Ik heb nooit iets gelezen ~ Karel van het Reve

► door: A.IJ. van den Berg

Toen ik dit boek voor de eerste keer las, direct bij het uitkomen in 2003, viel het tegen. Ik weet niet meer wat mijn verwachtingen precies waren. Misschien was mijn hoop een nieuwe Luisteraars! te krijgen. Uit dat boek bleek ineens dat Karel van het Reve allerlei columns op de Wereldomroep had voorgelezen die vrijwel niemand kende.

Misschien had hij meer van zulke trucs uitgehaald.

Ik verwachte iets nieuws, in elk geval. En las in plaats daarvan vele fragmenten die ik al uit andere bundels kende van Karel van het Reve. In dit boek waren alleen de aantekeningen erbij gekomen die wel in ‘Hollands Maandblad’ hadden gestaan, maar verder nooit ingeboekt werden.

Maar kijk, een paar jaar verder is mijn parate kennis over zijn oeuvre wat weggezakt. Ineens ook zijn de VS en Nederland heel wat meer politiestaat geworden. En plots vind ik het wel heel erg interessant wat Van het Reve allemaal schrijft. Zelfs als dit over het leven in de Sovjet-Unie gaat. Vooral als het over die periode gaat.

Mede hierom vind ik herlezen belangrijker dan lezen. Ik kan een boek gewoon op het verkeerde moment tegenkomen, en dan verkeerd beoordelen. Daarbij is een onderschatting misschien ietsje erger nog dan een overschatting; als een boek me niets lijkt te kunnen bieden, herlees ik het niet gauw.

Een belangrijke gedachte formuleerde Van het Reve bijvoorbeeld op de pagina’s 133 en 134. Als hij over het mechanisme nadenkt dat journalisten, of historici, altijd een motief toeschrijven aan iedereen die iets opvallends doet. Terwijl schrijvers waarschijnlijk gewoon allereerst willen schrijven, niet eens zo zeer omdat hij of zij per se iets te zeggen heeft.

Al zijn er ook weer auteurs die wel menen iets te zeggen te hebben; dat compliceert Van het Reve’s idee weer wat.

Op bladzijde 243 formuleert hij een paar regels die ik tekenend vind voor zijn inzicht, en ook voor zijn werk:

Mijn nadeel is […] dat ik duidelijk ben. Je kunt wat ik zeg of schrijf begrijpen. En als dat het geval is ben je al half verloren. Ik begrijp het, denkt de lezer of toehoorder, dus kan het nooit wat zijn. Een tweede ding komt daarbij. Anderen zijn imitabel. Zij doen iets, en na een tijdje kunnen hun studenten dat ook. Na een tijdje kan een leerling van Maatje of Sötemann of Fokkema of Ibsch net zo’n boek schrijven als zij. Maar geen van mijn leerlingen zal ooit een boek schrijven zoals ik.

Het is alleen Van het Reve gegeven in zo’n luttel tal woorden te duiden waarom zo veel mensen onleesbaar schrijven, en waarom hun onzin toch bewonderd wordt.

Karel van het Reve, Ik heb nooit iets gelezen
en alle andere fragmenten
384 pagina’s
bezorgd door Ileen Montijn en David van het Reve

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden