Raymond Chandler Papers ~ Raymond Chandler

► door: A.IJ. van den Berg

Ik zocht in mijn digitale archief om wie me ooit had aanbevolen The Raymond Chandler Papers te gaan lezen. Maar daarbij viel me iets op. Ik had al eens twee autobiografische boeken van deze auteur uit de bibliotheek gehaald, veertien jaar geleden: Raymond Chandler Speaking namelijk, en The Notebooks of Raymond Chandler. En uit die boeken had ik heel wat citaten overgenomen, die me nu weer waren opgevallen bij het lezen van deze verzameling. Zonder dit te weten.

Doorgaans onthoud ik toch aanmerkelijk beter wat ik las. Zeker als het zo veel indruk maakt.

Enfin. Houd ik aan deze ontdekking in elk geval het inzicht over dat het wellicht loont The Notebooks of Raymond Chandler nog eens te kopen. Tussen Raymond Chandler Speaking en The Raymond Chandler Papers zal er te veel overlap bestaan. Beide citeren ruim uit de brieven van deze Amerikaanse auteur.

Prettig aan deze bloemlezing is daarbij dat de redacteuren zich beperken tot de meest saillante gedeelten. Geen brief lijkt in zijn geheel opgenomen te zijn. Soms is de verantwoording van de samenstellers zelfs langer dan het gepubliceerde citaat.

Raymond Chandler [1888 – 1959] was als mens waarschijnlijk het best uit zijn brieven te leren kennen, zo stelt Tom Hiney in de inleiding. Hij hield niet van interviews, en leefde het grootste gedeelte van zijn leven als een halve kluizenaar, met zijn vrouw als beste vriend.

Wat nieuw voor me leek, maar ik dus ooit geweten moet hebben, was dat Chandler pas laat aan het schrijven toe kwam. Zijn eerste spannende verhaal werd in 1933 gepubliceerd, The Big Sleep, zijn eerste roman, in 1939.

Het is misschien hierom dat hij zich zo prettig illusieloos toont, over ‘de literatuur’, en al die nontalenten die daar duur over doen. Voor Chandler telde maar éen ding. Vakmanschap. Of dit nu in het schrijven was, of in de films, waarvoor hij scenario’s ging schrijven. En goed, dat er dan zo af en toe ook een schrijver of regisseur opstond die meer had, was vooral miraculeus; en niets iets wat als uitgangspunt kon gelden.

Aan het eind van deze bloemlezing klinkt dan ook nogal wat frustratie door dat hij in de VS als een te negeren maker van thrillertjes werd gezien, terwijl de Britten hem wel degelijk als kundig schrijver erkenden. Maar goed, dat laatste gedeelte van het boek is in meer opzichten nogal treurig. Chandler dronk zijn hele leven nogal veel, maar nadat zijn vrouw stierf, raakte hij helemaal uit balans.

In dit boek staan vooral veel brieven uit de periode 1946 – 1954. Dat was een vruchtbare tijd. Chandler had inmiddels naam gemaakt, hij werkte voor Hollywood, dus was er geld, en hij heeft belangstelling volop voor wat er aan boeken verschijnt.

Het is ook vooral dit gedeelte, met al de narrige uitspraken over waar het bij schrijven om gaat, die dit boek tot meer maken dan de verzameling brieven van een al even dode auteur. Veel van de elementaire lessen die Chandler daar biedt, zijn bij menig auteur, van welk genre boeken ook, nog altijd onbekend.

Raymond Chandler, The Raymond Chandler Papers
Selected Letters and Nonfiction¸1909–1959
Edited by Tom Hiney and Frank MacShane

269 pagina’s
Grove Press, 2000

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden