Menselijke maat ~ Salomon Kroonenberg

► door: A.IJ. van den Berg

Als iemand, of hele groepen mensen, hard hun gelijk komen opdwingen, wordt ik wantrouwig. Zelfs al ben ik het misschien in eerste instantie nog zo met ze eens. En al hebben ze nog zo’n imposante maatschappelijke status.

Daarom wantrouw ik vrijwel alle economen. Daarom heb ik grote moeite met iedereen claimt dat er rampen komen door de opwarming van de aarde.

Zij weten ook heel veel niet, naast wat ze zo stellig beweren, lijkt me.

En nee, dit is geen wegkijken van mij. Als wetenschappers hebben gemeten dat 2010 het warmste jaar ooit is, lijkt me dat een hard feit. Ook al is dan nog een vraag tot hoe ver terug in de tijd er overal ter wereld, op representatieve plekken, buiten de steden, metingen zijn gedaan met betrouwbare thermometers.

Het gaat me erom wat er vervolgens met zo’n feit gebeurt. Omdat dit ineens dient als bewijs dat het alleen maar erger kan worden. En omdat zo veel wetenschappen wel aardig zijn in het reconstrueren hoe het gegaan is, maar ze dit niet automatisch de wijsheid geeft om goede voorspellingen te doen.

In het verleden zijn er bijvoorbeeld vaker periodes geweest dat het warmer wordt, of kouder. En dan klapte er ineens iets om, en zette de trend niet door.

Begin jaren zeventig wisten nogal wat wetenschappers zeker dat de nieuwe ijstijd eraan zat te komen. Zo veel wist ik al. Van Salomon Kroonenberg leerde ik dan weer dat die koudeperiode na enkele decennia ophield in 1977, en dat vrijwel iedereen de paniekstemming van toen vergeten is.

Kroonenberg is geoloog, en in die wetenschap kijken ze niet op een miljoen jaar meer of minder. Bovendien zijn ze gespitst op cyclische gebeurtenissen; of in elk geval is een vraag of evenementen zich zullen herhalen.

Een vulkaan die minder dan tienduizend jaar geleden nog is uitgebarsten, wordt nog altijd gezien als een werkende vulkaan, zo staat er meer dan eens in het boek. Maar vertel dat aan de mensen die vlak bij een vulkaan gaan wonen, omdat de grond er zo vruchtbaar is.

Plus, geologen hebben uitgezocht waarom een landschap eruitziet zoals het eruitziet. Waarom er ergens eindmorenes liggen. En daardoor weten we dat er niet éen grote ijstijd heeft plaatsgevonden, maar er meerdere zijn geweest. Wat dan ook weer wijsheid verschaft over hoeveel tijd er tussen die ijstijden zat.

Daardoor is met grote zekerheid te zeggen dat er een nieuwe ijstijd aankomt. Vraag alleen niet of we daarvoor alvast een datum in de agenda kunnen prikken.

Kroonenberg jent leuk in dit boek, De menselijke maat, door ietwat belachelijk te maken dat zelfs klimaatdeskundigen hoogstens in trends over decennia denken, waar dat op zijn minst eeuwen zou moeten zijn.

Hem lijkt het ook geen probleem dat het CO2 gehalte in de atmosfeer stijgt — dat maakt de komende ijstijd misschien wat draaglijker.

Maar die rol kende ik al van hem, uit de media. Ik waardeerde dit boek vooral om de vele nieuwe feiten die ik leerde; over geologie vooral; en over wat hij zijn studenten probeert bij te brengen.

Zo is er ineens de wetenschap dat Nederland ergens bij Sittard kantelt; waardoor Zuid-Limburg omhoog gaat, en de rest kalmpjes daalt.

En er was dat ene feitje over klimaat wat me onbekend was. Het gegeven dat klimaat puur gedefinieerd wordt door te kijken hoe het weer was over een periode van dertig jaar.

Dat is weer die ene generatie, ofwel de tijd van iemands werkzame leven.

Ik weet niet wat ik dacht. Maar klimaat zal iets voor me geweest zijn als de verzameling van alle eeuwen aan weer die we kenden over een gebied. Een soort algemeen gewogen gemiddelde, waarop dan deviaties te berekenen zijn; en dat soort statistische grappen.

Alleen door dat lullige definitietje ben ik al perplex.

Salomon Kroonenberg, De menselijke maat
De aarde over tienduizend jaar

334 pagina’s
Atlas, 2006

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden