Looking For a Ship ~ John McPhee

► door: A.IJ. van den Berg

Ik moet ontstellend veel boeken hebben gelezen over varen. Al zullen dit vooral jeugdboeken zijn geweest, met lectuur die ooit verantwoord werd geacht. Boeken vol met ferme jongens, stoere knapen. Boeken ronkend van de blinde verheerlijking, blatend over de glorie van de Hollandsche driekleur, en de zegeningen daaronder gebracht in de Oost.

Op mijn Lagere school stond nog gewoon propaganda in de kast. Zoals die boeken over varen. Zoals De held van de Spionkop — waarin de wandaden van de Britten tegen de Boeren in Zuid-Afrika breed zijn uitgemeten. Dat de Nederlanders tezelfdertijd nog wreder oorlog voerden in Atjeh paste in een jeugdboek niet.

Maar wie heb ik de laatste vijfentwintig jaar nog gelezen over de scheepvaart, dan misschien Biesheuvel en Alberts? Terwijl een vrachtschip, met zijn relatief kleine bemanning, en de beperkte ruimte aan boord, op zich een ideaal decor is om ergens een drama te plaatsen.

Deze omslachtige inleiding dient om uit te leggen waarom deze lange reportage van John McPhee me dubbel melancholisch maakte. Het is al een boek over het mogelijke einde van de Amerikaanse koopvaardijvloot. Maar voor mij woog nogal mee dat hij een wereld beschreef die ik kende, en waar me vooral leugens over zijn verteld.

Tegelijk, wat een rijk boek is ook deze McPhee weer.

John McPhee reisde eind jaren tachtig als betalend passagier mee op de Stella Lykes, op een maanden durende trip langs havens in Zuid-Amerika. Onderweg zijn er piraten, verstekelingen, en is er mechanische pech. Onder meer.

Mij lijkt het geen toeval dat het boek eindigt als het schip zonder motorkracht ronddobbert, omdat er water in de diesel kwam. En voor het eerst vind ik een stilistische vondst van McPhee wat te zeer opgelegd. Alsof daarvoor al niet duidelijk was geworden met hoeveel problemen de Amerikaanse koopvaardijvloot te kampen heeft.

Het boek begint ermee als éen van de twee hoofdrolspelers probeert aan te monsteren op een schip. Maakt haast niet uit welk schip. Hij is al bijna een jaar zonder. Volgens de regels van de vakbond komt hij daarom eerder voor een plek in aanmerking dan iemand die korter zonder schip heeft gezeten. Maar duurt het bestaan aan wal langer dan een jaar, dan verliest hij al zijn voorrechten weer.

Blij monstert hij aan op de Stella Lykes. Al is het schip onderbemand, zoals de hele Amerikaanse vloot, al is de gemiddelde leeftijd van de bemanningsleden tegen de zestig.

Voor reders pakt het inmiddels nu eenmaal goedkoper uit om schepen onder een de vlag van een derdewereldland te laten varen. Liggen de salarissen een stuk lager, kost de verzekering heel wat minder.

Onvergetelijk wordt mede daarom de figuur van de kapitein van de Stella Lykes. Overgrootvader is hij inmiddels, en toch zal deze Paul McHenry Washburne nooit een bestaan aan de wal kiezen. Op zijn verplichte vakanties doet hij niets anders dan wachten tot hij weer varen kan. Nu ja, en golfen. Al heeft hij voor niets in het leven een liefde zo groot als zijn haat tegen golfen is.

Maar zijn generatie en die daarop nog volgde, lijkt toch een laatste te zijn. Dan blijven enkel nog hun portretten over. En hoe meesterlijk de levens van de zeelui ook zijn vastgelegd door John McPhee, bijna lezen ze als in memoriams.

John McPhee, Looking for a Ship
242 pagina’s
Farrar, Straus and Giroux 1991, oorspronkelijk 1990

[x]opgenomen in het dossier: