Anathema’s 1 ~ Rudy Kousbroek

► door: A.IJ. van den Berg

Negen bundels met banvloeken bracht Rudy Kousbroek uit tijdens zijn leven. Al verscheen het laatste deel nog bijna postuum. Samen te vatten is die reeks niet, behalve dan dat alle opgenomen stukken de speels onderzoekende geest tonen van de schrijver.

Ik leerde Kousbroek kennen via De aaibaarheidsfactor en éen van de latere Anathema’s. De allereerste bundels zijn daardoor altijd op een afstand blijven staan. Rudy Kousbroek was een interessant auteur, absoluut; maar dan wel zoals hij al was op het moment van kennismaking.

Hoe hij schreef toen hij het schrijven nog aanleren moest, in de jaren zestig en zeventig, en dat gauw eens deed onder het pseudoniem Leopold de Buch, was eerder curieus dan dat het me de moeite waard leek dat werk nog eens grondig te onderzoeken.

Toch waren er kansen genoeg om ook later kennis te nemen van de eerste bundels Anathema’s. Zo kwam er in 1989 een bloemlezing uit onder de titel Morgen spelen we verder met een keuze uit alle boeken. En de drie eerste bundels verschenen in 1995 nog eens in éen band, onder de titel Het gemaskerde woord.

Maar het herlezen van Anathema’s 1 riep vrijwel geen herkenning op. Terwijl ik wist het boek ooit gelezen te hebben. Want de discussie die Kousbroek opriep over dichtregels van Vasalis — ik droomde dat ik langzaam leefde — was me wel degelijk bekend.[1]

Verder is dit boek opvallend Frans gekleurd, gezien de onderwerpkeuze. En juist dat maakt het opvallend genoeg een boek uit voorbije tijden. Meer nog de besprekingen van vergeten schrijvers, of de aandacht voor een tijdschrift dat werd gepresenteerd in 1967, en slechts even leefde. Parijs is allang onze navel van de wereld niet meer.

Deze Anathema’s lijken me meteen al wel kenmerkend voor de latere boeken, met dezelfde titel of ondertitel. Er staat iets in over het gebruik van de Nederlandse taal. Kousbroek beoefent zelf wat Opperlandse taal- en letterkunde, mede door grappen van Oulipo te vernederlandsen. Hij gaat in op het onthouden — in dit geval door geheugen aan éen soort romans te koppelen.

Vast staat ook dat ik nooit een fascinatie voor Kousbroek had gekregen — die er een tijd is geweest — ware dit het eerste boek geweest dat me van hem onder ogen was gekomen.

[wordt vervolgd]

Rudy Kousbroek, Anathema’s 1
172 pagina’s
Meulenhoff, 1969
  1. Hij vond juist dat ze beschreef hoe het was om heel snel te leven. []

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden