Op zoek naar nieuws ~ J. Kleinnijenhuis

► door: A.IJ. van den Berg

Er zijn vele manieren om de media te bestuderen. Vrijwel geen is zonder problemen, maar tegelijk staat daar dan altijd wel iets tegenover. Nieuw was voor mij een dissertatie als deze. Die niet alleen geen leestekst was, maar ook onbegrijpelijk bleef, terwijl naar mijn mening de uitgangspunten al niet eens deugden.

Jan Kleinnijenhuis schreef indertijd een proefschrift over welke factoren meewegen als journalisten politiek en economisch nieuws selecteren, en brengen. Hij gebruikte daarbij een instrumentarium uit de sociale wetenschappen, dat voor de vakbroeders vast veelzeggend zal zijn, maar ik niet altijd goed begreep. De network analysis of evaluative texts bijvoorbeeld, ofwel NET-methode, van Van Cuilenborg? De internetten leren me dat studenten van de VU deze methode nog steeds leren toepassen. Omdat daarmee een waarde is toe te kennen aan de actoren in een nieuwsbericht, en hoe die zich verhouden tot elkaar. Daarmee is blijkbaar te objectiveren waarin berichten over hetzelfde onderwerp in verschillende kranten zich van elkaar kunnen onderscheiden.

Het zal.

Maar terugkerend naar het uitgangspunt, de probleemstelling van de dissertatie, zijn dergelijke methoden alleen niet heel relevant. Kleinnijenhuis bekeek het nieuws nadat het al gebracht door de kranten. En weliswaar gebruikte hij daarbij ook twee buitenlandse dagbladen en het NOS-journaal als controlemechanisme, hij is domweg niet nagegaan uit welk nieuwsaanbod al die journalisten konden kiezen die dagen.

Er komt altijd veel minder in de krant dan er aan nieuws beschikbaar is. En de waarde van een bericht is altijd relatief ten opzichte van de rest van het nieuwsaanbod. Wat in stille tijden opening krant kan worden, gaat als er iets anders speelt veel minder opvallend mee.

En zelfs als hij wel de streams van alle persbureaus in binnen- en buitenland had meegewogen, dan nog is een metavraag of wat journalisten het nieuws noemen wel het grootste nieuws is van een dag.

Wat maakt het onderwerp van een nieuwsbericht tot een zelfstandig nieuwsfeit, en wat tot onderdeel van een grotere ontwikkeling?

Nederlandse media hebben bijvoorbeeld een grote voorkeur voor ‘agendanieuws’. Gezien de niet oneindige menskracht van redacties loont het voor journalisten vaak alleen op evenementen af te gaan waarvan zeker is dat die kopij of beelden opleveren. De Kamer vergadert, een wedstrijd wordt gespeeld, een film gaat in première, een protestgroep marcheert. Daar is allemaal iets over te melden; en dit kan ook heel goed op routine.

Het nieuwsaanbod in de media wordt kortom vaak gekleurd door puur praktische overwegingen, afgezien van andere in de routine van alledag gevormde gewoonten, waar Kleinnijenhuis onvoldoende op ingaat.

Hij keek slechts welke kleuring er was nadat al besloten was om iets als nieuws te brengen. En die kijk levert dan opvallend weinig opmerkelijke conclusies op.

J. Kleinnijenhuis, Op zoek naar nieuws
Onderzoek naar journalistieke informatieverwerking en politiek

355 pagina’s
VU Uitgeverij, 1990

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden