Inhoud mei 2007:

John Updike · Licks of Love

A. van Dantzig · Psychotherapie — Een vak apart

Kurt Vonnegut · Slapstick

Herman Brusselmans · Mooie kotsende meisje

Jean-Philippe Toussaint · Vluchten

Levi Weemoedt · Vanaf de dag dat ik mensen zag

Kurt Vonnegut · Palm Sunday

Frank Westerman · El Negro en ik

DAG 08.05

Ingmar Heytze · Schaduwboekhouding

Jaap van Heerden · Uit het autowrak gezaagd

Nina Berberova · Book of Happiness

Karel van het Reve · Achteraf

Bert van der Veer · Koning van Nederland

John O'Hara · Collected Stories of John O’Hara

Gerard Rutte · Konmar & kwel

Frank Westerman · Graanrepubliek

Kurt Vonnegut · Timequake

Miel Dekeyser · Media een pretpark

Tysger Boelens & Gerrit Komrij (red.) · Perplexicon

John McPhee · Uncommon Carriers

Herman Franke · Notulen

David Sedaris · Barrel Fever

Pieter Stokvis (red.) · Geschiedenis van het privéleven

Frank Westerman · Ingenieurs van de ziel

J.H. Leopold · Verzamelde verzen

Nina Berberova · Cursivering van mij

Kurt Vonnegut · Cat’s Cradle

Alberto Manguel · Dagboek van een lezer

John Updike · Licks of Love

Amerikaanse uitgevers houden niet van novellen. Er lijkt voor hen niets te bestaan tussen het kortverhaal en de roman. Een novelle wordt altijd met iets anders in een band gepropt. Meestal een andere korte roman, of zoals in dit geval met wat verhalen.

Nu kleeft er nog iets opmerkelijks aan de novelle ‘Rabbit Remembered‘ die in deze bundel werd opgenomen. Het is namelijk een vervolg op een reeks romans, niettegenstaande dat de hoofdpersoon al in het laatste boek overleden is.

Updike kon blijkbaar moeilijk afscheid nemen van dit personage.

Maar goed, ook onder lezers en critici was Harry ‘Rabbit’ Angstrom zeer geliefd. De vier boeken over zijn leven worden door niet weinigen gezien als perfecte portretten van de Amerikaanse middenklasse, omdat in elke roman de belangrijkste ontwikkelingen van een decennium lijken te zijn samengebald in het leven van een alleman.

Ik heb er alleen werkelijk nooit iets aangevonden, die boeken. Het gaat bij mij al mis bij de naam van de hoofdpersoon, met dat ‘angst’ en die verwijzing naar die lengtemaat voor zeer minieme afstanden.

Nu viel deze novelle me nog mee, misschien omdat die vervelende Rabbit alleen diende om aan te geven welke verhouding de personages tot elkaar staan. Maar mij zijn Updike’s verhalen liever.

Dat is te zeggen, mij zijn sommige verhalen van Updike liever. En dan vooral als het hem lukt beweging of ontroering in een paar regels te vangen.

Als ik wat overdrijf zijn Updike’s verhalen in drie periodes op te delen. In de eerste, en voor mij interessantste, is hij nog druk bezig het leven te ontdekken. Met alles wat daarbij hoort, zoals sex. In zijn lange middenperiode schrijft Updike vaak over onverzadigbare viezeriken, die rondneuken zullen, al kost het hen hun huwelijk. En met dit boek kwam Updike in een nieuw era aan, waarin hij zijn personages in nostalgie laat terugkijken op met wie ze vroeger allemaal neukten.

Nogmaals, dit is gechargeerd, maar toch ook weer niet veel.

En het was niet eens daarom dat de verhalen in deze bundel me niet vreselijk veel te vertellen hadden. Er zaten nauwelijks nog sprankjes leven in, dat stoorde me vooral.

meer Updike op boeklog

John Updike, Licks of Love
Short Stories
and a Sequel

360 pagina’s
Alfred A. Knopf, 2000

in: a-z, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Updike-pagina

A. van Dantzig · Psychotherapie — Een vak apart

Is het mogelijk om volkomen neutraal aan een boek te beginnen?

Ik vrees van niet. Al helemaal niet meer sinds me gebleken is dat het niets over de kwaliteit zegt dat een boek is uitgegeven.

Vorig jaar las ik een bundel opstellen van de psychiater Van Dantzig die me niet meevielen. Maar ik had de man dan ook alleen horen praten, en nooit eerder iets van hem gelezen.

Toen was er dit boek nog, tegelijk aangeschaft met dat andere. En van de weeromstuit viel deze bundel opstellen me mee; waarschijnlijk door het echec met de vorige.

Punt is wel dat Van Dantzig meer laat zien in dit boek. Weliswaar gaat het weer over zijn vakgebied — en zijn speciale aanpak daarin. Met die zo veel bepalende erfenis van Freud daarin. Maar het houdt niet op bij het bespreken van hoe mensen beter gemaakt kunnen worden, of de moeilijkheden die bij een behandeling kunnen optreden. Het gaat ook over hoe een samenleving aankijkt tegen geestelijke problemen.

Het interessantst in deze bundel is het tweegesprek tussen Abram de Swaan en Van Dantzig, over de vraag of er iets bestaat als een behoefte aan psychotherapie.

VD — Zou je wel bereid zijn om te spreken van een behoefte tot vermindering van lijden?
AdS — Nee, ik denk dat dat allemaal zinloze termen zijn. Ik denk dat je nergens komt met het woord ‘behoefte’. Want de suggestie van dat woord is eigenlijk steeds dat er in mensen iets is, een min of meer onveranderlijk gegeven, waarop in alle culturen een antwoord gegeven moet worden. Zoiets kun je wel zeggen over honger, maar niet over psychotherapie. […]

meer Van Dantzig op boeklog

A. van Dantzig, Psychotherapie — Een vak apart
Opstellen over mogelijkheden en
grenzen van psychotherapie

200 pagina’s
Boom, 1999

in: a-z, biologie, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de A. van Dantzig-pagina

Kurt Vonnegut · Slapstick

Toen Kurt Vonnegut overleed vorige maand, nam ik me voor in elk geval zijn boeken te herlezen die me de eerste keer wat waren tegengevallen. Ook al omdat ik wist dat dit geen straf zou zijn. Zelfs de wat mindere Vonneguts zijn geen moment saai.

Dat komt omdat het hem een eer is de lezer in elk geval te vermaken. En als dit niet lukt, zijn er altijd nog zijn rare invallen. Die ontstijgen vaak het realisme, waardoor hij tijdens mijn jeugd nog als science fiction-schrijver werd gelabeld in de plaatselijke bibliotheek. Maar voor mij is wat hij doet vooral spelen met de grenzen van het realiteit, waardoor die op een bepaalde manier beter zichtbaar wordt.

In dit boek laat Vonnegut bijvoorbeeld regelmatig de aardse zwaartekracht afnemen, of aanzwellen. Ik schreef er eerder over wat dat voor effecten meebrengt.

Maar bovenal is deze roman een in memoriam voor zijn zuster, waarin Vonnegut een vorm probeert te vinden om zijn gemis te verwoorden. Omdat hij besefte al zijn boeken geschreven te hebben met haar als ideale lezer in het achterhoofd. Dat hij schreef om zijn zus te vermaken.

Voor Vonnegut kan een mens ook nooit familieleden genoeg hebben, dat is een ander thema uit dit boek. Voor hem is eenzaamheid de grootste ziekte van de moderne Amerikaanse maatschappij. Sterke familieverbanden zouden bovendien vele sociaal-maatschappelijke instituties kunnen vervangen.

Ach ja.

Het is me net iets te goed duidelijk wanneer Vonnegut van mij welke emoties verwacht in deze roman. Ook al omdat hij er zelf voor terugschrikt onbeschaamd sentimenteel te worden, waar dat best had gemogen. Desalniettemin, dit is een zeldzaam vermakelijk boek, voor een harde dystopie.

meer Vonnegut op boeklog

Kurt Vonnegut, Slapstick
Or, Lonesome No More

243 pagina’s
A Laurel Book, 1989, oorspronkelijk 1976

in: a-z, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kurt Vonnegut-pagina

Herman Brusselmans · Mooie kotsende meisje

Brusselmans zadelde me met de vraag op waarom sommige zinnen hardop voorgelezen grappig zijn, en stil gelezen helemaal niet. Dit kwam doordat hij op televisie eens een regel uit dit boek aanhaalde omdat het zo’n goede beginzin was:

Mijn grootvader had zo’n hazelip dat hij dwarsfluit kon spelen op een blokfluit.

Ik vind dit een nogal vergezochte grap, en daarmee dus helemaal niet leuk. Hoewel ik ook niet uitsluiten moet er in gezelschap uit lafheid wel om meegelachen te hebben. Horen is iets anders dan zien. Lezend ben ik minder dom dan luisterend.

In hetzelfde boekgedeelte met de titel ‘Olifanten met een slurf (essays)’ staan enkele beginzinnen die ik me veel subtieler ontregelen, en daardoor voor mij aanmerkelijk grappiger zijn.

Bij ons thuis hadden we een buurman.

Mijn grootvader was een zeer beroemd man in ons gezin.

Overigens zijn die ‘essays’ voor mij verreweg het beste wat dit verzamelbundeltje te bieden heeft. Er staat verder nog een gedicht in, een wat traag toneelstuk, er is een dagboekgedeelte, en verder werden wat columns uit Humo opgenomen. Het stuk dat zijn titel aan deze bundel gaf, is ook zo’n niet heel boeiende column. Brusselmans typt mij in dat gedeelte wat te veel door om maar de gevraagde lengte aan tekst te halen. Dat levert te veel eensluidende verhaaltjes op over een wat beklagenswaardige man die toch de stoere gast uithangt.

Nee, de waarde van die veertig pagina’s aan ‘essays’ zit er vooral in dat het Herman Brusselmans daarin lukt om zijn ontregelende zinnetjes soms zo te stapelen dat bij mij de slappe lach opborrelt.

In de meeste van zijn titels heeft Brusselmans trouwens wel gedeelten waarin hij die perfecte timing even een moment bereikt. Alleen daarom zal ik hem blijven lezen. Ook al schrijft hij telkens weer datzelfde boek.

Herman Brusselmans, Het mooie kotsende meisje
235 pagina’s
Ooievaar Pockethouse, 1995, oorspronkelijk 1992

in: toneelstukken, a-z, humor, bundels, verhalen

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Brusselmans-pagina

Jean-Philippe Toussaint · Vluchten

Toussaint wordt een steeds betere schrijver. Dat is verheugend. Maar tegelijk raakt hij ook iets kwijt dat mij in zijn eerste boeken zo vreselijk aantrok. Hij ontregelde daarin meer; bracht op een heel prettige manier soms krankzinnig humoristische toetsen aan.

Nu komt de bevreemding vooral door vreemde wendingen in het verhaal zelf, doordat Jean-Philippe Toussaint wel allerlei opvallende details geeft, maar lang niet genoeg om de lezer alles te vertellen. Hij gebruikt ook nogal veel lange zinnen in dit boek, die al kronkelend informatie en sfeer weergeven.

Toch lijkt het of er cruciale pagina’s missen. Het boek kan ook wel zonder, maar dit maakt toon daardoor belangrijker dan verhaal.

Deze roman is nu opgebouwd uit drie gedeelten, elk met een andere toon. Elk met andere vragen.

Waarom is de verteller in China, om daar dat geld te overhandigen?

Voor wie moet het hele stel vluchten?

En dat de verteller plots uit China vertrekt om de begrafenis op Elba bij te wonen van Marie’s vader is te begrijpen. Maar waarom doen zij vervolgens zo raar tegen elkaar?

Misschien is mijn oordeel over dit boek het best weer te geven met de constatering dat ik het waarschijnlijk nooit meer in zijn geheel zal herlezen. Alleen in het derde deel doet Toussaint aan het eind iets heel bijzonders dat ik nog weleens wil bekijken.

Die eerdere boeken van hem zijn minder goed te onthouden, verrassen meer, en zijn daardoor juist bijzonder goed te herlezen. Dat maakt voor mij een groot verschil.

Jean-Philippe Toussaint, Vluchten
174 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2007
Vertaling van Fuir, 2005

in: a-z, en français [& vertaald]

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jean-Philippe Toussaint-pagina

Levi Weemoedt · Vanaf de dag dat ik mensen zag

Een regelmatig terugkomende vraag op boeklog is of de verzameling in een boek het werk van een schrijver versterkt, of juist verzwakt. Voor het antwoord zijn vooraf nooit criteria te geven. Slechts lezen brengt het bewijs of de aanpak van een auteur zo uniek is dat de toon van het ene stuk het volgende versterkt — of juist toch helemaal niet.

Levi Weemoedt’s verzamelde gedichten doen wat afbreuk aan zijn werk, voor mij.

Bij elkaar krijgt de opluchting die zijn poëzie moet brengen iets geforceerds. Ineens lijkt het een handig trucje wat hij doet, tot vervelens toe ingezet. Plots toont zijn thema zich wel heel beperkt. Een man probeert zijn levensangst weg te lachen, door gedichten te schrijven met een clou. En dat dan in honderden relatief kleine variaties.

Nee, door de poëzie bij elkaar te zetten, laat Weemoedt zijn gedichten met elkaar concurreren. Waardoor ze bijna allemaal verliezen.

Waar het lezen van éen vers in een andere setting nog de bevrijding van een glimlach brengen kan, was dit nu helemaal niet zo.

Levi Weemoedt, Vanaf de dag dat ik mensen zag
Verzamelde gedichten

263 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2007

in: a-z, bundels, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Levi Weemoedt-pagina

Kurt Vonnegut · Palm Sunday

Naast romans en verhalenbundels heeft Vonnegut ook een aantal verzamelbundels uitgegeven met veelal autobiografische notities. In Palm Sunday gaat hij zelfs uitgebreid op zijn stamboom in, maar het historische deel daarvan sla ik altijd over.

Belangrijker voor mij is het interview dat hij met zichzelf hield voor de ‘Paris Review’, in die reeks waarin schrijvers praten over hun werkmethoden. Aardig is dat hij daarbij goede woorden wijdt aan de mechanica van het vertellen.

I try to keep deep love out of my stories because, once that particular subject comes up, it is almost impossible to talk about anything else. Readers don’t want to hear about anything else. They go gaga about love. If a lover in a story wins his true love, that’s the end of the tale, even if World War III is about to begin, and the sky is black with flying saucers.

Grappig vind ik dat Vonnegut ook een mislukte werktuigbouwer blijkt te zijn, zoals ik. En dat hij in vele boeken waarschuwt voor een blind geloof in technologie. Maar desondanks meent dat aan alle verhalen te sleutelen is zoals een monteur een T Ford weer aan de praat kan krijgen.

Overigens is zijn belangrijkste praktische advies aan schrijvers:

Don’t take it all too seriously.

Verder is dit boek onder meer gevuld met een aantal speeches die Vonnegut hield, bij examenplechtigheden op enkele Amerikaanse universiteiten, een toneelstuk, en wat autobiografie.

Interessant is ook hoe Vonnegut aan het eind zijn eigen boeken rapportcijfers geeft. En daaruit blijkt dat hij Cat’s Cradle, en Slaughterhouse 5 het hoogste aanslaat, gevolgd door Jailbird, The Sirens of Titan, Mother Night, en God Bless You, Mr. Rosewater.

Dit boek gaf hij zelf een krappe voldoende. Maar ik vind het wel meer waard dan dat.

meer Vonnegut op boeklog

Kurt Vonnegut, Palm Sunday
An Autobiographical Collage

330 pagina’s
A Laurel Book, 1984, oorspronkelijk 1981

in: a-z, [auto]biografisch, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kurt Vonnegut-pagina

Frank Westerman · El Negro en ik

Dit is wel erg veel Westerman, en wat weinig El Negro — zo luidde mijn mening na een paar hoofdstukken lezen. Het duurde namelijk even voor ik begreep waarom Frank Westerman’s persoonlijke geschiedenis zo’n groot deel van dit boek uit moest maken.

Dat is niet omdat er betrekkelijk weinig informatie te vinden was over zijn hoofdonderwerp.

En goed, ik ben tot historicus opgeleid. Ik ken de moeizame speurtochten naar informatie over het verleden, leidend van bibliotheek naar bibliotheek. Van archief tot archief. Zulks hoort nu eenmaal bij het werk. Aandacht daaraan wijden, hoeft voor mij niet in de tekst. Dat Westerman dit wel doet, is voor mij een bezwaar tegen dit boek. Populair-historische programma’s over stamboomonderzoek vullen ook iets te vaak de minuten met beelden van archiefkasten, als er verder helemaal geen beelden te maken zijn. Dit vertelcliché uit de TV-wereld had hij in een boek niet hoeven overnemen.

Het verhaal van El Negro alleen was ook in een tijdschriftartikel af te doen. Tot 1997 stond in een Spaans museum een opgezet mens. Westerman weet te achterhalen wanneer, en door wie die man was opgestopt. Precies bepalen tot welke stam hij behoorde, blijft moeilijk. Ook al omdat na de rel over zijn tentoonstelling meerdere volken hem claimen. Volgens de man die de pas overleden El Negro uit zijn graf opgroef, en prepareerde in 1830 of 1831, was hij een Betjouana.

Nu komt Westerman er in de loop van zijn onderzoek achter dat het opzetten en tentoonstellen van dode Afrikanen geen uitzondering was in de 19e eeuw. En dat historische element had er van mij duidelijker in gemogen.

Toch zie ik ook wel weer waar Frank Westerman in dit boek heen wil. Hij heeft aan de Landbouwuniversiteit Wageningen gestudeerd, en daar veel kennis opgedaan die Nederlanders eerder hebben toegepast in hun koloniën. Tijdens de stages in zijn studie en de projecten daarna, die hij uitgebreid in dit boek behandelt, heeft hij moeten nadenken over wat zijn rol zou kunnen zijn in een Derdewereldland. De ontwikkeling die Westerman daarin toont, neigt naar enig cynisme. Daarom deed hij me denken aan de hoofdpersoon in Bert Keizer’s tropenroman Tijdelijk feest.

Het is ook zeker een interessant experiment om die persoonlijke ontwikkeling te plaatsen tegenover cultuurhistorische vragen als hoe wij moeten omgaan met anderen. Of om te laten zien hoe inzichten daarin verschuiven. Wat gerespecteerd moet worden, en wat niet. Maar toch. Ik heb met El Negro en ik een zeer goed geschreven boek gelezen, dat om een of andere reden toch niet helemaal goed doordacht is — waarin de schrijver zich interessanter heeft gemaakt dan zijn onderwerpen. En daarmee mij te veel afdekt.

meer Westerman op boeklog

Frank Westerman, El Negro en ik
251 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 2004

in: a-z, geschiedenis, biologie, [auto]biografisch, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Frank Westerman-pagina

DAG 08.05

Wat heeft uitgeverij PCM de laatste tien jaar wel voor een goede beslissingen genomen? Behalve dan dat weleens ingegrepen werd als de schade bijna te hoog was opgelopen?

De redactie van ‘Het Parool’ zal zeggen dat het een uitstekende beslissing van PCM was, om deze krant uit het concern te stoten. Anders had ‘Het Parool’ niet meer bestaan.

Maar verder?

Al in de jaren negentig waren er verregaande plannen om in Nederland gratis landelijke kranten uit te brengen. Die stuitten altijd op een veto van PCM en De Telegraaf-groep. Niets kon er. Tot het van oorsprong Zweedse bedrijf Metro in 1999 met een Nederlandse editie kwam. De Telegraaf bracht toen snel het gratis blad ‘Sp!ts’ uit.

Deze twee kranten verdelen dus al ruim zeven jaar de advertentiemarkt. Maar dit jaar denken twee uitgeverijen ineens dat er nog flink mee te eten is uit die reclameruif. Het hier eerder besproken ‘Dagblad De Pers‘ verscheen. En vandaag kwam het eerste nummer van DAG uit, dat uitgegeven wordt door PCM en telecombedrijf KPN.

Nu was het altijd zo dat voor een krant gold: hoe grijzer de pagina, hoe hoger de status. Er zijn nog altijd dagbladen die geen enkele foto plaatsen. Zulke kranten zijn mijnheren die respect afdwingen.

Omgekeerd is het zelden een gunstig teken als op een krantenpagina een bont geheel aan kleuren de aandacht afleidt. ‘DAG’ is wat mij betreft bijna onleesbaar. Zo vind ik het wat opdringerig dat de redactie zelf met een gele markeerstift in de tekst heeft aangestreept wat de belangrijkste passages zijn.

Vaak was dat alleen de kop, merkwaardig genoeg.

Nee, duidelijk mag zijn dat dit mijn lievelingskrant nooit zal worden. Toch heb ik medelijden met al die matige regionale dagbladen, die ook alleen maar berichtjes van persbureaus plaatsten, en er nu weer een gratis concurrent erbij zien komen. Slechte gratis kranten verpesten de markt voor redelijke maar dure kranten.

‘DAG’ wordt ook gedistribueerd via supermarktconcern Albert Heijn.

kranten die eerder besproken werden op boeklog:
- Dagblad De Pers van dinsdag 23 januari 2007
- Leeuwarder Courant van zaterdag 9 december 2006
- De Volkskrant 16:00 jaargang 1 nr 3
- nrc.next jaargang 1 no. 1
- Het Parool van zaterdag 4 maart 2006
- Algemeen Dagblad DNL van zaterdag 3 september 2005
- De Volkskrant, weekend 26 en 27 februari 2005
- Trouw, zaterdag 5 februari 2005

DAG 08.05
36 pagina’s
Uitgeverij PCM, 2007

in: a-z, periodieken, media

[+] zie de gerelateerde titels | 

Ingmar Heytze · Schaduwboekhouding

Deze bundel bestaat uit twee gedeelten. Eén met gedichten, en een met korte verhaaltjes die miniaturen heten. Eigenlijk zou ik er daarom twee besprekingen aan moeten wijden. Want, ik vind die miniaturen beter dan het merendeel van de poëzie. Maar misschien komt dit doordat mijn eisen aan een gedicht nogal wat hoger liggen.

In poëzie moet de vorm ook de inhoud versterken. Misschien dat ik daarom veel heb met dichters die vormvastheid inzetten als een middel tot grotere zeggingskracht. Het vrije vers interesseert mij doorgaans veel minder.

Daarom kan voor mij een gedicht met enkele geslaagde strofen toch een mislukt gedicht zijn.

Bij korte verhaaltjes, of miniaturen, geldt zo’n strenge vormeis niet. Daar hoeft maar éen geslaagde observatie in te staan, of het geheel is al half geslaagd. En als de rest er dan maar geen afbreuk aan doet, wordt zo’n tekstje al gauw mooi, of indrukwekkend.

Zoals deze observatie, op pagina 62:

Informatie is onsterfelijk. Hoe diep we ook in boomstructuren en protocollen moeten graven om haar te vinden, alles is nog ergens. Daarom doen we dit. Daarom sluiten we ons op achter vaalblauwe schermen. Om dag en nacht te kunnen verifiëren dat alles nog ergens is. We hoeven niets te weten. Juist niet. Omdat alles er nog is, hoeven we nergens meer kennis van te nemen. We komen steeds minder vaak tevoorschijn uit onze donkere holen. Want alles is nog ergens. Alles moet nog ergens zijn.

Overigens is Heytze een schrijver die ik moet leren kennen door zijn werk te blijven herlezen. Zijn woorden geven mij lang niet al hun informatie vrij bij de eerste kennismaking.

Gelukkig lenen zijn miniaturen zich er goed voor herlezen te worden, net als zijn poëzie.

meer Heytze op boeklog

Ingmar Heytze, Schaduwboekhouding
Gedichten en miniaturen

75 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2005

in: a-z, verhalen, poëzie, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ingmar Heytze-pagina

Jaap van Heerden · Uit het autowrak gezaagd

Nogal vaak gaat het over psychologie in de nieuwe essaybundel van Jaap van Heerden. Niet dat het vreemd is dat hij zich over zijn werkveld uit. Alleen gaat daarmee iets verloren voor de lezer die zich slechts in heel algemene zin interesseert voor dat vakgebied.

Prettig aan de eerdere bundels die Van Heerden schreef, was nu net dat hij intelligente dingen zei over onderwerpen waar ook ik weleens over had nagedacht. Zoiets schept dan vertrouwen in de scherpte van zijn oordelend vermogen. In dit boek voelt veel van wat hij schrijft als niet per se voor mij bedoeld.

Tuurlijk, wat heeft de psychologie niet een ontwikkeling doorgemaakt, de afgelopen honderd jaar. Van een kind der filosofie werd het éen van die veelbelovende wetenschappen die het definitieve inzicht over de mens zou helpen vormgeven.

Net als die andere nu wat kwakkelende discipline overigens, de sociologie.

Maar inmiddels hebben psychologen niet eens het alleenrecht meer op hun onderzoeksterrein.

Filosofen zijn van vrijblijvend commentator op de status van de psychologie deelnemers aan het debat geworden over uitdagende psychologische problemen, net als hersenfysiologen, linguïsten, biochemici, logici en biologen. De participatie is massaal. [112]

Van Heerden doelt daarbij onder meer op de grote belangstelling voor de vraag wat het menselijke bewustzijn nu is; ook al omdat scans naar wat er in de hersenen gebeurt van die rare resultaten opleveren. Te zien valt dat daar vaak al is besloten voordat bewust een beslissing genomen wordt.

Nu moet gezegd dat Van Heerden’s essaybundels doorgaans pas bij herlezing hun volle rijkdom tonen aan mij. Ik heb weleens eerder net zo teleurgesteld als nu op een boek van hem gereageerd, terwijl dat achteraf onterecht was.

Het goede nieuws blijft dat elk boek van deze schrijver tot nadenken aanzet.

meer Van Heerden op boeklog

Jaap van Heerden, Uit het autowrak gezaagd
Essays

158 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2007

in: a-z, biologie, kennis, essays, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jaap van Heerden-pagina

Nina Berberova · Book of Happiness

Van de schrijfster Nina Berberova bezit ik de autobiografie Cursivering van mij, die bij het lezen nogal indruk maakte indertijd. Verdere vertalingen naar het Nederlands van haar werk zijn er nauwelijks. Net als dat zelfs op de internetten informatie schaars is over haar.

Ik wist wel dat de boeken die ze in de jaren dertig schreef speciaal waren. En dan niet eens alleen om de portrettering van Russische ballingen in het Europa van na de Oktober-revolutie. Dus liet ik dit boekje invliegen uit de VS, toen het daar voor een paar centen verramsjt werd.

Alleen, wat dan te zeggen over de fictie van een schrijfster, uit die andere tijd en cultuur, met zijn afwijkende verteltradities?

Allereerst valt op hoe effectief het is wat ze doet. Misschien komt het omdat ze voor landgenoten schreef, en die veel niet uitgelegd hoefde te worden. De Russische revolutie werkt in alles door in deze roman, en toch komt die er geen moment rechtstreeks in voor.

Het verhaal van dit boek gaat over Vera, en haar leven voor 1918 en in de decennia daarna. Grotendeels is dat gewoon het leven van een opgroeiende vrouw, die verliefdheden kent en liefdes doormaakt. Alleen zijn de omstandigheden daarvoor niet altijd normaal. En boeken over geluk zijn saai, dus maakt Vera ook in die liefdes veel mee. De titel van deze roman lijkt nogal ironisch, en toch ook weer niet in het besef van de kracht die émigré’s moesten opbrengen om gewoon telkens maar verder te gaan.

Opvallend ook hoe modern dit boek soms aandoet, zeker in de passages waar Berberova maar weinig woorden nodig heeft om toch veel te vertellen. Het is ook zo nuchter, waar de schrijfster heel larmoyant had kunnen zijn.

Nina Berberova, The Book of Happiness
205 pagina’s
New Direction Books, 1999
Vertaald uit het Russisch, oorspronkelijk 1936

in: a-z, vertaald, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nina Berberova-pagina

Karel van het Reve · Achteraf

Al jaren voor ik een abonnement op Het Parool nam, kocht ik de krant altijd op zaterdag. Dit was toen vooral om de pagina’s wetenschap, maar ook om wat columns, zoals die van Karel van het Reve. Als het geheugen me niet bedriegt, verschenen die eens in de veertien dagen met een tekening van Peter van Straten daar dan bij.

In dit boek is een ruime selectie van deze columns gebundeld, die geschreven zijn tussen 1988 tot 1996.

Die jaartallen alleen al maken duidelijk waarom ik het indertijd per se deze bundel wilde hebben. Achteraf is bijvoorbeeld het boek waarin Van het Reve het meest direct reageert op de val van het communisme. Zonder daarbij overigens ook maar enige triomf te tonen dat hij al decennia had geschreven hoe rot dat systeem wel niet was.

Ook is dit boek het vaarwel van een schrijver. Zeker als hij in de column ‘Afscheid’ uitlegt hoe veel moeite het altijd al kostte om iets aan Het Parool te leveren, en dat geheugenproblemen die hele gang nog veel zwaarder hebben gemaakt.

Oorspronkelijk had ik dit boek alleen maar even willen inkijken om zijn gedachten te lezen over het werk van de Amerikaanse schrijver John O’Hara. Daarvan heb ik bijna een verzamelbundel met verhalen uit, en zo mijn eigen ideeën over gevormd. [hier besproken]

Eenmaal bezig was het zeker geen straf het nog eens helemaal te lezen. Van het Reve had genoeg verleden om op terug te kijken, zonder zich alleen daartoe te hoeven beperken.

Karel van het Reve, Achteraf
408 pagina’s
Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1999

in: a-z, [auto]biografisch, bundels, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Karel van het Reve-pagina

Bert van der Veer · Koning van Nederland

Vijf jaar geleden is het alweer dat Pim Fortuyn werd vermoord. Vorig weekend nog was dit voor tal van media aanleiding even terug te kijken. Meestal zonder daarbij erg diep te graven, en iets substantieels over de politieke cultuur in Nederland te melden.

Voor mij blijft staan: die Fortuyn was niet eens zo heel interessant, maar de ongekend felle reacties van gevestigde politici op hem zijn dat wel degelijk. Die vertellen veel meer.

Al in 2002 schreef TV-regisseur en omroepman Bert van der Veer zijn gedachten op over de opkomst en ondergang van Pim Fortuyn. Dit boek beslaat de laatste periode uit diens leven, tot die fatale confrontatie op het mediapark in Hilversum.

In De koning van Nederland gebruikt Van der Veer alle mogelijkheden waarmee een alwetende verteller kan spelen in een boek. Hij weet precies wat iedereen dacht of deed toen. Of dat nu de koningin was, haar oudste zoon, of de gevestigde politici. Dat wordt dan snel nogal karikaturaal, en toch stoorde dit niet. Integendeel.

Voor een groot deel baseert de schrijver zich namelijk op gebeurtenissen die zich wel zo hebben afgespeeld. Vooral de ideeën over de TV-optredens van Fortuyn zijn interessant, vanwege Van der Veer’s ervaring met dat medium.

Dus deugen de decors, en hiermee is de lol waarmee de schrijver zijn personages daar doorheen leidt makkelijk invoelbaar.

Jammer aan dit boek is voor mij alleen dat Van der Veer zijn enige echt overbodige personage aan het eind met Theo van Gogh en Thomas Ross laat praten, om hen het idee voor de film 06-05 te geven. Het idee dat de moord op Fortuyn een door de Amerikanen gewenst complot was, omdat hij niets voor de miljardenaanschaf van het JSF-wapentuig voelde.

Bert van der Veer, De koning van Nederland
True fiction

240 pagina’s
Uitgeverij Vassallucci, 2002

in: typisch hollands, a-z, politiek, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Bert van der Veer-pagina

John O'Hara · Collected Stories of John O’Hara

De verhalen in deze bloemlezing werden geschreven tussen 1934 en 1968. Toch denk ik dat ze op een andere manier ouderwets zijn, omdat vertellingen als deze tegenwoordig niet meer in boekvorm verschijnen. Wel worden ze nog op televisie getoond, maar dan anders. Zelfs de kijkers naar soapseries zijn er aan gewend geraakt meerdere verhaallijnen tegelijk te volgen, en niet enkel die ene, zoals O’Hara hier brengt.

O’Hara was een zeer succesvol schrijver in zijn tijd; de auteur die de meeste korte verhalen ooit in ‘The New Yorker’ heeft gepubliceerd. Tegelijk had hij éen ding niet: erkenning bij de critici.

Is dat terecht?

Er valt niet veel te interpreteren aan deze verhalen. Ze zijn wat ze zijn. Ze tonen meestal éen bepalend moment uit iemands leven. En O’Hara heeft daarbij het enorme vakmanschap zijn personages met maar heel minieme middelen meteen tot leven te kunnen wekken. Ze praten goed. Bovendien hebben veel verhalen ook nog eens een plot, of een verrassende wending in de laatste alinea’s.

Ambachtelijke kwaliteit wordt zelden gewaardeerd door mensen die bij de tijd willen lijken.

Ik had aanvankelijk moeite met O’Hara’s verhalen, maar dit kwam omdat hij in de loop van dit boek een steeds betere schrijver werd. Vooral zijn werk uit de jaren zestig is meesterlijk — zelfs al publiceerde hij toen drie of vier boeken per jaar.

Punt was wel dat ik maar éen verhaal per dag kon lezen. Er zit vaak genoeg emotie in voor een heel boek.

John O’Hara, Collected Stories of John O’Hara
Selected and with an Introduction by Frank MacShane

417 pagina’s
Random House, 1984

in: a-z, bundels, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John O'Hara-pagina

Gerard Rutte · Konmar & kwel

Dit boek was als boek niet zo bijzonder, maar als informatiebron wel. De schrijver is consultant, en weet daardoor te veel van de supermarktbranche. Hij houdt mij er te weinig rekening mee dat zijn publiek weleens echt elementaire kennis missen kan.

Ofwel: dit boek beschrijft in detail de schaakpartij die de clustering van al die regionale supermarktconcerns was in dat ene landelijke bedrijf, maar vergeet daarbij de spelregels ook even uit te leggen. Of hoe het kan dat sommige stukken op dat bord bewogen zoals ze bewogen.

Wat er op het spel stond.

Als ergens middenin staat dat een supermarkt ergens liefst 4% marge had, leer ik daar dan pas uit dat de winstpercentages in de levensmiddelenbranche niet zo heel groot zijn. Vergeleken dan met sectoren waar ik meer verstand van heb. De investeerders in uitgeverij PCM eisten bijvoorbeeld dat kranten als NRC-Handelsblad en De Volkskrant 20% winst zouden maken. Dit soort basiskennis had er vanaf het begin wat eleganter ingebracht mogen worden.

Ik las Konmar&kwel vooral om iets meer achtergrond te hebben bij het nieuws. De tragedie met dat Laurus speelt nog altijd.

Ondertussen zijn de namen van alle supermarkten hier uit de buurt verdwenen die ooit onderdeel van dat concern waren, of werden. Nieuwe Weme is weg. Super De Boer is weg. Edah is weg.

Niet dat dit me roert, maar van de redenen waarom dat zo is, wist ik naar mijn smaak net even te weinig.

Ondoordachte haast tot schaalvergroting was het, vooral. Trouwens.

Gerard Rutte, Konmar & kwel
de teloorgang van supermarktconcern Laurus

172 pagina’s
RTC bv © 2002

in: economie, typisch hollands, a-z

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Gerard Rutte-pagina

Frank Westerman · Graanrepubliek

Was mijn oordeel over El Negro en ik anders geweest als ik eerst dit boek van Frank Westerman had gelezen? Waarschijnlijk niet. Maar beide boeken dwingen me wel tot de vraag waarom dit ene voor mij erg geslaagd is, en het andere uiteindelijk toch mislukt.

De schrijver is dezelfde, en zijn manier van werken verschilt in beide boeken niet vreselijk veel.

Misschien was het onderwerp van El Negro en ik groter dan hij behappen kon.

De graanrepubliek leidde me ook vrij moeiteloos langs onderwerpen waar ik me uit mijzelf niet zo snel in verdiept zou hebben. Maar waarvan ik nu erg waardeer dat mijn kennis erover is toegenomen. Zoals die Europese landbouwpolitiek, met zijn tariefmuren. Of de vraag waarom schaalvergroting in de landbouw überhaupt nodig was.

Ook biedt dit boek op een prettige manier weerwerk tegen de wat weeë nostalgie naar het plattelandsleven vroeger van Geert Mak, in diens Hoe God verdween uit Jorwerd. Omdat Westerman genoeg bewijzen aanvoert hoe veel ellende er daar ooit was.

Dit boek gaat deels over het Oldambt, dat poldergebied in Oost-Groningen waar de boeren ooit erg rijk waren en de arbeiders arm. Waar de Communistische Partij Nederland tijdenlang de absolute meerderheid had in de gemeenteraad.

Inmiddels is een deel van de landbouwgrond daar onder water gezet, om nieuwe natuur te produceren, en toerisme aan te lokken. ‘De Blauwe stad’ heet dat project. Toen Westerman zijn boek schreef, kondigde deze structurele verandering zich al aan. Want, ook al haalden boeren er recordopbrengsten, hun graan vond nauwelijks afzet meer. Zelfs voor veevoer deugde het niet. Ons brood wordt gemaakt uit geïmporteerd hard Frans graan.

Westerman beschrijft ruim een eeuw aan streek- en landbouwgeschiedenis door de verhalen van vier mannen te doen. Die noemt hij: de herenboer, de communist, de verteller, en de landbouwcommissaris. Interessantste personage onder hen is de sociaal-democratische herenboer Sicco Mansholt. Alleen al door die schijnbare tegenstelling. Hij blijkt persoonlijk verantwoordelijk voor de wens ‘die Agrarfrage’ op te lossen door de kleine boerderijen zo veel mogelijk te helpen opdoeken. Hij werd ooit de baas van Europa.

Onder meer. Onder heel veel meer.

meer Westerman op boeklog

Frank Westerman, De graanrepubliek
255 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 1999

in: economie, a-z, geschiedenis, politiek

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Frank Westerman-pagina

Kurt Vonnegut · Timequake

Raar is het om George W. Bush ergens voor te moeten bedanken. Maar diens incompetentie, en de zeldzame corruptheid van zijn regering, maakten Kurt Vonnegut nog eenmaal zo kwaad dat zijn woede een aardig boek opleverde. A Man Without a Country heette dit, en het verscheen in 2005.

Anders was Vonnegut’s carrière als schrijver met dit boek hier geëindigd. Timequake. En dat is wel een sympathiek ding, maar het is niet zo goed.

Ik kan me onmogelijk voorstellen dat dit boek was uitgegeven als het niet van een al beroemde schrijver was geweest. En dat maakt het ook wel weer uniek.

Vonnegut was al tijden bezig met een laatste roman, die als plot had dat door een plotselinge beving in de tijd alles en iedereen tien jaar terug in de tijd zou worden gezet. Daardoor leefde iedereen met de dwang alles nog eens over te doen, want afwijken van wat gebeurd was, kon dan niet.

Maar eigenlijk is dit boek Timequake ii. Na jaren ploeteren gaf Vonnegut het idee op iets van die eerste ingeving te kunnen maken. Het gegeven komt weliswaar in wat brokken in dit boek terug, maar het meeste van wat hij schrijft gaat toch over zichzelf. En zijn familie.

Dit is helemaal niet erg, ware het niet dat mij bijna alles van wat hij aan autobiografische details geeft al bekend was, uit eerdere boeken. Uiteindelijk las ik dit boek dan ook totaal onkritisch; zoals je iemand aanhoort die voor de zoveelste keer dezelfde anecdotes vertelt. Omdat het er dan allang niet meer om gaat wat hij zegt, maar volstaat dat er zo nog even contact is.

meer Vonnegut op boeklog

Kurt Vonnegut, Timequake
219 pagina’s
Vintage Books, 1998, oorspronkelijk 1997

in: a-z, [auto]biografisch, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Kurt Vonnegut-pagina

Miel Dekeyser · Media een pretpark

Door de wondere werking van de boekhandel lagen er in een Friese loods vol partijgoederen hoge stapels boeken over de Vlaamse media. Daar heb ik dit exemplaar van meegenomen. Maar zelfs voor € 1,25 bleek dit boek aan de dure kant te zijn.

Auteur Miel Dekeyser was journalist voor de toenmalige BRT. In de VS zag hij al decennia terug hoe nieuwsuitzendingen steeds meer opgeleukt werden. En inmiddels — we spreken het jaar 2000 — heeft die plaag ook Europa bereikt.

Dekeyser vindt dit vreselijk. Dat is niet heel raar. Hij weet zijn afkeer ook duidelijk te verwoorden.

Helaas gelijkt het tweede hoofdstuk in dit boek ernstig op het eerste, net als het derde, het vierde, en het vijfde tot en met het negende. En dat was er te veel aan. Dekeyser’s boek schiet ernstig tekort in de analyse. Tien keer met gelijkluidende argumenten aankomen, maakt het bewijs voor zijn klachten niet beter.

Ik geloof ook simpelweg niet dat journalisten vroeger gemiddeld beter werk afleverden. Zowel televisie als krant hebben grote beperkingen in het weergeven van nieuws. Een probleem is alleen al dat de daarvoor gebruikte vertelvormen altijd dezelfde zijn. Ik schreef daar elders ook al eens iets over.

En zelfs voor een tekst uit 2000 staat er wel erg weinig over internet in dit boek.

Miel Dekeyser, De media een pretpark
174 pagina’s
The House of Books, 2000

in: a-z, media

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Miel Dekeyser-pagina

Tysger Boelens & Gerrit Komrij (red.) · Perplexicon

Dit is typisch een boek dat ik in andere media lovend besproken zou hebben, maar waarover ik op dit meer persoonlijk geöriënteerde leeslog bedenkingen moet uiten. Sommige boeken hebben gewoon de pech te laat tijdens mijn leven te verschijnen. Voorzichtig geschat heb ik 70% van de inhoud uit deze bloemlezing aan nonsensproza en -poëzie zo al hier in de boekenkasten staan. De rest verraste evenmin.

Dus kan ik de samenstellers onmogelijk verwijten geen smaak te hebben gehad.

Tegelijkertijd wijst die enorme overlap misschien ook op enige gemakzucht hunnerzijds. Ik houd van humoristisch proza, en soms ook van absurd taalgebruik of nonsens, maar tegelijkertijd heb ik me er nooit in willen specialiseren.

Mooi is het wel om nu eens wat Nederlandse vertalingen te hebben, van zo uiteenlopende klassiekers als James Thurber’s verhaal ‘Walter Mitty’, Monty Python’s ‘Dead Parrot Sketch’, of Lewis Carroll’s gedicht ‘Jabberwocky’. Net als Hans Teeuwen’s bijbelverhaal uit het programma Hard & zielig in geen huishouden ontbreken mag. Onder nog veel meer.

En dan?

Uiteindelijk is dit boek nu voor mij vooral memorabel door de prachtige vormgeving van Piet Schreuders.

Goed, ik kan me heel wel voorstellen wat een genot het moet zijn om kinderen door een boek als dit kennis te laten maken met nonsensliteratuur. Omdat iedereen van de wetenschap kan profiteren dat taal ook iets is om eens op vakantie te sturen.

Maar het blijft raar, om tijdens het lezen van een boek vooral te kijken of de samenstellers niets gemist hebben, in plaats van blij door hun keuzes verrast te worden.

meer Boelens op boeklog

Tysger Boelens & Gerrit Komrij (red.), Perplexicon
Het abc van de nonsens

344 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2007

in: a-z, humor, vertaald, reference

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tysger Boelens & Gerrit Komrij (red.)-pagina

John McPhee · Uncommon Carriers

Nederlandse kranten en tijdschriften hebben éen journalistiek genre totaal genegeerd de afgelopen decennia. En dat is de lange, inzicht verschaffende reportage. Terwijl lezers daar toch grote behoefte aan blijken te hebben, gezien de uitstekende verkoop van boeken als die van Geert Mak, of een Frank Westerman. Boeken die vooral uit goed onderbouwde reportages bestaan.

Nu schrijven beide zeer leesbaar, en maken ze heel aardige dingen. Alleen komen ze nog lang niet in de buurt van de kwaliteitsreportages die John McPhee nu al decennia schrijft. Dit is zijn zevenentwintigste boek.

Eenmaal weer van McPhee’s observaties geproefd, ziet de wereld er daarna rijker uit. Hij slaagt er altijd in het meest alledaagse boeiend te maken; om het gewone van zijn banaliteit te ontdoen, door juist de details te laten spreken.

In dit boek verdiept hij zich in transport en logistiek. En eenmaal met hem in de cabine gezeten van zo’n grote Amerikaanse Peterbilt komt als vanzelf het verlangen om samen het hele land door te reizen. Waarbij zelfs interessant is hoe zo’n enorme vrachtwagen een berghelling afrijdt, zonder te remmen. Of welke invloed dat enorme gewicht aan lading daarachter direct heeft op het rijgedrag. Hoe onwaarschijnlijk dit misschien ook voor u klinkt.

McPhee moet geweten hebben dat zijn reportage over het bestaan van een zelfstandig trucker erg geslaagd was. In het laatste hoofdstuk gaat hij met dezelfde man nogmaals op reis.

Verder zijn er onder meer verhalen over het bulkvervoer met een duwboot, of met een enorm lange kolentrein, en ook een reportage die begint bij de kreeftenkweek en eindigt in de sorteercentra van koerierdienst UPS. Waarbij McPhee terloops even laat zien dat pakjesbezorgers hele diensten van anderen hebben overgenomen, zoals de reparatie van computers.

Al willen lang niet alle bedrijven toegeven dat ze dit werk uitbesteden aan een onderneming die het beter kan.

Toegegeven, McPhee is niet zuinig met het geven van keiharde kennis. Maar dat kan ik alleen maar als compliment zien. Hij neemt zijn lezers serieus.

En het gaat hem nooit alleen om het tonen van wat hij weet. Veel belangrijker zijn de mensen die zijn verhalen bevolken, in hun professionaliteit, en met hun humor.

McPhee dringt zich ook nooit op, zoals een Geert Mak nog wel eens doet. Wat misschien verklaart dat deze bundel éen half-mislukte reportage kent. McPhee beschrijft daarin een kanotocht die hij met zijn schoonzoon ondernam. Weliswaar is de tekening meesterlijk van die vroeger zo belangrijke waterweg waar hij over vaart, maar omdat hij nauwelijks over zichzelf schrijft, zit er te weinig mens in dat verhaal.

Maar de rest van dit boek is zó rijk.

John McPhee, Uncommon Carriers
248 pagina’s
Farrar, Straus and Giroux, 2007, oorspronkelijk 2006

in: aanbevolen 2007, economie, a-z, [web] technologie, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John McPhee-pagina

Herman Franke · Notulen

Franke’s bundel met korte observaties deed me nogal denken aan een hier eerder besproken boek. Dat van Theodor Holman namelijk, Prinsessen en Smeerlappen.

Het voornaamste verschil tussen beide boeken is dat Holman’s verhalen eerst in de krant verschenen, zodat ze allemaal ongeveer hetzelfde aantal woorden hebben. Franke permitteert zich een grotere diversiteit aan lengte, al is geen van zijn verhalen langer dan een doorsnee krantencolumn.

De belangrijkste overeenkomst is dat beide boeken schrijfoefeningen lijken te bevatten. Zowel Franke als Holman hanteren een recept. Men neme een man en een vrouw, en kijkt wat er op een gegeven moment tussen hen beide gebeurt. De enige begrenzing daarbij is de fantasie van de schrijver.

Beide auteurs hebben talent voor dit genre. Franke is soms wel wat meer geneigd om literair te schrijven, maar ook weer niet zo dat dit vreselijk stoort.

En een verdere overeenkomst is dat boekjes als deze nogal vermoeiend zijn. Steeds begint er iets nieuws. De hele tijd weer. Waardoor de perfect gelukte stukjes fel om aandacht concurreren met de wat minder geslaagde.

Lezen in dit boek is als kijken naar een in scherven gevallen spiegel. Ik zie er wel iets in, maar voel toch vooral verlangen naar een wat completer beeld.

meer Franke op boeklog

Herman Franke, Notulen
123 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2004

in: a-z, verhalen, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Franke-pagina

David Sedaris · Barrel Fever

Alle boeken van Sedaris zijn beter dan deze. Alleen staat in Barrel Fever het verhaal waarmee deze schrijver mij het meeste plezier bezorgd heeft. Ook al heet dat verhaal volgens Sedaris zelf een essay, omdat het volkomen autobiografisch zou zijn.

Maar wat Sedaris’ essays noemt, zijn voor mij prachtige verhalen. Wat hij verhalen noemt, vind ik veel minder van kwaliteit. Alleen zo bezien is zijn onderscheid nuttig.

Ik constateer simpelweg dat als Sedaris gebeurtenissen op zijn eigen leven baseert, die al bizar genoeg zijn om leuke verhalen op te leveren. Is die beperking er niet dan lijkt de auteur de vrijheid niet aan te kunnen. Dan zit er geen vanzelfsprekende balans in zijn vertellingen, wat meestal tot nogal vermoeiende overstatements leidt.

Toch is dit boek de moeite waard omdat de ‘SantaLand Diaries’ erin staan afgedrukt. Sedaris vertelt daarin over zijn baantje als hulpje van de kerstman, tijdens de eindejaarsdrukte in het warenhuis Macy’s. Dat verhaal hoort voor mij meer bij de Kerst dan een boom met kaarsjes of een vreetpartij met kalkoen.

Al geef ik meteen toe, nog leuker dan om dat verhaal te lezen, is om het Sedaris te horen voordragen; met zijn vreemde hoge stem.

David Sedaris, Barrel Fever
Stories and essays

196 pagina’s
Little, Brown and Company, 1994

in: a-z, [auto]biografisch, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de David Sedaris-pagina

Pieter Stokvis (red.) · Geschiedenis van het privéleven

Het mooie van de studie geschiedenis blijft dat ik gewoon een leerboek als dit kan lezen, zonder me daarbij te vervelen. Er staan goed leesbare verhalen in, meestal met prettig veel informatie die mij nog onbekend was. Maar eigenlijk is deze uitgave niet voor mij bedoeld. Ik studeer niet aan de Open Universiteit, en heb het evenmin nodig om er door collega-historici op gewezen te worden welke bronnen er allemaal zijn om het verleden te ontsluiten.

Al klopt dit ook weer niet helemaal. Zo verbaasde het mij wat dat Ileen Montijn in haar boeken weleens romans als bron gebruikte om de zeden uit het verleden beter te kunnen begrijpen. In de Geschiedenis van het privéleven is een heel hoofdstuk gewijd aan de voors en tegens van het gebruik van zulk materiaal. Zonder dat ik daar nu heel erg door overtuigd werd, overigens.

Bovendien is er ook een theorie die stelt dat juist bij de wat mindere schrijvers, of in genre-fictie als thrillers, de werkelijkheid van dat moment het minst vervormd in de boeken komt. Omdat de werkelijkheid daarin vooral decor is, en niets meer dan dat.

Verder was ik vooral gecharmeerd van een hoofdstuk over het dagboek van een jongen, dat hij rond 1800 op aandrang van zijn ouders bijhouden moest. Wat overigens ook de vraag opriep wat sociologen en historici doen met die enorme rijkdom aan persoonlijke informatie die nu openbaar online beschikbaar is. Worden er MySpace- of Hyves-pagina’s vastgelegd voor toekomstige onderzoekers? Desnoods weblogs als deze misschien?

Overigens miste ik in dit boek een tweetal bronnen die meer kunnen vertellen over het privé-leven vroeger. Zo staat er niets in over audiovisueel materiaal, en komt het belang van de mondelinge overlevering er vrij karig vanaf. Al is het ook zo dat bijvoorbeeld het enige Nederlandse TV-programma over geschiedenis nu juist alleen van deze twee bronnen gebruik maakt. Onbekend zijn ze niet.

Pieter Stokvis (red.), Geschiedenis van het privéleven
Bronnen en benaderingen

510 pagina’s
Uitgeverij SUN © 2007

in: