Press ~ A.J. Liebling

► door: A.IJ. van den Berg

Liebling schreef tussen 1945 en 1963 meer dan tachtig kritieken over de berichtgeving in de kranten van die tijd. Zijn werkgever, de New Yorker, had hiervoor een speciale rubriek, met de naam ‘The Wayward Press’. Die bestond ook al sinds 1927. Dus, terwijl er weleens geclaimd wordt dat A.J. Liebling de eerste was die zo structureel en hard mediakritiek uitoefende, weet ik niet of dat waar is.

Wel is zeker dat enkele uitspraken van Liebling in dit boek gevleugelde woorden zijn geworden.

Freedom of the press is guaranteed only to those who own one.

De kritiek van A.J. Liebling valt grof gezegd in twee delen uiteen.

Zo constateerde hij dat voorheen kranten geld probeerden te verdienen door flink met elkaar te concurreren, op van alles en nog wat. Maar, inmiddels was al duidelijk dat kranteneigenaren het profijtelijker achtten om competitie te mijden.

The function of the press in society is to inform, but its role in society is to make money.

Concurrenten werden daarom opgekocht. En in de meeste Amerikaanse steden dreigde het gevaar dat er nog maar éen krant was om het nieuws te volgen.

En voor Liebling stond de one-paper-city gelijk aan de dood in de pot.

Tegelijk klaagde hij ook over het aanbod dat de kranten brachten in New York; zelfs al waren er daar nog meer dan tien dagbladen. [1] Hun inhoud leek soms al te veel op elkaar, in de zin dat geen krant werkelijk vertelde wat er nu werkelijk aan de hand was bij een groot nieuwsfeit.

Verlangend kon hij soms schrijven over de krantenwereld in Groot-Brittannië, waar wel alle politieke overtuigingen een stem hadden in de pers. In tegenstelling tot de VS, waar alle kranteneigenaren Republikeins waren.

People everywhere confuse what they read in newspapers with news.

Dus maakte Liebling — toch eerder een conformist dan een geboren helper van het volk — het nog eens mee dat hij prijzend door allerlei vakbondblaadjes werd geciteerd. Omdat hij objectief over een staking onder sleepbootpersoneel in de haven van New York had geschreven — zelfs al was dit slechts om aan te tonen hoe ondermaats de berichtgeving daarover in de kranten was.

Zulke voorbeelden maken dit boek ook nu nog aardig. Tegelijk viel me op dat Liebling geen andere ontwikkelingen benoemde dan ik al kende. Liebling was toch eerder een verslaggever dan een beschouwer. Wat zijn stukken weliswaar immens leesbaar maakt, maar ze vaak behoorlijk snel liet verouderen.

Het blijven de formuleringen uit dit boek die het memorabel maakt.

News is like the tilefish which appears in great schools off the Atlantic Coast some years and then vanishes, no one knows whither or for how long. Newspapers might employ these periods searching for the breeding grounds of news, but they prefer to fill up with stories about Kurdled Kurds or Calvin Coolidge, until the banks close or a Hitler marches, when they are as surprised as their readers.

Ik had The Press dan ook niet graag gemist. Al was het slecht te vinden, en betekende dit dat ik een hele verzamelband moest aanschaffen. Maar Liebling heeft veel betere boeken gepubliceerd dan The Press, waarin dan ook wel degelijk losse stukken verzameld werden.

A.J. Liebling, The Press
280 pagina’s
© 1964
in:
A.J. Liebling, The Sweet Science and Other Writings
1058 pagina’s
The Library of America, 2009
  1. het precieze aantal veranderde meerdere malen tussen het moment dat Liebling erover schreef in de New Yorker en toen deze editie van The Press verscheen []

[x]opgenomen in het dossier: ,