Sitebuorren ~ Auck Peanstra

► door: A.IJ. van den Berg

Het verbaast me altijd wat dat er in Nederland zo veel boeken gaan over de jeugd van iemand. Of het nu om fictie gaat, of autobiografie, altijd is er overvloedig aandacht voor de kinderjaren. Terwijl er doorgaans heel weinig bijzonders te zeggen is over die periode. Het decors liggen vast, met de situatie thuis, die op school, en desnoods nog het buitenspelen. De mogelijke personages zijn daarmee ook bekend. Hierop heel verrassend variëren is bijkans onmogelijk.

Pas als het iemand wel lukt iets eigens te doen met dit thema, valt op hoe krachtig het eigenlijk is. En Auck Peanstra wist een sterk boek te schrijven, met haar herinneringen aan het leven op Sitebuorren. Dat was toen een gemeenschap op een eiland, ten oosten van Grou — in het lege midden van de provincie Friesland.

Voor een kind is alles normaal, dus ook het leven op een afgelegen boerderij in de jaren vijftig. Zelfs als daar in haar vroegste jaren de twintigste eeuw pas aanbreekt, als er waterleiding komt, en elektriciteit. Zij krijgt amper mee wat er daardoor iets verandert. Maar wel moet ze bijvoorbeeld al jong leren roeien, om van het erf te kunnen komen en naar school te gaan.

Dit boek is voor mij vooral zo aardig doordat de schrijfster haar gekleurde herinneringen, en dus haar heimwee, afzet tegen verslagen uit de tijd zelf. Er zijn namelijk ineens brieven opgedoken van toen. Brieven van haar moeder aan een stagiaire. Beide vrouwen lagen elkaar goed, dus werd er meer uitgewisseld dan enkel de beleefdheden. En daardoor blijkt dat Sitebuorren veel minder een paradijs te zijn geweest dan Auck Peanstra zich wel herinnerde. Het boerenbestaan kent altijd al onzekerheden, maar voor een boerderij op een eiland geldt dit nog meer, met het extra gevaar van wateroverlast.

Door die brieven helemaal op te nemen, krijgt dit boek een heldere vorm. Bovendien stelt de inhoud Peanstra in staat over alle aspecten van haar jeugd te schrijven, zelfs over de tijd voor haar geboorte.

Behalve een portret van haar jeugd, is dit boek daarmee ook een eerbetoon aan haar moeder. Een verontschuldiging ook haast, van had ik hier maar eerder over geweten.

Voor mij, met mijn achtergrond als cultuurhistoricus, bood dit boek bovendien nog wat interessante extra’s. Zo leerde ik van Peanstra hoe laat sommige afgelegen gebieden in Friesland pas bij de moderne tijd betrokken werden. Daarnaast waren zelfs haar herinneringen interessant aan de verplichte logeerpartijen, als de vaarten dicht waren gevroren en er niet normaal van school naar huis was te gaan. Ik leer daaruit dan weer uit sommige mensen hier dus nog tot in de jaren vijftig in een alkoof sliepen. Niet plat op de rug liggend, maar half rechtop zittend, met ladingen kussens in de rug.

Nederland was laat met het afschaffen van de bedstee en het alkoof, zo leerde Ileen Montijn me, maar dat ze nog zolang in gebruik zijn geweest, verrast me dan toch.

Bij elk paradijs-verhaal hoort een verdrijving. In dit boek is daar zelfs op verschillende manieren sprake van. Allereerst heeft natuurorganisatie It Fryske Gea inmiddels grote stukken van het gebied in bezit, en wordt er niet meer zo als in vroeger tijden landbouw bedreven. Teruggaan, kan alleen daarom al niet meer. De wereld ligt er heel anders bij inmiddels. Maar ook toen Auck en haar familie er nog woonden, kwam de buitenwereld al steeds dichterbij, door de aanleg van wegen. Er werd zelfs een polderweg helemaal vanaf Oudega doorgetrokken die het isolement van de boerderij in éen keer ophief. En Auck Peanstra kreeg dan misschien nog wat brieven van haar moeder terug, er waren maar een klein tal van die tijdscapsules. Al gauw werd het voor haar moeder makkelijker om even met haar vriendin te telefoneren.

Later verhuisde de familie naar een boerderij in de buurt van Wartena. Auck Peanstra heeft maar tot haar veertiende op Sitebuorren gewoond. Later werd ze kleuterleidster, en ging ze kinderboeken schrijven.

Het antwoord op mijn verzuchting waarom zo veel mensen zich geroepen voelen almaar over die jeugd te schrijven, is natuurlijk niet zo moeilijk. Een terugkeer naar het verleden is uitgesloten. Terugkeren kan dan alleen nog in herinnering, of door die herinneringen tot boek uit te werken. Niet vaak gebeurt dit zo boeiend als in Sitebuorren, myn eigen paradys. Wellicht omdat de kindertijd van de schrijfster zich op het breukvlak van twee tijdperken afspeelde, denk ik.

Auck Peanstra, Sitebuorren, myn eigen paradys
Oantinkens

175 pagina’s
Utjouwerij Venus, 2007
isbn 978-90-5998-041-9
priis: € 17,90

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden