Koning ~ J.H. Donner

► door: A.IJ. van den Berg

Toen Max Pam voor HP/De Tijd in 1999 een lijst opstelde van de beste Nederlandse boeken uit de twintigste eeuw, prijkte De koning uiteindelijk op plaats vijf. Een opvallende keuze. Omdat het enkel stukken over schaken bevat. En, omdat Pam zelf dat boek had samengesteld, samen met Tim Krabbé.

Toch is dit een goed boek. Zelfs al werd het uitgebracht in een tijd dat de wereld nog overzichtelijk verdeeld was in Oost en West, en zijn veel van de stukken gewijd aan ooit actuele gebeurtenissen in de schaaksport die al een tijd terug tot de geschiedenis zijn gaan behoren.

Het punt is namelijk dat veel schakers, als zij eenmaal over de sport gaan schrijven, gauw de beperkingen van de traditionele journalistiek overstijgen. Waar een voetbalverslaggever geen deuk in een pakje boter hoeft te kunnen schoppen, moet iemand die met inzicht over schaken schrijft het spel juist wel tot in de finesses begrijpen — dus op niveau hebben gespeeld. En hebben meegemaakt wat schakers tijdens een toernooi te hebben doorstaan.

Hein Donner [1927 – 1988] had als speler bijvoorbeeld ook de neiging om sommige partijen zo maar, in heel weinig zetten, op briljante wijze te verliezen.

Mede daarom noemt hij schaken in het boek enkele malen een kansspel. Ook klaagt hij nooit een partij te hebben gespeeld waar hij echt tevreden over was.

De samenstellers van deze bloemlezing uit ruim 45 jaar werk maken nogal er nogal een punt van dat Donner graag polemiseerde. Niemand kon in de schaakwereld iets voorstellen, zonder ooit door Donner beledigd te zijn. Zo is een heel aantal stukken gewijd aan Donner’s pesterige uithalen richting de grootmeester Lodewijk Prins, ‘die nog geen loper van een paard kan onderscheiden’.

Verder komen vrijwel alle stukken aan bod waarin Donner uitlegt waarom vrouwen niet kunnen schaken — die hij overigens schreef omdat zijn vrouw daar zo om moest lachen.

Ruim twintig jaar verder zijn me al deze strijdpunten wonderwel bijgebleven, en toch zeiden ze me ditmaal bij herlezing weinig. Als er geen verrassing meer is, blijft de schok makkelijk uit.

Ik herlas dit boek om twee redenen. Allereerst was er het gegeven dat Hans Ree voor een deel over dezelfde gebeurtenissen heeft geschreven. Door twee boeken over hetzelfde te lezen, vulde het ene het andere aan.

Verder was ik benieuwd of deze verzameling met tijdsgebonden werk nog op enige manier houdbaar was gebleven. En dit was zo. Omdat de persoonlijkheid van de schrijver uiteindelijk meer bepaalde dan de onderwerpen die hij beschreef.

Donner werd in de loop van deze verzameling van een schrijvende schaker tot een schakende schrijver. Hij is wonderbaarlijk levend aanwezig in dit boek, spottend met veel, zichzelf daarbij niet sparend.

Daarom kwam het wel als een schok, hoewel het gegeven me natuurlijk bekend was, als de eerste gezondheidsproblemen zich aandienen, en hij die wat wegwuift. Donner zou in 1983 een hersenbloeding krijgen, en blijvend invalide in een verpleeghuis belanden. Vandaar tikte hij jaren later moeizaam columns voor NRC Handelsblad, die voor sommigen tot het beste horen wat hij ooit schreef.

Ik vind dat niet. Hoewel ik tegelijkertijd geen proza ken waarin het leven van een verpleeghuispatiënt, en vooral de machteloosheid van die positie, zo indringend beschreven is.

Toch, De koning is misschien juist wel zo memorabel door dat slot, en de schok die daarbij hoort. De lezer heeft zich het hele boek lang kunnen laven aan de intelligentie en spot van J.H. Donner, en krijgt dan ook nog even te zien hoe de volheid daarvan ineens ingeruild moest worden voor iets anders.

scheiding

Het is gebruikelijk te zeggen dat ijzeren zelfbeheersing je erover heen geholpen heeft, vooral wanneer je op tv bent. Ik zal dat dus niet doen en zeggen dat het eigenlijk wonderbaarlijk meevalt. Ik kan absoluut niet lopen en zit dus in een rolstoel. Mijn handen zijn zeer onhandig, ik kan niet schrijven, maar in ’84 heeft iemand van de ergotherapie op de Overtoom mij het typen bijgebracht. Met 1 vinger kan ik op de machine aardig uit de voeten. Ik heb een rubriek in het NRC Handelsblad en ik zal maandelijks mijn bijdragen aan dit tijdschrift leveren [1]. Mijn wereld is nu zeer klein geworden, een schaker is dat wel gewend. [382]

J.H. Donner, De koning
Schaakstukken
Samengesteld en ingeleid door Tim Krabbé en Max Pam

397 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker, 1987
  1. Schaaknieuws []

[x]opgenomen in het dossier: