Doktor Faustus ~ Thomas Mann

► door: A.IJ. van den Berg

Klassiekers zijn een vreemd soort boeken.

Ik wilde Doktor Faustus per se nog eens lezen; had ook al eerdere pogingen gedaan; en moest er uiteindelijk huiswerk van maken — in de vorm van een publiek project. Tegelijk was dit verlangen enkel gebaseerd op de status van het boek. Terwijl die status verworven werd in andere tijden; onder andere culturele omstandigheden.

Zo weegt alleen al het gegeven mee dat Duitsers van langere zinnen houden dan Nederlanders. Kort maar helder schijnt er voor oppervlakkig door te gaan, daar. En Thomas Mann [1875 – 1955] leek in zijn wijdlopigheid vaak nog een negentiende-eeuwer; de krullen en draaien kunnen bij hem makkelijk de feitelijke mededeling overwoekeren.

Maar goed, ook dat is een stijl van schrijven. En als het een auteur zo lukt om me aan hem of haar over te geven, hoeft dat niet eens een vervelende schrijfstijl te zijn. De overdaad kan een prettig soort leesroes opleveren.

Alleen verkoos Mann het om Doktor Faustus te laten vertellen door een vervelende droogstoppel; die zichzelf iets te belangrijk vond. Waardoor ik nooit vergeten kon aan het lezen te zijn.

Verder speelde mee dat grote delen van de inhoud van klassiekers vaak al bekend zijn, zonder dat het nodig is het boek daarvoor te lezen. Al is ook zonder voorkennis aan te nemen dat de duivel een rol gaat krijgen in een boek met een verwijzing naar Faust in de titel.

Dus trad bij het lezen een dubbele teleurstelling op. Allereerst wist ik al ongeveer wat er komen zo. Het boek zou gaan over een componist, die de syfilis had opgezocht, omdat hij tijdens acute aanvallen van die ziekte mogelijk nog verder kon zien dan normaal.

Daarnaast had deze Adrian Leverkühn ook nog eens terloops de dodecofanie uitgevonden; de twaalftoontechniek waarin geen noot of toon belangrijker is dan de andere.

Ten tweede komt dit verhaal van een relatieve buitenstaander — deze Serenus Zeitblom is toevallig met Leverkühn opgegroeid, en kan daardoor de hele levensgeschiedenis geven.

Maar Zeitblom vertelt er telkens net een beetje naast. Wat dan als effect heeft dat de verhaalelementen die ook buiten het boek bekend zijn geworden, in het boek lang zo krachtig niet lijken.

Mede daarom bracht de roman me betrekkelijk weinig.

Er zijn wat hoofdstukken die me even lieten opveren. Telkens waren dit hoofdstukken waarin Zeitblom niet aan het zemelen is. Er zijn wat aardige gesprekken tussen Zeitblom en Leverkühn, over muziek vooral. Al toont de componist zich daarbij telkens wel onaangenaam stellig; wat zijn minachting voor het domme publiek pijnlijk duidelijk maakt.

Er is die deliriumachtige confrontatie van Leverkühn met de duivel; door zijn vriend later nauwkeurig overgeschreven uit aantekeningen.

Er is dat jongetje op het laatst, in het leven van Leverkühn, het kind van zijn zuster, dat hem aanzet een ambitieuzer werk te componeren dan eerder. Alleen sterft het kind dan, en weet de componist zeker dat het zijn schuld is; om zijn contract met de duivel.

En dan is Doktor Faustus nog zo veel meer dan het verhaal. Mann zag het ook als een autobiografie, en dan vooral over de gevaren die kleven aan de monomanie om te scheppen, van de kunstenaar; of wie met visie dan ook.

Lezers kunnen parallellen trekken tussen wat er het Duitsland gebeurde, tussen 1933 en 1945, en wat er in het boek behandeld wordt.

Zo veel is er in de roman gepropt dat Thomas Mann het later nodig vond een apart boek uit te geven waarin hoe toelichtte hoe veel. En dan nog moet een lezer weet hebben van de enorme status die componisten hadden in de Duitse landen, om te kunnen begrijpen waarom nu juist een componist hoofdpersoon van deze vertelling moest worden.

Tegelijk tellen al die overwegingen voor mij niet echt. Een boek wordt memorabel om andere redenen, dan dat de auteur er zo veel mee wilde. Mij lukte het niet de afstand in tijd, of de kloof in cultuur, te overbruggen tijdens het lezen.

Ik kwam domweg niet aan het lezen.

Thomas Mann, Doktor Faustus
Das Leben des deutschen Tonsetzers
Adrian Leverkühn
erzählt von einem Freunde

672 pagina’s
Fischer 1993, oorspronkelijk 1947

[x]opgenomen in het dossier: