woensdag 1 augustus 2007
Paul Krugman werd in het jaar 2000 door de The New York Times aangetrokken als columnist. De bedoeling was dat hij over internationale economische ontwikkelingen zou schrijven. Maar de praktijk pakte anders uit. Eerst waren er de grote bedrijfsschandalen in de VS, toen bleek de regering Bush een totaal leugenachtig beleid te voeren.
Tot Krugman’s grote ontsteltenis waren de media totaal onkritisch over dit nieuws. Hij was gewend te denken in zwart-wit termen, zoals wetenschappers onderling doen. Iets is mogelijk, of niet. En zo niet, dan wordt het daarmee onzin. Maar de massamedia namen kritiekloos alle retoriek van bewindsvoerders over, vaak in een laffe poging om zich als neutrale boodschapper te positioneren.
Dit maakte dat Krugman op een gegeven moment zeker wist wat de media zouden schrijven als de regering Bush zou beweren dat de aarde plat is.
Shape of the Earth: Views Differ
Nogal wat journalisten waren woedend om deze aantijging. Maar soms gaat het niet aan om objectief te willen blijven. Dan blijven namelijk leugens onbestraft.
The Great Unraveling is een boek over economie. Na 2003 zou Krugman ook erg kritisch schrijven over de Amerikaanse inval in Irak, maar de columns over dat aspect van het beleid zijn buiten het boek gelaten. Dit maakt deze bundel artikelen soms wat al te binnenlands Amerikaans. Bovendien zijn we een aantal jaren verder, en is alle drukte over sommige onderwerpen achterhaald.
Toch is dit in een aantal opzichten een goed boek. Krugman doet namelijk steeds zijn best om het publiek te tonen waar zij op moet letten, om niet in alle holle propaganda te trappen. Dit maakt het in sommige opzichten ook een leerboek voor kritischer journalistiek. Zij het dat Krugman zich aanmerkelijk kritischer toont over wat er op de beurs gebeurt dan de meeste zakenrubrieken in de media zijn. De beurswaarde van een bedrijf is namelijk heel tamelijk eenvoudig oneindig te vergroten, zoals het grote tal schandalen wel verduidelijkt. Heel verontrustend daaraan blijkt ook te zijn dat elk bedrijf zich op een andere manier beter had voorgedaan dan het was, en dat talloze toeleveranciers en betrokkenen kalmpjes de leugen meespeelden.
meer Krugman op boeklog
Paul Krugman, The Great Unraveling
Losing Our Way in the New Century
426 pagina’s
W.W. Norton & Company, 2003
in: leerboeken, economie, a-z, politiek, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Paul Krugman-pagina
vrijdag 3 augustus 2007
Onder alle studierichtingen die ik heb geprobeerd, was ook een jaar wiskunde. Niet dat ik grote ambities in die richting had. De keuze was eerder bedoeld als check. Ik heb altijd gedacht dat talent voor wiskunde vooral een talent tot zien is. Maar ook dat je het geluk moet hebben gehad dat iemand je eerst heeft helpen kijken, op de nog goede leeftijd daarvoor.
Dit boekje van Ian Stewart bevestigt me in die overtuiging. Ergens tussen zeg mijn tiende en mijn vijftiende had ik een grote belangstelling voor problemen en puzzels waarvan ik pas veel later leerde dat die tot de wiskunde behoren. Ondertussen was al dat ik op school kreeg aangeboden rekenwerk, van een zeer beperkte aard. Wat daar wiskunde heette, had die naam nooit mogen dragen en was vooral slaapverwekkend vervelend.
Wiskunde op de universiteit kwam te laat in mijn leven. Ik hield aan dat ene jaar wel de tevreden overtuiging over dat ik de studie had kunnen afmaken. Maar dat zou dan vooral een zware intellectuele exercitie zijn geweest, die de nodige discipline had vereist. Mijn basis is te klein; de automatismen die er hadden kunnen zijn, ontbreken.
Stewart gaat in zijn boekje uitgebreid in op de factor geluk, die ook een onderdeel bij elke opleiding is. Hij had een moeder die oplette toen het misging op school, een docent later die erg goed in wiskunde was, en ook nog zo veel slimme medeleerlingen dat het loonde om die allemaal extra les te geven.
Verder is dit een voortreffelijk boekje, dat als loopbaanbegeleiding kan dienen voor een aankomende wiskundige. De eerste brieven van Stewart zijn nog gericht aan een leerlinge uit het voortgezet onderwijs, en doet hij daarin moeite uit te leggen wat wiskunde is. De laatse brieven zijn die aan een jongere collega, die dan ook aanwijzingen krijgt waarop te letten bij het collegegeven in het buitenland. Maar steeds gaat het over die merkwaardige verzameling aan denkgebieden die bij ons wiskunde heet.
Dit is dan ook een uitmuntende inleiding in de wiskunde, zonder dat er ook maar éen formule langskomt, of er moeilijk gedaan wordt met Griekse letters.
Het is door boekjes als deze, en dat van Freedman, dat de reeks ‘The art of mentoring’ voor mij zijn waarde bewijst. Met terugwerkende kracht wordt Hitchens‘ georakel steeds vervelender.
eerder van Stewart op boeklog
** eerder besproken uit deze reeks:
Letters to a Young Journalist, van Samuel G. Freedman
Letters to a Young Contrarian, van Christopher Hitchens
Ian Stewart, Letters to a Young Mathematician
210 pagina’s
Basic Books, 2006
in: a-z, leerboeken, [web] technologie, kennis, [auto]biografisch, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ian Stewart-pagina
zaterdag 4 augustus 2007
Dit boekje kwam een paar keer terug in de stapelgedichten die ik bedacht. En ook omdat ik net Galeano’s bundel vol fragmenten herlezen had, leek het me tijd deze van Heytze weer eens te bekijken.
De positieve indruk van de eerste keer lezen, werd nog iets versterkt. Het is altijd goed bij het herlezen verrast zinnen te zien waar een vorige keer blijkbaar al te makkelijk aan voorbij werd gegaan. Weinig dat me meer raakt dan langzamer te moeten lezen dan me gewoon is, omdat anders me te veel plezier ontsnapt.
Ik schreef het eerder, dit boekje is onder meer de verkenning van een liefde. Een noodzakelijke verkenning, omdat de liefde in een groot deel van het boek voorbij is, en alleen zichtbaar wordt in het gemis. Zo dit al kan.
Maar bovenal is dit boek een mozaïek, waarvan de grote contouren pas beter zichtbaar worden na meermaals alle onderdelen bekeken te hebben. Maar wat een onderdelen. En wat een taal.
Ingmar Heytze, Ik ben er voor niemand
115 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2003
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Ingmar Heytze-pagina
zondag 5 augustus 2007
Studs Terkel werd geboren in 1912, het jaar dat de Titanic zonk, maar leeft nog. Ik geef toe, dit heb ik voor de zekerheid toch even nagekeken. Daardoor leerde ik ook dat er dit jaar een nieuwe bundel memoires van hem uitkomt dit najaar.
Terkel was een radiomaker, is dus nog steeds een schrijver, en heeft in beide functies de laatste decennia veel aan ‘oral history’ opgetekend. In Hope Dies Last is een hele reeks gesprekken verzameld die hij gevoerd heeft in de eerste jaren van deze eeuw, dus toen hij al rond de negentig was. Dat is overigens nergens aan te merken. Als interviewer is hij niet in de weergave van het gesprek aanwezig. En hij beperkt zich zeker niet tot het praten met leeftijdsgenoten.
Prachtig vind ik dat een gesprek bij hem zo veel ruimte inneemt als het nodig heeft. Regelmatig zijn dat duizenden woorden, soms telt een interview er amper honderd.
Wat Terkel met de gesprekken probeert, is om een alternatieve geschiedenis te schrijven van de VS. Hij heeft overigens meerdere boeken met zo’n zelfde opzet uitgebracht. Dit betekent dat hij gewone mensen hun levensverhaal laat vertellen, met een lichte nadruk daarin op de vraag waarom zij de keuzes maakten die ze maakten. In Hope Dies Last zijn de tientallen geïnterviewden vaak sociaal actief geweest, zonder daar nu per se een carrière aan over te willen houden. Centraal in deze gesprekken staat meestal de afweging waarom deze mensen geen genoegen meer namen met de officiële status quo.
Zo ik iets aan te merken heb, dan dat het wat jammer is dat Terkel vergelijkbare gesprekspartners in dit boek bij elkaar zet. Het ene verhaal van een vakbondsman verzwakt het volgende verhaal van een collega soms, door al te grote parallellen. Maar dat is nogal blasé gedacht, van mij als lezer.
Studs Terkel, Hope Dies Last
Keeping the Faith in Troubled Times
326 pagina’s
The New Press, 2003
in: a-z, geschiedenis, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Studs Terkel-pagina
dinsdag 7 augustus 2007
Iedereen moet zijn vak leren. Maar sommigen van ons groeien op in het openbaar. Dit maakt het dan later mogelijk overzichtstentoonstellingen samen te voegen van hun werk. Of, zoals in het geval van een journalist als P.J. O’Rourke, een verzameling samen te stellen van niet eerder gebundelde artikelen.
Nu begon O’Rourke zijn carrière niet als journalist. Hij was eerst en vooral een humorist. Schreef hij eerst voor een underground-blaadje, klom hij later langzaam op tot de hoofdredacteur van de National Lampoon.
Er is ook vrij veel te zeggen voor zo’n carrièreopbouw. Wie een parodie schrijft, is wel verplicht te onderzoeken aan welke wetten het te parodiëren onderwerp of artikel voldoet. Journalisten bestuderen tijdens hun opleiding net zo goed welke afspraken er zijn bij het schrijven van stukken, maar spelen veel minder met stijl.
O’Rourke kreeg ondertussen wel het idee dat de wereld grappiger in elkaar steekt dan hij het bedenken kon. Dit inzicht brak helemaal door op een trieste Wolga-reis met linkse Amerikanen, die niets dan blind complimenten spuiden over alle Sovjet-Russische treurigheid onderweg.
I had an epiphany. I realized that, for the rest of my life, I’d never lack things to write about. All I had to do was put myself in foolish situations (easy for me) and keep my eyes and ears open. Since then I have visited eight wars, two revolutions, half a dozen or so of local uprisings, a number of third-world campaigns […], plus any number of places exhibiting garden variety hatred and oppression (the New Hampshire presidential primaries, for instance). I have found them all hilarious. Humor has nothing to do with the charming or the cheerful. Humor is how we cope with violated taboos and rising anxieties (rising gorges, too). Humor is our response to the void of absurdity. […] [240]
Dit boek is vanaf deze openbaring trouwens aanmerkelijk beter leesbaar, voor mij. Als journalist reageert O’Rourke op de wereld, die ik een klein beetje ken. Als humorist schreef hij over tijd- en cultuurbepaalde verschijnselen, die mij grotendeels ontgaan zijn.
Al geven zijn hilarische autotests wel reden om eens te kijken of daar misschien toch nog niet ergens meer van gebundeld zijn.
meer O’Rourke op boeklog
P.J. O’Rourke, Age and Guile
Beat Youth, Innocence, and a Bad Hair Cut
Twenty-Five Years of P.J. O’Rourke
341 pagina’s
The Atlantic Monthly Press, 1995
in: reizen, a-z, humor, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina
woensdag 8 augustus 2007
Is het mogelijk om te veel van een schrijver te hebben gelezen? Of tenminste zo veel dat een nieuw boek geen enkele verrassing meer brengt?
Ik vond het nooit een straf om Jean-Paul Franssens te lezen. Al was het maar omdat hij zo veel verschillende werelden in zich borg. Hij groeide op in Groningen, maar had toch iets Bourgondisch. Hij was beeldend kunstenaar, maar wist ook veel van zang. Hij ging pas relatief laat schrijven, en deed dit goed.
Maar misschien heeft hij met zijn twee autobiografische werken Zuiderkerkhof 1, en De wereld wil bedrogen worden zijn fictie wel overbodig gemaakt. Daardoor zijn nogal veel ingrediënten van zijn proza bekend geworden, want aan zijn leven verbonden.
Rozen uit het Zuiden speelt zich af in een niet nader genoemde stad, die gezien de straatnamen weleens Groningen kan zijn. Hoofdpersoon is weer eens een jongen, eentje van elf. Opnieuw ontbreekt thuis de vader, wat de moeder ertoe noopt er een winkeltje op na te houden, onder haar schort. Vanzelfsprekend komen er een schilder in voor, en ander artistiek volk. Natuurlijk overkomt de hoofdpersoon iets naars.
Dat Franssens het jongetje wat onwetend laat zijn, is knap. Terwijl ook diens onmiddellijke acceptatie van wat voor de lezer niet direct normaal zal zijn steeds prachtig wordt uitgewerkt. Maar voor mij ontbrak werkelijk alle spanning in dit verder soms zo sfeerrijk uitpakkende boek. Ik kon te goed voorspellen wat er komen zou, en dat is vrij dodelijk.
Raar is dat toch. Ware dit het eerste boek geweest dat ik van Franssens gelezen had, dan was hier uitgebreid de kwaliteit geloofd.
Jean-Paul Franssens, Rozen uit het Zuiden
190 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2001
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Jean Paul Franssens-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
donderdag 9 augustus 2007
Voor de vaste volgers van boeklog wordt het saai. Ik las weer eens een boek van John McPhee, en vind het opnieuw nodig dit bij iedereen aan te bevelen. Al denk ik ook dat niet alleen het lezen van dit boek volstaat. Ik heb tenminste nogal wat tijd besteed om bijvoorbeeld via Google Earth de plaatsen te onderzoeken die McPhee beschrijft in dit boek.
The Control of Nature gaat erover wat er gebeurt als mensen zich permanent vestigen in een gebied waar grote risico’s op natuurrampen bestaan. Voor elke Nederlander die achter een dijk woont, is dit een wel bekend gegeven. Op een zeker moment wordt belangrijk dat de mensen ergens kunnen blijven wonen, vanwege hun handel en nijverheid, en andere gewichtige zaken. Dan moet ineens de natuur zich maar aanpassen. En zoals Matthijs van Boxsel al schreef, daarmee wordt een zekere domheid geïnstitutionaliseerd.
McPhee beschrijft drie regio’s in dit boek.
Zijn eerste reportage gaat over de Mississipi-delta, en alle aanpassingen die er nodig zijn om de rivier zo te laten stromen als die stroomt. Zonder ingrepen was waarschijnlijk de zijrivier de Atchafalaya al de hoofdstroom geworden, en had de riverdelta zich 400 mijl naar het westen verplaatst. Tegelijk zorgen alle aanpassingen aan de Mississipi ervoor dat de rivierdijken in bijvoorbeeld New Orleans steeds hoger moeten worden. De rivier heeft door alle menselijke ingrepen stroomopwaarts geen ruimte meer om extra regenval te verwerken. Het waterpeil kan daardoor soms erg snel stijgen. McPhee lukt het heel goed om aan te geven waarom sommige van die merkwaardige keuzes gemaakt zijn zoals ze gemaakt zijn, en waarom die ook verdedigd kunnen worden.
De tweede reportage uit dit boek vond ik het boeiendst. Misschien omdat die over een soort natuurgeweld gaat dat hier niet voorkomt. McPhee reconstrueert daarin een grote vulkaanuitbarsting uit 1973, op het eilandje Heimaey, onder IJsland. De grote lavastromen bedreigen zowel het stadje Vestmannaeyjar als de bijbehorende haven. En dan besluit éen man om te kijken of die muur van lava te stoppen is door daar een waterslang op te richten.
De langste reportage gaat over Los Angeles. De paradox is daar dat mensen daar het liefst op hoger gelegen stukken van de stad willen wonen, vanwege het uitzicht en de schonere lucht. Tegelijk zijn er weinig plaatsen gevaarlijker. De natuurlijke buitengrens van de stad wordt gevormd door de San Gabriel-bergen, en die zijn steil, en extreem bros. Bovendien worden delen van de bosgrond daar na een brand waterafstotend, waardoor de lagen daarboven heel makkelijk kunnen gaan schuiven. Dus kan er na hevige regenval zo maar een lawine aan slurry naar beneden komen, die hele huizen meeneemt. Alleen gaan er soms jaren voorbij zonder dat er iets gebeurt, zodat de bewoners daarboven zich ten onterechte veilig kunnen voelen.
Zoals altijd lukt het McPhee meesterlijk om persoonlijke verhalen te mengen met soms uiterst technische details. En weinig is voor mij prettiger dan om goed schrijven gecombineerd te zien met drama en materiaal dat ook de nerd in mij tevreden stelt.
John McPhee, The Control of Nature
272 pagina’s
Farrar, Straus and Giroux 1990, oorspronkelijk 1989
in: aanbevolen 2007, economie, reizen, a-z, kennis, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John McPhee-pagina
zaterdag 11 augustus 2007
Ergens in dit boek speculeert de wiskundige Paulos over wat maakt dat wij zo veel betekenis aan toeval hechten. Volgens hem is die houding cultureel bepaald. Van het moment. In de verhalen die wij tegenwoordig lezen, of zien, wordt toeval het liefst buiten beschouwing gelaten. Toeval wordt als een te gemakkelijk verhaalelement gezien; een verteltruc die een beetje ambachtsman maar beter niet gebruiken kan [al verklaart dit het bestaan van Paul Auster niet]. Daardoor zijn we er nauwelijks meer op ingesteld dat ons ook toevallig iets kan overkomen.
In de negentiende eeuw was dit wel anders. De boeken stonden vol toevalligheden toen.
Het zijn dit soort observaties die voor mij Once Upon a Number de moeite waard maken. Er even van afgezien dat ik geen idee heb of Paulos gelijk heeft of niet. Maar daar gaat het me niet om.
Paulos doet iets aardigs in dit boek. Hij pakt een oude discussie op, ooit begonnen door C.P. Snow, over de kloof tussen die twee culturen. Tussen de letteren en de harde wetenschap. En Paulos onderzoekt op tal van manieren waar het verschil in zit tussen verhalen en statistieken. Beiden hebben namelijk hun aparte wetten.
Zo meent hij dat exact geschoolde mensen, zoals wiskundigen, anders redeneren dan heel veel schrijvers. Paulos leidde bijvoorbeeld uit de brief van de Unabomber af, dat deze wiskunde moest hebben gestudeerd, vanwege de tot in het bizarre doorgetrokken logica. En hij stak indertijd zijn nek uit door deze these ook in een krant te zetten voor de man gepakt was. Hier kan tegenin worden gebracht dat bijvoorbeeld volgens Ian Stewart de bewijsvoering in de wiskunde niets anders is dan het aannemelijk maken van een verhaal. Ik geloof Paulos daarom lang niet altijd.
Om de verschillen tussen verhalen en statistieken te laten zien, moet hij die soms ook stevig overdrijven.
Aardig voor mij aan dit boek was wel dat het een tegengif bevat tegen het boek The Black Swan van Nassim Nicholas Taleb. Beide auteurs denken hardop na over de fouten in het gebruik van statistieken. Maar het grote verschil tussen hen is dat Taleb meent daar met oud-testamentische nadruk voor te moeten waarschuwen. Paulos maakt liever grappen.
De gemiddelde inwoner van Miami wordt geboren als Hispanic, en sterft als Jood, zo schrijft hij. En een betere waarschuwing om altijd op te letten wat er in een bewering precies gemiddeld wordt, is nauwelijks te geven.
Dit was alweer het derde boek dit jaar dat ik las waarin statistiek zo’n grote rol speelt, terwijl ik over dit onderwerp al meer vergeten ben dan Paulos me erover vertellen kan. Maar toch. Weten dat cijfers gemanipuleerd kunnen worden, is in deze samenleving een bijna elementaire voorwaarde tot kennis.
Al houd ik aan dit boek vooral éen vraag over. Voor boeklog.
Komt het door mijn exacte achtergrond dat ik zo de schurft heb aan schrijvers die hun verhalen niet logisch doordenken? Dat ik auteurs haat die voor een leuk knaleffect even iets opvoeren en daar vervolgens helemaal niets meer mee doen?
meer Paulos op boeklog
John Allen Paulos, Once Upon A Number
The Hidden Mathematical Logic of Stories
214 pagina’s
Basic Books, 1998
in: boeken over schrijven, a-z, [web] technologie, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Allen Paulos-pagina
zondag 12 augustus 2007
De oplettende voorbijganger uit de titel van dit boek is natuurlijk S. Montag zelf. Die afsplitsing van H.J.A. Hofland, die maar aan weinig dingen voorbij kan gaan zonder daarover iets te mijmeren op papier.
Tegenwoordig schijnt Montag jonger te zijn dan de inmiddels 80-jarige Hofland. Toen dit boek uitkwam was Montag nog duidelijk ouder dan hem. Op zich is dit wel een interessant gegeven. Al ken ik het vooral uit stripreeksen, waarin de hoofdpersonen door de decennia heen ook maar niet ouder worden.
Misschien is S. Montag wel gewoon de Donald Duck van de krant NRC-Handelsblad. Elke week mag hij daar weer op vertrouwde wijze een columnpje volkwaken. Vaste lezers weten na de eerste paragraaf al precies wat er verder komen gaat. Sjablonen, sjablonen. Ach, wat worden die toch vertrouwd.
Niet dat ik iets heb tegen Montag, of Hofland. Maar telkens als ik zo’n bundel van hem lees, staat me direct na afloop al niets meer van de inhoud bij. Tegelijk heb ik me ook wel weer vermaakt, of in elk geval niet verveeld. Heel eigenaardig.
meer Montag op boeklog
S. Montag, Een oplettende voorbijganger
182 pagina’s
De Bezige Bij, 1979
in: typisch hollands, a-z, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de S. Montag-pagina
maandag 13 augustus 2007
Historici hebben het weleens over de korte twintigste eeuw. Bij hen houdt de negentiende eeuw pas op in 1914, bij het uitbreken van de Grote Oorlog; omdat daarmee een echte breuk optrad met het tijdperk daarvoor. Maar de eeuw eindigt al met de val van het Sovjet-communisme, die inzette in 1989. Al kregen de Oostblok-landen toen ook pas kans om de erfenis van de Tweede Wereldoorlog te verwerken. Polen bijvoorbeeld is nog niet eens zo ver.
Omdat de Tweede Wereldoorlog mede ontstond uit de frustraties over de afwikkeling van de Eerste, kan het best zijn dat historici over een paar eeuwen beide wereldbranden als éen groot conflict gaan zien. Visies op het verleden veranderen. Zoals de historicus Pieter Geyl zei: geschiedenis is een discussie zonder eind. En gelukkig ook maar, voor de beoefenaars.
Knap aan dit boekje van Franse Tsjech Ouředník is daarom dat het zowel feiten geeft over de twintigste eeuw, als de soms belachelijk achterhaalde visie op die feiten van geleerden uit die periode. Misschien is dit bedoeld als tegenwicht, omdat zijn blik nogal grimmig uitpakt. Anders kan ik diens nadruk op de gruwelijkheden van de afgelopen eeuw niet goed verklaren.
Goed, hij wisselt die akeligheden in de tekst steeds af met rare gebeurtenissen, of grappige uitvindingen uit dezelfde tijd. En ook staan er op elke pagina inzetjes die een ironisch commentaartje geven op de tekst. Bovendien gebruikt Ouředník een opsomstijl, door bijna elke zin opnieuw met het woordje ‘en’ te beginnen, wat soms hilarisch uitpakt.
Maar toch.
Ook Ouředník’s visie op de geschiedenis blijft een selectieve visie. Als het erom gaat de grote ontwikkelingen van een eeuw te duiden, kan ik ook nog wel wat verzinnen, zonder ook maar éen gegeven te gebruiken dat Ouředník noemt.
Dit boekje was even een hype in 2003, en ergens kan ik dat wel begrijpen, omdat het bijzonder vlot leest. Mij overtuigt het niet helemaal, omdat het me zo zeer dwingt om na te denken over wat er niet in staat.
Europeana is me veel te somber, ondanks alle leut. De doden hoeven het van mij niet te winnen van de overlevenden.
Patrik Ouředník, Europeana
Een zeer korte geschiedenis
van de twintigste eeuw
156 pagina’s
Uitgeverij Fagel, 2003
Oorspronkelijk 2001
in: a-z, geschiedenis, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Patrik Ouřednik-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 14 augustus 2007
Het geheim achter het succes van de supermarkt Aldi is geen geheim, zo las ik eerder dit jaar. Het aanbod blijft er beperkt, maar de prijzen zijn laag. Klanten die iets kopen, beslissen alleen: ja, dit wil ik hebben, of nee, liever toch niet.
Dit boek laat onder meer zien waarin Aldi onnoemelijk ouderwets is. Chris Anderson probeert er in aan te tonen dat consumenten juist altijd zo veel keuze willen hebben als mogelijk is. Maar dat ze daarbij ook informatie verlangen om goed te kunnen kiezen. Traditionele winkels schieten op beide fronten tekort. Hun stellages bieden hoogstens ruimte aan een beperkt tal artikelen, en meer informatie dan de prijs van een artikel geven ze meestal niet.
Zie hier éen van de verklaringen achter het succes van het winkelen online. Niet alleen is via internet meer te vinden, het is ook makkelijker te vinden — net als de alternatieven — en bovendien zijn de meningen van andere kopers over een product of dienst vaak ergens voorhanden.
Door e-commerce moet daarom afscheid worden genomen van een ervaringswet uit de handel. Voorheen gold de 80/20 wet, hier uit te leggen als dat 80% van de omzet uit 20% van de aangeboden producten komt. Maar als consumenten keuze genoeg wordt geboden, blijkt dat er nauwelijks meer winkeldochters bestaan. Dit maakt dat handelaren de waarde van niche-producten moeten leren zien. Een product waarvan elke week een paar verkocht worden, levert over een langere tijd gemeten ook een heel aardige omzet op.
Dit is die lange staart, uit de titel van het boek. En dat is voor mij ook het aardigste idee, van Anderson. Al volstaat het voor een goed begrip misschien ook wel om diens artikel op Wired te lezen dat de basis was voor dit boek.
Anderson vult het boek The Long Tail verder in, door enkele trends online uit te leggen. Daarin vind ik hem minder geslaagd. Anderson redeneert me alles wat teveel toe naar zijn theorie, die volgens mij vooral een economische theorie is, die niet per se universele geldigheid heeft. Het lukt hem bijvoorbeeld wel erg goed om uitgaande van die lange staart om de aantrekkelijkheid van Wikipedia te verklaren, of het fenomeen weblogs, of YouTube te duiden. Dit alleen al roept wantrouwen op bij mij, omdat nu juist bekend is dat economen nooit goed lukt om altruïsme aannemelijk te maken. Het idee dat het mogelijk is zonder tegenprestatie te geven, past niet in hun wereldbeeld.
Volgens Anderson maakt dit weblog mij bijvoorbeeld tot producent van een op zich hoogwaardig artikel. Ik bied met mijn boeklogjes namelijk een filter aan op de enorme hoeveelheid boeken die er elk jaar uitkomen, of waarmee de winkels en bibliotheken al gevuld zijn. Voor wie mij vertrouwt, kan mijn oordeel van grote waarde zijn.
Bovendien overbrug ik met mijn woorden hier de kloof die er altijd bestond tussen amateur en professional, en die verdwijnt door de digitale revolutie. Elders had ik mijn oordelen nooit geplaatst gekregen [al is dit ook weer niet helemaal waar].
Nu goed, er is inderdaad een verschil in vorm tussen boeklog en de aantekeningen die ik voorheen maakte over wat ik las. U leest mee, en daar kom ik aan tegemoet. Maar boeklog bestaat nog steeds vooral omdat de database erachter zo veel nut heeft voor mij.
De redenen die Anderson geeft waarom dit weblog voor mij ook professioneel nut kan hebben, en ik het tot een merk zou moeten uitbouwen, gaan nauwelijks op. Al plaats ik advertenties, dan leveren hoogstens centen op, geen euro’s. Het Nederlandse taalgebied acht ik namelijk veel te klein voor sommige fenomenen die hij beschrijft in dit boek.
Voor veel van de Long Tail-effecten lijkt me ook een minimum aan schaalgrootte nodig. In de VS is die er. Maar daarbuiten? Dus, is er echt niet meer te zeggen over de schaalbaarheid van het effect?
Chris Anderson, The Long Tail
How Endless Choice is Creating Unlimited Demand
244 pagina’s
Random House Business Books 2007, oorspronkelijk 2006
in: economie, a-z, [web] technologie, cultuur, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Chris Anderson-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 15 augustus 2007
Schrijven is maar een merkwaardige bezigheid. Schrijven komt altijd achteraf — als de gebeurtenis al geweest is, of als op iets gereflecteerd moet worden. Meestal pakt die afstand wel goed uit. Als de felste emoties zijn uitgedoofd, is er ook nog kans om iets te scheppen.
In De Afsluitdijk en verder zijn de Volkskrant-columns verzameld die Martin Bril schreef van 2001 tot ergens in het jaar 2002. En er gebeurde wel het éen en ander in die tijd. Vliegtuigen boorden zich de torens van het WTC in, Pim Fortuyn werd doodgeschoten, en Bril had ineens een kwaadaardige vorm van darmkanker.
Lezen is ook een merkwaardige bezigheid. Er staat niet altijd wat er staat, zoals Nijhoff al eens beter verwoordde. Martin Bril heeft zich in interviews later veel uitgebreider uitgelaten over zijn verblijf in het ziekenhuis dan in deze bundel gebeurt. Maar die latere kennis nam ik wel mee. Nu las ik drie nogal laconieke columns over wat misschien een levensbedreigende aandoening is geweest.
Goed, er komen nog wat latere controleonderzoeken langs, maar menige vrouw kan huiveringwekkender verhalen vertellen over routinebezoekjes aan het ziekenhuis.
Dus ben ik ineens gedwongen een mening te formuleren over hoe Martin Bril op zijn kwaal reflecteerde. En dat, terwijl ik aan deze bundel begonnen was omdat die tamelijk ideale zomerlectuur bevat. Bril beschrijft het liefst alleen wat er ergens aan het oppervlak gebeurt. Maar juist daardoor bouwt hij ook afstand in, tot de gebeurtenis, terwijl er toch iets aan betrokkenheid is. Al blijft het licht. De rest moet de lezer maar invullen.
Ik houd wel van die afstandelijkheid.
Zeker bij een levensbedreigende aandoening.
Martin Bril schijnt trouwens nog even met Max Pam op kamer te hebben gelegen, toen deze herstelde van diens hersenbloeding. Pam schreef wel een heel boek over zijn aandoening, maar dat durf ik niet te lezen. Het lijkt me namelijk niet mogelijk een goed autobiografisch boek te schrijven over een lijdensweg, als alleen het bestaan van het boek al verklapt dat er een happy ending aan de ellende was. Schaar dit maar onder mijn vele vooroordelen.
Nu ja, boeken waarvan de auteur nog voor het schrijven overleed, bestaan niet, in tastbare vorm.
meer Bril op boeklog
Martin Bril, De Afsluitdijk en verder
278 pagina’s
Pockethuis 2004, oorspronkelijk 2002
in: typisch hollands, a-z, [auto]biografisch, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Martin Bril-pagina
donderdag 16 augustus 2007
Ik herlas deze bundel verhalen en opstellen vanuit een ergernis. Laatst besprak ik namelijk een nogal slechte Friese roman, waarin zo nodig een personage moest voorkomen dat zich de incarnatie van Dylan Thomas noemde. En ik vond het opvoeren van dit personage nogal hol en pretentieus, omdat er niets van betekenis mee gebeurde.
Niet dat ik van zo een opgelegde symboliek houd, maar er zijn wel degelijk redenen te bedenken waarom een Dylan Thomas-achtige kan optreden in een boek dat erover gaat waarom mensen hun geboorteprovincie verlaten. Thomas heeft zich bijvoorbeeld behoorlijk krachtig uitgelaten over Welshe kunstenaars, die onmiddellijk Engelser dan de Engelsen werden eenmaal verhuisd. En omgekeerd, laatdunkend de artisten besproken die het liefst het enige genie van bij de dorpspomp bleven.
Zo herinnerde ik mij het tenminste. En uit onder meer het opstel ‘Artists of Wales’ in deze bundel blijkt dat de herinnering me niet bedroog.
Enfin, ik had me misschien ook geërgerd als dit gegeven wel in die vervelende roman was ingebracht. Had de schrijver enkel Thomas’ inzichten geleend zonder zich daarbij achter diens naam te verschuilen, dan was ik misschien nog wel verrast geweest.
Toch ben ik blij dit bundeltje weer eens gelezen te hebben. Zelfs al ging dat lezen niet snel. Dylan Thomas is in zijn proza te veel een dichter om klank en ritme te veronachtzamen. Trouwens, menig opstel was ook bedoeld als radiopraatje. Ik heb daarom veel pagina’s hardop aan mijzelf voorgelezen.
Het boeiendst waren voor mij uiteindelijk toch zijn jeugdherinneringen. Al was het zeker niet vervelend om Thomas’ ideeën over zijn, of andermans, gedichten te lezen.
meer Thomas op boeklog
Dylan Thomas, Quite Early One Morning
150 pagina’s
New Directions, zonder jaartal, oorspronkelijk 1954
in: a-z, boeken over schrijven, [auto]biografisch, bundels, poëzie, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Dylan Thomas-pagina
vrijdag 17 augustus 2007
Meest interessant aan deze bundel verhalen vond ik het voorwoord van de schrijver. Martel geeft daarin iets prijs over hoe hij tegen literatuur aankeek, toen hij zich het schrijven als ambacht probeerde eigen te maken.
Ik kreeg steeds meer het gevoel dat de basis van een verhaal emotioneel is. Als een verhaal geen emotioneel effect heeft, is het niks. Het gaat niet om de emotie zelf — die kan liefde zijn, afgunst of apathie —, zoland die emotie maar overtuigend overgebracht wordt, dan komt het verhaal tot leven. Maar een verhaal moet ook intellectueel stimulerend zijn, anders beklijft het niet in de herinnering. Intellect geworteld in emotie, emotie gestructureerd door intellect — met andere woorden een goed idee dat ontroert, dát was mijn hoogverheven doel [6].
Als die woorden nog steeds opgaan, dan lees ik daarin dat voor Martel de hoogste intellectuele stimulans zit in het magisch-realisme. De twee romans die ik van hem las, drijven op sprookjesachtige gebeurtenissen. En ook éen van de vier verhalen uit deze bundel is zonder meer magisch.
Laat ik dit nu een te makkelijke manier vinden om verhalen te bedenken.
Enfin, de roman Zelf die ik las, had dan nog een erg pakkende eerste helft. The Life of Pi duurde me wat te lang als boek, maar laat bij vlagen uitmuntend schrijven zien. In dit debuut schemert soms al iets van dat talent door. Alleen is ook vrijwel steeds onmiddellijk duidelijk welk effect de schrijver wil bereiken. Dat maakt de verhalen inderdaad jong werk.
Yann Martel, De geschiedenis van de Roccomatio’s uit Helsinki
191 pagina’s
Uitgeverij Prometheus 2005, 2e herziene druk
Vertaling van The Facts behind the Helsinki Roccamatios and Other Stories, 1993
in: a-z, vertaald, verhalen
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Yann Martel-pagina
zondag 19 augustus 2007
De beslissing of een boek hier het predikaat ‘aanbevolen’ krijgt, valt normaal tijdens het lezen. Het etiket plak ik vooral op boeken die me enthousiasmeren, op welke manier ook. Maar omdat ik me weleens laat meeslepen in dat enthousiasme, is een aantal boeken die eretitel weer ontnomen, wat later.
Marjolijn Februari’s roman De literaire kring is de enige titel geweest waarvan ik heb overwogen om die achteraf nog eens aan iedereen aan te bevelen. Dit kwam omdat de actualiteit het boek heel relevant maakte. In dit jaar doken ineens overal schadelijke producten op van onze favoriete handelspartner China. Plots werd de grote betekenis duidelijk van wat de groothandel in landen als Nederland met zulke waar doet. Of nalaat.
Blijft staan dat die roman bijna goed is, en dus niet volmaakt. Gelukkig daarom maar dat Februari zo veel columns schreef over precies datzelfde onderwerp als De literaire kring heeft als kern. Kan ik nu iedereen de bundel Park Welgelegen zonder enig voorbehoud aanbevelen.
Elk boek is natuurlijk een spiegel, waarin de lezer vooral zichzelf ziet. Ik heb de vergelijking vaker op deze website vaker aangehaald. En deze bundel gaat voor mij over precies hetzelfde waar boeklog zich in de categorie Typisch Hollands ook mee bezig houdt, bijvoorbeeld.
Er zijn al die instituties in Nederland: mij wordt bijvoorbeeld de hele tijd voorgehouden dat we in een democratie leven. Tegelijk zie ik het falen van de overheden zo goed, de visieloze middelmaat bij de politici, of de structurele fouten die optreden bij onze rechterlijke macht. En ook neem ik waar hoe lui en kritiekloos onze media zich laten lenen voor propaganda.
Dit maakt blij met iedereen waarin ik een medestander vermoed.
Marjolijn Februari heeft bovendien een interessante achtergrond. Zij weet van filosofie, en ethiek. Zij weet van recht. Maar bovenal vertaalt zij die kennis steeds naar actuele problemen, door daar de principiële moeilijkheden in aan te tonen. Dit maakt dat de columns die zij voor De Volkskrant schrijft ver uitstijgen boven de waan van de dag, ook al kunnen ze daar wel degelijk een reactie op zijn.
Dus versterken haar stukken elkaar. En verouderen ze niet snel.
En tegelijk roepen haar woorden droefheid op. Februari maakt duidelijk dat vaak zo achteloos gebruikte begrippen als democratie, rechtstaat, of desnoods fatsoen wel degelijk ergens voor staan. Dat de inhoud daarvan wel degelijk een mogelijkheid biedt om beslissingen — of het gebrek aan besluitvaardigheid — mee te beoordelen.
Hoe makkelijk is het niet dat besef te negeren.
Marjolijn Februari, Park Welgelegen
Notities over morele verwarring
235 pagina’s
Uitgeverij Querido, 2004
in: typisch hollands, aanbevolen 2007, recht, a-z, politiek, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Marjolijn Februari-pagina
maandag 20 augustus 2007
Deze bundel opstellen dateert nog van voor de moord op Pim Fortuyn, en de opmars van diens partij de regering in. Hoewel éen essay daarmee achterhaald is — dat over de betekenis van extreme partijen — blijft het een actueel boek. De samenstellers legden wat belanghebbenden de stelling voor dat de democratie in verval is. Aan de deskundigen, of de politici, was dan vervolgens het woord hoe dit toch komt. En wat verbeterd kan worden.
Toch, terwijl dit boek dieper probeert te graven dan bijvoorbeeld Van Westerloo’s Niet spreken met de bestuurder, viel het me tegen. Er staat maar éen essay in waar ik echt wat aan had. Het opstel ‘Voor democratie maar tegen politiek’ van de rechtsfilosoof Herman van Gunsteren bood me enkele nieuwe inzichten, terwijl ik het tegelijk niet volledig vond.
Graag had ik meer gelezen over de taak van de overheid in een democratie als beschermer, en toezichthouder. Bijvoorbeeld.
Aan de andere stukken viel me ook op dat ze geschreven zijn door mensen die telkens te dicht op de materie lijken te staan. Dus luidt mijn klacht: ik las wel diagnoses, maar die signaleerden alleen de symptomen, en gingen nauwelijks in op de mogelijk onderliggende kwalen. Een simpele vraag die ik niet behandeld zag, is waarom de Nederlandse politiek het type mensen trekt dat zich nu geroepen voelt de publieke zaak te dienen. En dat antwoord geeft bijvoorbeeld een Van Westerloo wel.
Merkwaardig, om een zo hooggeleerd boek als dit toch een wat pijnlijke oppervlakkigheid te kunnen verwijten.
** zie ook: De Wet van behoud van ellende
Joop van Holsteyn & Cas Mudde (red.), Democratie in verval?
224 pagina’s
Boom, 2002
in: typisch hollands, a-z, politiek
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Joop van Holsteyn & Cas Mudde (red.)-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
dinsdag 21 augustus 2007
Er is iets aan de organisatie van de Amerikaanse overheid dat de politici gevoelig maakt voor invloed van buiten. Hun verkiezing kost nogal wat geld, omdat de verkiezingscampagne zo kostbaar is. Ook wie eenmaal ergens voor verkozen wordt, moet vrijwel meteen beginnen fondsen te werven voor de herverkiezing. En dat geld komt voornamelijk bij organisaties weg die daarvoor iets in ruil willen.
Merkwaardig aan een boek dat Parliament of Whores heet, is dat de auteur er nauwelijks op in gaat wat de senatoren en afgevaardigden zo makkelijk te corrumperen maakt. O’Rourke wijdt er een aantal snijdende oneliners aan, maar trekt nooit conclusies uit zijn eigen woorden.
Al biedt een quote als die hierna volgt, inmiddels al gevleugelde woorden:
When buying and selling are controlled by legislation, the first things to be bought and sold are legislators [210].
Dus blijft dit een boek van iemand een buitenstaander, en dan bovendien eentje die er vanuit gaat dat de lezer allang weet hoe het bestuur in de VS is opgezet. Met al die staten, en dat federale bestuur. Al gaat dit boek alleen over het landsbestuur.
Toch heb ik absoluut kennis aan O’Rourke’s weinig eerbiedige boek over de Amerikaanse politiek overgehouden. Zijn snijdende kritiek op het landbouwbeleid, met zijn miljardensubsidies, vulde heel nuttig aan wat ik over de EU weet — en maakt daarmee duidelijk waarom beide van die hoge tariefmuren hanteren voor goederen van buiten.
Ook was het O’Rourke die me in dit boek uit 1991 vertelde waarom de hypotheekcrisis in de VS van het moment zo ernstig uitpakt. Dat is omdat de banken maar 6% van al hun kapitaal voorhanden hoeven te hebben. Bij andere financiële instellingen is dat slechts 3%, en de gebouwen en kantoren tellen in dat percentage mee. Op het moment dat er iets tegenzit voor deze bedrijven, en zij hun eigen verplichtingen niet meer kunnen afbetalen, gaan ze dus onverwacht makkelijk onderuit.
Blijft staan dat ik weer eens vaststel dat de grappen van deze schrijver vaak meer inzicht vertonen dan hij zelf door lijkt te hebben. Vaak vind ik het jammer dat hij niet meer doet met een zo waar klinkende uitspraak als:
Many reporters, when they go to work in the nation’s capital, begin thinking of themselves as participants in the political process instead of glorified stenographers.
meer O’Rourke op boeklog
P.J. O’Rourke, Parliament of Whores
A Lone Humorist Attempt
to Explain the Entire
U.S. Government
235 pagina’s
Vintage Books 1992, oorspronkelijk 1991
in: reizen, a-z, politiek, humor, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de P.J. O'Rourke-pagina
donderdag 23 augustus 2007
Mijn geheugen sprak en zei: dit heb je al eens gelezen. Dat leek me eigenaardig voor een boek uit 2006. Mijn gedachten gingen daarom meteen uit naar een Nederlands schrijver, die altijd zo vlijtig zonder bronvermelding bij de groten leent voor zijn essays over buitenlandse literatuur. Misschien had ik bij hem gelezen wat ik nu las.
Maar nee, deze bundel was inderdaad een heruitgave van een boek uit 1986. En van die titel is dan weer vastgelegd dat ik die in 1992 thuis heb gehad. Blijft er dus wel degelijk wat hangen van al dat me onder ogen komt.
Nu interviewt Amis in deze bundel een aantal helden, dus kan het zijn dat ik zijn woorden indertijd werkelijk ingedronken heb. Ditmaal was mijn enthousiasme niet overmatig groot. Ik wist al ongeveer wat er stond. Bovendien heb ik de laatste jaren betere essays van Amis gelezen. Het materiaal uit dit boek dateert van midden jaren zeventig, tot begin jaren tachtig. Niet altijd komt dit de kwaliteit ten goede. Een verhaal over het cinematografische wonderkind Steven Spielberg is nu domweg wat achterhaald.
Amis meldt er zelf over dat een groot aantal stukken met de linkerhand geschreven zijn. In opdracht van anderen, en in het keurslijf van zo’n medium gedwongen bovendien.
Toch, interviews met Bellow, Gore Vidal, en Vonnegut, daar kan mijn boekenkast er niet genoeg van bevatten.
meer Martin Amis op boeklog
Martin Amis, The Moronic Inferno
And Other Visits to America
242 pagina’s
Vintage 2006, oorspronkelijk 1986
in: boeken over schrijven, a-z, bundels, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Martin Amis-pagina
vrijdag 24 augustus 2007
Ze worden schaars op boeklog, de besprekingen over grote romans. Als ik mijn leesgedrag van de laatste maanden samenvat, dan valt op dat ik veel meer non-fictie lees dan fictie. En als ik me dan al een keer op de literatuur stort, hebben verhalen de voorkeur boven het langere werk.
Romans zijn me ook vaak te dik; hun omvang is me te zelden in overeenstemming met de magere inhoud.
Dit valt helemaal op als ik de doorsnee-roman vergelijk met een verhalenbundel van Alice Munro. In elk verhaal van haar zit genoeg mensenleven voor een veel dikker boek. Maar het mooie is dat de schrijfster dit besef aan de lezer laat.
Aan Open Secrets was ik al lang geleden begonnen. Om mij onbekende redenen had ik de laatste drie verhalen nooit eerder uitgelezen. De onderhuidse melancholie van haar verhalen kan ook weleens te veel van het goede worden, dat is misschien een excuus. Munro schrijft geen boeken om vrolijk in het zonnetje achter elkaar uit te lezen.
Maar uit deze verzameling blijkt bijvoorbeeld dat het nog steeds mogelijk is om interessante verhalen te schrijven die deels bestaan uit brieven.
meer Munro op boeklog
Alice Munro, Open Secrets
294 pagina’s
Vintage 1995, oorspronkelijk 1994
in: a-z, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Alice Munro-pagina
zaterdag 25 augustus 2007
Dit is een betrekkelijk kort boekje, maar wel éen met onverwacht veel diepte. Over talent gaat het, en hoe talent alleen toch niet genoeg was. Een neef probeert te reconstrueren waarom zijn tante Adelheid, met de mooiste stem die iemand ooit gehoord had, daar uiteindelijk alleen in eigen kring maar succes mee oogste. Ondanks de lessen op het conservatorium, ondanks de kansen op een doorbraak, die er zeker zijn geweest.
Mooi aan deze novelle vind ik hoe Van Istendael het drama onderhuids weet te houden. Er is niet éen beslissend moment aan te wijzen waarop de carrière van tante gebroken werd, al hielp haar karakter niet mee. Ook was er veel kleingeestigheid te overwinnen geweest, had het wat willen worden.
Mede door de tekening van dat benauwde milieu, vooral van het Vlaanderen voor de oorlog, met zijn taalkwesties en zijn deprimerende katholicisme, vond ik dit een rijk boek.
Tegelijk, schrijven over muziek blijft zoiets als dansen over architectuur. Graag had ik de film naar dit boek gezien, waarin die strofes uit de liederen wel hoorbaar waren geweest. Ik ken de stem van Kathleen Ferrier, waar Van Istendael naar verwijst. Ik ken haar uitvoering van Brahms’ ‘Altrapsodie’, en weet dus dat daarin verklarende regels gezongen worden die de schrijver in het boek niet noemt. Maar toch.
Hoe veel de schrijver ook gelukt is, soms blijven woorden op papier enkel woorden op papier.
meer Van Istendael op boeklog
Geert van Istendael, Altrapsodie
141 pagina’s
Pandora Pockets 2001, oorspronkelijk 1997
in: a-z, fictie nederlandstalig
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Geert van Istendael-pagina
maandag 27 augustus 2007
Elias’ boek over Mozart is geen boek, maar bevat verschillende aanzetten tot wat een boek had moeten worden. Helaas overleed de schrijver voor hij zijn ideeën heeft kunnen uitwerken.
Van deze gedeelten vond ik de eerste het interessantst, omdat dit voor mij het best de probleemstelling neerzette die bij elk historisch onderzoek geldt. Ook bij de biografie van een componist of musicus is een grote kennis nodig van de omgeving waarin deze functioneerde. En bij Mozart is die omgeving extra interessant. Hij werkte eerst in opdracht, was daardoor weinig meer dan een van de zoveelste bedienden aan een hof, maar kon niet met de daaraan klevende beperkingen leven. Zijn keuze werd die voor een vrij kunstenaarschap, in een samenleving die daar nog niet op was ingericht.
Het langste gedeelte van dit boek gaat meer in detail in op Mozart’s leven. Daarover las ik weinig voor het eerst.
Nee, als Elias iets gelukt is met deze uitgave, dan wel om iets intrigerends mee te delen over de betekenis van werken in opdracht, versus het werken naar eigen inzicht.
En toch werken sommigen het best als ze door opgelegde beperkingen gedwongen zijn om extra na te denken.
meer Elias op boeklog
Norbert Elias, Mozart
De sociologie van een genie
126 pagina’s
Van Gennep, 1991
Vertaling van Mozart. Zur Soziologie eines Genies
in: a-z, geschiedenis, vertaald, [auto]biografisch, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Norbert Elias-pagina
dinsdag 28 augustus 2007
Deze zomer vatte ik het plan op om éen roman van John Irving te lezen, en éen van Tom Wolfe. Om na afloop te kunnen melden wat mijn ideeën over beide boeken zijn.
Deze twee auteurs vinden van elkaar dat ze niet schrijven kunnen. Zoals het nu lijkt, vind ik dat ze allebei gelijk hebben.
Van Irving was het alweer even geleden dat ik hem las voor het laatst. Toch staan vrijwel al zijn romans bij mij in de kast, meestal zelfs als hardcover; doorgaans de eerste Amerikaanse druk. Dit komt vooral omdat deze boeken altijd een paar jaar na de eerstuitgave voor een habbekrats in Nederland verramsjt worden. Nog altijd denk ik iets te missen door zo’n boek dan niet te kopen.
Dit komt omdat Irving’s boeken zo dik zijn, en omdat ik in een ver verleden wel degelijk plezier heb beleefd aan romans van zijn hand.
Het is ook niet dat Irving niet zou kunnen schrijven. Maar de voornaamste uitwerking die zijn boeken de laatste jaren op mij hebben, is die van een hypnose. Hoewel de romans vol staan met merkwaardige personages, worden hun wederwaardigheden vooral zo verteld dat bij mij langzaam alle kritische zin in slaap wordt gewiegd.
Irving’s laatste boeken zijn nogal traag. Until I find You was dit helemaal, omdat hetzelfde verhaal over die hoofdpersoon wel drie keer verteld werd. Eerst vanuit het perspectief van de moeder, dan nog een keer om na te gaan wat er niet klopte aan dit verhaal, en dan eindigt het boek met een reprise van werkelijk alles vanuit weer een ander gezichtspunt.
Ondertussen staan de latere hoofdstukken al vol met van die zinnetjes die even samenvatten wat eerder is uitgelegd.
Dus luidt mijn conclusie dat er van dit boek weinig overblijft, kritisch bekeken. Maar ook dat ik tegelijk even een paar uur gehypnotiseerd ben geweest, ergens tussen pagina 125 en 420. Daarna ging het te goed met de hoofdpersoon, en werd die volkomen oninteressant.
Enfin, zelfs voor mijn doen is dit boeklogje zeldzaam oninformatief. Waar ging deze roman over? Het is een Irving, waar kan die over gaan? Denk worstelen, denk klein blijvende zoon die opgroeit zonder vader, denk grote vriendin die meer een zus is dan een liefde. Etcetera, etcetera.
John Irving, Until I Find You
A Novel
826 pagina’s
Random House, 2005
in: a-z, books in english
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de John Irving-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog
woensdag 29 augustus 2007
Er zijn columns uit dit boek herdrukt in Martin Bril’s recente bundel Haagse bluf. Dat mag best hoor. Zoals ik eerder schreef zijn de thematisch gerangschikte bundels misschien wel beter dan deze, die alles bevatten wat in een bepaald tijdvak is geschreven. Maar toch voelt zo’n ontdekking tijdens het lezen wat goedkoop. Hé, dit stukje kan ik overslaan.
Eenmaal aan het overslaan, kan er ook snel reden zijn maar helemaal met het lezen op te houden. Ik bedoel, Bril schrijft goed. Daar gaat het niet om. Maar z’n columns zijn ook weer geen liedjes die steeds beter worden naarmate ze vaker genoten worden. Raar eigenlijk, dat teksten doodslaan zo gauw je weet wat of er komt.
De columns in deze bundel behandelt het lange jaar 2003, waarin Balkenende I ten onder gaat, Prins Claus overlijdt, en nog wel mee plaatshad dat even de gemoederen stevig bezig hield. Bril ging soms even kijken waar iets gebeurd was.
Maar als er op een plek werkelijk niets gebeurt, is hem dat misschien nog wel liever.
meer Martin Bril op boeklog
Martin Bril, Het ronde land
308 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2004
in: typisch hollands, a-z, bundels
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Martin Bril-pagina
vrijdag 31 augustus 2007
Onlangs nog, noemden de Britten in een enquête het ambacht van schrijver als hoogste van alle mogelijke droomberoepen. Alleen zijn er nu net weinig bezigheden waarin het verschil tussen het geringe tal succesrijke beoefenaren en de miljoenen wannabe’s groter is dan in de schrijverij. De meeste mensen slagen er al niet eens in een boek te schrijven, vervolgens blijkt het nog een enorme drempel om te worden uitgegeven, en zelfs dan is het een tref als iemand anders een boek opmerkt.
Ga maar lang genoeg met een boeklog door, zodat het goed vindbaar wordt op de Google’s van deze wereld, en de onontdekte schrijvers en andere dorpsgenieën zullen u als vanzelf benaderen.
Vargas Llosa kent het verschil tussen droom en daad. Hij begint zijn brieven aan een jonge schrijver daarom door het ambacht van zijn mythes te ontdoen. Begin er niet aan, als niet het schrijven zelf het belangrijkste is. Die passie moet er zijn. De rest is bijzaak.
Vervolgens geeft hij ook wat technische informatie over het schrijven. Over vertelperspectief heeft hij het dan, en dat soort zaken. Wie al een paarhonderd romans in zijn leven gelezen heeft, komt daarbij niets nieuws tegen. Maar mooi dat het even op een rijtje is gezet.
Overigens zegt Vargas Llosa betrekkelijk weinig over de betekenis van het lezen voor de ontwikkeling van het schrijven. Terwijl, als ik iets opgemerkt heb aan de studenten die ik taalvaardigheid bijbracht dat toch is dat ze gemiddeld genomen nooit uit vrije wil een boek inkijken.
In tegenstelling tot wat ik eerder meldde, maakt dit boek overigens geen deel uit van die Amerikaanse reeks ‘The Art of Mentoring‘. Maar goed, ook die serie was niets anders dan een antwoord op Rilke’s Briefe an einen jungen Dichter.
Dit boekje is ook minder autobiografisch dan de boeken uit die Amerikaanse reeks, en dat maakt het wat vlakker. Verder kan ik Vargas Llosa maar heel slecht lezen in vertaling. Het is of in het Nederlands benadrukt wordt met hoe veel krullen hij schrijft. In het Engels valt dat minder op. Maar mijn Spaans is weer niet goed genoeg om rechtstreeks over de bron te kunnen oordelen.
Mario Vargas Llosa, Aan een jonge romanschrijver
Brieven over de kunst van de roman
144 pagina’s
Uitgeverij Meulenhoff, 1999
vertaling van Cartas a un joven novelista
in: boeken over schrijven, a-z, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels | of bekijk de Mario Vargas Llosa-pagina
helaas, er staat verder niets van dezelfde auteur of instantie op boeklog