Vreemde eilandbewoner ~ D. Hillenius

► door: A.IJ. van den Berg

Mooi aan de boeken van Hillenius vind ik de afwisseling in zijn werk. De vreemde eilandbewoner is weer gewoon een biologieboek. Een monografie is het, waarin uitgelegd wordt hoe evolutie werkt, door te tonen wat er telkens weer in isolement, op een eiland, met diersoorten gebeuren kan.

Zo kunnen trage reuzen, of vogels die niet kunnen vliegen, er langer blijven bestaan, dan in gebieden waar ze wel om voedsel concurreren met kwiekere dieren.

Het was ook dit eilanddenken dat het boek speciaal maakte voor mij. Want, wat heb ik verder al niet over evolutie gelezen. Maar juist die invalshoek, met de vraag hoe dieren en planten zich over de aarde verspreiden, was nieuw voor mij. Zelfs al worstelden de biologen in de jaren zestig nog met de vraag hoe het toch zat met het gelijktijdig voorkomen van soorten op zo verschillende plekken.

Hillenius zelf vindt wel iets spreken voor de Pangea-theorie van Wegener. Van geologen hoort hij dan alleen weer dat dit idee toch wat achterhaald zou zijn. Maar als de continenten niet ooit éen geheel waren, dan moeten er dus landbruggen zijn geweest. En omdat de meeste biologen maar in éen soort specialiseren, vinden ze allemaal weer andere landbruggen noodzakelijk dan collega’s.

Nuttigst aan dit boek voor mij was Hillenius’ meer theoretische verhandeling over de verspreiding van soorten. Ofwel, zijn uitleg dat er in een kerngebied van een soort altijd de meeste verschillen kunnen voorkomen tussen de families. Terwijl aan de randen van het verspreidingsgebied alle beesten op elkaar lijken, omdat ze genetisch zo veel met elkaar gemeen hebben.

Zoiets is dan weer verhelderend bij de recente ontdekking dat alle mensen met blauwe ogen familie van elkaar zijn, en er nogal veel van in Scandinavië wonen.

D. Hillenius, De vreemde eilandbewoner
207 pagina’s
De Arbeiderspers 1976, oorspronkelijk 1967

[x]