zondag 1 april 2007
Kuijer duikt de religieuze geschiedenis in, met dit boek. En hij concentreert zich daarbij vooral op het midden van de zestiende eeuw. Toen overal in West-Europa mensen ineens zelf de bijbelboeken gingen raadplegen. Omdat het door Luther’s eerste vertaling mogelijk was om de Bijbel in de eigen landstaal te lezen.
Maar in de Bijbel staan lang alle kerkelijke dogma’s niet. En velen konden daar maar slecht mee leven. Tegelijkertijd was het openlijk betwijfelen van de kerkelijke praktijk overal strafbaar.
Kuijer beschrijft onder meer hoe in Amsterdam als straf de tong van een man doorspiesd werd, omdat hij het gewaagd had te zeggen dat bij het heilig avondmaal niets anders dan brood wordt uitgedeeld.
Vraag is alleen wat Kuijer wil dat de lezer oppikt uit zijn beschouwingen over het roerige begin van zoveel nieuwe religieuze stromingen. Of uit zijn constatering dat niet alleen de katholieke kerk tot in het absurde toe mensen met afwijkende denkbeelden kwaad deed.
Het lijkt me dat hij de ontdekking wil meedelen dat in georganiseerde religies machtpolitiek een grote rol speelt, en dat er mechanismen zijn om gezag te vestigen, en vervolgens te handhaven. Dit is geen ontdekking waar ik vreselijk van opkijk.
Mij bleef de fascinatie van Kuijer voor zijn onderwerpen wat al te particulier om me tot het eind te boeien. En ook vroeg ik me af waarom hij alleen impliciet schrijft over de betekenis van het leven na de dood voor de machtsuitoefening door religies. Terwijl er nog steeds zelfmoordterroristen verwachten door hun daad in de hemel te komen, en daar beloond worden met 72 hoeri’s [of toch maar 72 krenten, volgens een waarschijnlijker interpretatie]?
Stond niet alle handelen van gelovigen toen ook in het teken van het daarnamaals?
meer Kuijer op boeklog
Guus Kuijer, Het doden van een mens
224 pagina’s
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007
in: a-z, geschiedenis, religie
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Guus Kuijer-pagina
maandag 2 april 2007
De zonde in het deftige dorp, zo heet een roman uit 1912 bij mij in de kast. Auteur Johan de Meester geeft daarin niet alleen aan wat er zo zondig was - de domineeszoon maakte een dienstmeid zwanger - maar hij biedt terloops vele tekenende details over het deftige leven. Historica Ileen Montijn voerde deze roman daarom kalmpjes als bron op om de zeden van de gegoede burgerij te helpen beschrijven, in haar monografie Leven op stand.
Deze roman van Marjolijn Februari had ook De zonde in het deftige dorp kunnen heten. Als uitgevers nu nog zulke beschrijvende titels zouden toestaan tenminste. En waarschijnlijk kan een 22e-eeuwse Ileen Montijn er veel aan ontlenen om het leven van de gegoede klasse honderd jaar eerder te beschrijven.
Het is ook de zedenschets die dit tot zo’n leuk boek maakt, voor mij. Vooral omdat Februari een drooghumoristische en afstandelijke manier van beschrijven heeft.
Maar de pastiche alleen levert nog geen boek op. Er moet een plot in ook. En in deze roman draait die om de terugkeer van een succesvol schrijfster naar haar geboortedorp, waar haar vader ooit werd uitgestoten. De man was er lid van een elitaire leesclub. Niet uit liefde voor het lezen overigens, maar omdat zulke kringen je nu eenmaal in contact brengt met mensen, die elk weer een nuttig netwerk hebben.
Die leesclub stootte hem uit, nadat hij hen om advies had gevraagd, dit kreeg, en desondanks een dubieuze handelstransactie doorzette. Er werd verontreinigde glycerine aan Haïti geleverd, als medicijn. Daardoor stierven er kinderen ver weg. Toch krijgt het bedrijf van de handelaar niet meer dan een boete, die ongetwijfeld aftrekbaar was van de belastingen.
In de roman maken de personages zich zorgen hoe die succesvolle schrijfster deze levensepisode in haar bestseller heeft verwerkt. De leesclub wist tenslotte dat er een transactie zou plaatsvinden, maar deed niets om die tegen te houden. Maar eerlijk gezegd dwaalden mijn gedachten bij deze passages wat af. Dit kwam ook door het lezen van Fast Food Nation een paar dagen terug. Dat boek draait evenzeer om de vraag wat een samenleving toelaat aan dubieuze handelspraktijken. Zelfs als algemeen bekend is dat daardoor slachtoffers kunnen vallen.
Er mag steeds heel veel, zolang er maar niemand direct verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Pensioenfondsen investeren bijvoorbeeld rustig andermans oudedagvoorziening in fabrieken die clusterbommen maken, en daarmee doden. Om maar éen actueel voorbeeld te noemen uit tientallen anderen.
Ik las dit boek daarom uiteindelijk vooral als een aanklacht. De mensen die op dit moment in basale morele kwesties het verschil kunnen maken, kijken vaak liever een andere kant op. Die praten liever veilig in een leesclub over de motieven in een obscure roman, of gaan naar een klassiek concert, en menen dan heel hoogstaand bezig te zijn.
Maar waarom zou dat toch zijn?
De inhoud is er dus, en de vorm ook een eind. Toch, als Marjolijn Februari haar scène’s voortaan wat strakker timed, en dialogen bedenkt die wat realistischer bijdragen aan de voortgang van het verhaal, kan ze nog eens grootse romans gaan schrijven.
*** meer over de herkomst van verontreinigde glycerine
Marjolijn Februari, De literaire kring
254 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2007
in: economie, a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Marjolijn Februari-pagina
dinsdag 3 april 2007
De uitgever OnLibri.nl stelt sinds 2 april gratis boeken online ter beschikking. Dat is, als u onder boek ook een elektronische tekst wilt verstaan. De pdf-bestanden die dit van oorsprong Scandinavische bedrijf aanbiedt, zijn bovendien beveiligd. Daardoor is er geen tekst uit te kopiëren, noch zijn er pagina’s uit te printen.
Behalve een besprekinkje over de inhoud van dit werk, is dit daarom ook een weergave van mijn ervaringen met het lezen van een scherm.
OnLibri.nl kan de boeken gratis aanbieden, omdat om de paar pagina’s een advertentie opgenomen is. Dat stoorde bij het lezen niet. Mijn ervaring met tijdschriften en kranten hebben me allang geleerd reclame compleet te negeren.
Meer problemen had ik met de vormgeving van dit boek. Zo kan er vanuit de inhoudsopgave niet naar een gewenste pagina toe worden gesprongen, wat toch een basisprincipe zou moeten zijn in elke elektronische uitgave.
Ook vond ik de opgemaakte tekst lelijk. De regels zijn me te breed, en de gekozen broodletter [Garamond] heeft schreven. Nu wordt er al jaren gediscussieerd of schreefloze danwel geschreefde letters beter zijn om van een scherm te lezen, en daarin wil ik niet treden. Maar de tekst was me te wollig grijs.
Afgezien daarvan, had ik ook wat problemen met de inhoud van die tekst. Niet zo zeer om wat Sharon Kroes schrijft, trouwens. Meer om wat er niet in staat.
Kroes leerde debatteren op TV, in het ‘Jeugdlagerhuis’. Hij pakte het redekavelen tijdens zijn studie op als sport, en zou zelfs Nederlands en Europees kampioen worden in de discipline parlementair debatteren. Tegenwoordig traint hij anderen.
Bij het debatteren is het de bedoeling om een publiek mee te krijgen. En bij die basale constatering ging het dus mis, voor mij.
Er zijn trucs om het publiek mee te krijgen. En het is nuttig die te leren herkennen. Ook hamert Kroes op het belang van een goede voorbereiding, zonder nu zo zeer te melden waar die dan uit moet bestaan.
Nu is er op dit weblog vaker geconstateerd dat een publiek alleen aanvaardt wat het herkennen kan. Wie een daarvan afwijkend verhaal heeft - zoals elke dissident - moet extra moeite doen zijn of haar gelijk aan te tonen. Die bewijslast is al zwaar. Maar de ruimte om deze te tonen, zal er in een openbaar debat doorgaans niet zijn.
Bovendien is er in Nederland door alle eeuwen gepolder maar een geringe bandbreedte aan algemeen aanvaarde opvattingen. Om daar eens wat onmogelijke uitersten tegenover te plaatsen: er is hier geen traditie aan conservatieven die de afschaffing van de verzorgingsstaat voorstaan. Netzomin willen de socialisten Philips of Shell nationaliseren.
De echte taboes zijn misschien subtiel, maar ze zijn er wel degelijk.
Handreikingen uit Kroes’ boekje kunnen daarom misschien wel helpen aan een levendiger debat, maar de cultuur in Nederland is om de publieke discussie kleingeestig te houden. En een goed gevoerd debat over bekrompen ideeën blijft bekrompen, hoe technisch fraai ook.
Een technisch fraai gevoerd debat belet alleen nu net wel het nadenken bij de toehoorder.
download dit boek hier
Sharon Kroes, Debatteren voor iedereen!
48 pagina’s
OnLibri.nl, 2007
in: leerboeken, a-z
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Sharon Kroes-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 4 april 2007
In deze bundel noemt Keillor maart ergens: ‘de maand waaraan mensen die niet drinken precies kunnen zien wat een kater is’.
Het was nog maart toen ik dat las, en ik glimlachte even.
En toen maakte Keillor precies datzelfde grapje afgelopen week in de podcast. Ruim twintig jaar later nadat hij het bedacht had. Misschien was het de eerste keer dat hij het in al die tijd herhaalde. Misschien ook strooit hij vaker beproefde bon mots in zijn vertellingen, als de zaal niet helemaal mee wil. Je hebt van die dagen. En het kan best zijn dat de grap er op papier in de bundel over een tijd helemaal niet in komt.
Toch sterft er altijd iets aan bewondering bij me als iemand twee keer dezelfde grap maakt. Wat spontaniteit leek, blijkt dan ineens bedacht te zijn. Dat kun je maar beter niet ontdekken.
Maar gek is dan ook dat ik Keillor op zijn best vind als hij weer eens over dat fictieve dorp ‘Lake Wobegon’ vertelt. Daarbij wordt herhaling ineens wel een pré. Zij het dan van een thema, en de grappen daar binnen.
Deze bundel bevat alleen geen verhalen over Lake Wobegon. In plaats daarvan biedt die een bonte verzameling mengelwerk, tot en met stukjes aan toe die Keillor nog als tiener op de highschool al voor ‘The New Yorker’ schreef. Hoe bewonderenswaardig dat ook zijn mag, het niveau in dit boek wisselt daarom sterk.
Op zijn best is Keillor in dit boek een goede columnist, maar ook weer geen uitzonderlijke columnist.
Hoogstens is nuttig aan dit boek dat erin zichtbaar wordt hoe iedereen tijd nodig heeft een vak te leren beheersen, zelfs al bestaat er dat talent.
Garrison Keillor, We Are Still Married
375 pagina’s
Faber & Faber 1993, oorspronkelijk 1989
in: a-z, humor, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Garrison Keillor-pagina
donderdag 5 april 2007
Onbedoeld las ik twee boeken tegelijk waarin wordt beschreven hoe ooit giftige glycerine aan Haïti werd geleverd als grondstof voor geneesmiddelen. Bij Marjolijn Februari is die affaire een centrale klacht in haar roman.
Het gif van dat Nederlandse bedrijf Vos BV kwam in een hoestdrankje terecht, waardoor vooral kinderen erdoor stierven. Robinson schrijft dat daar tachtig doden vielen. Andere bronnen hebben het over zestig.
In dit boek hier over de farmaceutische industrie komt Haïti slechts terloops langs. Ik leer er wel uit dat er nog een vergelijkbare zaak speelde, in Brazilië. Daar werd onbruikbare glycerine in oogdruppels verwerkt, waar twaalf mensen aan stierven.
Deze feiten op zich zijn al ernstig genoeg om misantroop van te worden. Maar dat het verkopen van dodelijk gif als geneesmiddel niet kan, is niet heel moeilijk om uit te leggen. Robinson heeft zich in dit boek tot taak gesteld te bewijzen dat de farmaceutische industrie op heel wat manieren meer onethisch werkt.
Dat leverde een wat warrige monografie op.
Goed aan dit boek is wel dat Robinson veel moeite doet om de lezer te laten begrijpen dat medicijnen speciale handelswaar zijn. Niet alleen kunnen ze over leven en dood bepalen. Een principieel punt is ook dat medicijnen door een ander worden uitgekozen en voorgeschreven. Elke patiënt levert zich daarmee totaal over aan het fatsoen van vreemden.
Dit was uiteindelijk ook het belangrijkste inzicht dat ik aan het lezen van het boek Fast Food Nation overhield. Hoe machteloos éen mens uiteindelijk is tegenover een steeds verder corrumperend systeem.
Elk individu kan nog de vrij eenvoudige beslissing nemen om nooit meer bij McDonalds te eten. Maar het wordt iets anders als handelspraktijken van de fastfood-ketens helpen om de kwaliteit in de hele voedselproductie te ondergraven. En ineens bij haast alle eten kritische vragen te stellen zijn.
Maar waar Robinson in dit boek niet uitkomt voor mij, is om het onethische handelen van de fabrikanten van medicijnen helder op te delen in een schaal van erg.
Het ene moment gaat het bij hem over laakbaar optreden waar blijkbaar de hele industrie zich schuldig aan maakt, het volgende hoofdstuk wordt ingezoomd op een incident met éen bedrijf als kwaaie pier. Zoals het verdraaien van onderzoeksresultaten. Dan ineens blijken andere fabrikanten er wel ethische standaarden op na te houden.
Neemt niet weg dat Robinson bij mij heel principiële vragen heeft helpen formuleren.
Hoe kan het bijvoorbeeld dat wij ons als samenleving telkens weer uitleveren aan monopolisten, die de productie van een medicijn naar willekeur kunnen stoppen?
Jeffrey Robinson, De medicijnenmafia
348 pagina’s
Uitgeverij Elmar, 2003
Vertaling van Prescription Games
in: recht, economie, a-z, biologie, politiek, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jeffrey Robinson-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 6 april 2007
Vanaf het moment dat L.H. Wiener langere boeken ging publiceren, las ik hem niet meer. Misschien dacht ik dat de verstikkende levensangst uit zijn korte verhalen zich niet leent om groot gebracht te worden.
Ook was ergernis ontstaan over de naam die Wiener gebruikt voor een alter ego in de boeken. Steeds vaker begon de schrijver/leraar Victor van Gigh een belangrijke rol te krijgen in de verhalen.
Nu lees ik snel omdat ik woordbeelden herken, in plaats van woorden te vocaliseren. Waar Victor van Gigh staat, lees ik daarom altijd Vincent van Gogh. En daarop blijven mijn ogen in hun voortgang haken, omdat die overbekende naam in de context van het verhaal daar niet klopt.
Ongetwijfeld was het de bedoeling van de schrijver dat ik die naamsassociatie zou maken. Maar ik vind hem laf. Er bestaan subtielere manieren om aan te geven dat iemand een gekweld kunstenaar is. En dus, met al die miljoenen boeken op de wereld, waarom zou ik dan een schrijver blijven volgen die personages met een irritante naam opzadelt?
Maar Wiener wordt wel ineens voor allerlei prijzen genomineerd met zijn lange werken. In plaats van schaarse enkelingen als ik bereikt hij inmiddels een groter publiek.
En dat is ook wel terecht, bleek me uit dit boek.
Deze roman is ingenieuzer van opzet dan ik me zijn korte verhalen herinner. Beter geschreven, slimmer getimed, en goed geconstrueerd door de keuze om afwisselende reeksen van korte fragmenten — of ook brieven — in te zetten voor de vertelling.
In Nestor spelen drie verhaallijnen door elkaar: over de jongen, de schrijver, en de leraar. Weliswaar gaat het hier om dezelfde persoon, maar Wiener is zo vriendelijk geweest die ter verheldering met drie verschillende namen aan te duiden.
Het verhaal van die jongen interesseerde me het minst. Dat is al in verschillende variaties in Wiener’s boeken voorgekomen. Altijd weer komt dat jong terug met éen of andere schijnbaar tamme vogel. Die voorspelbaarheid boeit mij niet. Dus zijn ook de strubbelingen van een onsuccesvol schrijver me een wat te sleets thema voor een boek, en gelukkig zag Wiener dit zelf ook. Daarom heet die schrijver ineens gewoon L.H. Wiener in dit boek en niet Vincent van Gogh/Victor van Gigh.
Voor mij moest het optreden van de leraar deze roman redden. En dat lukte.
Merkwaardig is dat het de vaderlandse politiek pas dit jaar een beetje oog lijkt te hebben voor dat mislukte studiehuis in het middelbaar onderwijs. In deze roman uit 2002 staat al haarfijn beschreven wat het voor de motivatie van een leraar doet als hij ineens niet meer mag waartoe hij ooit was aangesteld. Als kennis overdragen domweg niet meer belangrijk is. Wanneer het lesgeven iets wordt als het bijwonen van een slome worstelpartij waarin de deelnemers pas vlak voor de zoemer panisch de strijd met de leerstof aangaan.
Natuurlijk is het de wisselwerking tussen die drie verhaallijnen, en de vorm waarin die verteld worden, die dit boek maken. Maar het was goed om een personage van Wiener eens wat weerbaar te zien.
L.H. Wiener, Nestor
286 pagina’s
Pandora 2007, oorspronkelijk 2002
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de L.H. Wiener-pagina
zaterdag 7 april 2007
Herlezen is voor mij het ware lezen. Alleen kan herlezen erg gevaarlijk zijn. Zelfs als er wat extra goodwill voor de auteur is, omdat me pas nog bleek dat L.H. Wiener met Nestor helemaal geen vervelende roman heeft geschreven.
Maar deze verhalenbundel bracht me niets. Nu ja, hoogstens heb ik me even afgevraagd wat mij twintig jaar geleden dan zo aantrok in deze verhalen van Wiener. Over die vereenzaamde man, die toch wel wat zwelgt in zijn isolement.
Het is me allemaal wat te éen-dimensionaal geworden, deze verhalen. Gewoon niet goed genoeg. Ik vind die steeds terugkerende hoofdpersoon, die naar Wiener zelf getekend schijnt te zijn, nogal vervelend in zijn passiviteit.
Zelfs dat verhaal over het casino-bezoek, waarin plots wel enige actie plaatsvindt, komt me nogal bedacht voor. En dat was anders het beste verhaal uit het boek.
Wiener was vroeger aantoonbaar minder.
L.H. Wiener, Naamloze meisjes
127 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker, 1984
in: a-z, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de L.H. Wiener-pagina
zondag 8 april 2007
Wat leuk om eens een vogelboek te lezen van iemand die bekent veel soorten gewoon niet van elkaar te kunnen onderscheiden.
En wat goed dat als een vogeltje opnieuw genoemd wordt er gewoon weer het bijbehorende fotootje in de marge staat afgedrukt. Zodat terugbladeren niet nodig is. Dorrestijn houdt vooral van de keep, dus staat die keep er tal van keren in. Al scoort de appelvink misschien nog hoger, omdat het zo ontstellend lang duurde voor hij die vogel eens zag. Dat werd een obsessie.
Hoofdpersoon in de boeken van Hans Dorrestijn is altijd Hans Dorrestijn zelf, maar dan op z’n treurigst en onhandigst getekend. Zelfs in deze alfabetische gids over vogels gaat het met name over de auteur. De meeste vogelnamen geven vooral aanleiding over weer een scène uit zijn leven te vertellen.
Maar, daar kan ik niet rouwig om zijn. Gemeten aan de keren dat ik hardop lachen moest, is dit een grappig boek.
Wel valt me de overlap op met oudere verhalen uit zijn oeuvre. Volgens mij staat in de bundel Gênante vertoningen een net iets anders verhaal over een proefinterview en de nutteloze aanschaf van een bed. Bijvoorbeeld.
Hoogtepunten in dit boek voor mij waren de reisverslagen. Dorrestijn sloot zich enkele malen aan bij een gezelschap om in een ver Europees buitenland vogels te gaan spotten. En de namen van die beestjes die hij zag, worden ook wel genoemd. Maar belangrijker zijn de mensen in zijn gezelschap.
Goed, helemaal kan ik zijn obsessie niet navoelen om per se al die verschillende soorten vogels zelf te willen hebben gezien. Maar dat Dorrestijn die passie heeft, komt wel over.
Hans Dorrestijn, Dorrestijns vogelgids
272 pagina’s
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 2007
in: a-z, leerboeken, biologie, humor, [auto]biografisch, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hans Dorrestijn-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 9 april 2007
Toneelwerk zal nooit bedoeld zijn om stil te worden gelezen. Maar ik kan me niet heugen ooit een uitvoering van R.U.R. aangekondigd te hebben gezien. En Čapek’s stuk is wel een klassieker die ik nu eens wilde kennen.
Aan dit toneelstuk is het woord robot te danken, dat ontleend werd aan een Tsjechische term voor ‘dom hard werken’. Alleen hebben de robots in dit toneelstuk een biologische oorsprong, anders de machines uit onze tijd. Toch worden ze wel degelijk in een fabriek vervaardigd, en was er slim ingenieurswerk voor nodig om de robots te kunnen maken.
Dat leverde uiteindelijk ook een geweldig resultaat op. Eén robot kan zonder vragen het werk verrichten van tweeënhalve arbeider, voor aanmerkelijk lagere kosten. Hun uitvinding lijkt een zegen voor de mensheid te zijn.
Of niet?
Toen Čapek dit toneelstuk schreef waren net miljoenen jonge mannen in de loopgraven gecrepeerd. Willoze soldaatjes. Uit hun stellingen het niemandsland ingejaagd door domme autoriteiten. Dat zal iedere toeschouwer van de oervoorstellingen hebben geweten.
En wat zijn de gevaren als miljoenen dommekrachten ingezet kunnen worden door éen hitser met een idee?
Dit toneelstuk is een science fiction-verhaal, dat begrepen kan worden als een dystopie, maar ook weer als een scheppingsmythe. En ik vind de vorm wel mooi. Helder. Simpel. Čapek heeft het vaker, net als Kafka, dat zijn verhalen prachtig afgerond lijken. Tot de interpretatie begint.
Tot de interpretatie begint.
Karel Čapek, R.U.R.
[Rossum’s Universal Robots]
58 pagina’s
Dover Publications inc., 2001, oorspronkelijk 1920
vertaling naar het Engels van Rossumovi univerzální roboti
in: toneelstukken, a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karel Čapek-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 10 april 2007
De vraag is klassiek. En het debat daarover was altijd hevig. Maar worden iemands eigenschappen nu vooral bepaald door zijn aanleg (nature), of door zijn opvoeding (nurture)?
Het antwoord op deze vraag kan veelbetekenend zijn. Kijk maar naar eens het strafrecht, en de middelen die een rechter heeft om iemand te bestraffen.
Wordt iemand als misdadiger geboren, of wordt hij slecht gemaakt?
Als slecht gedrag vooral door invloeden van buiten komt, dan is er verbetering mogelijk in dat gedrag. Maar wat als misdadigers vooral uit zichzelf slecht zijn? Hoe zit het dan met de eigen verantwoordelijkheid?
Wetenschapsjournalist Matt Ridley probeert in dit boek aan te tonen dat een onderscheid maken tussen aanleg of opvoeding te polariserend is. Het éen kan volgens hem niet zonder het ander. Wat een mens aan genen meekrijgt, bepaalt weliswaar veel. Maar er zijn wel invloeden van buiten nodig om bepaalde genen in werking te zetten, en dus andere niet.
Ridley gaat ver in zijn boek. Misschien, zegt hij ergens speculatief, misschien zijn veel welvaartsziekten wel te verklaren uit iemands jeugd. Heeft ondervoeding tijdens een gevoelige periode van de jeugd als effect dat te rijk eten later nooit meer goed verwerkt kan worden. Bijvoorbeeld.
En een criminele aanleg is volgens Ridley zeker in hoge mate erfelijk. Kinderen van misdadigers die al jong door een ander gezin worden geadopteerd, lijken meer op hun biologische ouders dan op hun opvoeders, als het om hun strafbladen gaat.
Dat klinkt mooi. Wetenschappelijk verantwoord ook. Maar zo’n verklaring wordt ineens puur racistisch bij de simpele constatering dat vooral Marokkaanse jongeren de misdaden plegen in de grote steden.
Ik haal twee van Ridley’s extreme ideeën hier aan, om te verduidelijken waar dit boek voor mij wringt. Ridley’s inzichten hebben verregaande ethische, juridische en filosofische implicaties, zonder dat hij die nu zo zeer lijkt te beseffen.
Dit is een immens leesbaar en zeer rijk boek, desalniettemin. Waar ik dacht dat Steve Jones helder over genetica had geschreven, lukt het Matt Ridley nog weer beter de betekenis aan te geven van de wetenschappelijke kennis over genen.
Tot op zekere hoogte.
Ridley is op zijn best als hij de ontwikkelingen samenvat en toelicht in het denken over erfelijkheid en over cultuur. Dat kan hij werkelijk verbluffend goed. Lees een boek als dit daarom om te leren wat Darwin en zijn navolgers hebben weten aan te tonen.
Maar toch.
Matt Ridley, Nature Via Nurture
Genes, Experience, and What Makes Us Human
328 pagina’s
HarperCollins Publishers 2004, oorspronkelijk 2002
in: a-z, aanbevolen 2007, biologie, kennis, cultuur, filosofie, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Matt Ridley-pagina
woensdag 11 april 2007
Als mij gevraagd wordt om kort de Friestalige literatuur te beschrijven, heb ik daar wel een standaardantwoord op. Dit luidt: er zijn enkele opvallend aardige Friese dichters, maar verder wat te veel schoolmeesters die meenden boeken te moeten schrijven.
Dat is een veroordeling. Ik vertrouw leraren die boeken schrijven niet zo. Tenzij het mensen zijn die na een paar jaar volkomen op het onderwijs afknapten. Die duidelijke weerzin maakt ze nu net wel interessant.
Samengevat: mensen die lang in het onderwijs werken, wennen er te zeer aan om altijd tot niet-wetenden te spreken. Dat verziekt hun manier van communiceren. Ze krijgen te weinig kritiek, al helemaal als ze niet zelf hun belangrijkste criticus zijn.
Daarbij komt dat leraren geacht worden hun pupillen tot brave belastingbetalers op te leiden. Terwijl goeie schrijvers juist aanklagen; de redenen geven om autoriteiten te wantrouwen die niemand eerder zag.
Ik heb deze lange inleiding nodig om te formuleren wat me tegenstaat in het werk van L.H. Wiener. En ook om aan te geven waarom het me lang geleden wel aanstond. Want, ik las Wiener al toen ik zelf nog onderwijs genoot. Op het moment dat de leerkracht nog een autoriteit was, om tegen op te kijken. Geen mens als ik. Toen was het ontwapenend om in zijn boeken over de twijfels te lezen van een man die in het onderwijs werkzaam is, maar liever kunstenaar wil zijn.
Inmiddels geef ik zelf ook weleens les — maar mijn hoofdbezigheid is dit nooit — en ik heb de keuze gemaakt daar niet mijn carrière van te maken. Dit verandert mijn oordeel nogal over een man die wel in dat onderwijswereldje hangen blijft, en daar toch problemen mee heeft. Helemaal als elk boek daarover gaat.
In deze novelle papt de hoofdpersoon, een leraar Engels te Haarlem, aan met oud-leerlinge. Ondanks het luttel aantal pagina’s is het boek halverwege al langdradig. Het verliest dan ineens enorm aan tempo en wordt daarbij nogal voorspelbaar.
Nee, Wiener moet zijn boeken voor mij door de vorm aardig maken. Inhoudelijk lukt dat niet, door zijn attitude en navelstaarderij.
L.H. Wiener, De langste adem
116 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker, 1993
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de L.H. Wiener-pagina
donderdag 12 april 2007
Eén van de merkwaardigste prozagenres vind ik wel de verhalen die fans schrijven over helden uit TV-series. Fanfic heet dit fenomeen. En internet staat vol met vertellingen over de geile neuksex die bekende personages met elkaar hebben, en andere zaken die in normale media-uitingen altijd zorgvuldig verborgen worden gehouden.
Boeken zijn veel minder populair om op voort te fantaseren. Al zijn er dan tal van alternatieve verhalen online gezet over een figuur als Harry Porter, fanfic is altijd meer een reactie op populaire cultuur dan op literatuur.
Ik schrijf dit om uit te leggen waarom dit boek een wat merkwaardig boek is. Deze uitgave herdenkt twee verjaardagen. Terwijl de koning der Belgen 70 werd, vierde sterreporter Kuifje zijn 75ste geboortedag. En ter gelegenheid daarvan kregen elf Vlaamse en Waalse schrijvers de vraag voorgelegd om een verhaal te schrijven over de buurt bij het koninklijk paleis, waarin personages uit de Kuifje-boeken een rol mochten spelen.
Opvallend genoeg was dit voor een aantal auteurs reden om precies hetzelfde uit te halen als de bedenkers van fanfic gewoon zijn. Al schreven zij die fantasieën dan misschien nog wel wat eleganter op, door hun ervaring.
Met de kroontjespen
11 verhalen over Kuifje en de koning der Belgen
173 pagina’s
Hergé-Moulinsart & Lannoo, 2003
in: a-z, vertaald, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels |
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 13 april 2007
Eva Gerlach heeft ooit een keuze gemaakt uit de late gedichten van Eugenio Montale, en die naar het Nederlands vertaald. Dit initiatief is te prijzen, maar het waren weer eens niet alle gedichten. Ook het minieme tal aan andere uitgaven hier van deze Italiaanse Nobelprijswinnaar zijn altijd bloemlezingen geweest. Of het nu om zijn poëzie ging, de essays, of de verhalen.
Dat is jammer, want naar verluidt telt het verzameld werk van Montale ruim zesduizend pagina’s in druk. Mijn Italiaans is niet goed genoeg om die puur en onverdund te kunnen genieten. Ik heb een vertaling erbij nodig, maar liever weer niet dat de vertaler daarbij ook inhoudelijk een selectie maakt.
Gelukkig maar daarom dat er langzaam doch gestaag tweetalige uitgaven verschijnen in het Italiaans en Engels.
Dit postume dagboek bevat 84 gedichten, geschreven voor de jonge dichteres Annalisa Cima. Zij was eind twintig toen ze Montale leerde kende, hij al in de zeventig. Elk van zijn gedichten was een gift bij een nieuwe ontmoeting.
Tenminste… Niet alle deskundigen zijn het er niet over eens of deze teksten wel van Montale zijn; of Cima ze bijvoorbeeld niet zelf samengesteld heeft uit schetsen en aantekeningen. Gezien de keuze die Eva Gerlach eertijds deed uit deze bundel deelt zij die twijfels niet.
Ik mag het wel hoe de oude Montale zichzelf wat ironisch bekijkt in deze bundel. Maar nieuwe favoriete gedichten leverde dit boek nog niet op.
You phone to remind me
I said the Nobel
ought to be refused, because
it’s not always awarded to the best.
Forgive me. I’m accepting out of fear.
A conspicious reward doesn’t offend,
rather it’s a defense against the threat
of devaluation. Don’t expect
acts of courage from an old man.
Recognition always arrives
late, when even a hoped-for
honor seems useless.
The time of events
is different from ours.
Eugenio Montale, Posthumous Diary | Diario Postumo
188 pagina’s
Turtle Point Press, 2001
Translated and annotated by Jonathan Galassi
in: a-z, vertaald, [auto]biografisch, poëzie, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eugenio Montale-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zaterdag 14 april 2007
Toen ik dit boek voor de eerste keer las, direct bij het uitkomen in 2003, viel het tegen. Ik weet niet meer wat mijn verwachtingen precies waren. Misschien was mijn hoop een nieuwe Luisteraars! te krijgen. Uit dat boek bleek ineens dat Karel van het Reve allerlei columns op de Wereldomroep had voorgelezen die vrijwel niemand kende.
Misschien had hij meer van zulke trucs uitgehaald.
Ik verwachte iets nieuws, in elk geval. En las in plaats daarvan vele fragmenten die ik al uit andere bundels kende van Karel van het Reve. In dit boek waren alleen de aantekeningen erbij gekomen die wel in ‘Hollands Maandblad’ hadden gestaan, maar verder nooit ingeboekt werden.
Maar kijk, een paar jaar verder is mijn parate kennis over zijn oeuvre wat weggezakt. Ineens ook zijn de VS en Nederland heel wat meer politiestaat geworden. En plots vind ik het wel heel erg interessant wat Van het Reve allemaal schrijft. Zelfs als dit over het leven in de Sovjet-Unie gaat. Vooral als het over die periode gaat.
Mede hierom vind ik herlezen belangrijker dan lezen. Ik kan een boek gewoon op het verkeerde moment tegenkomen, en dan verkeerd beoordelen. Daarbij is een onderschatting misschien ietsje erger nog dan een overschatting; als een boek me niets lijkt te kunnen bieden, herlees ik het niet gauw.
Een belangrijke gedachte formuleerde Van het Reve bijvoorbeeld op de pagina’s 133 en 134. Als hij over het mechanisme nadenkt dat journalisten, of historici, altijd een motief toeschrijven aan iedereen die iets opvallends doet. Terwijl schrijvers waarschijnlijk gewoon allereerst willen schrijven, niet eens zo zeer omdat hij of zij per se iets te zeggen heeft.
Al zijn er ook weer auteurs die wel menen iets te zeggen te hebben; dat compliceert Van het Reve’s idee weer wat.
Op bladzijde 243 formuleert hij een paar regels die ik tekenend vind voor zijn inzicht, en ook voor zijn werk:
Mijn nadeel is […] dat ik duidelijk ben. Je kunt wat ik zeg of schrijf begrijpen. En als dat het geval is ben je al half verloren. Ik begrijp het, denkt de lezer of toehoorder, dus kan het nooit wat zijn. Een tweede ding komt daarbij. Anderen zijn imitabel. Zij doen iets, en na een tijdje kunnen hun studenten dat ook. Na een tijdje kan een leerling van Maatje of Sötemann of Fokkema of Ibsch net zo’n boek schrijven als zij. Maar geen van mijn leerlingen zal ooit een boek schrijven zoals ik.
Het is alleen Van het Reve gegeven in zo’n luttel tal woorden te duiden waarom zo veel mensen onleesbaar schrijven, en waarom hun onzin toch bewonderd wordt.
Karel van het Reve, Ik heb nooit iets gelezen
en alle andere fragmenten
384 pagina’s
bezorgd door Ileen Montijn en David van het Reve
in: a-z, [auto]biografisch, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karel van het Reve-pagina
maandag 16 april 2007
Na Opgespoorde wonderen en Verborgen verwantschappen is dit Kousbroek’s derde bundel met fotosyntheses. Het zal ook de laatste zijn, zo staat voorin.
Eerder noemde ik Kousbroek’s aanpak in deze boeken wat oneerbiedig ‘praatjes bij plaatjes.’ Alleen kiest hij nooit foto’s uit om hun fraaie esthetiek. Integendeel. In Het raadsel der herkenning wordt uitgelegd dat juist wat mysterieuze foto’s zijn voorkeur hebben.
In dit boek is er veel aandacht voor foto’s met beesten en beestjes. Daarbij kan de fotosynthese ‘Krokodillenwonder’ zelfs gelezen worden als Kousbroek’s motivatie om lijstduwer te worden van die politieke partij voor de dieren [PvdD]. Die onderwerpskeuze maakt dit boek tijdlozer dan de eerdere delen. Het gedrag van dieren verandert niet.
Maar ik miste daarom Kousbroek’s exacte kant wat, in dit boek.
Wel merk ik bij dit derde boek deze fotosyntheses steeds meer te gaan waarderen. Al blijft er het bezwaar dat de tekst in kolommen staat, en de grijs-wit afgedrukte foto’s vaak de details missen die Kousbroek er wel in kan zien, volgens de tekst.
Het kostte tijd om in te zien dat deze boeken de verwondering dienen, en niet de opinie.
Ik ben steeds meer geneigd deze boeken te zien als illustraties bij een klassieke uitspraak van hem, over het geheugen.
Niets is erger dan de weg te weten in een huis dat niet meer bestaat.
Niet alleen huizen worden gesloopt, hele wijken verdwijnen. Straatbeelden veranderen ongemerkt, tot aan de hand van een foto getoond kan worden dat het ooit anders was. Het geheugen heeft soms zo’n prikkel nodig om zijn informatie kwijt te geven.
Weinig is boeiender dan de informatie op foto’s aangevuld te krijgen door iemand die altijd al goed keek. Zelfs als hij schrijft over beelden die hij nooit gezien kan hebben. Omdat Kousbroek daarmee ook over deze tijd iets zegt.
Rudy Kousbroek, Het raadsel der herkenning
Fotosynthese 3
127 pagina’s
Uitgeverij Augustus, 2007
in: a-z, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rudy Kousbroek-pagina
dinsdag 17 april 2007
Vaste lezers van boeklog zal mijn liefde voor de boeken van Dick Francis inmiddels wel zijn opgevallen. Betere ontsnappingslectuur ken ik dan ook nauwelijks. Geef me anderhalf uur met zo’n boekje als dit, en ik ben helderder en opgewekter dan daarvoor. Dat zal geen televisieprogramma ooit lukken.
Flying Finish is er éen uit de beginperiode van Francis. Daarvoor geldt nog dat de standverschillen tussen de personages behoorlijk aangezet worden. De hoofdpersoon in dit boek is zelfs een graaf, maar dan wel weer eentje die daar niets van weten wil.
Prettig aan Francis’ schrijven, is dat hij altijd zijn best doet de lezer meteen het verhaal in te sleuren. Dit boek vormt daar wat een uitzondering op. Het duurt zelfs lang voordat duidelijk wordt wat de misdaad precies is. Maar er verdwijnen wel steeds mensen. Dat gegeven maakt dat de spanning lang onderhuids blijft broeien.
Deze thriller bevat veel reisscène’s in vrachtvliegtuigen — waarbij ik toch erg aan Nevil Shute moest denken — en het ook is al snel duidelijk dat de hoofdpersoon zich met zo’n vliegtuig uit de moeilijkheden moet redden. Maar bovenal telt dat het voelt of dit boek te kort is. Ik wilde weten hoe het verder ging, zelfs al mocht dat dan inmiddels voorspelbaar zijn geworden. Al was het maar om de liefdesromance, die éen van de meest heftige uit al zijn boeken is.
Dick Francis, Flying Finish
223 pagina’s
Pan Books 1968, oorspronkelijk 1966
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
woensdag 18 april 2007
Elk boek is een spiegel waarin de lezer zijn eigen beelden in projecteert en herkent. Ik schreef daar vaker over. Daarom is het jammer dat ik nu pas ontdek hoeveel nut iets als boeklog heeft om vast te leggen wat ik in al die boeken zie. Wat had ik hier vroeger wel niet kunnen schrijven, toen mijn lezen nog een echte ontdekkingsreis was.
Ik ben helaas wat te cynisch geworden. Mijn leeservaring dempt makkelijk een al te grote emotionele betrokkenheid.
Toch zijn er een paar boeken waarvan ik wel vrij zeker weet wanneer ik ze las. En ook wat ze mij deden. Eén daarvan is deze, van Kees van Kooten. Een moetje was dat op school, van het verplicht lezen van een voorgeselecteerde lijst.
Vijfentwintig jaar geleden las ik dit boek, waarin een bekende Nederlander beschrijft hoe hij veertig werd. Thans ben ik die leeftijd dicht zelf benaderd.
Toen moest ik vragen over deze verhalenbundel beantwoorden, als de betekenis van de titel. En ik herinner me braaf iets gezegd te hebben over hoe de Van Kooten in dit boek ineens door lichamelijke kwaaltjes werd bezocht [Prostatitis]. Of dat hij iets aan conditietraining ging doen tegen het verval.
De blik waarmee een vijftienjarige/zestienjarige naar oude mannen kijkt, is meedogenloos.
Maar lichamelijk ken ik de problemen die Van Kooten beschrijft nu ook nog niet. Zelfs niet als ik ga overdrijven om leuke verhalen te krijgen.
Misschien wat raar, maar Veertig was bij het lezen behalve een boek met verhalen ook een soort checklist. Maar vrijwel het enige dat Van Kooten toen en ik nu gemeen hebben, is dat onze slapen grijzen. Goed dat de originele foto van toen op de voorplaat ook in de herdrukken gehandhaaft bleef.
En ik ben blij me ooit voorgenomen te hebben dit boek nog eens in te kijken. Het is goed. Grappig, maar goed gedoseerd. En er zijn te veel zaken die een vijftienjarige nog niet meevoelt bij het lezen.
Van Kooten is bijvoorbeeld zo sentimenteel als maar kan, als hij in het verhaal ‘L’écrivain’ zijn gezin een tijdje verlaat, om bij wijze van verjaardagscadeau alleen in een hotel meesterwerken te gaan schrijven. Indertijd stoorde het me dat hij zijn knusse gezinnetje zo miste.
Nu niet meer.
Kees van Kooten, Veertig
Drie verhalen
125 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij 2000, oorspronkelijk 1982
in: a-z, [auto]biografisch, verhalen, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kees van Kooten-pagina
donderdag 19 april 2007
A.L. Kennedy is een fantastische schrijfster. Misschien is het wel alleen haar gegeven om iets grappigs te maken van zoiets saais als de contactinformatie op een website. Alles wat er van haar online verschijnt, lees ik. En meestal met plezier.
Tegelijkertijd heb ik nog nooit een roman van haar uitgekregen. Zelfs niet als ik zo’n boek helemaal van kaft tot kaft las. Aan het eind was dan het begin alweer vergeten. Terwijl ik toch echt mijn best wel doe.
Neem nu deze roman, waarvan ik zelfs de Nederlandse vertaling erbij geleend heb voor een beter begrip. Dit boek gaat over Hannah, een vrouw die de veertig nadert maar nog niets van haar leven gemaakt heeft.
Hannah houdt van drank. En van sex, en soms van Robert. Maar het meest houdt zij toch van hoe zij zich voelt onder de invloed van alcohol. Al leer ik dan van haar dat er heel verschillende soorten dronkenschap bestaan, want die benoemt ze ook.
Kennedy heeft veel nogal pijnlijke scène’s beschreven in dit boek, die nog net door haar humor te verdragen zijn. Maar tegelijkertijd is deze roman vooral een diavoorstelling van een leven, waarin het ene beeld in het andere overvloeit door die drank. Razendknap van de schrijfster dat ze de waas van een alcoholverslaving zo invoelbaar heeft weten te maken, door de subtiele verschuivingen in de tekst.
En toch vraag ik me af: wat heb ik nu eigenlijk gelezen?
A.L. Kennedy, Paradise
352 pagina’s
Vintage books, 2005 oorspronkelijk 2004
in: a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A.L. Kennedy-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
vrijdag 20 april 2007
Abdelkader Benali werd geïnspireerd om te gaan hardlopen door de TV-beelden die hij zag van Saïd Aouita. Dat was een Marokkaanse atleet die in de jaren tachtig internationaal domineerde op de middellange afstand.
Voor mij gold een beetje hetzelfde. Op mij maakte de marathonloper Gerard Nijboer een bepalende indruk. Eerst door zijn overwinning in Amsterdam, in 2.09. Toen door zijn eeuwigdurende achtervolging door de eindeloos lange en verlaten grijze straten van Moskou, tijdens de Olympische Spelen in 1980.
Ik ging middenafstandlopen, Benali marathons. Nadat hij het eerst geprobeerd heeft op de tien kilometer. En toch is dat hardlopen gemeenschappelijke ervaring genoeg om te telkens te vergelijken hoe hij het beleefde, en wat ik me ervan herinner.
Wat het lezen van dit boek ook raar maakte, is dat ik het lopen niet meer kan door een slepende knieblessure. Maar het soms wel vreselijk kan missen.
Meestal lees ik romans over mensen waarvan ik blij ben niet zoals zij te zijn.
Maar door die eeuwige vergelijking met mijn eigen ervaringen viel me ook op waarover Benali niet schrijft. Hij blijft behoorlijk netjes bijvoorbeeld. Heeft het alleen expliciet over de marteling die het lopen van lange afstanden voor zijn voeten is. Terwijl hardlopen met het hele lichaam gedaan wordt, waarvan alle onderdelen kunnen reageren op de inspanning.
Enfin.
Dit boek is uit hoofdstukken opgebouwd zoals de marathon afstandsaanduidingen heeft. Iedere kilometer staat aangegeven, net als het punt halfweg. En Benali gebruik ieder hoofdstuk om iets te vertellen over zijn ervaringen op dat moment tijdens het lopen van de marathon van Amsterdam. Maar omdat dit alleen een erg saai boek op zou leveren, zijn de hoofdstukjes aangevuld met fragmenten uit Benali’s hardloopleven.
Het zijn die opmerkingen naast dat wedstrijdverslag die dit boek voor mij interessant maken. Over hoe het voelt om te hardlopen, hoeft mij dan ook niets te worden verteld. In elk geval las ik daarover niets nieuws. Maar waarom gaat iemand in hemelsnaam hardlopen? Het is een erg zelfzuchtig genoegen.
Benali geeft daarover aan:
‘Is schrijven net als hardlopen niet een egoïstisch genoegen?’
‘Hardlopen is egoïstischer, want in plaats van hard te lopen kan je ook iets schrijven wat anderen zouden kunnen lezen.’ [115]
Abdelkader Benali, Marathonloper
164 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderpers, 2007
in: a-z, sport, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Abdelkader Benali-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
zondag 22 april 2007
Na de doden op 9/11 deden goede Amerikaanse vaderlanders de oproep aan hun landgenoten om geen Coca Cola meer te drinken, of andere frisdranken daarvoor in de plaats. In frisdrank zit Arabisch gom. En de beste Arabische gom komt uit de Soedan, waar toen nog de Gum Arabic Company het monopolie had. Dit bedrijf was voor 70% in handen van Osama Bin Laden.
Dit en nog veel meer verrassende feiten zijn te lezen in deze monografie van de journaliste Dorrit van Dalen, die daarin de opmerkelijke keuze heeft gemaakt over éen enkel natuurproduct te schrijven. Waarom? Omdat er nauwelijks iets over Arabische gom bekend is, en het tegelijkertijd een noodzakelijk middel vormt voor onze voedsel- en geneesmiddelindustrieën. Al gaat dit boek ook deels over de geschiedenis van inkt, en de rol van gom daarin.
Chemici hebben de unieke kwaliteiten van Arabisch gom nog altijd niet kunnen benaderen met een eigen product; zelfs de kwaliteit van slechte gom nog niet eens weten te evenaren.
Toch is dit een probleem, omdat zo veel producten afhankelijk zijn van Arabische gom, doordat het de eigenschappen daarvan versterkt zonder bijvoorbeeld de smaak te veranderen. En ook omdat het elk jaar maar weer afwachten is hoeveel er van op de markt komt. Of wat de kwaliteit daarvan zal zijn.
Arabische gom is hars van de acacia, die als de bast van deze boom openbarst daarin opwelt als tranen. De doornige bomen groeien in de armste landen van Afrika, en nog niet eens zo heel lang worden pas pogingen gedaan om de winning van de gom systematisch aan te pakken. Tegelijk is het al eeuwen bekend als wondermiddel. Zijn er oorlogen gevoerd om het handelsmonopolie erin te verwerven.
Maar dat laatste schijnt allemaal vergeten te zijn.
Uniek aan dit boek is dat Van Dalen ook zelf op reportage gaat in Tsjaad, om meer over het product te weten te komen.
Wat minder vond ik dat de schaarse harde feiten over Arabische feiten, zoals de chemische samenstalling van dit polysuiker, wat verspreid in brokjes door het boek staan. Het is wat rommelig daardoor.
Tegelijk, het belang van dit boek lijkt me groot. Omdat iedereen wel bekend is met andere afhankelijkheden, als die van olie. Maar nauwelijks met wat verkeerde regimes ook aan inkomsten kan helpen.
Dorrit van Dalen, Arabische gom
De fascinerende biografie van een van de
meest exotische producten op aarde
255 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker, 2006
in: economie, a-z, [web] technologie, geschiedenis, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dorrit van Dalen-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
maandag 23 april 2007
Over deze thriller van Francis heb ik bij het herlezen even gemengde gevoelens als de eerste kennismaking. Heel goed eraan is het plot, en de manier waarop de intrige zich ontplooit. Daar zit het probleem dus niet. Wel wringt er iets in de tekening van alles.
Tijdens paardenraces komen er deelnemers over de finish die duidelijk buiten zichzelf zijn, met schuim om de bek. Maar dopinggebruik kan niet worden aangetoond. Toch moet er iets spelen.
De clou daarvoor ligt waarschijnlijk ergens in de training. Maar dat is onmogelijk te onderzoeken door de normale autoriteiten. Undercover-agenten zouden te veel opvallen in het milieu, al was het maar omdat die naar school zijn geweest. In tegenstelling tot de normale paardenknechten.
Dus wordt er een jonge paardenfokker ingevlogen uit Australië. Onze held.
Dit is nog een oude Francis uit de jaren zestig, dus zijn de klasseverschillen in Blighty er stevig in aangezet. Maar toch, in dit boek wordt dat pijnlijk, omdat de hoofdpersoon zich de hele tijd dommer moet voordoen dan hij is.
Dat hij moet doen of hij oneerlijk is, vormt onderdeel van zijn werkmethode. Daar valt wel mee te leven, voor mij als lezer.
Dick Francis, For Kicks
236 pagina’s
Pan Books, 1967 oorspronkelijk 1965
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina
dinsdag 24 april 2007
Deze roman heeft éen van de meest overrompelende beginscène’s die ik ken in een boek. Een man reist erin naar het strand, met zijn auto, om tussen de duinen in te gaan tot de vrouw van een ander. De echtparen zijn bevriend bovendien.
Die scène heeft alles. De verwachting van de man zit erin. Zijn opwinding ook. Zijn besef iets verbodens te gaan doen, maar ook zijn rust omdat het niet voor het eerst is. En toch is het enige dat Updike ogenschijnlijk doet een tochtje door de natuur te beschrijven daar aan de Amerikaanse oostkust, in het vroege voorjaar nog.
Dit is het. Zo hoort goed schrijven te zijn, denk ik dan. Maar waarschijnlijk is dat vooral omdat ik het nooit zo zou kunnen. Al heeft het voor mij ook geen enkel nut zo te gaan schrijven.
Toch. Ik ben weliswaar een groot liefhebber van Updike’s proza, maar strek die liefde niet zonder meer uit tot al zijn boeken. Zijn verhalen bewonder ik bijna onvoorwaardelijk, vooral als het om zijn vroege werk gaat. Maar bij zijn romans klopt er voor mij regelmatig iets niet.
Die gaan over niets. Zo prachtig kan Updike schrijven, en dan zeurt hij alleen over twee echtparen die vreemdgaan, en de problemen die dat oplevert bij hen thuis. Bijvoorbeeld. Zoals in dit boek.
Deze roman redt het misschien wel alleen omdat die is opgebouwd uit oorspronkelijk losse verhalen. De verzameling maakt ze absoluut sterker. Maar vast ook die dwang eerder om met iets te komen dat alvast op zichzelf kon staan.
John Updike, Marry Me
A Romance
252 pagina’s
Penguin Books 1977, oorspronkelijk 1971, 1973, 1976
in: a-z, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Updike-pagina
woensdag 25 april 2007
Sanskritist Frits Staal vecht af en toe tegen demonen in dit deze essaybundel. En dat is een wat raar schouwspel, omdat hij deze kwade geesten eerst zelf in leven heeft geroepen. Zo keert hij zich tegen wetenschapshistorici die te veel negeren wat er in China of India allemaal aan kennis was. Veel eerder zelfs nog dan bij ons.
Nu kan wetenschapshistorici van alles verweten worden, maar niet dat zij geen oog hebben voor wat er buiten de Westerse wereld gebeurde. De interessantste vragen die over kennis te stellen zijn, blijven nu net waarom iets op een moment ergens bekend werd, en welk succes zo’n vondst opleverde.
Dat politieke historici in sommige opzichten nog een koloniaal wereldbeeld hanteren, heeft weer andere redenen.
Enfin, bedenkingen van deze aard kwamen steeds bij me op tijdens het lezen van dit boek. En ook dat het leek alsof ik erg veel al eens eerder bij Staal gelezen had. Maar dan helderder. Nu was de schrijver me te stellig waar hij dat niet moest zijn, en te zweverig vaag waar dat ergernis opwekte. De essays hangen me ook wat te zeer aan elkaar van gedachtenassociaties.
Nee, ik heb goede herinneringen aan een boek van Staal als Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap, of zijn verhandelingen over de betekenisloosheid van het ritueel. Maar na deze essaybundel durf ik die andere titels nauwelijks nog in te kijken.
Frits Staal, Drie bergen en zeven rivieren
Essays
304 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff, 2004
in: a-z, essays, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Frits Staal-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 26 april 2007
Het is dat ik er vanuit mag gaan dat deze thriller uit Francis’ fantasie is ontsproten. Maar dan nog vind ik er wel erg veel doden vallen in de eerste pagina’s. Ook al omdat het enige doel van al die doden lijkt te zijn de hoofdpersoon met iemand anders in contact te brengen.
En ach, 1984 was een onschuldiger tijd in sommige opzichten. Tegenwoordig zou een boek hetzelfde begin kunnen hebben, en dan een roman over moslimterrorisme zijn. In deze thriller draait het nog om gestolen tankwagens met drank.
Francis gebruikt deze thriller weer eens om grote hoeveelheden research te spuien, in dit geval over de handel in slijterswaren.
Aardigst aan dit boek is nog de katharsis die de hoofdpersoon doormaakt, van twijfelaar tot held. En toch ook dat ik weer even vermaakt werd.
Dick Francis, Proof
269 pagina’s
Pan Books, 1985 oorspronkelijk 1984
in: a-z, spannend, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina