Kapellekensbaan ~ Louis Paul Boon

► door: A.IJ. van den Berg

Eigenlijk had ik de wetenschappelijke uitgave van De Kapellekensbaan moeten lezen om zeker te weten dat boek te krijgen, en niets anders dan het boek. Door de jaren heen zijn namelijk nogal wat verschillende versies uitgebracht van deze roman. In sommige staan wel de directe reacties van Boon op wat er gebeurde toen hij aan het schrijven was; tijdens en na de Duitse inval. Maar die stukken werden ook weleens weggelaten. Terwijl er soms nog weer andere coupures zijn gemaakt.

Tekenend voor de roman lijkt me dat het straffeloos mogelijk zulke weglatingen te doen. Aan een boom zo vol geladen mist men éen twee pruimpjes niet.

Ik ga er desalniettemin, voor het gemak, vanuit De Kapellekensbaan redelijk op zijn merites te kunnen beoordelen omdat ik inmiddels ook Zomer te Ter-Muren las. Het directe vervolg. Het tweeluik dat voor de uitgave in mijn bezit in een band werden gepropt.

Beide boeken vertellen onder meer over het leven van Louis Paul Boon zelf. Over de keuzes die hij daarin maakte, en de redenen daarbij. Dit kan dan omdat hij weliswaar vele personages opvoert in de romans, maar een groot deel duidelijk niet meer zijn dan afsplitsingen van hemzelf. Wat hem vervolgens de mogelijkheid bood commentaar op zichzelf te geven; en zo zijn onzekerheden te verduidelijken.

Tegelijk hebben de boeken nog een duidelijk aanwezige tweede auteur — als dit zou kunnen tenminste — en dat is de armoe. Alles in de boeken wordt gekleurd door geld, en daarmee ideeën over de verdeling van geld. Vlaanderen zou de stap naar welvaart ook pas maken ruim nadat deze romans werden uitgegeven.

En het is waarschijnlijk ook dat element dat het moeilijkst invoelbaar is nu. In de weelde van de eenentwintigste eeuw. In een tijd waarin zelfs de gewone arbeiders bezittingen hebben, vakantiereizen maken, en leven als ooit niet eens de koningen het konden.

Tegelijk zullen de meeste critici wijzen op de meer uiterlijke kenmerken, die het lezen van De Kapellekensbaan in eerste instantie bemoeilijken. Zo is deze roman opgebouwd uit drie verhalen, die door elkaar heen worden verteld, in soms wel heel korte fragmenten.

Daarbij schrijft Boon een eigen taal. Zo trok hij zich betrekkelijk weinig aan van de normale regels voor interpunctie. Slechts het eerste woord van een zin kon een hoofdletter krijgen; zelfs de eigennamen moeten het verder zonder doen. Vervolgens zijn veel van die aanduidingen en eigennamen fonetisch weergegeven.

Al dat draagt eraan bij dat de roman bij eerste kennismaking een nogal impressionistische indruk maakt. Waarbij de lezer niet precies weet waarop te letten, en hoe te kijken.

Ik vond de eerste tweehonderd pagina’s van De Kapellekensbaan ook overweldigend goed. Dat het boek gezien wordt als een meesterwerk leek me toen zonneklaar. Tot het moment kwam dat ineens alle verhalen in het boek op hetzelfde tempo verteld werden, en ik die snelheid te langzaam vond om me te kunnen blijven boeien.

Goed is dus hoe Boon het levensverhaal van Ondineke, dat in de negentiende eeuw begint, in eerste instantie bijna in telegramstijl vertelt; waarbij elke zin raak is. En dat in zo’n prettig contrast stond met de haast statische inhoud van het belangrijkste andere verhaal. Waarin Boon vooral hardop nadenkt over het nut van het schrijven van romans in deze tijd. En hij vele criticasters opvoert die daar geen enkel nut in zien.

[ wordt vervolgd ]

Louis Paul Boon, De Kapellekensbaan
390 pagina’s
© 1942
in: Louis Paul Boon, De Kapellekenbaan | Zomer te Ter-Muren
931 pagina’s
De Arbeiderspers, 1979

[x]