Geloofsinstinct ~ Nicholas Wade

► door: A.IJ. van den Berg

Wetenschapsjournalist Nicholas Wade schreef op de enige manier over religie die mij juist lijkt. Hij keek slechts waarom de mensheid waarschijnlijk altijd religies heeft gekend; wat het universele nut kortom is van geloven. En hij oordeelde daarbij nauwelijks.

Overigens is dat woordje ‘waarschijnlijk’ hierboven van mij. Wade weet namelijk zeker. Als ik dan toch iets op dit boek moet aanmerken, dan wel dat de theorieën die Wade aanhaalt me nogal wat speculatiever lijken dan hij doet voorkomen.

Voor hem is religie op de eerste plaats een element dat mensen bond — alle geloven kennen ook inwijdingsrituelen, die benadrukken dat iemand er dan op een nieuwe manier bijhoort. Ten tweede legde een gemeenschappelijk geloof het individu normen op, waardoor deze leerde zich te beheersen binnen een samenleving; en niet alleen het eigenbelang na te streven. Religie is in die zin een logische voortzetting en uitbreiding van wat bijvoorbeeld ook mensapen al hebben aan moraal.

En al wat mensen bond, hielp dan weer mee in het succes van de soort. Want dit hielp mee om te overleven. Dus hoort religieuze gevoeligheid evolutionair gezien tot onze aard, volgens Wade. Met dus als gevolg dat ik, als ongelovige, veel mis door dit aspect van mijn persoonlijkheid niet te ontwikkelen.

Toch denk ik niet dat de steile griffermeerden in mijn regio zich ooit overgeven aan wat Wade zo vindt horen tot de evolutionaire kenmerken van geloven.

Hij signaleert dat voorheen alle volkeren religieuze rituelen hadden waarbij het belangrijk was dat de deelnemers in trance raken. En hoe verliezen zij dan hun normale bewustzijn? Dat kan zijn door dans, door ritme, of door de uitputting van urenlange inspanning, zoals die dans.

Opvallend overigens, dat hij in dit verband de geestverruimende middelen negeert. [1]

Dus heeft het geloven niet alleen de mensheid er in barre tijden doorgesleept, door de rituelen gekoppeld aan dat geloof is ook de muziek ontstaan. En,volgens Wade, misschien zelfs de taal. Want hij meent dat samenzang, in welke vorm dan ook, voorafging aan het praten.

En dan is er de beeldende kunst nog, die natuurlijk ontstond doordat de mens afbeeldingen ging maken om dienst te doen bij religieuze rituelen.

Veiliger theorieën biedt Wade, als hij de geschiedenis van de verschillende religies beschrijft, in de tweede helft van het boek. Kern daarbij is dat een nieuw geloof alleen succes kreeg als het kenmerken van eerdere en al bestaande overtuigingen wist op te nemen, en om te vormen.

In dit laatste boekgedeelte ligt de nadruk wel op het christendom, en later de islam. Dat deze religies zich van andere onderscheiden doordat het expansieve geloven zijn, met een drang om ongelovigen te willen bekeren, is dan weer iets dat Wade niet lijkt te zien. Evenmin signaleert hij dat deze geloven claimen de waarheid te zijn. Wel ziet hij dat beide gestold zijn in de tijd, en daarmee weleens meer kunnen belemmeren dan stimuleren. Geloven was ooit een zaak van allen. Alleen al dat er priesters kwamen, die een bemiddelende rol op zich namen tussen bevolking en hogere macht, is zo bezien als achteruitgang te beschouwen.

Vanuit een bepaald perspectief kan religie worden beschouwd als een hoge vorm van creativiteit. Muziek spreekt het auditieve deel van de hersenen aan, poëzie het taalvermogen, dans de centra van ritme en beweging, beeldende kunst de visuele hersenschors. Religie werkt op al deze vermogens, wekt daarmee de diepste emoties op waartoe de geest in staat is, inspireert mensen om verder te kijken dan hun eigenbelang, naar iets wat ze wellicht meer waarderen: de gezondheid en het voortbestaan van hun samenleving, cultuur of beschaving.

Als product van de menselijke natuur lijken de drie monotheïstische godsdiensten lang geleden de grenzen van hun ontwikkeling te hebben bereikt en houden ze geen gelijke tred met de toenemende complexiteit van menselijke samenlevingen en de enorme groei van de georganiseerde kennis. […] [310]

Enfin, enige verdekte kritiek op de dogma’s in sommige geloven spreekt dus toch nog wel uit het citaat hierboven.

Samengevat, Het geloofsinstinct is zonder meer het nuttigste boek dat ik ooit over religie las. Deden alle speculaties in de tekst er daarbij uiteindelijk betrekkelijk weinig toe.

Nicholas Wade, Het geloofsinstinct
Het succes van religie

334 pagina’s
Uitgeverij Contact, 2010
vertaling door Mieke Hulsbosch van The Faith Instinct
  1. Enfin, Wade is een Amerikaan. In zijn land kan dit boek zelfs zonder enige aandacht voor drugs al helemaal verkeerd worden opgevat. []

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden