Best of Myles ~ Flann O'Brien

► door: A.IJ. van den Berg

Brian O’Nolan heette hij, en hij was ambtenaar in het toen nog zeer arme Ierland. Maar niemand die dat ook maar een tel onthouden had, als O’Nolan [1911 – 1966] daarnaast niet een grote hoeveelheid teksten had geschreven. Dat gebeurde telkens onder pseudoniem trouwens, vanwege die veilige vaste betrekking in overheidsdienst.

Ik kende O’Nolan al als Flann O’Brienn: de auteur van rijk gevulde romans, die enerzijds nogal door Joyce en de klassieke Ierse literatuur beïnvloed waren, maar tegelijkertijd met werkelijk alles de spot dreven — opvallend genoeg ook waar dit zijn ambtenarenbaan had kunnen schaden. Collega’s komen er zelden goed vanaf in zijn boeken.

O’Nolan schreef vanaf het eind van de jaren dertig tot aan zijn dood ook dagelijkse columns voor The Irish Times. Zijn pseudoniem daarbij was Myles na cGopaleen; ofwel Myles van de kleine paardjes. [Niet waar, Myles van de ponies, zo beweerde hij zelf. Het imperialisme van het paard moet niet nog verder worden aangemoedigd]. Die stukken waren eerst alleen in het Iers, vervolgens om de dag in het Iers en het Engels, en later alleen nog Engelstalig.

Deze bloemlezing van de columns heet weliswaar The Best of Myles, maar die titel klopt niet. De samensteller concentreerde zich slechts op de eerste vijf jaar, van wat een werkelijk immense productie moet zijn geweest.

Maar wat een ongemeen rijk boek leverde dat niettemin op.

Myles na cGopaleen was niet iemand die zich iets van genregrenzen aantrok. Dit boek staat bijvoorbeeld vol met krankzinnige uitvindingen, en parodieën. Tegelijk vindt hij ook zichzelf steeds opnieuw uit. Het ene moment is hij telg uit een indrukwekkend geslacht, met een eerbiedwaardige vader die net overleden is. De volgende keer is hij zelf een grijsaard. Dan weer doet hij of hij een bank begonnen is, met als duidelijk doel zichzelf te verrijken.

Vaste gasten zijn er ook. Zo is er een broer, die alles beter weet, maar daarin toch wat overdrijft. En Myles na cGopaleen gaat regelmatig in discussie met ‘the Plain People of Ireland’.

Tegelijk weet hij ook weer feilloos de vele clichés in de teksten van Ierse journalisten op te sommen. Maar dat heeft dan wel als bedoeling de lezer te laten lachen.

En goed, dan zijn lang alle grappen niet geslaagd. Laat staan dat ik weet wat er eind jaren dertig speelde in Ierland, of alle parodieën als parodie kan herkennen. Maar de verzamelde anarchie in tekst van deze ene man is uiteindelijk vaak heel aanstekelijk. En een aantal fragmenten is wel degelijk tijdloos:

Chat

  • Does Proust affect you terribly? Emotionally, I mean?
  • Nao, not rahlly. His prose does have that sort of…glittering texture, rather like the feeling one gets from the best émaux Limousines. But nao…his peepul..thin, yeou knaow, thin…dull, stupeed.
  • But surely…surely Swann…?
  • Ah yes…If all his geese were Swanns….
Flann O’Brien, The Best of Myles
A selection from ‘Cruiskeen Lawn’
Edited with a Preface by Kevin O’Nolan

400 pagina’s
Grafton Books 1987, oorspronkelijk 1968

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden