Thousand Autumns of Jacob de Zoet ~ David Mitchell

► door: A.IJ. van den Berg

Achterin deze roman wijdt David Mitchell een paar woorden aan de dialogen die hij schreef. Waarbij hij benadrukt dat het hem er vooral om te doen was anachronismen te vermijden. Zijn personages mochten geen woorden gebruiken die op het moment dat de roman speelde nog niet zo gebruikt werden.

Jammer vond ik het daarom dat Mitchell niet wat meer schreef over het toontje waarop historische personages praten. Want éen van mijn vele bezwaren tegen dergelijke boeken is dat de dialogen gauw zo hol klinken.

Zoals in de SF-serie Star Trek alle buitenaardse levensvormen een overdreven plechtig Shakesperiaans Engels praten, zo doen schrijvers van romans die enkele eeuwen terugspelen niet anders. Het is alsof ze allereerst de kunstmatige toon en de pluimstrijkerijen uit de schrijftaal eren. Terwijl er voorheen juist zo’n immens verschil was tussen hoe mensen praatten, en hoe ze schreven — wat we bijvoorbeeld weten uit oude rechtbankverslagen.

De historische roman zal mede daarom nooit mijn lievelingsgenre worden. En Mitchell’s Thousand Autumns of Jacob de Zoet had daarbij nog het bezwaar de ware geschiedenis domweg te verminken.

Dit boek begint in 1799, en speelt zich voor een groot deel af op het kustmatige schiereiland Deshima, bij Nagasaki. Dan sinds eeuwen de enige poort die buitenlanders toegang biedt tot Japan. Deshima wordt geëxploiteerd door de Nederlandse VOC. Dus is het vooral Nederlandse kennis die via Nagasaki het land binnendruppelt. In de stad wonen ook nogal wat Japanse Nederland-experts.

De jaren rond 1800 zijn alleen wel een scharniermoment in de Vaderlandse geschiedenis. Nederland had zich ondertussen bij Frankrijk aangesloten. De VOC zou spoedig failliet gaan. En de Britten namen ondertussen de Nederlandse koloniën en andere bezittingen elders over.

Juist op dit moment arriveerde de Zeeuw Jacob de Zoet op Deshima, om daar als klerk te gaan werken.

Op dat schiereiland werkten altijd op zijn hoogst twaalf tot veertien Nederlanders. Al hadden zij bijvoorbeeld wel slaven voor de vuile klusjes.

En mij stoorde dat Mitchell in het boek de echte geschiedenis vervalste, door mensen weg te laten die er toen aanwezig waren, en daar anderen voor in de plaats te zetten; waarover hij alles zeggen kon, omdat hij ze bedacht heeft. Misschien komt deze ergernis omdat er maar zo weinig Nederlanders op Deshima woonden, dat er moeilijk iemand bij te zetten is. Misschien stoorde mij zijn ingreep enkel omdat ik de geschiedenis van die Nederlanders in Japan een beetje kende. En zag hoe hij daaruit de elementen gebruikte die leuk zijn verhaal kleurden. Maar verder niet.

Hadden er honderd mensen of meer op Deshima gewoond, had me de vervalsing waarschijnlijk minder gestoord. Nu was het toch of ik een geschiedenis van de eerste reis naar de maan las, waarin de astronauten ineens andere namen hadden gekregen, en voor de spanning van het boek bekende gebeurtenissen uit heel andere ruimtereizen waren toegevoegd.

Dat is misschien de vrijheid die een schrijver zich toe-eigenen mag. Maar onbevangen lezen lukt mij na zo’n ontdekking niet meer. Analyseren is het, wat er dan gebeurt.

En The Thousand Autumns of Jacob de Zoet is op zich goed geschreven — op die ergerlijke kunstmatigheid van de dialogen na dan. Vrijwel alle personages worden ingevuld. Er spelen verschillende verhalen door elkaar in het boek. Het historische moment om een boek aan te wijden, is buitengemeen slim gekozen.

Over mijn directe reacties op de inhoud heb ik elders uitgebreid geschreven.

Maar goed geschreven is dus simpelweg niet genoeg soms. De bezwaren tegen het genre bleken mij onoverkomelijk.

wordt nog vervolgd

David Mitchell, The Thousand Autumns of Jacob de Zoet
560 pagina’s
Sceptre 2011, oorspronkelijk 2010

[x]opgenomen in het dossier: