Grote Willem Frederik Hermans Boek ~ Dirk Baarts en Bob Polak (red.)

► door: A.IJ. van den Berg

Een boek waarderen, is éen ding. Aan zo’n boek ontlenen dat de auteur een te waarderen mens is, lijkt me al wat anders. Ik heb dan ook wel favoriete boeken, en geen favoriete schrijvers. Geheel vertrouwen doe ik die mensensoort niet — helemaal als ze denken litteratuur te scheppen.

En die instelling maakt het moeilijk om warm te lopen voor initiatieven waarin elke snipper papier die een auteur ooit gevuld heeft van waarde wordt geacht. Of als mensen per se de droeve details uit het leven van een auteur naast zijn of haar werk willen leggen.

Dus las ik de WFH-Verzamelkrant niet, evenmin als het Hermans-magazine. Dat leken me zelfs eng sektarische clubblaadjes; zonder daar ooit éen in van te hoeven inzien.

Maar ziet, een bloemlezing met artikelen uit deze publicaties werkte wel. Het Grote Willem Frederik Hermans Boek was zelfs opvallend prettige zomerlectuur. Omdat de auteur in het boek zo veel minder heilig wordt verklaard dan ik vreesde. Nam ik daardoor de aandacht voor trivia voor lief, zoals de plattegronden van de huizen waarin Hermans heeft gewoond.

Zo kon ik bijvoorbeeld erg waarderen hoe geprobeerd is te beschrijven hoe raar Hermans liep; met zijn houterige lijf, en zijn hoofd dat als bij een kip met iedere stap een rukje voorwaarts maakte.

De samenstellers wonnen me zelfs over door herhaald te melden dat velen de kwaliteit van Hermans’ werk zo vinden dalen, vanaf het moment dat hij begin jaren zeventig Groningen inruilde voor Parijs. Omdat ik zijn werk dan inderdaad vaak zo slecht geschreven vind; zoals op boeklog vaker gemeld.

En zo was er meer, veel meer, dat toonde hoe aandacht voor een auteur toch ook kritische aandacht kan zijn.

Er wordt in deze bundel zelfs gespeculeerd of Hermans niet een licht autistische stoornis had. Want, dat zou veel van zijn gedrag verklaren.

Enfin, bij het lezen werd duidelijk dat de boeken die me het meest interesseren kleuren welke passages me het meest konden boeien. Zo vind ik De donkere kamer van Damokles een erg gekunsteld boek. En dan kan me weinig schelen wat in Hermans’ leven voor dat werk tot voorbeeld zal hebben gediend.

Tegelijk kan ik Onder professoren evenmin waarderen, en interesseerde me toch wel wie de voorbeelden zouden zijn geweest voor de personages in deze satirische sleutelroman.

Maar, de periode aan de Rijksuniversiteit in Groningen is natuurlijk ook zo interessant omdat dit de enige tijd was dat Hermans collega’s had, en meerderen, waar hij mee om moest gaan — of ze elkaar nu lagen of niet. Plus dat hij studenten had, die mondeling tentamens kwamen doen.

Schrijvers kunnen zich zo makkelijk verstoppen achter hun werk, als verder niemand ze in een andere professionele hoedanigheid meemaakt.

Miste ik in dit boek bijvoorbeeld wel aandacht voor een merkwaardig slechte roman als Uit talloos veel miljoenen. Of dat er niemand aan het woord komt die weet of Hermans überhaupt redactie toestond. Zijn conflicten met een uitgever als Van Oorschot mogen bekend heten. Maar er werken zo veel meer mensen mee aan de totstandkoming van een boek.

En Hermans bleef toch ook maar wijzigingen voorstellen bij de herdrukken van sommige romans…

Dirk Baarts en Bob Polak (red.), Het Grote Willem Frederik Hermans Boek
336 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2010

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden