Onvergetelijke thuiskomst ~ Frits Abrahams

► door: A.IJ. van den Berg

Dagelijkse columnisten zijn nodig. Omdat alleen de mensen die dagelijks iets moeten afleveren weleens direct zullen reageren op wat er allemaal speelt, zonder daarbij meteen alles zeker te weten. Tegelijk zijn er maar een paar columnisten in Nederland die dagelijks schrijven.

Martin Bril is net dood, Campert en Mulder hielden er in 2006 mee op. Blijven in mijn blikveld over: Aaf Brandt Corstius in NRC-next, Peter Middendorp in De Pers, Bert Wagendorp in de Volkskrant, waarvan ik niet eens zeker ben of hij dagelijks schrijft, Theodor Holman in Het Parool, en Frits Abrahams in NRC-Handelsblad. Vergeet ik voor het gemak alle TV-recensenten maar, de receptenverstrekkers en kookhoekjesvullers, of de redactiehoofden die zichzelf ijdel een ereplaatsje hebben gegeven op hun sportpagina’s.

Vijf dus.

Is dat genoeg? Is dat te weinig? Is dat te veel?

Vast staat dat geen mens elke werkdag wonderen verricht. De columns in deze bundel van Frits Abrahams zijn geschreven vanaf de herfst van 2004, vlak voor de moord op Theo van Gogh, en eindigen iets na de vergeefse campagne van het Nederlands voetbalelftal op het WK in 2006.

Van goed twee jaar aan dagelijkse publicaties bleek dus ongeveer een derde bewaarbaar. Dat lijkt me op zich een hoog gemiddelde.

Abrahams vond ik altijd een uitmuntend interviewer, en ook een interessante rechtbankverslaggever, of TV-criticus. Maar hem als dagelijkse chroniqueur lezen, is voor mij toch meer gewoonte dan noodzaak. Ik neem er nooit iets uit zijn columns over in mijn digitale archief; wat toch een criterium is. Ik heb niet het idee ooit iets te onthouden van zijn werk.

Al bleek dat ook weer niet helemaal waar te zijn. Van bijna alle stukjes in dit boek herinnerde ik me ze eerder gelezen te hebben. En toch kwam dat niet door Abraham’s kwaliteiten, maar eerder om dat de afstand in tijd sinds de eerste publicatie nog te kort is, en mijn geheugen voor trivia te goed.

Door de bundeling vielen me wel een paar zaken op. De sjablonen in Abraham’s aanpak, bijvoorbeeld. Zoals het telkens toevallig afgeluisterde gesprek. Of het herhaalde bezoek aan weer een nieuw cultureel evenement.

En ook vond ik bij nader inzien vreemd dat als Frits Abrahams het over de reacties in de media heeft — zoals in de tijd na de moord op Van Gogh — hij net doet alsof hij een willekeurige mediaconsument is, in plaats van een ervaren journalist met inzicht in de werkwijze van zijn collega’s.

Winnen de columns derhalve bij bundeling? Doorstaan ze die lakmoestest voor de verzameling van alle eerder gepubliceerde werk?

Nee. Nu nog niet. Misschien dat dit over tien jaar anders is.

Frits Abrahams, Een onvergetelijke thuiskomst
230 pagina’s
Prometheus | NRC Handelsblad, 2006

[x]