Ideeën. Zevende bundel ~ Multatuli

► door: A.IJ. van den Berg

Toen ik begon met de Ideeën van Multatuli viel me op dat alles wat er nog in het collectief geheugen leefde van dat materiaal uit de eerste twee bundels kwam. Alsof mensen de rest altijd maar negeerden.

Op dat moment kon ik nog niet weten dat de ideeën uit de latere bundels aanzienlijk minder interessant zijn. Dat humor mist, waar die eerst nog wel aanwezig was. Dat het aantal aforismen of opvallende gezegden sterk in aantal zou afnemen.

Al geldt voor elke schrijver ook dat die onmogelijk meer dan duizend pagina’s interessant kan blijven met meer van hetzelfde. De lezer raakt immers aan zijn schrijven gewend.

Dus blijf ik bij de gedachte die ik na de eerste bundel al zo ongeveer had. De Ideeën zijn voor een groot deel geschreven om er direct geld mee te verdienen. Aflevering voor aflevering. Daardoor ontbreekt er van alles dat gewone boeken wel hebben. Zoals een begin en een eind. Zoals een dwingende vorm. En goed, dan is er van alles nog een tweede editie uitgebracht, alleen gebruikte de schrijver die vooral om eens toe te lichten wat zijn lezers de eerste keer fout hadden gezien.

Tegenwoordig zou Multatuli misschien éen van de duizenden mensen zijn die dagelijks een weblog vulde. Dat dan een paar honderd lezers zou trekken, omdat hij beter schreef dan gemiddeld.

Die paar honderd lezers hadden de Ideeën indertijd ook. Zijn overige werk kreeg meer succes. Maar door dat succes, en de reputatie die hij na zijn dood verwierf, steeg al zijn werk in aanzien.

Toch hoeft dat niet altijd terecht te zijn. Zoals in het geval van de Zevende bundel, met Ideeën. De Wouter-geschiedenis sleept zich gewoon voort, van de Zesde in de Zevende bundel. En dat lijkt me om meer dan éen reden jammer. Al is mijn grootste klacht dat Multatuli deze vertelling simpelweg niet in de hand heeft.

Het lijkt wel een soap, zo tergend lang worden gebeurtenissen uitgerekt. Waar hij heen wil met het verhaal, het is me een raadsel.

In Idee 1232 wordt bijvoorbeeld de verveling van Wouter beschreven op kantoor. En het vergt grote capaciteiten om verveling niet vervelend te beschrijven. Gelukkig daarom maar dat deze episode kort is.

Idee 1209 brengt dan nog wel éen van de bekendste gezegden waarmee Multatuli de Nederlandse taalschat verrijkte. Het gevleugelde woord van Gerrit:

– Je kunt me geloven, Pieterse, ik ben ’n oud man, en jy ’n jonk borssie, maar… wat ik je zeg: ’t is allemaal wind en ’n engelse notting!

Dit gegeven biedt dan de troost dat ik niet de enige ben die zo ver in de Ideeën is gekomen, ondanks de schraalte inmiddels van het gebodene.

Halverwege de Zevende bundel met Ideeën raakt Multatuli wel van het paadje af. Dan verliest hij ineens alle controle en beheersing, en komt alle frustratie over het gebrek aan erkenning er ongezouten uit.

Tegelijk is de lezer in deze tijden aanzienlijk erger gescheld gewend, dan wat Idee 1252 toont.

Helaas.

Vanaf dan bloedt alles dood; tot het abrupte eind aan toe. Het boek eindigt met een eindeloos uitgesponnen reis op een trekschuit naar Haarlem. Wouter Pieterse zou er alleen nooit meer aankomen.

Multatuli, Ideeën. Zevende bundel
336 pagina’s
Em. Querido’s uitgeverij, 1987, oorspronkelijk 1877 [1878]

[x]opgenomen in het dossier: