Huis van ijs ~ Inez van Dullemen

► door: A.IJ. van den Berg

Het is met reisboeken altijd maar weer afwachten wat ze te bieden hebben. Geeft de schrijver een journalistiek verslag? Volgt er een avonturenboek? Komt er een literaire exercitie over tijd en ruimte?

En vindt de auteur zichzelf belangrijker dan de vreemde omgeving, en gaat deze daardoor zo in beeld staan dat het irriteert?

Inez van Dullemen bood in Huis van ijs wat dit boek in de ondertitel zegt. Reisimpressies. Ze keek rond, gaf weer wat ze zag of anderzins opmerkte, en deed dit van haar aankomst in Bombay — ooit door de Portugezen tot mooie baai benoemd — tot in Nepal aan toe.

Zelf is ze pas in het laatste hoofdstuk duidelijk als personage aanwezig. Als ze in Nepal is aangekomen, en de voortgaande beweging van de reis, met zijn telkens wisselende decors, is ingewisseld voor de stilstand van een tijdelijk verblijf.

Dan nog krijgt de lezer niets over haar motivaties te lezen. Waarom is ze daar? Wat dreef haar om daar heen te gaan? Behalve dan misschien om in taal de essentie te vatten van wat alles wat haar zintuigen opnemen?

Ze schrijft dan, over de altijd in het zicht aanwezige Himalayas:

Ik zit hier in Nagarkot en denk: hier zou ik mijn pen moeten neerleggen. Dat zou een normale reactie zijn voor een schrijver. Welk belang hebben mijn woorden, wat betekenen mijn ambities, mijn verrichtingen tegenover de ondoorgrondelijke kosmische pracht waarvan die ketens een signaal zijn? Het lijkt of de betekenis van mijn leven van mij wordt weggenomen, met kleine fragmentjes tegelijk, alsof dat leven zelf wegsiepelt door de planken van mijn huisje, ’s nachts, terwijl ik wakker lig, alleen door het rietdak gescheiden van het onmetelijk nachtelijke uitspansel. Ik slaap, of beter: ik waak in gezelschap van die gigantische buren, de Gonasharkar en de Langtang, in het duister, en het is of ik op het maanoppervlak lig, in de vreemde schoonheid van een dodelijke planeet waar geen zuurstof is om te kunnen leven. Iedere dag word ik psychisch iets doorzichtiger, iets dunner, ik word zo dun als een kippeveertje. Ik moet hier niet al te lang blijven, in deze al te pure lucht, ik voel hoe, tegelijk met mijn gevoel van lichtheid, ook een zekere passiviteit van mij bezit neemt. [92]

Dus trekt ze verder, en eindigt dit boek.

Inez van Dullemen, Huis van ijs
Reisimpressies uit India en Nepal

96 pagina’s
Querido, 1988

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden