Ueber die Dummheit ~ Robert Musil

► door: A.IJ. van den Berg

Belangrijkste reden om deze toespraak nog eens te bekijken, is Matthijs van Boxsel. Vaak als diens Encyclopedie van de domheid ter sprake komt, volgt er die verwijzing naar deze tekst van Robert Musil. Daarmee begon diens belangstelling indertijd voor een onderwerp dat tot levenstaak lijkt te zijn uitgegroeid.

Van Boxsel verkondigt inmiddels het standpunt dat er zonder domheid geen nieuwe inzichten mogelijk zijn. Wat we menen zeker te weten, staat heel makkelijk de toegang tot nieuwe kennis in de weg. Relativering blijft nodig. Omdat geldt:

Geen mens is intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen.

En het was dom van mij, om deze gedachtenexercitie van Musil via Van Boxsel te benaderen. Wat Musil aan ideeën zaaide over het onderwerp, is inmiddels door zijn navolger gepreciseerd, verbeterd, en uitgebreid. Kennis over wat Van Boxsel geschreven heeft, maakte me blind voor wat uniek was aan Musil’s benadering.

Enfin. Deze lezing uit 1937 las wel prettig, dankzij de satirische ondertoon, en ondanks alle bij zo’n voordracht horende retoriek.

Waar ik wel op gespitst bleef, was of Musil’s achtergrond als ingenieur zich nog in de tekst openbaarde. Omdat ik zelf ooit bijna ingenieur was, is me bijvoorbeeld iets bekend over hoe deze mensen de vele onzekerheden hanteren die samenhangen met het bouwen en ontwerpen van zaken.

De Wet van behoud van ellende is bijvoorbeeld ooit als eerste door een ingenieur opgesteld. Elke technische oplossing creëert elders weer een nieuw probleem. En zo blijft men bezig. Wat trouwens niet altijd dom hoeft te zijn; ook ingenieurs willen werk houden.

Maar Musil introduceerde zich allereerst als dichter bij zijn publiek. En als iemand die ook regelmatig fouten maakte. Hij had het verder niet alleen over domheid, hij stelde daar toch ook slimheid tegenover. Hoewel de vraag wat wijsheid is maar in een andere lezing beantwoord zou moeten worden.

Voornaamste conclusie van dit stuk? Dat de belangrijkste boodschap die Van Boxsel heeft — domheid blijft nodig, als antigif tegen de verstarring door al te stellige zekerheden — veel minder extreem ook al bij Musil aanwezig is. Bovendien ziet deze de verstarring ook al optreden als mensen niets doen, uit angst om fouten te maken, en dus dom te doen.

Gelegentlich sind wir alle dumm; wir müssen gelegentlich auch blind oder halbblind handeln, oder die Welt stünde still; und wollte einer aus den Gefahren der Dummheit die Regel ableiten: “Enthalte dich in allem des Urteils und des Entschlusses, wovon du nicht genug verstehst!”, wir erstarrten! Aber diese Lage, von der heute recht viel Aufhebens gemacht wird, ist ähnlich einer, die uns auf dem Gebiet des Verstandes längst vertraut ist. Denn weil unser Wissen und Können unvollendet ist, müssen wir in allen Wissenschaften im Grunde voreilig urteilen, aber wir bemühen uns und haben es erlernt, diesen Fehler in bekannten Grenzen zu halten und bei Gelegenheit zu verbessern, wodurch doch wieder Richtigkeit in unser Tun kommt. Nichts spricht eigentlich dagegen, dieses exakte und stolzdemütige Urteilen und Tun auch auf andere Gebiete zu übertragen; und ich glaube, der Vorsatz: Handle, so gut du kannst und so schlecht du mußt, und bleibe dir dabei der Fehlergrenzen deines Handelns bewußt! wäre schon der halbe Weg zu einer aussichtsvollen Lebensgestaltung. [61-62]

Of Musil’s oproep om niet te verstarren nog in die tijd van de redevoering gezien moet worden, is overigens wel een vraag die hangen blijft na lezing. Evenals het daaropvolgende idee dat Van Boxsel’s Encyclopedie weleens kan zijn voortgekomen uit een te enge interpretatie van een verholen protestrede tegen de dreigende Anschluß.

Robert Musil, Über die Dummheit
Vortrag auf Einladung des österreichischen Werkbundes
Gehalten in Wien am 11. März 1937 und
wiederholt am 17. März 1937

63 pagina’s
Alexander Verlag Berlin 2001, oorspronkelijk 1937

[x]opgenomen in het dossier: ,