Tijd van grote verwachtingen ~ Konstantin Paustovskij

► door: A.IJ. van den Berg

Een ironische titel draagt dit vierde deel van de autobiografie van Konstantin Paustovski [1892 – 1968]. Misschien dat de verwachtingen groot waren in de jaren 1920, 1921, en 1922. Verder was er niets, behalve een gebrek aan alles; en dus was er vaak grote honger.

Tekenend is bijvoorbeeld een herhaald zinnetje dat Paustovski een hekel aan stelen had, maar er die ene winter niet aan ontkwam om vier keer brandhout te jatten.

Paustovski schreef dit boek in het midden van de jaren vijftig. Hij geeft ergens toe zo uit zijn hoofd geen bijzondere herinneringen te heben gehad aan de jaren die beschreven worden in De tijd van grote verwachtingen. Die brachten op zich toch ook relatieve rust, tussen veel hectischer perioden.

Eenmaal overwonnen ellende is achteraf alleen wel makkelijk te romantiseren. Dat gebeurt gelukkig verder niet in dit boek.

En zo rustig was het ook niet. Lang nog niet alle gebieden in Rusland hadden al een Sovjet-regering. Bovendien werd het land telkens nog door buitenlandse mogendheden aangevallen.

Konstantin Paustovski verbond zich in deze periode als journalist aan het tijdschrift Morjak; een blad voor matrozen. Veel van dit boek speelt zich daarom ook in de zuidelijke havens af van Rusland, aan de Zwarte Zee.

Het interessantst aan deze hele periode vond ik dan weer Paustovski’s kennismaking met de schrijver Isaak Babel; die ook behoorlijk veel ruimte inneemt in het boek.

Zo komen beide heren te spreken over een manuscript van Babel, dat zeker honderdvijftig bladzijden bevat. Paustovksi is verheugd dat de man die hij al meteen om zijn schrijfkracht bewonderde zich nu blijkbaar toch aan het schrijven van een novelle heeft gewaagd.

Alleen bevat het manuscript tot zijn schrik slechts een al bekend kort verhaal, plus alle varianten op dat verhaal, die Babel geprobeerd had, voor hij tevreden was.

Dat is inderdaad dwangarbeid,’ zei ik. ‘Je moet je wel twintig keer bedenken voor je besluit schrijver te worden.’

Maar het belangrijkste is toch,’ zei Babel, ‘tijdens die dwangarbeid de fut niet uit de tekst te halen. Anders is je hele werk naar de haaien, gaat het naar de bliksem! Het is net alsof je voortdurend op het steile koord danst. Ja, dat is het precies…’ onderbrak hij zich zelf. ‘Men zou ons allen moeten laten zweren nooit kladwerk af te leveren.’

Ik liet hem alleen maar kon de slaap niet vatten [158]

wordt vervolgd

Konstantin Paustovskij, De tijd van grote verwachtingen
Herinneringen

239 pagina’s
De Arbeiderspers, 1981
privé-domein nr. 61

[x]opgenomen in het dossier: