Journalist and the Murderer ~ Janet Malcolm

► door: A.IJ. van den Berg

Ik heb dit boek — of eigenlijk essay — in korte tijd twee maal gelezen, en begrijp er nog altijd weinig van.

The Journalist and the Murderer is opgenomen in de Modern Library van essentiële non-fictie uit de twintigste eeuw. Het zou een klassieker zijn over journalistieke ethiek.

Maar ik las slechts een poging tot reconstructie van wat éen journalist had mispeuterd, in éen specifiek geval eind jaren tachtig. Zij het dat in de daarop volgende rechtszaak aan de orde kwam dat journalisten ook weleens liegen om de sympathie van een mogelijke bron te krijgen. Of dat ze iemand uren gezelschap kunnen houden, al vervelen zij zich daarbij dood, enkel om zo vertrouwen te winnen.

Misschien dat het boek merkwaardig op me overkwam, omdat ik niet zo’n soort journalist ben. In Europa woon bovendien; en in de VS zijn journalisten veel gespitster op ‘human interest’. Als ik met iemand praat, hoop ik daar toch ook een volgende keer nog terecht te kunnen. Mij is de scoringsdrang vreemd, die alle vernietigingslust vergoelijkt, en zo bij het métier schijnt te horen. Ik wil allereerst informeren; en dan natuurlijk het liefst over wat niemand anders al beschreven heeft. En het is nog betrekkelijk simpel ook om zo goed werk af te leveren. Leef niet enkel bij de waan van de dag en alleen dat valt al op.

De journalist in The Journalist and the Murderer heet Joe McGinniss. Een dan in de VS redelijk bekend auteur, met al een bestseller op zijn naam over hoe politiek verkocht wordt tijdens de presidentsverkiezingen. McGinnis werd uitgenodigd om te schrijven over beide kanten van een moordrechtszaak, door het advocatenteam dat een arts moest verdedigen. Deze werd van een gruwelmoord verdacht, op diens vrouw en kinderen. De dokter heet Jeffrey MacDonald.

En McGinnis praatte veel met MacDonald. Ze wisselden brieven uit. MacDonald ging zelfs zo ver om in de gevangenis zijn levensgeschiedenis op cassette in te spreken, en via zijn moeder naar McGinnis te smokkelen. Alles in de hoop om het boek over de zaak beter te maken.

Alleen was McGinnis al vrij snel overtuigd dat MacDonald schuldig was aan de moord.

En toch bleef hij doen of de verdachte vriendelijk gezind was.

Vervolgens bedreef hij nogal wat amateurpsychologie, om zo in het boek Fatal Vision karaktermoord op MacDonald te kunnen plegen.

Dit boek werd een bestseller. Er is bovendien een succesvolle miniserie van gemaakt, voor televisie.

Jaren nadien klaagde MacDonald de journalist aan, omdat deze zich tijdens het contact met hem anders had voorgedaan dan hij was. En hier begint ook mijn probleem met het boek. Want MacDonald wist dat McGinnis een journalist was; zijn advocaten hadden hem nota bene voor vrij veel geld ingehuurd. Dus op welke grond is McGinnis dan voor de rechter te slepen? Om wanprestatie? Om smaad, of laster? Of ging het er alleen om een vrolijke schadevergoeding te krijgen, zoals zo vaak in de VS?

Het moment dat Janet Malcolm geïnteresseerd raakte, is toen die tweede rechtszaak ineens mogelijke consequenties voor het hele vak dreigde te krijgen. Er werd namelijk geen uitspraak gedaan. De jury was niet tot een eenduidig oordeel gekomen. Maar een jurylid uitte naderhand wel openlijk de bedenking dat als journalisten zo durfden te liegen, daar toch eigenlijk een straf op zou moeten kunnen staan.

En vervolgens ging Malcolm reconstrueren wat er nu eigenlijk voorgevallen was tussen McGillis en MacDonald. Waarbij haar sympathie niet bij haar beroepsgenoot lag.

Dus begint dit boek:

Every journalist who is not too stupid or too full of himself to notice what is going on knows that what he does is morally indefensible. He is a kind of confidence man, preying on people’s vanity, ignorance or loneliness, gaining their trust and betraying them without remorse. Like the credulous widow who wakes up one day to find the charming young man and all her savings gone, so the consenting subject of a piece of nonfiction learns—when the article or book appears—his hard lesson. Journalists justify their treachery in various ways according to their temperaments. The more pompous talk about freedom of speech and “the public’s right to know”; the least talented talk about Art; the seemliest murmur about earning a living.

Terwijl ik nog altijd denk: de onverschilligheid van journalisten voor de grote lijnen van wat er in de wereld gebeurt, brengt de samenleving toch werkelijk oneindig veel meer schade toe.

En daar gaat het nu helemaal nooit over in lessen ethiek en journalistiek.

[deze tekst is ook onderdeel van een langere reeks op eamelje.net]

Janet Malcolm, The Journalist and the Murderer
145 pagina’s
Papermac 1998, oorspronkelijk 1990

[x]opgenomen in het dossier: ,


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden