Dagblad De Pers van vrijdag 30 maart 2012

► door: A.IJ. van den Berg

Van geen enkel ander medium werd de geschiedenis hier terloops zo compleet vastgelegd als die van het dagblad De Pers. Dat het eerste nummer verscheen, werd gesignaleerd. Na een jaar volgde een evaluatie. En ik wijdde een boeklogje aan een titel over de rumoerige beginjaren van de krant, Gratis maar niet goedkoop.

Daarom ben ik nu welhaast verplicht een paar woorden te plengen bij de laatste keer dat De Pers op papier verschenen is. Na vandaag houdt de uitgave op te bestaan. Al werken redactie en directie nog naarstig aan een plan om iets met een website te gaan doen. Of een app. Die dan niet gratis zal zijn. Op de voorpagina van de laatste krant staat te lezen dat een kleine elfduizend mensen daar wel op willen intekenen.

Tegelijk geldt dat De Pers voor mij eigenlijk nooit een papieren krant is geweest. Ik heb het ding vrijwel altijd online gelezen. Omdat de distributie van de papieren uitgave aanvankelijk via de stations verliep — en ik niet alle dagen met de trein ga. En zich later geheel beperkte tot De Randstad — waar ik niet woon.

Bovendien was de voornaamste reden het blad te lezen niet om die dezer dagen zo vaak geroemde eigenzinnigheid. Voor mij gold heel praktisch: ’s avonds doen de journaals en actualiteitenrubrieken hier niets anders dan de hele dag nog eens herkauwen. Die vertellen mij niets nieuws. Maar De Pers bracht doorgaans wel verse waar aan het eind van de avond. Dat kon ik zeer waarderen.

Maar daarbij beperkte ik me nooit alleen tot deze krant. RSS-feeds en inmiddels ook sociale media hebben me allang tot de hoofdredacteur gemaakt van het beste dagblad dat er bestaat; waarvoor vrijwel iedereen schrijft; waarin ook lange stukken te lezen zijn; en waarbij ik niet langs allerlei vervelende servicerubrieken hoef te bladeren. [1]

Zoals ik eerder schreef, dat er mensen waren die in 2007 werkelijk nog dachten met een papieren krant geld te kunnen verdienen, is nog wel het opmerkelijkst aan de geschiedenis van De Pers. De gouden jaren voor de dagbladpers lagen namelijk in het begin en het midden van de jaren negentig. Toen werden er miljarden binnengehaald aan advertentie-inkomsten — en reclame-inkomsten zijn de voornaamste reden om een krant uit te geven. Nieuws brengen, is een bijzaak. Slechts journalisten denken dat nieuws brengen een hoofdzaak is; het vak leidt nu eenmaal tot ernstige beroepsdeformatie.

In het grote verhaal van de mediageschiedenis in Nederland blijft daarom de vraag: wat hebben de uitgeverijen in de gouden jaren met dat geld gedaan?

Minder interessant is dan al de constatering dat het grote succes de krantenwereld toen behoudzuchtig heeft gemaakt, waardoor ze allemaal vergaten om te leren verdienen aan het brengen van nieuws online.

Het kortstondige bestaan van De Pers is bij al deze grote bewegingen een bescheiden voetnoot.

Dagblad De Pers van vrijdag 30 maart 2012
52 pagina’s
Mountain Media bv, 2012
  1. En zeg nu niet: zonder betaalde media was er online niet zo’n rijk aanbod aan teksten te vinden. De interessantste en meest inzichtgevende teksten worden vaak geschreven om niet. Op een weblog. []

[x]opgenomen in het dossier: