Mensenmaatschappij ~ Abram de Swaan

► door: A.IJ. van den Berg

Eenmaal afgestudeerd ligt het niet voor de hand nog eens een boek te lezen dat als inleiding kan dienen op je vakgebied. Dit gebeurt eigenlijk nooit. Alsof in zulke boeken niets kan staan dat nog eens verrassende inzichten brengt.

Nu ben ik weliswaar historicus, maar in de geschiedenis gaat mijn belangstelling vooral uit naar alles wat niet direct politiek is. Mij interesseert dus cultuur, en de sociaal-economische ontwikkelingen. En de vragen die daarbij spelen, lijken al verdacht veel op waar de sociale wetenschappen zich mee bezighouden.

Die afbakening van vakgebieden, met al zijn versterkte grensbewaking, vind ik ook niet vreselijk interessant. En gelukkig geldt ditzelfde voor Abram de Swaan, die met De mensenmaatschappij een inleidend boek schreef dat de beperkingen van zijn vakterrein — de sociologie — oversteeg.

Abram de Swaan heeft twintig jaar over de samenstelling van dit boek gedaan. Het ontstond als inleiding terwijl hij als gastdocent in Suriname werkte, en werd in de loop der tijd aangescherpt door wat zijn studenten niet, of anders begrepen dan hij bedoeld had.

De mensenmaatschappij is een boek over de mens, en de wereld waarin die na zijn geboorte terecht komt. Daarin blijken nogal wat afhankelijkheden te bestaan. We zijn om heel verschillende redenen telkens aangewezen op de inspanningen van anderen, of maken dankbaar gebruik wat anderen al bedachten. Of het nu de taal is die ook wij maar zijn gaan spreken en lezen, zoals nu, of het de weg is waarover we rijden.

Het was voor mijn eigen denken niet verkeerd om al die afhankelijkheden nog weer eens, zij het wat geabstraheerd, langs te zien komen. Die afhankelijkheden erken ik zonder meer. En goed, helemaal nieuw was het inzicht niet voor mij. De Swaan doet niet aan bronverwijzingen in de lopende tekst — er staan wel wat achterin — maar veel ideeën over die afhankelijkheidsrelaties komen bijvoorbeeld bij Norbert Elias weg.

Wel is een conclusie dat De Swaan, zoals zijn vakbroeders, anders naar maatschappelijke ontwikkelingen kijkt dan ik het doe. Zij proberen daar toch telkens constanten uit te distilleren. En goed, dan heet een ontwikkeling die eigenlijk niemand wil — zoals de verrommeling van het landschap in Nederland — bij hen een ‘blind proces’.

Ik ben zeker dankbaar voor dit soort indelingen en benamingen, tegelijk weiger ik om mij daar nu blind op te staren. Al verhelderen ze het eigen denken wel. Maar het is éen ding om constanten te ontlenen uit wat gebeurd is, het is alweer iets heel anders om bijvoorbeeld dezelfde constanten te projecteren op wat nog te gebeuren staat.

Abram de Swaan, De mensenmaatschappij
Een inleiding

164 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 2002, oorspronkelijk 1996

[x]