Inhoud juli 2007:

Prisma Woordenboek Fries

Rink van der Velde · Ofrekken

Willem Schoorstra · Ofrekken

Dick Francis · Twice Shy

Samuel G. Freedman · Letters to a Young Journalist

P.J. O'Rourke · Bachelor Home Companion

Herman Franke · Nieuws van de nacht

Noam Chomsky · Propaganda and the Public Mind

Alexa Hennig · Kwestie van geluk

P.J. O'Rourke · Give War a Chance

P.J. O'Rourke · Peace Kills

Ted van Lieshout · Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel

Eduardo Galeano · Boek der omhelzingen | 2

Cor Vos · IJsberen en zitvlees

Hylke Tromp · Spikers & koppen

Linda Tabak · Lot, een hoofd vol

Koos van Zomeren · Nog in morgens gemeten

Imre Kertész · Ik, de ander

Nina Berberova · Ladies from St. Peterburg

Ian Rankin · Door het lint

Tom Wolfe · Wereld en Wolfe

Abe de Vries · Weromkommer yn it ûnlân

Peter Carey · 30 dagen in Sydney

P.J. O'Rourke · All the Trouble in the World

Nassim Nicholas Taleb · Black Swan

Ring Lardner · Knippen

R. Buckminster Fuller · Operation Manual for Spaceship Earth

Henry Green · Pack My Bag

Rein van Willigen · Mou$e entertainment

Prisma Woordenboek Fries

Nee, ik wil niet beweren voor mijn lol ook hele woordboeken te lezen. Al is het soms zeker eens aardig in een woordenboek te bladeren. Maar dan liefst wel éen met wat meer idioom en voorbeeldzinnen als deze.

Er is alleen altijd iets met woordenboeken Fries. Tenminste, voor wie er vanuit gaat dat woordenboeken vastleggen welke woorden er in levend gebruik zijn, of waren. En dat komt door de incompleetheid van de taal. Het begon er al mee toen in 1498 een centraal gezag kwam, dat het Fries als bestuurstaal afschafte. Maar ook in de kerken wordt al eeuwen in het Nederlands gebeden.

En dan spreek ik nog niet eens het grote gebrek aan voor het onderwijs nuttige begrippen, of het tekort aan algemeen gebruikte woorden die met moderne techniek samenhangen.

Nu is dit nieuwe Prisma woordenboek bedoeld voor op school, en dit betekent dat het vooral terminologie bevat met nut voor scholieren. Bovendien was er nog geen algemeen woordenboek waarin de woorden verwerkt zijn uit de elektronische revolutie van de laatste decennia. Het is altijd nuttig om zeker te weten dat het werkwoord ‘chatten’ in het Fries toch als ‘tsjette’ wordt geschreven. Lekker fonetisch. Is zo’n woord ook meteen van zijn achtergrond en geschiedenis verlost.

Ik vroeg me dus gewoon af hoe zeer de taalweermacht greep heeft gekregen op een uitgave als deze. De zelfbenoemde woordwachters die ook mijn andere weblog niet met rust konden laten, en mij daar geboden Friese termen te gebruiken die zij hadden bedacht. Geen uitgave als deze kan bestaan zonder dat er taalpolitiek gevoelige keuzes in zijn gemaakt.

Dan moet gezegd dat dit woordenboek niet helemaal van dat soort smetten vrij is. Zo geeft dit woordenboek als Fries woord voor internetaanbieder het mij totaal onbekende: ynternetkedizer. Google vindt nu liefst twee vindplaatsen online voor dit woord; of straks eentje meer, als boeklog geïndexeerd is. Dan keuren er twee dat woord af.

Over levend taalgebruik gesproken.

Maar veel vaker staan woorden er gewoonweg niet in waarvoor ik een Friese vertaling zocht.

breedbeeld of breedbeeldtelevisie, ontbreekt.
privacy, ontbreekt.
sms-en, ontbreekt ook al. Maar is het Friese werkwoord nu ’sms-e’, of ’sms-je’? Het ene wordt anders vervoegd dan het andere.

U kunt er om lachen, maar afgelopen week nog moest ik toch echt het woord privacy gebruiken, in een Friestalige brief. En voor hetzelfde geld is een woord als dat dan wel degelijk al omgezet naar dat fonetische wantaaltje dat voor leenwoorden verplicht is. ‘Priffassy’, wordt het dan. Of misschien wel ‘preiwazy’.

Hawar. Zonder woordenboek gaat het dus vaak niet. En dan is deze trouwens echt niet verkeerd. Vooral de keuze om de woorden in blauw af te drukken, vond ik nu eens gewoon handig.

Janneke Spoelstra, Jantsje Post, Arjan Hut, Prisma woordenboek Fries
584 pagina’s
Uitgeverij Het Spectrum © 2007

in: a-z, vertaald, reference, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | 

Rink van der Velde · Ofrekken

Directe aanleiding om dit boek te lezen was de publicatie, bij dezelfde uitgever, van een boek dat ook De ôfrekken [De afrekening] heet. Ik keek of er enig verband tussen beide was, maar dat bleek er niet te bestaan. En dat maakt de titelkeuze van ene Willem Schoorstra eigenaardig. Rink van der Velde was altijd de verreweg bestverkochte Friese schrijver. Het is niet alsof niemand dit boek kon kennen.

Ik moet deze roman eerder hebben gelezen, misschien zelfs wel vijfentwintig jaar terug. Dat me er niets van bijstaat, mag niet heel verbazingwekkend heten. Een boek voor een tiener is dit zeker niet. Ik hield van de humor in Van der Velde’s korte krantencolumns. Ik hield van de humor in romans als Feroaring fan lucht of Pake Sytse. Maar met een trage policier, over een wachtmeester die net een open hartoperatie heeft ondergaan, zal ik toen zeker moeite hebben gehad.

Nu is dat anders. Nu bevalt dit boek mij zeer. Zelfs al gaat de belangrijkste plot dan grotendeels over wat er ooit in die oorlog gebeurde. Als dit boek in éen ding uitblinkt, dan wel om een heel genuanceerd beeld neer te zetten van goed en fout.

Toch ben ik heel blij dat die oorlog vooral op de achtergrond speelt. Dat weliswaar ontdekt moet worden wat er toen allemaal voorviel, in die dagen rond de bevrijding, maar dat het heden in dit boek minstens zo belangrijk is.

Van der Velde vertelt nogal moeiteloos zeker vier verhalen door elkaar in dit boek. Waarvan er uiteindelijk maar éen wat voorspelbaar is: dat van plysje Halbe Havinga’s grote voorliefde voor het buitenleven. Omdat Rink van der Velde al zijn boeken bevolkte met zulke natuurmensen. Het zou eerder opvallen als die ontbraken. Hij was zelf zo.

En goed, als ik heel kritisch moet zijn, dan wordt me te veel gepraat in dit boek. Maar uiteindelijk doet dit er weinig toe. Het is rijk.

Alleen al in de tekening van de in zijn korps teleurgestelde politieman kan Van der Velde zich met vele buitenlandse groten meten. Maar dan is er nog die extra laag, met de genuanceerde beoordeling van dat heilige verleden. Ik moet echt nog zien of ik dit jaar een boek lees van een Nederlands auteur dat me meer verrast in positieve zin.

meer Rink van der Velde op boeklog

Rink van der Velde, De ôfrekken
207 pagina’s
Friese pers boekerij, 1982

in: a-z, spannend, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Rink van der Velde-pagina

Willem Schoorstra · Ofrekken

Riep Van der Velde’s Ôfrekken verbazing op over hoe goed deze man schreef, doet Schoorstra’s gelijknamige roman 25 jaar later vooral vragen rijzen. Volgens mij kan een boek met zulke fundamentele gebreken namelijk alleen uitgegeven worden in een taalgebied waar verder niet veel is. Ik ergerde me behoorlijk aan de valse pretenties van Schoorstra’s Ôfrekken, vooral omdat die op geen enkel punt worden waargemaakt.

Erger nog, dezer dagen hangt in de etalage van vele Friese boekhandels een duistere poster. Daar staat de auteur Willem Schoorstra op afgebeeld, met op dreigend zwart font daaronder groot de woorden ‘kontroversjeel’. Dit staat voor: ‘controversieel’, in die rare fonetische spelling die in het Fries sinds 1980 ook voor leenwoorden verplicht is.

Nu denk ik niet dat iemand zichzelf controversieel kán noemen, en dat zo’n oordeel altijd van buitenaf moet worden opgelegd. Dus heeft die poster iets geforceerds. En dan blijkt de roman waarvoor geworven wordt ook nog eens een soort eerste opzetje te zijn en geen doorwrochte tekst; waarmee het boek een belediging is voor iedereen met wat belezenheid. Schoorstra toont zich er even controversieel in als een kleuter die op het schoolplein de grote woorden van zijn vader nazwetst. En in zijn geval heet de vader waarschijnlijk Michel Houellebecq.

Wat zijn imitaties die alleen wat uiterlijkheden overnemen toch doorzichtig, en ook pijnlijk onnozel.

Toch begon dit boek hoopgevend. Deze tweede roman van Schoorstra behandelt een thema waarover ik altijd al graag eens een Fries schrijver lezen wilde. Omdat dit een thema voor vele hoogopgeleiden uit mijn generatie is. Onze verbanning. Voor ons sprak het vanzelf om te gaan studeren, ook al hadden onze ouders soms niet meer dan lagere school. Maar om aan een universiteit te studeren moesten we Fryslân uit, wat meestal betekende dat we er alleen nog op visite terug zouden komen. Werk op ons niveau is er nauwelijks in de provincie. Dus kan er makkelijk op meer dan éen manier afstand groeien met thuis.

De hoofdpersoon in De ôfrekken is zo’n een generatiegenoot van mij. Hij ging in de jaren tachtig geschiedenis studeren in Brussel. Zo ver mogelijk weg van zijn familie in het Friese vissersdorp. Maar Schoorstra geeft daar een duidelijke particuliere reden voor op. De jongen is van de herenliefde, en zijn vader kan daar niet tegen.

Dat mag. Natuurlijk. Een schrijver heeft alle recht om een stap die velen moeten maken te verzwaren door er een conflict aan toe te voegen tussen ouder en kind. Die keuze is alleen niet zo subtiel, en zelfs onnodig om een dramatisch interessant verhaal te schrijven. Maar helaas tekent deze beslissing Schoorstra nogal. Hij ziet niet waar de omstandigheden als vanzelf conflictstof aanreiken in zijn verhaal. Schoorstra legt zijn drama liever bovenop het verhaal. Dit maakt dat alles nogal vet aangezet wordt in deze roman, en erger nog, meestal leidt tot niets.

Bovendien gebruikt hij de afstand in tijd heel irritant om zijn hoofdpersoon intelligenter te maken dan deze zijn kan. Dat levert anachronismen op. Maar wat is het nut van twee pagina’s rechtse praat tegen de islam, als daar verder niets mee gebeurt in het boek?

Nee, er is werkelijk nog een leuke afstudeerscriptie te schrijven over het onderwerp: ‘nodeloze dwaalsporen en schrijnende onjuistheden in Willem Schoorstra’s roman De ôfrekken ‘. Voor meer dan zo’n lijkschouwing lijkt het kreng me nauwelijks geschikt.

Willem Schoorstra, De ôfrekken
192 pagina’s
Friese Pers Boekerij bv, Ljouwert 2007
isbn 978 90 330 0630 2

in: a-z, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Willem Schoorstra-pagina

Dick Francis · Twice Shy

Deze thriller heb ik eerder nooit willen herlezen, omdat het boek een merkwaardig plotgat heeft. Francis toont er trots zijn kennis in over computertechnologie, en geeft in de tekst zelfs regels Basic-code weer. Dat zal in 1982 vast indruk hebben gemaakt, maar die rijkheid aan technische details keert zich op dit moment juist tegen hem. Een enorm probleem is namelijk dat dit boek twee keer vrijwel hetzelfde verhaal vertelt, met vijftien jaar tussenpauze. En in vijftien jaar tijd verandert de computertechnologie, maar daar is in dit boek dus niets van te merken.

Afgezien daarvan kent Twice Shy een onbevredigend einde, door iets dat zich geheel buiten het verhaal afspeelt.

En toch heeft dit boek iets. Misschien omdat het speelt met een gegeven dat in zo veel andere boeken behandeld wordt. Stel dat er toch een onfeilbaar systeem bestaat om geld te winnen met gokken.

In dit boek bestaat er zo’n systeem, en omdat het een Francis is gaat het daarbij natuurlijk om het gokken op paarden. Alleen heeft het goksysteem een aantal stevige gebruiksaanwijzingen. Zo vraagt het om kalme berekendheid. Daarmee wordt het gebruik haast echt werk.

Maar wat gebeurt er dan als iemand winst wil forceren? Stoeien met zo’n bijna geloofwaardig maar toch sprookjesachtig gegeven is leuk.

Dick Francis, Twice Shy
311 pagina’s
Fawcett Crest Book 1983, oorspronkelijk 1982

in: a-z, spannend, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dick Francis-pagina

Samuel G. Freedman · Letters to a Young Journalist

Delen uit de reeks ‘The art of mentoring’ worden verramsjt op het moment. Vandaar dat ik dit boek uit de VS liet overkomen. Mijn verwachtingen erover waren niet hoog. Alleen is vier dollar ook weer geen enorme investering. Zelfs al zou misschien alleen de literatuurlijst achterin nut hebben, om me op het bestaan van interessantere titels te wijzen.

Maar dit is gewoon een goed boekje. Misschien is het wel voor het eerst dat ik iets las dat zo realistisch en zakelijk het werk van een schrijvend journalist behandelt. En ik ken dat werk, met al zijn routineklussen en bijbehorende verveling. Met die eeuwige vormdwang, en de eis altijd op lengte te moeten werken.

Het dwingt me ook tot de vraag waarom Letters to a Young Journalist slaagt, waar Letters to a Young Contrarian van Christopher Hitchens faalde voor mij. Terwijl beide boeken deels over hetzelfde onderwerp gaan. Er is die werkelijkheid. Daar neem je zaken in waar, en daar heb je ideeën over. Maar hoe krijg je die zo op papier dat ook anderen er iets aan hebben?

Letters to a Young Journalist is een goed boek omdat Samuel G. Freedman ook laat zien behoorlijke fouten te hebben gemaakt in zijn loopbaan. Dit in tegenstelling tot Hitchens, die nooit iets verkeerd kan doen in eigen ogen. Dat maakt dit boek alleen al geloofwaardiger.

En goed, inhoudelijk is de mix misschien wat curieus. Het boek wisselt persoonlijke memoires af met afstandelijke bespiegelingen over de mediawereld, en geeft daarnaast zelfs nog basale lessen over het vak.

Hoe schrijf ik een pakkend artikel? Freedman vertelt ook dat. Misschien wel terecht denkend dat niet iedereen het adagium kent ’show, not tell.’ En hij geeft daar voorbeelden bij.

Dus, al heeft dit boekje niet de vorm van een reeks brieven, het brengt wel het bijbehorende gevoel over. Hier is een oudere collega aan het woord, die zich in meerdere disciplines bekwaamd heeft, en nu zijn ervaring delen wil. Maakt dan niet uit dat de tekst soms al te Amerikaans is, in zijn onbekrompen optimisme.

** eerder in deze serie: Christopher Hitchens, Letters to a Young Contrarian

Samuel G. Freedman, Letters to a Young Journalist
184 pagina’s
Basic Books, 2006

in: leerboeken, boeken over schrijven, a-z, [auto]biografisch, media, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Samuel G. Freedman-pagina

P.J. O'Rourke · Bachelor Home Companion

Foto’s. Dit boek is geïllustreerd met foto’s. Normaal werkt dat niet, om een grappig bedoelde tekst ook nog eens te illustreren met foto’s. Maar in dit geval wel. Alleen al omdat we een nog jonge en slanke P.J. O’Rourke zien die, gekleed in maatpak, net doet of hij in het huishouden bezig is. Daarnaast werd ik gefascineerd door het vrijgezellenappartement dat hij zogenaamd bewoont, ook al staat daar niets in. Het is zo Amerikaans, zelfs in zijn leegte.

Verder heb ik zelden een boek gelezen met zo’n hoge grapdichtheid als dit. Professionele komieken noemen zoiets geloof ik een “blanket bombardment”. Ga maar door en door en door, en op een gegeven moment slaat er vanzelf iets over. Of de lezer nu wil of niet.

Nu heeft dit boekje een goed uitgangspunt. Mannen en huishouden is traditioneel al geen gelukkige combinatie. Maar vrijgezelle mannen en huishouden passen al helemaal niet bij elkaar. Dit gegeven biedt oneindig veel ruimte voor overdrijving, en dan nog is de werkelijkheid soms eigenaardiger.

Dus ja, dit boek is werkelijk vreselijk flauw, maar in al die samengebrachte flauwheid toch ook soms weer aanstekelijk leuk.

meer P.J. O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, The Bachelor Home Companion
A Practical Guide to Keeping House Like a Pig

147 pagina’s
Atlantic Monthly Press 1993, oorspronkelijk 1987

in: leerboeken, a-z, humor, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina

Herman Franke · Nieuws van de nacht

Franke zadelt me met de vraag op waarom een werkelijk voortreffelijk geschreven boek, met een mij sympathieke hoofdpersoon, toch niet de leeservaring bracht die een roman memorabel maakt.

Misschien is dit, omdat het me niet meer volstaat om alleen maar te lezen over hoe iemand langzaam totaal overspannen wordt. Hoe geloofwaardig ook gebracht. Hoe intelligent ook die onverwerkte oorzaken uit het verleden in het verhaal worden geopenbaard.

Nu, was het vooral genieten van snippers. Zoals het zeer realistisch beschreven werk, van de hoofdpersoon, op een krant. Zoals diens ontmoetingen met de maker van het eenpersoonsdagblad ‘Het nieuws van de nacht’.

Ik merkte al na een pagina of veertig van leesstijl te veranderen. In plaats me volkomen aan Herman Franke over te geven, ging ik tijdens het lezen analyseren wat hij allemaal aan het doen was. Daar spreekt evenzeer bewondering uit, voor de auteur. Maar dit maakt het lezen tegelijk tot werk, en niet tot de ontspannende inspanning die het wezen moet.

Dit is werkelijk een knap gemaakt boek, jammer dat het uiteindelijk maar éen allesbepalend plot had.

Herman Franke, Nieuws van de nacht
156 pagina’s
Uitgeverij Balans, 1995

in: a-z, fictie nederlandstalig

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Herman Franke-pagina

Noam Chomsky · Propaganda and the Public Mind

De vraaggesprekken in het boek Imperial Ambitions bevielen me zeer. Maar het was een vergissing om te denken dat een eerder uitgebrachte interviewbundel met Noam Chomsky me net zo veel zou geven. De gesprekken die David Barsamian entameert, zijn meestal gericht op de actualiteit van dat moment. En 1998 of 1999 zijn al te ver weg om er in detail nog zo veel over te willen weten.

Goed, het had nut om eraan herinnerd te worden dat de regering Clinton er evenzeer een merkwaardig Irak-beleid op nahield, door de bombardementen toen. Maar meer ook niet.

Wat Chomsky’s boeken over politiek normaal zo uniek maakt, is dat er altijd informatie in staat die niemand anders heeft. Maar kijk zes à zeven jaar later nog eens, en veel van de meest controversiële zaken zijn dan al breder bekend geworden. Dus verouderen sommige aspecten van zijn boeken snel, op wat kernwaarden na dan, die iedere lezer van Chomsky na een titel of wat wel kent.

Het meeste nut had deze uitgave nu om de uitgebreide toelichting van Chomsky van het zo belangrijke begrip ‘concisie’, dat ik ook hier al eens signaleerde. Er is een reden dat echte intellectuelen nooit in de nieuws- en actualiteitenprogramma’s op TV gehoord worden. Dit komt omdat zij vanuit een achtergrondkennis redeneren die het brede publiek niet bezit, waardoor hun geluid nogal vijandig kan overkomen. Maar de ruimte voor de noodzakelijke toelichting krijgen zij daarbij niet.

Ik geef toe, misschien was het beter geweest nooit geschiedenis te hebben gestudeerd, en nimmer Chomsky te hebben gelezen. Dan had ik bijvoorbeeld nog geloof gehecht aan het nut van verkiezingen hier, en me niet zo dodelijk geërgerd aan de grote media-aandacht voor politiek geneuzel elke dag.

Bijvoorbeeld.

Misschien moet ik maar eens antwoorden op de vraag waarop ik toch zo veel lees, dat het me enorm veel tijd bespaart. Wat een uren scheelt het niet om geen kranten te hoeven inkijken of TV te hoeven zien elke dag, omdat die toch altijd een te zeer versimpelde werkelijkheid tonen. Onze politieke elite schiet op vele fronten tekort, maar onze journalisten zijn te braaf om het daar over te durven hebben.

Noam Chomsky, Propaganda and the Public Mind
Conversations with Noam Chomsky
Interviews by David Barsamian

252 pagina’s
South End Press, 2001

in: geschiedenis, a-z, politiek, [auto]biografisch, media, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Noam Chomsky-pagina

Alexa Hennig · Kwestie van geluk

Mij werd gevraagd dit boek te lezen, als een soort censor. Om te zien of het geschikt was voor een jong tienermeisje.

Nu had mijn ik mijn antwoord ook kunnen geven zonder het te lezen. Die tienermeisjes van tegenwoordig leven in een andere tijd als toen ik zo jong nog was. Ik kan me tenminste niet heugen dat in de bladen die we lazen tips stonden over hoe wij onze vriendjes of vriendinnetjes het best oraal zouden kunnen bevredigen. Het moet wel heel bar gaan in een roman willen tienermeisjes van nu nog ergens van op kijken.

Dus las ik weer eens een meisjesboek. Niet voor het eerst nee. Vroeger, op vakantie, was mijn lectuur altijd veel te snel op, en dan las ik ook maar wat mijn moeder mee had, of mijn zus.

Het meisjesboekengenre heeft zich in die vijfentwintig jaar niet wezenlijk ontwikkeld, lijkt me. De wereld in zo’n boek is overzichtelijk. De vragen zijn nog altijd hetzelfde als toen. Vind hij me wel leuk? Waarom doet mijn moeder zo stom? En dit was ook helemaal geen slecht boek. Een beetje lang, dat was het alleen wel. Maar in een jeugd duurt alles misschien ook nog eindeloos.

Alexa Hennig, Kwestie van geluk
189 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij, 2004
Vertaling van Ich habe einfach Glück, 2001

in: a-z, jeugd, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alexa Hennig-pagina

P.J. O'Rourke · Give War a Chance

Dankzij dit boek is het onmogelijke gebeurd. Ik moest er een paar keer zo hard om lachen, dat ik alle aandacht van de overige treinreizigers trok in mijn coupé. Was het nota bene nog een boekbespreking ook, die mij even een ontstellend goed humeur bezorgde. Dat zou me te denken moeten geven.

P.J. O’Rourke publiceerde drie boekrecensies in deze bundel, en helaas zijn dat er maar drie. Twee daarvan gaan over memoires, de ander behandelt een monografie over de Kennedy-clan. Steeds geeft hem dat gelegenheid een paar zeer venijnige oneliners te schrijven over de betrokken personen.

Al is dit ook weer niet helemaal waar. Vooral in de memoires roepen de auteurs het leed zelf over zich af. Het boek Everything to Gain van ex-president Jimmy Carter en zijn vrouw Rosalynn is zo slecht, dat O’Rourke er een nieuw gezelschapsspel aan overhoudt. Het werkje maakt het mogelijk wedstrijden te organiseren over wie de meest onnozele passage vindt. En dat is nog dan een hele toer ook, omdat op elke pagina opvallend domme formuleringen staan.

Zo citeert hij Rosalynn:

I have worked with the problems of the mentally afflicted for years, ever since I first came aware of the needs while campaigning for Jimmy for Governor.

De meeste artikelen in O’Rourke’s boek geven minder aanleiding tot cabaret. Zo is het laatste deel gevuld met reportages over de eerste Golfoorlog. Maar zelfs daar levert zijn stekeligheid, en zijn vermogen tot waarnemen, nog opvallende passages op. Humor is er ook dan nog, al wordt die zwarter. En ik kan heel lang kijken naar sommige zinnetjes van hem, die op zich een neutrale mededeling doen, en alleen door de keuze van éen bijvoeglijk naamwoord maar een heel grappige draai meekrijgen.

O’Rourke was toen hij de artikelen in dit boek schreef nog verbonden aan het blad Rolling Stone, als buitenlandcorrespondent, en als de op elke redactie verplichte reactionair. Toch is het merkwaardig dat hij zo vaak een rechtse schrijver wordt genoemd, terwijl de man nu juist overal het belachelijke van weet in te zien. Hoogstens is op dit boek aan te merken dat O’Rourke vooral verslag geeft van de gebeurtenissen waar hij bij was, en die niet echt in het grote schema der dingen duidt.

Maar wat een verslagen zijn het. En wat een geluk dat Rolling Stone hem bijvoorbeeld naar Berlijn stuurde, toen de muur daar viel. Onder meer.

wordt vervolgd

meer O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, Give War a Chance
Eyewitness Accounts of
Mankind’s Struggle
Against Tyranny, Injustice
and Alcohol-Free Beer

233 pagina’s
Grove Press, 1992

in: reizen, a-z, politiek, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina

P.J. O'Rourke · Peace Kills

O’Rourke vertrok op een gegeven moment bij Rolling Stone. En ik weet niet of dit de reden is dat Peace Kills mij minder boeide dan Give War A Chance. Het kan goed zijn dat z’n nieuwe opdrachtgevers hem niet zo veel ruimte meer geven om te geiten. O’Rourke wordt bovendien ouder. Maar, ook de wereld veranderde. Alle optimisme dat er was na het einde van de Koude Oorlog verdween abrupt na 9/11. En dit boek gaat nu net over de periode erna.

Enfin, O’Rourke keek ook in Israël en Egypte in de maanden daarop. En zijn verslagen over die reizen in die landen zijn alleen al bijzonder omdat hoe vrijwel overal de enige buitenlander was. Geen toerist die zich er nog waagde.

Maar een groot deel van dit boek is gewijd aan de Tweede Golfoorlog. De oorlog die onder valse voorwendselen werd opgezet om het gevaar Saddam Hussein definitief uit te schakelen. Alleen werd het laatste stuk in Peace Kills geschreven in juli 2003, en dat is toch wat te vroeg vanuit 2007 bekeken. Niet te lang daarvoor nog, kondigde George W. Bush nog het ‘Mission Accomplished’ af, tijdens een propagandastunt op het vliegdekschip de USS Abraham Lincoln. Vier jaar later weten wij beter.

O’Rourke is na te geven dat hij zeker zijn twijfels had over de rechtvaardiging van die oorlog:

[…] claims that Saddam Hussein was cooperating with Osama bin Laden smelled of something found on the Internet late at night along with the proof that the Jews and the Rotary Club control the World Bank. [139]

Alleen maakte de kennis van dit moment, over de corruptie en incompetentie van de regering Bush, of over de burgeroorlog in Irak, dat ik dit boek niet onbevangen kon lezen. O’Rourke’s relativeringen gaan over de verkeerde onderwerpen. Weliswaar is O’Rourke’s eeuwige bewondering voor Jan Soldaat, die ook maar gestuurd wordt, heel goed na te voelen. Maar in Irak zitten niet alleen die gewone soldaten, de meeste Amerikanen daar werken als huursoldaten voor private onderneminkjes.

Ik kon mijn kennis niet uitschakelen, en dat kleurde mijn waardering.

meer O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, Peace Kills
197 pagina’s
Grove Press, 2004

in: reizen, a-z, politiek, bundels, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina

Ted van Lieshout · Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel

Van dit boek begrijp ik niet goed waarom het zo zeer als jeugdboek wordt aangeprezen. Daar is het te universeel voor. Lang niet alle gedichten hebben een kind als hoofdpersoon. En zelfs als dit wel zo is, laat Van Lieshout alleen maar zien hoe krachtig sobere taal kan zijn.

Papa was dood maar ik werd acht. We vierden
het niet al te blij. […]

‘December’

Of het moet zijn dat boeken met plaatjes niet meer mogen boven een bepaalde leeftijd. In Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel vult Van Lieshout zijn gedichten namelijk aan met eigengemaakte beeldende kunst. Achterin het boek staat uitgelegd welke technieken hij daarbij gebruikte.

Ik vind het wel moeilijk om te zeggen of de poëzie door de illustraties verrijkt wordt. Dit is een bijzonder fraai boek, dat zonder meer. Maar nu, een kleine twintig jaar later na de eerste uitgave, heb ik ook veel geanimeerde poëzie gezien, of gedichten die op een andere multimediale manier werden uitgewerkt. Dit is maar een klein stapje meer dan normaal. En de kunst weegt nooit meer mee als ik de poëzie aan het lezen ben. Beeld en tekst worden niet gelijktijdig ervaren.

Overigens redde ik dit exemplaar laatst voor vijftig cent uit de bak afgeschreven boeken van de plaatselijke bieb. Het boek lijkt me amper, of misschien wel nooit gelezen. Alleen aan de verkleurde sticker onder het plakplastic op de voorkant is de leeftijd af te zien.

Ik weet niet precies wat het zegt dat dit boek zo ongelezen was, maar wel doet het me vrezen.

Ted van Lieshout, Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel
32 pagina’s
Uitgeverij Leopold, 1990

in: a-z, jeugd, poëzie

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ted van Lieshout-pagina

Eduardo Galeano · Boek der omhelzingen | 2

Het valt me nog mee, dat het meer dan anderhalf jaar geleden was dat ik dit boek voor het laatst las. Ik meende echt het zeker ieder jaar te herlezen. Want dit boek slijt niet. Integendeel, het lijkt bij iedere herlezing rijker te zijn geworden. Dit komt onder meer omdat er soms hele romans in worden verteld met maar enkele zinnen.

Zo staat in dit boek het perfecte antigif tegen García Márquez’ zijn Kroniek van een aangekondigde dood. Bij Galeano koestert de hoofdpersoon ook een enorme wrok dat zijn vrouw geen maagd meer bleek te zijn, tijdens de huwelijksnacht. Maar bij hem ontmoet die klacht geen enkele sympathie bij de omstanders. Zij lachen hem uit, en vragen hem wat dat er nu toe doet, bij zo’n leuke vrouw.

Galeano heeft maar éen pagina nodig om dit gegeven overtuigend te vertellen. En misschien dat ik er daarom iedere keer weer met frisse blik naar kijk. Dat ik de plot misschien al ken doet er niet toe, die geeft Galeano trouwens ook al in de eerste regel weg.

Door de samenballing is dit boek misschien beter te vergelijken met een dichtbundel dan een verzameling verhalen. Er kan met een paar pagina’s worden volstaan, per keer, om toch een rijke leeservaring te hebben. Het boek biedt dan ook vrijwel alle emoties. Al is er geen ruimte voor de klagerige introspectie die menig boek van hier zo teistert — door een gebrek aan leven, zo denk ik inmiddels.

Toch ben ik liever gulzig, en lees ik dit boek in éen avond. Weliswaar met pauzes, die soms lang kunnen uitvallen. Maar éen keer in de sfeer van dit boek, is er voor mij geen ontsnappen aan.

Een probleem wordt straks wel om bij een volgende lezing iets over dit boek te kunnen zeggen, zonder in herhaling te vervallen. Ook al omdat het vrijwel onmogelijk is iets te schrijven over een verzameling van zo diverse verhalen. Sommige bestaan uit niet meer dan éen zin. Terwijl de waarde van die verzameling nog weer groter is dan de pracht van de delen ook.

** een eerdere bespreking uit november 2005 van dit boek staat hier

Eduardo Galeano, Het boek der omhelzingen
Beelden en woorden uit Latijns-Amerika

148 pagina’s
Novib /Van Gennep, 1991
vertaling van: El libro de los abrazos, 1989

in: a-z, vertaald, bundels, verhalen, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Eduardo Galeano-pagina

Cor Vos · IJsberen en zitvlees

Boeklog is mij een raadsel in sommige opzichten. Ik schrijf mijn boeklogjes normaal razendsnel op, in amper meer tijd als het kost om ze hardop voor te lezen. Terwijl ik van tevoren toch zelden afweeg wat ik nu per se zeggen wil over een boek. Dus bevatten de logjes weliswaar nuttige mededelingen, maar blijven het notities. En het merkwaardige voor mij is dat het toch heel veel moeite zou kosten om betere boeklogjes te schrijven, dan er nu staan. Die investering in uren is nauwelijks te verantwoorden.

Ik begrijp niet hoe dit werkt. Maar het is alsof er een kern van wat ik zeggen wil vrij makkelijk uit de taal te houwen is, maar kwalitatief veel beter hakwerk hoogstens in de detaillering afwijkt van de schets.

Dus vind ik een interviewbundel met schrijvers als deze op een bepaalde manier pretentieus. Schrijven is zitten blijven tot het er staat. Absoluut. Maar wat er tijdens dat zitten gebeurt, is ongrijpbaar. Dat moeten de ondervraagde auteurs beseffen.

Dit boek gaat daarom meestal over de rituelen om het schrijven heen, en de overwegingen om iets te doen, of juist te laten.

Over hoe het allemaal zo gekomen is, in de carrière. Over deadlines en andere druk.

Schrijven is geen uitvoerende kunst, waarvan de toeschouwers wel even de vaardigheden kunnen afkijken, om die dan met veel moeite te gaan imiteren. Daar doet geen gesprek met een schrijver iets aan af. Dus is dit boek een beetje aapjes kijken, zoals door een ander geschreven interviews met schrijvers toch altijd al wat raar naast hun eigen werk te kijk staan.

Alleen Gerrit Komrij vind ik echt nuttige waarnemingen doen over het schrijven, doordat hij weigert het ambacht verhevener te maken dan het is.

Op een gegeven moment bereiken je woorden gewoon een kritische massa. Dan helpen ze je meeduwen. Dan rol je wel die-en-die kant op, gewoon omdat dat-en-dat er al staat. De rem is los en je denkt dat het God is. In feite heb je niets anders te doen dan je enige ontsnappingsroute te kiezen uit door jouzelf opgeworpen obstakels en barrières.

Cor Vos, IJsberen en zitvlees
Schrijvers en dichters over hun schrijfproces

157 pagina’s
Uitgeverij L.J. Veen, 2004

in: boeken over schrijven, leerboeken, a-z, [auto]biografisch, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Cor Vos-pagina

Hylke Tromp · Spikers & koppen

Ondanks mijn klachten over de incompleetheid van de taal, heeft het Fries toch ook iets voor. Misschien wel door de gebreken trouwens. Ik doel op de onschuld. Er zijn niet zo veel Friezen die beroepsmatig taalerosie veroorzaken. De duntaal van de politici in de provinsje is minder losgezongen van de werkelijkheid dan die van de collega’s in Den Haag. En de schaarse reclamemensen die het Fries inzetten, hanteren eerder hypercorrecte vormen dan dat ze pogen om populair te doen op net die altijd verkeerde manier.

Taalerosie komt op een andere manier wel door de enorme invloed van het Nederlands. Maar die invloed is al eeuwen zo.

Dus beoordeel ik Friese romans en verhalen doorgaans milder dan die uit welke andere literatuur ook. Er is nog zo veel nooit beschreven in de taal. Daarom lijkt het of elke poging iets meer over het leven te vertellen krediet verdient.

Tegelijk lees ik nauwelijks Friese boeken, omdat er amper schrijvers lijken te zijn die me iets meer brengen dan taal, of grappig nieuw oud idioom. Al is er altijd vrees door mijn onverschilligheid misschien toch een meesterwerk te missen. Mede daarom las ik deze bundel met boekbesprekingen en opstellen van Hylke Tromp. Het kon zijn dat hem een schrijver opgevallen was die mij nog niets zei.

Dat viel wat tegen. Ook met een half oog gevolgd, is de Friese boekenproductie blijkbaar goed te overzien. Waarmee absoluut niets negatiefs gezegd zij over Tromp’s boekbesprekingen. Weinig is mij liever dan recensenten die begrijpen dat oordelen altijd subjectief zijn, ook al bestaan er wel degelijk basale objectieve kwaliteitscriteria waar boeken aan moeten voldoen.

Tromp reikte mij geen nieuwe titels aan, maar tegelijk was het mij aangenaam hem te lezen over al die soms alweer half vergeten boeken uit het midden van de jaren negentig. Goed ook om eens te zien wat anderen in Triemersma’s meesterwerk De reade bwarre zagen. Die roman won de Gysbert indertijd, Tromp schreef het in deze bundel opgenomen juryrapport.

Hylke Tromp, Spikers & koppen
137 pagina’s
Koperative Utjowerij, 1998

in: boeken over schrijven, a-z, bundels, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Hylke Tromp-pagina

Linda Tabak · Lot, een hoofd vol

In tegenstelling tot wat u misschien denkt, ben ik niet gauw bereid geld uit te geven aan een boek. Uitgevers maken dan ook vreemde waar. Een boek dat mij iets brengt, is vele malen meer waard dan de aanschafprijs. Maar de meeste boeken zijn achteraf minder waard dan wat de oudpapierhandel er voor overheeft.

Dit prentenboek van Linda Tabak had ik al meermaals bewonderd. Het is ook prachtig groot, en de tekeningen krijgen de ruimte op de pagina door het ruime kader eromheen. Alleen kwam ik het boek op de verkeerde plaats tegen. In de supermarkt. Daar waar ik hoogstens het programmablad koop voor de komende week, of desnoods een keer de laatste Asterix.

Bovendien vond ik dit prentenboek te duur.

Maar ziet, alles heeft zijn prijs. Toen het voor een tientje minder in de aanbieding lag, naast de chocoladerepen, vroeg de aanschaf geen enkele overweging.

Dus keek ik naar Lot, die naar de stad ging, en ’s nachts de indrukken van overdag nog eens in haar kleurige dromen verwerkte.

Dag Lot.

Linda Tabak, Lot, een hoofd vol
32 pagina’s
Uitgeverij Afijn, 2003

in: a-z, jeugd

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Linda Tabak-pagina

Koos van Zomeren · Nog in morgens gemeten

Ik was altijd een tamelijk kritiekloos bewonderaar van Koos van Zomeren. Dit komt mede omdat hij al schrijft zolang ik lees. Zijn thrillers uit de jaren zeventig hebben meegeholpen om me voor te bereiden op hogere literatuur. Maar ook Van Zomeren’s eigen ontwikkeling als schrijver hielp daaraan mee.

Toch kan ik dit dagboek geen goed boek vinden. Dit is omdat ik het belangrijkste eruit al wist. Van Zomeren publiceerde in 1988 al eens een eerder dagboek over het rivierdorp Herwijnen, waar zijn vader’s familie wortelde. En dat boek, met de titel Een jaar in scherven, ken ik vrij goed. Dat heb ik gelezen en herlezen.

Dit nieuwe boek over Herwijnen is voor mij bovenal een kliekje met een wat ouwelijk smaakje. Ook al doet Van Zomeren nog zo zijn best een plot in dit dagboek [!] te componeren. Er is iemand doodgeschoten in de polder, ooit, of misschien was dit juist een ongeluk. En veel in dit boek gaat over de vraag wat er toen gebeurde, op het moment dat de schrijver zelf amper vijf jaar oud was.

Dus, behalve dat het de herinneringen van de schrijver weergeeft, gaat dit boek telkens om herinneringen van anderen. Of ook, over hoe de tijd veel vergoelijken kan. Daar is niets op tegen, dat mag zelfs een prachtig thema heten voor een boek, maar Van Zomeren werkt het allemaal nogal voorspelbaar uit. Bovendien blijft alles nogal particulier, maar weer niet op zo een kenmerkende wijze dat ook anderen er wat aan hebben.

De noodzaak voor dit boek zag ik niet. Of het moet zijn dat sinds Mak er nogal vaak wee-sentimenteel op het armoedige verleden wordt teruggekeken in boeken, en Van Zomeren daar toch een zeker realisme tegenover wilde plaatsen.

Uiteindelijk waren er maar twee redenen om dit boek uit te lezen. De eerste luidt dat Van Zomeren zo af en toe een paragraaf schrijft, die helemaal af is. En gelukkig was dit boek ook af en toe een echt dagboek, met al zijn nodeloze maar intrigerende terzijdes, en de bijbehorende persoonlijke opmerkingen.

Maar da’s minder dan hij in andere boeken presteerde.

meer Van Zomeren op boeklog

Koos van Zomeren, Nog in morgens gemeten
Nieuw Herwijns dagboek

317 pagina’s
De Arbeiderspers, 2006

in: economie, typisch hollands, a-z, geschiedenis, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Koos van Zomeren-pagina

Imre Kertész · Ik, de ander

Kertész riep iets bij me op dat Capek eerder ook al deed. En Thomas Bernhard. Of al de Middeleuropese schrijvers die ik las ruim voor boeklog bestond. Het gaat dan over een gevoel dat lijkt te ontbreken in al die Amerikaanse boeken die ik lees, of misschien wel bij alle Angelsaksische auteurs.

Ik sta nu wel voor het probleem dat dit onderscheid alleen zichtbaar is door het enorm te overdrijven. Maar er bestaat voor mij onderhuids een verschil tussen boeken uit wat ik dan maar het oude Europa noem en die uit de relatief jonge VS.

Noem het pessimisme versus optimisme.

Noem het wantrouwen dat het opeens toch mis zal gaan tegenover het vertrouwen dat het wel goed komt, omdat die American Dream toch alles doordrenkt.

Lang heb ik gewacht om iets van Kertész te lezen. Wat vertegenwoordigt hij, als Joodse Hongaar, dat oude Europa niet. Zijn belangrijkste thema is Auschwitz; voor mij geen onderwerp waar ik voor mijn lol nog eens een boek over lezen wil. Al komt dat waarschijnlijk door de platte emoporno van zoveel Nederlandse artisten, die de Tweede Wereldoorlog nog altijd zien als tiet, die slechts dient om uit te melken.

Ik geef toe eerst gebladerd te hebben om te kijken of de oorlog niet al te veel ruimte innam in dit boek. Maar nee, dit is grotendeels een autobiografisch verslag in fragmenten van de boekenreizen die Kertész maakte in het midden van de jaren negentig. Reizen door Duitsland vooral. Verder bestaat het observaties en mijmeringen.

Al vaker heb ik hier betoogd dat juist dit soort boeken het talent van een schrijver onbarmhartig tonen. Er is geen verhaalvorm. De taal moet het helemaal zelf doen.

En Kertész kan soms diep kervende zinnetjes schrijven. Wat betekent dat ik toch maar eens overwegen moet meer van hem te lezen.

Dit boek gaat onderhuids trouwens ook over de veranderingen in Hongarije na 1989, omdat voor Kertész iets te vaak bevestigd wordt dat zijn wantrouwen gerechtvaardigd blijft.

Enfin.

Vreemd eigenlijk, bedenk ik me nu, dat er geen Nederlandse schrijvers zijn die het beste van beide soorten literatuur in zich hebben. Terwijl er hier toch contact is tussen die twee culturen, waar dat elders ontbreekt. Wat zou ik niet geven voor een roman geschreven met alle kennis van die vitale Amerikaanse verteltraditie, maar dan op spanning gebracht door flink wat Middeleuropese wereldwijsheid. Škvorecký kwam wel een eind, in die zin, ja.

Imre Kertész, Ik, de ander
126 pagina’s’
Uitgeverij Van Gennep bv, 2001
Vertaling door Henry Kammer van: Valaki más, 1997

in: a-z, vertaald, [auto]biografisch

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Imre Kertész-pagina

Nina Berberova · Ladies from St. Peterburg

Het raadsel Nina Berberova is iets kleiner geworden, door het voorwoord van vertaalster Marian Schwartz in deze bundel verhalen. Schwartz heeft nog een aantal jaren met Berberova samengewerkt bij het vertalen van haar werk uit het Russisch. Al ging het in eerste instantie om zakelijke teksten. Dat er ook nog verhalend proza bestond, daar was de schrijfster aanvankelijk erg bescheiden over.

Midden jaren negentig werd juist dat literaire werk nog een groot succes in Frankrijk. Dat was een gegeven waarvan de ironie niet aan Nina Berberova voorbij ging. Ruim twintig jaar had ze volkomen anoniem in Frankrijk gewoond. Om het financieel eindelijk eens wat beter te krijgen, was ze in de jaren vijftig naar de VS vertrokken.

Dit boek bevat ook éen verhaal over de aankomst van een straatarme emigrant in een grootstad, waarin New York te herkennen is. Hoewel Berberova er het meest zeker over was van al haar werk, vond ik dit het minste verhaal van de drie uit de bundel. Al komt dit waarschijnlijk omdat er over de aankomst en eerste impressies van emigranten wel vaker geschreven is.

De andere twee verhalen zijn oorspronkelijk al in de jaren twintig gepubliceerd.

‘The ladies from St. Petersburg’ speelt zich af rond de revolutie in Rusland, en is groots in wat het niet vertelt en de lezer zelf maar moet bedenken.

Maar mijn favoriete verhaal heet ‘Zoya Andreyevna’, en dat gaat over de aankomst van een ooit rijke vrouw in een bannelingenpension ergens buiten Rusland. Berberova beschrijft daarin nogal laconiek hoe wreed mensen die alles al eens verloren hadden zich tegenover lotgenoten konden opstellen. Bij ons heeft Willem Elsschot nog eens zo’n pensionmilieu beschreven in Villa des Roses. En hoewel Elsschot tot mijn favoriete Nederlandstalige auteurs behoort, vind ik Berberova in dat luttele tal pagina’s aanmerkelijk effectiever. Ook weer, door wat ze verzwijgt.

meer Berberova op boeklog

Nina Berberova, The ladies from St. Petersburg
122 pagina’s
New Direction Books, 1998
vertaald uit het Russisch, oorspronkelijk 1927, 1952

in: a-z, vertaald, verhalen, books in english

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Nina Berberova-pagina

Ian Rankin · Door het lint

Dit is de tweede thriller van Rankin die ik las, en ook deze viel mij niet echt mee. Ik schrijf dit boeklogje zonder te hebben gezien wat mijn bezwaren de vorige keer waren. Dus misschien is er wat overlap met wat ik toen ook al vond. Maar voor mij heeft het even nut om te kijken of mijn bezwaren de schrijver gelden, of uniek zijn voor dit boek. Excuus.

Allereerst vind ik dit boek te dik, en dit komt vooral omdat er naar mijn smaak te veel dialoog in staat. Het kan goed zijn dat de Engelse versie meer meegeeft aan al die pratende personages, maar in het Nederlands sloegen al die kwootjes wat dood.

Samenhangend met de grote lengte was er te lang het idee dat het verhaal niet echt opschoot.

Nu zijn mijn eisen aan thrillers en policiers niet vreselijk hoog. Sleur me het verhaal in, en zorg dat ik na zo’n anderhalf uur vermaak weer tevreden met mijn leven verder kan. Dat is alles. Desnoods duurt het een half uur meer.

Dus, als de vaart dan ontbreekt, ga ik vooral letten hoe de schrijver zijn verhaal opzet. Dat is nooit een goed teken.

Nu is Rankin zonder meer ambitieus in dit boek, dat een enorm groot tal plotelementen bevat; variërend van de omgang met oorlogsmisdadigers na VE-day, tot de heerschappij op straat in Edinburgh, vrouwenhandel, en de beste manier om drugs het Verenigd Koninkrijk binnen te smokkelen. Vergeet ik nog het familieleven te noemen van de hoofdpersoon, de rampen die daarin gebeuren, en nog heel veel meer. Misschien was dit wat veul allemaal.

Het boek was dus ook te dik omdat het verhaal te dun werd.

Ik sluit niet uit dat Rankin in het Engels beter is te lezen, maar gezien mijn relatieve onverschilligheid over wat mij in vertaling werd voorgezet, zal ik dat niet snel gaan uitzoeken.

meer Rankin op boeklog

Ian Rankin, Door het lint
368 pagina’s
Uitgeverij Luitingh, 2004
vertaling van The Hanging Gardens, 1998

in: a-z, spannend, vertaald

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ian Rankin-pagina

Tom Wolfe · Wereld en Wolfe

Er bestond een vooroordeel van mij tegen Tom Wolfe. Dit kwam doordat ik weinig heel bewust van hem gelezen heb. Van maar éen roman weet ik het zeker. The Bonfire of Vanities.

En dan was er nog dat witte pak dat hij eeuwig en altijd aanheeft.

Deze bundel artikelen komt de eer toe niet alleen die vooroordelen te hebben weggenomen, ik ben er ook door gaan beseffen dat vooroordelen kunnen ontstaan door te zeer te vertrouwen op wat anderen menen. Verder heeft het boek me aangezet om dieper na te denken over wat literatuur moet bewerkstelligen.

Dat is toch niet gek voor een boekje dat nu kansloos verramsjt wordt in een winkel vol met partijgoederen van een heel andere aard. Misschien moest ik maar eens een stapel adopteren, om daar een goed tehuis voor te vinden.

Dit boek is alleen al de moeite waard door éen artikel — ‘Two Young Men Who Went West’ — waarin Wolfe de voorgeschiedenis van de digitale revolutie heeft vastgelegd. Hij beperkt zich daarbij niet tot de kille feiten. Wie de transistor uitvond is ook wel algemeen bekend, net als bij de microprocessor. Nee, Wolfe probeert te verklaren waarom die uitvindingen mogelijk werden. En daarmee legt hij de redenen achter het succes uit van wat uiteindelijk ‘Silicon Valley’ zou worden.

Ik kende de meeste gegevens hierover wel, het onderwerp heeft mijn belangstelling al even, maar zag ze niet eerder zo goed samengevoegd.

Wolfe toont zich regelmatig een kritisch observator van de wereld waarin wij leven. Een aantal artikelen van hem is duidelijk te zien als voorstudies van de romans die hij verder nog schreef: A Man in Full, en I am Charlotte Simmons. Het interessantst vond ik hem in zijn litanieën tegen de overdreven verwachtingen van internet.

Ik ben niet graag de boodschapper die de stam, het magisch Digikoninkrijk, dit slechte nieuws moet brengen, maar de simpele waarheid is dat het internet één ding doet. Het bespoedigt het vergaren en verspreiden van informatie en ontslaat ons ten dele van klusjes als naar de brievenbus of de boekhandel lopen, de telefoon pakken om je bank te bellen of je vrienden om een avondje te gaan stappen, en dergelijke. Dát, en dat alleen, doet het internet. De rest is allemaal digipraat. [92]

Niet dat ik het hierin zonder meer met Wolfe eens ben — zo neemt hij de ideeën van McLuhan serieuzer dan ik dit kan — maar dat hij zo makkelijk wijzen kan op de magische kanten van onze wereldbeschouwing is verontrustend.

Het boekgedeelte waar ik het langst over gedaan heb, heeft de titel ‘Vita robusta, ars anorexica’. Dit was voor mij in meerdere opzichten onthullend. Zo schrijft Wolfe er een, misschien wat al te trots, artikel in over de ontvangst van zijn bestseller A Man in Full. Aanvankelijk werd dit boek ook goed gerecenseerd, en wat kan er mooier zijn. Wolfe verscheen zelfs, in zijn witte pak, op de cover van ‘Time’. En toen kwam er een tegenbeweging op gang. Wolfe kan daardoor tegenwoordig nergens iets meer goed doen.

Hoe kwam dit? En waarom ben ik zo bevattelijk gebleken voor die negatieve geluiden? De tegenbeweging zette in met een helse kritiek van John Updike, die pagina’s nodig had om uit te leggen dat A Man in Full geen roman was, maar journalistiek. Vervolgens kwam Norman Mailer met een gelijkluidend protest. En daarna meldde John Irving schuimbekkend op televisie dat Wolfe geen schrijver was.

Nu heb ik op boeklog meermaals geschreven de romans van Updike nauwelijks te kunnen lezen, terwijl hij misschien wel mijn lievelingsschrijver van korte verhalen is. Mailer interesseert me niet, en die boeken van Irving lijden ook al veel te lang aan een dodelijke obesitas. Deze constateringen alleen al maakten dat ik als vanzelf met Wolfe’s kritiek op hun boeken kon instemmen.

Daarom denk ik nu na, over de gewenste invloed van de journalistiek op de roman. Want, het leven is te raar en te vol om niet ook nader onderzocht te worden, lijkt me. Door in een studeerkamer te blijven navelstaren, komen er geen nieuwe ervaringen bij. Hoe subtiel dat navelstaren ook gebeurt.

De vraag die dan opkomt, is alleen wel de kernvraag van een Geert Mak. Waarom zou je er nog fictie van maken dan, na al die research?

** in tegenstelling tot het Engelstalige origineel ontbreekt in de vertaling de novelle ‘Ambush at Fort Bragg’ vanwege de losse uitgave eerder elders al.

Tom Wolfe, De wereld en Wolfe
251 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2001
vertaling door Paul van Hout van Hooking Up, 2000

in: a-z, boeken over schrijven, [web] technologie, vertaald, media, bundels

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Tom Wolfe-pagina

Abe de Vries · Weromkommer yn it ûnlân

Abe de Vries won de hoogste Friese literaire onderscheiding voor de dichtbundel die na deze uitkwam; het boek In waarm wek altyd. Maar deze bundel beviel me beter. Elke dichter beoordeel je aan zijn beste werk, en in De weromkommer yn it ûnlân staat voor mij meer dat een afgewogen oordeel mogelijk maakt.

Al was het maar omdat De Vries me ditmaal wel kan laten vergeten dat ik soms weer van die vermaledijde natuurpoëzie te lezen krijg. Nogal wat gedichten in deze bundel beschrijven weliswaar landschappen, maar de menselijke aanwezigheid daarin, van wanneer die ook dateert, wordt daarbij niet onderdrukt.

De bundel bestaat uit drie delen: ‘De fearten fan dyn wêzen’, ‘Fersen fan ferjitten’, en ‘It slachtblok, de see’. Deze delen beginnen steeds met een kleine cyclus van vier à vijf gedichten. Het middelste deel eindigt er ook mee. En het zijn vooral die reeksen zo nauw op elkaar betrokken gedichten, die het mij doen.

De Vries draagt deze bundel op aan zijn moeder, en dat is ook wel tekenend voor het boek. Er spreekt een zekere melancholie uit sommige gedichten, al is die gebed in het besef dat het op zeker moment onmogelijk wordt om ooit nog weer thuis te komen. Thuis verandert ook, in de ogen van wie terugkeert.

meer De Vries op boeklog

Abe de Vries, De weromkommer yn it ûnlân
68 pagina’s
Utjouwerij Bornmeer, 2002

in: a-z, poëzie, fryske boeken

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Abe de Vries-pagina

Peter Carey · 30 dagen in Sydney

De auteur Peter Carey bezocht zijn vroegere woonplaats Sydney even voordat daar de Olympische Spelen werden georganiseerd. Hij was er zeventien jaar niet geweest. Dat korte bezoek leverde een verzameling nogal impressionistische indrukken op van een metropool, in een soms nog merkwaardig jong land.

Carey was bovendien van plan portretjes van vrienden te schrijven, en viel ze daarom lastig met een cassetterecorder. Zelden tot hun plezier.

Dit boek las ook als de eerste rondgang door een onbekende stad. Aan veel ging ik vrij onverschillig voorbij, maar zo af en toe schreef Carey toch een persoonlijk verhaal of een impressie op die me in mijn tempo afremden, en beter lieten kijken. Een aantal van die verhalen gaat over momenten waarin iemand in levensgevaar kwam; vanwege een bosbrand vlakbij, door stormen tijdens het zeilen, of omdat het misging tijdens een klimtocht langs een waterval.

Maar uit 30 dagen in Sydney zal me vooral bijblijven hoe laconiek erin geoordeeld wordt over de corruptie van de stedelijke elite daar. Alsof weer een ander typisch Australisch natuurverschijnsel beschreven werd waar toch niets aan te veranderen is.

Peter Carey, 30 dagen in Sydney
Een zwaar vertekend beeld van een stad

238 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 2002
Vertaling van 30 days in Sydney, 2001

in: reizen, a-z, vertaald, [auto]biografisch, cultuur

[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Peter Carey-pagina

P.J. O'Rourke · All the Trouble in the World

Van de vier boeken van P.J. O’Rourke die ik de afgelopen weken las, was dit de beste. En dat wil wel wat zeggen. Er zijn weinig schrijvers die blijven verrassen als zo veel van hun werk betrekkelijk snel achter elkaar gelezen wordt. Maar O’Rourke verveelt me niet. Het wordt zelfs steeds bewonderenswaardiger wat hij doet.

Wat dit boek nog beter maakt dan Peace Kills, of Give War a Chance, is dat de auteur ditmaal iets toevoegt aan de reizen die hij beschrijft. Een bezoek aan Bangladesh is niet alleen een beschrijving van het land, O’Rourke gebruikt zijn observaties ook om een beschouwing aan overbevolking in het algemeen te wijden. Bijvoorbeeld. Maar die keuze is ook weer geen keurslijf voor zijn verhaal, dat maakt het zo knap.

Daarnaast lukt het O’Rourke niet om saai te schrijven.

Sterker nog, voor een boek dat gaat over hongersnood, overbevolking, ecologische rampen, etnische haat, besmettelijke ziekten, en armoede is er onbehoorlijk om te lachen. Maar die humor wordt dan ook weer gebed in wijsheid.

People with a mission to save the earth want the earth to seem worse than it is so their mission will look more important. In fact, there’s some evidence that these people want the earth to be worse than it is. [171]

When government does, occasionally, work, it works in an elitist fashion. That is, government is most easily manipulated by people who have money and power already. This is why government benefits usually go to people who don’t need benefits from the government. [199]

Government is not in the business of producing results. Government is in the business of producing government: passing laws, changing rules, setting up bureaucracies. This is why government is always more interested in problems than solutions. [ibid.]

Het vraagt talent, om de waan en de waas van de analyse te vermijden, en toch de belangrijkste problemen van de mens overtuigend te kunnen duiden. En al helemaal door hiervoor naar de grootste probleemgebieden in de wereld te reizen, daar rond te kijken, en dan toch te blijven lachen.

meer O’Rourke op boeklog

P.J. O’Rourke, All the Trouble in the World
The Lighter Side of Overpopulation,
Famine, Ecological Disaster,
Ethnic Hatred, Plague, and Poverty

341 pagina’s
The Atlantic Montly Press, 1994

in: reizen, aanbevolen 2007, economie, a-z, politiek, cultuur,