Hoofdkussenboek ~ Sei Shōnagon

► door: A.IJ. van den Berg

Eduardo Galeano verwees er terloops naar, in het boek Mirrors. Waarbij hij de verzameling fragmenten in dit hoofdkussenboek begroette als het werk van een inspirerende voorgangster. Zelfs al leefde ze dan duizend jaar geleden.

Dit was aansporing genoeg om dit hofdagboek eens te herlezen. Er stond me namelijk inhoudelijk bijna niets meer van bij. En dat is ook al even zo. Zelfs de film van Peter Greenaway indertijd, waarvoor Sei Shōnagon als auteur in de credits staat, klaarde toen weinig op. Had ik het wel gelezen?

Het hoofdkussenboek is een boek vol poëzie, persoonlijke mijmeringen, hofcultuur, en lijstjes.

Zeker een derde van de 185 fragmenten bestaat uit opsommingen, meestal over de voor- en afkeuren van de kleine raadsvrouwe; zoals dat Shōnagon vertaald moet worden. Die lijkt daarin soms gewoon een hedendaags mens, maar vaak ook helemaal niet.

127a
Wat een huis behoort te hebben
Een keuken.
Een bediendenruimte.
Een nieuwe bezem.
Kleine tafeltjes.
Jonge dienstmeiden en hulpbedienden.
Schermen op poten.
Drievoets staatsiegordijnen.
Een mooi versierde proviandtas.
Paraplu’s.
Een opschrijfbord.
Kleine kasten met planken.
Vaten voor het opwarmen en schenken van wijn.
Middelgrote tafels.
Ronde strokussens.
Een gang die precies de goede knik maakt.
Een vuurkorf versierd met een schildering.

Er is vrij weinig bekend over de auteur, behalve dan dat ze even hofdame was bij de jonge keizerin Sadako. De geleerden twijfelen over haar echte naam, en vermoeden dat ze weliswaar uit een literair actieve familie stamde, maar dat deze er nooit in slaagde een lucratieve machtspositie in te nemen.

Dat zulke zekerheden in de geschiedenis zijn opgelost maakte mij weinig uit. Wat dit betreft, blijft de tekst van een boek zelf gewoon de beste kennismaking.

En ik heb Sei Shōnagon leren kennen. Als een jonge vrouw, met minnaars. Als een hofdame met een haast pijnlijk verering voor de keizerin. Als een snobje, die armoede zo vaak gelijk vond staan met lelijkheid. Als dichteres. Maar toch ook als iemand die aantekeningen maakte die ik had kunnen schrijven.

174a
Ik heb een hekel aan mensen
     Ik heb een hekel aan mensen die zich, zonder werkelijk te weten waar het over gaat, in een gesprek over gebeurtenissen uit het recente of een ver verleden mengen en het zicht op het onderwerp van gesprek met hun niet terzake doende opmerkingen volkomen vertroebelen.

Vraag is wel in hoeverre deze tweedehands vertaling — uit het Engels, niet het Japans — de hernieuwde kennismaking nog vertroebeld heeft.

Sei Shōnagon, Het hoofdkussenboek
342 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar 1988, oorspronkelijk ±1000 AD
vertaling uit het Engels door Paul Heijman

[x]opgenomen in het dossier: ,


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden