Met alle geweld ~ Hans Achterhuis

► door: A.IJ. van den Berg

Boeklog is een vrijwel dagelijks verslag van mijn fascinatie voor geweld. En nee, dat wist ik ook niet. Geen idee zelfs. Pas na het lezen van Met alle geweld drong dit gegeven tot mij door. Te veel schrijvers, en boektitels, die de filosoof Hans Achterhuis in dit grote werk behandeld heeft, kwamen de afgelopen jaren ook op boeklog langs.[1]

Dit maakte het lezen van dit boek tot meer dan een passieve bezigheid. Ik merkte de afgelopen jaren onbewust toch een groot aantal ideeën te hebben gevormd over macht en onmacht, en daarmee over geweld. En misschien daarom ook overtuigde Achterhuis me uiteindelijk niet.

Hoe dik Met alle geweld ook zijn mag, het mist voor mij iets. Er ontbreekt een kern. Als literatuurstudie van wat er relatief recent in romans, door filosofen, of door primatologen geschreven werd over bijvoorbeeld agressie mag dit een voorbeeldige uitgave heten. Maar er ontbrak me te zeer een synthese. Het leek of Achterhuis het hele onderwerp te verschrikkelijk vond om over na te denken, en daarom liefst alleen beschreef wat hij op een afstand kon houden.

Hans Achterhuis bleef problemen houden om vast te stellen waarover hij nu eigenlijk schrijven zou. Een heel hoofdstuk uit het begin van het boek heet ook: ‘Op zoek naar een definitie’. En hij komt dan uiteindelijk via een geleend citaat tot een soort werkhypothese bestaande uit vier elementen:

Geweld bestaat dan in ‘het min of meer intentioneel toebrengen of dreigen toe te brengen van schade aan mensen of voorwerpen’. [78]

Maar vervolgens bleef hij het mij toch te veel in extremen zoeken. Als oorlog. Of moord. En volgens mij zocht hij daarmee randverschijnselen op. Uitersten. Waarover lang niet altijd uitspraken van een algemenere aard zijn te doen. Behalve dan misschien dat Achterhuis telkens probeert te schrijven over wat er gebeurt als alle normale regels wegvallen, en alleen een recht van de sterkste regeert. En probeert te verklaren waarom dit kan voorkomen.

En ja, ik zie dat Hans Achterhuis daarbij het onderscheid handhaaft dat Hannah Arendt ooit bedacht, tussen geweld en machtsuitoefening door de staat. Maar ik vind dat verschil te clean theoretisch. Voor mij begint geweld al op een heel wat onschuldiger lijkend niveau. Waarbij er ook al schade optreedt.

Zo kan dit boeklogje als een verbale gewelddaad gezien worden, omdat ik afdoe aan wat Hans Achterhuis heeft geschreven. En wie ben ik dan wel om dat te zeggen?

Tegelijk, als ik in het koor meezing dat het boek al bejubeld heeft, buig ik onder een bepaalde maatschappelijke druk — zoals vertegenwoordigd in al die blij verheugde critici — die luidt dat een emeritus hoogleraar filosofie, met een grote bibliografie, bij voorbaat al gelijk heeft.

Ook al omdat dit boek zo dik is.

Die collectieve druk ervaar ik als gewelddadig. Al leidt die nu dan niet tot zelfcensuur, omdat ik hier wel hardop durf te blijven nadenken; en omdat Hans Achterhuis niet van mijn woorden zal wakker liggen. Maar in vergelijkbare gevallen zal ook ik wel degelijk aan deze krachten toegeven. En me dan op de vlakte houden. Of gewoon alle uitspraken vermijden. Omdat meelopen naar waar de menigte heen wil meestal zo veel makkelijker is.

Het is niet helemaal toevallig dat ik dit boeklogje publiceer aan de vooravond van 9 november; daags voor herdacht wordt dat de Muur viel in Berlijn, en spoedig het failliet van het Communisme kwam. Omdat mij het leven in het toenmalige Oostblok ook veel zegt over welke vormen van geweld er bestaan om mensen te dwingen tot gedrag.

Komt er in het ‘vrije westen’ evenzogoed dwang voor; al dan niet met fluweel bekleed.

Zoals er een banaliteit van het kwaad bestaat, is er voor mij ook iets als een banale vorm van geweld. En ik denk dat ook die de duidelijkste manifestatie krijgt in blind druk uitoefende bureaucratie; waaronder het zo makkelijk is om misvormd te worden. Hoeven de ambtenaren nog niet eens corrupt te zijn; kunnen ze zelfs menen mij zo goed mogelijk van dienst te zijn, binnen alle beperkingen van het wettelijk kader.

Laat me dicht bij het thema blijven. Juist dat ik weigerde om tot moordenaar opgeleid te worden, de militaire dienstplicht verwierp, en de procedure om tot gewetensbezwaarde erkend te worden in al zijn krankzinnigheid meemaakte, heeft me als niets anders doordrongen van mijn intrinsieke machteloosheid, zodra de overheid met al zijn instanties, regels, en procedures iets met mij wil dat ik vertik. Waarbij alle willekeur nog eens extra schrijnde. Vrouwen niet twee jaar van hun leven hoefden op te offeren aan het leger, tweederde van de jongens geboren in mijn jaar al evenmin.

Teleurstellend vond ik ook dat Achterhuis pas in de epiloog de notie lijkt op te pikken dat geweld weleens nut kan hebben. Dat geweld alleen daarom al niet uit te roeien is. En dat inzicht komt dan ook nog bij anderen weg. Uit een programmaoverzicht van de NWO pikt hij op dat:

conflicten en strijd een onontkoombaar deel uitmaken van de menselijke werkelijkheid. Te vaak worden ze alleen maar negatief gezien en probeert men ze totaal uit te bannen. Dat wordt volgens het eerste uitgangspunt van het programma juist omgedraaid: ‘Onderzoek en theorievorming kunnen veel baat hebben bij een sterkere gerichtheid op andere dan alleen de destructieve functies van conflicten.’ Wie oog krijgt voor de positieve mogelijkheden van conflicten, zo luidt een tweede utgangspunt, krijgt ook de mogelijkheid om de-escalerend te werken, […] [717-718]

Hoeveel ondernemers nemen zich niet voor om de concurrentie te beschadigen, en ontlenen daar hun motivatie aan? Hoeveel menselijke vooruitgang is er niet te denken aan gesublimeerde agressie? Uit de wil om radicaal te willen veranderen wat er niet deugt?

En goed, dan is er natuurlijk een grens in wat er kan om die gewenste veranderingen te bewerkstelligen. Alleen wordt het vervolgens moeilijk om te definiëren waar zo’n grens ligt. En daarbij lijken mij de inzichten van filosofen, en wat zij aan redeneermethoden hebben ontworpen, nu juist nuttig gereedschappen.

Politici, bijvoorbeeld, hebben het in dit namelijk makkelijker. Voor een politica als Margaret Thatcher was Nelson Mandela tot vlak voor zijn vrijlating van Robbeneiland altijd nog gewoon een terrorist.

Tegelijk zijn er bibliotheken gevuld met filosofische teksten over politieke theorie, en de betekenis van geweld daarin. En dit maakt het zo vreemd dat Hans Achterhuis daar vrijwel alles van negeert; en bijvoorbeeld slechts Abram de Swaan aanhaalt, als autoriteit die het heeft over wat een Staat zijn burgers kan aandoen.

Alsof in klassieke tijden al niet de vraag gesteld werd wanneer tirannicide geoorloofd is.

Alsof er nooit is nagedacht over de betekenis van het juridische begrip dat een staat het geweldsmonopolie heeft. Neem bijvoorbeeld alleen de uitspraak van Russell, dat ja, een overheid zo een macht moet hebben. Maar tegelijk nooit een goede overheid kan zijn, tenzij dit machtsmiddel hoogst zelden wordt ingezet.

Alsof ambtenaren niet met de beste bedoelingen levens grotesk kunnen beïnvloeden, zoals ik hierboven al schreef. Of politici, die al helemaal bij waan van het moment leven.

Nogmaals, voor mij begint geweld niet bij de extremen. Neem nu maar een actueel voorbeeld, over het schaduwbestaan van u en mij in allerlei overheidsdatabases. Als een overheid mij op deze wijze burgerrechten afpakt, of die ernstig beperkt, puur omdat deze overheid dit kan, ervaar ik dat als een gewelddaad. Kan de Tweede Kamer daar honderd keer mee hebben ingestemd. En dat de kabinetten Balkenende zulke maatregelen invoeren met als argument zo beter de terroristen te kunnen bestrijden — omdat Nederland dagelijks nog immer grote gevaren loopt, volgens diezelfde overheid, die twee keer de agressor meehielp bij invasies in moslimlanden — is daarbij helemaal een gotspe.

Enfin, filosofen houden zich op een veel abstracter niveau met de actualiteit bezig. En boeken moeten nooit besproken worden op wat erin ontbreekt. Is er dan werkelijk niets goed over Met alle geweld te zeggen?

Nu ja, wat Hans Achterhuis beschrijft, doet hij goed. Dat hij probeert te begrijpen waaruit geweld voortkomt, is telkens zichtbaar. En zelfs hoe hij boeken leest, is interessant om mee te krijgen.

En tegelijk werd voor mij bovenal duidelijk dat ik het als leek zo veel makkelijker heb om gedachten te vormen dan hij, als autoriteit. Dat Achterhuis eens zijn licht opstak bij Frans de Waal, om te kijken hoe de andere primaten geweld hanteren, is niet vreemd. Wel is opvallend dat het lijkt of hij nu pas, in zijn emeritaat, die vrijheid nam om buiten de door filosofen platgetreden paden te gaan.

Want zoals al gezegd, zelfcensuur, zoals het negeren wat andere wetenschappen aan nuttige kennis kunnen bergen, is voor mij toegeven aan een vorm van geweld. En zo geredeneerd wordt voor mij al interessant om na te gaan waarom ik dan toch soms bewust beperkingen opleg aan mijzelf.

Hans Achterhuis, Met alle geweld
Een filosofische zoektocht

793 pagina’s
Lemniscaat, 2008
  1. Achterhuis bekeek onder meer werk van Noam Chomsky, J.M. Coetzee, Charles Darwin, Richard Dawkins, Daniel Dennett, J.A.A. van Doorn, Wijnand Duyvendak, Norbert Elias, Marjolijn Februari, Theo van Gogh, John Gray, Eric Hobsbawm, Milan Kundera, Michel de Montaigne, Abram de Swaan, Dubravka Ugresic, Frans de Waal, en Koos van Zomeren. Waarbij ik twee keer nog zo veel namen had kunnen noemen, maar dit nalaat omdat wat op boeklog over hen staat, geen verband heeft met Achterhuis’ boek. []

[x]opgenomen in het dossier: ,