En veel van de thema’s waar die raad onderzoek naar deed, komen in Schuyt’s columns terug. Publieke en private verantwoordelijkheid. Burgerschap. Kennismanagement. Media. Nu zijn ook dit abstracte woorden. Maar goed aan Schuyt’s columns is dat hij toch telkens een vertaalslag naar de lezer maakt, door uit te leggen wat bij die kwesties eigenlijk speelt.

Zo komt hij via verschillende invalshoeken telkens op de vraag terug waarom wij allen zo weinig vertrouwen hebben in onze politici, en waarom dit vaak ook wel terecht is.

kiezers lijken wel stuifzand. Ze waaien, met het geringste zuchtje wind, alle kanten op. [146]

Nee, over journalisten wordt weleens beweerd dat zij in hun werk de geschiedenis in een eerste ruwe versie vastleggen. Geloof daar niets van, Nederlandse journalisten missen daarvoor de afstandelijkheid, en de kennis bovendien.

Wie echt iets wil begrijpen wat er hier speelt sinds 9/11, of de moord op Fortuyn, kan nu nauwelijks al beter terecht dan in een bundel als deze.

Kees Schuyt, De stuifzandsamenleving
Een selectie uit de columns 1997-2004

191 pagina’s
J.M. Meulenhoff en De Volkskrant, 2005

in: typisch hollands, aanbevolen 2007, a-z, politiek, bundels, media, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees Schuyt-pagina

Nederland

Elke zelfbewuste burger hoort te weten dat blatant nationalisme een vrij recente uitvinding is, vind ik. Pas in de negentiende eeuw werd hier een glorieus nationaal verleden bedacht, omdat de Nederlanden pas onder de Fransen voor het eerst éen staat werden met een centraal gezag.

De nationale geschiedenis begon toen ineens met de Batavieren die de Rijn af kwamen zakken, en hier bleven. Dat de Batavieren niet spontaan uit lucht ontstaan zijn, deed er daarbij niet toe.

Zelfbewuste burgers doen er daarom goed aan om te beseffen dat de geschiedenis uit meer bestaat dan gebeurtenissen alleen. Wanneer een verandering plaatsvond, of een beslissing viel, wordt er namelijk vaak getracht te bewijzen dat de genomen besluiten de enig mogelijk juiste besluiten waren. O glorie. De geschiedenis wordt altijd geschreven door de overwinnaars. Lees Hobsbawm maar. Zijn Invention of Tradition heet niet voor niets zo als boek.

Maar, geschiedenis is tegenwoordig handel, nu elke negorij zijn eigen historische canon opstelt, en uitgevers zien een nieuwe markt ontstaan.

Het tijdschrift Elsevier wil daarom dat wij ons afvragen wie we zijn, wat ons samenhoudt, en waardoor wij ons met elkaar verbonden voelen. Om antwoorden op al die vragen te formuleren is dit blad uitgegeven. Dat bevat grotendeels vaderlandsche geschiedenis van het gekende soort, zoals er om het jaar wel ergens wordt uitgebracht.

Paternalistische geschiedschrijving vind ik het, omdat vooral feiten worden aangedragen, die onomstotelijk lijken. Over oorlogen gaat het, en politiek. ‘Twee hoeraatjes voor de monarchie’. Over die eeuwige strijd tegen het water.

Terloops worden ook ergens de vijf meest typisch Nederlandse toneelstukken, romans, en kinderboeken benoemd. Zonder een redelijke verantwoording waarom nu juist die toch gekozen. Lezer, neem dit nu maar aan. Dit hebben wijzere mensen dan u bent besloten. U hoeft dit slechts kritiekloos te slikken om nog zelfbewuster te worden.

En voort maar weer. Elsevier houdt de vaart d’r ook in. Als iets op éen pagina behandeld kon worden, gebeurde het niet op twee. Maar niets van wat ik, als historicus met een academische graad, nu interessant aan de geschiedenis vind, komt langs.

Bijna alles van wat wij nu normaal vinden, is nog meer heel kort zo. Zoals de dwang om mee te moeten treuren, als elf verwende miljonairs van een stel andere miljonairs verliezen in een potje voetbal om een cupje.

Ik bedoel, het is prettig dat Rembrandt van Rijn in Leiden en Amsterdam schilderde vier eeuwen geleden, omdat er daarom redelijk dichtbij nog vrij veel werk van hem bekeken kan worden. Maar ben ik een beter mens omdat zijn naam over de hele wereld bekend is?

Waarom wordt mij die emotie dan toch telkens weer aangepraat?

Nederland
Wat iedere zelfbewuste burger moet
weten over heden en verleden

98 pagina’s
Elsevier, speciale editie © 2007

in: leerboeken, typisch hollands, a-z, geschiedenis

[+] zie de gerelateerde titels | 

Donald A. Norman · Design of Everyday Things

Dit boek besprak ik hier eerder, maar dan in de Nederlandse versie uit 1990. En die kan ik nog altijd iedereen aanbevelen.

Er waren verschillende redenen om toch ook deze Engelstalige editie te willen lezen. Allereerst omdat ermee geadverteerd werd dat dit een nieuwe bewerking was. Zo veranderde de titel, van The Psychology of Everyday Things, naar The Design of Everyday Things. Maar belangrijker nog was dat erbij verteld werd hoe Norman’s carrière verliep sinds in 1988 de eerste versie van dit boek uitkwam. Hij is bijvoorbeeld zakelijk gaan samenwerken met Jakob Nielsen, die weer een heel duidelijke visie heeft op hoe websites er moeten uitzien.

En juist met internet - en zijn interactiviteit - kwamen er allerlei nieuwe vragen op over hoe informatie het best en meest overzichtelijk getoond moet worden.

Leek mij.

Maar Norman dacht er anders over, en herdrukte gewoon zijn boek uit 1988. Er kon nog net een nieuw voorwoordje af, waarin hij trots verklaart hoe tijdloos zijn aanpak is. Ontwerpers moeten meer van gebruikers uitgaan in hun design, zo luidt de boodschap. En daar hoefde niets aan verbeterd te worden.

Maar mij valt toch dat er wel gedeelten zijn uitgehaald, zoals zijn afkeuring van een communicatievorm die veel op SMS lijkt.

Dus schrijf ik deze woorden met gemengde gevoelens. Dit blijft een goed boek, ook twintig jaar na de eerste uitgave, maar ik voel me behoorlijk bekocht door de marketing van de uitgever.

mijn oordeel over de Nederlandse bewerking van dit boek

in: leerboeken, a-z, [web] technologie, kennis,