Bonita Avenue ~ Peter Buwalda

► door: A.IJ. van den Berg

Hype van het jaar, of inderdaad de beste roman van 2011? Bonita Avenue van de op dat moment nog onbekende auteur Peter Buwalda haalde vorig jaar november al opvallend het nieuws. Er was iemand die exemplaren van zijn debuut in verschillende boekhandels verminkte. En dat riekt nu nog altijd naar publiciteitsstunt.

Een klein jaar later was het boek al de gedoodverfde winnaar bij de reclameactie van een boekhandel, ook wel prestigieuze literaire prijs volgens de mediasamenzwering. En toen vervolgens een outsider won, werd dat als onterecht ervaren.

Blijft alleen staan dat Bonita Avenue een eersteling is. En dat de roman in kritieken ‘Amerikaans’ werd genoemd. En dat is voor mij niet echt een aanbeveling, omdat ik in zulke gevallen liever echt lees dan imitatie.

Wat ik vooral op het boek heb aan te merken, werd overigens al in de eerste pagina’s duidelijk. Buwalda neemt de ruimte. Hij heeft veel woorden nodig, die lang allemaal niet terzake doen. Ook al omdat hij met regelmaat uitleg verschaft waar die overbodig is.

En mij stoort dat dan, omdat ik er snel van lezen ga, op zoek naar de elementen die het verhaal wel vooruit helpen. En snel gelezen boeken zijn nooit de beste boeken.

Maar de vele mensen die Buwalda wel een goed schrijver vinden, zullen ongetwijfeld van al die extra zinnen genieten, en daarmee de 543 pagina’s die het boek telt misschien nog wel te kort vinden ook.

Bonita Avenue is de kroniek van een aangekondigde val. Van een uitzonderlijke hoogte. Een geslaagd man komt in het boek aan zijn einde, grotendeels buiten zijn schuld ook nog. Want Peter Buwalda wilde nu eens een atypisch boek schrijven binnen de Nederlandse verhoudingen. Hij haat het dat vrijwel alle romans hier een sneue eikel als hoofdpersoon hebben.

Buwalda maakte daarom maar meteen een superman van zijn hoofdpersoon. En laat deze Siem Sigerius een ooit succesvol judoka zijn, een werkelijk briljant wiskundige, en iemand die vervolgens rector van een universiteit wordt, en uiteindelijk dan zelfs nog staatssecretaris van onderwijs.

Gelukkig voor het boek staat wel een mislukt eerste huwelijk tegenover al dat maatschappelijke succes. Bovendien is er een oudste kind, dat niet deugen wil. En het aangenomen kind uit de tweede echtverbintenis zal in het boek zijn hart helemaal breken.

Alles in het boek wordt dan toegeschreven naar 13 mei 2000 en de weken daarna — de dag dat in Enschede een vuurwerkfabriekje ontplofte en in éen keer een halve woonwijk wegvaagde. Dan komen er antwoorden op vragen. Vanaf dit moment blijft er geen enkele uitweg meer over.

Achteraf blijkt dan, alles overziend, dat de roman zeker zijn momenten heeft. Buwalda wist een aantal memorabele scènes te schrijven. Het pure talent is er. Waarbij me vooral een judoverhaal trof, uit de jaren zestig, op de rieten matten in de dojo van Anton Geesink, dat als weinig andere momenten het karakter van Sigerius toonde. De schrijver heeft zelf gejudoot, en gebruikte die kennis hier nuttig.

Tegelijk werd de hoofdpersoon nooit een ‘round character’ voor mij — zelfs al is hij het best getekend van alle personages in het boek; het verhaal wordt ook door verschillende van hen verteld. Simpelweg bijvoorbeeld omdat het niveau van de politiek in Nederland te laag is, en het gepolder te aanwezig, waardoor ik zonder nadere uitleg weiger aan te nemen dat een genie uit vrije wil dat gezelschap zou opzoeken.

Bovendien is die stapeling van vaardigheden in éen man ongeloofwaardig. Succes halen in de sport, én een geslaagd bestuurder worden, is vaker gepresteerd. Maar dit dan doen met de speelse en oneerbiedige geest die een goede wiskundige nodig heeft om te kunnen zien, lijkt me vrijwel onmogelijk. Geeft Buwalda ook nog eens aan dat Siderius geen gevoel voor humor heeft.

En zelfs al is het boek een ‘entertainment’, om Greene’s onderscheid maar weer te gebruiken, en geen ‘literature’, dan nog stelt het me altijd teleur als een auteur slechts wat oppervlakkige kenmerken leent van een omgeving of bezigheid, zoals de politiek, zoals de wiskunde, in plaats die met reden te gebruiken.

Het verschil tussen de beschrijvingen waar Buwalda uit eigen ervaring kon putten, en waar hij moest verzinnen, vond ik in dit boek nog te groot. Schokeffecten inzetten, blijft een teken van zwakte.

Peter Buwalda, Bonita Avenue
543 pagina’s
De Bezige Bij, 2011

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

een reactie

niemsz  op 1 januari 2012 @ 15:01:28

juist