Herzog ~ Saul Bellow

► door: A.IJ. van den Berg

Als er éen schrijver is die ooit onbehoorlijk veel indruk maakte, om zijn taal, dan wel Saul Bellow. Maar als ik dien aan te geven wie ik moeilijk kan herlezen, dan moet hij ook meteen worden genoemd.

Dus forceerde ik een poging om nog eens de roman Herzog binnen te dringen, door de hoofdstukken uit te smeren in vijf porties van een week.

Bellow bracht vanaf de jaren vijftig een hele reeks romans uit die op de keper beschouwd een paar fundamentele eigenschappen gemeen hebben. Allemaal maakten ze duidelijk dat er maar éen persoon belangrijk was in het boek. En diens naam stond al in de titel. Want het boek probeerde door het leven van die man iets te onderzoeken.

Daarnaast was Saul Bellow voor zichzelf bezig met deze boeken uit te vinden wat de roman nog allemaal zijn kon.

Van deze serie romans, die begint met The Adventures of Augie March [1953] en eindigt met Humboldt’s Gift [1975], wordt Herzog [1964] doorgaans als de belangrijkste titel gezien. En dat is dan zo’n academische wijsheid die een individuele lezer helemaal niets hoeft te zeggen. Voor lezers telt alleen of een boek een beetje aardig is.

Voor mij gold dat ik Herzog voor de eerste keer gelezen had op een leeftijd dat ik zeker wist er te jong voor te zijn. Want het boek gaat over de problemen van een man van middelbare leeftijd. Die net gescheiden is van zijn tweede vrouw — op haar uitdrukkelijke wens. Die bovendien plots afscheid heeft genomen van zijn carrière op de universiteit. En die om dit te verwerken zich helemaal heeft teruggetrokken uit de wereld in zichzelf.

Veel kon ik me niet herinneren van die eerste keer lezen — behalve dan dat Moses E. Herzog, de hoofdpersoon, telkens brieven componeert. Aan iedereen, dood of levend. En daar vrijwel geen van opstuurt.

Ook vond ik de roman toen te lang. En dat was geen vreselijk opmerkelijke conclusie. Herzog ontbeert lang vrijwel alle handeling. De lezer zit voornamelijk in het hoofd van Moses Herzog, en diens gedachteleven is zeker de eerste hoofdstukken vrij verward; het verhaal springt ook heen en weer in de tijd. Weliswaar zijn die zijsprongen aantrekkelijk door hun verhalende kracht en anekdotiek. Ze houden ook op. Omdat ik de roman in partjes verspreid las, viel me duidelijk op dat het boek pas over de helft tot onverbiddelijk doorlezen dwingt.

Herzog handelt dan eindelijk eens. Hij vlucht niet langer, maar zoekt de confrontatie op.

Eerst bezoekt hij zijn advocaat, dan vertrekt hij met het vliegtuig naar Chicago, met vaag omlijnde plannen. Al moet hij daarvoor eerst nog de antieke revolver van zijn vader opsnorren, bij een tante van hem.

Twee kogels zitten er dan nog in die revolver. Precies genoeg om zijn ex-vrouw Madeleine en haar minnaar om te brengen, en om dan met zijn dochtertje June weg te vluchten.

Tot schoten komt het niet evenwel. Wat waarschijnlijk niet eens vreemd is. Bellow had anders ook moeten uitleggen hoe zo’n passieve man ineens tot die immense daadkracht was gekomen. Waarmee hij van de weeromstuit nog gekker was geworden dan in de eerste hoofdstukken.

Die tweede boekhelft maakt ook weer dat de roman achteraf eigenlijk te kort leek; dat ik graag had gelezen hoe het nu verder ging met de hoofdpersoon. Want weliswaar lijken alle voorwaarden aanwezig voor Herzog’s herstel. Significant is ook dat hij zich weer terugtrekt van alles. In zijn vakantiehuis; dat al voor veel te geld verbouwd is in het verleden. En waar hij toch al weken verbleef. Maar dan zonder de moeite te nemen om de stroom aan te laten sluiten.

De tweede helft maakt ook duidelijk waar vandaan voor Herzog genezing komen kan. Hij heeft een leuke sensuele vriendin. Met zijn broer is er nog altijd een vanzelfsprekende verstandhouding. En de zoon die hij uit zijn eerste huwelijk overhield zal komen logeren — dus die relatie deugt ook nog altijd.

Maar dat het einde open is, komt omdat Herzog zijn heil het hele boek lang in ideeën is blijven zoeken; en de scholing die hij ontving. En dat het begin van het boek zo lang lijkt te duren, komt omdat de lezer eerst wel eerst terdege kennis moet maken met het malende brein van de hoofdpersoon.

Overigens wordt daar meteen voor gewaarschuwd. Het boek opent met de zin:

If I am out of my mind, it’s all right with me, thought Moses Herzog.

En dat heb ik lang de mooiste regels gevonden waarmee een roman maar beginnen kon. Wat dan vooral om het staccato was, van al die éenlettergrepige woorden op een rij, gevolgd door een ineens iets ingewikkelder lijkende naam. Omdat de taal enerzijds onmachtig lijkt, door zijn eenvoud, en tegelijk toch zo krachtig is.

En indertijd, bij de eerste keer lezen, geloofde ik nog dat Moses Herzog een ware intellectueel was; waardoor het nut had van al zijn denkbeelden kennis te nemen. Zelfs als die vorm kregen in een brief die nooit verstuurd zou worden; naar Nietzsche, Heidegger, de president, of wie dan ook.

Inmiddels zie ik bijvoorbeeld dat Herzog zich weliswaar historicus noemt, maar dit niet is. Hij heeft veeleer een vage achtergrond in de letteren, en toont zich redelijk gevoelig voor stromingen op de Amerikaanse letterenfaculteiten; waar zo vaak ineens éen denker kritiekloos omarmd wordt. Niet dat historici ongevoelig zouden zijn voor modes in hun benadering, maar dat zijn doorgaans heel andere modes.

Bellow heeft ook ergens gezegd dat het hem verbaasde hoe serieus Herzog’s brieven genomen werden door de lezers van de roman. Terwijl hij die teksten toch zo vaak als pastiche had bedoeld.

Bovendien leidt denken tot niets, voor wie methoden als de kritische analyse op zichzelf toepast.

In this reign of multitudes, self-awareness tends to reveal us as monsters.

[179]

Het lijkt me een kernzin.

Al is nog belangrijker wat Herzog formuleert, voor hij eindelijk weer eens iets doen gaat. En de samenvatting gegeven wordt van wat er aan schort.

I brought all this on myself by telling Ramona the story of my life-how I rose from humble origins to complete disaster.

[166]

Alles overziend valt me op dat ook deze roman van Bellow in de details zoals de gebruikte taal en de terloopse anekdotiek werkelijk prachtig is. Maar dat er als boek toch iets aan schort, omdat de tempi domweg niet deugen om het als roman een totaalbelevenis te laten zijn.

Dus blijft staan dat ik The Adventures of Augie March waarschijnlijk Bellow’s leesbaarste roman vind -– terwijl aan dat boek dan weer merkwaardige probleem kleeft dat ik de inhoud altijd verwar met die van The Apprenticeship of Duddy Kravitz van Mordecai Richler. Beide gaan op dezelfde manier over Joodse jongens die zich vanuit de nederklits opwerkten.

Bellow heeft waarschijnlijk ook te veel navolging gekregen om nu nog werkelijk indruk te maken. Navolgers hebben waarschijnlijk allang onzichtbaar gemaakt wat er ooit origineel was aan dit boek. De figuur van de vastgelopen intellectueel, die alleen houvast heeft aan de academische shoptalk die voor kennis doorgaat, is een archetype geworden. Bijna de vaste hoofdpersoon ook inmiddels in romans van Nederlandse auteurs die willen laten zien dat ze enige scholing hebben gehad.

De kunst is dan om een boek over een treurig type niet ook treurig te maken. En Bellow toont zich daarin ook al gauw een veel groter schrijver dan zijn navolgers.

Dus moest er dit jaar nog maar éen uit die reeks, met de naam van de hoofdpersoon in de titel, en dan ook heel langzaam gelezen.

* in het putje van de winter 2011-2012 las ik tegelijk met Achille van den Branden de roman Herzog van Saul Bellow. Zijn ideeën over deze exercitie staan ook online.

Saul Bellow, Herzog
371 pagina’s
Penguin Books 2003, oorspronkelijk 1964

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

2 commentaren

Achille van den Branden  op 25 januari 2012 @ 13:06:24

De spelling van mijn voornaam blijft een achillespees voor veel Nederlandse lezers. Soit. Voor Hašek laat ik verstek gaan, vanwege één boekdeel headstart uwentwege, maar ik geef graag rendez-vous voor volgende leesprojecten. Ik vond het erg plezierig.

boeklog.info  op 25 januari 2012 @ 13:10:01

Namen moeten altijd dubbel gecheckt worden, en dat bleef erbij bij dit inderhaast toegevoegde mededelinkje. Excuus.

Overigens had ik al aangegeven Boon te willen lezen na Hasek.