Vliegende neger & de kleine koningin ~ Jan Boesman

► door: A.IJ. van den Berg

De Ronde van Frankrijk is uitgevonden door een Franse krant, in een concurrentiestrijd met een andere krant. l’Auto — eerst nog l’Auto-Vélo geheten — organiseerde de wedstrijd voor het eerst in 1903. En verkocht die julimaand veel op geel papier gedrukte kranten.

Concurrent Le Vélo had tot dan patent op sterke stukken. Daaronder was de tweestrijd tussen de ‘vliegende neger’ uit Amerikan, Major Taylor, tegen de lokale matador ‘Piou-piou’ Jacquelin.

Deze vochten in Parijs twee veelbesproken wedstrijden uit, op het enige nummer dat er dan toe deed in wielersport. De sprint.

Het is dan 1901, en de wedstrijd wordt, met de bescheidenheid die de wielpers ook toen al sierde, de wedstrijd van de eeuw genoemd.

Het boek De vliegende neger & de kleine koningin is onder meer het verhaal van deze twee ontmoetingen. Maar, om die begrijpelijk te maken, moest ook het wielermilieu geschetst worden van die tijd. En dus bijvoorbeeld hoeveel er toen nog moest worden bedacht — Taylor noemde zich de uitvinder van de gebogen zit, tot dan toe raceten de heren rechtop gezeten. Wind happend.

Boesman heeft veel aandacht voor de biografie van Major Taylor [1878 – 1932], de tweede zwarte sportman ooit die wereldkampioen zou worden. Een Canadese bokser ging hem voor. Niettemin betekenden titels niets in zijn eigen land, waar hij allereerst tweederangsburger was vanwege zijn huidskleur.

Maar, door die focus op Taylor hangt dit boek uit het lood. Ik begreep het waarom van sommige keuzen domweg niet. Dan worden de belangrijkste Europese sprinters van rond 1900 uitgebreid geïntroduceerd bijvoorbeeld, en dan komen ze in het hele boek niet meer terug, behalve als deelnemers aan wedstrijden waar Boesman het niet over heeft.

En de grote tegenstelling uitspelen tussen de meeste geslaagde publiciteitsstunts van de kranten Le Vélo en l’Auto lukt toch ook niet helemaal.

Dus moest dit boek het van enkele fragmenten hebben. Zoals dat verhaal over de beide wedstrijden tussen Taylor en Jacquelin. En de manieren waarop de tegenstellingen tussen beide atleten eens flink werden aangezet.

Voor mij telt slechts: de Fransman reed groot, Taylor deed het op souplesse.

En dan won de Fransman de eerste kamp met overduidelijk verschil. Waarop een revanche volgde die Taylor even gemakkelijk besliste. Wat er op leek te wijzen dat de organisator het liefste drie wedstrijddagen een uitverkocht huis wilde hebben. En Boesman dus suggereert dat wielrennen altijd een professionele sport is geweest, waarvoor eerder de wetten van het entertainment gelden, dan die van fair play.

Jan Boesman, De vliegende neger & de kleine koningin
Major Taylor en het begin van de Tour de France

315 pagina’s
Uitgeverij L.J. Veen, 2008

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden