21ste eeuw in 185 gedichten ~ Gerrit Komrij

► door: A.IJ. van den Berg

Bloemlezingen uit het werk van éen auteur wil ik nog wel lezen. Maar met verzamelingen waarin iemand voor mij bepaald wat de beste essays, reportages, verhalen, of gedichten zijn in een taal, of uit een tijd, wordt het al moeilijk. Zulke boeken hebben hun werk inmiddels gedaan, hun nut gehad. Die bieden me inmiddels te weinig.

Of het moet zijn dat ik de bloemlezer bovenmatig vertrouw.

Omgekeerd gaat trouwens hetzelfde op. Als Joost Zwagerman een verzameling met beste essays uit het Nederlandse samenstelt, hoef ik dat boek niet te lezen, zonder het te zien, omdat mij al bewezen is dat Zwagerman niet zelfstandig denken kan.

Op het oordeel van Gerrit Komrij over poëzie durf ik dan juist wel blind te varen. Omdat zijn eerdere bloemlezingen me veel geboden hebben, wat uitzonderlijk is, en omdat hij een prettige hekel heeft aan orakelende dichters die heel veel woorden gebruiken om niets te zeggen.

Een probleem bij Komrij blijft slechts dat hij weleens gedichten opneemt in de anthologieën die werkelijk de enige opmerkelijke regels zijn die iemand ooit schreef. Als hij nieuwsgierig maakt naar meer, is dit niet altijd terecht.

In De 21ste eeuw in 185 gedichten werd werk opgenomen van dichters die hoogstens 35 jaar mochten zijn; 1976 is het vroegste geboortejaar. Dit betekent dat Komrij meestal uit maar éen bundel, en soms uit twee bundels gedichten van zo’n auteur kiezen kon. En bij debutanten is het altijd maar de vraag hoe die zich vervolgens ontwikkelen.

Van 48 dichters werd werk opgenomen; en eerlijk gezegd heb ik geen idee of dat veel is. Hoeveel bundels met poëzie verschijnen er per jaar, hoeveel mensen debuteren? En hoeveel gebundelde verzen heeft Komrij gelezen?

Dankbaar ben ik in elk geval voor het selectiewerk, dankbaar op nieuwe namen te zijn gewezen, zonder zelf eerst duizenden teksten te hoeven lezen. Maar een idee over wat de poëzie van het moment is, kreeg ik niet uit dit boek. Of hoogstens dat dichters ineens nogal vaak het majesteitelijk meervoud als persoonsvorm inzetten.

Komrij nam maximaal zeven verzen op van Jan-Willem Anker, Lernert Engelberts, Krijn Peter Hesselink, Maarten Inghels , Marije Langelaar, Ester Naomi Perquin, en Erik Solvanger. Ik was bij eerste lezing meer onder de indruk van de lichtheid en spot bij Quirien van Haelen.

scheiding

Naturalisme

Ik heb een criminele achternicht,
Een oom die dealt,
Een buur met losse handjes,
Mijn neef kapt zeldzaam hout uit regenwouden,
Mijn klasgenoten kweken hennepplantjes,
En ik werd gisteravond aangehouden,
voor stiekem fietsen zonder achterlicht.

scheiding
Gerrit Komrij, De 21ste eeuw in 185 gedichten
224 pagina’s
De Bezige Bij, 2010

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden